Succes van niet-chirurgische parodontale behandelmethode

Een tandartspraktijk die gecertificeerd is moet monitoren op zijn primaire processen om te kijken of vooraf gestelde doelen behaald worden. In de Paro Praktijk Utrecht werd als gewenst einddoel van de actieve niet-chirurgische parodontale therapie gesteld dat na behandeling de pocketdiepte ≤ 5 mm moest zijn om van succes te spreken. Er is in een periode van 3 jaar bijgehouden of dit eindresultaat ook werd behaald. In dit retrospectieve onderzoek werden 1182 patiënten geïncludeerd wat het de grootste studie in zijn soort maakt. De onderzoeksresultaten zijn onlangs gepubliceerd in de International Journal of Dental Hygiene.

Parodontale therapie

Het doel van parodontale therapie is om het gebit te behouden, te verbeteren en onderhouden. Professionele supra- en subgingivale gebitsreiniging in combinatie met instructie en begeleiding in het verbeteren van zelfzorg is een effectieve manier om mensen met parodontitis te behandelen. De gebitsreiniging werd met ultrasone scalers uitgevoerd en in sommige gevallen ondersteund met handinstrumenten. Antibiotica werd voorgeschreven op aangeven van de behandelend parodontoloog.

Onderzoek

Het gebit van elke patiënt werd eerst uitgebreid onderzocht, waarna de niet-chirurgische parodontale therapie werd gestart. Elke patiënt kreeg twee tot vijf behandelsessies van een uur, waarin supra- en subgingivale gebitsreiniging van alle tanden en kiezen werd uitgevoerd. Na 6 weken werd een tussentijdse beoordeling gedaan. De evaluatie werd drie maanden hierna gepland om de uiteindelijke metingen te nemen. Patiënt gerelateerde factoren werden meegenomen zoals rookgewoontes, ernst van de aandoening op baseline, gebitselement type, furcatie-aandoeningen en endodontische behandelingen.

Succes bij ongeveer een derde van de patiënten

Als de definitie voor een succesvolle behandeling is dat de diepte van de pockets ≤5 mm is na de behandeling werd in 39% van de patiënten succes behaald. De resultaten bleken afhankelijk van welk type gebitselement werden behandeld. Bij voortanden was het succes 85%, bij premolaren 78% en bij molaren 47%. Voor molaren was de aanwezigheid van een furcatie-probleem een belangrijke factor om niet succesvol te zijn. Ook de ernst van de aandoening bij intake (pockets ≥9mm of ≥50% botafbraak) hadden een negatief effect op succes. Rokers reageerden ook minder goed op behandeling.

Nieuwe classificatie

In de nieuwe classificatie van de Europese Federatie voor Parodontologie (EFP) wordt als succes criterium een pocketdiepte van ≤4mm en ≤10% bloeding voorgesteld. Als het criterium van ≤10% bloeding bovenop het criterium uit deze studie (≤5mm) wordt gelegd dan zou slechts in 19% van de gevallen succes zijn verkregen. De auteurs waarschuwen er dan ook voor dat de criteria die worden voorgesteld door de EFP kunnen leiden tot overbehandeling.

Praktische implicatie

Het succes van actieve niet-chirurgische parodontale therapie is vooral bij molaren beperkt waarbij furcatie problemen een negatieve rol spelen. De behandelaar dient hier rekening mee te houden als hij een inschatting maakt van de prognose. Patiënten moeten verder gestimuleerd worden om te stoppen met roken.

Bron:
International Journal of Dental Hygiene
Onderzoekers: Van der Weijden GA, Dekkers GJ, Slot DE.

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z/