Rontgen

Regelgeving stralingsbescherming tandartsen: wat er is veranderd

Per 6 februari 2018 is de regelgeving op het gebied van stralingsbescherming veranderd. Vanaf die datum is het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van kracht, dat in de plaats is gekomen van het Besluit bestralingsbescherming. Wat er is veranderd voor tandartspraktijken, wordt hier voor u op een rijtje gezet. Met inhoudslijst voor KEW-dossier.

Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs) is gebaseerd op  de Euratom ‘’Basic Safety Standards’’ richtlijn van de Europese Unie, dat er voor zorgt dat voor de hele Europese Unie dezelfde eisen voor stralingsbescherming gelden. Het is van toepassing op iedereen die te maken heeft met risico’s van ioniserende straling: werknemers, patiënten en bevolking. Ten opzichte van het oude besluit zijn er voor de Nederlandse situatie, en specifiek de regels die van toepassing zijn op de tandheelkundige praktijk, niet heel veel wijzigingen ten opzichte van het voorgaande Besluit Stralingsbescherming. Toch zijn er met de invoering van het Bbs enkele zaken enigszins aangepast en per 6 febrauri geëffectueerd.

Registratieplicht

In het Bbs is een registratieplicht opgenomen voor röntgentoestellen. Deze vervangt de meldingsplicht uit het oude besluit. De registratie verloopt via de website van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Alle toestellen, dus ook de reeds gemelde röntgentoestellen, dienen (opnieuw) te worden geregistreerd. Hierbij geldt een overgangstermijn van twee jaar: de nieuwe registratie moet voor 6 februari 2020 zijn aangevraagd.

Conebeam CT toestellen

Alle Conebeam CT toestellen zijn vanaf 6 februari 2018 vergunningplichtig. Voorheen gold dat alleen voor toestellen met een hoogspanning boven 100 kiloVolt, maar per 6 februari vallen moet dus voor  conebeam CT toestellen een vergunning worden aangevraagd, ook voor de toestellen die onder het oude besluit gemeld werden. Als een praktijk over een Conebeam CT toestel beschikt en hiervoor dus een vergunning moet aanvragen, dan vallen alle andere toestellen uit de praktijk ook onder die vergunning. Ook hierbij geldt een overgangstermijn van twee jaar. Als u al een vergunning heeft, hoeft u niets te doen.

Toezichthoudend Medewerker Stralingsdeskundige

De tandarts of specialist is Toezichthoudend Medewerker Stralingsbescherming (TMS). Deze moet de opleiding TMS voor tandheelkunde (basisniveau) volgen. De overheid heeft er voor gekozen om de stralingsopleidingen voor beroepsbeoefenaars niet meer generiek te laten zijn, maar specifiek gericht op de toepassingen binnen het vakgebied. Zo zijn er aparte eindtermen gedefinieerd voor diverse beroepsgroepen, waaronder bijvoorbeeld tandartsen, dierenartsen en radiologisch laboranten.   Voor tandartsen die de generieke 5A/m en 4A/m opleidingen hebben afgerond geldt dat hun deskundigheid geldig blijft.

De TMS is verantwoordelijk voor het uitvoeren van of toezichthouden op de stralingshandelingen en moet er voor zorgen dat de protocollen en procedures bekend zijn en gevolgd worden. Ook moet hij er zorg voor dragen dat de medewerkers opgeleid dan wel bij- of nageschoold worden en dat de prestatietesten en controles jaarlijks worden uitgevoerd. Nieuw is dat bij de prestatietesten ook de lekstraling gemeten moet worden en dat de organisatie die kwaliteitscontroles en onderhoud uitvoert daarvoor een vergunning moet hebben.

De TMS moet samenwerken met de stralingsbeschermingsdeskundige.

Stralingsbeschermingsdeskundige

De Stralingsbeschermingsdeskundige (voorheen Stralingsdeskundige niveau 2 en 3) maakt, controleert en accordeert de stralingsrisicoanalyse. Dit hoeft niet jaarlijks te gebeuren. Als er geen veranderingen zijn, is het eens per vijf jaar opnieuw beoordelen voldoende. Wel jaarlijks moet hij de prestatietesten checken.

Bij- en nascholing

Tandartsen en medewerkers die met röntgenapparatuur werken moeten minimaal eens in de vijf jaar aan bij- of nascholing doen. Deze nascholing hoeft niet per se over stralingshygiëne te gaan, over radiologie, waarbij rechtvaardiging van röntgendiagnostiek en ALARA een belangrijk thema zijn in de nascholing, mag ook. Ook voor medewerkers die onder toezicht röntgenfoto’s maken is de nascholing verplicht. Bewijzen van de gevolgde nascholing moeten worden gedocumenteerd in het KEW-dossier

Scholing Conebeam CT toestel

Gebruikers van een Conebeam CT toestel zijn verplicht de opleiding TMS voor tandheelkunde (Conebeam CT) te volgen (de vroegere 4A/m opleiding). Waarschijnlijk komt er een verplichte driejaarlijkse nascholing. Voor verwijzende tandartsen komt er een beperkt scholing.

Patiëntinformatie

De tandarts of MKA-chirurg die een röntgenopname indiceert, is verantwoordelijk voor de diagnostiek. In geval van verwijzing dient de verwijzend tandarts voor voldoende informatie te zorgen. In het dossier van de patiënt (en/of in de verslagbrief) moet de reden (rechtvaardiging) van de opname opgenomen worden. Daarnaast moeten de diagnostische bevindingen, inclusief de relevante toevalsbevindingen, vermeld worden en wie de opname heeft gemaakt.

Inhoud KEW-dossier

Het KEW-dossier bevat alle documenten die betrekking hebben op de röntgenapparatuur en de uitvoering van de stralingshandelingen (het maken van de röntgenopnamen). Het KEW-dossier hoeft niet in een portal geplaatst te zijn; het mag ook op papier of digitaal in de praktijk aanwezig zijn.

Het dossier bevat:

  • certificaat dat de deskundigheid van de Toezichthoudend Medewerker Stralingsbescherming (TMS) aangeeft; deze deskundigheid heeft in de loop der jaren verschillende namen gehad, waarvan de stralingsdeskundigheid niveau 5A/m de bekendste is;
  • in geval van gebruik van een Cone Beam CT toestel: het certificaat dat aangeeft dat de verantwoordelijk TMS specifiek op deze stralingstoepassing in de tandheelkunde geschoold is;
  • de namen van de behandelend tandartsen die medische verantwoordelijkheid dragen voor radiologische verrichtingen (ANVS verordening artikel 4.1);
  • bewijzen van de gevolgde nascholing in de radiologie en stralingsbescherming van alle personen die zich met stralingshandelingen in de praktijk bezighouden (dus ook assistentes die röntgenfoto’s maken (BbS artikel 5.14 en toelichting));
  • registratie BIG-register;
  • naam rechtspersoon, verantwoordelijke stralingsbeschermingsdeskundige en TMS;
  • de plaats waar de stralingshandelingen worden verricht (het praktijkadres);
  • aanwijzing tandarts(en) – TMS door ondernemer;
  • omschrijving taken en verantwoordelijkheden TMS;
  • overzicht van de in gebruik zijnde röntgentoestellen met hun karakteristieken;
  • kopie van de registratie van de röntgentoestel(len) of de vergunning;
  • stralingsrisicoanalyse (met daarin de aard en omvang van de stralingshandeling en de beoordeling van de risico’s);
  • uittreksel Kamer van Koophandel;
  • overzicht organisatorische maatregelen voor dosisreductie, indien van toepassing;
  • instructies en werkprotocollen;
  • verklaring van de leverancier van het röntgentoestel dat dit aan de wettelijke eisen voldoet bij oplevering; gegevens van de acceptatietest;
  • overzicht van de jaarlijkse controle op de doeltreffendheid en het juiste gebruik van beveiligingsmiddelen en technieken;
  • uitkomsten prestatietests (periodieke controle van het röntgentoestel (elektrisch, mechanisch en stralingshygiënisch)) inclusief de naam van degene die de meting heeft verricht, de datum en het gebruikte meetinstrument;
  • overzicht van eventueel gepleegd onderhoud aan de röntgentoestellen.

Bron:
Dr. Erwin Berkhout, hoofd van de sectie Tandheelkundige Radiologie van ACTA, stralingsbeschermingsdeskundige en eigenaar van een algemene tandartspraktijk.

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
intra-oraal scannen

Reconstructieve tandheelkunde en het gebruik van digitale workflows

Het ‘Digital Rehabilitation Concept’ (DRC) is een alomvattend behandelconcept dat gebruik maakt van digitale workflows in de reconstructieve tandheelkunde. Digitale foto- en videografie, intra-oraal scannen en softwarematig plannen maken hier onderdeel van uit.

De reconstructieve behandeling wordt binnen DRC opgedeeld in vier verschillende stappen; diagnostiek, planning, behandeling en nazorg. De mogelijkheden van DRC zijn oneindig en dit maakt voorspelbaar werken binnen een team eenvoudiger. Het concept kan zowel bij direct en indirect werken worden toegepast.

 Verslag van de lezing van Erik-Jan Muts, tandarts, gespecialiseerd in reconstructieve tandheelkunde en digitale technieken. In samenwerking met het CTM-UMCG is het DRC ontwikkeld, waarmee hij in 2013 de 3M Espertise Talent Awards heeft gewonnen.

 Het restauratieve vak is iets tijdelijks en niet zoals de natuur het bedacht heeft.

Restauratie cyclus

-> gezonde tand -> vulling -> kroon -> wortelkanaalbehandeling -> extractie -> implantaat

Prosthodontic tandarts is de ‘Healer’. Met behulp van een oude scan van de mond en een nieuwe scan van de huidige situatie kan het percentage van de slijtage worden berekend.

Er zijn steeds meer handige hulpmiddelen op de markt, zoals onder andere telefoon apps, waarmee de situatie goed uitgelegd kan worden aan de patiënt. Hierdoor kan het makkelijker worden gemaakt voor de patiënt om alles goed te begrijpen. Ook tools zoals een speekseltest kunnen gebruikt worden om de patiënt te laten zien wat de situatie is in de mond. Er wordt inzicht gecreëerd bij patiënt.

Speekseltest

Met behulp van een speekseltest kan gekeken worden naar:

  1. Wat de systemische invloed van speeksel is op de algehele gezondheid.
  2. Cariësrisico.
  3. Parorisico.

Probeer de boodschap naar de patiënt op een andere manier over te brengen dan het standaard tandheelkundige verhaal. Zo wordt het voor de patiënt leuker en makkelijker om het te blijven volgen. Onder andere fotografie is hierbij een belangrijke tool. Dit zorgt voor een goede reflectie naar de patiënt toe.

Digitale workflow

  1. Documenteren.
  2. Opwas/wax-up analoog of digitaal.
  3. Definitief uitvoeren: frezen van de restauraties en het cementeren.
  4. Nazorg.
  5. Beschermplaat.

Treatment planning

  • Digitale scan.
  • Risicoprofiel van de patiënt.
  • Foto’s

Behandelprotocol slijtage

  1. Documentatie: intake, informed consent, digital smile design (DSD) middels foto’s.
  2. Wax-up: analoog of digitaal.
  3. Mock-up: test drive met behulp van Protemp, twee tot vier weken testen door patiënt. Dit zorgt voor een functionele en esthetische controle. Het kan nuttig zijn om de patiënt te filmen en het filmmateriaal aan de patiënt te tonen. Dit maakt vaak meer indruk op de patiënt dan alleen een foto. Maak een video van voor en na de behandeling en met de mock-up. Zo kun je het beste zien wat het effect is van de behandeling.
  4. Overzetten van mock-up naar definitieve restauraties in de mond.
  5. Nazorg.
  6. Eventueel een beschermplaat.

Digital workflow: 4 stappen

De digital workflow verloopt in vier stappen. Het kan worden toegepast voor zowel een enkele vulling als voor een volledige rehabilitatie.

  1. Onderzoeken
    Documentatie, referentie analyse, scan en foto’s. Drie belangrijke foto’s zijn:
    1. Foto waarbij je het incisiefpunt kunt bepalen.
    2. Een met een volle lach.
    3. Een foto met een retracted smile.
  2. Design
    Met een DSD krijgt u het doel voor ogen en kunt u naar een gestreefd resultaat toewerken. Belangrijk is dat als DSD wordt gebruikt alle foto’s vanuit dezelfde inschietrichting zijn genomen om vertekeningen te voorkomen, wax-up en mock-up.
  3. Uitvoering
    Materiaal selectie, preparatie en scan, cementeren.
  4. Controle
    Functie, bescherming, documentatie.

Indien er een nieuwe beet wordt bepaald, deprogrammeer dan bij voorkeur eerst de patiënt met behulp van een beschermplaat. Dit zorgt voor een betere gewenning bij de nieuwe beet.

Materialen die gebruikt kunnen worden voor het vervaardigen van indirecte restauraties

CAD/CAM

  1. Keramieken: silica keramieken (lithiumdislicaat en lithiumsilicaat) en oxide keramieken
  2. Hybride keramieken: hybride keramiek en composiet keramiek
  3. Plastic: PMMA
  4. Metaal: metaallegering

Deze materialen zijn allemaal freesbaar en digitaal te verwerken.

Silica keramieken

Goed te cementeren en biocompatibele producten:

  1. E.max: lithiumdisilicaat. Pre-gekristalliseerd. Heeft een buigsterkte van 360 MPa. Kristalliseer pas na het frezen anders treden veel microcracks op.
  2. Vita Suprinity: lithiumsilicaat, dit is zirkonium versterkt. Het is pre-gekristalliseerd en heeft een buigsterkte van 420 MPa.
  3. Celtra Duo: lithiumsilicaat, gekristalliseerd en zirkonium versterkt. Het heeft een buigsterkte van 370 MPa.

Hybride composiet keramieken

  1. Lava Ultimate: composiet resin versterkt met silica en zirkonium nanopartikels en zirkonia/silica nanoclusters.
  2. Cerasmart: composiet resin versterkt met silica en barium glas nanopartikels.
  3. HC Block: composiet resin versterkt met silicapoeder, zirkonium silica.
  4. Brilliant Crios: composiet resin versterkt met barium glas en silica partikels.

Lithiumdisilicaat heeft grotere kristallen dan lithiumsilicaat en zirkonium waardoor het beter te frezen en nauwkeuriger is en betere opalucentie en translucentie-eigenschappen heeft.

Hybride keramiek moet eerst geëtst worden. Composietkeramiek hoeft niet van tevoren geëtst te worden. Composiet is slijtvaster gemaakt door onder andere zirkonium deeltjes.

Het materiaal wat gebruikt wordt, is ook belangrijk voor de pasvorm van het eindproduct. Niet alleen de freesmachine heeft hierop invloed.

Erik-Jan Muts voltooide in 2013 zijn studie tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en is sindsdien zelfstandig werkzaam bij MP3 Tandartsen te Apeldoorn. Hij heeft ruim 2 jaar gewerkt bij Beekmans Tandartsen te Laren. Daarnaast is hij bestuurslid van de Dutch Academy of Esthetic Dentistry (DAED) en zit hij in de Raad van Raadgevers voor de ANT. In zijn laatste master jaar volgde Erik-Jan een stage voor Restauratieve Tandheelkunde bij PRO-Rotterdam, waar hij een voorliefde heeft ontwikkeld voor reconstructieve tandheelkunde en digitale technieken. In samenwerking met het CTM-UMCG is het DRC ontwikkeld, waarmee hij in 2013 de 3M Espertise Talent Awards heeft gewonnen. Zijn artikel “Tooth wear: A systematic review of treatment options” ontving in 2015 de Glen P. McGivney Scientific Writing Award voor systematische reviews. 

Verslag door Nika van Koolwijk, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Erik-Jan Muts tijdens het congres Tandheelkunde aan de Maas.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Besluit Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van start

Besluit Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van start

Vanaf 6 februari 2018 zal er een nieuwe regelgeving wat betreft radiologie van start gaan: het Besluit Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs). Voor mondzorgpraktijken zal dit gevolgen hebben.

Belangrijkste veranderingen

Dit zijn de belangrijkste veranderingen die dit besluit met zich mee brengt:

  • Röntgenapparatuur krijgt nu een registratieplicht. Hierbij vervalt de voorheen vereiste meldplicht. Dit is enkel van toepassing op röntgentoestellen.
  • Conebeam CT vereist een volledige vergunningsplicht, ook bij een output lager dan 100 kV.
  • In het KEW-dossier wordt nu ook de naam van de stralingsdeskundige vermeld.
  • Zowel voor tandartsen als personeel dat opnamen maakt in opdracht van de tandarts, geldt 1x per 5 jaar een nascholingsplicht.

Aanpassing richtlijn

Door deze nieuwe wetgeving zal ook de richtlijn Tandheelkundige radiologie aangepast moeten worden. Dit wordt voorbereid door de KNMT. De richtlijn zal eind februari 2018 in concept klaar zijn. Tandartsen kunnen hier dan op reageren.

Voor de registratie- en vergunningsplicht zal een overgangstermijn van 2 jaar van toepassing zijn.

Bron:
knmt.nl

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Nieuwe röntgentechniek in kleur geeft meer informatie

Nieuwe röntgentechniek in kleur geeft meer informatie

In Duitsland is een nieuwe röntgentechniek voor de mondzorg ontwikkeld, waarbij op de röntgenfoto materialen van verschillende chemische samenstelling verschillende kleuren krijgen. Zo is bijvoorbeeld op de foto te zien welke materialen als vulling gebruikt zijn.

Klassieke röntgenopnamen

Bij de klassieke zwart-wit röntgenopnamen van het gebit dringt de straling door wangen, tandvlees, botten, tanden en ook tandvervangende materialen heen en wordt door deze verschillende weefsels en materialen in verschillende mate geabsorbeerd. De plaatsen waar veel straling door heen is gekomen worden donker afgebeeld. De gebieden die weinig straling geabsorbeerd hebben zijn op de foto licht.

Belangrijke informatie gaat zo echter verloren. De röntgenstraling bestaat uit harde, energierijke straling en zachtere, energiearmere röntgenstraling. Deze worden door weefsels en materialen niet in dezelfde mate geabsorbeerd.

Nieuwe röntgentechniek

Bij de nieuwe röntgentechniek wordt de afbeelding zowel door de dichtheid van het weefsel als door de energieverdeling van de röntgenstraling bepaald. Met de juiste apparatuur zou zo bijvoorbeeld bagage op een luchthaven op gevaarlijke stoffen kunnen worden onderzocht. De kofferinhoud is dan zowel als schaduwbeeld met goed herkenbare contouren te zien als in kleur. Glazen flessen worden dan bijvoorbeeld met een andere kleur afgebeeld dan zeep of zonnebrandcrème.

Dit gecombineerde röntgenprocedé is vooral geschikt voor stoffen die opgebouwd zijn uit elementen met een hoger atoomnummer, zoals tanden of vulmaterialen.

Toepassing

De nieuwe röntgentechniek is ontwikkeld door Ann-Christin Peter, PhD-student geneeskunde aan de universiteit van Marburg in Duitsland. Samen met haar supervisor Prof. Dr. Michael Gente heeft ze de procedure toepasbaar gemaakt voor röntgenapparatuur in tandartspraktijken. Hiervoor waren omvangrijke simulatieberekeningen nodig met röntgenfoto’s van botten, tanden, tandvervangings- en vulmiddelen en implantaten.

Het laboratoriumonderzoek wees uit dat door dubbele opnamen met verschillende buisspanning te maken of door filtering van de straling het mogelijk is verschillende materialen te identificeren en in röntgenfoto’s met verschillende kleuren af te beelden. Verhoging van de dosis straling is hiervoor niet nodig. Voor het procedé kan de gebruikelijke röntgenapparatuur gebruikt worden, waarbij alleen enkele veranderingen aan het sensorsysteem en de software nodig zijn.

Prijs

Ann-Christin Peter ontving voor haar onderzoek onlangs de Dentsply Sirona Imaging Award voor jonge wetenschappers van het Deutsche Gesellschaft für Zahn-, Mund- und Kieferheilkunde en de Bundeszahnärztekammer.

 

Bron:
Philipps Universität Marburg

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Digitale tandheelkunde in 2027

Digitale tandheelkunde in 2027

In de afgelopen jaren is een aantal nieuwe digitale voorzieningen en bijbehorende digitale applicaties geïntroduceerd die ons leven enorm gaan vergemakkelijken. Denk hierbij aan intra- en extra-orale 3D scanners, cone-beam CT apparaten, maar ook aan 3D printers. Welke nieuwe technologie zal binnen 10 jaar beschikbaar zijn in de tandheelkunde?

Centraal in de digitale wereld lijkt Nederland te liggen, waar heel langzaam een digitale revolutie op gang komt in de tandheelkundige wereld. In de afgelopen jaren is een aantal nieuwe digitale voorzieningen en bijbehorende digitale applicaties geïntroduceerd die ons leven enorm gaan vergemakkelijken. Denk hierbij aan intra- en extra-orale 3D scanners, cone-beam CT apparaten met nieuwe mogelijkheden, maar ook aan 3D printers voor de productie van kronen en prothetiek. Dat betekent op korte termijn een verandering in de manier waarop we werken en in de processen in onze praktijk. Maar wel een hele leuke verandering, omdat we door deze technologie soms beter en soms sneller kunnen werken en soms ook dingen kunnen doen die we voorheen nog niet konden. En dat we voorop lopen in Nederland betekent weliswaar dat we het ijs breken voor de internationale collega’s om ons heen, maar dat we daarmee trots kunnen zijn op onze positie in de tandheelkundige wereld. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van alle nieuwe technologie die al verkrijgbaar is of zeer binnenkort beschikbaar komt en wat de invloed hiervan zal zijn binnen 10 jaar.

Beïnvloeders in de tandheelheelkunde

(Geo)politiek

Hierbij zijn we helaas afhankelijk van de grillen van de politici.

Economie

Een voorbeeld van een trend is ‘collaborative consumption’ wat inhoud dat er gedeelde aanschaf van producten plaatsvindt om kosten te drukken. Dit betreft producten die je maar beperkt nodig hebt en duur zijn in aanschaf en onderhoud, zoals bijvoorbeeld een conebeam (CBCT) machine.

Demografie

  1. Vergrijzing
  2. Slinkende populatie Nederland
  3. Slinkend aantal studenten/arbeiders

Om groei in een bevolking te houden heb je gemiddeld 2.1 kind per gezin nodig. Nederland zit daaronder en krimpt met als gevolg dat er steeds minder jongeren in de populatie zijn. Met de bestaande cijfers zullen er in 2040 veel minder jonge mensen zijn. Nu zijn er nog 8 werkende jongeren per 75-plusser versus naar schatting 3 per 75-plusser in 2040. Dit heeft ook tot gevolg een slinkende populatie arbeidskrachten in de zorg.

Technologie

  1. Zal ons werken voorspelbaarder maken: we zullen eindproducten kunnen gaan leveren met een hogere en zeer voorspelbare kwaliteit.
  2. Kosten van technologie gaan omlaag en dat zal ook helpen onze kosten omlaag te brengen.
  3. Moeilijke dingen kunnen met behulp van technologie makkelijker gemaakt worden. Ontwikkelingen die dit mogelijk maken, zijn:
  • 3D scanners. De scanners worden goedkoper, draadloos, gemakkelijker in het gebruik, sneller en krijgen steeds meer nieuwe features. Ze gaan concurreren met afdrukmaterialen omdat het gemakkelijker zal worden om een digitale afdruk te maken dan en conventionele afdruk.
  • 3D printers: Ook deze zullen steeds goedkoper, sneller en beter worden. Daarnaast zullen de materialen die we kunnen printen ook steeds beter gaan voldoen aan de eisen die we stellen aan prothetische materialen.
  • Artifical Intelligence en robotica.
  • Nieuwe software applicaties die kunnen worden gebruikt voor:
    – Monitoren van veranderingen in de dentitie.
    – Meten van slijtage. Dit kan een preventieve rol hebben omdat we daarbij kunnen beoordelen of het gaat om fysiologisch of “pathologisch” verlies van tandmateriaal?

Verwachtingen voor 2027

Van der Meer noemt drie punten die in 2027 mogelijk zullen zijn:

  • Door weefsels heen kunnen kijken met nieuwe imaging technologieën.
  • Ultrasound: interessant voor parodontologie en endodontologie.
  • Veel technisch werk wat nu door mensen wordt uitgevoerd zal kunnen worden overgenomen door machines. Zo zullen kerncompetenties van de tandarts gaan verschuiven. Als prepareren van caviteiten en kroon en brugwerk door slimme robots kan worden uitgevoerd, zal de tandarts andere taken krijgen.

Verborgen consequenties van de invoer van nieuwe technologie

Sommige consequenties van de toepassing van nieuwe technologie zijn niet direct evident. Denk daarbij aan de “iPad-scholen” waarbij minder aandacht zal zijn voor schrijven met de hand. Dit leidt mogelijk tot:

  • Nieuwe gezondheidsproblemen: Bijvoorbeeld een ‘iPad duim’ (komt voor onder kinderen).
  • Fijne motoriek gaat verloren: Als je alleen maar typt en minder schrijft, zou dit mogelijk
    ongunstig kunnen zijn voor de ontwikkeling van de fijne motoriek. En dat kan voor de nieuwe generatie tandheelkunde studenten een nadeel zijn.
  • ”Attention-span” van jongeren is slechts ter grootte van computerscherm.

Conclusies

  • De patiënt wordt steeds ouder.
  • Tandheelkunde wordt snel digitaal, hierin is een exponentiële groei waar te nemen. Handelingen die nu nog door mensen worden uitgevoerd zullen steeds verder worden overgenomen door machines.
  • Veel dingen gaan makkelijker worden in 2027 ten gevolge van gevorderde technologie.
  • Producten/services worden snel goedkoper.
  • We hebben een nieuw profiel nodig voor de nieuwe tandarts van 2027: er zal een verschuiving van handelingen plaatsvinden die door tandarts uitgevoerd zullen worden.
  • Tandtechnieker in 2027 wordt meer een dentale ingenieur

Joerd van der Meer deed in 1989 tandartsexamen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Na de militaire dienst als tandarts bij de Koninklijke Marine, werkte hij enkele jaren in een groepspraktijk in Drenthe. In 1996 begon hij als docent voor de disciplinegroep Tandheelkunde/Mondhygiëne van de RuG. In samenwerking met de afdelingen Endodontologie van de ACTA en de KUN heeft hij het onderwijs “Endodontologie” van de Tandheelkundige opleiding van de RUG vormgegeven. Vanaf 1998 tot januari 2002 was hij werkzaam als docent en onderzoeker bij de afdeling “Endodontologie” van de KUN onder leiding van dr. Werner Willemsen. Sinds 1998 heeft hij een verwijspraktijk voor endodontologie gedurende 2 dagen in de week. Sinds januari 2002 is Joerd parttime werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Groningen, waar hij in 2016 is gepromoveerd op 3D technologie en digitale workflows. Tevens is hij sinds 2009 “Honorary Research Associate” bij het “University College of London Eastman Dental Institute”.

Verslag door Nika van Koolwijk, tandarts, voor dental INFO van de lezing van Joerd van der Meer tijdens het congres Tandheelkunde aan de Maas.

Lees meer over: E-health, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Onderzoek - microscoop

Standpunt NVDMFR over conebeamCT onderzoeken

De Nederlandse Vereniging voor DentoMaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) ontving signalen dat er onduidelijkheid is over de voorwaarden waaronder conebeamCT onderzoeken mogen worden gedaan. De NVDMFR heeft nu een standpunt hierover ingenomen. De ANT geeft op haar website aan deze standpunten te ondersteunen.

Om de voordelen van het conebeamCT onderzoek voor de patiënt te laten opwegen tegen de hogere stralenbelasting heeft de overheid in het verleden besloten dat gebruikers van deze apparatuur voor tandheelkundige doeleinden voldoende opgeleid moeten zijn. Tandartsen en tandarts-specialisten die zelf een conebeam CT toestel beheren moeten hierbij een opleiding hebben gevolgd die voldoet aan de eindtermen ‘Stralingshygiëne voor het gebruik van CBCT toestellen door tandartsen‘.

De praktijkrichtlijn radiologie 2015 van de KNMT stelt dat ook tandartsen die alleen een aanvraag doen voor CBCT-opnames (verwijzing) aan deze eindtermen moeten voldoen.

Standpunt NVDMFR

Nu blijkt dat zorgverzekeraars conebeamCT onderzoeken niet meer willen vergoeden omdat de verwijzend tandarts niet aantoonbaar aan de door de KNMT geformuleerde voorwaarde voldoet. Mede om deze reden heeft de NVDMFR een standpunt ingenomen:

‘Een tandarts die een aanvraag doet voor het laten vervaardigen van een conebeamCT onderzoek (‘verwijst’ moet aantoonbaar geschoold zijn in de basisprincipes van conebeamCT (inclusief stralenbelasting), indicatiestelling en basale interpretatie van conebeamCT beelden. Deze scholing is wat de NVDMFR betreft aanzienlijk minder veelomvattend dan hetgeen de KNMT in haar praktijkrichtlijn vereist.’

Het bestuur van de NVDMFR verwacht dat het niet de intentie van de KNMT is om de mogelijkheden voor conebeamCT diagnostiek voor patiënten te beperken. Daarbij is het bestuur van de NVDMFR van mening dat de juiste toepassing van conebeamCT wel degelijk kennis van de (on)mogelijkheden van de techniek en van indicatiestelling en het ‘’lezen’’ van de beelden vereist, echter niet op het niveau dat van de gebruiker en bediener van een toestel wordt verwacht.

Delegatie bediening conebeamCT toestel

Een andere voorwaarde die in de praktijkrichtlijn radiologie van het KNMT vermeld staat is, dat in geval van delegatie van bediening van het conebeamCT toestel aan een medewerker van de verantwoordelijk tandarts(-specialist) deze medewerker aantoonbare instructie van leverancier of tandarts moet hebben ontvangen. Het bevreemdt de NVDMFR dat de KNMT hierin afwijkt van de eisen die zij stelt aan de medewerker die intraorale en/of panoramische en schedelprofielopnamen maakt, namelijk bekwaamheid en aantoonbare externe scholing die aan gedefinieerde eisen voldoet (zoals per 1-1-2018 vereist voor alle gedelegeerde taken). Vanuit de beroepsgroep van medisch beeldvormende en radiotherapeutisch laboranten (radiodiagnostisch laboranten) ontvangt de NVDMFR signalen dat men zeer verbaasd is dat niet-geschoolde tandartsassistenten conebeamCT apparatuur mogen instellen.

Het standpunt van de NVDMFR is dat bij voorkeur een gekwalificeerde tandarts(-specialist) of radiodiagnostisch laborant het conebeamCT toestel bedient. Indien dit onmogelijk is dan zou een bekwame en aantoonbaar geschoolde medewerker deze handeling na delegatie door de tandarts(-specialist) kunnen uitvoeren, mits de omstandigheden zodanig zijn dat de instellingen van het toestel duidelijk en eenduidig gecommuniceerd worden naar en toegepast worden door betreffende medewerker.

Standpunt NVDMFR voorwaarden CBCT onderzoek

Bron:
NVDMFR
ANT

 

 

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
robots mondzorg

Nemen robots de mondzorg over?

De technische ontwikkelingen gaan steeds verder. Er bestaan al allerlei apparaten die met behulp van sensoren gezondheidsmetingen doen bij mensen. Hebben deze ontwikkelingen ook invloed op de tandheelkunde? Zullen robots ooit de hele mondzorg overnemen?

Digitalisering
Laatst kopte een artikel dat de tandarts nooit vervangen kan worden door de digitalisering. Ik twijfel daaraan gezien de ontwikkelingen. Ik borduur er alvast op voort.

“Luister, tandarts, ik heb een gaatje bij de 36O, fix die eventjes. Mondhygiënist, mijn tandvlees is onrustig en er zit tandsteen onder mijn tandvlees bij de 17.” Klinkt brutaal? Nou, wees gerust, in de toekomst zal dit niet in uw gezicht worden gezegd. Want wat uw patiënt wil, heeft hij (of zijn robot) allang aan u gecommuniceerd. Hoe weet de patiënt dit? Doordat hij dit zelf kan meten met allerlei technische snufjes, die nu al op de markt aan het komen zijn. Zoals de tandenborstel die je ademgeur kan peilen en je kan adviseren. Hoog tijd om u te verdiepen in deze ontwikkelingen voordat u uw patiënt niet meer begrijpt!

Wearables
Zo’n apparaat met technische snufjes is vaak een ‘wearable’. Dit is een digitaal apparaatje dat je bij je draagt. Dit kan een miniatuurtelefoontje voor om de pols zijn tot een sensor in de lens die bloedsuikerwaardes meet. Wearables zijn onder te verdelen in verschillende categorieën, waaronder ‘fitness trackers’.

Fitness trackers
Met fitness trackers, die je om je pols of aan je kleding kunt hangen, kunnen activiteiten in kaart gebracht worden. Hiermee kunnen stappen geteld worden en bijvoorbeeld hartslag en lichaamstemperatuur gemeten worden. Door koppeling van data kan er bijvoorbeeld inzicht gegeven worden in de voortgang van trainingen en de calorieverbranding. De kleine sensoren kunnen nog meer. Bijvoorbeeld bloedsuikerwaardes meten via een lens in het oog, iemands houding in de gaten houden via een clipje (‘Ga eens rechtop zitten!’) en de drukpunten van de voeten via de schoenzolen in kaart brengen tijdens het wandelen of hardlopen.

Online platform
Het online platform Selfcare speelt in op deze ontwikkelingen. Meetgegevens van zowel lifestyle- als gezondheidsapparaten van verschillende leveranciers kunnen op dit platform bewaard worden.

Deze meetgegevens blijven altijd bewaard, ook als de gebruiker stopt met een bepaald apparaat of een applicatie. Selfcare bewaart de gegevens, de gebruiker koppelt een ander apparaat aan en kan zonder onderbrekingen verder met het in kaart brengen van de eigen gezondheid en lifestyle. Op deze manier is het ook mogelijk om verbanden tussen lifestyle en medische parameters te leggen.

Desgewenst kan er zelfs een koppeling met de huisarts gemaakt worden om de gegevens over de gezondheid op een veilige manier door te sturen.

Diagnose geen mensenwerk
Goed, de data zijn verzameld en doorgestuurd naar de huisarts. Ik ga nog een stapje verder. Wat als de verzameling data uit een lichaam compleet is? Een robot kan dan zelf zoeken naar een diagnose, doordat hij over een database beschikt van alle ziektes die er maar bestaan. De robot kan dan dus ook verwijzen naar een geschikte behandelaar. Uiteraard eentje die compleet past bij de voorkeuren van zijn baasje, de patiënt, door de transparantie die behandelaars inmiddels geven. Hij kan bovendien een behandelvoorstel doen. Op het moment dat een computer/robot digitale röntgenfoto’s en alle behandelingen die daarop volgden (of juist niet volgden) kan inzien en bovendien het succespercentage kan monitoren, kan hij een prima advies kan geven. Bijvoorbeeld ook of er ergens geboord moet worden of niet. Als wij het kunnen leren, dan kan een computer het ook. Sterker nog, hij zal het beter kunnen dan wij!

Restaureren met hersengolven
Een gaatje boren doen we dan ook niet meer zelf. Dit gebeurt door een piepkleine robotarm, die zich in het gebit vastklemt en beschikt over sensoren en meters, die kunnen bepalen tot hoe diep er geboord zou moeten worden. Hij communiceert met de behandelaar die achter een scherm zit en het oppervlak flink uitvergroot ziet. De behandelaar heeft dan nog een joystick in handen. Later zal dit gewoon ergens in de lucht zweven en kan de behandelaar de robotarm opdrachten geven door in de lucht te tasten. Of direct via zijn hersengolven, die de robotarm kan opvangen. De robot kan interne discussies opvangen van zijn behandelaar en optreden als adviseur. Een computer die hersengolven opvangt van mensen die verlamd zijn, bestaat al.

Geen stress
Uw patiënt ligt er ondertussen rustig bij, want zijn stressniveau wordt keurig bijgehouden en daarop volgen precies de juiste interventies. Uiteraard bijgehouden en bedacht door een computer. De interventies blijven gedeeltelijk wel mensenwerk, omdat de patiënt dat wil. De patiënt wil persoonlijke aandacht. We willen menselijkheid in de zorg. Maar daarnaast worden we bijgestaan door technische snufjes, zoals geurtjes met een geruststellend effect en fijne muziekjes die zich rechtstreeks in de hersenen ‘boren’. Ach, misschien is uw patiënt ondertussen gewoon ook aan het werk via zijn VR-bril en merkt hij nog nauwelijks iets van de behandeling. Misschien is straks het hele principe van boren ook nog eens hopeloos ouderwets en kunnen alle gaatjes in de toekomst worden voorkomen of hoeft de cariës slechts overgoten te worden met een medicijn om het tandmateriaal te verharden.

Waar vindt de behandeling plaats?
Komt uw patiënt überhaupt nog bij u over de vloer? Of werken we op afstand? En behoren gaatjes dan nog wel tot de werkelijkheid of is het dan inmiddels een uitgestorven ziekte? Doordat sensoren elke aantasting in het gebit kunnen zien, kan er vroeg in gegrepen worden. De sensoren communiceren direct met de favoriete mondhygiënist die allerlei data kan lezen, waardoor de vinger meteen op zere plek gelegd kan worden. De mondhygiënist kan op afstand inbellen (hopeloos ouderwets woord) en de patiënt van advies voorzien. Zorg op maat wordt echt gegarandeerd, met werkelijk alles wordt rekening gehouden. De adviezen kunnen worden geprogrammeerd in het dagschema en dieet van de patiënt. In de ‘koelkast’ verschijnt namelijk vanzelf het beste uitgebalanceerde dieet en ragers, als die nog bestaan, komen spontaan ‘uit de lucht vallen’ op het juiste moment en in de juiste maat.

Zorg op maat
De gespreksvoering tussen mondhygiënist en patiënt blijft voorlopig nog wel bestaan. Patiënten willen menselijk contact houden en zelf kunnen blijven beslissen over hun levensstijl. Of dat ‘face to face’ is of via VR, dat is een persoonlijke keuze.

Zorg op maat is dus echt een blijvertje en zo ook ‘patient included decision making’. De patiënt heeft het meer dan ooit te voren voor het zeggen en alles kan. Gegevens over de behandeling hoeft de mondhygiënist niet met de tandarts te delen. Nee, het gehele (para)medische dossier is nu echt van de patiënt. Oh en privacy? Dat is zooooo 2017!

“Spelers als Google en Nike gaan de gezondheidszorg op z’n kop zetten”
Onlangs schreef Bob de Wit, professor Strategic Leadership Nyenrode Business University, een blog op Zorgvisie waarin hij aangeeft:

“De medisch-technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat preventie van zorg komende decennia een enorme vlucht gaat nemen. Nieuwe tech-spelers als Google en Nike gaan de gezondheidszorg op hun kop zetten.”

Volgens De Wit is de strategie van grote technologische bedrijven gericht op preventie, niet op de cure en de care in de zorg. Deze bedrijven verzamelen veel informatie over de gezondheid van mensen via smart devices die bijvoorbeeld iemands conditie meten. Op basis van Big Data kunnen zij zo voorspellingen doen en adviezen geven. “Dan krijg je een melding dat het tijd is om te bewegen of een waarschuwing wanneer je hart slechter functioneert.”

‘In 2025 heeft u geen arts meer nodig’
De Wit vindt dat de gevolgen van de gevolgen van de digitale revolutie zwaar worden onderschat. “Ik had laatst een bijeenkomst met chirurgen. Ze denken dat ze onvervangbaar zijn. Maar het duurt niet lang meer voordat de operatierobots beter opereren, zeker bij de standaardoperaties. Die robots verbeteren zichzelf met zelflerende algoritmes. Het werk van chirurgen gaat veel meer lijken op dat van piloten. Die stellen aan het begin van de vlucht wat knopjes in en het vliegtuig vliegt zichzelf naar een bestemming.” Ook in care krijgen robots een grotere rol volgens De Wit. Er komen apps die databases met diagnoses met elkaar verbinden.

“Daar kan geen huisarts tegenop. In 2025 heeft u geen arts meer nodig.”

Bron:
Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: Markttrends, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Stralingsdeskundigen

Juridische uitspraak: Erkenning buitenlands diploma stralingsdeskundigen

Na een juridische uitspraak voert de ANVS geen waarderingen meer uit van buitenlandse diploma’s stralingsdeskundigheid.

Wel zorg voor voldoende bij- en nascholing
Een tandarts die is afgestudeerd in een land binnen de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland, voldoet aan het vereiste niveau om zelfstandig röntgenopnamen te maken – en alle handelingen die daarbij horen; indicatiestelling, interpretatie etc. –  en/of om de taken van Toezichthoudend Deskundige uit te voeren. Net zoals voor de tandarts die in Nederland is afgestudeerd geldt wel dat er zorg gedragen moet worden voor voldoende bij- en nascholing.

Dit meldde de ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) aan de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche).

Aanpassing in Richtlijn Tandheelkundige Radiologie
De informatie over de erkenning van buitenlandse diploma’s in de KNMT Richtlijn Tandheelkundige Radiologie is door de uitspraak van de rechter achterhaald en zal in de loop van het jaar geactualiseerd worden, volgens de KNMT.

Bron:
Bericht van de ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) aan de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche) en KNMT.

Lees meer over: Ondernemen, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
digitale revolutie

De impact van de digitale revolutie op uw dagelijkse praktijk

Alexander Tolmeijer volgde het congres Exponentional Medicine in San Diego en interviewde sprekers en bezoekers. Op Praktijk Anno Nu vatte hij het congres voor u samen en vertelde hij over de belangrijkste ontwikkelingen die in de nabije toekomst impact kunnen hebben op uw praktijk.

Spreker Alexander Tolmeijer beet het spits af na een verassend intro van de Amerikaanse dame die al hardlopend kwam binnenvallen. Zij bereidde ons voor op ‘Change’, zoals Amerikanen als geen ander kunnen. Zij omarmen veranderingen terwijl we in Nederland liever stabiel zijn. Tolmeijer bezocht Exponential Medicine, een groot innovatiecongres in San Diego in de VS, en vertelde wat hij aldaar mee had gemaakt.

“Als je in de VS naar een presentatie luistert heb je vrijwel meteen het idee dat je hopeloos achter loopt.”

Op het Amerikaanse congres waren veel Nederlanders en bekend is dat zij voorop lopen bij de digitale revolutie. De Nederlander Lucien Engelen sprak op het Amerikaanse congres en hij werkt in “Health Valley”, zoals hij het zelf noemt. Tolmeijer mocht stukken uit de presentatie van Lucien Engelen gebruiken.

Snelheid van innovatie
De Wet van Moore zegt dat de technologie zich elk jaar verdubbeld. 3D printen is nog in het beginstadium in de mondzorg maar zal absoluut binnen vijf jaar de normaalste zaak van de wereld zijn. Zo kan kaakbot al geprint worden.

Er zijn ontwikkelingen die in eerste instantie enorm knullig lijken maar die door exponentiële groei in de innovatie iets geniaals blijken te zijn. Zo was er de Kermit, de eerste draadloze telefoon, die eerst  enkel naast een telefooncel gebruikt kon worden. “Dat vond ik zo ontzettend dom, maar kijk nu eens!”, zei Tolmeijer. Je weet nooit of het echt wat wordt bij dergelijke innovaties dus een ondernemer die wil innoveren zal veel risico’s moeten nemen. De mobiele telefoon wordt nu zelfs tussen de koeien door de locals in Afrika gebruikt. “Ze zijn met dat mobieltje nog handiger dan ik.”

Het leren van de anatomie van de mens kan tegenwoordig met behulp van grote beeldschermen waarin je alles precies op zijn plaats in het lichaam kunt zien en ondervinden. Dit zegt veel meer dan een boek met ‘platte plaatjes’ waarbij je het jezelf in 3D moet voorstellen.

Geen vullingen meer zelf maken
Mondscanners, digitale afdrukken en 3D printen zijn innovaties die we nu nog heel bijzonder vinden, maar straks heeft iedereen ze en is het niet meer weg te denken. In de toekomst ziet de mondscanner met de software precies hoe de relaties tussen boven- en onderkaak zou moeten zijn. Zo rollen de perfecte nanotechnologische vullingen uit de 3D printer om na een slijtageslag zo de relatie te perfectioneren.

Diagnoses stellen
De ontwikkelingen van Quantified Self zullen enorm zijn. Wanneer de patiënt voor het periodieke mondonderzoek bij je komt, kan hij je al vertellen hoeveel zoet-zuur-momenten hij heeft gehad, dat zijn bloeddruk prima is en hoe het met zijn suikerwaarde is gesteld. Dit staat namelijk allemaal in zijn eigen device. What’s next? Een diagnose stellen is straks veel makkelijker en sneller met het gebruik van Watson van IBM, een super computer.

Wat blijft er nog over voor de tandheelkundig behandelaar?
Enkel de indicatiestelling blijft nog over waarbij de patiënt begeleiding krijgt van zijn tandheelkundig behandelaar.

“Hoeveel tijd ben ik hier normaal gesproken mee bezig in verhouding met echt dingen doen en diagnosticeren? Niet veel…in de toekomst worden we hier relatief gezien drukker mee.”

Videoverslag Praktijk Anno Nu

Mr. Alexander Tolmeijer studeerde Tandheelkunde en Rechten. Naast praktiserend tandarts is hij ondernemer en oprichter van Dentiva en Medisch Ondernemen. Daarnaast is hij bestuurder van CED , de Europese vereniging van tandartsen.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de lezing van Alexander Tolmeijer tijdens het congres Praktijkanno.nl

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
smile design

Digitale fotografie en Smile Design

Ontwikkelingen in de esthetische tandheelkunde hebben geleid tot betere resultaten, maar ook tot hogere verwachtingen van onze patiënten. Paul de Kok liet zien hoe digitale fotografie en Smile Design helpen om het esthetisch behandelplan vooraf inzichtelijker maken.

Verslag van de lezing van Paul de Kok, restauratief tandarts en docent indirecte restauratieve tandheelkunde aan ACTA.

Paul de Kok liet een viertal zeer concrete esthetische casussen zien en gaf aan welke digitale technieken daarbij van pas kunnen komen. Ook vertelde hij waarom digitale fotografie- en filmtechnieken absoluut onmisbaar zijn in de esthetische tandheelkunde.

Kijk naar de patiënt
In de eerste casus liet De Kok een, mogelijke fout zien die gemaakt kan worden als een behandelaar zich te veel op modellen focust maar vergeet te kijken naar de patiënt. De mevrouw in kwestie had namelijk een asymmetrie van haar incisale lijn ten opzichte van haar pupillijn. De mooie setup op het model gaf letterlijk een vreselijk gezicht en met een gezichtsfoto aan het laboratorium had dit simpelweg voorkomen kunnen worden.

pupillijn

Tips voor mondfotografie
Dit was dan ook een ezelsbruggetje naar wat theoretische uitleg over mondfotografie.
De Kok gaf deze tips:

  • Licht is cruciaal bij mondfotografie en dit kan beïnvloed worden door drie factoren, te weten; diafragma, ISO en sluitertijd.
  • Een kleiner diafragma geeft meer scherptediepte maar ook weer minder licht. (F25 voor intra-oraal, F9 voor extra-oraal))
  • De ISO waarde is de lichtgevoeligheid van de film, waarmee de foto weer lichter gemaakt kan worden. (ISO 100 of 200)
  • Tenslotte wordt de hoeveelheid licht ook door de sluitertijd bepaald, maar hoe langer de sluitertijd, hoe meer risico op een bewogen foto (1/200). Uiteraard komt daar dan weer bij dat je doormiddel van flash en/of indirect licht zoals in een fotostudio, bij zult moeten belichten.
    De Kok kiest zelf doorgaans voor een zogenaamde twin-light flash om meer structuur en diepte te zien.

Digital Smile Design
Na het vertellen over mondfotografie maakte hij een bruggetje naar Digital Smile Design. Want met Digital Smile Design kunt u, met de gemaakte foto’s, zowel een plan als ook een prognose doen over hoe het eindresultaat eruit zal zien. Vervolgens kunt u dan terug rekenen hoe de opstelling moet worden.

De Kok waarschuwde daarbij gelijk om de patiënt niet al te veel beloftes te doen: het blijft namelijk een “digitale” proefopstelling.

digitale tandheelkunde

Natuurlijk is hier speciale software voor, maar gebruik van het simpele Keynote presentatie programma en het trekken van wat referentielijnen over de foto’s kan ook voldoende zijn. De Kok illustreerde dit aan de hand van de overige casussen.

Een bekende one-liner die de noodzaak van fotografie in de esthetische tandheelkunde mooi samenvat is: “If it’s good case, than show me the face”.

Paul de Kok studeerde tandheelkunde aan ACTA en is erkend restauratief tandarts bij de Kliniek voor Parodontologie Amsterdam (KvPA), waar hij op verwijzing patiënten met restauratieve en esthetische problemen behandelt. Daarnaast is Paul als docent indirecte restauratieve tandheelkunde verbonden aan de afdeling Orale Functieleer van ACTA en doet hij onderzoek bij de afdeling materiaalkunde. Paul geeft nationaal en internationaal lezingen op dit vakgebied.

 Verslag door tandarts Daniel Joffe, voor dental INFO van de lezing van Paul de Kok tijdens het congres Digitaal in de tandartspraktijk van Bureau Kalker

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
Disney

Disney ontwikkelt software voor tanden digitale acteurs in games en animatiefilms

Dankzij zich aldoor ontwikkelende technologieën worden echte mensen waarheidsgetrouw in kaart gebracht in games en animatiefilms. Disney heeft deze techniek nu ook uitgebreid tot de mond en tanden waardoor een gebit digitaal kan worden gereconstrueerd.

Digitaal menselijk gebit
Samen met het Federaal Instituut voor Technologie in Zürich (ETH) en het Max Planck Instituut voor informatica heeft het Disney onderzoeksteam  software ontwikkeld die het mogelijk maakt om het menselijk gebit digitaal in kaart te brengen. Tot nu toe is dit een ingewikkelde taak geweest aangezien het moeilijk is om camera’s in alle hoeken van de mond te krijgen om zo de juiste opnames te kunnen maken.

Voordeel
Het doorslaggevende voordeel van deze nieuwe technologie is het feit dat er slechts een paar foto’s vanuit verschillende perspectieven nodig zijn om een realistisch beeld van de mond te creëren.

Basis
De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van de stijve vorm van de tanden en de relatief beheersbare verschillen tussen deze. Ook werd er gebruik gemaakt van 86 3D-scans van verschillende rijen tanden van een gemiddeld menselijk gebit. Op basis van dit model kunnen de tanden worden aangepast en veranderd.

Lijnen lezen
De onderzoekers ontwikkelden een methode die ook de lijnen van het tandvlees en de lippen kan lezen. Hierdoor kunnen ook de delen van de tanden die niet zichtbaar zijn worden gereconstrueerd.

Bron: phys.org

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z, Video
dentomaxillofaciale radiologie

Nieuwe vereniging voor dentomaxillofaciale radiologie

Onlangs werd de Nederlandse wetenschappelijke Vereniging voor DentoMaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) opgericht. Zij beoogt het bevorderen, verbreiden en integreren van wetenschappelijke en praktische kennis betreffende tandheelkundige en maxillofaciale radiologie, beeldvorming, stralenbescherming en diagnostiek in het tandheelkundige werkveld.

Werkwijze
Door inhoudelijke ondersteuning te bieden aan aanbieders van scholing op het terrein van tandheelkundige radiologie poogt de vereniging dit doel te bereiken. Tevens geven zij gevraagde en ongevraagde adviezen aan betrokken partijen bij de gezondheidszorg en het organiseren van bijeenkomsten. De vereniging stimuleert onderzoek, stelt richtlijnen en veldnormen. Zij werkt samen met en zoekt aansluiting bij internationale verenigingen die zich eveneens bezig houden met DantoMaxilloFaciale Radiologie.

Oprichtingssymposium
Op vrijdagmiddag 3 maart organiseert de Nederlandse Vereniging voor Dento MaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) haar eerste oprichtingssymposium, met als thema “Diagnostiek in de kliniek”.

ANT-tandartsen.nl

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
röntgen

ADA 2016: CBCT nuttig in mondzorg

Tijdens de ADA jaarlijkse conferentie in de Verenigde Staten heeft de Amerikaanse tandarts Dr. John Flucke de praktische toepassingen van Cone Beam Computed Tomography (CBCT) binnen de tandheelkunde besproken. Dr. Flucke betoogt dat CBCT een nuttige techniek is en richt zich in zijn presentatie met name op tandartsen die CBCT nog niet hebben geïmplementeerd in hun praktijk.

Niet ingewikkeld
Dr. Flucke geeft toe dat hij ook eerst terughoudend was om te investeren in de technologie toen het net op de markt kwam: “Mijn eerste gedachte was: 3D-beeldvorming is te ingewikkeld voor mij.” Hij zag niet de toegevoegde waarde om deze techniek aan te schaffen. Maar al snel ontdekt hij dat het gebruik van CBCT helemaal niet zo ingewikkeld is: “Je hoeft geen radioloog of specialist te zijn om de technologie toe te passen.”

Alles in beeld
Wat hem heeft overtuigd om een CBCT aan te schaffen was de noodzaak om alles in beeld te brengen waar een 2D scanner niet toe in staat is. “Als je alle informatie hebt, kan het een hele andere situatie zijn dan je in eerste instantie dacht.” Volgens Dr. Flucke kan de techniek dan ook verrassingen voorkomen.

Werking
Vervolgens ging hij in op de werking van de technologie: “De scanner draait om het hoofd van de patiënt en maakt met röntgenstraling een reeks opnamen. Met behulp van software wordt een gedetailleerde driedimensionale afbeelding samengesteld. Hoe hoger het aantal voxels (3D-pixels), hoe gedetailleerder het beeld.”Bij de meeste systemen kan je dit zelf instellen. Echter neemt de stralingsdosis dan ook toe. Hoewel deze volgens Dr. Flucke ‘heel laag’ is.

2D
Ondanks de voordelen van 3D-scans, benadrukt Dr. Flucke dat het maken van 2D-beelden nog zeker nuttig is in de tandheelkunde: “Er is momenteel geen einddatum voor het gebruik van 2D. Maar voor het stellen van een diagnose, waarom zou je dan niet gebruik maken van een techniek om zoveel mogelijk gegevens te verkrijgen?”

Bron:
Dr Bicuspid.com

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
impact van digitalisering op de praktijk

De impact van digitalisering op de mondzorgpraktijk

Digitalisering dringt steeds verder de tandartspraktijk binnen. U krijgt er steeds meer mee te maken. Om u up-to-date te brengen vertelt prof.dr. Daniël Wismeijer in dit interview meer over de huidige digitale technologie en lezingen die tijdens het congres Digitaal in de tandartspraktijk worden aangeboden.

Digitalisering dringt steeds verder de tandartspraktijk binnen. U heeft en krijgt er steeds meer mee te maken en dat is voor velen een bijzonder spannende en uitdagende ontwikkeling. Om u up-to-date te brengen over de meest recente ontwikkelingen op het gebied van digitalisering in de dagelijkse praktijk vindt 18 november 2016 het Congres Digitaal in de tandartspraktijk plaats in RAI Amsterdam. Een congresdag over de klinische tandheelkunde van morgen. In het volgend interview vertelt Prof.dr. Daniël Wismeijer, moderator van dit congres, meer over de huidige digitale technologie en over de lezingen die tijdens het congres worden aangeboden.

Welke impact zal digitalisering hebben op diagnostiek?
“Een aantal sprekers gaan meer vertellen over de impact op de diagnostiek. Zo zal Erwin Berkhout het hebben over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van digitale radiologie in 2D/3D. Wat kan je bijvoorbeeld met 3D beeldvorming in de tandartspraktijk? Digitale beeldvorming kan bijdragen aan het stellen van een diagnose, maar kan ook worden ingezet om gebitsontwikkeling bij de patiënt te volgen. Omdat je een patiënt meestal maar om het halfjaar of jaar ziet, kun je met beeldopnames processen in de gaten te houden zoals gebitsslijtage of ontwikkeling van cariës. Zo kan je aan de hand van de beelden bepalen of een behandeling nodig is. Professor dr. Marie-Charlotte Huysmans zal in haar lezing ook meer vertellen over hoe cariësrisicoschatting digitaal kan worden toegepast in de algemene praktijk.”

En wat is de impact op de behandelsplanning en klinische uitvoering?
“Ik denk dat hier heel veel technologieën een rol gaan spelen. Digital smile design bijvoorbeeld is een techniek die je kan gebruiken om helder naar de patiënt over te brengen wat je precies voor hem kan doen en of dit voldoet aan zijn verwachtingen. Met de technologie kan je met behulp van foto’s en video’s laten zien hoe de glimlach na de behandeling eruit gaat zien. Ook kan je met digitale gereedschappen dingen maken. Zo kan je bijvoorbeeld met computersoftware orale implantanten ontwerpen waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van het bot dat daarvoor aanwezig is.  Daarnaast kunnen we in de nabije toekomst ook delen gaan robotiseren van wat er gebeurt in de tandartsenpraktijk. We kunnen bijvoorbeeld een machine een implantaat bij een patiënt laten plaatsen. Misschien is dat een gek idee, maar als je kijkt naar bijvoorbeeld hersenchirurgie is het gebruik van robots heel normaal. De digitale tools veranderen dus zeker wel de manier waarop je met patiënten omgaat en hoe je patiënten gaat behandelen. En ik denk dat dat patiënten ten goede gaat komen.”

Wanneer spreken we van een digitale praktijk?
“Computers , digitale röntgen, e-mail, internet, fotografie, praktijksoftware, sms, CAD-CAM, websites, whatsapp, intraorale scanner, 3D printen .. Omdat je een digitale röntgenfoto maakt, heb je nog geen digitale praktijk. Omdat je een sms’je stuurt naar de patiënt voor herinnering aan een afspraak, heb je nog geen digitale praktijk. Omdat je een online afspraak kan laten maken, heb je nog geen digitale praktijk.  Je hebt wel een digitale praktijk als alle genoemde onderdelen aan elkaar zijn geknoopt en netjes geïntegreerd zijn tot een vloeiende digitale workflow van begin tot eind. Zo kan je ook het maximale uit deze ontwikkelingen halen. En dit is dan ook een van de doelen van dit congres: hoe implementeer je als tandarts al deze stukjes gereedschap samen om je te ontwikkelen tot een digitale praktijk?”

Hoeveel kosten brengt dit met zich mee?
“De keerzijde is dat het een investering met zich mee brengt. Digitale gereedschappen worden snel afgeschreven. Maar dat betekent niet dat dat je er niet mee kan werken. Wat je wel ziet is dat de industrie heel veel innovaties inbouwt in de digitale gereedschappen, waardoor de lifecycle van wat je gebruikt niet zo lang is. Dat betekent dat je investering in je praktijkomgeving, zeker als je in een kleine setting zit, veel groter is dan als je in een praktijk werkt met meerdere tandartsen. Dan zijn de kosten per eenheid per tandarts een stuk lager. Ik denk dat dat zaken zullen zijn die heel veel mensen aan het denken zullen zetten en hun positie in de zorg gaan heroverwegen: zal ik investeren in al dit soort zaken als tandarts, moet ik misschien stoppen met mijn praktijk of moet ik mijn praktijk overdragen aan een tandarts, groep tandartsen of een keten die al meer geïnvesteerd heeft in de technologie en al een duidelijkere positie in de markt heeft gegeven?”

Dus wat zijn de stappen die je moet ondernemen om een digitale praktijk te worden?
“Je moet gaan nadenken over hoe je de technologie gaat implementeren en je moet jezelf afvragen: als ik die hele workflow wil, wat betekent dat dan voor mijn investering? Dan zal je ook moeten kijken naar de rol van de tandtechnicus: hoe kan hij mij helpen met het realiseren van de digitale workflow? En wat kan ik gezamenlijk doen met andere collega’s? Hoe kan ik zorgen dat mijn investering niet zo groot wordt dat ik straks qua inkomen onvoldoende uit mijn praktijk kan halen? En je moet je afvragen: kunnen we mee? Of moeten we kijken naar andere werkverbanden zodat de benodigde investeringen gedaan kunnen worden? Tijdens de congresdag zal een van mijn lezingen gaan over de huidige technologie voor zover deze nog niet volledig benut is en we kijken vooruit naar de consequenties van de digitale ontwikkelingen voor de tandheelkundige zorg.  Het tandheelkundig speelveld zal veranderen en alle spelers zullen opnieuw hun positie moeten bepalen. Dit geldt voor de zorgverlener, de tandtechnicus maar ook de dentale industrie.”

Meer informatie over het congres

Prof.dr. Daniël Wismeijer
De impact van digitalisering op de mondzorgpraktijkDaniël Wismeijer rondde zijn studie tandheelkunde af in 1984 aan de KUN en werkte in het CBT aldaar tot 1994. In 1995 ging hij naar ACTA waar hij promoveerde. Van 1985 tot 2006 heeft hij gewerkt in het CBT van het Amphia Ziekenhuis te Breda. In 2006 is hij benoemd tot Hoogleraar Orale implantologie en Prothetische Tandheelkunde aan ACTA. Speerpunten van het onderzoek zijn CAD/CAM in de implantologie en prothetiek, het stimuleren van botgroei in botdefecten en rondom implantaten, de behandeling van peri-implantitis en het 3D printen van tandheelkundige restauraties, implantaten en botsubstituten. In 1985 is hij de tandartsenpraktijk Ellecom gestart. In 1991 de verwijspraktijk voor Orale Implantologie Veluwezoom. Deze verwijspraktijk is nu ondergebracht in een groepspraktijk in Dieren waar nu 6 tandartsen werkzaam zijn.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Cone beam-CT wellicht niet betrouwbaar voor diagnosticeren van verticale wortelfracturen

Onderzoekers wilden weten of cone beam-computertomografie (CBCT) betrouwbaar is in het detecteren van verticale wortelfracturen in endodontisch behandelde tanden en kiezen. Volgens hen is er momenteel nog onvoldoende bewijs om de betrouwbaarheid van CBCT aan te tonen.

Verticale wortelfracturen en CBCT
Verticale wortelfracturen zijn breuken die alleen in de wortel zelf voorkomen. Ze zijn moeilijk te diagnosticeren en hebben een slechte prognose. Cone Beam Computed Tomography (CBCT) is een röntgentechniek die 15 jaar geleden werd geïntroduceerd binnen de orthodontie. Een CBCT-scanner kan door rond het hoofd van de patiënt te draaien, een gedetailleerde driedimensionale afbeelding van het hoofd maken. CBCT wordt dan ook gebruikt voor het opsporen van wortelfracturen.

Eerder onderzoek
In een eerder onderzoek zijn 21 tanden bekeken van 20 patiënten, waarna werd gesuggereerd dat door de hoge specificiteit zowel CBCT als digitale radiografie betrouwbaar is in het vaststellen dat er geen fracturen zijn. De auteurs van het huidig onderzoek merken echter op dat de specificiteit van CBCT ook kan aangeven dat het mogelijk dus niet in staat is om fracturen te detecteren en misschien daarom een negatief resultaat geeft. Tevens is er in 2013 een meta-analyse uitgevoerd door een andere onderzoeksgroep om de sensitiviteit en specificiteit van CBCT te bepalen. Zij concluderen dat de CBCT een hoge diagnostische nauwkeurigheid heeft betreft het detecteren van fracturen.

Huidig onderzoek
De Canadese onderzoekers hebben een systematisch review uitgevoerd van vier onderzoeken. De gerapporteerde waarde bereik van deze onderzoeken was 40% -90% voor VRF prevalentie, 84% tot 100% voor gevoeligheid en 64% tot 100% voor de specificiteit.

Conclusie
Vanwege de grote onnauwkeurigheid in de waarde bereiken van de vier onderzoeken, is er momenteel onvoldoende bewijs om te suggereren dat CBCT een betrouwbare test is voor het opsporen van verticale wortelfracturen. De resultaten van de huidige studie moeten wel voorzichtig worden geïnterpreteerd, volgens de auteurs. Volgens is hen zijn de grondige klinische onderzoeken voorafgaand een CBCT, en het herkennen van de symptomen van een wortelfractuur vooralsnog de belangrijkste methodes om een wortelfractuur te diagnosticeren.

Bron:
Journal of Endodontics

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Gebruik ultra-violet of blauw licht met groenfilter bij het maken van een digitale foto

Digitale mondfotografie met ultra-violet of blauw licht in combinatie met een groenfilter zou mogelijk beter zijn voor het beoordelen van gedemineraliseerd tandweefsel en andere klinische onderzoeken.

Onderzoek
Met behulp van ultra-violet en blauw LED-licht (405- en 455-nm golflengte) en op maat gemaakte groenfilters hebben de onderzoekers de tanden gefotografeerd. Hierdoor fluoresceert de tand groen. De foto’s laten een hoger contrast zien tussen gezond en gedemineraliseerd tandweefsel. In het onderzoek hadden tanden met cariës een lagere groene fluorescentie. De fluorescentie veranderde niet bij de aanwezigheid van speeksel op het tandoppervlak maar de aanwezigheid van bloed in speeksel leidde ook tot een lager groene fluorescentie.

Vervolgonderzoek
De combinatie van groenfilters en ultra-violet of blauw licht helpt bij het maken van een goede beoordeling van de status van het tandweefsel. De resultaten van dit onderzoek vormen een basis voor vervolgonderzoek naar de verbetering van beeldvormende technieken die gebruikt kunnen worden in tandartspraktijken.

Bron:
onlinelibrary.wiley.com

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Digitale tandheelkunde in opkomst

Op dit moment neemt digitale tandheelkunde slechts een klein deel van de markt in, maar dit staat op het punt om te veranderen, aldus Rich Mott, CEO van CadBlu, een Amerikaanse leverancier van CAD/CAM, scanning technieken en software. Hij legt uit waarom deze trend steeds bepalender zal gaan worden binnen de tandartswereld.

Volgens Motto kunnen verschillende digitale technologieën, die al zo’n 30 jaar bestaan en maar slechts door 4% van de tandartsen worden gebruikt, veel efficiënter worden ingezet, om zo de volledige tandheelkundige wereld te verbeteren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen zorgen voor een grotere voorspelbaarheid, een betere prijs-kwaliteit verhouding, meer precisie en verbeterde effectiviteit.

Op dit moment is een grote trend gaande, en is wereldwijd zo’n 80% van de tandartsen de volledige of gedeeltelijke overstap aan het maken naar hulp van digitale CAD/CAM technieken. Maar wat is het precies dat deze verandering manifesteert?

1. De industrie stelt zich meer open
De tandheelkundige industrie stelt zich steeds vaker open voor invloeden van buitenaf, zo ook voor deze technieken.

2. Ontwikkeling van nieuwe materialen
Technologie ontwikkelt snel, en zo ook op het gebied van tandheelkunde. Onder andere 3D-printers bieden een immense variëteit aan mogelijkheden die eerder voor onmogelijk werden gehouden.

3. Alles wordt aangepast op de patiënt
Door middel van technieken zoals CAD/CAM wordt het steeds meer mogelijk om behandelingen en toepassingen volledig aan te passen aan de wensen van de patiënt. Op het moment dat meer klinieken deze persoonlijke behandelingen zullen gaan aanbieden, zullen deze klanten van andere tandartsen weg trekken, wat verhoogde concurrentie oplevert en zal zorgen dat steeds meer tandartsen aan deze technieken zullen willen wagen.

4. Tandartsen kunnen steeds meer doen
Door vernieuwde technologieën kunnen algemene tandartsen nu behandelingen uitvoeren die eerst alleen toegankelijk waren voor specialisten. Dit is vooral zichtbaar bij implantaten, aangezien nieuwe technieken hier relatief goedkope oplossingen voor kunnen bieden. In de toekomst zullen deze behandelingen steeds vaker door algemene tandartsen kunnen worden uitgevoerd.

5. Tandartsen maken steeds meer gebruik van scanners
Tandartsen maken steeds meer gebruik van scanners, zowel voor binnen als buiten de mond. Scans kunnen namelijk fungeren als hulplijnen bij operaties of als voorbeeld voor bijvoorbeeld het creëren van een kunstgebit.

6. Groei in organisaties die ondersteunende diensten aan mondzorgpraktijken aanbieden
Waar op dit moment de organisaties die ondersteunende diensten aan mondzorgpraktijken aanbieden (Dental Service Organizations, oftewel DSO’s) 7% van de volledige markt in beslag nemen in Amerika, is een groei naar 20% verwacht. Dit is van belang, aangezien zij de mogelijkheid hebben om te investeren in nieuwe technologieën.

Bron:
Dr Bicuspid

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Onderzoek vergelijkt verschillende CAD/CAM composities

Na het bestuderen van meerdere CAD/CAM composities, is gebleken dat lithium disilicate glas keramiek de grootste buigsterkte heeft. Echter, alle andere materialen bleken ook prima te zijn wat betreft hun mechanische en optische eigenschappen.

Materialistisch en klinisch perspectief
Over het algemeen werd door de Duitse onderzoekers bevonden dat CAD/CAM composities een behoorlijke buigsterkte en hoge transparantie hebben. Vanuit materialistisch perspectief, werd glas keramiek het beste materiaal bevonden wat betreft verkleuring en slijtage. Vanuit klinisch perspectief werden echter alle verschillende composities als goed bevonden.

CAD/CAM composities en glas keramiek
Deze resultaten zijn gebaseerd op een studie naar zowel de mechanische als de optische eigenschappen van de verschillende composities. Het volgende werd getest:
– CAD/CAM composities Lava Ultimate (3M ESPE), Cerasmart (GC), Shofu Block HC (Shofu) en twee andere composities van Ivoclar Vivadent en Coltene/Whaledent
– Een leuciet (IPS Empress CAD, Ivoclar Vivadent)
– Een lithium disilicaat glas keramiek (IPS e.max CAD, Ivoclar Vivadent)

Vier eigenschappen
Elk van deze werd getest op buigsterkte, slijtage, verkleuring en doorschijnendheid. De buigsterkte werd beoordeeld aan de hand van de normen van de International Organization of Standardization. Om slijtage te testen werd gebruik gemaakt van simulaties met echte menselijke tanden, waarna een kwalitatieve analyse werd gedaan. Verkleuring werd gemeten aan de hand van een 14 dagen durende blootstelling aan allerlei materialen, als curry en rode wijn. De doorschijnendheid werd gemeten in een spectrofotometer.

Verschil tussen CAD/CAM en glas keramiek
Uit de testen bleek IPS e.max CAD de winnaar wat betreft buigsterkte. Glas keramiek en het hybride materiaal kwamen het beste uit de test qua slijtage, en glas keramiek bleek de laagste verkleuring te hebben. Hiermee werd de hypothese dat de slijtage van de CAD/CAM composities en van glas keramiek het zelfde zou zijn verworpen.

Conclusies
De conclusies van deze studie luidden als volgt:
– CAD/CAM composities toonden grotere buigsterkte dan de keramische en hybride materialen.
– Slechts een CAD/CAM compositie (Coltene/Whaledent) bleek vergelijkbaar op het gebied van slijtage met glas keramiek en het hybride materiaal. De overige composities toonden meer slijtage.
– Glas keramiek toonde lagere verkleuring dan alle CAD/CAM composities.

Onderzoek naar lange termijn
Er is geen klinische data beschikbaar over de levensduur van elk van deze materialen. De schrijvers geven daarom aan dat onderzoek naar de lange termijn noodzakelijk is. De uitslagen van dit onderzoek kunnen wel gebruikt worden voor korte- en medium termijn restauraties.

Bron: Science Direct en Dr BicusPid

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
relatie-patient

Röntgenfoto’s duidelijk zichtbaar op tablets

Steeds vaker maken tandheelkundige professionals gebruik van tablets voor verschillende klinische toepassingen, zoals het bekijken van elektronische medische dossiers. Nieuw onderzoek gepubliceerd in Imaging Science in Dentistry heeft aangetoond dat op tablets ook röntgenfoto’s bekeken kunnen worden omdat de anatomische kenmerken hier duidelijk waarneembaar zijn.

Tablet versus computer
Voor het onderzoek zijn deelnemers gevraagd om 16 anatomische oriëntatiepunten te identificeren van panoramische röntgenfoto’s, en 12 oriëntatiepunten van laterale röntgenopnamen op zowel een tablet als een LCD-monitor. De deelnemers hebben hiervoor naar 1000 digitale röntgenfoto’s gekeken op beide apparaten. Elke foto gaven zij een score van 0-3 op basis van zichtbaarheid op beide apparaten en geschiktheid voor diagnostisch gebruik.

Resultaten
De onderzoekers vonden geen significant verschil tussen de duidelijkheid van de röntgenfoto’s op de tablet en op een LCD-monitor. De resultaten suggereren daarmee dat een tablet geschikt is voor het bekijken van röntgenfoto’s. Tevens zou een tablet zelfs geschikter zijn voor het bekijken van onderbelichte beelden door een statistisch significante correlatie tussen de mate van blootstelling en helderheid van bepaalde anatomische oriëntatiepunten.

Vervolg
Tablets lijken veelbelovend, ook omdat ze aanzienlijk goedkoper en minder omslachtig zijn dan werkstations. Het onderzoeksteam wil het gebruik van de tablets in een klinische setting verder verkennen zoals bij het opstellen van een behandelingsplan en het maken van afspraken.

Bron:
Imaging Science in Dentistry NCBI

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z

Brochure veilig werken met straling

De Inspectie SZW heeft de digitale publicatie ‘U werkt veilig met straling. Weet u dat zeker?’ uitgebracht. Daarin staat kort en bondig hoe u de risico’s van werken met straling kunt voorkomen of beperken.

Lees meer over: Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z