“Miranda Oude Griep: ‘De mond is geen eiland’
Van mondhygiënist tot ziekenhuisprofessional, docent, maatschappelijk werker, kwaliteitsmanager en beleidsmaker. De loopbaan van Miranda Oude Griep lijkt een aaneenschakeling van verschillende functies, maar kent één duidelijke rode draad: mensen en organisaties helpen groeien. Tegenwoordig is zij klinisch manager Preventie & Parodontologie en teamlead van de Dental- en Paromentoren bij TopMondzorg. Daarnaast verzorgt zij voor het Ivoren Kruis trainingen in Gewoon Gaaf en Motivational Interviewing. Wat drijft haar? En waarom is zij ervan overtuigd dat de mondzorg veel meer onderdeel moet worden van de totale gezondheidszorg?
“Ik wist al jong dat ik de mondzorg in wilde”
Hoe kwam je op het idee om mondhygiënist te worden?
“Mijn interesse voor de mondzorg ontstond al op jonge leeftijd. Een nicht van mij werkte bij de Jeugdtandzorg en in het weekend mocht ik soms mee om de bus schoon te maken. Dat gaf me letterlijk een kijkje achter de schermen. Ik vond het fascinerend en werd nieuwsgierig naar het vak. Toen ik later een opleiding moest kiezen, was de beslissing eigenlijk snel genomen. De opleiding bleek precies te zijn wat ik ervan had verwacht: afwisselend, praktisch en vooral gericht op het werken met mensen. Ik heb er met ontzettend veel plezier gestudeerd.”
“In het ziekenhuis ontdekte ik dat mondzorg veel verder gaat dan tanden”
Je begon je carrière in verschillende ziekenhuizen. Wat trok je daarin aan?
“Ik houd van complexe vraagstukken. Juist in het ziekenhuis ontdekte ik dat mondzorg over veel meer gaat dan het behandelen van een gebit. Bij patiënten die een kankerbehandeling ondergaan of hebben ondergaan kan mondzorg een enorme invloed hebben op de kwaliteit van leven. Denk aan mensen met hoofd-halstumoren, hematologische aandoeningen of patiënten die behandeld worden met antiresorptieve medicatie. Iedere patiënt brengt weer andere uitdagingen met zich mee. Dat vraagt niet alleen vakinhoudelijke kennis, maar ook samenwerking met andere disciplines. Toen ik begon, bestonden er nog nauwelijks richtlijnen voor deze patiëntengroep. Samen met collega’s uit onder andere Groningen en Amsterdam waren we eigenlijk pioniers. We ontwikkelden kennis terwijl we tegelijkertijd patiënten behandelden. Dat pionieren gaf enorm veel energie. Daarom ben ik ook zo blij met de recente KIMO-richtlijn Extramurale mondzorg tijdens en na kankerbehandeling. Die biedt eindelijk een stevige wetenschappelijke basis voor de zorg aan deze patiënten. Uiteindelijk verdienen zij zorg die gebaseerd is op de beste beschikbare kennis.”
“Mijn passie is nooit het onderwijs geweest, maar de ontwikkeling van mensen”
Later werd je docent aan de opleiding Mondzorgkunde. Wilde je het onderwijs veranderen?
“Nee, eigenlijk niet. Mijn grootste passie is altijd de ontwikkeling van mensen geweest. Ik geloof dat mensen pas echt tot bloei komen wanneer ze de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen én wanneer organisaties goed zijn ingericht. Daarom houd ik me niet alleen bezig met mensen, maar ook met processen en beleid. Verbeteringen ontstaan dan niet omdat je koste wat kost wilt veranderen, maar omdat je samen ontdekt waar processen slimmer of beter kunnen. Als je voortdurend brandjes moet blussen, is dat vaak een teken dat de onderliggende processen niet goed zijn ingericht. Door aandacht te hebben voor zowel de mens als het proces kun je duurzame verbeteringen realiseren.”
“De mond is geen eiland”
Op een gegeven moment verruilde je de mondzorg voor het maatschappelijk werk. Dat lijkt een opvallende stap.
“Eigenlijk helemaal niet,” zegt Miranda. “Voor mij sluiten die twee juist naadloos op elkaar aan. Wat mij aantrok in het maatschappelijk werk, was dat problemen vrijwel nooit op zichzelf staan. Achter iedere hulpvraag schuilt een combinatie van sociale, psychologische, medische en soms ook praktische factoren. Ik wilde niet alleen kijken naar de klacht, maar vooral begrijpen wat erachter zit. Die manier van denken heeft mijn visie op zorg blijvend gevormd en juist daarom gelooft ze zo sterk in samenwerking tussen verschillende disciplines. Want goede zorg ontstaat wanneer professionals vanuit verschillende vakgebieden elkaar aanvullen. Daarom zet ik me graag in voor interprofessioneel onderwijs, waarin communicatie, samenwerking, diversiteit en inclusie centraal staan. Uiteindelijk draait het om duurzame zorgontwikkeling en maatschappelijke impact.”
Volgens Miranda heeft de mondzorg daarin de afgelopen jaren mooie stappen gezet.
“We kijken steeds meer naar de mens achter de mond. De brede acceptatie van motivational interviewing is daar een mooi voorbeeld van. Ook in de richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen zie je die ontwikkeling terug. We schrijven mensen niet langer voor wat ze moeten doen, maar begeleiden hen om zelf keuzes te maken die bij hun leven passen. Als mondzorgprofessional ben je daarom niet alleen behandelaar, maar ook coach.”
De mond hoort bij de rest van het lichaam
Toch is er volgens haar nog veel winst te behalen: “De mondzorg mag zich veel sterker maatschappelijk positioneren. Mondgezondheid staat niet los van de algemene gezondheid. Cariës, gingivitis en parodontitis zijn leefstijlgerelateerde aandoeningen. Ze delen risicofactoren met aandoeningen als diabetes type 2, hart- en vaatziekten en obesitas.”
Maar de invloed gaat nog verder.
“Een slechte mondgezondheid beïnvloedt voeding, zelfvertrouwen, sociale participatie en zelfs de mentale gezondheid. Andersom hebben chronische aandoeningen, stress en sociaaleconomische omstandigheden ook weer invloed op de mondgezondheid.” Volgens Miranda kunnen mondzorgprofessionals daarom niet op een eiland blijven werken. “Ik geloof in een integrale aanpak, waarbij we veel intensiever samenwerken met huisartsen, diëtisten, psychologen, wijkverpleegkundigen en andere zorgprofessionals. Wanneer we ons richten op gedeelde risicofactoren, zoals voeding, roken, alcoholgebruik, stress en bestaansonzekerheid, kunnen we veel effectiever bijdragen aan preventie.” Ze verwijst daarbij naar de common risk factor approach, een benadering waarbij meerdere chronische aandoeningen tegelijkertijd worden aangepakt door dezelfde risicofactoren te verminderen. “Die gedachte sluit perfect aan bij de lectorale rede van Monique van der Veen. Dat vond ik ontzettend inspirerend.”
Historisch gegroeid
Dat samenwerking nog niet vanzelfsprekend is, begrijpt Miranda ook: “Historisch heeft de mondzorg zich ontwikkeld als een vrij zelfstandig domein. Daardoor is de verbinding met de rest van de gezondheidszorg minder vanzelfsprekend geworden dan bijvoorbeeld binnen de huisartsenzorg of de jeugdgezondheidszorg.”
Juist daar ziet zij de grootste kans voor de toekomst.
“Door mondgezondheid structureel onderdeel te maken van gezondheidsnetwerken, preventieprogramma’s en interprofessioneel onderwijs, kunnen we niet alleen de mondgezondheid verbeteren, maar ook bijdragen aan de gezondheid van de samenleving.” Voor mij begint goede mondzorg niet bij een tand of kies, maar bij de mens die tegenover je zit.”
“Discussie is gezond”
Je bent ook betrokken geweest bij de ontwikkeling van de paro-preventieassistent. Daar was niet iedereen enthousiast over. Hoe kijk je daar nu op terug?
“Nieuwe ontwikkelingen zorgen altijd voor discussie. Dat vind ik eigenlijk alleen maar gezond. Kritische vragen houden ons scherp.” Volgens Miranda moeten we ons vooral richten op de vraag hoe veranderingen verantwoord kunnen worden ingevoerd: “We hebben in Nederland te maken met een groot personeelstekort in de mondzorg. Dan moeten we nadenken over slimme vormen van taakdelegatie, zonder concessies te doen aan kwaliteit.” Daarom is ze positief over de onlangs ingevoerde ABC-structuur van de KNMT. “Die biedt eindelijk duidelijke kaders. Per niveau zijn de competenties beschreven en ook de rol van de paro-preventieassistent is helder uitgewerkt. Dat geeft veel meer duidelijkheid.” Voor haar zit de sleutel niet in functietitels. “De crux zit altijd in een goede opleiding, heldere taakdelegatie en goede supervisie. Als dat goed geregeld is, kun je veilig samenwerken en blijft de kwaliteit van zorg gewaarborgd.” Ze ziet daarin ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Niet alleen om goede zorg te leveren, maar ook om de zorg toegankelijk te houden.”
“Kwaliteit ontstaat niet vanzelf”
Tegenwoordig ben je klinisch manager Preventie & Parodontologie bij TopMondzorg. Wat spreekt je daarin het meeste aan?
“Wat mij energie geeft, is bouwen. Niet alleen aan inhoudelijke programma’s, maar vooral aan een omgeving waarin mensen zich kunnen ontwikkelen.” Binnen TopMondzorg geeft Miranda leiding aan een groot team van kwaliteitsmedewerkers, dental- en paromentoren. Samen ondersteunen zij collega’s in hun dagelijkse praktijk. “Ik geloof dat kwaliteit niet vanzelf ontstaat. Richtlijnen kunnen nog zo goed zijn, maar uiteindelijk gaat het erom dat ze ook echt worden toegepast. Dat vraagt om begeleiding, scholing en vooral draagvlak.” Volgens haar is implementeren veel meer dan een protocol verspreiden. “Veranderen is een proces. Je moet mensen meenemen, luisteren naar hun ervaringen, evalueren en waar nodig bijsturen. Pas dan worden richtlijnen onderdeel van het dagelijks handelen.” Juist die combinatie van inhoud en menselijk gedrag maakt haar werk zo interessant. “Ik vind het prachtig om programma’s op het gebied van preventie en parodontologie te ontwikkelen. Wanneer behandelaren én patiënten merken dat alles goed georganiseerd is, weet ik dat we echt impact maken.”
Raak je wel eens gefrustreerd omdat veranderingen zoveel tijd kosten?
“Nauwelijks,” zegt ze lachend. “Natuurlijk wil je graag snel resultaat zien, maar ik weet ook dat duurzame verandering tijd vraagt.” Ze ziet implementatie niet als een project met een einddatum. “Voor mij is het een continu proces. Je evalueert, verzamelt feedback en stelt steeds weer bij. Juist die kleine stappen geven mij energie. Uiteindelijk bereik je grote veranderingen door jarenlang consequent dezelfde richting op te blijven bewegen.” Daarbij houdt ze altijd het einddoel voor ogen. “Als je weet waar je naartoe wilt, zijn kleine stappen helemaal niet klein.”
“Gewoon Gaaf laat zien wat preventie kan betekenen”
Naast haar werk bij TopMondzorg is Miranda al meer dan tien jaar verbonden aan het Ivoren Kruis. “Daar verzorg ik trainingen in Gewoon Gaaf en Motivational Interviewing. Dat blijft ontzettend inspirerend.” Ze noemt het programma een van de mooiste voorbeelden van preventie in de Nederlandse mondzorg. “Wanneer je ziet dat een preventieve aanpak kan leiden tot een enorme afname van cariës, besef je hoeveel verschil je als mondzorgprofessional kunt maken.” Maar volgens haar gaat het verder dan poetsinstructies geven. “Motivational interviewing leert ons dat gedragsverandering niet ontstaat doordat wij vertellen wat iemand moet doen. Mensen veranderen pas wanneer zij zelf gemotiveerd raken.” Dat sluit naadloos aan bij haar bredere visie op zorg. “We verwachten nog te vaak dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid, zonder voldoende rekening te houden met hun leefomstandigheden.”
Gezondheid is meer dan een eigen keuze
Miranda vindt dat we soms te gemakkelijk spreken over ‘eigen verantwoordelijkheid’. “Dat klinkt logisch, maar het doet geen recht aan de werkelijkheid.” Mensen die opgroeien in armoede of leven onder langdurige stress hebben simpelweg minder mogelijkheden om gezonde keuzes te maken. “Onderzoek laat zien dat sociaaleconomische omstandigheden een enorme invloed hebben op mondgezondheid. Beperkte gezondheidsvaardigheden, financiële problemen en een ongezonde leefomgeving vergroten allemaal het risico op cariës en parodontitis.” Daarom pleit zij voor een bredere benadering. “Mondgezondheid moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van het publieke gezondheidsbeleid. Niet als los specialisme, maar als onderdeel van gezondheid in de volle breedte.” Dat vraagt volgens haar opnieuw om samenwerking. “Wanneer mondzorgprofessionals, huisartsen, jeugdgezondheidszorg, diëtisten en andere disciplines samen optrekken, kunnen we gezondheidsverschillen daadwerkelijk verkleinen.”
Persoonlijk leiderschap
Je komt heel rustig en zelfverzekerd over. Waar komt dat vandaan?
Miranda glimlacht. “Ik zie mezelf eigenlijk helemaal niet als iemand die altijd zelfverzekerd is.” Ze denkt even na. “Voor mij draait leiderschap vooral om balans. Ik probeer voortdurend te voelen of ik nog zelf aan het sturen ben of dat ik me laat meeslepen door alles wat op me afkomt.” Zelfreflectie speelt daarin een grote rol. “Ik ben nooit klaar met ontwikkelen. Juist door kritisch naar mezelf te blijven kijken, blijf ik groeien.” Ze haalt haar energie uit haar collega’s. “Ik werk dagelijks met mensen die enorm veel passie hebben voor de tandheelkunde. Dat werkt aanstekelijk. Daarnaast zoek ik bewust situaties op waarin ik iets nieuws kan leren. Dat houdt me scherp.”
“De grootste uitdaging ligt nog voor ons”
Waar zie jij de grootste uitdaging voor de mondzorg?
“Voor mij ligt die uitdaging vooral in het daadwerkelijk implementeren van kwaliteitsverbeteringen,” zegt Miranda. “Richtlijnen ontwikkelen is belangrijk, maar uiteindelijk gaat het erom dat ze ook echt onderdeel worden van de dagelijkse praktijk.” Dat vraagt volgens haar om meer dan alleen kennis. “Je moet mensen ondersteunen, enthousiasmeren en laten ervaren waarom een verandering waardevol is. Pas dan ontstaat draagvlak.” Maar haar ambitie reikt verder dan de behandelkamer. “Ik hoop dat mondgezondheid de komende jaren veel steviger wordt verankerd binnen de bredere gezondheidszorg. Door verschillende professionals met elkaar te verbinden, kunnen we samen werken aan duurzame gedragsverandering en gezondheidswinst. Dat is uiteindelijk waar preventie om draait.” Binnen TopMondzorg ziet ze daarvan al mooie voorbeelden. “We lopen momenteel verschillende pilots waarin preventie, leefstijl en samenwerking centraal staan. Dat zijn ontwikkelingen waar ik ontzettend enthousiast van word.”
“Preventie blijft onze grootste kans”
Maak je je weleens zorgen over de toekomst van de mondzorg?
“Zeker.” Het personeelstekort noemt ze als eerste. “De zorgvraag neemt toe, terwijl het steeds moeilijker wordt om voldoende goed opgeleide professionals te vinden. Dat vraagt om nieuwe manieren van samenwerken en organiseren.” Daarnaast ziet ze de toegankelijkheid van de mondzorg onder druk staan. “Voor veel volwassenen vormt de rekening een drempel om zorg te zoeken. Tegelijkertijd behouden ouderen steeds langer hun eigen gebit, waardoor de zorg complexer wordt. Dat vraagt om meer samenwerking met andere disciplines en meer aandacht voor geriatrische mondzorg.” Volgens haar zit de oplossing niet alleen in méér behandelen. “De grootste winst blijft preventie. Wanneer we al op jonge leeftijd investeren in mondgezondheid, kunnen we op latere leeftijd veel problemen voorkomen.” Ze noemt de mondzorgcoaches op consultatiebureaus als een mooi voorbeeld. “Daar zie je hoe vroegtijdige begeleiding gezondheidsverschillen kan verkleinen.” Toch blijft één punt volgens haar onderbelicht.
“De mondzorg staat nog te veel naast de rest van de gezondheidszorg. Ook de financiering helpt daar niet altijd bij. Zolang samenwerking onvoldoende wordt gefaciliteerd, laten we kansen liggen.”
Leven buiten de mondzorg
Waar word jij gelukkig van?
Ze hoeft niet lang na te denken. “Mijn gezin.” Mijn man en onze kinderen vormen mijn basis. Ik ben trots op hoe zij in het leven staan en dat we altijd op elkaar kunnen terugvallen.”
Ook buiten haar werk zoekt ze balans. “Ik geniet enorm van onze tuin. En zingen is een grote passie. Op het podium staan met een band of in een musical geeft me ontzettend veel energie.” Ze lacht.” Dat is wel de perfecte combinatie: inhoud, creativiteit en mensen.”
Altijd blijven leren
Welke overtuiging heb je onderweg losgelaten?
“Eigenlijk geloof ik niet zo in vaste overtuigingen,” zegt ze. “Die kunnen je denken ook beperken.” Wat ze wél heeft geleerd, is om haar eigen aannames voortdurend te blijven toetsen. “Ik probeer nooit te denken dat ik de waarheid in pacht heb. Door open te blijven staan voor andere inzichten blijf je leren. Dat maakt samenwerken ook veel gemakkelijker.”
Inspiratie
Waar haal je inspiratie uit?
“Uit twee dingen: innovatie én mensen.” Nieuwe ontwikkelingen binnen preventie en parodontologie volgt ze met veel belangstelling. “Ik denk dat technologie, waaronder artificiële intelligentie, ons enorm kan helpen om slimmer en efficiënter te werken. Natuurlijk moeten we dat zorgvuldig doen, maar de mogelijkheden zijn groot.” Tegelijkertijd blijft de menselijke kant voor haar minstens zo belangrijk. “Ik bewonder collega’s die vertrouwen weten op te bouwen, echt luisteren en aandacht hebben voor hun patiënten. Uiteindelijk is goede zorg altijd een combinatie van vakmanschap én menselijkheid.”
Waar ben je het meest trots op?
“Op de mensen met wie ik mag samenwerken.” Dat antwoord komt zonder aarzeling. “Ik heb het voorrecht leiding te mogen geven aan een bevlogen kwaliteitsteam en een groep mentoren die iedere dag collega’s begeleiden in hun professionele én persoonlijke ontwikkeling.” Ook kijkt ze met trots naar de kwaliteitsprogramma’s die binnen TopMondzorg zijn ontwikkeld.
“Het mooiste vind ik dat de ontwikkeling van medewerkers uiteindelijk leidt tot betere zorg voor patiënten. Daar doe ik het voor.”
Tot slot…
Welke vraag stel je jezelf regelmatig?
Miranda glimlacht. “Eigenlijk stel ik mezelf de hele dag vragen.” Even denkt ze na. “Maar als ik er één moet kiezen, is het deze: Ben ik nog aan het sturen, of word ik gestuurd?”
“Als ik merk dat ik alleen nog reageer op alles wat op me afkomt, weet ik dat het tijd is om afstand te nemen. Ik wil bewust keuzes blijven maken en niet op de automatische piloot terechtkomen.” Die vraag helpt haar scherp te blijven.
“Misschien is dat ook wel de rode draad in mijn loopbaan. Blijven leren. Blijven ontwikkelen. En vooral: blijven verbinden.”
Interview door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, met Miranda Oude Griep.










