Vrije artsenkeuze kost slechts € 62 miljoen

Vrije artsenkeuze kost slechts € 62 miljoen

De door het kabinet gepropageerde besparing van € 1 miljard door het schrappen van artikel 13 in de Zorgverzekeringswet blijkt een onhaalbare kaart nu uit documenten van de Nederlandse Zorgautoriteit blijkt dat de vrije artsenkeuze volgens ramingen van de zorgverzekeraars zelf slechts € 62 miljoen kost in 2014.

Dat stelt Ger Jager, voorzitter van de Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze aan de hand van een briefwisseling tussen de NZa en drs. Veronique Esman-Peters, directeur Curatieve Zorg van het ministerie van Volksgezondheid.

Jager: ‘In de brief van 31 januari jl. rekent de NZa voor wat de schadelast is bij zorgverzekeraars voor het vergoeden van medische zorg. De rekensom is gemaakt op verzoek van minister Schippers en zorgverzekeraars hebben op basis van de kosten van 2013 aangegeven wat ze schatten in 2014 uit te moeten geven. De post van kosten van medische hulpverleners met wie geen contract is afgesloten, komt uit op een bedrag van slechts € 62 miljoen. Een druppel op de gloeiende plaat van VWS met een budget van bijna € 100 miljard. Het ministerie maakt iedereen wijs dat we met het schrappen van artikel 31 € 1 miljard besparen. Ik heb ettelijke keren gevraagd om een onderbouwing van dat bedrag maar totnutoe geen enkele toelichting gekregen’.

Desastreuze gevolgen
Volgens Jager staat het bedrag van € 62 miljoen bovendien niet in verhouding tot de desastreuze gevolgen van het schrappen van de vrije artsenkeuze. ‘Van de 250 zelfstandige behandelcentra gaan er ruim 100 bankroet door de gewraakte maatregel. De reeks faillissementen gaat honderden miljoenen kosten. Belangrijker nog is dat patiënten de dupe worden van deze onzinnige maatregel. Die missen straks hun vertrouwde zorgverlener. Het is natuurlijk schrijnend dat een stramme bejaarde met reuma straks niet meer naar de reumatoloog in het dorp kan maar een lange reis met de bus moet maken naar het ziekenhuis in de stad waar ze een nummer op een lange wachtlijst zijn.’

Nu de Tweede Kamer binnenkort vergadert over het schrappen van de vrije artsenkeuze doet Jager nog een laatste oproep: ‘De leden van de Tweede Kamer en het kabinet zijn gekozen om het volk te vertegenwoordigen, niet om de macht en geldzucht van zorgverzekeraars te behartigen. Laat het gezond verstand werken en kies voor het welzijn van alle Nederlanders.’

Bron:
Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze




Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

IGZ controle voor tandarts met lachgas

De IGZ gaat tandartsen controleren die angstige patiënten lachgas toedienen of onder volledige narcose brengen, meldt De Telegraaf naar aanleiding van berichtgeving in de Volkskrant.

De inspectie zal bekijken of deze tandartsen een goede samenwerking hebben met een anesthesioloog. De Volkskrant schrijft dat ongeveer 600.000 Nederlanders een tandartsfobie hebben.

Een patiënt onder narcose is niet meer bij bewustzijn. Lachgas wordt via de neus toegediend en geeft een ontspannen gevoel.

Bron:
De Telegraaf

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
NZa aanpassing verrichtingenlijst in zomer

NZa aanpassing verrichtingenlijst in zomer

Naar verwachting zal de NZa in juli beslissen over de aanpassing van de verrichtingenlijst. Dit meldt de NMT. De beroepsverenigingen en wetenschappelijke verenigingen hebben bekeken waar de huidige verrichtingenlijst niet aansluit bij de praktijk. In mei wordt gesproken met de NZa en ZN over aanpassing van een aantal hoofdstukken.

Bron:
NMT

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z, Zorgverzekeringen

Mondhygiënisten en assistenten die boren, gaat dat wel goed?

Keihard werd er gediscussieerd na de lancering van het persbericht van de NVM dat mondhygiënisten in de toekomst zouden mogen gaan boren zonder opdracht. Is dat nou een goed idee of niet? dental INFO redacteur Lieneke Steverink-Jorna hield een interview met tandartsen en mondhygiënisten.

In het interview kwamen Kitty Mol (KTV’er/ mondhygiënist, werkzaam onder een dak met een tandarts), Yvonne Schalk (tandarts), Rob Kort (tandarts) en Ingrid van Oploo (KTV’er/vrijgevestigede mondhygiënist) aan het woord.

Complicaties
Mol is in 1989 afgestudeerd en is in 2001 de opleiding tot Kindertandverzorger in Nijmegen gaan volgen. Ze boort vooral op woensdag. Ik vroeg haar hoe vaak ze de tandarts erbij moet roepen tijdens het boren: “De tandarts is zelden nodig, omdat ik binnen mijn grenzen patiënten behandel. Ik kan mij geen echte complicaties herinneren. Misschien een vulling die tijdens het behandelen toch te complex werd, dan neemt de tandarts het over. Regelmatig heb ik wel de controle overleg met betrekking tot het stellen van een diagnose. Bijvoorbeeld over verwijzingen naar de orthodontist, over endo’s en over derde molaren: moeten ze door de kaakchirurg verwijderd worden of door de tandarts.”

Van Oploo maakt ook zelden mee dat er een complicatie optreedt: “Evengoed als dat het weinig voorkomt bij de tandarts. Maar met de tandartsen waar ik mee samenwerk zijn duidelijke afspraken gemaakt wie wat moet doen bij een complicatie.” Van Oploo volgde ook de kindertandverzorger opleiding (KTV) in Nijmegen 2004-2005: “Deze opleiding stond onder leiding van drs. G. Stel, hiervoor ben ik 1 jaar lang 1 dag in de week naar Nijmegen gegaan. Dit vond plaats in het gebouw van tandheelkunde. We kregen of ‘s morgens of ‘s middags theorie en daarna een halve dag praktijk. Het praktijkdeel bestond de eerste tijd uit fantoom en later patiënten (kinderen). “

Schalk werkt met borende assistenten: “In drie jaar tijd is er nog nooit iets gebeurd. Ook omdat bij de geringste twijfel zij mij erbij roepen en ik dan helpen met het laatste stukje excaveren als het wat dieper is of het bandje of schildje aanbrengen als het lastig is. Ze weten precies wat ze wel en niet moeten doen. Heb ze ook enorm begeleid daarin. Dat kost veel tijd en energie. Ben bang dat dat niet overal zo gebeurt.”

Kort werkt al 25 jaar samen met mondhygiënisten: “ De meeste mondhygiënisten komen, door het vele parowerk en het ontbreken van een stoel-assistente, alleen toe aan tandsteen verwijderen en sealen maar boren bijna niet. Mijn dochter, Yvonne, heeft bij mij in de praktijk een aantal jaren vullingen gelegd, in het begin 1-vlaks, maar later 2-en 3 vlaks restauraties. Slechts eenmaal heeft zich een “probleem” voorgedaan, na het leggen van een diepere vulling. Er moest een endodontische behandeling opgestart worden.“

Toegevoegde waarde
De patiënt heeft de uiteindelijke keuze door wie ze zich laten boren. Waarom zouden ze zich laten boren door de assistent of mondhygiënist? Wat is de toegevoegde waarde en gaat dat boren niet ten koste van preventie? Mol ziet geen verschil tussen de borende tandarts of mondhygiënist. “Wij vragen het altijd aan de patiënten of ze er bezwaar tegen hebben.

Er blijft altijd een categorie patiënten die alleen door de tandarts geholpen wil worden. Daar moet je ook begrip voor hebben. Misschien moeten we daar nog een generatie geduld mee hebben.” Het gaat volgens haar ook niet ten koste van preventie: “Absoluut niet! Wij zijn bij uitstek preventiedeskundige, dus nemen dit vaak uitgebreider mee in de voorlichting van cariës. Sinds vorig jaar ben ik ook met NOTCP gestart bij kinderen dus care in plaats van cure!”

Meer tijd
Schalk: “De reden dat ik de assistenten heb laten leren boren is die kleine gaatjes bij bijvoorbeeld kinderen of hele bange patiënten. Daar kunnen zij veel meer tijd voor uittrekken dan ik. En dat werkt super, patiënten zijn echt heel tevreden. In een praktijk met een meerkamerplanning is het een verrijking. In mijn programma helpen ze vaak met het begin en boren ze alvast de vulling uit als het eens een beetje uitloopt dat werkt echt super. Ik heb er nu een zieke en die mis ik enorm want nu moet ik het zelf doen, hetgeen de druk op mijn programma enorm doet toenemen. Wat mij betreft gaat het niet ten koste van preventie. Ik heb genoeg preventieassistentes en diegene die boren doen ook heel veel aan preventie. Soms tegelijk met het boren. Harstikke handig!”

Vertrouwensband
Van Oploo: “ Voor mijn patiënten is het voordeel de vertrouwensband. De kinderen die komen hebben toch al wat angst ontwikkeld voor al het tandheelkundige gebeuren. Ik probeer ze weer zover te krijgen dat we (zowel de mondhygiënist en de tandarts) die kinderen weer goed kunnen behandelen. Het komt vaak voor dat deze kinderen meer op hun gemak bij mij zijn, omdat ik dit hele traject met ze heb doorlopen. Het blijft echter wel zo dat ik de keus altijd aan de tandarts en de patiënt laat voordat ik over ga tot het restaureren. Dat ik boor gaat absoluut niet ten koste van preventie! Het eerste en voornaamste blijft de preventie. Je wilt tenslotte niet dat de rest van het gebit slecht wordt. Zeker bij kinderen probeer je minimaal de boor te hanteren vanwege de belasting van het kind. Dat betekent in heel veel gevallen je het redt met de preventie. Daar waar preventie faalt, kan je boren.“

Goed georganiseerde praktijk
Kort: “Een borende mondhygiënist past in een goed georganiseerde praktijk. In een praktijk met een balieassistente, geschoolde stoelassistentes met preventieopleiding en een paro-preventieassistente. Een borende mondhygiënist is opgeleid tot het verrichten van restauratieve werkzaamheden. Het is naar mijn mening onverstandig om assistentes te laten boren en/of vullen.

Preventie blijft natuurlijk een heel belangrijk item in een tandartspraktijk. Ieder teamlid moet dezelfde boodschap vertellen. Daarom zal het boren van de mondhygiënist geen negatieve effecten op de preventie hebben.”

Regierol
De ANT reageerde fel op het persbericht van de NVM. Mondhygiënisten zouden niet zonder tandarts moeten boren. Wat is jullie reactie hierop? “Ik ben het er wel en niet mee eens: Ik denk dat mondhygiënisten het prima kunnen maar ik vind het belangrijk dat het onder een dak met de tandarts gebeurt. Dan kan je snel overleggen als het nodig is. Wij doen dat regelmatig, bij twijfel roepen ze mij erbij. Ik bepaal de diagnose. Ik overleg met de patiënt, zo van: ‘Als u het goed vindt gaat de assistent/mondhygiënist dit gaatje vullen. Ik heb er bezwaren tegen als de mondhygiënist zelfstandig de diagnose gaat stellen. Er schuilt een gevaar dat ik de patiënt pas te zien krijg als het al te laat is. Ik vind dat wij, als tandartsen, het overzicht moeten hebben en delegeren is helemaal prima maar wel door de tandarts. Niet dat de mondhygiënist de patiënt naar ons verwijst als er al een heel groot gat is.“

Van Oploo ziet wel heil in de wetsverandering: “Het is jammer dat ik niet altijd de patiënten kan helpen zoals ik zou willen. Daarvoor missen we nog een van de belangrijkste aanvullende diagnostisch middelen, de röntgen. Als er pijnklachten binnenkomen kan ik kijken maar vaak niet veel meer. Mocht het een parodontaal abces zijn dan kan ik die patiënt helpen maar dit weet je niet zonder foto. Zo blijft de patiënt heen en weer gaan. Hetzelfde geldt voor het geven van anesthesie, vaak niet nodig maar soms wel. Mocht de tandarts met vakantie zijn dan heb je al een probleem. Je kunt dus dan pas verder met behandeling als je de verwijzing hebt gekregen en dat kan onwenselijk zijn voor de (mond)gezondheid van de patiënt. De HBO opgeleide mondhygiënist is bekwaam en bevoegd om primaire cariës te behandelen, anesthesie te geven en röntgenfoto’s te maken. Zonder opdrachtrelatie heeft de (niet gecompliceerde) patiënt er veel baat bij.” De discussie over het wel/niet de controle laten doen door de mondhygiënist is volgens van Oploo eigenlijk een non-issue: “Ik denk dat iedere mondhygiënist al het periodieke mondonderzoek doet. Zodra een patiënt binnen komt doe je dit automatisch als eerste of het nu een volwassene is of een kind. Mocht ik iets tegen komen dan rapporteer ik dit altijd terug naar de tandarts.”

Toch samen
Wil van Oploo graag boren zonder tandarts in huis? “Alléén met een verwijzing en duidelijke afspraken met die tandarts. Dit gebeurt echter niet vaak gelukkig, omdat de preventie meestal slaagt.“

Schalk wil ook graag samenwerken: “Het is een goede discussie. Het is alleen jammer dat er over en weer zoveel verwijten zijn. Er moet toch wel een mogelijkheid zijn om met elkaar op de goede manier de dialoog aan te gaan. Ik ben absoluut voor goede samenwerking met een mondhygiënist en zie duidelijk het belang daarvan. Ik vind wel dat de tandarts het overzicht moet houden maar ja, daar zal ik wel tandarts voor zijn. Ik moet er niet aan denken dat wij alleen maar de specialistische dingen gaan overhouden.” Van Oploo sluit af: “De patiënt staat centraal, daarom is het belangrijk dat er een goede samenwerking tussen tandarts en mondhygiënist is om de patiënt zo optimaal mogelijk te kunnen behandelen. Zolang je gewoon goede afspraken maakt, zorgt dat je kennis op peil is, een gedegen opleiding volgt en duidelijk je grenzen weet, denk ik dat het mogelijk moet zijn om dit te laten slagen. Voor iedereen die in de mond werkt, we zijn allemaal een team!”

Interview door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO. 


Lees meer over: Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z

Passende maatregelen tegen hoogleraren tandheelkunde UMCG

Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen heeft de hoogleraren tandheelkunde Winkel en Van Winkelhoff een ‘passende maatregel’ opgelegd omdat ze bij een publicatie niet vermeld hadden dat zij zakelijke belangen hadden in één van de besproken producten.

In het artikel, gepubliceerd in International Journal of Dental Hygiëne, vergeleken de hoogleraren twee mondspoelmiddelen. Hun financiële belang in Dentaid hadden zij wel kenbaar gemaakt bij het UMCG maar dit was niet “conform de daarvoor geldende procedures gemeld en vastgelegd”, volgens de RUG. 

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit vindt dat de hoogleraren hun betrokkenheid hadden moeten melden. Volgens de commissie zijn de gegevens in de publicatie juist en is de integriteit van de hoogleraren niet in het geding. De inhoud van de maatregel licht het UMCG niet toe.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Beroepsverenigingen mondzorg steunen initiatief huisartsen tegen beperking vrije artsenkeuze

De NMT en ANT steunen de actie van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) om patiënten te informeren over voorgenomen beperking van de vrije artsenkeuze. ‘Wij brengen de consequenties van de voorgenomen wijziging van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet al een jaar lang onder de aandacht van onze leden en onze patiënten,’ zegt NMT voorzitter Rob Barnasconi. ‘We hebben in 2013 100.000 handtekeningen verzameld en aangeboden aan de Tweede Kamer. We hebben de Kamer bij herhaling gewezen op de gevolgen van hun voorgenomen besluit. Ook in de media hebben we aandacht gevraagd voor deze schending van het recht om als patiënt je eigen zorgverlener te kunnen kiezen. Dat heeft op veel manieren navolging gekregen en dat is nodig. Veel patiënten hebben namelijk geen idee van wat er op hen afkomt.’

Zowel de NMT, ANT als NVM steunen de petitie van de VvAA tegen de beperking van de vrije artsenkeuze.

Bron:
NMT
ANT
NVM

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z

Goed doel: Bridge drive voor mondzorg in Kenia

In april speelden 64 bridgers in Wassenaar om geld in te zamelen voor mondzorg in Kenia. Met de verkoop van loten rondom de bridge drive werd ruim 2.300 euro opgehaald. De prijzen werden door de winkeliers en particulieren beschikbaar gesteld, meldt Wassenaarders.nl  Het geld zal worden besteed aan mondzorg in Kenia door Dutch Dental Care.

Dutch Dental Care zendt jaarlijks zes teams met tandartsen, kaakchirurg, assistentes, mondhygiënisten en ondersteuning naar Kenia om op scholen belangeloos tandheelkundige zorg te verlenen. De twee door Dutch Dental Care opgezette klinieken waar patiënten zich tegen een geringe vergoeding kunnen laten behandelen worden door Kenianen gerund. Dutch Dental Care steunt hen bij de aanschaf en onderhoud van materialen en apparatuur maar is daarbij afhankelijk van giften en donaties.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z
pijlen

Minister Schippers wil nieuwe goedkopere polisvorm

Ministers Schippers (Volksgezondheid) wil een nieuwe polisvorm voor ziektekosten introduceren die naast de restitutiepolis en de naturapolis komt. Dit meldde zij bij NOS Radio 1. Bij deze goedkope polis bepalen zorgverzekeraars naar welke zorgverlener de patiënt moet gaan.

Bij de restitutiepolis kan een patiënt zelf z’n zorgverzekeraar kiezen en bij de naturapolis wordt alleen de zorg door gecontracteerde zorgverleners geheel vergoed. Patiënten die naar een ander gaan, moeten in dat geval een deel zelf betalen.

Nieuwe polis
De nieuwe polis moet de stijgende kosten in de zorg in de hand houden. In deze polis wordt zorg door zorgverleners zonder contract niet meer vergoed en hierdoor is de premie lager.

Actie
De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) roept haar leden op tot actie en vraagt alle Nederlandse zorgverleners op om op woensdag 4 juni van 13.00 tot 14.00 uur hun werkzaamheden te onderbreken. Ook vragen zij zorgverleners hun patiënten voor te lichten over het verdwijnen van artikel 13 uit de zorgverzekeringswet.

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

VPH roept op tot actie tegen afschaffing vrije artsenkeuze

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) roept haar leden, de huisartsen en andere zorgverleners op om actie te voeren tegen de voorgenomen wijziging van artikel 13: de afschaffing van de vrije artsenkeuze door patiënten.

De VPH vraagt alle Nederlandse zorgverleners op om op woensdag 4 juni van 13.00 tot 14.00 uur hun werkzaamheden te onderbreken. Ook vragen zij zorgverleners hun patiënten voor te lichten over het verdwijnen van artikel 13 uit de zorgverzekeringswet.

Op donderdag 5 juni neemt de Tweede Kamer een besluit over het afschaffen van het recht van burgers om zelf een zorgverlener te kiezen.

Lees de brief van de VPH aan haar leden en de patiëntenbrief van de VPH

Lees meer over de petitie red de vrije artsenkeuze

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

BNR Zorgdebat vrije artsenkeuze 4 juni

Om de zorgkosten te beteugelen wil het kabinet artikel 13 van de zorgverzekeringswet aanpassen. Wat betekent dit voor de zorgmarkt? Kom naar het BNR Zorgdebat op woensdagavond 4 juni, 19.00 uur (inloop vanaf 18.00 uur) of bekijk en beluister live.

Meer informatie en aanmelden

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

85% Nederlanders tegen verdwijnen vrije artsenkeuze

De meeste Nederlanders (85%) zijn tegen het schrappen van de vrije artsenkeuze. Door het verdwijnen van het artikel vrije keuze uit de Zorgverzekeringswet kunnen patiënten niet meer zelf beslissen naar welke specialist ze willen. De zorgverzekeraar bepaalt dan naar welke arts de patiënt kan gaan. Dit blijkt uit onderzoek van NoTies in opdracht van Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze, meldt Medical Facts.

Begin juni zal het kabinet beslissen over de vrije artsenkeuze. ‘Het kabinet heeft op geen enkele manier zijn oor te luisteren gelegd bij het volk. Daarom hebben wij dat op ons genomen. En het resultaat is overduidelijk. Nederland zegt ‘Handen af van de vrije artsenkeuze’, stelt Ger Jager, voorzitter van de Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze.

Jager maakt zich zorgen over de onbekendheid met het schrappen van de vrije artsenkeuze:  ‘Gemiddeld is 42% zich hier helemaal niet van bewust. In de steden is men met 63% meer op de hoogte, maar in het Zuiden heeft 47% geen besef van de desastreuze maatregel. Het lijkt me onverstandig als het kabinet zo’n ingrijpend besluit neemt, zonder medeweten van iedereen die het raakt.’

Bron:
Medical Facts
Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
moderne adhesieven

Hechting aan tandweefsel: moderne adhesieven kunnen meer dan u denkt

De adhesieve technologie maakt onzichtbaar tandherstel mogelijk, er kan minimaal invasief gewerkt worden en de behandelingen zijn goed betaalbaar. Welk bondingsysteem kan er het beste gebruikt worden?

Met directe technieken kunnen er kleine kleurcorrecties vervaardigd worden, bijvoorbeeld bij een patiënt met fluorose. Ook zijn uitgebreidere behandelingen mogelijk, dit is bijvoorbeeld het geval bij iemand met ernstige erosie/abrasie waarbij er sprake is van beethoogteverlies. Door met glasvezelversterkt composiet te werken, wordt het mogelijk om steeds grotere sterke composietvullingen te vervaardigen. Het glasvezel voorkomt scheuren en breuk van het materiaal. Glasvezelversterkt composiet wordt altijd afgedekt met gewoon composiet, de bulk bestaat uit glasvezelversterkt materiaal. Ook is er veel mogelijk met porselein, de indirecte techniek.

Adhesieven
De trend op dit moment is een ‘all-in one’ bondingsysteem omdat dit snel en makkelijk werkt. De vraag is echter of dit materiaal duurzaam genoeg is. Er zijn veel verschillende bondingsystemen en producten op de markt. Welk bondingsysteem kan er het beste gebruikt worden?

Allereerst moet er onderscheid gemaakt tussen twee systemen, namelijk de ‘ets-en-spoel’ adhesieven en de ‘zelf-ets’ adhesieven (‘droog’ systeem).

‘Ets-en-spoel’ adhesief

De stappen voor het gebruik van dit systeem zijn als volgt:

  1. Isolatie
    Het te restaureren element moet goed drooggelegd worden, bij voorkeur met een rubberdam en matrix.
  2. Etsen met fosforzuur
    Eerst moet het glazuur geëtst worden en daarna pas het dentine. Vervolgens wordt er gespoeld en (zacht) gedroogd. Na het drogen wordt er gecontroleerd of het glazuur voldoende geëtst is.
  3. Aanbrengen van de waterhoudende primer
    Voor een optimale werking moet de primer ingemasseerd worden met een kwastje of micro-brush.
  4. Aanbrengen van een bonding agent (adhesief hars) en deze polymeriseren.

Glazuur vereist fosforzuur en voor glazuur geldt dus dat de ‘ets-en-spoel’ techniek de beste hechting geeft.
Fosforzuur lijkt echter te agressief te zijn voor dentine. Voor de hechting aan dentine speelt microretentie door harsuitlopers en de vorming van een hybride laag een grote rol. De natuurlijke bescherming van collageen, zijnde hydroxyapatiet, wordt door het fosforzuur verwijderd en bijkomend is de harsinfiltratie zelden volledig wat zorgt voor geleidelijke degradatie van de hechting. Hierdoor is het lastig om een volledig verzegelde hybride laag te bekomen.

Verbeteren hechting
Om deze hechting te verbeteren, kan het volgende gedaan worden:

  1. Het toepassen van de ‘ethanol wet-bonding techniek’.
    Na het etsen en spoelen wordt ethanol aangebracht als tussenfase. Dit is een meer geschikt medium voor het hars, waardoor het beter in het collageennetwerk infiltreert. Uit onderzoek blijkt dat deze techniek werkt, maar alleen indien ethanol in oplopende concentraties worden aangebracht. Voor een tandarts zal dit betekenen dat hij/zij hier minimaal drie minuten mee bezig is.
  2. Het inhiberen van biodegradatie door gastheerenzymen.
    Uit onderzoek blijkt dat gastheerenzymen door bondingsystemen worden geactiveerd en daar mede instaan voor de teloorgang van de hechting. Bijgevolg kan men met een gepaste inhibitor, zoals het in de tandheelkunde alom gebruikte chloorhexidine, dit proces van biodegradatie afremmen. Helaas is het positieve effect verdwenen na 12 maanden.

3.    Het toepassen van biomimetische reparatie van ‘ets-en-spoel’ hybride lagen.
Hier wordt gewerkt met calciumfosfaten om gedemineraliseerde hybride lagen te re-mineraliseren; deze methode neemt
echter ook verschillende weken in beslag en is daardoor klinisch moeilijk toepasbaar.

Uit onderzoek blijkt dus dat de bovengenoemde methoden wel potentiële oplossingen bieden maar op dit moment zijn ze (nog) niet goed uitvoerbaar in de praktijk.

‘Zelf-ets’ adhesief

Er bestaan verschillende ‘zelf-ets’ bondingsystemen. Afhankelijk van hun zuurtegraad reageren ze op verschillende wijze met het tandmateriaal en met de smeerlaag: Hoe lager de pH-waarde, hoe agressiever het bondingsysteem. De voorkeur gaat daarom uit naar een milde ‘zelf-etsende’ primer met een pH van ongeveer 2.
Bij gebruik van een ‘zelf-ets’ adhesief kan gesproken worden van een tweevoudige kleef-techniek omdat er sprake is van zowel microretentie als chemische hechting.

Monomeren
De chemische hechting is afhankelijk van het monomeer. Er bestaan verschillende monomeren, zoals bijvoorbeeld:

  1. 10-MDP
    Dit monomeer is duurzaam omdat het bindt aan hydroxyapatiet, dat zo collageen blijft beschermen, en er vindt vorming plaats van stabiel calcium-zout.
  2. phenyl-P
    Dit monomeer vormt geen stabiele binding met hydroxyapatiet en lost het integendeel op, het legt collageen vrij en resulteert in een onstabiel calcium-fosfaat dat ingebed wordt in de hybride laag.

10-MDP lijkt dus vele voordelen te hebben en draagt bij aan een betere hechting door de chemische interactie. Het is momenteel één van de meest doeltreffende monomeren.

Samenvatting

  • Moderne adhesieven zijn klinisch effectief.
  • Er moet een keuze gemaakt worden uit een ‘ets-en-spoel’ techniek of een ‘zelf-ets’ techniek.
  • Voor glazuur geldt dat het beste gekozen kan worden voor een ‘ets-en-spoel’ techniek.
  • Voor dentine is deze keuze lastiger:
    – Voor de ‘ets-en-spoel’ techniek geldt het volgende: hydroxyapatiet wordt verwijderd, collageen wordt vrijgelegd, er vindt diepe hybridizatie plaats en er is geen of nauwelijks (zwakke) chemische interactie. Kortom, er vindt collageendenaturatie en harsdegradatie plaats.
    -Voor het ‘zelf-ets’ adhesief geldt het volgende: het materiaal bindt wel aan hydroxyapatiet, het materiaal beschermt collageen, er vindt oppervlakkige hybridizatie plaats en er is sprake van een primaire chemische binding. Kortom, het gaat om een meer stabiele kleeftechniek.

Besluit
Het besluit op dit moment is dan ook dat beide kleeftechnieken nodig zijn. Glazuur moet selectief geëtst worden met fosforzuur. Voor een goede hechting aan dentine kan het beste een milde ‘zelf-etsende’ primer op basis van 10-MDP gebruikt worden. Na de primer wordt er in het ideale geval afzonderlijk een solventvrije bonding agent aangebracht en wordt deze vervolgens gepolymeriseerd. Hierna kan het composiet aangebracht worden.

Prof. Dr. Bart Van Meerbeek studeerde aan de KU Leuven in 1988 af als tandarts.
Is nu hoogleraar tandheelkunde aan de KU Leuven en geeft leiding aan de BIOMAT onderzoeksgroep te Leuven. Kijk op: http://med.kuleuven.be/biomat. Hij doet fundamenteel en klinisch onderzoek naar hechting van adhesieve materialen aan gemineraliseerde tandweefsels, glazuur en dentine. Daarnaast is hij algemeen practicus in de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Van zijn hand zijn honderden internationale artikelen verschenen.

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van het congres Frontrestauraties van bureau Kalker.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Restaureren, Thema A-Z

Vitamine C en parodontitis

Dat vitamine C belangrijk is voor de mondgezondheid weten we al vanaf de tijd van de VOC. Wanneer de zeelui voor een lange tijd geen fruit gegeten hadden, ontwikkelden ze scheurbeuk. En ook van necrotiserende parodontitis weten we dat het geretaleerd is aan een tekort van vitamine C.

Verslag van de lezing van parodontoloog in opleiding drs. T.M.H. de Jong tijdens de cursus Paro Update van Quality Practice.

Voeding krijgt de laatste tijd steeds meer aandacht als etiologische factor voor parodontitis en vele onderzoeken hebben een relatie aangetoond tussen vitamine C en parodontitis. Vitamine C is betrokken bij de vorming van collageen en als antioxidant belangrijk voor onze afweer. Het is een essentieel nutriënt omdat mensen het niet zelf kunnen synthetiseren.

Het blijkt dat de plasmawaarde van vitamine C in het bloed lager is bij parodontitis patiënten. Dit fenomeen kan deels worden verklaard door een verminderde inname via de voeding van vitamine C bij parodontitis patiënten. Andere mogelijke verklaringen zouden kunnen zijn: een gereduceerde opname van vitamine C het bloed in vanuit de darmen, een gereduceerde heropname in de nieren of een verhoogd verbruik.

Waarden
Is de hoeveelheid vitamine C in het bloedplasma meer dan 4 mg/L, dan spreekt men van normaal, ligt deze tussen de 2 – 3,9 mg/L, dan is er sprake van een vitamine C tekort en bij een minder dan 2 mg/L is er sprake van deficiëntie. Maar hoeveel vitamine C moet er geconsumeerd worden voor een optimale bloedwaarde?

Verschil in opname vitamine C
Het is aangetoond dat er verschillen bestaan tussen mensen in het opnemen van vitamine C in het bloed, vooral wanneer de inname via voeding laag is. Onderzoeker Levine liet proefpersonen eerst deficiënt worden voor vitamine C en wanneer dit was bereikt gaf hij hun per dag 30 mg vitamine C waardoor de plasmawaarde steeg. Op het moment dat de plasma waarde van vitamine C niet verder steeg, was de ‘plateauwaarde’ bereikt. Daarna verhoogde hij de dosis door 60 mg per dag te geven, totdat een nieuwe plateauwaarde was bereikt. Vervolgens werd dit herhaald met 100, 200 tot zelfs 2500 mg per dag vitamine C, maar boven de 200 mg nam de hoeveelheid vitamine C in het bloed niet veel meer toe. Nu bleek voor sommige mensen 60 mg een bloedwaarde van 10,4 mg/L te geven maar bij anderen kwam de bloedwaarde niet verder dan 2,6 mg/L. Te weinig dus. Pas bij 100 mg steeg iedereen boven de 4mg/L uit, wat betekend dat niemand meer een tekort had aan vitamine C en bij 200 mg per dag hadden alle proefpersonen een plasma waarde van boven de 10 mg/L, de hoeveelheid die nodig is voor optimale functie.

Transport eiwitten
Niet iedereen neemt dus vitamine C even goed op. Mogelijk ligt dat aan een genetische variatie in de transport eiwitten voor Vitamine C, momenteel doet De Jong daar zelf onderzoek naar. De mens heeft twee Natrium-afhankelijke Vitamine C Transport eiwitten, SVCT1 en SVCT2, en die zorgen voor de opname van vitamine C in de cellen. Een variatie in de genen die voor deze eiwitten corresponderen, zou van invloed kunnen zijn op de functie van deze transporteiwitten. Maar omdat men niet weet wie er wel en wie er niet voldoende kan opnemen, kan men het beste van 200 mg vitamine C per dag uitgaan.

Hoeveelheid
Hoe komt men aan 200 mg vitamine C per dag? Dat kan worden bereikt door voldoende groente en fruit te eten, maar de hoeveelheid vitamine C per soort is nogal verschillend. Eet je per dag 2 kiwi’s dan heb je gemiddeld al zo’n 150 mg binnen, maar kiwi’s bevatten dan ook veel vitamine C. Wilt u weten hoeveel vitamine C er in andere soorten fruit en groenten zit en of uzelf wel voldoende binnen krijgt? Kijk dan eens op de site van Nevo Online, en klik op ‘zoek’.


Drs. T.M.H. de Jong studeerde in 2009 af aan het ACTA als tandarts en volgde in het laatste jaar van zijn studie keuzeonderwijs ‘parodontale chirurgie’. Sindsdien is hij werkzaam in de algemene praktijk en daarnaast is hij verbonden aan de sectie parodontologie als docent. Hij geeft onderwijs aan tandheelkunde studenten in zowel het bachelor- als masteronderwijs. Anderhalf jaar geleden is hij begonnen met de opleiding tot parodontoloog en momenteel houdt hij zich vooral bezig met zijn onderzoek naar de relatie tussen vitamine C en parodontitis.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna voor dental INFO i.s.m. T.M.H. de Jong van zijn lezing tijdens de cursus Paro Update van Quality Practice.

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Mondhygiëne, Parodontologie, Thema A-Z

Periodontal Inflamed Surface Area (PISA), parodontitis als ontstekingslast

Wat is ‘Periodontal Inflamed Surface Area’ (PISA)? De relatie parodontitis – diabetes en parodontitis – reumatoïde artritis aangetoond. Verslag van klinische avond. Verslag van de lezing van dr. W. Nesse tijdens de klinische avond Parodontitis en de algemene gezondheid van de Stichting PAOT-NN in samenwerking met het UMCG Wenckebach Instituut.

Wat is ‘Periodontal Inflamed Surface Area’ (PISA)?
Wanneer er naar onderzoeken over parodontitis wordt gekeken, dan blijkt dat er 13 verschillende definities van parodontitis worden gebruikt. Hiervan hanteert geen een van de onderzoeken de hoeveelheid ontstoken weefsel.
PISA staat voor de grootte van de wond in de mond veroorzaakt door parodontitis. Het weerspiegelt de ontstekingslast: hoe groter het wondoppervlak, hoe groter de ontstekingslast. PISA is relatief eenvoudig te berekenen en geeft een beeld van de systemische belasting van parodontitis.

Diabetes
Het hemoglobine A1c gehalte (HbA1c) reflecteert de bloedglucose spiegel over langere tijd. Er is onderzocht of er een relatie is tussen parodontitis en het HbA1c-gehalte in het bloed. Uit een onderzoek, dat is uitgevoerd op Curaçao, is gebleken dat naarmate de PISA-waarde toeneemt, het HbA1c-gehalte hoger is. Er kan dus gesteld worden dat ernstiger parodontitis samenhangt met slechtere bloedsuikerspiegel regulatie bij type 2 diabetes patiënten. De PISA is in een gezonde populatie (dwz mensen zonder diabetes) de enige definitie van parodontitis die het HbA1c-gehalte voorspelt.

Reumatoïde artritis
Reumatoïde artritis (RA) is een auto-immuun aandoening waarvan de oorzaak nog onbekend is. 1-3% van de bevolking heeft RA. De gewrichten zijn bij deze aandoening ontstoken. Het is een systeemziekte: er is sprake van extra-articulaire manifestaties, verminderde levensverwachting en het is invaliderend. Mensen met parodontitis hebben vaker RA en mensen met RA hebben vaker last van parodontitis. Het lijkt zo te zijn dat parodontale behandeling reductie geeft van RA ziekteactiviteit en ernst, maar om hier zeker van te zijn is meer onderzoek nodig.
ACPA (anti-citrullinated protein antibody) is een type auto-antilichaam dat typerend is voor RA. Jaren voordat RA manifesteert, blijkt er al ACPA aanwezig te zijn in het lichaam. Uit onderzoek met muizen is gebleken dat ACPA-transfusies de artritis verergeren. Citrulline is aanwezig in tandvlees bij parodontitis patiënten. Deze eiwitten kunnen dus mogelijk zorgen voor de een auto-antilichamen reactie specifiek voor RA.

Dr. W. Nesse is kaakchirurg in opleiding en werkzaam bij het UMCG, afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie.

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van de klinische avond Parodontitis en de algemene gezondheid, georganiseerd door de Stichting PAOT-NN in samenwerking met het UMCG Wenckebach Instituut.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z

Verzorgenden willen niet tandenpoetsen bij ouderen

Veel verzorgenden vinden mondverzorging bij ouderen onaangenaam werk. Daardoor krijgen ouderen slechtere mondzorg. Dat meldt het Tijdschrift voor Verzorgenden (TvV).

TvV vroeg websitebezoekers welke taak zij ‘het minst fris’ vinden. Uit de poll blijkt dat verzorgenden het meest opzien tegen mondverzorging (25%), gevolgd door verzorging van doorligwonden (10%) en incontinentie (8%).

Weerstand tegen mondverzorging leidt tot ondermaatse mondzorg voor ouderen. Onderzoek onder 1300 Nederlandse ouderen wees uit dat 80% een slechte mondgezondheid heeft.

Bron:
Tijdschrift voor verzorgenden

Lees meer over: Ouderentandheelkunde, Thema A-Z

Duitse gynaecologen informeren zwangeren over cariëspreventie bij kind

Alle zwangere vrouwen in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein krijgen binnenkort van hun gynaecoloog voorlichtingsmateriaal over mondgezondheid bij kinderen, schrijven ÄrzteZeitung en Ärzteblatt.

Met de Kindergebitspas willen gynaecologen zwangere vrouwen aansporen om op hun eigen mondgezondheid en die van hun kind te letten. De pas bevat bijvoorbeeld informatie over mondhygiëne tijdens de zwangerschap. Ook worden ouders voorgelicht over tandenpoetsen bij kinderen, het ontstaan van cariës en gezonde voeding.

Aanstaande moeders worden ook opgeroepen om voor de bevalling op controle te komen. De mondgezondheid van de moeder beïnvloedt namelijk die van het kind na geboorte. Duitse gynaecologen hopen bijvoorbeeld zwangerschapsgingivitis en overdracht van gingivitis naar het ongeboren kind te voorkomen.

Preventie
Volgens de Duitse Tandartsenkamer hebben jonge kinderen steeds vaker cariës door ongezonde voeding en slechte gebitsverzorging. Duitse tandartsen hopen dat ouders door de Kindergebitspas meer gaan letten op preventie van gebitsproblemen.

Ouders krijgen daarom de aanbeveling om regelmatig op controle te komen met hun kind, al vanaf het doorkomen van de eerste tandjes. De tandarts noteert vervolgens de bevindingen tijdens de controle in de Kindergebitspas.

Moederpas
Zwangeren krijgen in Duitsland al een ‘Moederpas’, waarin informatie over de gezondheid van de moeder wordt genoteerd. De Kindergebitspas wordt in Sleeswijk-Holstein nu tegelijk met de Moederpas verstrekt.

Bronnen:
ÄrzteZeitung
Ärzteblatt
Kassenzahnärtzliche Vereinigung Nordrhein

 

Lees meer over: Cariës, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Kanker door slechte mondgezondheid en -hygiëne

Slechte mondhygiëne en verminderde mondgezondheid zijn risicofactoren voor kanker in de mond en keel. Dat blijkt uit een recente studie, meldt Oral Oncology.

Onafhankelijke risicofactoren
Slechte mondverzorging en slechte mondgezondheid verhogen het risico op kanker in de mond of keel. Opvallend is dat deze factoren een rol spelen ongeacht rook- en drinkgedrag en socio-economische status. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 4000 Europeanen.

Mondgezondheid
De onderzoekers interviewden de deelnemers over hun mondgezondheid en mondverzorging. Onregelmatig tandartsbezoek en weinig tandenpoetsen waren indicatoren voor slechte mondverzorging. Een slechte mondgezondheid werd onder andere vastgesteld op basis van tandvleesbloedingen.

Mondwater risicofactor
Mogelijk speelt overmatig gebruik van mondwater ook een rol bij het ontstaan van kanker. De precieze gezondheidsrisico’s van mondwater zijn echter nog onduidelijk.

Bron:
Oral Oncology


Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Mondhygiëne, Thema A-Z
1,3 miljoen Nederlanders bezochten tandprotheticus

1,3 miljoen Nederlanders bezochten tandprotheticus

Ruim 1,3 miljoen Nederlanders bezochten de afgelopen jaren een tandprotheticus. Dit blijkt uit cijfers van het NIVEL. Patiënten zijn tevreden over de zorg van de tandprotheticus en geven hem een 8,2 als cijfer. Met de bekendheid van deze mondzorgprofessional is het minder goed gesteld: de helft van dragers van een kunstgebit weet niets over zijn bestaan.

Bezoek
21% van de Nederlanders ouder dan 18 jaar heeft een tandprothese of kunstgebit. 47% van deze groep bezoekt een tandprotheticus en veel mensen blijven voor controle bij hun tandarts.

Eigen initiatief
Tandprothetici krijgen iets minder dan de helft van hun patiënten via verwijzing door een tandarts. De meeste mensen bezoeken op eigen initiatief een tandprotheticus. De aanleiding voor een bezoek aan de tandprotheticus is het laten aanmeten van een gebitsprothese of kunstgebit. Repatie of aanpassing zijn redenen voor vervolgbezoek. Patiënten bezoeken de tandprotheticus gemiddeld 6,5 keer.

Vaste bezoekers van de tandprotheticus geven hem de voorkeur boven de tandarts vanwege zijn speciale opleiding en wettelijke registratie. 

Het onderzoek is uitgevoerd door het NIVEL, in opdracht van de Organisatie van Nederlandse Tandprotetici (ONT).

Bron:
NIVEL


Lees meer over: Tandprothese | techniek, Thema A-Z
Highly Detailed Red Shopping Tag

Uitgaven tandheelkunde gedaald met 0,9%

De consumentenuitgaven voor mondzorg in tandartspraktijken zijn 0,9% gedaald in 2013, vergeleken met 2012. Dit meldt het CBS. In 2013 werd 2.818 miljoen uitgegeven versus 2.792 miljoen in 2012.

De totale uitgaven aan zorg in Nederland zijn in dezelfde periode met 1,6% gestegen, een groei die lager is dan in voorgaande jaren. Dit komt deels doordat het geneesmiddelengebruik minder hard is gestegen terwijl de gemiddelde prijs van geneesmiddelen verder daalde. Ook daalden tarieven en vergoedingen van zorgdiensten, vooral op het terrein van verzorging en verpleging. De totale uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg bedroegen ruim 94,2 miljard euro.

Uitgaven gezondheidszorg
Tabel van CBS


Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z
overkappingsprothese

Overkappingsprothese op implantaten in de edentate bovenkaak

Voor een overkappingsprothese op implantaten in de bovenkaak is het voldoende om vier implantaten te plaatsen. Verslag van de klinische avond over het onderzoek van dr Slot, de chirurgische procedures voor het plaatsen van implantaten, de vervaardiging van een overkappingsprothese en de digitale stappen.

De klinische avond in het UMCG stond in het teken van de promotie van dr. Slot. Hij deed onderzoek naar de overkappingsprothese op implantaten in de edentate bovenkaak.

Gebrek aan stabiliteit en retentie van de conventionele gebitsprothese kan worden verholpen door het maken van een prothese op implantaten in de bovenkaak. Tevens kan deze behandeling ervoor zorgen dat kokhalsneigingen afnemen, omdat er bij een prothese op implantaten geen gehemelte bedekking is. De klachten van een onvoldoende passende gebitsprothese betreft meestal de onderkaak en minder vaak de bovenkaak.

Consensus
Over de behandeling met implantaten in de edentate onderkaak is wereldwijd inmiddels consensus over de optimale behandeling. Een conventionele gebitsprothese is niet de eerste keus, maar een prothese op implantaten. (McGill consensus statement 2002 en The York consensus) De stabiliteit en retentie van de overkappingsprothese en de patiënttevredenheid kan sterk verbeterd worden door twee implantaten in het interforaminale gebied met een staaf-suprastructuur. Indien er sprake is van een processus mandibularis lager dan 12 mm, drukintolerantie of een gedeeltelijk of volledig betande bovenkaak worden 4 implantaten geplaatst in plaats van 2 implantaten.

Proefschrift
Voor de overkappingsprothese op implantaten in de edentate bovenkaak lijkt ook te gelden dat de stabiliteit en retentie sterk verbeterd kunnen worden. Echter het optimale behandelconcept voor een prothese in de bovenkaak is onbekend. In de wetenschappelijke literatuur staat nog niet beschreven hoeveel en waar de implantaten in de bovenkaak geplaatst moeten worden. Hierover heeft dr. Slot zijn proefschrift geschreven.

In de literatuur is een variatie van 2 tot 8 implantaten voor een overkappingsprothese in de bovenkaak beschreven. Bij 6 of meer implantaten wordt altijd gekozen voor een staaf-suprastructuur. Een overkappingsprothese op 4 (knop of staaf) en 6 (staaf) implantaten is de meest voorkomende behandeling. Bij deze drie behandelopties liggen de succespercentages hoger dan 95% na 1 jaar. Het primaire doel van het promotieonderzoek van dr. Slot was het onderzoeken of een overkappingsprothese op 4 implantaten net zo goed functioneert als een overkappingsprothese op 6 implantaten. Daarnaast werd onderzocht wat de ideale plaats van de implantaten in de bovenkaak was. Implantaten in de frontregio en in de zijdelingse delen werden met elkaar vergeleken.

De chirurgische procedures voor het plaatsen van implantaten in de edentate bovenkaak
Door prof. dr. G.M.G. Raghoebar

Wanneer in een bovenkaak onvoldoende bot aanwezig is voor het plaatsen van de implantaten, kan voor een sinusbodem elevatie een autoloog bottransplantaat worden geoogst uit de mond of uit de crista iliaca (bekken). Bij de onderzoeksgroep met 6 implantaten was een sinusbodem elevatie vaker geïndiceerd, dan bij de onderzoeksgroep met 4 implantaten. Bij een meerwandig botdefect gaat de voorkeur naar autoloog bot. Een behandeling waarbij bot geoogst moet worden uit de crista iliaca geeft altijd nabezwaren. Patiënten wordt verteld dat lopen in de eerste periode na de ingreep lastig gaat. Bij de patiënten uit het onderzoek van dr. Slot duurde het gemiddeld 12 maanden voordat de patiënten de prothese kregen.

Voorkeur
Een sinusbodem elevatie met de open techniek (luik preparatie in de laterale wand van de sinus maxillaris) heeft de voorkeur van prof. dr. Raghoebar. Bij een hoogte van 4 mm of lager van de proc. maxillaris wordt altijd gekozen voor een open benadering. Na 4 maanden worden dan de implantaten geplaatst. Er wordt gekozen voor een augmentatie bij gebrek aan primaire stabiliteit. De ervaring van prof.dr. Raghoubar is dat het implantaat meer primaire stabiliteit heeft door te boren tot een boor kleiner dan wordt aangeven door de fabrikant Bij een smalle bovenkaak treedt vaker labiale implantaat exposure op.

Groot botdefect Autoloog bot
Betrouwbare processes Minder implantaat verlies
Afname morbiditeit Door minder bot uit bekken (crista iliaca)

Vervaardiging van een overkappingsprothese op implantaten
Door prof. dr. H.J.A. Meijer

Om de implantaten voorspelbaar op de juiste posities te plaatsen, is een goede voorbereidende planning met behulp van een boorsjabloon noodzakelijk. In sommige gevallen is een duplicaat van de huidige prothese een zeer goede richtlijn voor het boorsjabloon. Vaak werden 6 implantaten geplaatst in de edentate bovenkaak (regio 13/23, 15/25 en 17/27). Tegenwoordig worden steeds vaker 4 implantaten in de frontregio geplaatst (regio 12/22 en 14/24). Voordeel hiervan is dat er minder morbiditeit is doordat een augementatie vaak niet nodig is. Bovendien zijn de kosten lager.

Vervaardiging
Het vervaardigen van een prothese op implantaten gaat in principe hetzelfde als een conventionele prothese. Aan de hand van foto’s liet prof.dr. Meijer stap-voor-stap zien hoe de overkappingsprothese op implantaten vervaardigd wordt na de osseo-integratieperiode.

Voor de definitieve afdruk worden afdruklepels gemaakt met openingen voor de op de implantaten te bevestigen afdrukstiften. De afdrukstiften dienen boven de afdruklepel uit te komen. De afdruk wordt gemaakt met een stug afdrukmateriaal, zoals impregum. Bij het maken van de afdruk worden de afdrukstiften eerst volledig omspoten. U moet erop letten dat de stiften zichtbaar blijven. Na een volledige uitharding moeten de afdrukstiften namelijk nog worden losgedraaid.
Als de prothese-elementen naar tevredenheid zijn opgesteld wordt digitaal de staaf-hulsmesostructuur ontworpen en vervaardigd. Bij 2-fase implantaten (bone level) moeten eerst abutments geplaatst worden voordat de structuur verschroefd kan worden.

Digitale stappen in de overkappingsprothetiek
Door G. van Dijk

Tegenwoordig zijn er vele digitale mogelijkheden in de tandtechniek. Met name op het gebied van kroon- en brugwerk zijn er veel digitale ontwikkelingen, in mindere mate voor protheses. Volgens tandtechniekspecialist Van Dijk is het in de toekomst mogelijk om een functionele prothese met elementen in de juiste vorm, in de juiste kleur en op de juiste plaats digitaal te kunnen ontwerpen en vervaardigen. Hierdoor kunnen dan ook geen zwarte randen langs de elementen ontstaan, omdat de prothese uit één geheel is gemaakt. Het ontwerpen van de supra- en versterkingsstructuur gebeurt inmiddels al wel geheel digitaal. Het verstevigingsframe wordt in het acryl van de overkappingsprothese geïntegreerd. Hierdoor is het mogelijk een retentiesysteem te maken met weinig breukrisico en minder retentieverlies van de clips. Enkele vraagstukken hierbij zijn of de staafconstructie het beste doorlopend of onderbroken moet zijn. En of er het beste gekozen kan worden voor een U- of ei-vormige staaf. De antwoorden hierop liet Van Dijk in het midden, hierover is nog geen consensus. Tot op heden blijft het digitale occlusie concept lastig.

Resultaten en conclusie
Door dr. J.W.A Slot

Dr. Slot beschreef de uitkomstparameters in zijn proefschrift:de overleving van de implantaten, de overleving van de overkappingsprothese, de plaque-index, de conditie van de peri-implantaire mucosa, de pocketdiepte ter plaatse van de implantaten, de veranderingen in de peri-implantaire bothoogte en de tevredenheid van de patiënten.

Na een functionele periode van 1 jaar was de implantaat overleving:

  • Onderzoeksgroep met 4 implantaten  –   100%
  • Onderzoeksgroep met 6 implantaten  –   99%
  • De peri-implantaire botresorptie bedroeg een kwart millimeter.
  • Er werd weinig plaque waargenomen.

Na een jaar gaven patiënten aan geen last meer te hebben van problemen. De esthetiek was vaak vóór de behandeling ook al goed. De tevredenheid was in beide groepen aanzienlijk verbeterd en er was geen verschil tussen de groepen. Na 1 jaar was het gemiddelde cijfer van de patiëntenenquête van een 4,3 naar een 8,9 gestegen. Uit het onderzoek blijkt dat het plaatsen van 4 implantaten voldoende is voor een functionele prothese. Dr. Slot heeft een voorkeur voor het gebruik van een grote clip voor meer retentie.

Conclusie
Voorts geniet plaatsing van 4 implantaten, waarop een staaf-suprastructuur wordt vervaardigd, de voorkeur boven het plaatsen van 6 implantaten vanuit een perspectief van nabezwaren, prothestische procedure en kosteneffectiviteit.

Sprekers
G. van Dijk
Tandtechnicus, Dijk tandtechnisch laboratorium

Prof. dr. H. J.A. Meijer
Tandarts, centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde UMCG

Prof. dr. G.M. G. Raghoebar
Kaakchirurg, afdeling Mondziekten, Kaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde UMCG

Dr. J.W.A. Slot
tandarts implantoloog, centrum voor Tandheelkunde
en Mondzorgkunde UMCG

Verslag door Joanne de Roos voor dental INFO van de de klinische avond van Het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde UMCG in samenwerking met de afdeling Mondziekten, Kaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde, de Postgraduate School of Medicine van het Wenckebach Instituut en de Stichting PAOT-NN.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Onderzoek, Tandprothese | techniek, Thema A-Z