Beroepsgebonden vaccinatie hepatitis B: beleid na vaccinatie op kinderleeftijd
Sinds de opname van hepatitis B-vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in 2011 komen steeds meer mensen op de arbeidsmarkt die al op kinderleeftijd volledig tegen hepatitis B zijn gevaccineerd. De Gezondheidsraad heeft een advies geschreven voor beroepsgebonden vaccinatie voor deze groep, zo schrijft het RIVM.
Beroepsgebonden Hepatitis-B vaccinatie
Beroepsgebondenhepatitis B-vaccinatie beschermt werkenden en, waar van toepassing, derden tegen HBV. Risicoloperszijn werkenden die door hun werkzaamheden aan HBV kunnen worden blootgesteld, onder andere in de gezondheidszorg, laboratoria, uitvaartbrancheof bij hulpdiensten. Risicovormerszijn werkenden die bij een HBV-infectie door de aard van hun werkzaamheden anderen kunnen besmetten, met name professionals die risicovormende handelingen uitvoeren. Dit zijn handelingen waarbij de (gehandschoende) hand binnen lichaamsholten of wonden in contact kan komen met scherpe instrumenten, naalden of scherpe weefseldelen.
Huidige werkwijze
Het huidige beleid ter voorkoming van beroeps gerelateerd HBV-risico richt zich primair op ongevaccineerden en bestaat uit drie hepatitis B-vaccinaties, gevolgd door een anti -HBs titerbepaling vier tot acht weken na de laatste vaccinatie. Interpretatie van de immuun status is afhankelijk van het type werkzaamheden:
- Voor immuun competenterisicolopers betekenteen anti-HBstiter van ≥10 IE/l langdurige bescherming van werkenden.
- Voor risicovormers wordt een titer van ≥ 100 IE/l aangehoudenvoor de combinatie van langdurige bescherming van werkenden énde bescherming van derden.
Bij onvoldoende respons volgt onderzoek ter uitsluiting van een HBV -infectie en kan aanvullende vaccinatie nodig zijn.
Advies Gezondheidsraad: beleid na vaccinatie op kinderleeftijd
De huidige beleidsluit niet aan bij (aankomende) werkenden die vanaf geboortecohort 2011 op kinderleeftijd via het RVP zijn gevaccineerd.Bij hen is de vaccinatie doorgaans gedocumenteerd, maar is niets bekend over de antistofrespons. De subcommissie Beroepsgebonden vaccinaties van de Gezondheidsraad vindt dat voor alle werkenden met een beroepsmatig hepatitis B-risico betrouwbare documentatie van hun immuniteit beschikbaar moet zijn . Dit is primair in het belang van de werkende zelf en, bij risicovormers, ook van derden: onbekend HBV dragerschap kan leiden tot transmissie naar patiënten of cliënten.
De commissie adviseert daarom om werkenden die op kinderleeftijd volledig volgens het RVP zijn gevaccineerd één boostervaccinatie aan te bieden, gevolgd door een anti -HBs bepaling vier tot acht weken later. Voor de interpretatie van de uitslag en eventueel vervolgbeleid blijft het huidige beleid uit de bestaande richtlijnen van kracht.
Implementatie in het arbobeleid
In sectoren met mogelijke beroepsmatige blootstelling aan HBV dienen werkgevers in de risico -inventarisatie en – evaluatie (RI&E) aandacht te besteden aan het besmettingsrisico voor werknemers en, bij risicovormende werkzaamheden, aan overdracht naar derden. Het aanbieden van beroeps gebonden hepatitis B-vaccinatie en beoordelen van de vaccinatie- en beschermingsstatus van nieuwe werknemers, leerlingen en stagiairs met risicovolle werkzaamheden zijn essentiële onderdelen van het arbobeleid.
Bij werkenden die op kinderleeftijd via het RVP zijn gevaccineerd, is de werkwijzecals volgt
- Eerst wordt de vaccinatiestatus vastgesteld. Werkenden kunnen hun geregistreerde vaccinaties veelal zelf opvragen via het vaccinatieoverzicht van het Rijksvaccinatieprogramma.
- Vervolgens wordt,bij bewijs van volledige vaccinatie, het advies van de subcommissie Beroepsgebonden vaccinatiesvan de Gezondheidsraadtoegepast: boostervaccinatie met 4-8 wekennadien controle van de
anti-HBstiter:
o Voor risicolopers volstaat een antistoftiter van ≥ 10 IE/l. Een HBV-infectie dient uitgesloten te worden wanneer deze <10 IE/l is.
o Voor risicovormers wordt een titer van ≥ 100 IE/l aangehoudenen geldt dat bij een antistoftiter <100 IE/l een HBV-infectie moet worden uitgesloten. - Vaccinatiegegevens, titeruitslagen en eventuele vervolgstappen zijn bijzondere persoonsgegevens en dienen
overeenkomstig te worden vastgelegd. De werkende ontvangt documentatie over HBV-status voor gebruik bij toekomstige werkzaamheden of na een prikaccident.
Voor werkenden die niet of onvolledig zijn gevaccineerd, of bij wie bewijs van eerdere vaccinatie ontbreekt, blijft het huidige beleid ongewijzigd.
Meer informatie
Voor het volledige advies van de Gezondheidsraad subcommissie Beroepsgebonden Vaccinaties en achtergrondinformatie over hepatitis B en vaccinatie zie:
− Beroepsgebonden vaccinatie: hepatitis B | Gezondheidsraad
− Factsheet Hepatitis B-vaccinatie
− Hepatitis B non-responders (bijlage bijLCI-richtlijn)
− LCI-richtlijn Hepatitis B
− Praktijkrichtlijn voor bedrijfsartsen: Hepatitis B-vaccinatie van risicolopend personeel
− Preventie van transmissie van hepatitis B-virus door risicovormend medisch personeel | Landelijke richtlijn
Auteurs: Marieke Wijffels-de Groot, Nynke Nutma, Helma Ruijs, Linda Smit, Herbert de Jager(RIVM/CIb), Jaap Maas (NCvB), Kata Ottovay, Tjalling Leenstra (RIVM/CIb)









