rontgen-vk

Digitale röntgen meeste gebruikte technologie op tandheelkundige scholen

Digitale röntgen afbeeldingen is de meeste gebruikte technologie in tandheelkundige opleidingen. CAD/CAM en lasers zijn de minst gebruikte technologieën. Dit blijkt uit onderzoek, gepubliceerd in de Journal of Dental Education, waar de onderzoekers beargumenteren dat studenten constant met nieuwe technologieën moeten werken voor een succesvolle carrière in de tandheelkunde.

Onderzoek

33 decanen van tandheelkundige opleidingen hebben een survey ingevuld waarin zij moesten aangeven van welke technologieën de studenten gebruik maken. Op basis hiervan blijkt dat als veel tandartspraktijken een technologie adopteren, deze ook geïmplementeerd wordt in het curriculum van de tandheelkundige opleidingen. Omdat studenten zo meer in aanraking komen met de huidige technologieën heeft dat ook positieve invloed op de verdere verloop van hun carrière.

Uitdaging

Eén van de grootste uitdaging bij het implementeren van een nieuwe technologie op de scholen is om de hele faculteit hierop voor te bereiden. Zo moeten de opleiders getraind worden in het gebruik van techniek en de bijhorende leermethoden. Daarnaast moet ook de huidige lesinhoud worden aangepast zodat studenten bekend raken met de technologie en deze ook leren te gebruiken.

Bron:

DrBicuspid.com
J Dent Educ, March 2015, Vol. 79:3, pp. 259-264

 

 

Lees meer over: Actueel, Kennis, Onderzoek, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
rontgenstraling

Diagnostiek met straling, 2D en 3D beeldvorming

Radiologie
Röntgendiagnostiek kan op veel gebieden in de tandheelkunde van toegevoegde waarde zijn. Hierbij is het heel belangrijk dat er een goede klinische rechtvaardiging is waarbij voor- en nadelen van de röntgenopname worden afgewogen. Tevens dient bij iedere opname het ALARA-principe te worden toegepast. Rechtvaardiging en diagnostiek op de opname(n) dient altijd in het dossier van de patiënt te worden genoteerd.

Bitewing- en periapicale opnames
Met de bitewing en peri-apicale opname kan er een hoogwaardig röntgenbeeld worden verkregen van een of meerdere gebitselementen. De detailweergave van intraorale opnamen is veel beter dan van panorama opnamen. Afhankelijk van de diagnostische vraagstelling kan er met digitale opnamen gevarieerd worden in contrast. Bijvoorbeeld voor parodontale diagnostiek heeft de foto minder contrast nodig dan bij endodontische diagnostiek. De zichtbaarheid van de interdentale botseptum verminderd bij een hoog contrast. Een intraorale opname heeft gemiddeld een dosis van 4 microsievert.

Cariologie
Bitewing opnames zijn aan te bevelen voor aanvullende informatie bij cariësdiagnostiek. Hoe vaak er een opname gemaakt moet worden, is afhankelijk van het cariësrisico. De Europese richtlijn voor het veilig gebruik van röntgenstraling in de tandartspraktijk geeft aan dat bij een hoog cariësrisico bij jeugd en volwassenen er elke 6 maand een bitewing opname gemaakt kan worden. Bij een gemiddeld cariësrisico is het interval voor beide groepen 12 maanden. Indien het risico laag is dan geldt een interval van 12-18 maanden voor het melkgebit, 24 maand voor het blijvend gebit bij de jeugd en bij volwassenen mag dit langer zijn dan 24 maand (dit moet echter wel onderbouwd en genoteerd worden in de behandelkaart).

Parodontale diagnostiek
Ook zijn bitewing opnames aan te bevelen voor parodontale diagnostiek. Voor parodontale diagnostiek geldt dat een peri-apicale opname minder gunstig is in verband met de inschietrichting waardoor het botniveau minder goed te beoordelen is omdat het vertekend wordt weergegeven (gunstiger dan de werkelijke ligging). Bij gemeten pocketdieptes vanaf 6 mm. dienen verticale bitewings te worden gemaakt zodat het botniveau nog steeds goed weergegeven wordt. Dit zijn dan twee verticale bitewings per zijde. Panorama opnames geven te weinig details weer en ook de inschietrichting is niet goed voor parodontale diagnostiek.

Panorama opname
Er moet geconcludeerd worden dat de panorama opname over het algemeen overgewaardeerd is en te veel gemaakt wordt. Voor een panormaopname is, net als voor alle andere opnamen, een goede klinische rechtvaardiging nodig. Screening door middel van een panorama-opname is verboden. De rechtvaardiging van de opname moet in het dossier van de patiënt worden genoteerd evenals alle diagnostische bevindingen, gerelateerd aan de klinische vraagstelling, maar ook de toevalsbevindingen.
Vanuit het perspectief van ALARA zou, indien een panoramische opname gerechtvaardigd is, overwogen moeten worden of de vraagstelling met een gedeeltelijke opname kan worden beantwoord. Indien het antwoord hierop positief is, dan dient de opname van een beperkt gebied te worden gemaakt (instelling toestel).
De stralingsdosis van een panoramaopname is 15-20 microsievert.

Conebeam CT: 3e dimensie
Wanneer er gekozen wordt om een Conebeam CT te maken dan moet dit goed onderbouwd zijn. Een patiënt wordt namelijk blootgesteld aan een veel hogere dosis ( 100-500 micro sievert).

ALARA
ALARA staat voor As Low As Reasonably Achievable. Ook het rechthoekige veld bij intraorale opnamen is sinds 2012 verplicht om teveel en onnodige blootstelling aan straling te voorkomen.
ALADA staat voor As Low As Diagnostically Acceptable en is een medische variant op ALARA. Dit houdt het volgende in:
– Kies de juiste, meest geschikte, opname voor de diagnostische vraagstelling.
– Maak gebruik van een correcte opnametechniek.
– Stem de dosis en belichtingstijd af op de diagnostische vraagstelling (bijvoorbeeld: voor het diagnosticeren van een agenesie is minder dosis nodig dan voor endodontische diagnostiek).
– Maak gebruik van collimatie (evenwijdige stralenbundel) en afscherming. Bijkomende voordelen hiervan zijn een beperktere verantwoordelijkheid en minder verslaglegging.

Dr. Erwin Berkhout
Erwin Berkhout (1974) behaalde zijn tandartsdiploma in 1998, promoveerde in de tandheelkundige radiologie in 2007 en voltooide in 2009 de opleiding tot stralingsdeskundige niveau 3. Momenteel is hij hoofd van de sectie Tandheelkundige Radiologie van ACTA en houdt zich daar bezig met onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg. Tevens voert hij in Loosdrecht een algemene tandartspraktijk.

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van dr. Erwin Berkhout tijdens het congres Diagnostiek van Bureau Kalker.
Jun 2015

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Gebruik van een Cone Beam CT-scan en OPG bij verwijdering van de derde molaren

Verslag van de lezing van kaakchirurg Baucke van der Minnen over het gebruik van cone beam CT-scan (CBCT) en een orthopantomogram (OPG) bij de verwijdering van derde molaren.

Het probleem van de derde molaar is dat er in de evolutie steeds minder ruimte is ontstaan in de kaak terwijl het aantal gebitselementen niet is afgenomen. Hierdoor kan de derde molaar vaak niet volledig tot eruptie komen. Het is de vraag wat momenteel de indicatie is voor verwijdering van de derde molaar en wanneer daarbij een CBCT-scan nuttig kan zijn in aanvulling op het OPG.

Op 20 jarige leeftijd breekt 28% van de derde molaren door. Tussen 20 en 26 jaar breekt nog 17% extra door en bij mensen ouder dan 26 jaar breekt nog 4% van de derde molaren extra door. Dit betekent dat als na de 26-jarige leeftijd de M3 niet doorgebroken is, er maar een hele kleine kans is dat de molaar alsnog doorbreekt.

Redenen om de derde molaar niet te verwijderen

  • Als de molaar volledig door bot bedekt is.
  • Als de molaar functioneel is.
  • Als de molaar kan dienen als toekomstige brug- of framepijler.
  • Als crowding de enige reden voor verwijdering is. Er is geen evidence dat na verwijdering van een M3 de crowding opgeheven wordt.

Wat te doen bij een klachtenvrije sondeerbare M3?
De vraag is of een klachtenvrije sondeerbare M3 ter preventie verwijderd moet worden of niet. Het blijkt – uit een daling in het aantal preventief verwijderde M3’s in Engeland – dat indien je een klachtenvrije sondeerbare M3 niet verwijdert, er soms klachten door ontstaan en dat het aantal geëxtraheerde M3’s in totaal weer op het zelfde aantal uitkomt als voor het intreden van de daling. Een klachtenvrije M3 is dan ook niet hetzelfde als een niet pathologische M3! Tevens bleek dat bij verwijdering van een M3 tussen 25 en 30 jaar er meer nabezwaren waren en het advies is dan ook om een M3 bij voorkeur te verwijderen voor het 25e levensjaar.

Relatie met de nervus alveolaris inferior
Op een OPG is de relatie van de nervus alveolaris inferior en de radix van de M3 redelijk goed te beoordelen. Er zijn drie situaties waarbij een relatie zeer waarschijnlijk is. Dit zijn:

  • Een uitbochting van de nervus op de plek van de apex van de M3.
  • Indien de nervus over de radix heen geprojecteerd is en deze duidelijk radiolucenter is dan de radix zelf.
  • Indien de wortelpunten in de nervus steken en de cortex van de canalis mandibularis niet door lijkt te lopen tussen de wortels in.

Wanneer is een CBCT nuttig?
Een CBCT is alleen dan nuttig als de uitkomst je behandelplan zou kunnen veranderen. Een studie laat zien dat slechts in 12% van de gevallen het behandelplan wijzigt als routinematig een CBCT wordt gemaakt. Indien er maar één behandeloptie is, heeft een CBCT geen toegevoegde waarde voor de beslissing een derde molaar te verwijderen of te laten zitten. Een CBCT kan wel nuttig zijn voor de planning van de ingreep.
Om een CBCT goed af te kunnen lezen moet niet alleen in de sagittale, coronale en horizontale vlakken gekeken worden, maar ook in de lengterichting van de nervus. In deze lengterichting moet dan de dwarsdoorsnede ter plaatse van de M3 worden bekeken, zodat een getrouwe weergave verkregen wordt van de plaats van de nervus ten opzichte van de apex.

Indien er een duidelijke relatie met de nervus bestaat, kan een coronectomie overwogen worden om de nervus te sparen. Bij een coronectomie dient al het glazuur verwijderd te worden en de wortel mag hierbij niet geluxeerd worden. In de literatuur zijn geen aanwijzingen te vinden dat een coronectomie meer nabezwaren oplevert dan volledig extractie. In de praktijk wordt dit door de spreker betwijfeld, overigens zonder dat dit in het UMCG onderzocht is.

Wat zijn de voorwaarden voor een coronectomie?

  • De M3 dient vitaal te zijn en er is een indicatie voor verwijdering.
  • Bij het volledig verwijderen is er een hoger risico voor beschadiging van de nervus.
  • De patiënt is niet medisch gecompromitteerd.
  • De patiënt dient altijd goed geïnformeerd te worden, dat een coronectomie geen wondermiddel is en er altijd een risico bestaat dat de radices toch nog verwijderd moeten worden of dat de radices gaan migreren.

Aandachtspunten bij wel of niet preventief verwijderen M3

Een OPG is in de meeste gevallen voldoende om een goede inschatting te maken voor het risico op nervus beschadiging.

  • Er zijn richtlijnen opgesteld om de standaard verwijdering van de M3 te voorkomen.
  • Klachtenvrij is niet gelijk aan geen pathologie. Hier ligt de rol van de tandarts. Deze moet beslissen of er sprake is van pathologie of niet.Aandachtspunten bij de CBCT
  • Een CBCT geeft minder straling dan een CT.
  • De uitkomst van een CBCT beïnvloedt de chirurgische planning, maar vooralsnog is er niet aangetoond dat verwijdering van een M3 met behulp van 3D beeldvorming minder kans geeft op nervusschade.
  • Baucke van der Minnen studeerde geneeskunde in Groningen. In 2000 werkte hij als basisarts in het Wilhelmina Ziekenhuis te Assen. In 2001 begon hij aan de studie tandheelkunde in
    Groningen, welke in 2005 werd afgerond. In 2006 promoveerde hij op onderzoek naar de mogelijke toepassingen en het biologisch gedrag van een biodegradeerbaar polyurethaan schuim. De opleiding tot kaakchirurg (2005-2010) volgde hij in het UMCG en het Medisch Centrum Leeuwarden. Na afronden van de opleiding bleef hij als kaakchirurg aan het UMCG verbonden, met als aandachtsgebieden de aangezichtstraumatologie en de implantologie.

    Verslag door Carina Boven, tandarts en onderzoeker UMCG, voor dental INFO van de klinische avond Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Wenckebach Instituut.
Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Tooth on white

3D-beelden helpen cariës te begrijpen

Wetenschappers in Londen onderzoeken door middel van 3D foto’s welke veranderingen er in de dichtheid en structuur van een tand plaatsvinden tijdens een tandziekte. Hiermee hopen ze de oorzaken van tandziektes te achterhalen.

Straling
Op de School of Dentistry aan de Queen Mary Universiteit in Londen worden de nieuwste technieken gebruikt om tandziektes verder te onderzoeken. Hiervoor wordt een geëxtraheerde tand op een draaiplateau gezet waarna het van alle kanten gefotografeerd wordt met een röntgenapparaat. De teruggekaatste straling wordt door een andere camera opgevangen. De opgevangen straling wordt vervolgens omgevormd waardoor de verschillende delen van de tand onderscheiden kunnen worden.

De informatie die hieruit afgeleid kan worden over de samenstelling van de tand is van groot belang voor het begrijpen en verder onderzoeken van tandziektes.

Bron: ZWP online

Lees meer over: Cariës, Mondhygiëne, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Promotie: beperkingen bij bepalen botkwaliteit met CBCT-scan

De beeldtechniek van een Cone Beam Computed Tomography (CBCT) ̶ meer specifiek de Accuitomo 170 en NewTom 5G CBCT scanners ̶  is (nog) niet geschikt voor de evaluatie van botdichtheid bij het plaatsen van implantaten. Dit concludeert Azin Parsa van het ACTA in zijn promotieonderzoek. Reden hiervoor is dat de plaats van het object in de scanner tijdens het scannen en de keuze van de scaninstellingen invloed hebben op de CBCT grijswaarden. Daarnaast is er verschil tussen uitkomsten van scanners van verschillende fabrikanten, meldt het ACTA.

Stabiel
Het is van belang dat een implantaat direct na het plaatsen stabiel is voor een betere hechting van het bot en daarmee het resultaat op lange termijn. De botkwaliteit van de kaak is een van de belangrijkste factoren voor deze stabiliteit. De onderzoeker bekeek daarom de mogelijkheden voor beoordeling van de botkwaliteit met een CBCT scan vóór de plaatsing van implantaten.

Promotie
Datum: 7 oktober 2014, 11.45 uur
Locatie: Auditorium van de Vrije Universiteit, de De Boelelaan 1105, Amsterdam
Titel promotie: Application of cone beam computed tomography in bone quality assessment prior to implant placement
Spreker: Azin Parsa
Promotor: prof. dr. P.F. van der Stelt, copromotor: dr. B.A. Hassan

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Röntgenapparatuur in uw praktijk: de do’s en dont’s

Hoe gaat u veilig om met Röntgenstraling in uw praktijk? En wie mag een Röntgenfoto indiceren? Erwin Berkhout en Reinier Hoogeveen spraken over radiologie voor tandartsen en mondhygiënisten.

Een verslag van de lezing van Quality Practice ‘Radiologie: straling, diagnostiek en verantwoordelijkheden’ door Reinier Hoogeveen en Erwin Berkhout.

Historie
Slechts enkele maanden na de ontdekking van Röntgenstraling maakte tandarts dr. Otto Walkhoff al de eerste Röntgenfoto’s van zijn eigen gebit. De eerste opname, die wat weg had van een bitewingopname, had een belichtingstijd van 25 minuten. De foto was van slechte kwaliteit: slechts de contouren van gebitselementen waren zichtbaar.

Tegen 1920 werden al vrij goede opnames van het gebit gemaakt, maar de belichtingstijd was nog lang; zo’n twee minuten. Terwijl de belichtingstijd verder afnam, bleef de behandelaar nog steeds bij de patiënt staan tijdens de opname. Diverse tandheelkundigen hebben waarschijnlijk daardoor tumoren opgelopen. Er moesten zelfs vingers afgezet worden. In 1930 werd werken met Röntgenstraling veiliger doordat er een kap kwam om het Röntgentoestel. Later werd er geëxperimenteerd met de lengte en de vorm van de tubus op het toestel. Met een rechthoekige tubus werd het bestraalde oppervlak maar net iets groter dan de Röntgenfilm en werd de dosis voor de patient ten opzichte van een ronde tubus smet meer dan 40% gereduceerd.

Wat is Röntgenstraling?
Röntgenstraling behoort tot het elektromagnetische spectrum (EM-spectrum) waarbij ook ultraviolette straling, zichtbaar licht en radiogolven behoren. Het verschil met de twee laatstgenoemde stralingstypen is dat Röntgenstraling in staat is tot het ioniseren van lichaamsatomen en daardoor behoort tot de subgroep van ioniserende straling binnen het EM-spectrum .

Röntgenstraling wordt in een toestel opgewekt, maar vele andere soorten ioniserende straling komen van nature in ons leefmilieu voor. Het betreft dan kosmische straling uit het heelal en radioactieve isotopen in de aardkorst, bouwmaterialen en in voedsel. Daardoor zit straling ook in het menselijk lichaam. Door deze natuurlijk stralingsbronnen loopt iedere Nederlander ongeveer 2,4 millieSievert straling per jaar op.

Veel straling in de tandartspraktijk?
De stralingsdosis voor de patient in de tandartspraktijk bij het maken van een Röntgenopname is niet overdreven groot. Een bitewing geeft een stralingsbelasting van vier microSievert (0,004 milliSievert). Echter, een panoramaopname geeft een stralingsrisico van 16-20 microSievert en een Cone Beam CT scan 100-250 microSievert. Ter vergelijking: bij een vliegreis naar bijvoorbeeld Ibiza loopt men 10 microSievert op.

Digitaal Röntgenapparaat
Tegenwoordig heeft bijna elke tandartspraktijk een digitaal Röntgensysteem. Eén van de verkoopargumenten was en is soms nog steeds de lagere dosis voor de patiënt ten opzichte van film. Onderzoek heeft echter aangetoond dat doordat er meer opnamen worden (over)gemaakt en doordat film al vele jaren nagenoeg even gevoelig is als digitale systemen voor straling, er geen sprake is van dosisreductie door gebruik van digitale Röntgensystemen in plaats van film.

Een belangrijke manier om de dosis te beperken is het gebruik van instelapparatuur. Hierdoor worden er minder fouten in de opnametechniek gemaakt waardoor er minder foto’s hoeven worden overgemaakt. Speciaal bij digitale sensoren ‘’aan een snoertje’’ is het gebruik van instelapparatuur sterk aan te bevelen omdat deze sensoren door hun dikte over het algemeen lastiger goed in de mond te positioneren zijn.

Een andere makkelijke manier van dosisreductie bij digitale systemen is het juiste gebruik van de timer van het Röntgentoestel. Het blijkt dat in veel praktijken de timer standaard op één belichtingsstijd staat ingesteld, Als daarmee de foto’s van de molaren goed lukken dan kan er bij premolaar- en frontopnamen makkelijk 2 tot 3 keer zo kort worden belicht. “In het onderfront kan de belichtingstijd dan vaak terug naar 0,06 seconde”, zei Hoogeveen.

Tips voor panoramaopnamen
Tegenwoordig worden er regelmatig orthopantomogrammen (OPT’s, ook wel panoramaopnamen) gemaakt. “Te vaak naar mijn zin”, vertelde Hoogeveen. “Er is namelijk vaak toch weer een aanvullende solo-opname nodig, omdat een OPG minder goed in detail is. Cariësdiagnostiek op een panoramaopname is bijvoorbeeld sterk inferieur aan bitewings .”

Hoogeveen gaf verschillende tips voor goede panoramaopnamen. Hij benadrukte dat het heel belangrijk is om goed op te letten of er end-to-end wordt dichtgebeten, want anders worden de voortanden niet scherp afgebeeld. Verder dient de tong tegen het gehemelte gehouden te worden, anders ontstaat er een soort luchtbel die als een zwarte vlek over de wortels van de bovenelementen op de foto verschijnt. Daardoor wordt de foto moeilijker te beoordelen. Nog een hele goede tip van Hoogeveen was om het panorama-apparaat in te stellen op ‘kinderstand’. Hierbij worden de kaakgewrichten niet afgebeeld. Als er geen klinische reden is om de kaakgewrichten af te beelden dan moet dat ook vooral niet worden gedaan. “Dit reduceert de dosisstraling met 30%. Is de foto niet superscherp nodig? Stel hem dan in op high speed. Dan is er bij elkaar zelfs 65% stralingsreductie!”

Berkhout liet nog een panoramaopname zien waarop de hele kaak gegolfd was weergegeven. “Wat is hier gebeurd?”, vroeg hij ons. “Was er een aardbeving? Nee, dit is het gevolg van niet goed opletten van degene die de foto maakte. U heeft de plicht om uw patiënt goed in de gaten te houden; staat hij wel stil? Zo niet, dan laat u de timerknop los en stopt u de opname, zodat u de patiënt meer op zijn gemak kan stellen. Zeker bij kinderen dient hieraan speciale aandacht te worden besteed.”

Indicaties voor CBCT
Met de Cone Beam CT-scan kan een 3D-Röntgenopname gemaakt worden. Daarvoor zijn maar weinig indicaties. Een CBCT wordt het meest bij de planning voor implantaten gebruikt en soms ook voor endodontische problemen. CBCT kent een voor de tandheelkunde hoge stralingsdosis en er is verplicht aanvullende scholing voor gebruik nodig. De indicatiestelling luistert nauw.

Röntgenindicatie door mondhygiënisten
Hoewel alleen artsen Röntgenfoto’s mogen indiceren, blijkt uit vragen die Berkhout aan de zaal stelt en die middels stemkastjes door de aanwezigen worden beantwoord dat 36 % van de aanwezige mondhygiënisten ook zelf Röntgenopnamen bij patiënten indiceren. Berkhout vindt dit schokkend. Als een mondhygiënist een foto wil maken, dan zal de tandarts daarvoor eerst toestemming moeten geven. Ook een mondhygiënist met een stralingsopleiding, bijvoorbeeld stralingsdeskundigheid 5AM mag geen indicatie geven voor Röntgenfoto’s.

Een foto indiceren mag enkel na klinische inspectie. Dan volgt er een afweging van het diagnostische of therapeutische effect tegen de schade die de blootstelling aan Röntgen kan veroorzaken bij de patiënt. “Je moet van te voren precies weten waar je naar gaat kijken. Dus niet: we zien wel wat er te voorschijn komt”, zei Berkhout. Rekening houdend met doeltreffendheid, de voordelen en de risico’s van alternatieve technieken, neemt de tandarts uiteindelijk het besluit voor indicatie.

De mondhygiënisten in de zaal vonden deze regeling voor indicaties niet prettig. “We vragen soms foto’s op of vragen er een te maken, maar we krijgen dan óf verkeerde foto’s opgestuurd óf geen reactie!” Berkhout antwoordde: “Dan moet je zorgen dat de tandarts naar je luistert en je serieus neemt.” De toehoorders betwijfelden of dit zou werken.

Draagbare Röntgenapparatuur en stralingsbescherming
Tegenwoordig bestaan er ook draagbare Röntgentoestellen. Een nadeel daarvan is dat de bescherming tegen straling bij verschillende typen onvoldoende is. De behandelaar moet het apparaat blijven vasthouden, staat dicht bij de patiënt en er is een langere belichtingstijd nodig. Hoogeveen vertelt dat draagbare Röntgenapparatuur wellicht gebruikt kan worden bij niet-mobiele patiënten. “Het is uiteraard niet de bedoeling om het apparaat even mee te nemen naar de wachtkamer en er daar op los te flitsen!” In de Praktijkrichtlijn Radiologie van het NMT worden deze toestellen dan ook ontraden voor de tandartspraktijk. Dat advies wordt ook gegeven door de Europese vereniging voor Tandheelkundige Radiologie en het Europese overlegorgaan van Stralingsexperts.

Reinier Hoogeveen
Reinier Hoogeveen werkte van 1984 tot 1994 als tandarts. Sinds 1994 is hij werkzaam in de orthodontie. In 2004 is hij een orthodontiepraktijk gestart. Reinier Hoogeveen is voorzitter van de OVAP (Orthodontische Vereniging van Algemeen Practici). Verder is hij lid van de ANT (Associatie Nederlandse Tandartsen) en NVOS (Nederlandse Vereniging voor Orthodontische Studie). Sinds mei 2011 is hij verbonden als docent aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) afdeling Radiologie.

Erwin Berkhout
Erwin Berkhout (1974) studeerde af als tandarts in 1998, promoveerde in 2007 op het onderwerp ‘digitale radiologie’ en voltooide in 2009 de opleiding tot stralingsdeskundige niveau 3.

Hij is hoofd van de sectie tandheelkundige radiologie van ACTA en houdt zich daar bezig met onderwijs aan studenten tandheelkunde, mondzorgkunde en radiologisch laboranten en post-academisch onderwijs. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de sectie radiodiagnostische rapporten bij ConebeamCT scans. Ook voert hij in Loosdrecht een algemene tandartspraktijk.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de cursus van Quality Practice, Radiologie: straling, diagnostiek en verantwoordelijkheden.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

VGT start portal Stralingsbescherming

De Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche (VGT) start met een portal Stralingsbescherming voor ondersteuning van praktijken bij de implementatie van de nieuwe wetgeving in het kader van het Besluit Stralingsbescherming.

RI&E en beoordeling
Deze portal zal worden uitgebreid met alle aspecten die in de wetswijziging aan de orde komen, inclusief een op maat gemaakte RI&E en een beoordeling hiervan door een wettelijk geregistreerde coördinerend deskundige niveau 2. Op deze wijze kan de VGT iedere individuele praktijk snel en tegen lage kosten op het vereiste wettelijke niveau brengen. Ook krijgen praktijkhouders veel beter toegang tot alle vereiste gegevens en kunnen toekomstige wijzigingen in de praktijksituatie veel sneller en beter worden doorgevoerd.

Fase I
De eerste fase van deze portal (de praktijk-, persoons- en toestelgegevens) is al opgeleverd. Deelnemers aan het huidige VGT KEW-systeem (de bekende gele map) hebben inmiddels vrijwel allemaal hun emailadres kenbaar gemaakt, nodig voor de inlogprocedure in het systeem.

Andere portals
Op termijn zal de VGT meer relevante gegevens in portals gaan onderbrengen en aanbieden. Zo staat voor het tweede kwartaal van 2014 een portal voor producten met gevaarlijke stoffen op stapel, waarin onder meer de gegevens van veiligheidsinformatiebladen omgezet worden in een hanteerbaar register met ook weer een individuele risicobeoordeling per praktijk.

Lees meer over: Kennis, Kwaliteit, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

3D-foto’s maken met een smartphone

Met een speciale app en een smartphone kunnen gebruikers sinds kort eenvoudig 3D-modellen van objecten maken, meldt ETHZ. Mogelijk kan de app voor 3D-foto’s ook gebruikt worden in de tandheelkunde.

Eenvoudig
Om een 3D-scan te maken beweegt de gebruiker de smartphone om het object. Op het scherm is direct te zien hoe het 3D-model wordt opgebouwd. Ontbrekende stukken kunnen meteen worden aangevuld door de smartphone er over te bewegen.

3D-printen
Door de komst van de app wordt het maken van 3D-modellen veel eenvoudiger. De app maakt niet alleen een driedimensionaal beeld, maar neemt ook de exacte afmetingen van het object over. Vervolgens kan het 3D-model direct verzonden worden naar een 3D-printer. Daardoor zou de fabricatie van bijvoorbeeld implantaten kunnen vereenvoudigen.

Bron:
ETHZ

Lees meer over: Actueel, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Praktijkhygiëne en stralingsbescherming: grote gevolgen bij niet aanpassen kleine mankementen

‘High trust, high penalty’ is in relatie met de IGZ-controles een veelgehoorde kreet in de tandheelkundige branche. Kleine mankementen behoeven kleine aanpassingen. Als deze aanpassingen echter niet gedaan worden, kan dat grote gevolgen hebben.

Verslag van de lezing van Ed Kolsteeg, secretaris en bestuurslid van de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche), tijdens het ANT congres Wet- en regelgeving en kwaliteit in de tandartspraktijk.

Richtlijnen, besluiten en wetten
Op verschillende niveaus zijn er regels waar men zich aan dient te houden. In eerste instantie bestaan er richtlijnen, ontwikkeld door de beroepsgroep en goedgekeurd door de Werkgroep Infectie Preventie (WIP). Hierbij geldt: pas toe of leg uit. Afwijken mag, mits goed onderbouwd waarom een afwijking wenselijk is. Daarnaast zijn er besluiten, die een meer dwingend karakter hebben. Tot slot de meest dwingende regelgeving: de wetten, waaraan iedereen gebonden is en die iedereen geacht wordt te kennen.

Tekortkomingen
Er zijn een aantal belangrijke, veelvoorkomende tekortkomingen op het gebied van praktijkhygiëne en stralingshygiëne, zo blijkt uit de openbare onderzoeksrapporten van de IGZ. De praktijkhygiëne is in het geding indien er bijvoorbeeld onvoldoende hoekstukken in de praktijk zijn, er geen thermodesinfector aanwezig is, er kranen en pompjes met handbediening zijn, desinfecterende middelen verkeerd gebruikt worden of indien er producten over de expiratiedatum zijn. Er kunnen vraagtekens gezet worden bij de stralingshygiëne indien het KEW-dossier ontbreekt of incompleet is, het deskundigheidsbewijs ontbreekt of degene met het deskundigheidsbewijs niet aanwezig is of indien er geen onderhoudsgegevens zijn van de röntgentoestellen. Over het algemeen ontbreken goede werkprotocollen in bovenstaande situaties, zodat er niet goed over zaken is nagedacht of het totaal van handelingen niet goed op elkaar aansluit. Zodra door meerdere tekortkomingen de volksgezondheid in gevaar komt, kan de IGZ een praktijk zelfs sluiten.

Richtlijn Praktijkhygiëne
De Richtlijn Praktijkhygiëne ziet toe op een verantwoorde uitvoering van hygiënische maatregelen in de tandartspraktijk. In deze richtlijn worden de persoonlijke hygiëne van de tandarts en medewerkers in de praktijk en de risico’s die worden gelopen tengevolge van door bloed of speeksel overdraagbare en andere besmettelijke ziekten besproken. Veel aandacht wordt besteed aan de reiniging, sterilisatie en desinfectie van het tandheelkundig instrumentarium en apparatuur om infecties bij patiënten te voorkomen. Ook het reinigen en de eventuele desinfectie van de werkruimte wordt behandeld.

Besluit Stralingsbescherming
Het Besluit Stralingsbescherming, gebaseerd op de Kernenergiewet, draagt zorg voor een juiste stralingshygiëne door middel van het op juiste wijze gebruiken van röntgentoestellen in de tandheelkundige sector. Kernpunt van de regelgeving is dat op iedere locatie waar röntgenapparatuur in gebruik is, de verantwoordelijke persoon (meestal de tandarts) verplicht is een inventarisatie van de risico’s in de vorm van een risicoanalyse uit te voeren.

De tandarts is verplicht om het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable) toe te passen waar dat mogelijk is. Uit de risicoanalyse in de vorm van een meetrapport komt naar voren of er wel of geen aanvullende beschermende maatregelen genomen moeten worden en deze risicoanalyse moet schriftelijk worden vastgelegd in een KEW-dossier (Kernenergiewetdossier). In dit dossier moeten ook zaken als onderhoud, personele instructies, waarschuwingssignalering etc. schriftelijk worden vastgelegd en actueel gehouden worden.

Kwaliteitszorg
Kwaliteitszorg bestaat uit een aantal stappen. Het is belangrijk om te zeggen wat je doet en dit vervolgens controleerbaar te maken. Dit kan door middel van een protocol. Daarna is het belangrijk om te doen wat je zegt, zoals dit staat omschreven in het protocol. Ook dit moet te controleren en zo nodig aan te passen zijn. Omdat protocollen aan verandering onderhevig zijn, zal dit stappenplan ook een continu proces blijven. Protocollen zorgen voor aantoonbaar handelen, een makkelijke toetsing en zijn een goede reminder voor werknemers. Met inachtneming van de voorschriften is zelf te bepalen wat de inhoud en omvang van een protocol wordt.

Wet- en regelgeving
De wet- en regelgeving blijft veranderen en praktijken blijven hier dan ook mee te maken houden. Protocollen dragen bij aan kwaliteitszorg. Een verzorgde praktijk geeft rust en kwaliteitszorg levert altijd geld op!

Ed Kolsteeg is secretaris en bestuurslid van de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche)

Verslag door Vera Markus voor dental INFO van het ANT-congres Wet- en regelgeving en kwaliteit in de tandartspraktijk

Lees meer over: Kennis, Kwaliteit, Praktijkhygiëne, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Rechtvaardiging en ALARA bij röntgenfoto’s

In tegenstelling tot veel andere vormen van diagnostiek heeft röntgendiagnostiek een potentieel negatief effect voor de patiënt. Dat stralingsrisico moet opwegen tegen de positieve effecten van röntgenonderzoek, namelijk het diagnosticeren van de aan- of afwezigheid van cariës, paroproblemen of andere pathologie. Waar moet u op letten?

Verslag van de lezing van dr. Erwin Berkhout, tandarts en staflid van de afdeling tandheelkundige radiologie van ACTA, tijdens het NVT-congres Het Gat.

Wanneer een foto?
De rechtvaardiging voor het maken van een röntgenfoto kan uitsluitend worden verkregen door eerst klinisch onderzoek te doen. Het klinisch mondonderzoek kan een vraag opleveren die aanvullende diagnostiek nodig maakt. Als daarbij alle niet of minder schadelijke varianten zijn overwogen, komt ook röntgendiagnostiek in beeld. In de tandheelkundige radiologie zijn de Europese richtlijnen voor het gebruik van röntgenstraling in de tandartspraktijk uit 2004 het handvat voor een juiste rechtvaardiging van röntgenfoto’s.

Bij het gebruik van röntgenstraling dient de tandarts het ALARA (As Low As Reasonably Achievable) principe te volgen. Dus de toegepaste dosis zo laag als redelijkerwijs mogelijk houden. Een voorbeeld van het werken volgens het ALARA principe is het gebruik van een rechthoekig diafragma waarbij de veldgrootte niet veel groter is dan de afmetingen van de sensor of fosforplaat.

Eerste keuze
Bitewings en periapicale (solo)opnamen zijn volgens de Europese richtlijnen de eerste keuze. Voor panoramaopnamen bestaat slechts een beperkte rechtvaardiging. Dit heeft onder andere te maken met de slechte zichtbaarheid van veel voorkomende aandoeningen (cariës, parodontale problemen, periapicale problemen) op panorama opnamen en onder andere daardoor het risico op fout-negatieve diagnoses en fout-positieve diagnoses. Het maken van panorama opnamen voor screenings doeleinden (bijvoorbeeld bij iedere nieuwe patiënt, eens in de zoveel jaar, bij iedere patiënt van een bepaalde leeftijd, standaard in de weekenddienst) heeft geen toegevoegde waarde voor de patiëntenpopulatie en is daarom verboden.

Duidelijker
Bitewings en periapicale opnamen geven meestal een duidelijker beeld dan panorama opnamen door minder vertekening en overlapping van structuren. En zelfs dan wordt slechts 65% van de aanwezige dentine cariës op een bitewing ook daadwerkelijk gevonden. En 2% van de op de bitewing gevonden dentinelaesies blijkt in werkelijkheid een fout-positieve bevinding. Een goede diagnose vloeit dus voort uit een combinatie van het klinische beeld samen met de röntgenfoto en eventuele andere aanvullende diagnostiek.

Berkhout laat een aantal OPG’s met grote gaten zien en daarbij geeft hij aan dat tandartsen hier toch verschillende conclusies uit trekken en dus verschillende beslissingen over kunnen nemen.

Erwin Berkhout (1974) studeerde af als tandarts in 1998. Sinds 2004 heeft hij een tandartspraktijk in Loosdrecht.
Daarnaast werkt hij bij de afdeling tandheelkundige radiologie van ACTA als universitair docent. Erwin promoveerde in 2007 en voltooide in 2009 de opleiding tot stralingsdeskundige niveau 3. Op ACTA houdt hij zich bezig met onderwijs aan studenten tandheelkunde, mondzorgkunde en radiologisch laboranten en verzorgt hij radiodiagnostische rapporten. Hij is actief lid van de internationale en de Europese wetenschappelijke vereniging voor dentomaxillofaciale radiologie.

Meer verslagen 
In uw praktijk ziet u een grote verscheidenheid aan gaten. Gaten in het melkgebit, een gat naast een restauratie, een gat in de processus, gaten in de tandenrij, discussies over gaten kunnen alle kanten op. Afhankelijk van uw preventief beleid, uw conserverende blik, uw restauratieve, prothetische, orthodontische, implantologische en/of chirurgische inzichten is er voor elk gat wel een oplossing. 

Lees de andere verslagen van het NVT-congres Het Gat.

Bron: Verslag door dental INFO van de lezing van dr. Erwin Berkhout tijdens het NVT-congres Het Gat.


Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Vergelijken van 3D- met 2D-beelden in de orthodontie niet nauwkeurig

Cone Beam Computed Tomography (CBCT) is een röntgentechniek die 15 jaar geleden werd geintroduceerd binnen de orthodontie. Een CBCT-scanner kan, door rond het hoofd van de patient te draaien, een gedetailleerde driedimensionale afbeelding van het hoofd maken.

CBCT heeft door een lagere stralingsbelasting de diagnostische mogelijkheden verruimd. Voor longitudinale studies is het essentieel te weten of de 3D-data van een CBCT te vergelijken zijn met oudere 2D-roentgenopnamen. Tevens is het belangrijk voor toepassing van CBCT evidence-based richtlijnen te ontwikkelen.

Niet nauwkeurig
Om 2D- met 3D-beelden te vergelijken, is een laterale 2D-projectie (naar de zijkant) van het 3D-volume noodzakelijk. Een nauwkeurige vergelijking van 2D-modellen met 3D-volume blijkt echter niet mogelijk, zo toont Olivier van Vlijmen aan. 

CBCT binnen orthodontie
Olivier van Vlijmen deed daarnaast literatuuronderzoek om te bekijken in hoeverre er wetenschappelijk bewijs is voor het gebruik van CBCT binnen de orthodontie. Hieruit blijkt dat CBCT alleen een toegevoegde waarde heeft voor het bestuderen van de luchtweg. Vervolgonderzoek naar de invloed van CBCT op orthodontische diagnostiek is wenselijk.

Promotie
Vrijdag 11 januari 2013, 12.00 uur
Locatie: Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, Faculteit Faculteit der Medische Wetenschappen, UMC St Radboud.
Promovendus: de heer drs. O.J.C. van Vlijmen
Promotors: prof. dr. A.M. Kuijpers-Jagtman, prof. dr. S.J. Berge

Olivier van Vlijmen (Nijmegen, 1980) studeerde Tandheelkunde in Nijmegen. Hij verrichtte bovenstaand promotieonderzoek op de afdelingen Tandheelkunde en Mond-Kaak-Aangezichtschirurgie van het UMC St Radboud, binnen het onderzoeksinstituut Nijmegen Centre for Evidence Based Practice. Hij specialiseerde zich tot orthodontist en is werkzaam in diverse praktijken. Binnen enkele jaren wil hij zijn eigen orthodontistenpraktijk in de omgeving Nijmegen openen.

Bron:
UMC St Radboud Nijmegen

Jan 2013

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Orthodontie, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
relatie-patient

Rontgenfoto’s van het gebit kunnen risico op osteoporose vroegtijdig signaleren

Tandartsen van de Manchester University ontwikkelden een technologie – genaamd Osteodent – waarmee het risico op osteoporose in een zeer vroeg stadium kan worden gesignaleerd via röntgenfoto’s van het gebit. Dit meldt de Engelse Daily Mail.

Osteoporose, ook wel aangeduid als botontkalking, is een aandoening waarbij het bot langzaamaan steeds meer mineralen verliest en poreus wordt. Polsen en heupen breken daardoor sneller en wervels kunnen inzakken.

Via reguliere röntgenfoto’s
Tot nu toe was er geen manier om te voorspellen of iemand risico loopt op het ontwikkelen van osteoporose. De diagnose kon alleen worden gesteld na een botbreuk. De Britse studie laat zien dat verslechtering van de botstructuur in de kaak – te zien op reguliere röntgenfoto’s van het gebit – kan aangeven of de botstructuur in andere delen van het lichaam ook verslechtert.

Software
De onderzoekers analyseerden 5.000 röntgenfoto’s van patiënten tussen de 15 en 94 jaar. Aan de hand van de studieresultaten ontwikkelden zij software waarmee het risico op osteoporose kan worden ingeschat zodat patiënten kunnen worden doorverwezen naar een specialist indien nodig.

‘Tandartsen hebben een unieke positie voor het uitvoeren van deze service doordat zij patiënten regelmatig zien en röntgenfoto’s van het gebit maken’, zegt Hugh Devlin, professor restauratieve tandheelkunde van de universiteit van Manchester en co-ontwikkelaar van  deze nieuwe techniek.

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Consultatie herziene Richtlijn Tandheelkundige Radiologie

De NMT heeft de Richtlijn Tandheelkundige Radiologie herzien en roept tandartsen op deze te becommentariëren.

De herziene richtlijn geeft aanbevelingen over het gebruik van röntgenstraling voor het afbeelden van structuren in het hoofd-halsgebied en het interpreteren van deze beelden ten behoeve van een tandheelkundige klinische vraagstelling.

In deze herziene richtlijn is aandacht besteed aan de thema’s bevoegdheid, deskundigheidseisen en delegeren van het maken van röntgenopnames aan andere zorgverleners. Gezien de veranderingen in de beschikbaarheid van apparatuur is er een ConeBeam-paragraaf toegevoegd. Om de goede werking van de röntgenapparatuur te borgen wordt er in de richtlijn tevens ingegaan op het technisch onderhoud aan röntgen- (en gerelateerde) apparatuur en de keuring van röntgenapparatuur.

Uw opmerkingen over de conceptrichtlijn kunt u uiterlijk 16 juli 2012 insturen.

Bron:
NMT

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Gouden combinatie: Cone Beam CT en microscopie

Minimaal invasief werken? Dr. Paul Lambrechts heeft de sleutel met de combinatie van Cone Beam CT en microscopie.

De combinatie maakt het traceren van complexe wortelkanaalanatomiën voorspelbaarder en de behandeling ervan controleerbaar. In zijn voordracht tijdens het congres van de Nederlands Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde leidde Lambrechts verschillende klinische cases in en besprak de indicatiestelling voor de Cone Beam CT.

Stralenbelasting
Iedere discipline binnen de tandheelkunde kan baat hebben bij de Cone Beam CT. De 3Dscan kan opnames maken van 360 graden. Hij kan echter ook 180 graden ingesteld worden, wat zorgt voor minder stralenbelasting. De stralenbelasting van een opname komt overeen met drie dagen kosmische straling als men gewoon rondwandelt.

Prognose
De opname laat heel goed het parodontaal ligament zien, de limina dura, de pulpa en ook de weke weefsels kunnen in detail worden bekeken. Men kan veel beter een prognose stellen: alle structuren zijn te zien. Men kan bijvoorbeeld zien hoeveel bot er is, waar het foramen zit en tot waar een resorptie exact gaat.

Pulpastenen
Lambrechts eerste casus ging over een element waar hij het crackedtooth syndroom bij vermoedde. Er werd een CBCT-scan gemaakt, waardoor hij snel alle 7 (!) kanalen wist te vinden. Bij pulpastenen is het ook zeer handig: men weet dan van tevoren waar die precies zitten. Men weet hierdoor precies tot waar geboord moet worden. De pulpasteen kan vrijgelegd worden en vervolgens kan het steen met ultrasoon worden weggehaald. Het voordeel van ultrasoon is dat de preparatie niet wijder wordt; het is dus minimaal invasief.

Dens invaginatus
Bij dens invaginatus kunnen zich erg lelijke apicale ontstekingen voordoen. Ook hier kan de CT worden gebruikt om de invaginatie te lokaliseren. Daardoor kan men goed het pad van de diamantboor bepalen. Door de CT-opname in sagitale richting kan ook heel nauwkeurig en snel de lengte worden bepaald.

Externe resorptie
“Wat is dit?” De zaal riep massaal: “Pinkspot!” “Dus?” “Externe resorptie!” Interne resorptie kan ontstaan zijn tijdens de orthodontische behandeling, zei Lambrechts voorzichtig. Het zou wel eens een controversiële opvatting kunnen zijn. Door de behandeling ontstond er een cementumdefect. Mondhygiëne is erg moeilijk bij brackets. “Er kwam wat tandsteen et voila, een porte d’entree!” Zo ontstond de externe cervicale resorptie en hierin ontstaat osteodentine. De congresbezoekers werden verwend met een prachtig plaatje hiervan.

Voor de behandeling wordt de gingiva verlaagd naar de porte d’entree. Dan kan in de tand worden gecuretteerd en kan ook de sonicsys worden gebruikt. Vervolgens wordt er dan gespoeld met natriumhypochloriet en wordt er goed afgedicht.

De volgende mooie beelden waren van een mid apicale split bij een onderpremolaar: het kanaalverloop is hierbij op het einde gesplitst. Bij vijlen druk je de bacteriën in de anastomoses. Dus werd er aangeraden om de bacteriën te verwijderen met de ultrasoon. De bacteriën komen dan als een melkachtige substantie tevoorschijn. Het is ook niet enkel met spoelen weg.
Bij follow-up na het vervaardigen van een endo kan men de beelden van de CT mooi naast elkaar leggen.

Er waren nog veel meer casussen met geweldige beelden. Maar deze zijn met geen pen te beschrijven!

Door: Lieneke Steverink-Jorna
Bron: Verslag van het congres TeamApproach van de NVVRT, 2012

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
camera - foto

Alleen een foto als het echt nodig is

Röntgendiagnostiek is essentieel in de tandartspraktijk. Maar de straling kan ook schadelijk zijn. Wat mag en moet u, als het gaat om het maken van röntgenopnamen?

Een dag zonder röntgen is een dag niet geleefd, vat prof. dr. Paul van der Stelt het belang van röntgendiagnostiek voor de tandartspraktijk samen. Van der Stelt (sectie Orale en maxillofaciale radiologie van de ACTA) sprak op het congres Veiligheid en regelgeving in de tandheelkundige praktijk’.

Dosis en effect
11% van de straling die we gemiddeld jaarlijks ontvangen is afkomstig van röntgendiagnostiek”, legde Van der Stelt zijn gehoor uit. Hoewel 36% van het medische röntgenonderzoek bij de tandarts plaatsvindt, kan slechts 1% va de straling op het conto van de tandheelkunde worden geschreven.

Een groot deel van de straling gaat dwars door de patiënt heen en veroorzaakt geen schade. Een deel van de fotonen veroorzaakt echter schade aan het DNA. Een deel daarvan wordt door het lichaam weer hersteld, maar een ander deel is blijvend.
Ook lage doses, zoals gebruikelijk in de tandheelkunde, kunnen schadelijke effecten teweegbrengen. Het gaat dan vooral om effecten die op langere termijn (na 10 tot 25 jaar) tot uiting komen als tumoren en leukemie.
Dat betekent dus dat bij dit soort lage doses de kans op een effect weliswaar beperkt is, maar dat het effect, als het tot uiting komt, altijd dezelfde ernst heeft, onafhankelijk van de oorspronkelijke dosis.

Het is nog niet exact bekend hoe groot de relatieve kans is op een nadelig effect bij lage doses. Daarom wordt veiligheidshalve een lineaire dosis-effect relatie aangehouden. De aanname is dus dat ook een lage dosis kans geeft op een effect. Daarom moet de dosis zo laag mogelijk worden gehouden.

Besluit Stralingsbescherming
Richtlijnen en regels zijn te vinden in het Besluit Stralingsbescherming (BS) van 2002. In het BS is geregeld wie er bevoegd zijn om röntgenopnamen te maken. In 2012 komt daarop een aanvulling, waarin ook rekening wordt gehouden met nieuwe opnametechnieken, zoals Cone Beam CT. Dit gaat effect hebben op uw praktijkvoering, voorziet van der Stelt.

De uitgangspunten van het veilig gebruik van röntgenstraling in het BS zijn gebaseerd op de principes die zijn geformuleerd door de International Commission on Radiological Protection (ICRP): rechtvaardiging, ALARA en dosislimieten.

Rechtvaardiging
Er moet een medische reden zijn om een opname te maken. Daartoe kan dus alleen worden besloten na klinische inspectie. De tandarts is de enige die de indicatie en de rechtvaardiging kan geven. Deze moeten bovendien worden toegelicht in het patiëntendossier, evenals een verklaring van het resultaat van de opnamen. Houdt u er rekening mee dat een panoramafoto maar een beperkt toepassingsgebied heeft.

Het maken van de opnamen kan alleen aan een assistent worden gedelegeerd indien deze een erkende opleiding daarvoor heeft gevolgd. De instructies aan deze persoon moeten schriftelijk worden vastgelegd.

ALARA
Bij het maken van opnamen moet de dosis As Low As Reasonably Achievable (ALARA) zijn. Dat betekent dus dat de hoeveelheid belastende röntgenstraling zo laag als redelijkerwijs uitvoerbaar is’ , moet zijn zijn. Het besluit Stralingsbescherming geeft geen exacte richtlijnen, maar stelt dat u moet handelen naar geldend inzicht. Dit betekent dat u voor zover nodig afschermingsmaatregelen moet treffen, de patiënt een loodkraag of -schild kunt (laten) dragen, gevoelige films moet gebruiken of digitaal werken, en een rechthoekig diafragma moet toepassen.

Wat er verder wordt verwacht volgens “geldend inzicht” is onder andere te vinden in de NMT Praktijkrichtlijn Radiologie en de European guidelines on radiation protection in dental radiology

Dosislimieten
Voor werknemers gelden dosislimieten. U dient daar zo ver mogelijk onder te blijven. De meeste praktijken zullen kunnen aantonen dat de straling onder 1 milliSievert per jaar blijft. In dat geval behoeven uw werknemers geen dosimeter te dragen.

Erkenning als deskundige
Heeft u een röntgenapparaat in uw praktijk, dan moet u kunnen aantonen dat u stralingsdeskundige op niveau 5A/M bent. U moet dus kennis over de eigenschappen van straling hebben en medisch gezien het maken van röntgenopnamen kunnen rechtvaardigen. Bovendien dient u uw tandartsbul te hebben om de rechtvaardiging en interpretatie van de opnamen te kunnen uitvoeren, en uw deskundigheid door bijscholing up-to-date te houden.

KEW-dossier
U bent verplicht een kernenergiewet-dossier samen te stellen. Belangrijkste onderdeel daarvan is de risicoanalyse. U moet daarvoor de stralingsbelasting op de omgeving (laten) meten of berekenen: op de werkplekken, op de gang, in de wachtkamer en op de straat voor uw praktijk. Met de juiste software is dit volgens Van der Stelt adequaat zelf te doen. Het röntgentoestel moet ook gemeld worden (indien het < 100 kV is; anders is vergunning nodig) bij het Agentschap-NL.

Bekijk het VGT-overzicht van de wettelijk verplichte inhoud van een KEW-dossier.

Bron:
Verslag door dental INFO, tijdens het congres Veiligheid en Regelgeving in de tandheelkundige praktijk, georganiseerd door Dental Best Practice, 25 november 2011, RAI Amsterdam

Prof. dr. Paul van der Stelt studeerde af als tandarts bij de Vrije Universiteit in 1974. Hij promoveerde in 1979 op een onderzoek naar de herkenning van peri-apicale botresorptie op röntgenopnamen. Vanaf 1978 is hij actief in onderzoek op het gebied van digitale radiologie. In 2000 resulteerde dit erin dat ACTA als eerste tandheelkundige opleiding in de wereld volledig overging op digitale opnametechnieken. In 1984/85 bracht hij een sabattical door in de Verenigde Staten aan de National Institutes of Health. In 1986 werd hij benoemd tot hoogleraar Orale en Maxillofaciale Radiologie bij ACTA.

Apr 2012


Download brochure vgt-inhoud-kew-dossier-2011.pdf
Lees meer over: Congresverslagen, Diagnostiek, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Röntgenfoto’s schieten tekort bij diagnosticeren cariës bij kleuters

Rontgenfoto kan breukrisico voorspellen

De botstructuur van de onderkaak kan het risico op botbreuken in andere delen van het lichaam voorspellen. Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Gotenburg.

Het is mogelijk tandheelkundige röntgenopnamen te gebruiken om de botstructuur van de onderkaak te onderzoeken, stellen de onderzoekers in het blad Nature Reviews Endocrinology.

Voor de Zweedse studie werden gegevens en foto’s gebruikt uit een bevolkingsonderzoek onder 731 vrouwen in Gotenburg. Dit onderzoek loopt sinds 1968 en biedt daarmee unieke informatie.

Ook mannen
Uit onderzoek van tandheelkundige röntgenopnamen in 1968 en 1980 bleek dat één op de vijf vrouwen tussen de 38 en 54 jaar een zwakke botstructuur had. Afgezet tegen de daaropvolgende botbreuken, bleek dit resultaat een goede indicator voor een relatief groter risico op breuken in andere delen van het lichaam.
Hoe ouder de vrouw, hoe sterker de relatie bleek te zijn tussen een zwakke botstructuur in de kaak en de incidentie van breuken.

De onderzoekers denken dat de resultaten uit de studie ook van toepassing zijn op mannen.

Patiënten herkennen
Grethe Jonasson, onderzoeker van de openbare tandheelkundige dienst in Västra Götaland, die de studie initiëerde: “Tandheelkundige röntgenopnamen bevatten veel informatie over botstructuur. Door deze te analyseren, kunnen tandartsen patiënten met een hoger breukrisico herkennen voordat de eerste fractuur zich aandient.”

Bron:
Dentistry

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Dossier, map

VGT verzorgt nu ook KEW-dossier voor rontgentoestellen van 100kV of meer

Tandartsen en/of praktijkhouders kunnen nu ook bij de leden van de VGT terecht voor de risico-inventarisatie – en in het verlengde daarvan het KEW-dossier – voor röntgentoestellen van 100 kiloVolt (kV) of meer.

Aanvraag via VGT-leden
Omdat deze toestellen vergunningsplichtig zijn, in tegenstelling tot toestellen onder de 100kV die alleen maar meldingsplichtig zijn, kon de VGT praktijken waar een toestel van 100kV of meer aanwezig was tot op heden niet voorzien van een KEW-dossier.
Daar is nu verandering in gekomen. Ook praktijken waar één of meer vergunningsplichtige toestellen aanwezig zijn, kunnen nu via een lid van de VGT een aanvraag voor een KEW-dossier indienen.

Vergunning erbij doen
Bij de aanvraag voor een KEW-dossier moet dan wel een (kopie van) de vergunning worden gedaan. Zonder vergunning is het niet mogelijk een KEW-dossier voor een vergunningsplichtig toestel op te maken.

Toestel opnemen in software
Om een risico-inventarisatie en een KEW-dossier te kunnen maken, dient het toestel wel eerst opgenomen te worden in de VGT software voor de risico-analyse. En om dit te kunnen doen, moet er dus eerst een zogenaamde ‘nulmeting’ op het toestel worden gedaan, anders kunnen er geen gegevens in de software ondergebracht worden.

Bij de VGT vindt momenteel een inventarisatie plaats van de toestellen van (meer dan) 100 kV die binnenkort in de software opgenomen moeten worden om de risico-analyse te kunnen maken.

Bron:
VGT

Lees meer over: Ondernemen, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
radiologie

Wie mag rontgenfoto’s maken?

Er blijkt nog steeds verwarring te bestaan over het onderwerp ‘stralingsdeskundigheid’. Wie mag röntgenfoto’s maken?

In iedere praktijk waar röntgenopnamen gemaakt worden, dient tenminste één persoon met stralingsdeskundigheid 5 A/M (fysiek) in de praktijk aanwezig te zijn. Deze deskundigheid dient aantoonbaar te zijn door middel van een kopie van het deskundigheidsdiploma, dus niet op basis van jaar van afstuderen. Deze kopie van het deskundigheidsbewijs dient in het VGT/RTD KEW-dossier te zitten (onder bijlage F).

Aanwezigheid tandarts met 5A/M
Het is dus niet zo dat alle tandartsen die in de praktijk werkzaam zijn allemaal de deskundigheid 5 A/M moeten hebben. Er dient tenminste één tandarts met 5 A/M (fysiek) aanwezig te zijn als er röntgenopnamen worden gemaakt. Die is dan ook verantwoordelijk voor het juiste gebruik van deze röntgentoestellen. Evenwel, als deze deskundige op vakantie gaat, ontstaat er dus een probleem want dan is het maken van röntgenopnamen niet toegestaan. Immers, er is op dat moment geen deskundigheid in huis.

Beschikt een tandarts niet over het certificaat stralingshygiëne dan is hij of zij niet zelfstandig bevoegd en zal voor iedere opname officieel toestemming vragen aan een tandarts die wel beschikt over een geldig certificaat. Ook mag een tandarts die geen certificaat heeft, het maken van opnamen niet delegeren aan bijvoorbeeld een assistente.

Deskundigheidsdiploma
Een tandarts is pas stralingsdeskundige 5 A/M als hij/zij dat kan aantonen met een (kopie van een) deskundigheidsdiploma. Er is nog steeds heel veel verwarring over wanneer deze deskundigheid onderdeel is geworden van het curriculum. Verschillende faculteiten geven daar verschillende gegevens over af. Zo zou dat bij ACTA en de KUN-Nijmegen vanaf 1995 het geval zijn, maar bijvoorbeeld in RUG-Groningen konden tandartsen tot 2003 kiezen of zij deze deskundigheid wilden opnemen in hun studiepakket.

Op cursus
Hoe het ook zij, als een tandarts deze deskundigheid niet kan aantonen omdat de opleiding hiertoe nooit is gevolgd of omdat de faculteit de verklaring hierover niet (meer) kan verstrekken, dan moet de tandarts op cursus voor het verkrijgen van deze deskundigheid, ongeacht of deze – misschien wel / misschien niet – in de opleiding is gegeven. Het criterium is dus de aantoonbaarheid, niet de afstudeerdatum.

In het laatste NT (nummer 7) staat het op bladzijde 6 toch weer net even wat anders, maar het bovenstaande is de werkelijke situatie. Het ‘automatisme’ wat in dit artikel genoemd wordt bestaat niet.

Buitenlandse tandartsen
Voor buitenlandse tandartsen die hun buitenlandse verklaring van deskundigheid gelijkgesteld willen krijgen aan een Nederlandse deskundigheid.

Dus : niet aantoonbaar deskundig = geen deskundigheid!

Bron:
VGT

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Rontgenfoto's mondzorg

Check geldigheid buitenlands diploma voor gebruik röntgentoestel

In het kader van de deskundigheidsvereisten voor het mogen gebruiken van röntgentoestellen kunnen tandartsen met een buitenlands stralingsdiploma deze checken op geldigheid via het ministerie van SZW.

Hoe checkt u de geldigheid?
Buitenlandse stralingsdiploma’s kunnen ter gelijkstelling aan een Nederlands 5A/M diploma voorgelegd worden aan:

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
De heer P. Schuurmann
T: 070-3335269
E: pschuurmann@minszw.nl

De heer Schuurmann is beleidsmedewerker bij SZW en bekijkt, in overleg met het ministerie van VWS, of het buitenlandse diploma gelijkgesteld kan worden met het Nederlandse diploma. Als dat zo is dan is de tandarts bevoegd voor het mogen gebruiken van röntgentoestellen.

Geen risico-analyse
De tandarts mag in een dergelijk geval niet zelf een risico-analyse opstellen en zelf een KEW-dossier aanmaken, want dat deel van de 5A/M opleiding valt niet binnen de gelijkstelling. De tandarts kan natuurlijk ook de Nederlandse 5A/M (dag)cursus gewoon volgen, zodat er geen diplomavergelijking noodzakelijk is.

Bron:
www.vgt.nl

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z