20 maart 2014: World Oral Health Day

Op 20 maart 2014 is het World Oral Health Day. De World Dental Federation (FDI) wil met dit initiatief het belang van goede mondgezondheid wereldwijd onder de aandacht brengen.

Thema
Dit jaar is het thema ‘celebrating healthy smiles’. Ongeveer 90% van de wereldbevolking krijgt ooit te maken met mondziekten. Daarom wil de FDI de aandacht vestigen op goede mondhygiëne en preventie van cariës, tandvleesziekten en tandverlies.

Deelnemers
Wereldwijd doen scholen, mondzorgprofessionals, bedrijven en gezondheidsorganisaties mee aan de World Oral Health Day. Zij organiseren allerlei activiteiten om het publiek en overheden te wijzen op het belang van mondgezondheid. Voor mondzorgprofessionals die deel willen nemen aan World Oral Health Day is een toolkit beschikbaar.

Activiteiten Nederland

NMT-Kennistest ‘Hoe gezond is jouw mond’
Tijdens Dental Expo presenteert de NMT de kennistest ‘Hoe gezond is jouw mond’. Consumenten kunnen via deze test zien wat ze over mondgezondheid weten. De test wordt via een campagne bekend gemaakt bij het publiek. Praktijken kunnen patiënten informeren over de test aan de hand van materialen die de NMT beschikbaar stelt.

Gratis mondzorgadvies tijdens Week van de mondhygiënist
Van 17 t/m 22 maart 2014 organiseert de NVM de landelijke Week van de Mondhygiënist. In deze week wordt het publiek uitgenodigd om een kijkje te nemen in de mondzorgpraktijk voor een gratis mondzorgadvies. Zelfstandig gevestigde mondhygiënistenpraktijken en algemene praktijken waar mondhygiënisten werkzaam zijn, doen mee aan deze open dag.

Toothcamp
Op donderdag 20 maart wordt Toothcamp gehouden in de RAI, tijdens de Dental Expo, voor elf- en twaalfjarigen. Het doel van deze activiteit is om motivatie voor de eigen pubermond op te wekken, met humor, spanning en verrassingen, schrijft initiatiefnemer Ira van Eelen op de website van Toothcamp. De kinderen leren op een speelse manier over gebitsslijtage en tandplak met spannende chemische proefjes. Ook wordt geprobeerd een poetszingrecord neer te zetten.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z
Speeksel en gebitsslijtage: een glibberig verhaal

Speeksel en gebitsslijtage: een glibberig verhaal

Speeksel is onmisbaar voor het behouden van een optimale mondgezondheid. ‘Speekselonderzoek zou bij gebitsslijtage een standaard procedure moeten zijn’. Wanneer is er sprake van een droge mond en welke informatie kunt u uit een voedingsdagboek halen?

Verslag van de lezing van dr. Casper Bots, tandarts-epidemioloog en initiatiefnemer van het Nederlands Speekselcentrum, tijdens het NVGPT-congres Gebitsslijtage.

Speeksel is onmisbaar voor het handhaven van een optimale mondgezondheid. Over de relatie tussen speeksel en gebitsslijtage bestaan verschillende en uiteenlopende gedachten, opvattingen, meningen en onderzoeksresultaten. ‘Bij gebitsslijtage zou speekselonderzoek een standaard procedure moeten zijn. Het is denkbaar dat de grondslag van de slijtage nauw samenhangt met een te droge mond’ zei Bots. ‘Ook kan het zijn dat de buffer tekort schiet waardoor de kans op erosie blijvend groot is.’ Op het speekselspreekuur van het Nederlands Speekselcentrum wordt speeksel van patiënten met (erosieve) gebitsslijtage nader onderzocht en wordt de slijtage nauwkeurig in beeld gebracht.

Eigenschappen speeksel
Er komt onder normale omstandigheden ongeveer 0,5 liter aan speeksel per dag in de mond. Een aantal eiwitten uit speeksel hebben een bijzondere eigenschap:

  • Statherine: komt uit het speeksel van de parotis en heeft een antischimmel werking.
  • Histatine: zorgt voor snellere wondgenezing.
  • Mucine: heeft suikerketens aan de buitenkant die water binden.

Parotisspeeksel is waterig en zorgt voor buffering. Mucine-rijk speeksel daarentegen, heeft geen buffer, maar zorgt voor het glibberige, visco-elastische effect. Alleen vermindering van de hoeveelheid parotisspeeksel leidt dus tot een lagere buffercapaciteit voor zuren. Door deze lagere buffercapaciteit kan er sneller erosieves gebitsslijtage optreden.

Droge mond
Factoren waar je een droge mond van kunt krijgen:

  • Medicatie: meer dan 4 medicijnen leidt tot een objectief droge mond
  • Bestraling in het hoofd- halsgebied
  • Het Syndroom van Sjögren

Factoren die kunnen bevestigen dat er zeer waarschijnlijk sprake is van een droge mond:

  • Objectieve speekseltest
  • Droge lippen
  • Glad leren aspect van de tong
  • Progressieve gebitsslijtage
  • Plakken van de mondspiegel aan de wang
  • Wanneer de patiënt de tong uitsteekt, blijft de mondspiegel daarop plakken
  • Glanzend palatum en gingiva
  • Debris achter op het palatum
  • Veel en frequent hebben van cariës

Voedingsdagboekje
Het is van groot belang om een voedingsdagboekje bij te laten houden. U kunt er veel informatie uit halen, bijvoorbeeld:

  • Is het überhaupt ingevuld? Dit zegt iets over het commitment van de patiënt.
  • Sociaal-economische status van de patiënt.
  • Dagbesteding van de patiënt.
  • Welke hoeveelheid drinkt de patiënt? Als dat veel is, kan het verklaren waarom de patiënt geen subjectieve klachten heeft van een droge mond, terwijl deze wel objectief droog kan zijn.
  • Is er sprake van een erosief en zuur dieet? Dit stimuleert namelijk de parotis.

Dr. Casper P. Bots is tandarts-epidemioloog en werkzaam op het grensgebied van kliniek en onderzoek. Hij is initiatiefnemer van het Nederlands Speekselcentrum vanuit waar wekelijks bij SBT in Amsterdam en Zwolle een speekselspreekuur wordt georganiseerd. Hij is als gastmedewerker verbonden aan de afdeling Orale Biochemie van het ACTA waar zijn onderzoeksinteresse ligt bij de samenstelling van speeksel in relatie tot veranderingen in de mondgezondheid. In 2008 heeft hij De Mondzorgkliniek in Bunschoten opgericht. Als redacteur is hij werkzaam geweest voor diverse tandheelkundige bladen waaronder het NTvT en ACTA-QP, waar hij momenteel de rubriek “Wetenschap op de werkvloer” verzorgt. Daarnaast is hij voorzitter van de Commissie Onderzoeksbegeleiding van de NMT.

Door: Chantal Schreuder voor dental INFO van het NVGPT-congres Gebitsslijtage.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Medisch | Tandheelkundig, Restaureren, Thema A-Z

Blijf nieuwsgierig over e-health en zie nieuwe ontwikkelingen niet als bedreiging

Huisarts Bart Timmers is een voorloper op de digitale snelweg. Hij blogt voor verschillende zorgwebsites en deelt z’n kennis graag via presentaties en workshops over e-health. Mondhygiënist Lieneke Steverink-Jorna interviewde hem over zijn digitale ervaringen in de zorg.

Bart Timmers is huisarts in Groepspraktijk Huisartsen Bergh, in de omgeving van Dinxperlo in de Achterhoek. Ik leerde hem kennen via Twitter. Hij viel op door zijn enthousiasme over het gebruik van de digitale snelweg binnen de gezondheidszorg. We komen elkaar op deze weg regelmatig tegen. Zo blogt hij, net als ik, voor Digitalezorggids.nl, en ook blogt hij voor voor artsennet.nl en gezondtotaal.nl. Timmers deelt zijn kennis over E-health ook graag in het land door middel van presentaties of workshops. Denk dan vooral aan onderwerpen als slim gebruik van ICT in de praktijk en apps.

Ondersteunend en opwindend
Als Timmers een pen krijgt, wil hij nog wel eens het grapje maken: “Hoe werkt zo’n ding?”. Zodra de iPad 4 leverbaar is, ruilt hij z’n iPad 3 hiervoor in. Hij kan niet wachten, zo leuk vindt hij dat. Hij is er ervan overtuigd dat de digitale wereld zowel zorgverleners als zorgconsumenten veel te bieden heeft. “Het kan je werk erg verlichten. Het is heel ondersteunend naar je patiënten. Het is bovendien opwindend om te zien hoe de nabije toekomst aan het veranderen is.”

Facetalk
Op Facebook plaatste hij onlangs een foto van Facetalk, een virtuele spreekkamer. Hierop was een dame op leeftijd te zien met een voet in het verband en daaromheen allerlei zorgverleners. Het was een afbeelding van mulitdisciplinair overleg via de webcam. “Ik ben er nog mee aan het experimenteren, dus heel veel ervaring heb ik nog niet. Maar ik denk dat Facetalk de mogelijkheid biedt om op een laagdrempelige manier met meerdere disciplines over complexe zaken te overleggen. Zonder dat iedereen daarbij veel extra (reis-)tijd verliest”, zegt Timmers.

Het viel mij op dat de patiënt bij dit overleg werd betrokken. Ze had toestemming gegeven om de foto op social media te plaatsen. Ook de patiënt bleek dus enthousiast. “Dit kan prima met de patiënt erbij”, vertelt Timmers. “Maar het hoeft niet. Ik kan me voorstellen dat bijvoorbeeld een oncologie-overleg, waarin nog veel onzekerheden in technische termen worden besproken, minder geschikt is. Alhoewel… waarom eigenlijk niet aan het eind van dat overleg de patiënt even bij het overleg betrekken om de conclusies samen te delen? Je ziet ’t, al pratend kom je vaak op oplossingen of nieuwe ideeën!”

Trial and error
Toch zijn niet alle digitale ideeën goed bruikbaar. Soms faalt Timmers. “Ja, maar dat heeft ook te maken met het feit dat ik graag experimenteer met nieuwe vormen. Daar hoort falen bij. Is niet erg. Als je drie verschillende dingen probeert en het lukt één maal, dan zie ik alleen dat ene succes, die twee andere pogingen vergeet ik weer. Een voorbeeld van problemen: De data die je als patiënt in een app op je smartphone kunt verzamelen, kunnen we nog niet goed kwijt in onze “officiële” software. Sowieso is de hele aansluiting tussen de logge en oude software van praktijken en instellingen op de nieuwe mogelijkheden nog erg matig.”

Niet alleen de gemiddelde software is nog niet klaar voor alle nieuwe mogelijkheden die Timmers ziet. Ook collega’s zijn niet altijd even enthousiast. “Soms zuchten mijn collega’s wel eens als ik weer eens iets nieuws heb. Maar meestal val ik ze niet lastig met het experimentele stadium en probeer ik de geslaagde resultaten te delen. Ik vind soms wel dat de medische wereld in zijn algemeenheid te conservatief is. We mogen best iets sneller onze nek uitsteken, want hij wordt echt niet direct afgehakt.”, grapt Timmers.

Samenwerking
“Zou Facetalk wat kunnen zijn voor de mondzorg en wordt een tandarts/mondhygiënist wel eens betrokken bij dit soort overleg?“, vroeg ik nieuwsgierig en stiekem ook sturend.
“Tot nu toe is er geen overleg tussen huisarts en mondzorg. Incidenteel bel ik wel eens een tandarts. Ik zie nog niet direct een plaats, maar wie weet heb ik een gigantische blinde vlek. Wat vind jij daar eigenlijk van, Lieneke?” Ah, daar zag ik mijn kans! “Nou, ik zou zelf graag eens overleg hebben over hoe we lifestyle problemen kunnen aanpakken bij de patiënt. Je bent het vast met me eens dat enkel een pilletje voorschrijven bij hart- en vaatziekten vaak niet de kern van het probleem raakt. We zouden de voeding samen met de diëtist kunnen aanpakken, want ook tandvleesontsteking veroorzaakt (mede) hart- en vaatziektes. Het zou fijn zijn als ik dat niet alleen roep, maar dat ook de huisarts dit bij de patiënt aankaart. Hoe meer professionals dit tegen een patiënt zeggen, hoe serieuzer de patiënt dit zal nemen. Hetzelfde geldt voor diabetes. En ook patiënten die chemo krijgen, kan de mondhygiënist ondersteunen zodat de kwaliteit van leven wordt beïnvloed. Mensen met obesitas hebben meer kans op ernstige tandvleesontsteking, dementen verbeteren cognitief bij een goed kauwvermogen en ga zo maar door. Ik denk dat wij meer raakvlakken op onze beroepen hebben dan dat je aanvankelijk zou denken. Multidisciplinair overleg zou de patiënt veel ellende kunnen schelen. Lifestyle interventie kan veel geld besparen.”
“Ah, dus toch een blinde vlek!”, reageerde Timmers.

De toekomst
“Welke mogelijkheden zie je nog meer in de toekomst verschijnen?”, vroeg ik.
“Ik zie een enorme groei van mogelijkheden om thuis of onderweg data te verzamelen. Over een jaar komt bijvoorbeeld de Scanadu Scout uit waarmee je als consument niet alleen je temperatuur, maar ook zuurstofgehalte, pols, de mate van stress en zelfs een ECG kunt afleiden. Dit soort ontwikkelingen betekenen nogal wat. Er zitten zeker ook risico’s en gevaren aan. Maar dat mensen zelf meer met hun gezondheid bezig gaan zijn, meer gaan meten en beter geïnformeerd raken, dat gaat iets betekenen voor de gezondheidszorg.”

‘Blijf nieuwsgierig’
Als gouden tip geeft Timmers, die eigenlijk niks liever doet dan hierover kennis delen: “Blijf nieuwsgierig en zie nieuwe ontwikkelingen niet alleen als bedreiging. Denk vooral na over hoe je zelf de zorg anders en uiteraard beter zou kunnen maken. En ga RSS-feeds volgen. En twitteren. En Evernote gebruiken en…..”
Na het interview mailden Timmers en ik nog heen en weer: Hij vond de uitleg over de raakvlakken tussen de mondhygiënist en de huisarts zo interessant dat hij dit doorgeeft binnen zijn regiobijeenkomst. Ook hebben we plannen om met onze IT-groep aan te sluiten bij zijn studiegroep voor protocollen. Waar een interview wel niet toe kan leiden!

Andere digitale samenwerking in zorg
Een ander digitaal samenwerkingsinitiatief in de zorg is Care2U. Dit is een keteninformatiesysteem voor Diabetes, Astma/COPD, CVRM, GGZ en Ouderenzorg. Moderne logistieke principes worden gecombineerd met zelfmanagement door patiënten. De zorg wordt zo niet alleen aangepast aan de individuele patiënt maar ook efficiënter, beter en goedkoper.
De patiënt staat hierbij centraal. De praktijkondersteuner kan voor en met de patiënt een zorgplan op maat maken. Het plan omvat alle komende consulten en onderzoeken. Care2U bewaakt de uitvoering van het plan, verzorgt de communicatie met alle betrokken zorgleveranciers en legt alle informatie vast.

Door Lieneke-Steverink Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: E-health, Kennis, Opinie, Thema A-Z

Tips voor betere mondgezondheid bij tieners

Het advies voor goede mondgezondheid bij tieners blijft hetzelfde: gebruik fluoride, eet minder suiker en verwijder plak. Maar als u de boodschap op een nieuwe manier verpakt, is de kans groter dat tieners uw advies opvolgen.

Effectiviteit
Uit studies blijkt dat geschreven instructies, zoals folders, nauwelijks effect hebben. Video-instructies werken beter. Toch zorgt een instructie nog steeds voor de beste resultaten. Uw boodschap is nog effectiever als u uw mondelinge instructies aanvult met een filmpje, een online quiz of een app.

Gadgets

Veel jongeren zij dol op gadgets. Elektrische tandenborstels kunnen de gadgetliefhebber aanspreken.

Apps

U kunt uw patiënten ook wijzen op apps voor smartphones die instructies geven voor tandenpoetsen en het poetsen timen.

Lees meer over: Communicatie patiënt, E-health, Kennis, Thema A-Z
Welke anesthesie kiest u?

Welke anesthesie kiest u?

Patiënten willen een pijnloze behandeling. Welke types anesthesie zijn er en wat kiest u in verschillende situaties? Verslag van de lezing van Johan Aps, gespecialiseerd in lokale verdoving en meer bepaald in intra-osseuze anesthesie.

Toedienen
Pijn door anesthesie wordt meestal veroorzaakt door een te hoge injectiedruk. Naalden zijn verkrijgbaar in verschillende diameters, ook wel gauge genoemd. Het is een misverstand dat een dunne naald minder pijn veroorzaakt. Er is geen verschil tussen dikke en dunne naalden qua pijngewaarwording die gebruikt worden in de tandheelkunde. Het is zelfs zo dat met een dunne naald de injectiedruk hoger is, waardoor er meer pijn kan veroorzaakt worden. Elke naald heeft aan de punt een bevel waardoor de naald makkelijk door de weke delen gaat. De bevel dient gericht te worden naar de plek waar de anesthesievloeistof naartoe moet, meestal is dit richting het bot.

Types lokale anesthesie
Amides:

  • Lidocaïne
  • Prilocaïne
  • Mepivacaïne
  • Articaïne
  • Bupivacaïne
  • Ropivacaïne

Esters

  • Procaïne
  • Benzocaïne
  • Amethocaïne
  • Cocaïne

Esters worden niet meer gebruikt voor lokale injecties, enkel de amides. Hoe hoger de vetoplosbaarheid van een anestheticum (articaïne is vetoplosbaarder dan prilocaïne bijvoorbeeld), des te sneller de inwerking. De plasma eiwitverbinding is dan weer bepalend voor de werkingsduur van de anesthesie (articaïne bindt meer met de plasma eiwitten dan prilocaïne bijvoorbeeld). Bupivacaine werkt erg lang (ongeveer 7 uur) en wordt om die reden in Nederland nauwelijks toegepast in de tandheelkunde.

Zwangerschap
Welk anestheticum kunt u gebruiken bij patiënten die in verwachting zijn?

  • Ja:          Articaïne, Mepivacaïne, Lidocaïne
  • Nee:      Bupivacaïne, Prilocaïne

Vasoconstrictor
Alle amide anesthetica veroorzaken een vasodilatatie, wat resulteert in snelle uitwerking van de lokale anesthesie. Daarom worden er vasoconstrictoren toegevoegd. De voordelen hiervan zijn:

  • Langere werking, dus minder volume nodig
  • Anestheticum blijft lokaal
  • Anti-vasodilatatie
  • Minder bloeding
  • Verlaagt de systemische toxiciteit (dit is de belangrijkste reden om een vasoconstrictor te gebruiken)

Het is dus veiliger. Ook voor de cardiaal gecompromitteerde patiënt. Het heeft echter ook nadelen:

  • Door minder bloedcirculatie, ontstaat een pH daling
  • Minder bloedcirculatie zorgt voor een vertraging van de wondgenezing
  • Rebound effect. Een te plotse uitwerking van de vasoconstrictie kan bij sommige patiënten een verhoogde kans op nabloeding betekenen.
  • In geval van een intra-vasculaire injectie (beschadiging van het bloedvat endotheel in feite, want een echte intravasculaire injectie is onmogelijk in de tandheelkunde), kan dit zorgen voor een verhoging van de hartfrequentie

Maximale dosis
Een truc om het maximaal aantal carpules anesthesie met articaïne te bepalen bij een gezonde patiënt is: Het gewicht van de patiënt (kg) te delen door 10.
Voor lidocaïne, bijvoorbeeld, moet er echt gerekend worden (maximale dosis voor een volwassen persoon van 70 kg is 4.4 mg/kg)

Techniek
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende lokale anesthesie technieken.

  • De conventionele anesthesie: blok/geleidingsanesthesie, intra-osseus en infiltratie.
  • Alternatieve technieken: intra-ligamentair, intra-septaal en intra-pulpaal. Uit onderzoek blijkt dat intra-pulpale anesthesie werkt door het opbouwen van een hoge druk, waardoor de zenuw kapot gaat. Bij deze techniek werd tussen het gebruik van een anesthesie vloeistof en fysiologisch zout geen verschil gezien.

Falingen
U herkent het vast: een mandibulair blok dat niet goed zit. Stel uzelf gerust, het blijkt dat u niet een uitzondering bent. De meeste problemen met verdoven worden gezien in de onderkaak. De oorzaak is vaak een anatomische reden, een ontsteking of een verkeerd amide anestheticum of vasoconstrictor. Als de lokale anesthesie niet goed werkt, heeft u als alternatief de intra-osseuze anesthesie, waarbij u het juiste amide anestheticum met de juiste concentratie vasoconstrictor moet gebruiken.

Johan Aps studeerde in 1993 af als tandarts aan de Universiteit Gent in België en specialiseerde zich vervolgens in de kindertandheelkunde en bijzondere tandheelkunde. In 2002 studeerde hij af als Doctor in de tandheelkunde en behaalde hij in 2008 aan de London University in Groot-Brittanië zijn Master in dental and maxillofacial radiology. Johan was van oktober 1993 tot en met juni 2012 werkzaam als Kliniekhoofd en Gastprofessor aan de Universiteit Gent en het Universitair Ziekenhuis Gent in België. Sinds 1 juli 2012 is hij werkzaam als Clinical Associate Professor aan de University of Washington in Seattle. Johan heeft verschillende wetenschappelijke prijzen gewonnen en is auteur en co-auteur van verschillende hoofdstukken in wetenschappelijke boeken, tijdschriften en abstracts op internationale congressen. Hij is tevens hoofdredacteur van Het Tandheelkundige Jaar en voor verschillende internationale tandheelkunde journals. Ook geeft hij onderwijs in lokale anesthesie in de tandheelkunde en dentale maxillofaciale radiologie.

Verslag door Joanne de Roos voor dental INFO van de lezing van Johan Aps tijdens het congres Pijn en pijnbestrijding van Dental Best Practice

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Pijn | Angst, Thema A-Z

VGT start portal Stralingsbescherming

De Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche (VGT) start met een portal Stralingsbescherming voor ondersteuning van praktijken bij de implementatie van de nieuwe wetgeving in het kader van het Besluit Stralingsbescherming.

RI&E en beoordeling
Deze portal zal worden uitgebreid met alle aspecten die in de wetswijziging aan de orde komen, inclusief een op maat gemaakte RI&E en een beoordeling hiervan door een wettelijk geregistreerde coördinerend deskundige niveau 2. Op deze wijze kan de VGT iedere individuele praktijk snel en tegen lage kosten op het vereiste wettelijke niveau brengen. Ook krijgen praktijkhouders veel beter toegang tot alle vereiste gegevens en kunnen toekomstige wijzigingen in de praktijksituatie veel sneller en beter worden doorgevoerd.

Fase I
De eerste fase van deze portal (de praktijk-, persoons- en toestelgegevens) is al opgeleverd. Deelnemers aan het huidige VGT KEW-systeem (de bekende gele map) hebben inmiddels vrijwel allemaal hun emailadres kenbaar gemaakt, nodig voor de inlogprocedure in het systeem.

Andere portals
Op termijn zal de VGT meer relevante gegevens in portals gaan onderbrengen en aanbieden. Zo staat voor het tweede kwartaal van 2014 een portal voor producten met gevaarlijke stoffen op stapel, waarin onder meer de gegevens van veiligheidsinformatiebladen omgezet worden in een hanteerbaar register met ook weer een individuele risicobeoordeling per praktijk.

Lees meer over: Kennis, Kwaliteit, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z
justice

NZa motiveert uitvraag Peilstations NMT onvoldoende

De rechter heeft geoordeeld dat de NZA onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de NMT en individuele tandartsen bij de uitvraag van gegevens van de zogenaamde Peilstations. Weliswaar heeft de NZA het recht om krachtens de WMG bij onderzoeksinstituten, tandartsen en accountants gegevens op te vragen, maar in het geval van de NMT Peilstations heeft de NZA niet zichtbaar rekening gehouden met de zwaarwegende belangen van de beroepsgroep, meldt de NMT.
De NMT spande een bodemprocedure aan tegen de NZa.

Het NMT-project Peilstations monitort de inhoud van het tandheelkundig handelen door tandartsen en de kwaliteit van de tandheelkundige zorg in Nederland. Ruim 2000 tandartsen nemen aan dit onderzoek deel op voorwaarde dat de verstrekte informatie vertrouwelijk wordt behandeld. De werkwijze van de NZa bij uitvraag van gegevens van de Peilstations dreigt een negatief effect te krijgen op deelname van tandartsen aan dit project. De rechter stelde de NMT daarom in het gelijk.

Bron:
NMT

Lees meer over: Kennis, Onderzoek, Tarieven, Thema A-Z

Cariëspreventie effectiever volgens NOTCP-methode

Ouders leren om bij hun kinderen goed de tanden te poetsen. De NOTCP-methode – is effectiever en op de lange termijn waarschijnlijk goedkoper dan cariëspreventie door professioneel ingrijpen.
Lezing van dr. Vermaire over zijn onderzoek.

In 2005 ging de mondgezondheid bij kinderen erg achteruit. Het was bekend dat aan het einde van de jeugd de DMFS score 5,2 was. Dit staat voor het aantal door cariës aangetaste vlakken. Er moest dus verbetering optreden van de mondgezondheid bij kinderen. Een oplossing voor dit probleem moest praktisch uitvoerbaar zijn in de praktijk, geen grote investering zijn, kosteneffectief zijn en Evidence Based.

Verslag van de lezing van dr. J.H. Vermaire, dental reseacher, TNO.

Cariëspreventie onderzoek
Aan de hand van een onderzoek (randomised controlled trial) met de volgende onderzoeksgroepen is gekeken naar de meeste effectieve methode om de DMFS score te verlagen.

  • Controle groep ‘standaard preventief’
    Zorg volgens het standaard preventief protocol. Dit houdt in: halfjaarlijkse controle, instructie, fluoride applicatie en sealen van doorgebroken elementen.
  • Onderzoeksgroep 1: Non-Operative Caries Treatment and Prevention (NOCTP).
    In deze groep werd geen standaard interval gehanteerd maar werd deze bepaald aan de hand van het risico door middel van risico-criteria. Risico-criteria waren: cariësontwikkeling, coöperatie ouder en kind en doorbraakfase M1. Er werd dus niet routinematige fluoride geappliceerd en ook niet routinematig geseald; alleen nog lokaal op indicatie (bij geconstateerde cariësactiviteit). Wel werd er extra accent gelegd op effectieve plaqueverwijdering door de ouder. Er moest twee keer per dag gepoetst worden met fluoride tandpasta.
  • Onderzoeksgroep 2: Intensified Professional Fluoride Application (IPFA)
    In deze groep werd naast de standaard preventieve zorg vier keer in plaats van twee keer per jaar fluoride geappliceerd door de mondzorg-professional (preventie-assistent of mondhygiënist)

NOTCP meest effectief
De resultaten laten zien dat NOCTP-groep beter naar voren kwam dan de controle groepen. Preventie volgens NOTCP is het meest effectief: er waren minder plaque gerelateerde vlakken, minder sealants en de DMFS in blijvende elementen was lager.

Kosteneffectiviteit
Naast een studie naar effectiviteit is ook onderzoek gedaan naar kosteneffectiviteit. Er werd gevonden dat de meerkosten van het uitvoeren van NOCTP rond de 30 euro per extra voorkomen carieus vlak lagen als alleen gekeken werd naar de kosten in de gezondheidszorg. Als ook de reis- en begeleidingskosten van de ouders werden meegenomen lagen die kosten op 100 euro in de drie jaar dat dit onderzoek liep. Voor de IPFA groep lagen deze meerkosten op respectievelijk 269 euro en 1369 euro.

NOCTP in de toekomst
Het is de bedoeling dat in de toekomst het consultatiebureau en de verloskundige een grotere rol spelen gaan spelen voor cariëspreventie bij kinderen. Tijdens een bezoek aan het consultatiebureau zal er advies en eventuele verwijzing plaatsvinden naar de tandarts. De tandarts moet op de hoogte zijn van NOCTP.

Bekijk het gehele onderzoek link hierachter

Verslag door Marieke Filius, onderzoekster afdeling kaakchirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van dr. J.H. Vermaire, dental reseacher, TNO, tijdens het afscheidssymposium ‘Kaaskiezen? Geen Keuze!’ in het UMCG.

 

Lees meer over: Cariës, Kennis, Onderzoek, Parodontologie, Thema A-Z

Door IGZ gesloten praktijk uit Eibergen zoekt vervanger

Tandarts Heersink uit Eibergen, die vorige week van de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn praktijk moest sluiten, zoekt nu een vervanger. Dit meldt de Gelderlander.

Heersink moest zijn praktijk sluiten omdat hij niet bevoegd is om als tandarts te werken: zijn BIG-registratie is eerder door het Centraal Tuchtcollege doorgehaald. Onder begeleiding van een BIG-geregistreerde tandarts mag tandarts Heersink wel werken en nu zoekt hij een vervanger die hieraan voldoet.

De tandarts nam de praktijk in Eibergen afgelopen januari van Curaeos over, een bedrijf dat circa 60 mondzorgpraktijken in handen heeft.

Bron:
De Gelderlander

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
Website www.hepatitisinfo.nl online

Website www.hepatitisinfo.nl online

Eind vorig jaar ging de website hepatitisinfo.nl online. Op de website is alle informatie over hepatitis te vinden is, zoals informatie over preventie, bewustwording en behandeling.

Vragen stellen
Professionals en het algemeen publiek kunnen via de website ook vragen stellen. Twee deskundigen die een lange staat van dienst hebben op het gebied van hepatitis, zullen de vragen beantwoorden. Dit zijn arts- onderwijskundige Hilje Logtenberg en medisch moleculair microbioloog Greet Boland. Achter de webbeheerders staat een redactieraad met daarin vertegenwoordiging van de Nederlandse Vereniging voor Hepatologie (NVH), de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) en de Maag Lever Darm Stichting (MLDS).

Professionals en patiënten
De informatie op de website is bestemd voor professionals in de gezondheidszorg, voor patiënten en voor andere geïnteresseerden.
Begin 2013 sloot het kenniscentrum Nationaal Hepatitis Centrum de deuren. Met de komst van de website hepatitisinfo.nl blijft uitgebreide informatie over hepatitis beschikbaar.

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z

dental INFO bestaat 5 jaar!

In maart 2009 ging dental INFO online en verstuurden wij de eerste e-mailnieuwsbrief. 5 jaar geleden alweer. Vanuit het niets heeft dental INFO zich ontwikkeld tot een belangrijke nieuws- en kennisportal voor de mondzorg in Nederland en Vlaanderen. Ruim 16.000 mondzorgprofessionals en – praktijken ontvangen de dental INFO e-mailnieuwsbrief en maandelijks worden ruim 100.000 pagina’s op dentalinfo.nl bekeken. Een resultaat waar wij erg trots op zijn en waarvoor we onze trouwe dental INFO lezers hartelijk bedanken!

Een overview van dental INFO in de afgelopen 5 jaar

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Uitkomsten van het Nationaal zorgonderzoek 2013

In december heeft het Zorgverzekering Informatie Centrum (ZIC) een onderzoek gehouden naar de kwaliteit van zorgverzekeraars. Binnen het onderzoek stond de mening van de verzekerde centraal. Inmiddels is het onderzoek afgelopen en hebben 2492 Nederlanders deelgenomen. Op basis van de onderzoeksgegevens zijn een aantal conclusies naar voren gekomen op het gebied van aanvullende verzekeringen, klanttevredenheid en het overstappen van zorgverzekeringen.

Aanvullende verzekeringen
De aanvullende verzekering blijkt een grote bron van ergernis. Onder de deelnemers is ruim 25 procent ontevreden over de premie. Daar komt bij dat 7 procent aangeeft zeer ontevreden te zijn. Opmerkelijk is dat mensen tussen de 46 en 55 jaar het meest ontevreden zijn over de aanvullende verzekering. Toch zijn er binnen deze groep weinig overstappers: 77 procent van deze groep is nog nooit over gestapt.

Klanttevredenheid
Binnen het onderzoek werd onder andere gevraagd naar de tevredenheid over de huidige zorgverzekeraar. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen kleine en grote zorgverzekeraars. Hieruit is gebleken dat FBTO, bij de grote verzekeraars, het beste is beoordeeld met een gemiddelde van 7,2. Bij de kleine verzekeraars wordt ONVZ het hoogst gewaardeerd met een 7,5.

Overstap chronisch zieken
Opvallend zijn de verschillen in de beweegredenen om niet over te stappen van zorgverzekeraar bij chronisch zieke verzekerden ten opzichte van niet chronisch zieken. Chronisch zieken stappen niet over omdat zij bij een nieuwe zorgverzekeraar geen aanvullende verzekering denken te krijgen. De onderstaande grafiek toont de verschillen:




Profiel overstapper
Binnen het onderzoek is veel aandacht uitgegaan naar de demografische kenmerken van de deelnemers . Hieruit is gebleken dat vrouwen eerder overstappen dan mannen en dat jongere mensen eerder geneigd zijn tot overstappen dan ouderen.
Tevens stappen verzekerden met een collectiviteitregeling het minst snel over, slechts 20,5 procent.

Alle uitkomsten vindt u hier

Bron:
Zorgverzekering Informatie Centrum



 

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
Occlusie

Implantologie: Occlusie en articulatie

Orale implantologie is niet meer is weg te denken als mogelijke behandeloptie voor uw patiënt. Als tandarts algemeen practicus treedt u op als regisseur. Hoe houdt u controle? Wat delegeert u? Wat doet u zelf? Congresverslag over occlusie en articulatie bij implantologie.

Verslag van de lezingen van prof. dr. Daniël Wismeyer tijdens het congres Implantologie van Bureau Kalker. Het lezingenprogramma omvatte alles wat u moet weten over implantologie. Zo kunt u uw patiënt begeleiden bij de verwijzing en ervoor zorgen dat u de regie over de behandeling behoudt.

Verschillen hoektanddisclusie, groepsfunctie en gebalanceerde articulatie
In de tandheelkunde zijn veel occlusieconcepten. De drie belangrijkste groepen zijn:

  1. Hoektanddisclusie (canine protected articulation)
    Bij de laterale beweging is uitsluitend contact met de cuspidaten aan de actieve zijde.
  2. Groepsfunctie
    Aan de actieve zijde maken meerdere antagonisten paren contact, hierbij is aan de inactieve zijde sprake van disclusie.
  3. Gebalanceerde actriculatie
    Bij een gebalanceerde articulatie hebben alle elementen van boven- en onderkaak contact bij alle bewegingen.

Niet één occlusieconcept: Wanneer is welk occlusieconcept geïndiceerd?
Bij een prothese wordt altijd gekozen voor gebalanceerde articulatie. Het type hiervan is volgens prof. dr. Wismeyer niet van belang. Occlusieconcepten voor solitaire kronen en brugconstructies zijn ’Mutually protected articulation’: front of zijdelingsdelen of ‘canine protected articulation’. Er is tot op heden nog geen evidence-based implantaat-specifiek concept voor occlusie en articulatie. U moet vooral de bestaande situatie bij de patiënt goed analyseren. Een occlusieanalyse is daarom van belang. Na een occlusieanalyse maakt u bij solitaire kronen en brugcontructies een diagnostische opwas of proefopstelling van de elementen. Daarmee wordt voorkomen dat degene die de prothetiek gaat uitvoeren achteraf wordt geconfronteerd met occlusale problemen. U beoordeelt onder andere de antagonisten, premature contacten, balanscontacten en de mate van disclusie bij front- hoektandgeleiding.

Op lange termijn wordt vaak chipping gezien bij implantaatkronen door overbelasting. Implantaten kunnen niet in elke situatie de geleiding dicteren, soms moet dan voor een ander occlusie en articulatie concept worden gekozen om overbelasting te voorkomen. Bijvoorbeeld een groepsgeleiding in plaats van hoektandgeleiding. Daar waar mogelijk wordt de occlusie en articulatie gedicteerd door de gebitselementen. Voorkom overbelasting door te streven naar een verticale belasting van het implantaat en vermijd horizontale krachten. Maak de knobbelhellingen bij implantaten minder steil. Het verkleinen van het het occlusale oppervlak met 30% resulteert in een significante afname van horizontale kracht componenten. Het verkleinen van het occlusale oppervlak is aanbevolen bij ongunstige belastingen van het implantaat. Er kan ook gekozen worden voor premolariseren.

Premolariseren
Premolariseren is een begrip dat u soms hoort in de tandheelkunde. Hierbij wordt in de zijdelingse delen een molaar vervangen door een premolaar. De knobbelhellingen van de door de implantaat gedragen kronen zijn hierbij kleiner en vlakker. De optie van premolariseren zou resulteren in minder krachten, in de literatuur is hiervoor echter nog weinig bewijs.

Bruxisme wordt gezien als een contra-indicatie voor behandeling met tandheelkundige implantaten.

Prof. dr. Daniël Wismeyer rondde zijn studie tandheelkunde af in 1984 aan de KU Nijmegen en werkte in het CBT aldaar tot 1994. In 1995 ging hij naar de ACTA waar hij promoveerde op het proefschrift “BIOS, The Breda Implant Overdenture Study”. Van 1985 tot 2006 heeft hij gewerkt in het CBT van het Amphia Ziekenhuis te Breda. In 2006 is hij benoemd als Hoogleraar Orale implantologie en Prothetische Tandheelkunde aan de ACTA waar hij een 0,7 Fte aanstelling heeft. Tevens werkt hij in de verwijspraktijk voor Orale Implantologie Veluwe-zoom te Dieren die hij in 1991 heeft opgericht. Vanaf 2009 is hij voorzitter van de afdeling Functieleer en Restauratieve Tandheelkunde aan de ACTA.

Verslag door Joanne de Roos voor dental INFO van de lezing van prof.dr. D. Wismeyer tijdens het congres Implantologie van Bureau Kalker.

Lees meer over: Implantologie

Volwassenen positief over orthodontie

Bijna 20% van de volwassen Britten denkt dat een orthodontische behandeling bij hen zou helpen, blijkt uit onderzoek. Een mooi gebit wordt steeds belangrijker, schrijft Dentistry.

Zuinig op gebit
Het gebit wordt steeds belangrijker. 37% van de respondenten vindt hun gebit nu belangrijker dan 10 jaar geleden. Volgens de respondenten komt dat deels door de populariteit van cosmetische tandheelkunde.

Goed geïnformeerd
Britse volwassenen staan positief tegenover orthodontie en zijn op de hoogte van behandelmethoden. Een derde van de ondervraagden was bijvoorbeeld bekend met linguale orthodontie, waarbij een vaste beugel aan de binnenkant van het gebit geplaatst wordt.

Lees meer over: Cosmetische tandheelkunde, Orthodontie, Thema A-Z

Hoe belangrijk is een goede planning voor meerdere kamers?

Om goed te kunnen werken met meerdere kamers is een goede planning natuurlijk heel belangrijk. Maar is dat nu het enige? De vraag stellen is hem beantwoorden. Nee dus. Wat komt er nog meer bij kijken?

Meer werk
Regelmatig word ik gevraagd om de balieassistente beter te leren plannen. De gedachte van de tandarts lijkt een logische; als mijn planning beter is dan loopt mijn praktijk ook beter. In veel gevallen worden de bestaande problemen daarmee niet opgelost, maar versterkt. Het gevolg van een betere, lees beter gevulde planning, is dat er meer werk gedaan moet worden.

Aanpassen werkprocessen
Deze grotere hoeveelheid behandelingen worden dan uitgevoerd zoals er daarvoor ook gewerkt werd. De werkprocessen worden niet aangepast aan de eisen die een andere planning vragen en de conclusie die al gauw wordt getrokken is dat de meerkamer-planning ook niet goed werkt. En dat is jammer omdat dit de enige manier van werken is waarmee in de huidige tijd een tandartspraktijk financieel gezond kan blijven.

Niet de planning, maar wat dan wel?
Waar gaat het dan wel om? De belangrijkste factor voor een succesvolle meerkamer-praktijk is gedragsverandering van de tandarts. Alleen zeggen ik ga anders werken is niet voldoende. Het gaat erom daadwerkelijk zaken anders te doen, met maar één doel voor ogen, ‘ het belang van de praktijk’.
Als voorbeeld noem ik de caviteit die u bij de controle ontdekt en u besluit om die direct te restaureren. Fijn voor deze patiënt, maar heel vervelend voor al die patiënten die moeten wachten omdat u uitloopt. U zult zich moeten inhouden op zo’n moment en in ieder geval aan uw stoelassistente vragen of er tijd is om deze restauratie direct uit te voeren. Pas als zij aangeeft dat het kan, doet u het. Zo niet, dan wordt deze behandeling op een ander tijdstip ingepland.

Verantwoordelijkheden loslaten
Werken op een meerkamerplanning maakt het ook noodzakelijk om taken te delegeren.
Dit betekent verantwoordelijkheden loslaten en vertrouwen op de medewerkers die u aansturen. Zij zijn verantwoordelijk voor de patiëntenstroom en een belangrijk deel van de werkprocessen en daarmee voor de productie en dus de omzet. Voor veel tandartsen is met name dit heel lastig omdat zij de volledige regie in handen willen hebben. Het vraagt om een ander attitude van het gehele team. Het belang van de praktijk zal bij alles wat er wordt gedaan, voorop moeten staan. Individueel belang van een medewerker of patiënt is daaraan ondergeschikt en dat vraagt om een standvastige houding en soms wat moed.

Kunt u uzelf veranderen?
De vraag is of u deze gedragsveranderingen van uzelf en uw team kunt bewerkstelligen.
Het antwoord zal in bijna alle gevallen ontkennend zijn. Vrijwel niemand is in staat om zelfstandig zijn of haar gedrag te veranderen. Daar komt bij dat u als tandarts de belangrijkste productiefactor bent. Het is daardoor vrijwel onmogelijk om uw team te coachen en te sturen in de goede richting.

Laat u coachen
De oplossing voor dit dilemma is u laten begeleiden door een externe coach die u kan leren wat u anders moet doen maar ook regelmatig een spiegel kan voorhouden wanneer u weer terugvalt in ‘oud’ gedrag. Op deze wijze bent u in staat om daadwerkelijk uw gedrag te veranderen en de resultaten te behalen die u voor ogen heeft.

Resultaat
In veel praktijken die een externe coach hebben ingeschakeld zijn er zeer goede resultaten behaald. Omzetverdubbeling of verdrievoudiging is daarbij geen uitzondering. Naast de financiële verbeteringen wordt er ook veel resultaat bereikt in verbetering van het werkplezier en versterking van de teamgeest.


Door:
Verry van Rossum van www.pdi-nl.nl is praktijkadviseur en persoonlijke coach. Hij implementeert het meerkamerconcept al vele jaren in praktijken.

Jan 2014




Lees meer over: Samenwerken, Thema A-Z

Glasionomeer ook geschikt voor restauratie kiezen

Glasionomeervullingen worden vaak niet voor kiezen gebruikt, omdat de uitgeoefende druk te groot zou zijn. Uit een studie blijkt echter dat glasionomeer net zo goed presteert als amalgaam, schrijft ZWP online .

Restauraties
De onderzoekers vergeleken 10.000 tandrestauraties uit eerdere studies. Ze concluderen dat glasionomeer ook geschikt is voor kiezen. Voor glasionomeervullingen waren namelijk niet meer vervolgrestauraties nodig dan voor de andere materialen.

Tot zes jaar na de restauratie presteert glasionomeervullingen even goed als composiet of amalgaam.

Bron
ZWP online
University of the Witwatersrand 

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z

Acteur trekt eigen kies voor rol

Acteur Shia LaBeouf bereidde zich op een bijzondere manier voor op zijn rol in de oorlogsfilm ‘Fury’. Hij besloot een van zijn eigen tanden te trekken, schrijft Filmstarts.

De film ‘Fury’ gaat over het einde van de Tweede Wereldoorlog. LaBeouf speelt een lid van een Amerikaanse tankbemanning die in gevecht is met het Duitse leger.

Inleven
Om zich goed in te kunnen leven in zijn rol trok de acteur niet alleen zijn eigen tand. Ook besloot LaBeouf om een tijd lang niet te douchen. Zijn collega-acteurs, waaronder Brad Pitt, vonden dat minder geslaagd.

Method acting
LaBeouf behoort tot de groep acteurs die zich voorbereidt op een rol door method acting. Method actors nemen zoveel mogelijk het leven aan van het karakter dat zij spelen, ook buiten de set.

Bron:
Filmstarts

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z

Drie tinten grijs: de geriatrische patiënt, een speciale zorggroep

Waar moet rekening mee worden gehouden bij het behandelen van ouderen? Verslag van de klinische avond Drie tinten grijs.

Medicatie
Ouderen krijgen te maken met allerlei (ouderdom)ziektes waar vaak medicatie voor nodig is. Hoe meer medicijnen er geslikt worden, hoe groter de kans is op een droge mond met alle gevolgen van dien. Te denken valt aan het welzijn van de patiënt, het ontstaan van cariës en klachten ten gevolge van een loszittende prothese.

(Mond)gezondheid
Voor de oudere patiënt kan het lastig zijn om zijn/haar mond na het eten vrij te maken van voedselresten, ook wel oral clearance genoemd. Daarnaast is het voor ouderen niet altijd mogelijk om hun eigen tanden te poetsen waardoor dit vaak te weinig gebeurt. Dit is niet bevorderlijk voor de mondgezondheid en heeft weer gevolgen voor de algehele gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat er een significant hoger risico bestaat op het krijgen van een longontsteking bij een slechte mondgezondheid. Ook zijn er relaties bekend tussen een slechte mondgezondheid en diabetes mellitus of reuma.

Sociaal
Door een slechte mondhygiëne kunnen ouderen zich sociaal gaan afzonderen omdat ze zich bijvoorbeeld schamen voor hun gebit of last hebben van halithose.

Tandheelkundige behandeling
Steeds meer mensen houden gedurende het gehele leven hun eigen dentitie. Een tandarts krijgt daarom, bij het behandelen van ouderen, vaker te maken met zwaar gerestaureerde dentities. Ook komen er steeds meer ouderen met implantaten en omdat de mondhygiëne vaak niet meer optimaal is, lopen deze mensen een verhoogde kans op het krijgen van peri-implantitis. Daarnaast gebeurt het niet zelden dat er sprake is van een ‘oud’ implantaatsysteem waardoor het voor de tandarts lastig is om hieraan te ‘sleutelen’.

(Pijn)gedrag
Voor ouderen is het lastiger om pijn aan te geven. Hier moet de tandarts rekening mee houden. Er bestaat een lineair verband tussen aggitatie en pijn. Ook kunnen er gedragsveranderingen plaatsvinden, agressief gedrag hoort bijvoorbeeld bij Alzheimer.

Samengevat
Samenvattend is het belangrijk dat de tandarts kennis heeft van de (gezondheid)veranderingen die er optreden bij het ouder worden, deze veranderingen herkent en vervolgens zorg op maat kan leveren.

Spreker:  Mw. dr. A. Visser, tandarts Maxillo Faciaal Prothetist en verpleeghuistandarts, Kaakchirurgie – Bijzondere Tandheelkunde, UMCG.

Verslag door Marieke Filius voor dental INFO van de klinische avond Drie tinten grijs van het Wenckebach Instituut in het UMCG.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Ouderentandheelkunde, Thema A-Z

Inspectie sluit mondzorgcentrum Eibergen

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft Mondzorgcentrum Eibergen een bevel tot sluiting gegeven. In het centrum voerde de eigenaar/bestuurder Heersink onbevoegd tandheelkundige handelingen uit.

Heersink is sinds enkele weken bestuurder van het mondzorgcentrum. Naar aanleiding van recente meldingen van tandartsen in de regio heeft de Inspectie op 6 februari jl. een onaangekondigde inspectie gehouden in het centrum. Heersink is door het Centraal Tuchtcollege doorgehaald als tandarts, maar voerde in het Mondzorgcentrum toch handelingen uit, zoals het maken van vullingen, het geven van injecties en het maken van röntgenfoto’s, die voorbehouden zijn aan bevoegde tandartsen.

De instelling moet in elk geval gesloten blijven tot er tandheelkundige zorg geleverd wordt door minstens een bevoegde (BIG geregistreerde) tandarts. Als Heersink zelf weer tandheelkundige zorg gaat verlenen, in deze praktijk of vanuit de instelling elders, dan mag dat alleen in opdracht van een bevoegde (BIG-geregistreerde) tandarts.

Het bevel is ingegaan op dinsdagmiddag 11 februari 2014 en is zeven dagen geldig. De minister van VWS kan het bevel verlengen.

Bron:
IGZ

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z

Antibacterieel mondwater mogelijk slecht voor hart

Dagelijks spoelen met mondwater is waarschijnlijk minder gezond dan gedacht. Antibacterieel mondwater doodt niet alleen slechte, maar ook goede bacteriën, schrijft Daily Mail. Daardoor stijgt de bloeddruk en de kans op hart- en vaatziekten.

Studie
Het antibacteriële mondwater werd onderzocht met een studie onder 19 volwassenen. Zij gebruikten twee keer per dag mondwater van het merk Corsodyl. Al vanaf de eerste dag steeg hun bloeddruk.

Goede bacteriën
Het onderzochte antibacteriële mondwater doodt ook goede bacteriën. Deze goede bacteriën zorgen ervoor dat de bloedvaten niet vernauwen, waardoor de bloeddruk laag blijft.

Gezondheidsrisico
Een stijging van de bloeddruk leidt tot een grotere kans op overlijden aan een beroerte. Ook is er meer kans op overlijden aan een hartziekte, blijkt uit ander onderzoek.

Bron:
Daily Mail

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z