Roparun

Het team van de Dental Runners, dat voor het eerst meedeed aan de Roparun, finishte op 28 mei 2012 op de Coolsingel in Rotterdam. Daar werden ze door een juichende menigte ontvangen. Dat was ook welverdiend na de estafetteloop van ruim 500 kilometer van Parijs naar Rotterdam. De Dental Runners haalden hiermee 25.000 euro op voor het goede doel van de Roparun: het verbeteren van de kwaliteit van leven van kankerpatiënten. De NMT was een van de hoofdsponsoren van de Dental Runners.

Bekijk de finish van het team.

Bron:
NMT


Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Opwindbare tandenborstel wint prijs beste duurzame uitvinding

Marloes van Elewout uit Breda heeft iets nieuws bedacht: de opwindbare tandenborstel, oftewel de Zensabrush. De tandenborstel werkt niet op batterij, maar door middel van een opwindkoord. Door aan het opwindkoord te trekken komt er spanning op een veer te staan. Dit maakt het mogelijk om 30 seconden lang de tanden te poetsen. Doordat het geen stroom kost, is het een duurzame oplossing voor het tandenpoetsen.

Marloes won het programma Green Dream Destrict. Kinderen tussen de 8 en 14 jaar mochten hun duurzame uitvinding toezenden. Dit werd beoordeeld door een jury en de meest duurzame uitvinding won het programma. Of de opwindbare tandenborstel werkelijk op de markt komt, is niet bekend.

Bekijk de video

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er

Perfectsmile verweert zich tegen uitspraak NZa

Eind 2011 kwam de NZa na onderzoek tot de conclusie dat tandkliniek Perfectsmile gefraudeerd heeft. Perfectsmile verweert zich hiertegen en stuurde het onderstaande persbericht.

Onzichtbare beugels
Perfectsmile is in 2009 gestart met het aanbieden van de innovatieve onzichtbare beugel van Invisalign uit de VS. Dit is een nieuwe vorm van orthodontie waarmee tanden zonder lelijke slotjes recht komen te staan. Er wordt een digitaal model van de tanden gemaakt en op basis daarvan rekent de computer uit welke verplaatsingen nodig zijn. Hierop worden vervolgens onzichtbare bitjes geproduceerd die je ieder twee weken draagt.

Transparante tarieven
Om volkomen transparant te zijn over haar tarieven publiceert Perfectsmile deze al vanaf 2009 op de website. Daarbij is niet een optelsom gemaakt van allerlei onbegrijpelijke codes (begrijpt u ze op uw tandartsnota?), maar een duidelijk eindbedrag. Op die manier weet de klant precies wat de behandeling kost. Bovendien is dit tarief makkelijk vergelijkbaar met andere aanbieders. Perfectsmile is als challenger in de traditionele tandartsmarkt vaak 500 tot 2000 euro goedkoper. Dat wordt zeker niet door iedereen gewaardeerd.

De Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) is als toezichthouder van mening dat met de codes en techniekkosten van Perfectsmile fouten zijn gemaakt en wil daarom een boete opleggen. Het kwam de NZa daarbij handig uit om de publiciteit te halen gezien de langdurige en intensieve contacten met de Telegraaf. Zo werden persberichten en informatie vooraf al door de NZa gedeeld met verslaggevers van deze krant.

Basis voor het onderzoek was overigens een tip door een tandarts die bij Perfectsmile heeft gewerkt en de concurrentie is aangegaan. Daarbij wordt ieder middel aangewend, van computerinbraak tot het opstellen van valse facturen. Ook verzekeraar DSW mengt zich in de kwestie. Deze verzekeraar neemt graag een belang in zorgaanbieders. Dan kan de behandeling worden vergoed en komt het bedrag toch vanzelf weer bij de verzekeraar terecht.

Techniekkosten
Techniekkosten worden meestal vanuit een tandtechnisch lab aan de tandarts berekend. De tandarts stuurt ze vervolgens een op een door aan de pati nt. Perfectsmile wordt gedreven door een tandtechnieker en de gedachte was dat de techniekkosten niet vanuit een extern lab zouden hoeven worden berekend. Naar nu blijkt, een inschattingsfout met grote gevolgen. Indien de techniekkosten wel vanuit een extern lab zouden zijn berekend, dan zou er eigenlijk helemaal niets aan de hand zijn geweest.

Tandimplantaten
Het is bij Perfectsmile bekend dat veel tandartsen een hogere technieknota hebben gekregen vanuit een tandtechnisch lab en vervolgens via een retourbetaling door datzelfde lab extra voordeel hebben verkregen. Zo kon de tandarts dus hoge techniekkosten in rekening brengen bij de patient en vervolgens de korting van het lab in eigen zak houden.

In de NRC is onlangs nog een artikel verschenen waarbij zo n opzet is aangetoond bij tandimplantaten. Het gaat daarbij om enorme bedragen die in geen verhouding staan tot hetgeen bij Perfectsmile zogenaamd aan de orde zou zijn.

De NZa is echter niet van plan onderzoek te doen hiernaar en de Minister van VWS kijkt liever naar vooruit, dan naar het verleden . Aldus de opvallende uitspraken als reactie op Kamervragen over de kwestie met tandimplantaten.* En dat terwijl de NZa ondertussen volop bezig is om een succesvol bedrijf te gronde te richten. Overigens kijkt ook Perfectsmile liever vooruit. Bijvoorbeeld omdat de manier waarop zij al sinds 2009 werkt nu de standaard is geworden binnen de branche.

Oproep Perfectsmile
Perfectsmile roept de Minister van VWS en de NZa op om onderzoek te doen naar de kwestie met de tandimplantaten en vergelijkbare kwesties waarbij achteraf extra vergoedingen zijn betaald aan tandartsen en orthodontisten. Nu is er sprake van volstrekte willekeur en is een heksenjacht geopend op een praktijk met een bekende naam. Waarschijnlijk om zo een voorbeeld te stellen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Uit: Persbericht Perfectsmile



Lees meer over: Actueel, Thema A-Z
Highly Detailed Red Shopping Tag

Tarieven mondzorg eerste kwartaal nagenoeg gelijk

In het eerste kwartaal van 2012 zijn de tarieven in de mondzorg vrijwel gelijk gebleven. Tot deze conclusie komen Fa-med en de onderzoekers van de Universiteit Maastricht op basis van nieuwe onderzoeksresultaten als gevolg van de invoering van vrije prijsvorming in de mondzorg op 1 januari jl.

Dalingen
De tarieven van vullingen, kronen en bruggen, die samen ruim 32% van de omzet van mondzorgaanbieders vormen, zijn in het eerste kwartaal gemiddeld 1% lager geworden. De tarieven voor consultatie en diagnostiek (23% van de omzet) en preventieve mondzorg (16% van de omzet) werden gemiddeld respectievelijk 1% en 2% lager. Ook de tarieven voor orthodontie (8% van de omzet) daalden met 1%. Over het algemeen daalden de tarieven in het eerste kwartaal gemiddeld met 0,2%, gewogen naar de omzet per verrichting.

Gemiddelde stijging 3 tot 4%
Daarnaast komt uit nieuwe bevindingen naar voren dat, ten opzichte van 2011, het gemiddelde notabedrag in het eerste kwartaal van 2012 met 6,6 procent is gestegen (van € 96,52 in 2011 naar € 102,86 in het eerste kwartaal van 2012). Gecorrigeerd voor een inflatie van ca. 2,5% sluit dit aan bij de eerdere bevinding dat de tarieven met gemiddeld 3 tot 4% zijn gestegen ten opzichte van 2011.

Fa-med directeur Henk de Jong: ”Dit bevestigt het beeld dat de tariefstijging in de praktijk beperkt is gebleven. Ook blijkt nu dat de tarieven in het eerste kwartaal nagenoeg gelijk zijn gebleven. De huidige prijslijsten kunnen echter wijzigen gedurende het jaar. We zullen de ontwikkelingen blijven volgen.”

De Universiteit, onder leiding van Prof. Dr. Tjeu Blommaert en Dr. Rogier Deumes, analyseerde samen met Fa-med ruim 4 miljoen gedeclareerde verrichtingen en ruim 2,6 miljoen mondzorgnota’s.

Prijsvergelijking vrije tarieven mondzorg
Door het onderzoek heeft Fa-med maandelijks gedetailleerde, up-to-date informatie over de gemiddelde tarieven per verrichting op provinciaal en landelijk niveau. Deze informatie publiceert Fa-med op haar website, zodat praktijken in de mondzorg hun eigen tarieven hiermee kunnen vergelijken.

Het onderzoek is gebaseerd op de tarieven van 1.868 tandartspraktijken. In de resultaten zijn ook de vergoedingen per verrichting van zorgverzekeraars opgenomen. Door de landelijke spreiding en het grote volume van de gegevens geeft de benchmark een betrouwbare, objectieve weerspiegeling van de ontwikkeling van vrije tarieven in de mondzorg.

De cijfers zijn gebaseerd op behandelingen die zijn uitgevoerd tussen 01-01-2012 en 18-05-2012.

Bron:
Famed

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z
searching the skies

Consumentenbond: Tandartsen concurreren niet

‘Consumenten die slechts één enkele behandeling willen, blijken slecht terecht te kunnen bij een andere tandarts’, zegt de Consumentenbond. De bond deed een telefonisch onderzoek onder 500 tandartsen door heel Nederland.

Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van de tandartsen het te druk heeft of niet op ‘shoppers’ zit te wachten. Opvallend is dat van degenen die ‘nee’ verkopen, bijna de helft (44%) zegt dat een behandeling binnen dezelfde periode wel mogelijk is als de beller vaste klant wordt. Bart Combée, directeur Consumentenbond: ‘Marktwerking kan alleen succesvol zijn met voldoende aanbieders die willen concurreren en consumenten die op zoek gaan naar betere of goedkopere zorg’. Ons onderzoek laat zien dat we daar nog lang niet zijn’.

Collegialiteit
Een aantal tandartsen wil eerst toestemming van de vaste tandarts voordat ze tot behandeling overgaan. Anderen beginnen er sowieso niet aan. Enkele reacties: ‘Je schaadt de vertrouwensband tussen tandarts en patiënt’, ‘Shoppen is eigenlijk not-done, ook omdat je patiënten van collega’s afpakt’ of ‘Dit is gewoon een soort gentlemen’s agreement tussen tandartsen’. De informatie over het onderzoek is te vinden op www.consumentenbond.nl/tandartsen.

Campagne betaalbare zorg
De Consumentenbond start een campagne over betaalbare zorg met de thema’s: waar zit de verspilling, welke kosten kunnen consumenten zelf in de hand houden en waar moet de overheid ingrijpen? Het telefonische onderzoek is de eerste activiteit van deze campagne.

Reactie NMT op onderzoek Consumentenbond
De NMT geeft op zijn website een reactie: “Dat tandartsen terughoudend zijn met patiënten die eenmalig een behandeling zoals het plaatsen van een kroon willen, vindt de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) begrijpelijk en zelfs verstandig. Tandartsen maken een behandelplan voor hun patiënten. Daarbij speelt de hele mond een rol en niet alleen het plaatsen van één kroon op één kies. Dat behandelplan is gericht op een goed gebit voor nu en in de toekomst. Een behandeling ’tussendoor’ kan de visie van een tandarts op goede structurele mondzorg doorkruisen. Overigens blijkt ook uit het onderzoek dat patiënten zelf geen behoefte hebben aan shoppen. “De vertrouwensband met de tandarts en de nabijheid van de praktijk wegen voor de meeste patiënten zwaarder dan de prijs.”

De conclusie die de Consumentenbond trekt dat marktwerking er niet gaat komen, omdat patiënten niet voldoende informatie hebben over de geboden kwaliteit en iedere overstap een sprong een in het duister is, onderschrijft de NMT niet. Inmiddels heeft 85 procent van de praktijken een website met informatie over de praktijkvoering en de tarieven. Daarnaast is alle relevante informatie beschikbaar in alle wachtkamers van tandartspraktijken. Momenteel zijn tandartsen bezig met het aanleveren van kwaliteitsinformatie in het kader van het project zichtbare zorg. Een project waarin ook de Consumentenbond participeert. Na de zomer komt er dus nieuwe kwaliteitsinformatie bij. Tot slot is het primaire doel van dit experiment niet dat patiënten gaan shoppen, maar dat er variatie in het aanbod van tandartsen ontstaat en zichtbaar wordt. Variatie in service, soorten behandelingen en prijs. Op basis hiervan kan de patiënt bewust kiezen voor inschrijving in een tandartspraktijk die het beste aansluit bij zijn wensen en behoeften.”

Bron:
Consumentenbond
NMT

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Geschorste tandarts misbruikt titel

Tandarts Laas van der Meulen van drie tandartspraktijken in Assen, Leeuwarden en Sint Nicolaasga is op last van het medisch tuchtcollege tijdelijk geschorst. Maar hij blijft zich gewoon voordoen als tandarts. “Titelmisbruik”, oordeelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Bron:
Dagblad van het Noorden

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Zogenaamde mondhygiënist aangehouden

Afgelopen week is iemand door de politie aangehouden die zich al geruime tijd ten onrechte uitgaf als mondhygiënist en in die hoedanigheid ook patiënten behandelde. Deze ‘zogenaamde mondhygiënist’ werd afgelopen maandag, mede door toedoen van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM), in hechtenis genomen. De verdachte, een bekende bij justitie, heeft bekend en wordt nog voorgeleid aan de politierechter.

Vervalst buitenlands diploma
De betreffende persoon wilde met een vervalst, buitenlands diploma lid worden van de beroepsvereniging voor mondhygiënisten. Dit werd door de NVM gesignaleerd en uiteraard werd een lidmaatschap van de beroepsvereniging geweigerd.

Titelmisbruik
De titel mondhygiënist mag alleen gebruikt worden door professionals die in het bezit zijn van het diploma tot Mondhygiënist (HBO). Het ten onrechte voeren van deze titel is titelmisbruik en daarom deed de NVM hiervan aangifte. Justitie startte direct een onderzoek. Ook lichtte de NVM de toenmalige werkgever in, waarna deze ‘zogenaamde mondhygiënist’ werd ontslagen. De persoon werd ‘op heterdaad betrapt’ toen deze opnieuw solliciteerde naar de functie mondhygiënist in een mondzorgpraktijk. Kort hierna vond de aanhouding plaats.

Diplomaregister
De Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM) startte in 2010 het NVM een diplomaregister (DiplomaRegister Mondhygiënisten) waar consumenten en beroepsbeoefenaren kunnen checken of een behandelaar daadwerkelijk mondhygiënist is en zich dus zo mag noemen.

Klik hier voor meer informatie over het DiplomaRegister


Lees meer over: Actueel, Kennis, Thema A-Z

Onjuiste voedselclaims strenger aan banden gelegd

Onjuiste voedselclaims worden nog strenger aan banden gelegd. De Europese Unie heeft een lijst met 222 gezondheidsclaims opgesteld die fabrikanten mogen gebruiken. Claims die niet op deze lijst staan, worden gezien als misleidend. De claims gelden ook voor fabrikanten van kauwgom.

De EU heeft omschreven hoe de claims gebruikt moeten worden. “Als een fabrikant kan onderbouwen dat zijn suikervrije kauwgom helpt om plak te voorkomen, moet hij bijvoorbeeld ook nog vermelden dat het effect alleen optreedt als de gebruiker na het eten zeker twintig minuten dapper doorkauwt op zijn stukje kauwgom”, aldus Marketing Rendement.

Fabrikanten kunnen tot het eind van dit jaar hun verpakkingen en advertenties aanpassen.

Lees meer over: Actueel, Mondhygiëne, Thema A-Z
anno12

Nieuwe zorgverzekeraar ANNO12 heeft startkapitaal bij elkaar

De nieuwe zorgverzekeraar ANNO12 heeft het benodigde startkapitaal bij elkaar en dient nu een formele vergunningsaanvraag in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Deze aanvraag zal naar verwachting enkele maanden duren. ANNO12 zal in 2013 actief worden als zorgverzekeraar.

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen

Achmea financiert NPCF veiligheidsprojecten

Zorgverzekeraar Achmea en de NPCF tekenden een samenwerkingsovereenkomst. De zorgverzekeraar gaat drie patiëntveiligheidsprojecten van de NPCF financieren.

‘Patiëntveiligheid is een van de belangrijkste thema’s van patiëntenfederatie NPCF. Patiënten hebben recht op goede en veilige zorg. Een voorwaarde om dat daadwerkelijk te kunnen verbeteren is samenwerking met andere partijen, aldus Wilna Wind, directeur.
In samenwerking met patiëntenfederatie NPCF gaat Achmea haar beleid op het gebied van patiëntveiligheid verder doorontwikkelen, onder andere door informatie over veilige zorg met haar verzekerden te delen. Feedback van meldacties van de NPCF gebruikt Achmea bij het verder verbeteren van de veiligheid in de zorg en het inkopen van de beste zorg voor haar verzekerden.

‘Het benutten van de ervaringen van patiënten om de zorg beter en veiliger te maken is een belangrijke pijler om patiëntveiligheid naar een hoger niveau te tillen. Zo kunnen we mensen nog beter informeren over de rol die ze zelf kunnen spelen bij het voorkomen van fouten’, zegt Wilna Wind.

Bron:
NPCF

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
CBS: Uitgaven tandheelkundige zorg slechts 0,8% gestegen

CBS: Uitgaven tandheelkundige zorg slechts 0,8% gestegen

In 2011 zijn de totale uitgaven aan zorg met 3,2 procent gestegen. De uitgaven aan mondzorgpraktijken namen met slechts 0,8% toe. Deze beperkte toename komt voordat doordat tandheelkundige zorg voor 18 tot 22-jarigen uit de basisverzekering is gehaald.


De uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg bedroegen in 2011 90,0 miljard euro. Dit is 3,2 procent meer dan in 2010. In de periode 2004-2008 stegen de uitgaven aan zorg steeds sneller, tot 6,8 procent in 2008. Daarna volgde een kentering met een groei van 5,2 procent in 2009 en van 3,9 procent in 2010. Dit blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van het CBS.

Loonkosten
Verreweg de grootste kostenpost van de meeste zorgaanbieders bestaat uit de loonkosten. Door een toenemend aantal banen en stijging van de lonen nam de loonsom in 2011 met ruim 3 procent toe.

Ziekenhuizen en specialistenpraktijken (+3,8%)
De uitgaven aan ziekenhuizen en specialistenpraktijken stegen in 2011 met 3,8 procent. In 2010 was dat nog 6 procent. De lagere groei komt grotendeels door een eenmalige extra vergoeding die veel ziekenhuizen in 2010 kregen voor reeds gemaakte kosten van nieuwbouw. Daarnaast werkte het effect van eerdere tariefdalingen bij medisch specialisten door. De uitgaven aan
ziekenhuizen en specialistenpraktijken vormen ruim een kwart van de totale uitgaven aan zorg.

Huisartsenpraktijken (+ 8%)
Na drie jaren met marginale uitgavengroei zijn de uitgaven aan huisartsenpraktijken in 2011 met ruim 8 procent toegenomen. Dit komt vooral door tariefverhogingen. De uitgaven aan de zogenaamde ketenzorg zijn hier niet bij inbegrepen.

Tandartspraktijken (plus 0,8%)
De uitgaven aan tandartsenpraktijken namen met slechts 0,8 procent toe. Deze beperkte toename komt vooral doordat de tandheelkundige zorg voor 18 tot 22-jarigen uit de basisverzekering is gehaald. Een deel van de zorgconsumptie van deze leeftijdscategorie wordt nu particulier betaald.

Apotheken en drogisten (+2%)
Aan via openbare apotheken en drogisten verstrekte geneesmiddelen is in 2011 bijna 2 procent meer uitgegeven. Vooral het gebruik van dure geneesmiddelen droeg bij aan die stijging. Daartegenover stonden prijs- en tariefdalingen en beperkingen in de aanspraken op grond van de basisverzekering (anticonceptiva voor vrouwen van 21 jaar en ouder en antidepressiva). Een deel van de consumptie van deze middelen wordt nu particulier betaald. Het is voor het vierde achtereenvolgende jaar dat sprake is van een beperkte toename van de uitgaven aan geneesmiddelen.

Ouderenzorg, gehandicaptenzorg en gezondheidszorg (+2-3%)
De uitgaven aan de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg laten in 2011 een gematigde stijging zien van 2 tot 3 procent. Bij de ouderenzorg dalen de kosten van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), mede als gevolg van een door het rijk opgelegde korting op het voor de gemeenten beschikbare budget. Het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (bbp) is in 2011 licht gestegen tot 14,9 procent. De uitgaven per hoofd van de bevolking
bedroegen 5 392 euro. In 2010 was dat 5 247 euro.

Bron:
Voorlopige cijfers CBS


Lees meer over: Actueel, Thema A-Z, Zorgverzekeringen

Wijziging wetgeving tandbleekproducten

Vanaf 1 november 2012 mogen tandbleekproducten met meer dan 0,1% tot maximaal 6% h2o2* alleen door tandartsen verkocht worden. Tandartsen mogen deze producten pas meegeven aan de patiënt voor thuisgebruik als de behandeling in de praktijk is gestart. Mondverzorgingsproducten met een h2o2 gehalte of afgifte tot 0,1% blijven beschikbaar voor directe directe verkoop aan de consument. Dentale ondernemingen mogen vanaf deze datum geen tandbleekproducten met meer dan 6% h2o2 verkopen aan tandartsen.

* 6% h2o2 staat gelijk aan 18% carbamideperoxide

Richtlijn
In september 2011 heeft de Raad van de Europese Unie de Richtlijn 2011/84/EU uitvaardigd waarin deze wijzigingen zijn opgenomen. Deze wijzigingsrichtlijn gaat specifiek over tandbleekmiddelen en past de oorspronkelijke Richtlijn 76/768/EEG inzake cosmetische producten aan. De Richtlijn gaat op 1 november 2012 van kracht en is geïmplementeerd in de
Warenwetregels nadere cosmetisch producten.

Voor alle EU-landen
De discussie over tandbleekmiddelen met hogere concentraties waterstofperoxides die in het ene EU-land als ‘medisch hulpmiddel’ en in een ander EU-land als ‘cosmetisch product’ verkocht werden, of juist verboden waren, komt hiermee definitief tot een einde. Alle lidstaten van de Europese Unie moeten uiterlijk 30 oktober 2012 aan deze Richtlijn voldoen.

Bron:
E. Kolsteeg, VGT


Lees meer over: Cosmetische tandheelkunde, Ondernemen, Thema A-Z, Wet- en regelgeving

Geavulseerde elementen: hoe zijn ze bewaard?

Een valpartij, geweld of een sportincident kan avulsie tot gevolg hebben, meestal van de centrale bovenincisieven. Wat te doen als een element in zijn geheel uit de alveole is geweest?

Avulsie maakt 0,5-3% deel uit van de dentale ongevallen. Het kan gepaard gaan met lichaamsverwondingen, beschadiging van de zachte weefsels, getraumatiseerde buurelementen en gefractureerd alveolair bot.

Melk- of blijvende dentitie
De handelingen zijn afhankelijk van het soort element: melk of blijvend.
Indien er sprake is van avulsie van een melkelement, dan mag het element nooit worden teruggeplaatst. De reden hiervoor is dat de blijvende opvolger beschadigd kan worden.
Bij avulsie van blijvende elementen moet het element wel teruggeplaatst worden. De prognose is afhankelijk van de staat van het element, leeftijd van de patiënt en mate van afvorming van de wortel.


Trauma melkgebit

Tandheelkundig handelen
Snel en goed tandheelkundig handelen is vereist om de kans op overleving van het blijvende element te vergroten. Eerst moet nagegaan worden wat de aard is van het ongeluk. Hiernaast zijn medische gegevens, eventueel bewustzijnsverlies, extra-oraal onderzoek en intra-oraal onderzoek van belang.

Belangrijk is om te weten hoe het geavulseerde element bewaard is gebleven, dit heeft namelijk een grote invloed op de prognose van het element.
Afhankelijk van de manier waarop het geavulseerde element bewaard is, wordt er gehandeld:

  • Het geavulseerde element is reeds teruggeplaatst in de alveole: het element wordt niet verwijderd maar wel gestabiliseerd door middel van een spalk. De mond kan gespoeld worden met een fysiologisch zout of chloorhexidine.
  • Het geavulseerde element is, korter dan 60 minuten na trauma, bewaard in een fysiologische oplossing: vuil kan eventueel verwijderd worden door middel van een fysiologische oplossing. Vervolgens kan het element teruggeplaatst worden. Indien er ook sprake is van een breuk van het alveolaire bot dan moet dit voorzichtig gedaan worden. In andere gevallen kan het element met kracht teruggeplaatst worden.
  • Het geavulseerde element is langer dan 60 minuten uit de alveole geweest of niet bewaard in een fysiologische oplossing: het vuil en parodontaal ligament wordt verwijderd. Het element wordt 20 minuten in een 2% natriumfluoride oplossing gelegd. Het element kan vervolgens teruggeplaatst worden.

Het element kan na terugplaatsing worden gespalkt. Het is belangrijk dat de patiënt alleen zacht voedsel nuttigt. Daarnaast kan de patiënt zijn mond schoonhouden met behulp van een mondspoelmiddel (chloorhexidine 0,2%) eventueel aangevuld met een zachte tandenborstel.


Flexibele spalk

Afvorming van de wortel
Belangrijk om te weten is of het element een wel of niet afgevormde wortel heeft:

  • Wel afgevormd: Binnen 7-10 dagen moet worden gestart met een endodontische behandeling, waarbij de kanalen eerst tijdelijk gevuld worden met calciumhydroxide om ontstekingsresorptie te voorkomen.
  • Niet afgevormd: Het klinisch en radiografisch monitoren van element is nu belangrijk. Bij een niet afgevormde wortel is er namelijk kans op revascularisatie. Indien er toch sprake is van necrose, moet er een endodontische behandeling worden uitgevoerd. Bij een open apex kan het handig zijn om ook een apexresectie uit te voeren.

Follow-up
Een goede follow-up is belangrijk. Er moeten regelmatig röntgenfoto’s worden gemaakt om te kijken of er sprake is van ontstekingsresorptie, ankylose of vervangingsresorptie.


Follow-up. Solo, één jaar na trauma
Ankylose en vervangingsresorptie 11

 
Bron: Journal of the Irish Dental Association – Treatment of the avulsed anterior tooth – Volume 57, nummer 6, pagina 319-322, december 2011/ januari 2012



Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z

Alexander Tolmeijer, NMT: Er is altijd ruimte voor tandartsen met een kleine praktijk

Zijn de vrije tarieven het begin van een grote verandering in de mondzorg? dental INFO interviewde Alexander Tolmeijer, vicevoorzitter en penningmeester van de NMT over de toekomst van de tandheelkunde.

Met de vrije tarieven is de tandarts nog meer een ondernemer geworden. Hoe ziet u de toekomstige rol van de NMT bij ondersteuning van praktijken op het gebied van ondernemen?

‘De rol van de NMT voor ondersteuning van tandartsen op het gebied van ondernemen zal steeds groter en belangrijker worden. Er zijn wel veel verschillen tussen praktijken onderling en niet iedere praktijk heeft dezelfde behoefte voor ondersteuning. De NMT ziet een belangrijke rol voor de beroepsvereniging weggelegd in mediacommunicatie. We geven aan wat we goed doen. Bijvoorbeeld over de groei van het aantal praktijkwebsites: 86% van de tandartspraktijk heeft nu een website, dit lag vorig jaar op 25%. De NMT heeft ook een arbeidsovereenkomsten tool en een kwaliteitsjaarverslag tool, waarbij praktijken relatief eenvoudig een goed contract of jaarverslag kunnen maken. Zeker voor de praktijk waarbij de tandarts alles echt zelf doet, is dat belangrijk. Ook bieden we faciliteiten aan om de kwaliteit van de praktijk inzichtelijk te maken voor de patiënt. Zo zal rond de zomer de lijst met kwaliteitsindicatoren definitief worden*. De NMT is daarnaast bezig met andere initiatieven om de kwaliteit van een praktijk aan te geven. Eén daarvan ligt op het gebied van visitatie. We zullen ook meer richtlijnen ontwikkelen. Onlangs is de richtlijn Kindertandheelkunde afgerond die tijdens het NMT jaarcongres op 15 juni wordt besproken.

* De Samenwerkende Mondzorg Koepels (SMK)*, de NMT, de Consumentenbond, de NPCF, de IGZ en Zorgverzekeraars Nederland werken momenteel samen met Regioplan aan de definitieve versie van deze lijst aan de hand van de uitkomsten van de pilot. De patiënt zal straks onder andere aan deze indicatoren kunnen zien over welke kwaliteiten de tandarts- en/of mondhygiënistenpraktijk beschikt. Naar verwachting zal de lijst met kwaliteitsindicatoren rond de zomer definitief zijn.

Albert van der Zee brainstormde onlangs over de toekomst van de mondzorg. Hij noemde daarbij NMT-franchise: een format waarbij investeerders aandelen van NMT-franchisers kunnen kopen en de aangesloten franchisers door de NMT ondersteund worden met het vaststellen van prijzen, richtlijnen voor bedrijfsvoering, een website, facturatie en dergelijke. Wat vindt u van deze gedachtegang?

‘Tja, dit klinkt als met-grote-halen-snel-thuis. De NMT is en blijft de maatschappij voor tandartsen en hun team. We ontwikkelen producten ter ondersteuning en voor diverse praktijkvormen. Soms bieden we die via een aparte organisatie aan, zoals bijvoorbeeld facturatie via NMT FenCS. Elk lid kan zo zelf bepalen of hij van de dienst gebruik wil maken. In het artikel van Van der Zee lijkt het of alle leden gelijk geschaard worden. Ik denk dat het uitgesloten is dat alle leden onder één formule vallen. Er zijn veel verschillen tussen praktijken.’

In oktober 2011 nam een investeerder – NPM Healthcare – een in belang Samenwerkende Tandartsen Nederland. In andere Europese landen heb je al ketens van grote mondzorgpraktijken. Welke tendens verwacht u in Nederland voor het aantal praktijken, de grootte hiervan en de investeerders erachter?

‘Er zal zeker ruimte zijn voor vier echt grote landelijke mondzorgketens in Nederland. Het is wel moeilijk om een keten van praktijken goed te managen. Ook in het buitenland zijn er niet veel voorbeelden van grote succesvolle ketens. Je ziet ook meer praktijken die met elkaar samenwerken en een intensieve verwijsrelatie hebben. Ik denk dat er daarnaast heel veel kleinere praktijken blijven met zo’n 2-3 tandartsen en enkele assistenten. Veel tandartsen werken graag autonoom en kunnen zo een stempel op hun eigen praktijk drukken. Dit type praktijk heeft een prima bestaansrecht want de patiënt wil uiteindelijk graag een vaste tandarts waarmee hij een vertrouwensband heeft.’

Een beperkt aantal praktijken heeft een contract met een zorgverzekeraar, patiënten betalen sinds 2012 meer voor een aanvullende verzekering en ontvangen een lagere vergoeding. Hoe ziet u de rol van de zorgverzekeraar in de mondzorg?

‘Verzekeraars kunnen een enorme hulp zijn voor patiënten bij het spreiden van risico. Ook kunnen ze patiënten bewust maken van de kosten van de mondzorg en de rol van preventie daarin. Ik denk dat verzekeraars veel keuzemogelijkheden aan patiënten moeten geven als het gaat om mondzorg. Want elke patiënt is anders, met een andere behoefte aan mondzorg. Ik hoop dat zorgverzekeraars met nieuwe vormen van verzekeringen komen die daarop inspelen.’

Er zijn zorgverzekeraars die een naturapolis aanbieden waarbij de verzekerde alleen bij de door de verzekering gecontracteerde aanbieders terecht kan. Zou dit ook kunnen werken voor de mondzorg?

‘Nee, hier geloof ik niet in. Elke patiënt wil z’n eigen keuze maken en ook zelf z’n tandarts kunnen kiezen.’ Slechts een deel van de patiënten zal zich op die manier door een verzekeraar laten sturen.

Er is veel geschreven over de vergoeding van mondzorg voor kinderen tot 18 jaar. Hoe verwacht u dat de vergoeding voor mondzorg voor kinderen geregeld zal worden in de toekomst?

‘De NMT is voorstander van geheel vergoede mondzorg voor kinderen tot en met 18 jaar, en liefst zelfs tot en met 21 jaar. Tandartsen voelen zich maatschappelijk verplicht om de mondzorg voor kinderen goed toegankelijk te houden. De NMT is hierover met de verzekeraars in gesprek om dit ook beheersbaar te houden.’

Met de huidige crisis zijn de overheidsbudgetten voor mondzorgpreventie geslonken. GGD’en hebben weinig budget voor voorlichting op scholen. Wiens verantwoordelijkheid is de voorlichting over mondgezondheid?

‘We zien inderdaad dat de overheid preventie niet meer oppakt en we zullen dit meer zelf gaan doen. We zullen moeten wennen aan deze nieuwe rol van de overheid. Het project Hou je mond gezond! van het Ivoren Kruis is een hartstikke mooi voorbeeld van preventie waarbij tandartsen, mondhygiënisten en assistenten een poetsles geven op school. Er zijn nog steeds veel tandheelkundig zorgverleners nodig om vrijwillig een poetsles op school te geven. Ze kunnen zich aanmelden via de website van Hou je mond gezond! Maar het allerbelangrijkste is de één-op-één voorlichting van iemands eigen tandarts of mondhygiënist. Het is daarom zo belangrijk dat alle Nederlanders regelmatig bij een tandarts of mondhygiënist komen.’

Veel tandartsen vinden dat het werkgebied van de mondhygiënist vooral op het gebied van preventie ligt maar in werkelijkheid behandelen ze veel paropatiënten. Het aantal preventieassistenten groeit. Hoe ziet u de rolverdeling tussen de disciplines?

‘Preventie assistenten zijn belangrijk voor de ondersteuning van tandartsen en het geven van voorlichting aan de patiënt. En ook de samenwerking met mondhygiënisten is van belang. De vorige NVM-voorzitter noemde mondhygiënisten altijd de “preventiespecialisten”. Maar er is nog een slag te slaan. Voor een goede onderlinge- én patiëntcommunicatie is het belangrijk dat tandartsen, mondhygiënisten en assistenten in één team werken, onder één dak. Op bestuurlijk niveau praten we met de NVM over wie-doet-wat-in-welke-situatie. In de praktijk zelf blijkt de samenwerking weinig problemen te geven.’

Wat vindt u ervan dat minister Schippers bekijkt of de mondhygiënist zonder opdracht van de tandarts een röntgenfoto’s mag maken?

‘Dit is een discussie die nergens over gaat. Het is alleen van belang voor vrijgevestigde mondhygiënisten. Als het hele team onder één dak werkt, komt dit niet ter sprake. Waar het allemaal om draait, is de voorlichting en communicatie met de patiënt. Er is nog een wereld te winnen in de preventieve aanpak onder leiding van de mondhygiënist in de praktijk.

Denkt u dat social media een grote rol gaan spelen binnen de mondzorg?

‘Social media kunnen een extra vorm van communicatie zijn. Je bereikt er soms mensen mee die je met andere media niet bereikt. Het is interessant voor voorlichting en het imago van de praktijk. Het is zeker het overwegen waard maar het is wel tijdrovend om aan het einde van de dag al je Twitter berichten nog even door te gaan.’

Alexander Tolmeijer is vicevoorzitter en penningmeester van de NMT. Daarnaast is hij werkzaam als tandarts in een groepspraktijk in Delft.

 

Lees meer over: Opinie, Thema A-Z

Tandheelkunde UMCG langer dicht door legionella

Het Centrum voor Tandeelkunde en Mondzorg van het UMCG, waar de legionella bacterie werd aangetroffen, blijft een week langer dicht. Dit meldt Omroep Groningen.

Het ziekenhuis kan de besmettingshaard niet vinden en kiest voor zekerheid door een nieuwe waterleiding aan te leggen. De werkzaamheden hiervoor zullen tot 4 juni duren.

De tweeduizend patiënten die de afgelopen weken behandeld zijn in het centrum hebben deze week allemaal een brief ontvangen. Momenteel heeft nog niemand zich met klachten gemeld aan de poorten van het UMCG.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Elysee Dental Group neemt Tandtechnisch Laboratorium Esthetica over

Het op 1 mei jongstleden failliet verklaarde Tandtechnisch Laboratorium Esthetica in Maastricht wordt per direct een onderdeel van de Elysee Dental Group. Voor de bestaande klanten blijft vertrouwde kwaliteit en ondersteuning gewaarborgd, meldt Elysee Dental Group in haar persbericht. Daarnaast hebben de klanten nu ook de keuze om gebruik te maken van diverse tandtechnische mogelijkheden die de Elysee Dental Group als geheel kan bieden.

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z

Beantwoording Kamervragen over fraude met implantaten door tandartsen

Antwoorden van minister Schippers (VWS) op vragen van de Kamerleden Van Gerven en Leijten (beiden SP) over fraude met implantaten door tandartsen.

1. Wat is uw reactie op het bericht dat ‘een aanzienlijk aantal’ tandartsen jarenlang kortingen van fabrikanten niet heeft doorberekend aan patiënten? Deelt u de mening van de zorgverzekeraars dat hier sprake is van een economisch delict? Zo nee, waarom niet? 
Van een economisch delict is sprake indien betrokken tandartsen in afwijking van de tariefbeschikkingen van de NZa zoals die golden in de jaren voorafgaand aan 2012 (start experiment vrije prijzen mondzorg) hebben gehandeld. Volgens de tariefbeschikkingen mocht een tandarts aan een patiënt maximaal doorberekenen wat de tandarts zelf voor de inkoop van dat implantaat had betaald. Het is aan de NZa om te beoordelen of de geldende regels worden nageleefd.

2. Klopt de indruk die in het bericht wordt gewekt dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aarzelt om onderzoek te doen? Zo nee, gaat de NZa daadwerkelijk onderzoek doen? Zo ja, waarom twijfelt de NZa?
De NZa treedt wel degelijk actief op op het gebied van tandtechniek. Zo is eind 2011 nog een aanwijzing opgelegd aan een tandkliniek die ten onrechte techniekkosten in rekening bracht. De NZa heeft mij bericht dat het boeteonderzoek in deze zaak nog gaande is. Het is wel zo dat de regels van de NZa op grond waarvan tandartsen verplicht waren om maximaal de betaalde en verschuldigde kosten voor tandtechniek bij hun patiënten in rekening te brengen, golden tot 31-12-2011. Sinds 1 januari van dit jaar is het experiment met vrije prijsvorming gestart. Daarnaast richtten deze regels zich tot aanbieders van mondzorg, zoals tandartsen en orthodontisten. Zij waren niet van toepassing op de relatie tussen fabrikanten van implantaten en groothandels voor tandtechniek, waarover in het artikel van NRC wordt gerept. De NZa heeft aangegeven op basis van de nu bekende informatie geen aanleiding te zien om een nader onderzoek in te stellen naar de situatie zoals geschetst in het NRC artikel van 31 maart jl.

3. Hoeveel van de 1,1 miljoen Nederlanders met tandheelkundige implantaten zijn naar schatting gedupeerd? Om welk bedrag gaat het? Indien u niet over deze gegevens beschikt, bent u dan bereid dit te (laten) onderzoeken? Zo nee, waarom niet?
Het is mij niet bekend hoeveel Nederlanders met implantaten zijn benadeeld en om welk bedrag het zou gaan. Ik ben niet van plan hier onderzoek naar te gaan doen, omdat ik van mening ben dat het doen van dit soort onderzoek het probleem, ook met terugwerkende kracht, niet oplost. Ik kijk liever naar de toekomst en richt me op mogelijkheden om te voorkomen dat consumenten worden benadeeld, ik verwijs u wat dit betreft kortheidshalve naar mijn antwoorden op de volgende vragen.

4. Is het waar dat fabrikanten tandartsen jarenlang hebben gepaaid met cadeaus, zoals een CT-scanner t.w.v. 200.000 euro, chirurgische sets of 10.000 euro voor scholing? Bent u bereid onderzoek te doen naar het fêteren en beïnvloeden van tandartsen door de industrie? Zo nee, waarom niet?
5. Wat gaat u ondernemen tegen implantatenfabrikanten zoals Nobel Biocare die tandartsen belobbyen en fêteren? Wilt u uw antwoord toelichten?
4 en 5
Het is mij niet bekend dat tandartsen jarenlang ‘gepaaid zijn met cadeaus’, anders dan de suggesties uit NRC heb ik daar geen signalen voor gekregen. In het algemeen vind ik het goed dat er samenwerking is tussen tandartsen en fabrikanten. Die samenwerking is namelijk van belang voor de continue verbetering van de zorg. Het is echter niet de bedoeling dat die samenwerking doorslaat naar oneigenlijke beïnvloeding. Er is door verschillende onderzoeksbureaus onderzoek uitgevoerd om oneigenlijke beïnvloeding, of gunstbetoon, in de medische hulpmiddelensector in beeld te krijgen. Ik heb de resultaten van die verschillende onderzoeken op dit onderwerp in een brief van 25 november 2011 (TK 2011-2012, 32 805 nr. 4) voor u op een rij gezet. Ik heb daarbij geconcludeerd dat gunstbetoon een weerbarstig onderwerp is dat moeilijk in beeld is te krijgen.
Ik heb in mijn brief van 25 november 2011 ook aangegeven dat ik inzet op zelfregulering door de sector op dit onderwerp. Op 1 januari 2012 is de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) in werking getreden, die daar invulling aan geeft. Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de sector om te zorgen dat deze markt op een behoorlijke wijze functioneert en om eventueel wangedrag van de bedrijven die aan de GMH of voorgaande gedragscodes gebonden zijn (zoals Nobel Biocare) te onderzoeken. Ik ga daarom zelf geen nieuw onderzoek uitzetten naar beïnvloeding van artsen door fabrikanten in de medische hulpmiddelensector.

6. Hoeveel tandartsen leggen sinds de invoering van vrije prijzen begin dit jaar een extra winstmarge bovenop bestaande kortings- en sponsorregelingen? Indien u niet over deze gegevens beschikt, bent u dan bereid dit uit te zoeken? Zo nee, waarom niet?
Het is mij niet bekend of en zo ja hoeveel tandartsen een extra winstmarge bovenop bestaande kortings- en sponsorregelingen leggen. De NZa houdt de ontwikkelingen rondom het experiment in de mondzorg nauwlettend voor mij in de gaten en let hierbij ook op prijseffecten. Zoals ik uw Kamer meerdere malen heb geïnformeerd, zal de NZa in juni met haar marktscan Mondzorg komen.

7. Kunt u een opsomming geven van de verschillende gedragscodes van de industrie die raken aan de contacten met tandartsen en kunt u voor elk van deze codes aangeven in welke mate en op welke wijze zij bindend en afdwingbaar zijn? Zo nee, waarom niet?
8. Wat is uw oordeel over het feit dat de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) geen gedragscode heeft voor contacten van tandartsen met de industrie? Deelt u de mening dat voor tandartsen en andere medische beroepen bindende regels zouden moeten bestaan, eventueel wettelijke? Zo nee, waarom niet?
Wettelijke regels voor contacten tussen artsen en industrie vind ik niet nodig omdat ik, zoals aangegeven in mijn brief van 25 november 2011 (TK 2011-2012, 32 805, nr. 4) inzet op zelfregulering. In 2011 is door zes koepels van medische hulpmiddelenbedrijven gewerkt aan de GMH1. De GMH is ondergebracht in een stichting, waarbinnen een codecommissie zorg draagt voor advisering en klachtenafhandeling. De klachtenprocedure is zo ingericht dat die openstaat voor iedereen. De GMH wordt onderschreven door deze zes brancheverenigingen, waarmee een groot deel van de Nederlandse medische hulpmiddelenbedrijven, waaronder ook fabrikanten van tandimplantaten als Nobel Biocare, gebonden is aan de normen die in de GMH gesteld zijn. Dit is een flinke stap voorwaarts voor de sector. Voorheen waren er vele verschillende gedragscodes, elk met eigen accenten. Nu er sprake is van één gedragscode voor de medische hulpmiddelenbedrijven is helder welke regels er gelden voor de samenwerking met zorgprofessionals.
Deze code moet nu doorontwikkeld worden door de sector. Belangrijkste punten zijn daarbij dat de code gaat leven, dat de regels wederkerig worden en dat er transparantie wordt betracht over de onderlinge relaties. De door de Leden Van Gerven en Leijten aangehaalde berichten uit NRC laten mijns inziens duidelijk het belang van wederkerigheid zien. Het is belangrijk dat voor alle betrokken partijen helder is welke regels er gelden voor de onderlinge samenwerking. Dat geldt niet alleen voor fabrikanten maar zeker ook voor zorgprofessionals, in dit voorbeeld de tandartsen, en andere zorginkopende partijen als ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Ik vind het daarom van groot belang dat ook zij de regels in de GMH onderschrijven. Ik heb dat ook benadrukt tijdens het AO PIP-implantaten op 12 april 2012. Ik vind het daarom wenselijk dat de NMT, samen met andere artsenorganisaties, de gedragscode onderschrijft. Zoals ik tijdens het AO ook aangaf zal ik deze organisaties aanspreken op het onderschrijven van de GMH.

9. Waarom kiest u ervoor om zakkenvullerij onder tandartsen te legaliseren en te bevorderen door middel van vrije tarieven, in plaats van deze verborgen zorgkosten aan te pakken? Hoe geloofwaardig bent u nog in uw pleidooi voor beheersing van de zorgkosten als u ruim baan geeft aan winstbejag?
Mijn beleid om vrije tarieven voor tandartsen in te stellen heeft geenszins tot doel ruim baan te geven aan winstbejag. Integendeel. Het stelsel is zo ingericht dat transparantie wordt verhoogd waardoor partijen in staat zijn hun rollen op te pakken. Daarvoor is wél nodig dat de diverse partijen hun verantwoordelijkheid nemen. Dit verwacht ik zowel van de patiënten, als van de tandartsen zelf en vooral ook van de verzekeraars. Ik ben er van overtuigd dat dit een betere manier is om uiteindelijk tot een betaalbare gezondheidszorg te komen, dan alleen via overheidsregulering. Om uit de spiraal van steeds meer regels en controle te geraken, is het aanspreken van de verschillende partijen op hun verantwoordelijkheden essentieel. Dit zal ik dan ook blijven doen.

Bron:
Rijksoverheid


Lees meer over: Implantologie, Thema A-Z
Legionellabesmetting

Legionellabesmetting bij opleidingen Tandheelkunde en Mondzorgkunde UMCG

Recent is de legionellabacterie aangetroffen in de waterleiding het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM) van het UMCG. Om de bacterie grondig te kunnen bestrijden, heeft het UMCG besloten alle patiëntenzorg in het CTM voor tenminste één week op te schorten. Voor de spoedzorg van het CTM zal worden uitgeweken naar een andere locatie.

Kaakchirurgie/Bijzondere Tandelheelkunde en Orthodontie gewoon geopend
De waterleiding van het CTM is gescheiden van de waterleiding van de rest van het UMCG. Patiënten en medewerkers van andere afdelingen hebben hierdoor geen risico op besmetting gelopen. Dit betekent dat ook de afdelingen Kaakchirurgie en Orthodontie gewoon open zijn.

Brief
Patiënten die in de afgelopen periode het CTM bezochten zijn per brief geïnformeerd. Het zou kunnen zijn dat patiënten tijdens dat bezoek in contact zijn gekomen met water dat met de legionellabacterie besmet is. Als dat is gebeurd, is er een kleine kans dat zij ziekteverschijnselen krijgen, variërend van milde griepachtige verschijnselen tot in het ernstigste geval een longontsteking. Patiënten die in de eerste twee tot drie weken na hun bezoek aan het CTM last hebben gekregen van (ernstige) luchtwegklachten met koorts, wordt gevraagd contact op te nemen met hun huisarts. Ook medewerkers van het CTM en studenten van de opleidingen Tandheelkunde en Mondzorgkunde zijn op de hoogte gebracht.

Opleidingen
Deze maatregel heeft ook invloed op de opleidingen tot tandarts, mondhygiënist en tandartsassistent. Er kan in de komende week geen patiëntgebonden onderwijs gegeven worden, en ook de practica in het CTM-skillslab, dat is aangesloten op dezelfde waterleiding, kunnen voorlopig niet doorgaan. Dit kan invloed hebben op de studievoortgang van studenten.

Verloop
Besmettingen met de legionellabacterie verlopen vaak symptoomloos en zijn dan onschuldig. Als er al sprake is van infectie, is het goed te weten dat de ziekte niet van mens tot mens kan worden overgedragen. De tijd tussen besmetting en het eventueel optreden van klachten (de incubatietijd) is doorgaans 2 tot 19 dagen. Patiënten die langer dan drie weken geleden het CTM bezochten en geen klachten hebben ontwikkeld, hoeven zich geen zorgen te maken.

Bron:
UMCG

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z
bevel-voor-tandartsenpraktijk-damlaan-9017

Tandartsenpraktijk Tandartsen Helmond met onmiddellijke ingang gesloten

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft met onmiddellijke ingang tandartsenpraktijk Tandartsen Helmond in Helmond door middel van een bevel gesloten. De praktijk is onvoldoende in staat om een goede kwaliteit van zorg te garanderen. Tijdens een onaangekondigd bezoek op 14 mei was een onbevoegde assistent een kies aan het trekken bij een patiënt.

Redenen
Tijdens het bezoek constateerde de inspectie dat de praktijk niet voldoet aan een aantal basale kwaliteitseisen. De praktijk kon niet aantonen veilig met röntgenstraling te kunnen werken. Daarnaast constateerde de inspectie dat de hygiëne niet op orde was. De medewerkers desinfecteerden hun handen niet met alcohol, het instrumentarium werd niet op de juiste wijze gereinigd en gedesinfecteerd en de inspecteurs konden niet vaststellen dat de sterilisator tijdens de reiniging goed functioneerde. Daarnaast bleek dat de praktijk geen klachtenregeling heeft en niet voldoet aan de eisen van de kwaliteitswet met betrekking tot het aanleveren van het kwaliteitsjaarverslag.

Gezien de ernst van de constateringen heeft de inspectie besloten om de praktijk met onmiddellijke ingang te sluiten.
De praktijk kan pas weer worden geopend als de inspectie hiervoor toestemming geeft na een herinspectie.

Bron:
IGZ

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z

Hoofddorpse praktijk declareert onterecht

Twee tandartsen van tandartspraktijk Floriande uit Hoofddorp moeten onmiddellijk stoppen met het insturen van verkeerde declaraties. Dat heeft de Nederlandse Zorgautoriteit hen opgedragen. Na onderzoek bleek dat de tandartsen tarieven in rekening brachten voor kosten die niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. Bovendien stuurden ze rekeningen in naar een verzekeraar voor behandelingen die niet hebben plaatsgevonden.

Onderzoek
Twee tandartsen van de praktijk declareerden in de periode september 2010 – november 2011 op verschillende manieren verkeerd. Zij rekenden ten onrechte instellingskosten, brachten een aantal keer niet-toegestane codes in rekening voor implantaten en stuurden facturen voor behandelingen die niet hebben plaatsgevonden. Zo kreeg een verzekeraar van een tandarts een rekening voor kaakchirurgie, een behandeling die is voorbehouden aan kaakchirurgen. De NZa is een onderzoek gestart voor het opleggen van een boete.

Bron:
NZa

Lees meer over: Actueel, Thema A-Z