Tanden

Parodontitis én bruxisme én gebitsslijtage: een lastige drie-eenheid

Bruxisme is een veel voorkomende kauwspieractiviteit die positieve en negatieve gevolgen kan hebben voor de patiënt. Eén van de negatieve aspecten is mechanische gebitsslijtage. Een ander gevolg kan zijn dat parodontaal verzwakte elementen extra kauwdruk lastiger kunnen weerstaan dan gezonde elementen. Dr. Peter Wetselaar vertelde in zijn lezing tijdens het NVvP-congres over de drie-eenheid parodontitis, bruxisme en gebitsslijtage.
Hij gaf suggesties voor wat te doen wanneer ze aanwezig zijn om zo verder verlies van gebitselementen te voorkomen of verminderen.

Bruxisme

Bruxisme is een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden/kiezen en/of fixeren van, of duwen met, de onderkaak. Bruxisme kan optreden tijdens slapen (slaapbruxisme) en waken (waakbruxisme). Slaapbruxisme is een kauwspieractiviteit tijdens de slaap die wordt gekarakteriseerd als ritmische of niet-ritmische mix. En is geen bewegingsstoornis of slaapstoornis bij verder gezonde individuen. Waakbruxisme is hetzelfde gedefinieerd als slaapbruxisme maar vindt plaats tijdens het wakker zijn.

Prevalentie van bruxisme

Bij een onderzoek onder 2000 Canadezen zie je dat 13% van de jongvolwassenen tussen 18-29 jaar gedurende de slaap knarst of klemt. Boven de 65 jaar is dat nog slechts 3%. Slaapbruxisme neemt af met de leeftijd en er zijn geen verschillen tussen mannen en vrouwen
De prevalentie van slaapbruxisme en waakbruxisme bij volwassenen is respectievelijk 10-20% en 5-30%. De prevalentie van slaapbruxisme en waakbruxisme bij adolescenten is respectievelijk 7-40% en 4-35%.

Twee Paradigma verschuivingen inzake bruxisme

  1. Bruxisme is centraal gereguleerd in de hersenen en niet perifeer
    Bruxisme is centraal geregeld door de hersenen. Wanneer we de articulatie en occlusie aanpassen beïnvloedt dit de activiteit van bruxisme niet.
    Bruxisme is afhankelijk van verschillende factoren:

    • Psychosociale factoren (persoonlijkheid, angst, stress)
    • Biologische factoren (gestoorde slaap, dopamine-serotonine systeem)
    • Roken, alcohol, cafeïne, drugs, anti-depressiva medicatie
  2. Bruxisme is een activiteit
    Parafunctie is een verkeerde functie met negatieve gevolgen. Activiteit heeft positieve en negatieve gevolgen.

Mogelijke negatieve gevolgen van bruxisme

  1. TMD-pijn/disfunctie
  2. Parodontale problemen
  3. Endodontische gevolgen
  4. Cracked tooth
  5. Falen van restauraties
  6. Fallen van (supra-structuren) op implantaten
  7. Gebitsslijtage

Mogelijke positieve gevolgen van bruxisme

  1. Stimulatie speekselvloed voor preventie van monddroogte
  2. Stimulatie speekselvloed voor preventie van een zuur milieu
  3. Verstevigen bovenste luchtweg voor preventie slaapapneu of opheffen obstructie
  4. Behoud botdensiteit voor preventie van osteoporose
  5. Extra kauwspieractiviteit voor preventie van cognitief verval

Behandelingen van bruxisme– 5 P’s

  1. Peptalk – geruststelling
  2. Plates – stabilisatieopbeetplaat
    Een stabilisatieopbeetplaat heeft geen blijvende invloed op bruxisme-activiteit maar wel bescherming tegen negatieve gevolgen. De compliance is over het algemeen matig bij opbeetplaten.
  3. Pills – botox door MKA chirurg
  4. Psychology – stressmanagement, biofeedback
  5. Physiotherapy – fysiotherapie  biofeedback bij waakbruxisme
    Met een biofeedback of myofeedback apparaat om bruxisme af te leren;
    ook met een stabilisatieopbeetplaat, een post-it, met een app (bijv. brux app) of met een re-mind apparaatje die je een signaal geeft, kan waakbruxisme eventueel worden afgeleerd.

Behandelingen zoals orthodontie, osteotomie, kroon- en brugwerk en inslijpen hebben geen invloed op bruxisme.

Bruxscreen

Bruxscreen is een gestandaardiseerde tool voor de beoordeling van bruxisme’ waarbij de volgende vragen worden gesteld:

  1. Hoe vaak klemt u uw tanden op elkaar tijdens het slapen
  2. Hoe vaak knarst u met uw tanden tijdens uw slaap
  3. Hoe vaak klemt u uw tanden op elkaar terwijl u wakker bent
  4. Hoe vaak knarst u met uw tanden terwijl u wakker bent?
  5. Hoe vaak drukt, raakt of houdt u uw tanden lichtjes tegen elkaar terwijl u wakker bent, behalve tijdens het eten (d.w.z. contact tussen boven- en ondertanden)?
  6. Hoe vaak houdt u uw spieren stevig vast, spant u ze aan of spant u ze aan terwijl u wakker bent zonder uw tanden op elkaar te klemmen of samen te brengen?

Klinische beoordeling van bruxisme

Verder wordt er ook een klinische beoordeling gemaakt, zowel extra- en intra-oraal.

  1. Extra-oraal
    • Hypertrofie van uw kauwspieren (waargenomen terwijl de spieren ontspannen zijn)
    • Hypertrofie van de kauwspieren (waargenomen terwijl de spieren worden samengetrokken)
  2. Intra-oraal
    • Impressies in lip
    • Impressies in wang
    • Impressies in tong
    • Traumatische laesies in wang
    • Exostose/torus
    • Gebitsslijtage (volgens TWES-screening)

Gebitsslijtage

Gebitsslijtage is een multifactoriële aandoening die leidt tot het verlies van harde tandweefsels (glazuur, dentine en wortelcement). Gebitsslijtage kan worden onderverdeeld in mechanische en chemische slijtage.

  • Mechanisch
  • Chemisch
  • Intrinsiek (attritie) Extrinsiek (abrasie)
  • Intrinsiek (erosie) Extrinsiek (erosie)

Prevalentie van gebitsslijtage

Gebitsslijtage lijkt vaker voor te komen want mensen leven langer en mensen leven langer met de eigen dentitie. We hebben cariës en parodontitis beter onder controle. De prevalentie van gebitsslijtage wereldwijd is 3% bij mensen van 20 jaar en 17% bij 70-jarigen. De prevalentie van gebitsslijtage in Nederland is 2% bij mensen van 20 jaar en 12% bij 70-jarigen. Gebitsslijtage neemt toe met de leeftijd en komt vaker voor bij manen dan vrouwen!

Twee paradigma verschuivingen inzake gebitsslijtage

  1. Multifactorieel (gebitsslijtage) dus niet aparte entiteiten (attritie, abrasie, erosie)
  2. Focus van ernst naar pathologie (shared decision making)

Pathologische gebitsslijtage is gebitsslijtage waarbij het dentine is geëxponeerd en er sprake is van één of meer van de hier onder genoemde tekenen of symptomen.
Tekenen (waargenomen door de tandarts) en symptomen (ervaren door de patiënt) van gebitsslijtage

Tekenen

  1. Slijtage snel voortschrijdend
  2. Slijtage atypisch voor de leeftijd van de patiënt
  3. Slijtage op die vlakken die een rol spelen bij occlusie/articulatie leidend tot het verlies van de verticale dimensie van occlusie
  4. Afbrokkelen tanden/kiezen en/of restauraties
  5. Verminderde conditie van het speeksel (hyposalivatie)

Symptomen

  1. Afgenomen esthetiek
  2. Gevoeligheid of pijn
  3. Ervaring met afbrokkelen tanden/kiezen en/of restauraties
  4. Moeite met kauwen
  5. Moeite met spreken
  6. Gevoel van droge mond (xerostomie)

Behandelingen van gebitsslijtage

  • Counselen/monitoren altijd voortzetten
  • Restauratieve behandeling zo lang mogelijk verantwoord vooruit schuiven (= fysiologisch vs. pathologisch)
  • Dynamisch behandelconcept

Diagnostiek van gebitsslijtage

Diagnostiek van gebitsslijtage kan gedaan worden aan de hand van het Europees consensus statement (ECS), samen met het tooth wear evaluation system (TWES). TWES-screening is kwantificatie per sextant en wordt gedaan tijdens het periodieke mondonderzoek. Er wordt alleen gekeken naar de vlakken die meedoen met occlusie en articulatie en het hoogste cijfer per sextant wordt genoemd.

TWES-scores

0 = geen slijtage
1 = slijtage alleen in het glazuur
2 = slijtage tot in het dentine, klinische kroonhoogte <1/3e
3 = slijtage tot in het dentine, klinische kroonhoogte >1/3e, maar < 2/3e
4 = slijtage tot in dentine, klinische kroonhoogte >2/3e

TWES ernst

0 = geen
1 = mild
2 = matig
3 = ernstig
4 = extreem

Negatieve gevolgen van bruxisme

Parodontale problemen kunnen een negatief gevolg zijn van bruxisme. Volgens de literatuur is er geen bewijs dat traumatische occlusale krachten leiden tot parodontaal aanhechtingsverlies, niet-carieuze cervicale laesies of tandvleesrecessies. Verder leiden traumatische occlusale krachten tot adaptieve mobiliteit bij tanden met normale ondersteuning, terwijl ze leiden tot progressieve mobiliteit bij tanden met verminderde ondersteuning, waarvoor meestal spalken nodig is.
Een ander negatief gevolg van bruxisme is falen van (supra-structuren op) implantaten. Over het algemeen kan je veilig implanteren bij mensen met bruxisme. Als het mis gaat, gaat het meestal mis met de supra-structuur. Dus als je een kroon/brug etc. maakt, maak dan een kroon die kan slijten. Want beter slijten dan breken.

Richtlijn bij stadium IV parodontitis patiënten

  • Orthodontie
  • Spalken
  • Occlusale aanpassingen
  • Kroon/brugwerk
  • Uitneembare voorzieningen op natuurlijke elementen
  • Parodontale behandelingen

Occlusale aanpassingen kunnen nuttig zijn bij de behandeling van stadium IV parodontitis patiënten. Realiseer wel dat
de kaakgewrichten samen een zogenaamd gepaard gewricht zijn (het is het enige gewricht in het lichaam waarbij zowel het linker als het rechter tegelijkertijd bewegen. Om dat mogelijk te maken zijn te gewrichten discongruent en daarmee zeer beweeglijk. Mede daardoor bepaalt de hoofdhouding de habituele occlusie en de articulatie.

Conclusie

Bruxisme is centraal gereguleerd en bruxisme is een activiteit die positieve en negatieve gevolgen kan hebben. Bij slaapbruxisme kan een stabilisatieopbeetplaat geïndiceerd zijn en bij waakbruxisme kan myofeedback geïndiceerd zijn. Gebitsslijtage is multifactorieel en er kan onderscheid worden gemaakt tussen pathologische en fysiologische gebitsslijtage.

Dr. Peter Wetselaar studeerde af als tandarts aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij volgde de postinitiële opleiding Orofaciale Pijn en Disfunctie aan het ACTA, onder begeleiding van dr. Jacques van der Zaag en prof. dr. Frank Lobbezoo. In 2016 promoveerde Peter op het gebied van gebitsslijtage met het proefschrift ‘The Tooth Wear Evaluation System: Development and Applications’. Sinds 2011 bekleedde hij diverse functies binnen het ACTA, waaronder Chef de Clinique van de stafkliniek Orofaciale pijn en disfunctie, waar patiënten met gebitsslijtage worden gediagnosticeerd en behandeld. Momenteel is hij sectievoorzitter Integrale Tandheelkunde en hoofd Kliniek Algemene Mondzorg op het ACTA. Hij geeft (post)academisch onderwijs in het binnen- en buitenland, waarbij zijn focus ligt bij gebitsslijtage, bruxisme en orofaciale pijn en disfunctie. Peter is erkend tandarts-gnatholoog (NVGPT) en tandarts-slaapgeneeskundige (NVTS). Hij is (co-)auteur van vele (inter)nationale publicaties en diverse boekhoofdstukken. Naast zijn werkzaamheden bij het ACTA, is hij één dag per week werkzaam als algemeen practicus en tandarts-gnatholoog in de Verwijspraktijk Heemstede, waar zijn aandacht uitgaat naar de diagnostiek en behandeling van gebitsslijtage.

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van dr. Peter Wetselaar tijdens het NVvP-congres.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z
Promotieonderzoek gezonde peutermonden Peggy van Spreuwel - 400

Proefschrift Gezonde Peutermonden: verbeteren mondgezondheid bij jonge kinderen door vroegtijdige preventie in consultatiebureaus

Het proefschrift van Peggy van Spreuwel focust op het verbeteren van de mondgezondheid bij jonge kinderen door vroegtijdige preventie bij consultatiebureaus. In Nederland heeft ongeveer een kwart van de vijfjarigen al gaatjes en dit komt vooral voor bij kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal-economische positie.

Mondgezondheid op consultatiebureau nu vaak overschaduwd

Het onderzoek in dit proefschrift laat zien dat, hoewel ruim 90% van de kinderen onder vier jaar regelmatig het consultatiebureau bezoekt voor preventieve zorg, mondgezondheid vaak overschaduwd wordt door andere gezondheidskwesties en hierdoor niet de prioriteit krijgt die het nodig heeft. Daarnaast is gekeken naar de bereidheid van ouders om in de mondgezondheid van hun kinderen te investeren. Opvallend is dat vooral ouders uit lagere sociaal-economische groepen hier minder toe bereid zijn. Deze bevindingen benadrukken het belang van meer bewustwording en het aanbieden van tijdige preventieve mondzorg om problemen vanaf jonge leeftijd te voorkomen.

Gezonde Peutermonden interventie

Het proefschrift introduceert de ‘Gezonde Peutermonden’ interventie bij consultatiebureaus. Deze interventie start zodra het eerste tandje doorkomt, meestal tussen 6 en 12 maanden, en begeleidt kinderen tot 48 maanden oud. Het programma wordt uitgevoerd door getrainde mondzorgcoaches, meestal mondhygiënisten, en focust op het aanleren van gezonde mondgewoonten aan zowel ouders als kinderen vanaf een jonge leeftijd. Hierbij kregen kinderen in de Gezonde Peutermonden groep tijdens de standaard bezoeken aan het consultatiebureau ook een consult bij de mondzorgcoach. Tijdens deze consulten bepaalt de mondzorgcoach het cariësrisico van het kind met de NOCTP (Gewoon Gaaf) methode. Ook worden onderliggende gedragsfactoren geanalyseerd met het Health Action Process Approach (HAPA) gedragsmodel. Dit wordt gecombineerd met motiverende gespreksvoering om de preventieve zorg op maat af te stemmen.

Minder cariës

De resultaten van dit onderzoek wijzen uit dat de Gezonde Peutermonden interventie leidt tot minder cariës, beter mondgezondheidsgedrag en meer zelfvertrouwen bij ouders. Daarnaast benadrukt het onderzoek het belang van continue training en begeleiding voor de mondzorgcoaches, met name in het toepassen van motiverende gespreksvoering, gezien hun uiteenlopende vaardigheden ondanks intensieve training.

Gegevens promotie

Woensdag 17 januari 2024 om 11 uur in de Aula der Universiteit van Amsterdam.

Peggy (Petronella) van Spreuwel promoveert op het proefschrift: ‘Bridging oral health and youth health care. A novel approach to early oral health prevention in Dutch well-baby clinics’. Promotoren zijn prof. dr. K. Jerković-Ćosić en prof. dr. G.J.M.G. van der Heijden. Copromotor is prof. dr. C. van Loveren.

 

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Onderzoek
Tandartsen en mondhygiënisten op social medi

Tandartsen en mondhygiënisten op social media

Mondhygiënisten en tandartsen zitten steeds vaker op sociale media. Je kan ze vinden op Facebook, Instagram en TikTok. Ze geven daar tips over een gezond gebit en maken soms zelfs grappige filmpjes. Dit allemaal om een grotere groep mensen te bereiken en zo meer aandacht voor mondhygiëne te creëren en de eigen praktijk te laten zien.

Mensen bereiken

Dingen die een tandarts over jou weet, door in je mond te kijken of drie redenen waarom je moet flossen, tiktoks gemaakt door tandarts Farbod. Hij is een van de grootste tandartsen op TikTok met 68.6K volgers. Hij maakt zijn video’s vooral voor jongeren en jongvolwassenen, dat merk je aan hoe hij zijn filmpjes maakt en meegaat met de laatste trends.

Drie stappen die je kunt nemen voordat je naar de tandarts gaat, een post van tandarts West op Instagram. Zij hebben 766 volgers en zijn wat serieuzer in hun berichten.

De Mondige Meiden zijn twee mondhygiënisten die tips geven aan 637 volgers. Ze posten over wanneer je je tandenborstel moet vervangen en hoe een mondreiniging bij een mondhygiënist eruitziet.

Maar ook grappige filmpjes over knappe patiënten worden er gemaakt, bijvoorbeeld door Tandartspraktijk kennemerland op TikTok. Ze hebben 1345 volgers en maken vooral grappige filmpjes.

En zij zijn niet de enigen, steeds meer tandartsen en mondhygiënisten vinden hun weg naar sociale media. Ze geven adviezen over het gebit en geven een kijkje achter de schermen. Op deze manier bereiken ze een hele groep mensen die bijvoorbeeld niet naar de tandarts gaat en zo toch een idee krijgen krijgt hoe ze voor hun gebit kunnen zorgen. Verder zet het ook juist mensen aan om naar de tandarts of mondhygiënist te gaan. En daarom zijn de tips van bijvoorbeeld de Amsterdamse tandarts (2601 volgers) en tandartspraktijk mms (1.812 volgers) op Instagram en TikTok zo goed. Ze maken toegankelijke content waarvan je veel van leert.

Voor collega’s

Maar tandartsen geven ook tips aan collega’s via deze platfvormen. Mondzorgforum op Facebook is een voorbeeld daarvan. Het heeft ongeveer vierduizend leden die kennis met elkaar delen. Verder heb je op Instagram De Tandenjuf, (1.065 volgers) die helpt met je eigen praktijk opzetten. Ze hebben zelfs een starters dag om je op weg te helpen. Het is dus niet alleen voor patiënten, maar ook voor de mondhygiënisten en tandartsen zelf. Door elkaar, voor elkaar.

Lees meer over: E-health, Kennis
Oud, rolstoel

Nieuwe richtlijn dagelijkse mondverzorging mensen in langdurige zorg

In november is de SKILZ-richtlijn Mondverzorging gepubliceerd. Dit is een nieuwe richtlijn voor de dagelijkse mondverzorging van cliënten in de langdurige zorg. De richtlijn is speciaal bedoeld voor verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders, maar kan ook nuttig zijn voor mondzorgverleners.

De richtlijn speelt in op de behoefte van zorgprofessionals om problemen met dagelijkse mondverzorging goed te signaleren, de mondverzorging goed uit te voeren en om te gaan met afwerend en probleemgedrag.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat de mondgezondheid van kwetsbare, zorgafhankelijke mensen en mensen met een verstandelijke beperking verbeterd moet worden.

Praktische hulpmiddelen

Naast de richtlijn zijn er praktische hulpmiddelen beschikbaar. Dit zijn een samenvatting en een informatiekaart voor cliënten en naasten. Daarnaast is een praktijkkaart gemaakt waarin de handvatten voor het omgaan met afweer- en probleemgedrag bij de dagelijkse mondverzorging centraal staan. Ook is in de richtlijn een stap-voor-stap-beschrijving opgenomen voor het uitvoeren van mondverzorging.

Onderwerpen van de richtlijn

  • Risicofactoren voor een slechte mondgezondheid
  • Signaleren van problemen bij mondgezondheid
  • Uitvoeren van mondverzorging (inclusief stap-voor-stap-beschrijving)
  • Benaderingswijzen van mondverzorging
  • Organisatie van zorg

Verbeteren kwaliteit langdurige zorg

De richtlijn is eigendom van de Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg (SKILZ). Het doel van SKILZ is om samen met cliënten, naasten en zorgverleners de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren door het ontwikkelen van multidisciplinaire kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen, handreikingen en zorgstandaarden.

Een multidisciplinaire werkgroep heeft de richtlijn ontwikkeld. Die bestond uit onder andere tandartsen(-geriatrie en gehandicaptenzorg), mondhygiënisten, tandprothetici, verpleegkundigen en specialisten ouderengeneeskunde. De KNMT heeft de concept-richtlijn, die in lijn is met de KIMO-richtlijn Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen aan haar leden voor commentaar aangeboden en de finale versie geautoriseerd.

Bron:
Richtlijnen Langdurige Zorg
KNMT

 

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
Studenten

Verkorting opleiding Tandheelkunde: ministers negeren negatief advies

De demissionair ministers Ernst Kuipers van VWS en Robbert Dijkgraaf van OCW dwingen universiteiten de opleiding Tandheelkunde terug te brengen van zes naar vijf jaar. Dit ondanks een negatief advies van een daartoe ingestelde commissie en ondanks een negatief advies van de gezamenlijke universiteiten (Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen en Radboud Universiteit) en de KNMT.

Commissie: verkorting onverantwoord

Op verzoek van de ministeries van VWS en OCW is in september 2023 een commissie ingesteld, die de gevolgen van een verkorting heeft onderzocht. De commissie heeft op 8 november haar verslag uitgebracht, met als conclusie dat een verkorting van de studie niet verantwoord kan. Volgens de commissie leidt een verkorting tot risico’s voor de kwaliteit, de veiligheid en de kosteneffectiviteit van de zorg.

Spoedoverleg

In een spoedoverleg op woensdag 29 november hebben de universiteiten en de KNMT met de demissionair ministers Kuipers en Dijkgraaf gesproken over de hoofdconclusie van de verkenning: het inkorten van de opleiding tandheelkunde van zes naar vijf jaar is onverantwoord. Ondanks begrip voor de achterliggende argumenten, negeren de ministers deze conclusie. Zij geven aan budgettair geen andere mogelijkheid te kunnen vinden dan verkorting van de opleiding om het landelijk tekort aan tandartsen op te lossen. De universiteiten en de KNMT maken zich grote zorgen over deze ontwikkeling, waarmee het academische opleidingsstelsel geweld wordt aangedaan.

Henri Lohr, namens de universiteiten: “Het is ongelofelijk dat juist in deze tijd, waarin grote zorgen bestaan over toegankelijkheid van de mondzorg en behoud van kwaliteit, de oplossing wordt gezocht in het inperken en dus het verslechteren van de tandartsopleiding.”

Joke Kwakman, namens KNMT: “Het belang van voldoende tandartsen opleiden moet voorop staan, maar mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de opleiding. We moeten tandartsen opleiden die meteen aan de slag kunnen en daarvoor zijn die zes opleidingsjaren écht nodig. Het besluit van de ministers is zeer teleurstellend en ook zorgelijk.”

Toekomstbestendige invulling van de opleiding

De universiteiten en de KNMT hebben beide ministers aangegeven meer dan bereid te zijn over de invulling van de opleiding na te denken en hoe deze toekomstbestendig te organiseren, zonder het academisch, wetenschappelijke stelsel in Nederland geweld aan te doen. Het voorgenomen besluit om te gaan verkorten is met spoed genomen, ondanks de demissionaire status van het kabinet en ondanks de breed gedragen bezwaren die daarover door het werkveld en de opleidingen zijn geuit.

Lees meer over: Kennis, Scholing

Gastcolleges mondgezondheid-psychologie in Kaunas, ook aan studenten tandtechniek

Van maandag 13 tot vrijdag 24 november 2023 heeft dr. Yvonne Buunk-Werkhoven twee weken lang gastcolleges gegeven aan studenten mondhygiëne, tandtechniek en tandartsassistent van de afdeling mondgezondheid, Hogeschool Kauno kolegija, Medicinos fakultetas. Voor dental INFO verwoordt ze haar observaties, gedachten en ervaringen.

Associate professor

Op uitnodiging van Daiva Mačiulienė, hoofd van de ‘Burnos sveikatos katedros, Medicinos fakultetas’ werkte ik dit jaar op basis van een ‘fixed-term employment contract’ als Associate Professor (gedragswetenschapper, psycholoog en mondhygiënist) aan de Kauno kolegija in Litouwen. Vorig jaar, halverwege december 2022, gaf ik een aantal online gastcolleges ‘Oral Health Psychology & Communication’ aan de studenten van de verschillende opleidingen, waarbij Inga Žitkuvienė mij als moderator heel behulpzaam was. En in de week voor de kerst bezocht ik Daiva en Aurimas Galkontas, de project-manager (projektų vadovas) in Kaunas voor een persoonlijke kennismaking en nadere inhoudelijke bespreking.

Onderwerpen die aan de orde kwamen waren:

  • Oral Health Psychology & Communication
  • From problem to problemdefinition
  • Communication and teamwork
  • Creative interventions, designing and implementation

Uitdagende aanpak

De inhoud van het programma was in de basis voor alle studenten in het mondzorgteam gelijk. Echter, ik vond het een heuse uitdaging om mijn colleges op de studenten uit de diverse studiejaren en verschillende opleidingen af te stemmen. De studenten waren tweede en derdejaars mondhygiëne, eerste en derdejaars tandartsassistenten en tweede en derdejaars tandtechniek studenten. De besproken basisonderwerpen zijn niet enkel van belang voor de professionele ontwikkeling, ook in de persoonlijke vorming en in het ‘denk-proces’ van de studenten hebben ze volgens mij een toegevoegde waarde. Hopelijk dragen mijn motiverende/coachende wijze van kennisoverdracht en het delen van ervaringen bij in hun mind-set. Ofwel dat deze interactieve colleges mogelijk een positieve invloed hebben op de gebruikelijke of karakteristieke mentale houding van de studenten. Anders gezegd, hoe studenten vanuit meerdere perspectieven situaties interpreteren en/of erop reageren.

Mondzorg(verleners) in Litouwen

Hoewel de tandheelkundige situatie niet helemaal vergelijkbaar is met de mondzorgsituatie in Nederland, zijn in Litouwen in de mondzorg ook bestaande werkprocessen, vaardigheden en methoden met de tijd veranderd en verbeterd. In tegenstelling tot de verscheidenheid aan beroepen in de Nederlandse tandheelkunde en de transitionele ofwel doelgerichte veranderingen, bestaat in Litouwen nog een relatieve traditionele beroepenverdeling; de tandarts (met enkele differentiaties), de mondhygiënist (3-jarige bachelor of 4-jarige master)¹, de tandtechnicus en de tandartsassistent. De verandering van een solistische praktijkvoering naar grotere samenwerkingsverbanden zijn eveneens, weliswaar mondjesmaat, merkbaar. De manier van samenwerken in een Litouwse tandartspraktijk met een minder breed palet aan ‘diverse zorgverleners’ is enigszins anders en verhoudt zich tot de huidige situationele werkomgeving, waarin een tekort aan tandartsassistenten de boventoon voert. Tandtechnici werken voornamelijk in externe tandtechnische laboratoria. Momenteel is er een onwenselijke situatie gaande, waarin tandartsen, die een tandartsassistent zoeken, een mondhygiënist aannemen, die vervolgens maar gedeeltelijk de deskundige en professioneel afgestemde zorgtaken kan/mag uitvoeren.² Het is als het ware ‘another way around, but different’ ten opzichte van de Nederlandse, m.i. niettemin een onwenselijke situatie, waarin allerlei assistenten worden ingezet om preventieve mondzorg te verlenen. Enfin, in dergelijke cyclische processen zullen alle belanghebbenden van de verandering, inclusief alle teamleden, betrokken dienen te worden.

Probleem definitie vanuit studentperspectief

Verheugd om met een gelijkwaardige benadering de verschillende studenten toe te treden, én ook omdat ik al mijn expertises³, mijn jarenlange klinische ervaringen en mijn vele onderwijs- en onderzoekservaringen kon inzetten, bleek in de uitwerking van de opdrachten enige bescheiden- en verlegenheid, inclusief een taalbarriere de studenten parten te spelen.

Special care patiënts

Tweedejaars student mondhygiëne Gabija Garaleviciute, werkte samen met Laura Augutyte, Monika Grigaliunaite, Vita Kazlauskaite het probleem ‘special care patiënts’ -Behandelen van personen met een beperking- in nadere details uit. Zij droegen daarbij een reeks oplossingen aan: Verandering in de houding van medisch personeel (diepgaand onderwijs; praktijkervaring tijdens de studie); Organisatie van cursussen gebitsreiniging voor het personeel van patiënten met extra zorg; Verwachtingen van de procedure vooraf aan de patiënten introduceren met behulp van voorlichtingsvideo’s, foto’s. Ook onderstreepten zij het belang van: geen vooroordeel over de patiënt hebben; de best mogelijke tijd van de dag plannen voor het bezoek en aandacht voor de duur van het bezoek – kortere, frequentere bezoeken.

Miscommunicatie tussen tandarts en tandtechnicus

Drie tweedejaars studenten tandtechniek, Samanta Šustauskaitė , Ksenija Tiurubajeva, en Liepa Matilionytė formuleerden een probleemdefinitie over ‘miscommunicatie tussen tandarts en tandtechnicus‘. Volgens hen is het probleem dat het eindresultaat (van het kunstgebit) niet altijd volledig voldoet aan de eisen. Met daarbij de kosten van extra tijd en materialen voor het herstellen van fouten. Het probleem bestaat sinds de tijd dat het maken van een gebitsprothese geen “eenmansklus” meer is, ook wel bekend als de opkomst van het specialisme zoals tandtechnicus. En zij geven aan dat het een probleem is voor de tandarts, de patiënt en de tandtechnicus. Als mogelijke oorzaken van het probleem noemen ze: dat de tandarts de behoeften van de patiënt en de vereisten voor de prothese verkeerd heeft begrepen. Of dat de tandarts niet de juiste praktische oplossing voor de medische situatie kent. Of de tandtechnicus heeft tandarts verkeerd begrepen. Kortom, onwetendheid en gebrek aan communicatie tussen het team. Zij beschouwen het hele team dat deelneemt aan de behandeling van patiënten als de target group voor het oplossen van dit probleem, opdat verspilling van tijd, geld en materialen als belangrijkste aspecten van het probleem kunnen worden voorkomen. Als mogelijke oplossing noemen zij Trinyte©. Dit is een applicatie voor tandtechnici en tandprothetici en het is ontworpen voor effectief beheer van prothetische behandelingen, verbetering van werkprocessen en winstoptimalisatie. De Trinyte©-applicatie is gebaseerd op het Dental Architecture Procedural Protocol. Vanaf de eerste stappen van het orderproces worden automatisch precieze uitvoeringsdata gepland en voorgesteld en worden deze gecoördineerd tussen verschillende specialisten. Ook is alle informatie over patiënten en hun bestellingen op één plek beschikbaar en op elk moment toegankelijk.

Gastcolleges mondgezondheid-psychologie in Kaunas

The lack of patient motivation during oral hygiene at home

Een drietal derdejaars mondhygiëne studenten kaarten het probleem ‘The lack of patient motivation during oral hygiene at home’ aan. Zijn noemden daarvoor 10 verschillende redenen:

  1. Het belang niet weten: Niet begrijpen waarom mondhygiëne cruciaal is voor de algehele gezondheid kan leiden tot een gebrek aan motivatie;
  2. Slechte ervaringen in het verleden: Negatieve ervaringen tijdens tandheelkundige procedures kunnen mensen doen aarzelen om de mondverzorgingsroutines te volgen;
  3. Communicatieproblemen: Slechte communicatie tussen zorgverleners en patiënten kan leiden tot een gebrek aan bewustzijn over het belang van mondhygiëne;
  4. Beperkte middelen: Geen toegang hebben tot mondverzorgingsproducten kan het moeilijk maken om een goede mondhygiëne te handhaven;
  5. Impact op geestelijke gezondheid;
  6. Fysieke uitdagingen: Mensen met fysieke beperkingen kunnen het een uitdaging vinden om reguliere mondverzorgingsactiviteiten uit te voeren, wat de motivatie beïnvloedt;
  7. Culturele overtuigingen: Culturele gebruiken met betrekking tot mondverzorging kunnen attitudes en gedrag beïnvloeden, wat de motivatie beïnvloedt
  8. Drukke levensstijl
  9. Geen routine: Het ontbreken van een regelmatige mondverzorgingsroutine kan het verwaarlozen van mondhygiëne vergemakkelijken;
  10. Gevolgen niet zien: Als mensen geen directe of ernstige gevolgen zien van een slechte mondhygiëne, voelen ze zich misschien niet gemotiveerd om er prioriteit aan te geven.

Opmerkelijk was dat zij aangaven zij aan dat de target group de mondhygiënisten zijn. Volgens deze studenten zouden mondhygiënisten zich moeten richten op het beter communiceren met patiënten over waarom teamwerk belangrijk is voor de mondgezondheid. Ze zouden goed moeten zijn in het motiveren van mensen door ze meer te te informeren en aan te leren.

Participeren in project begeleiden

Tijdens de stafmeeting evalueerden we het programma, bespraken we mijn observaties en ervaringen. Ook verkenden we mogelijkheden voor toekomstige samenwerking voor een nieuw project om een interventie te ontwikkelen onder leiding van Dr. Rasa Tamuliene, associate professor Applied Research Methodology, Pedagogics, Psychology. Haar project zal in samenwerking met de studenten worden opgezet. Bij het opzetten van dit nieuwe project, de pilot-studies, het nader uitwerken van de onderzoeken en het uiteindelijke schrijfproces van de Engelstalige manuscripten om te publiceren in internationale wetenschappelijke tijdschriften zal ik wellicht participeren in de vorm van inhoudelijk steunen en mede-begeleiden. Ik heb een toezeggings c.q. intentieformulier ondertekend zodat ik volgend jaar in de lente 2024 mogelijk weer word uitgenodigd om naar Kauno kolegija, Burnos sveikatos katedros, Medicinos fakultetas in Litouwen te komen.

Door: Yvonne Buunk-Werkhoven, thans lid van de redactieraad van De Psycholoog – het redactioneel onafhankelijk maandblad van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Als gedragswetenschappelijk-docent heeft ze in de 2e fase van de huisartsopleiding van Amsterdam UMC, lokatie VUmc | Hengelo gewerkt. Voorheen is Yvonne als gepromoveerd sociaal psycholoog én als ervaren praktizerende mondhygiënist jarenlang werkzaam geweest in het hoger onderwijs, onderzoek en bestuur binnen de mondzorg.

¹Rederiene G, Aidukaite G, Berlin V, Buunk-Werkhoven YAB, Puriene A. Practice characteristics and views of dental hygienists in Lithuania. Int J Dent Hyg. 2020 Nov;18(4):432-438. doi: 10.1111/idh.12458. Epub 2020 Jul 20. PMID: 32654356.
²Rederiene G, Buunk-Werkhoven Y, Aidukaite G, Puriene A. Relationship Between Job Satisfaction and Health of Hygienists in Lithuania. Int Dent J. 2022 Aug;72(4):512-518. doi: 10.1016/j.identj.2021.07.005. Epub 2021 Sep 23. PMID: 34565544; PMCID: PMC9381370.
³Buunk AP, Dijkstra P, Vugt M Van. Applying Social Psychology, 3rd edition. From Problem to Solutions. London: Sage Publications Ltd. 2021

Lees meer over: Kennis, Scholing
IDS

IDS in Keulen: van 16 tot 20 maart 2027

De International Dental Show (IDS), de toonaangevende wereldwijde vakbeurs voor de tandheelkundige industrie, vindt plaats van 16 tot 20 maart 2027.

Lees meer over de IDS

De unieke waarden van de IDS

Het succesverhaal van de tandheelkundige wereld is onlosmakelijk verbonden met de IDS. De toonaangevende vakbeurs is gebaseerd op unieke waarden. 100 jaar IDS staat voor de volledige vertegenwoordiging van de industrie. Voor innovaties en markttrends. Voor een constante en open vergelijking van prestaties in de zin van het Olympische principe. En last but not least: voor een claim op leiderschap als het grootste internationale industrieplatform, wat al tientallen jaren keer op keer wordt bevestigd.

Koelnmesse

Het succesverhaal en de verjaardag van de IDS is ook voor de locatie van de beurs, Koelnmesse in Keulen, een bijzonder evenement. Al meer dan dertig jaar wordt op de beurslocatie de International Dental Show gehouden. De Vereniging van de Duitse Tandheelkundige Industrie e.V. (VDDI) besloot destijds om de IDS vanaf 1992 een permanent onderkomen te geven in Keulen en de organisatie van de beurs aan Koelnmesse toe te vertrouwen.

Lees meer over de IDS

Lees meer over: Producten, Scholing, Thema A-Z, Video

Tandvlees: de omlijsting van het front

Voor een mooi gebit is symmetrie en harmonie van stralende tanden en roze tandvlees belangrijk. Tandvlees vormt de omlijsting van een gebitselement. Om een optimale ‘roze’ esthetiek in het front te krijgen is het tandvlees daarom een kritische factor en soms kan het een beperking vormen om restauratief succes te behalen. Verslag van de lezing van prof. dr. Fridus van der Weijden.

Schoonheid

In een tijd waar de hele dag door selfies worden gemaakt, worden we constant geconfronteerd met imperfecties. De zeven pluspunten voor schoonheid zijn;

  • Donker haar en lichte ogen
  • Licht haar en donkere ogen
  • Moedervlek op de bovenlip
  • Lange, gekrulde wimpers
  • Amandelvormige ogen
  • Sproetjes
  • Kuiltjes in de wangen

Aan dit lijstje ontbreekt vanuit tandheelkundig perspectief iets belangrijks en dat is gezond en intact tandvlees. Je kunt nog zulke mooie tanden maken, maar als de gingiva niet mooi de tandkroon omvat, wordt het geheel esthetisch gezien nooit mooi.

Wanneer we aan ChatGPT vragen om iets te zeggen over schoonheid en tandvlees krijgen we het volgende: ‘Schoonheid en tandvlees zijn nauw met elkaar verbonden omdat gezond tandvlees een belangrijk onderdeel is van een mooie glimlach. Wanneer het tandvlees gezond is, ziet het er roze en stevig uit, en omlijst het de tanden op een mooie en natuurlijke manier. Mooie tanden en een stralende glimlach zijn vaak kenmerken van aantrekkelijkheid en zelfvertrouwen. In het kort kunnen we zeggen dat gezond tandvlees bijdraagt aan de esthetiek van de mond.’

Mooi tandvlees en contactpunten

Een kenmerk van een mooie tandvleesomlijsting, is dat in het bovenfront het contactpunt tussen beide centrale incisieven op ongeveer de helft van de elementen ligt en deze ruimte geheel gevuld is met een mooie roze papil. Tussen de centrale incisief en de laterale incisief hoort het contactpunt op ongeveer 40% van de hoogte te liggen en tussen de laterale incisief en de cuspidaat op 30%. Beide eveneens gevuld met een mooie papil. (zie afbeelding hierboven).

Tevens is het belangrijk om te realiseren dat de oppervlakten van de contactpunten van centraal naar dorsaal gezien steeds kleiner worden, van een uitgesproken contactvlak naar meer contactpunten.

Tussen de beide centrale incisieven hoort een contactoppervlak van ongeveer 41% van het totale proximale vlak te zijn. Tussen de centrale en laterale incisief is dat ongeveer 32%, tussen de laterale en de cuspidaat 20% en tussen de cuspidaat en de premolaar 18%.  De contactpunten verplaatsen zich van centraal naar dorsaal gezien, relatief steeds iets meer naar apicaal te ten opzichte van de incisale rand. Een veelgemaakte fout bij het vervaardigen van restauraties in het bovenfront is dat het driehoekje dat dan ontstaat mesiaal van de cuspidaat (zie plaatje hierboven) niet gecreëerd wordt maar dichtgemaakt.

Biotype

Het biotype,van de gingiva, of volgens de nieuwe classificatie van parodontitis beter gezegd het fenotype, zegt iets over de dikte en vorm van het tandvlees. Er bestaat een dik en een dun fenotype. Criterium om dik van dun te onderscheiden is dat bij een dun fenotype de pocketsonde door het tandvlees heen schijnt als je hem subgingivaal houdt. Er wordt gesproken van een dik fenotype, waarbij de pocketsonde niet meer doorschemert, bij een dikte van ongeveer 1 mm of meer.

Bij een dik biotype is de papil tussen de centrale incisieven ongeveer 4,9 mm hoog en 6,35 mm breed. Bij een dun biotype is dat respectievelijk 4,8 mm hoog en 6 mm breed. Statisch gezien maakt het voor de papil-hoogte dus niet uit of er sprake is van een dun of een dik biotype.

Botniveau

Wat wel belangrijk is voor de papilhoogte, is het niveau van het bot ten opzichte van het contactpunt. Wanneer de afstand tussen het approximale bot en het contactpunt minder of gelijk aan 4 mm is, dan is er in alle gevallen (dus 100%) sprake van opvulling met een papil. Wanneer de afstand 5 mm bedraagt is dat in 98% van de gevallen, bij 6 mm 56% en bij 7 mm 27%.

Wanneer je een restauratie maakt, is het dus belangrijk om te weten waar het botniveau ligt om de juiste positie van het contactpunt te bepalen en zo interdentaal een goede opvulling met een tandvleespapil te krijgen.

Papillen en cervicale randen

Uit onderzoek blijkt dat 90% van de onderzochte mensen papillen laten zien bij de voortanden en bij de eerste premolaren wanneer ze lachen. Vrouwen laten iets meer papillen zien van het bovenfront als zij blij zijn en lachen dan mannen. Mannen laten dan wat meer tandvlees laten zien in de premolaar regio.

Wat esthetisch als mooi wordt ervaren is dat de topografie van de gingiva klopt. Er zijn verschillende richtlijnen hiervoor waarvan de meeste bekende is dat er een lijn getrokken kan worden van de cervicale rand van de 13 naar de 23 en daarbij de cervicale randen van de beide centrale incisieven deze lijn ook raken. De cervicale randen van de beide laterale incisieven liggen daar 1-1,5 mm onder.

De toppen van de cervicale randen, de guirlandes, liggen bij de centrale incisieven wat meer naar distaal ten opzichte van de lengte-as, bij de laterale incisieven midden opde lengte-as, en bij de cuspidaten in zij-aanzicht reltief iets naar mesiaal. In zijn boek ’Bonded Porcelain Restorations in the Anterior Dentition’geeft Pascal Magne aan dat dergelijke symmetrie niet altijd nagestreefd hoeft te worden. Harmonie is belangrijker wat voor een aantrekkelijke lach ook bereikt kan worden doordat er ook niveau verschil is in incisale randen in combinatie met een afwijkend patroon van de positie van de guirlandes. Onderzoek geeft aan dat tandartsen te veel gefocust zijn op alleen de tanden. Voor een aantrekkelijk lach zijn ook de  lippen en het tandvlees belangrijk voor de esthetiek. Het geheel is belangrijker dan de som der delen.

Selfies

Patiënten komen ook regelmatig met een selfie van hun mond en vragen of er iets aan hun lach gedaan kan worden. Belangrijk is hierbij om uit te vragen wat de patiënt precies wenst. Het is goed om daarbij de aspecten van het tandvlees door te spreken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van de gingiva middels kroonverlenging.

Ook nemen patiënten foto’s mee van influencersof fotomodellen. Omdat er tegenwoordig altijd gebruikgemaakt wordt van Photoshop bij foto’s in magazines en reclamescreëren we een wereld van uitstraling en verwachtigingen die niet bestaat.

Ook bij fotomodellen is het natuurlijke plaatje niet altijd optimaal, maar meestal wel mooi. Zelfs de beroemde lach van Julia Roberts is niet perfect. Daarom hoeft symmetrie niet perse nagestreefd te worden, maar moet onbalans en disharmonie worden voorkomen.

Te weinig of te veel tandvlees

Als er sprake is van te veel tandvlees dan is de lengte-breedte verhouding van de zichtbare tandkroon niet optimaal. De tanden zijn bijvoorbeeld te vierkant. De meest ideale lengte-breedte verhouding bij een centrale incisief wat wij als mooi ervaren is 1:⅔ tot 1: ¾. Om dit te verbeteren kan een kroonverlengingsingreep worden gedaan. Na zo’n ingreep is geduld een schone zaak. Uit onderzoek is gebleken dat er na 6 weken en zelfs na 6 maanden nog steeds sprake kan zijn van verdere recessie na een kroonverlenging-ingreep. Omgekeerd kan er ook sprake zijn van rebound. Dus mocht er een noodzaak zijn om de betreffende gebitselementen te restaureren dan is het verstandiger eerst een noodkroon te plaatsen en de maturatie van de gingiva af te wachten zodat de restauratierand op de juiste positie komt ten opzichte van de gingiva. Tegeltjes wijsheid: ‘alles komt op tijd, voor hij die wachten kan’.

Wanneer er sprake is van te weinig tandvlees is, een recessie, dan kan er tandvlees uit bijvoorbeeld het palatum worden geoogst om tandvlees aan te vullen. Onderzoek laat zien dat voor zowel het bedekken van een wortel als de toename in breedte van het gekeratiniseerde weefsel het gebruik van een subepitheliaal transplantaat de mooiste en voorspelbare resultaten geeft. Naast het uitvoeren van een dergelijke ingreep helpt het om de patiënt te leren om zo atraumatisch mogelijk te poetsen, zodat het resultaat van de ingreep ook op lange termijn goed blijft.

Niet elke recessie hoeft echter bedekt te worden. Om verdere progressie tegen te gaan moet wel de marginale gingiva gezond zijn. Omdat een recessie ten opzicht van de overige cervicale randen wat meer naar apicaal ligt en daardoor gemakkelijk kan worden overgeslagen is het instrueren met een single-tufted borstel vaak een succes.

Recessies onderfront

Recessie in het onderfront komt vaak voor. De hoofdoorzaken hiervan zijn:

  • langdurige low-level trauma
  • parodontale aandoeningen of parodontale behandelingen
  • occlusale krachten/ actieve of losgekomen draadspalkjes

Predisponerende factoren zijn:

  • dunne gingiva, dun bot of een dehiscentie van het bot
  • trekkrachten van een frenulumn
  • lip- en of tongpiercing

Van der Weijden liet een casus zien waarbij er een recessie bij de 31 aanwezig was. Nader onderzoek liet zien dat de asrichting van het element niet goed was. Het element stond met zijn apex te veel naar buiten toe. Het element stond buccaal bijna tot aan de apex buiten het bot. Met behulp van orthodontie is het element eerst goed gepositioneerd. Omdat daarmee de apex weer in het bot komt te staan, wordt ook de gingiva weer ondersteund. Onderzoek van jan Wennstrom heeft laten ziet dat hierdoor ook de recessie zal afnemen doordat de gingiva samen met het bot omhoog komt.

Wanneer bij de recessie ook sprake is van tractie van het frenulum zal het doorhalen van het frenulum de kans op verdere progressie verkleinen. Hierdoor blijkt de recessie soms ook af te nemen.

In het geval van een lippiercing is de incidentie van een gingivarecessie 50% en bij een tongpiercing 44%. Bij een tongpiercing kan de recessie zowel linguaal als buccaal zijn. Een buccale recessie ontstaat dan niet door direct contact met de piercing maar doordat de piercing druk op de tand uitoefent. Het gevolg is dat de tand naar proaal wordt verplaatst en de gingiva niet meer ondersteund wordt door buccaal bot.

Voor mensen die ondanks deze risico’s toch voor een tongpiercing kiezen heeft het Ivoren Kruis heeft een folder ‘mondpiercings en mondgezondheid’ uitgebracht. In de folder staan tips hoe de piercing het beste geplaatst kan worden en hoe je deze schoon moet houden. Bij de tong is plaatsing midden op de tong het beste. Zeker niet teveel op de punt zetten – wat vaak juist wel gebeurt omdat mensen door de pijn hun tong terugtrekken. Na genezing, moet als de zwelling is afgenomen, ook het staafje vervangen worden door een korter exemplaar en dan het liefst van kunststof.

Bij het constateren van een recessie is het altijd verstandig om de patiënt te vragen of hij/zij een lip- en/of tongpiercing heeft. Mensen doen die namelijk ook wel uit als ze naar de tandarts gaan. Verder navragen of de orthodontische draadspalk ooit is losgekomen en opnieuw is vastgezet. Door verbuiging van de losgekomen draad zorgt opnieuw vastzetten voor een actieve kracht wat de positie van onder incisieven ongunstig kan beïnvloeden.

Classificatie recessies

De Europese Federatie voor Parodontologie (EFP) heeft een nieuwe classificatie geïntroduceerd om recessies te beoordelen waarbij de hoogte van het approximale bot een bepalende factor is voor de verwachten kans op een succesvolle behandeling.

RT1

Recessie buccaal maar approximaal geen klinisch aanhechtingsverlies. Dit type recessie kan je met hoge voorspelbaarheid worden bedekt.

RT2

Recessie buccaal maar ook met approximaal aanhechtingsverlies. Het approximale aanhechtingsverlies is echter minder of gelijk aan het buccale klinische aanhechtingsverlies. Bij deze recessie kan een gedeeltelijke recessiebedekking verwacht worden.

RT3

Recessie buccaal maar met fors verlies van approximale aanhechting. Het approximale aanhechtingsverlies is groter dan het verlies aan buccaal aanhechtingsverlies. In zo’n een geval lukt het niet om bedekking te krijgen. De kans is groter dat je het alleen maar erger maakt als je het toch probeert.

Verdikken gingiva

Van der Weijden besprak naast het bedekken van recessies ook het dikker maken van de gingiva op bijvoorbeeld een plek van een extractie. Na een extractie van een tand volgt er een reductie in breedte van de alveole-randen van bijna 4 mm richting palatinaal. Hierdoor zal er een deuk in de processus ontstaan. Dit kan voorkomen worden door een ridge preservation te doen direct na extractie. Dit is een ingreep waar bij naast het aanbrengen van botkorrels in de extractie alveole deze wordt afgedekt met een membraan (Cytoplast®, een membraan van teflon gemaakt blijkt hier voor heel goed geschikt). Het membraan wordt na een paar weken weggehaald, waarbij op dat moment de botkorrels meestal goed doorbloed zijn en mooi opgenomen zijn in het weefsel.

Van der Weijden liet ook een casus zien waarbij twee implantaten op de plek van de 12 en 22 zijn gezet. De implantaten schemeren buccaal door omdat het buccale bot is verdwenen. Er is geen sprake van per-implantitis. Het verdwijnen van het bot is waarschijnlijk ontstaan doordat er nog groei heeft plaatsgevonden na plaatsing van de implantaten op een te jonge leeftijd. In deze casus zijn de oude kronen van de implantaten gehaald, zijn de implantaten na een opklap schoongemaakt met een airpolisher en natriumbicarbonaat poeder, zijn er botkorrels en een membraan met daaroverheen een bindweefseltransplantaat aangebracht om zo veel mogelijk dikte te krijgen en is na het mobiliseren van de lap door het klieven van het periost de wond primair gesloten. Na 4 maanden zijn de implantaten opgezocht en zijn de oude kronen teruggeplaatst. In een latere fase zijn er nieuwe kronen gemaakt.

In de diepte

Om begrip te hebben wat je als behandelaar kunt verwachten van het tandvlees is kennis van de normale anatomie van de gingiva en de reactie op een behandeling belangrijk. Om daar wat in te duiken werden in de lezing een aantal  handvatten hiervoor gepresenteerd

De marginale gingiva bestaat uit het orale epitheel, het orale sulcus epitheel en het aanhechtingsepitheel.

Je kunt je een voorstelling maken van het aanhechtingsepitheel als een soort plakbandje die het tandvlees aan de tand vastplakt zodat er een afsluiting is van het mondmilieu naar het onderliggende weefsel. Zo voorkomen dat bacteriën er tussen kunnen komen. De supra-alveolaire bindweefsel vezels bevinden zich in een gezonde situatie ongeveer 1 mm boven de alveolaire botrand tot aan de glazuur-cement grens.

Wanneer je de gingiva uitvergroot zie je collageenvezels in verschillende richtingen lopen in een 3D model. Dit is om de gingiva als een soort elastiekje strak om de tand te laten liggen.

De ’biologic width’ (NL: fysiologische hoogte) wordt gevormd door het aanhechtingsepitheel en het supra-alveolaire bindweefsel; bij elkaar ongeveer 2 mm hoog. Wanneer een restauratierand in de ’biologic width’ wordt gelegd zal het tandvlees ontstoken raken. Bij het prepareren moet daarom zorgvuldige parallel aan de contour van de glazuur-cementgrens worden geboord om de fysiologische hoogte overal te respecteren. Vaak gaat het mis in het front waar de glazuur-cementgrens approximaal vrij stijl omhoog gaat en de preparatie te vlak vanaf buccaal naar linguaal wordt gelegd. ‘Violoation of the biologic width’ met als gevolg ontstoken tandvlees na het plaatsen van een restauratie heeft daarom vaak zijn oorsprong aan de approximale zijde.

Papilhoogte

Het lichaam heeft een soort geheugen voor de anatamie van de gingiva. Als je tandvlees tot aan het bot verwijdert dan zal het teruggroeien met aan de buccale en linguale zijde zo’n 3 mm hoogte en approximaal 4,5 mm. Zoals eerder hierboven beschreven dicteert de approximale bothoogte de voorspelbaarheid voor herstel van een interdentale papil. De hoogte blijkt ook afhankelijk van de uitgangssituatie. Waar tussen twee natuurlijke gebitselementen de papil 4,5mm hoog is zal dat tussen twee implantaten 3-3,5mm zijn. Ervan uitgaande dat een implantaat ongeveer op de hoogte van het buccale bot van de buurelementen wordt geplaatst, zal een papil tussen twee implantaten altijd veel meer naar apicaal liggen dan bij een natuurlijk element. Ook heeft een papil tussen twee implantaten voldoende voeding vanuit het bot nodig zodat als minimale afstand ongeveer 3 mm aangehouden moet worden. Tussen een natuurlijk element en een implantaat is dat 1,5 mm. Deze getallen kunnen helpen bij het bepalen van de juiste positie van een implantaat en de minimale interdentale afstand die noodzakelijk is voor het plaatsen van een of meerdere implantaten.

In een mooi overzichtsartikel van Maurice Salama worden de volgende handvatten gegeven wat er qua papilhoogte verwacht kan worden afhankelijk van de uitgangssituatie.

  • Tand-tand
  • Tand-pontic
  • Pontic-pontic
  • Tand-implantaat
  • Implantaat-pontic
  • Implantaat-implantaat
  • 4,5- 5,0 mm
  • 6,5 mm
  • 6,0 mm
  • 4,5 mm
  • 5,5 mm
  • 3-3,5 mm

Dit in ogenschouw nemend kan het verstandiger zijn om in een esthetisch kritische situatie juist te kiezen voor een implantaatgedragen kroon met een dummy in plaats van twee implantaten naast elkaar te zetten. Dan is de kans groter dat er een mooie papil ontstaat. Bij twee implantaten naast elkaar houd je approximaal vaak een zwart driehoekje over of dit moet restauratie gecorrigeerd worden.

Kortom, het is belangrijk om voorafgaand aan het implanteren goed op de röntgenfoto te checken of het approximale bot op de goede hoogte is en dit ook te communiceren met de tandtechnieker zodat het contactpunt op de juiste hoogte wordt gelegd.

Gingivectomie

Tot slot besprak Fridus van der Weijden nog een aantal technieken om de klinische kroon te verlengen. Bij een gingivectomie is het belangrijk dat er buccaal meer dan 3 mm gingivahoogte is ten opzichte van de botrand. Want met het geheugen van het lichaam zou het anders gewoon terug groeien. Dus vooraf de bothoogte bepalen door met een pocketsonde onder anaesthesie te sonderen waar de botrand zich bevindt. Een gingivectomie kan noodzakelijk zijn wanneer er sprake is van onvoldoende passieve eruptie. Wanneer er onvoldoende ferrule is om een kroon te maken (een ferrule moet minimaal 1,5-2 mm zijn) is een chrirugische kroonverlenging geïndiceerd waarbij er ook bot verwijderd wordt. Omdat er soms toch behoorlijk wat bot (ook bij de buurelementen) weggehaald moet worden wanneer een element diep is afgebroken, is het wijs om vooraf wel te bepalen of restauratie zinvol is met een grote kans op succes. Het verwijderen van het approximale bot zal zonder restauratie van de buurlementen ook leiden tot ‘black triangles’. Daarom moet bij een kroonverlengingsingreep in het esthetisch gebied ook de buurelementen betrokken worden in het restauratieproces.

Prof. dr. Fridus van der Weijden studeerde in 1984 in Utrecht als tandarts af. Zijn erkenning tot tandarts-parodontoloog NVvP volgde in 1990. In 1993 promoveerde hij op zijn proefschrift met de titel ‘The use of models and indices in plaque and gingivitis trials’. In 2006 ontving hij zijn erkenning als tandarts-implantoloog door de NVOI. Sinds 1989 verdeelt hij zijn tijd tussen zijn gespecialiseerde praktijk in Utrecht en de vakgroep Parodontologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Begin 2010 werd hij benoemd tot hoogleraar ‘Preventie en Therapie van Parodontale Aandoeningen’.

Verslag door tandarts Ilse Bouma voor dental INFO van de lezing van prof. dr. Fridus van der Weijden tijdens het congres Front2023 van Bureau Kalker.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z
tandarts-materiaal

Samenwerking tandarts/keramist: It’s all about (the) preparation – Deel 2

Door een teamapproach worden patiënten het beste geholpen. Het is afhankelijk van de behandeling welk team je nodig hebt. De behandeling door de parodontoloog, orthodontist, endodontoloog, implantoloog, mondhygiënist en/of tandtechnicus wordt idealiter gecoördineerd door de (restauratief) tandarts. Verslag van de lezing van Patrick Oosterwijk en Maarten Bekkers (deel 2).

Lees ook: Deel 1: Samenwerking tandarts/keramist: It’s all about (the) preparation

Diagnose en indicatie op elementniveau

Bevindingen (diagnose) en aanbevelingen (indicatie) leiden ertoe dat we patiënten kunnen gaan behandelen. Tanden moeten langer meegaan dan de patiënt zelf: dat is de uitdaging waar we als tandarts mee te dealen hebben. Hoe groter de restauratie, hoe groter de kans op falen, d.w.z. dat het betreffende element niet tot het eind van het leven van de patiënt mee gaat.
Vaak wordt gezegd dat een endodontische behandeling een element verzwakt. Er blijkt echter dat het niet de endodontische behandeling is die het element verzwakt, maar dat de combinatie met een grote restauratie de tandverzwakking veroorzaakt. Daarnaast is er ook sprake van een aanzienlijke tandverzwakking wanneer we te maken hebben met uitgebreide 3- of meervlaksrestauraties.

Falen van elementen en/of fracturen willen we sowieso voorkomen. Bij subgingivale fracturen is het element in veel gevallen niet meer te redden.
Om het element op lange termijn te behouden is het gebruik van keramiek voor elementen met tandverzwakkende restauraties raadzaam, liefst voor een fractuur optreedt. Een onlay (overkapping van de knobbels) geeft meer evenredige verdeling van de spanning en (dus) duurzaamheid bij endodontisch behandelde elementen.

Slijtage

Met gebitsscans of -modellen kun je goed in kaart brengen hoe de slijtage zich ontwikkelt. Maar wanneer nou ingrijpen?
Slijtage is de enige tandziekte die je niet zelf kunt voorkomen. Het proces kan fysiologisch of pathologisch zijn.

Tandslijtage:

1. Fysiologisch

  • Passend bij leeftijd patiënt
  • Geen expositie dentine
  • Klachten afwezig

→ Monitoren

2. Fysiologisch / pathologisch

  • Wel slijtage geen expositie dentine
  • Sensitiviteit
  • Ongewenste gewoontes
  • Verwachtingspatroon van pijnklachten

→ Preventief beleid

3. Pathologisch

  • Expositie dentine
  • Sensitiviteit / pijn
  • Esthetische problemen
  • Functionele problemen
  • Progressieve slijtage

→ Restauratief en preventief beleid

Keuze voor composiet of een partiële kroon wordt voornamelijk gemaakt op basis van verzwakking van het element en het risico dat daarmee gepaard gaat op vitaliteitsverlies of zelfs om verlies van het element te voorkomen.
De behandelindicatie is afhankelijk van:

  • Grootte van de restauratie
  • Endodontische behandeling
  • Mate van slijtage

Restauratief tandarts Maarten Bekkers adviseert om een indirecte restauratie te indiceren wanneer bij een element sprake is van aanzienlijk integriteitsverlies. Wanneer we pas in een laat stadium een kroon indiceren zal het vaak voorkomen dat we enkel een onmogelijke kroon met een matige prognose kunnen vervaardigen.
Het doel is de integriteit van het element zo veel mogelijk te herstellen door de fractuurweerstand te minimaliseren met behulp van adhesieve technieken en door op indicatie te overkappen. Als er sprake is van een endodontische behandeling in combinatie met een 3- of meervlaksrestauratie overkapt tandarts Maarten Bekkers altijd.

Gebitsniveau

Het is belangrijk om uit te zoomen, zo ga je van elementniveau naar gebitsniveau. Wanneer kies je voor een uitgebreid behandelplan?

Wanneer een uitgebreid behandelplan?

Redenen zijn:

Uitgebreide restauraties

  • >5 elementen met tandverzwakkende situaties
  • Een diepe beet (3 mm overbite)
  • Afwezigheid van anterior geleiding en/of instabiele occlusie in combinatie met TMD gerelateerde klachten

De behandelplanning voor een restauratief behandelplan bestaat voor Maarten Bekkers uit 4 stappen:

  1. Kennis maken
  2. Informatie verzamelen en analyseren
  3. Digital Smile Design, esthetische try-in
  4. Presentatie behandelplan

Het ontbreken van anterior geleiding en/of occlusale stabiliteit kan zorgen voor TMD klachten. De kauwmuscalatuur wordt dan mogelijk overbelast wat in verband gebracht kan worden met:

  • Chronische hoofd-, nek- en faciale pijn
  • Spanning in de kaak
  • Falende splinttherapie
  • Chronisch gebruik pijnstillers
  • Milde kaakgewrichtspijn
  • Bruxisme / klemmen

Door het terugbrengen van de occlusale stabiliteit en anterior geleiding wordt direct een lagere spieractiviteit gemeten en na enkele weken zijn er ook minder klachten. Dit wordt gedaan door het inslijpen van de occlusie en vervolgens de articulatie.

Bij een diepe beet is vaak sprake van een constricted (of restricted) envelope of function. Door het ontbreken van bewegingsvrijheid van de beet kan dit tot overmatige slijtage, kaakklachten of andere problematiek leiden.
In dit soort gevallen is het raadzaam om de problematiek in een behandelplan te onderzoeken en de noodzaak van behandeling te bepalen.

Het bovenstaande komt uit de lezing van Maarten Bekkers. Hieronder volgt het verslag van het deel van Patrick Oosterwijk.

Diagnostiek

Het is cruciaal om het juiste verwachtingspatroon bij uw patiënt te creëren. Het blijkt dat wanneer artsen hun patiënten volledig informeren en betrekken bij hun beslissingen, dit verschillende positieve effecten heeft. Zo leidt gezamenlijke besluitvorming bij patiënten tot actievere deelname aan het verdere behandelproces, een betere inschatting van risico’s en een algehele hogere tevredenheid. Creëer daarom het juiste verwachtingspatroon bij uw patiënt.

Fail to plan is plan to fail

Het kijken naar het totaalplaatje is belangrijk voor de diagnostiek. Patrick Oosterwijk merkte dat hij vroeger veel op aannames werkte. Hierdoor ontstaat in veel gevallen miscommunicatie. Het is belangrijk is om alles goed te documenten. Voor een goede samenwerking met het laboratorium zijn de onderstaande zaken voor de diagnostiek van uitgebreide casussen noodzakelijk:

  • Lichtfoto aangezicht
  • Kleurbepaling, ook van de stomp
  • Intra-orale foto(‘s)

Overige wenselijke informatie voor de diagnostiek:

  • Uiteindelijk doel behandeling
  • Is er nog glazuur aanwezig
  • Is er recent een endodontische behandeling gedaan?
  • Klemt of knarst de patiënt
  • Wensen van de patiënt
  • Modellen oude situatie
  • Facebow
  • Video
  • Gezichtsscan
  • Individuele articulatie registratie
  • Leeftijd
  • Geslacht

De lijst voor de wenselijke input is langer dan die voor de noodzakelijke. Belangrijk hierbij is dat het wel praktisch haalbaar moet zijn. Voor de diagnostiek is er altijd een ontwerp die goedgekeurd moet worden. Hiervoor wordt een digitale of analoge wax-up gebruikt. Na goedkeuring kan ervoor worden gekozen om een pasfase in de mond van de patiënt te doen, deze kan worden toegepast voor prepareren maar ook na prepareren als een tijdelijke pasfase.

Waardoor remake indirecte werkstukken?

De grootste remake van indirecte werkstukken komt door een onjuiste kleur of pasvorm. Onder andere de kwaliteit van het omliggende licht speelt hierbij een rol. Is er daglicht? Is het bewolkt? Is er geen direct zonlicht? De uitkomst is daarnaast ook afhankelijk van:

  • Occulaire fysiologie
  • Veroudering retina
  • Visueel onderwijs

De classic shade kleurring is voor veel behandelaars de standaard kleurenring. Er wordt een onderscheid gemaakt in verschillende kleurgroepen:
A: Rood-bruin
B: Rood-geel
C: Grijs
D: Rood-grijs
Elke kleurgroep heeft dezelfde hue en binnen de groep zie je een vermeerdering in chroma. Er is geen relatie value, wat de Vitaplan 3D wel heeft. Hierbij vertegenwoordigen 1-5 de value niveau’s.

De 3D-masterkleuring kijkt naar Hue en chroma en dekt het volledig spectrum af, deze kleurring heeft daarom de voorkeur. Er vindt bij iedereen een kleurverandering plaats van het gebit door glazuur dat verandert door de jaren heen: het wordt dunner er translucenter. En zorgt voor vermindering van value (lichtere kleuren naar donkerder kleuren).

Kleurbepalen

Het gebruiken van een fotospectrometer kan een toegevoegde waarde zijn voor het bepalen van kleur. De optishade gecombineerd met Matisse software is een techniek die gebruikt kan worden voor het creëren van een recept voor het opbakken. Hierbij wordt de ondergrond zowel als de beschikbare ruimte en het te gebruiken materiaal meegenomen.

Digitalisering komt steeds meer voor in de praktijk, een scanner is hiervoor onmisbaar. De technieken zijn zo ontwikkeld dat een intra orale scan gecombineerd kan worden met een aangezichtsscan en eventueel een CBCT, daarbij kunnen de individuele articulatietrajecten worden vastgelegd (en gecombineerd met de andere scans) om op deze manier niet alleen de occlusie goed vast te leggen maar ook de vormgeving van de restauratie past bij iedere individuele patiënt (een voorbeeld hiervan is de ModJaw). Een groot voordeel van deze technieken is dat er veel voorspelbaarder wordt gewerkt en de esthetische verwachtingen kloppen met de haalbaarheid hiervan.

Daarnaast werkt het om de patiënt te motiveren een bepaald behandeltraject in te gaan.
Een pasfase van de mock-up voor prepareren is een leidraad voor hoe je gaat prepareren. Na het prepareren kan ook worden gekozen voor een pasfase. Je zou hiervoor kunnen gebruiken:

  • Eggshell provisional
  • Pasbrug PMMa
  • Transparante pasbrug

Lees ook:

Deel 1: Samenwerking tandarts/keramist: It’s all about (the) preparation

Patrick Oosterwijk is tandtechnicus sinds 1985 en tot 2012 was hij eigenaar van een allround tandtechnisch laboratorium met vestigingen in Utrecht, Amersfoort en in ACTA. Sinds 2012 is hij voor Elysee Dental verantwoordelijk voor de kennisoverdracht van tandtechnische oplossingen en processen richting tandartsen en tandtechnici. Hij is de contactpersoon voor verschillende tandheelkunde universiteiten waarvoor Elysee Dental het techniekwerk verzorgd. Vanuit deze positie draagt Patrick bij aan gedegen kennisoverdracht richting de studenten van de tandheelkundige opleiding. Naast het geven van lezingen over uiteenlopende onderwerpen verzorgt Patrick ook lezingen voor een grote Europese laboratoriumgroep.

Maarten Bekkers is afgestudeerd in 2008 aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Na zijn afstuderen werkte hij in verschillende praktijken en volgde hij congressen, cursussen en trainingen om zich te kunnen ontwikkelen op het gebied van de restauratieve en esthetische tandheelkunde. Begin 2015 werd Maarten erkend als specialist Restauratief Tandarts (NVVRT), in september 2015 werd hij tevens op Europees niveau erkend als Prosthodontist (EPA). In 2015 lanceerde hij zijn tandheelkundig behandelconcept ‘gaaf.care’ om complexe en/of esthetische cases op gestructureerde wijze voorspelbaar, tandweefselbesparend en duurzaam te kunnen plannen en uitvoeren. Maarten houdt zich in de praktijk voornamelijk bezig met de esthetische en restauratieve tandheelkunde. Tevens interesseert hij zich in implantologie en parodontale esthetische chirurgie.

Verslag voor dental INFO door Joanne de Roos, tandarts, van de lezing van Patrick Oosterwijk en Maarten Bekkers tijdens het congres Restauraties.nu van Bureau Kalker.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Restaureren, Thema A-Z
meldcode

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vernieuwd

Denk je bij een patiënt aan kindermishandeling of huiselijk geweld? Meld deze signalen zodat er hulp kan komen en vraag advies aan een collega. De KNMG heeft de meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld onlangs vernieuwd. Bekijk de vernieuwde KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld 2023

De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is een uitgave van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). De KNMT sluit zich bij deze meldcode aan.

Wijzigingen

De KNMG heeft de meldcode van 2018 op enkele punten herzien. De belangrijkste verandering: in stap 2 van het stappenplan is het vragen van advies aan een collega verplicht gesteld bij (vermoeden van) kindermishandeling en huiselijk geweld. Je moet nu niet alleen advies vragen aan Veilig Thuis, maar dus ook aan een of meerdere collega’s.

Daarnaast zijn er stappenplannen toegevoegd voor hoe je kunt handelen als politie, justitie, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming of een Gecertificeerde Instelling (GI) je vraagt om informatie over een van je patiënten.

Bron:
KNMG

Lees meer over: Kennis, Richtlijnen
tand - kapot - erosie

Cracks en barsten in tanden: behandelen of afwachten?

Gebitselementen hebben tijdens het leven het nodige te verduren en we komen dan ook regelmatig allemaal barsten en scheuren tegen waarbij de vraag opkomt: wat moeten we ermee? Alles lijmen al dan niet met openslijpen voorkomt een heleboel problemen zo wordt wel beweerd, maar is dat zo?

Vanuit de endodontologie en restauratieve tandheelkunde spraken Aukje Bouwman, tandarts endodontoloog en Niek Opdam, Universitair hoofddocent en adhesief tandarts hierover in de NWVT-cursus.
We starten met een klinische casus uit de oude doos waarbij een cracked tooth sydrom over het hoofd gezien werd.
In de mond is een kroon aanwezig op element 25 met resorptie en cariës, waardoor het element verloren is. Er wordt gekozen een brug te maken van de 24 naar de 26. Daarbij ontstaat een reeks van complicaties, ook door postoperatieve pijn, die resulteren in endo’s op beide peilerelementen en veel geslijp aan de nieuwe brug. Uiteindelijk zonder het gewenste resultaat want de oorzaak van de pijn was een cracked tooth aan een ondermolaar.

Typerend voor het cracked tooth syndrome is pijn bij bijten en voor temperatuur (koude) waarbij er ook perioden kunnen zijn dat het element klachtenvrij is.

Soorten cracks

Er zijn verschillende soorten stadia van cracks:

Cracks beperkt tot glazuur

Hierbij is er geen indicatie voor behandeling. Het kan voor een patiënt wel esthetisch storend zijn.

Cracks in zowel glazuur als dentine (beperkt tot het cervicale deel van het element)

Dit type crack kan bijvoorbeeld leiden tot een knobbelfractuur. Wanneer er een restauratie in de tand aanwezig is, kan deze verwijderd worden, waarmee beter zichtbaar gemaakt kan worden hoe ver de crack doorloopt.

Crack die niet beperkt is tot het cervicale deel, maar doorloopt tot in de wortel

Dit zijn de elementen die door de crack uiteindelijk avitaal kunnen worden.

Crack die begint in de kroon, maar uiteindelijk doorloopt door de hele radix

Dit type crack zorgt voor verlies van het element.

Crack die ontstaat in de wortel

Dit type cracks komt alleen voor bij endodontisch behandelde elementen en leidt tot een verticale wortelfractuur, waardoor het element verloren gaat.

Typerende klachten voor een cracked tooth

  • Pijn bij temperatuurverschillen en met name bij koud
  • Pijn bij bijten en dan vaak bij loslaten
  • Vaak is er een barst zichtbaar in de tand, wanneer je de restauratie verwijdert
  • Soms ontstaan na het bijten op iets hards

Waarom precies is niet duidelijk, maar een crack begint vaak op de hoek van een geprepareerde box. Het belichten van de tand met een lamp kan een barst zichtbaar maken. Het licht wordt maar tot de barst doorgegeven en het deel achter de barst oogt veel donkerder.
Ook met behulp van een frackfinder of toothslooth kan per knobbel getest worden of er klachten zijn bij bijten welke op een barst kunnen wijzen.

Symptomatische cracks

Uit een grootschalig onderzoek in Amerika is gebleken dat 70% van de patiënten in de algemene praktijk minimaal één element met een crack heeft en dat maar ongeveer 21% van deze cracks symptomatisch is.

Uit ditzelfde onderzoek kwamen een aantal risico factoren voor het symptomatisch zijn van cracks:

  • Bruxisme
  • Cracks in molaren
  • Slijtagefacetten door het glazuur heen (dit is een teken van overmatige occlusale belasting)
  • Cariës
  • Een crack in het distale vlak, waarschijnlijk doordat hier grotere krachten op komen dan op het mesiale vlak
  • Wanneer de crack duidelijk zichtbaar is als deze met een lamp belicht wordt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat wanneer het licht breekt, de crack mogelijk dieper is.
  • Donker verkleurde cracks zijn negatief geassocieerd met klachten

Klemmen en knarsen

Bij patiënten die klemmen kan dit zichtbaar zijn in de dentitie door onder andere cracks, maar ook door elementen met uitgeholde restauraties of elementen waarbij de interdigitatie tussen de knobbels van de onder en bovenkaak heel strak in elkaar passen. Ook een palatinale inbeet van het onderfront in het bovenfront kan een teken van parafunctioneren zijn. Buiten de mond kan de hypertrofisch kauwmusculatuur opvallen. Patiënten die heftig klemmen of knarsen zijn zelfs in staat om gave elementen volledig door de midden te bijten. Niek noemt dit ook wel de super slopers.

Risico op cracks

Wanneer er door een crack pulpitis klachten ontstaan, leidt dit niet gegarandeerd tot een probleem bij de pulpa, maar het geeft wel een duidelijk risico.
Bij elementen met een centraal gelocaliseerde crack, leidt dit veel vaker tot een endodontische behandeling dan bij elementen met een crack meer lateraal onder de aanzet van een knobbel. Het is te adviseren om de patiënt hiervan van tevoren op de hoogte te stellen.

Bij een element met een brede istmus is het risico op cracks groter. Bij een smalle istmus is er dus een kleiner risico op cracks, maar als je een crack hebt, dan is het vaak een ongunstigere crack (te verwachten bij heftige klemmers). Ook de plek van de knobbel kan een hoger risico geven op cracks: bijvoorbeeld de buccale knobbels van bovenmolaren zijn veel vaker aangedaan dan de palatinale knobbels.

Avitale elementen en barsten

Het is goed om, voordat je de endodontische behandeling start, je af te vragen waarom er pulpaproblemen zijn ontstaan. Een diepe cariëslaesie is voorspelbaarder te behandelen dan een crack tot in de pulpakamer. Wanneer een element een kleine restauratie heeft met een peri-apicaal probleem dan moet er bijna wel een barst zijn die doorloopt tot in de wortel of pulpakamer.
Wanneer deze barst helemaal doorloopt tot in de wortel, dan ontstaat er een smalle pocket in het verlengde van de aanwezige crack . Deze kan soms ook interdentaal aanwezig zijn en is dan enorm lastig om te sonderen.

Een fractuur die ontstaat in de wortel kan soms lastig te diagnosticeren zijn. Als er nog geen pocket sondeerbaar is en de röntgenfoto nog geen lucentie toont, kunnen klachten bij bijten na een kanaalbehandeling duiden op een verticale wortelfractuur.
Zo’n verticale wortelfractuur komt niet bij alle wortels even veel voor. In de meer ovale wortels zien we meer van dit soort barsten.
Tijdens het prepareren van de kanalen komen er meer kracht op de kanaalwand bij ovale kanalen, maar belangrijker nog is dat bij occlusale belasting er meer druk komt op de wand van deze wortels.

Een verticale wortelfractuur is altijd in een endodontisch behandeld element. Vaak is er sprake van een mooie kanaalvulling met daarbij een hoge fistel en/of een smalle diepe pocket mid-buccaal of mid-palatinaal. De meeste verticale fracturen worden gevonden bij de premolaren in de bovenkaak en molaren in de onderkaak. We vinden ze vaker bij vrouwen dan bij mannen en ze ontstaan pas een aantal jaar na het voltooien van de endodontische behandeling. 2-5% van alle endodontisch behandelde elementen wordt gerapporteerd verloren te gaan door een verticale wortelfractuur.

Prognose van elementen met cracks

Prognose van elementen met cracks

Klik hier voor een vergrote versie

Risico factoren en prognose bij vitale elementen

Zijn er cracks aanwezig en zijn er geen symptomen dan heeft het element een goede prognose. Wanneer een element wel symptomen heeft, zien we dat zo’n element in veel gevallen ook zonder behandeling weer asymptomatisch wordt.

Belangrijk om te weten is hoe vaak een cracked tooth resulteert in een endodontische behandeling. Hierover is in de literatuur nog geen eenduidig antwoord te vinden.
Een onderzoek van Niek z’n eigen praktijk kwam uit op 7%. Hierbij waren symptomatische elementen met crack behandeld met behulp van een (knobbeloverkapte) composietrestauratie.

Uit een ander retrospectief onderzoek kwam naar voren dat 21% van de symptomatische cracks tot een wortelkanaalbehandeling leiden. Deze twee onderzoeken zijn lastig met elkaar te vergelijken. Mogelijk hebben beide onderzoeken naar verschillende types cracks gekeken, aangezien het laatste onderzoek uitgevoerd werd door de endodontoloog. Hierbij kan het zijn dat de elementen al een (vernieuwde) composietrestauratie hadden gekregen en dat er door blijvende klachten naar de endodontoloog verwezen is.

Er zijn online heel veel studies te vinden over cracks uit Korea. Hierbij worden ook veel cracks beschreven bij volledig gave elementen. Het is de vraag of de uitkomsten van deze studie ook relevant zijn in Nederland, of dat er toch te grote verschillen zijn tussen de beide samenlevingen, vooral te denken aan de stress levels.

Vuistregel

De vuistregel van Aukje is dat als de crack loopt tot op de pulpabodem, een endondontische behandeling een goede kans van slagen heeft, en ze deze dus afmaakt. Loopt de crack verder het wortelkanaal in, dan is het risico dat het mis gaat een stuk groter. Het blijkt echter dat deze elementen een betere prognose hebben dan eerder gedacht. Er komt uit onderzoek een 88% kans op overleving en 82% succes na vijf jaar. Een belangrijke risico factor hierbij is wel een pocket dieper dan vijf millimeter. Is deze aanwezig, dan heeft het element een aanzienlijk slechtere prognose.

Ook de positie van de crack heeft invloed op de prognose van het elementen. Centrale cracks leiden veel vaker toch endodontische problemen dan cracks onder een knobbel. Belangrijk is om dit duidelijk met de patiënt te communiceren. Dat er bij bepaalde cracks meer risico is op pulpa klachten of op een endodontische behandeling of mogelijk zelfs extractie.

Behandelstrategieën cracks

Er zijn verschillende opties om (symptomatische) cracks te behandelen

  1. Het adhesief verbinden van de knobbels
  2. Het adhesief verbinden van de knobbels met knobbeloverkapping
  3. Het adhesief verbinden van de knobbels en elimineren van de cracks
  4. Een kroon
  5. Een endodontische behandeling

Binnen de biomimetische tandheelkunde is er op dit moment een overtuiging dat de crack verwijderd moet worden in plaats van alleen overkapt. Hiervoor is in de literatuur op dit moment geen bewijs te vinden. Het wel aanwezige bewijs geeft aan dat het zinvol is om de crack te overkappen.
Welke knobbels precies overkapt moeten worden, is lastig te zeggen en zal per patiënt en per situatie afgewogen moeten worden. Bij de aanwezigheid van risicofactoren is het overkappen van alle knobbels aan te raden. Over het wel of niet toevoegen van een vezelmatje in deze restauraties zijn nog weinig resultaten bekend.

Een heel opmerkelijk onderzoek met wel hele goede resultaten voerde een soort posterior ‘Dahlbehandeling’ uit bij elementen met cracks. Hierbij werd het element met crack in plaats van verlaagd en overkapt, 1,5 mm verhoogd. Er werd gewacht tot het element weer geïntrudeerd was en daarna minimaal invasief gerestaureerd met behulp van een onlay.

Wat is het juiste materiaal om te kiezen voor een restauratie bij een bruxist: metaal, composiet of keramiek?

Dit is een lastige vraag om te beantwoorden. We weten dat composiet werkt. Het breekt niet, maar slijt wel. Naar metaal is er weinig onderzoek, maar de verwachting is dat dit minder slijt. Naar keramiek zijn geen onderzoeken omdat het gigantisch duur is.

Take home massages

  • Symptoomloze cracks hoef je niet te behandelen
  • Bij symptomatische cracks is de knobbeloverkappende adhesieve restauratie eerste keus, waarbij de kobbels ongeveer twee millimeter overkapt worden
  • Informeer de patiënt over persisterende klachten en eventueel benodigde vervolgbehandeling
  • Maak een foto van de crack
  • Ook bij diepere cracks is er een reële kans op behoud van het element

Aukje Bouwman was in februari 2000 de eerste die in Nijmegen als tandarts afstudeerde in het nieuwe millennium. Zij werkte vervolgens als medewerker en waarnemer in verschillende algemene praktijken. Van 2002 tot 2005 volgde Aukje met succes de MSc. opleiding tot tandarts-endodontoloog aan het ACTA. Sindsdien is zij werkzaam bij het RadboudUMC en verzorgt zij studentenonderwijs en postacademisch onderwijs op het gebied van de endodontologie. Samen met collega-endodontologen runt Aukje een verwijspraktijk voor endodontologie in Nijmegen.

Dr. Niek Opdam is universitair hoofddocent aan het Radboudumc. Naast onderwijs doet hij onderzoek op het terrein van de restauratieve tandheelkunde met als speciale aandachtsgebieden de levensduur van restauratief werk in de algemene praktijk, secundaire cariës en gebitsslijtage. Hij promoveerde op zijn proefschrift ‘Clinical procedures for posterior composite restorations’. Hij schreef meer dan 120 artikelen in internationale tijdschriften (H-indez 36) en hij geeft veel lezingen en cursussen in binnen- en buitenland. Hij is voorzitter van de European Federation of Conservative Dentistry. Opdam heeft een parttime verwijspraktijk in ‘s-Hertogenbosch met als differentiatie de adhesieve tandheelkunde. In zijn praktijk behandelt hij veel patiënten met gebitsslijtage.

Verslag voor dental INFO, door tandarts Paulien Buijs, van de lezing van Aukje Bouwman en Niek Opdam tijdens de NWVT Cursus over cracks en barsten in tanden: behandelen of afwachten?

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis
Tand - pijn

Casus: Zenuwbeschadiging van de nervus hypoglossus na infiltratie-anesthesie

Een 64-jarige vrouw in Tennessee ondervond tongverlamming na toediening van lokale infiltratie-anesthesie voor een tandheelkundige restauratie volgens een casusrapport gepubliceerd in Oral and Maxillofacial Surgery Cases. Door de tongverlamming is het vermogen om te praten aangetast.

De nervus hypoglossus

De nervus hypoglossus is een motorische zenuw en is verantwoordelijk voor het stimuleren van bijna alle intrinsieke en extrinsieke tongspieren.

Oorzaken van de zenuwbeschadiging

De zenuwbeschadiging zou veroorzaakt kunnen worden door mechanische compressie tijdens lokale infiltratie waardoor de zenuwen werden samengedrukt; een chemische verwonding in verband met de lokale anesthesie die werd gebruikt; of direct letsel door de naald.
Volgens de auteurs is de iatrogene schade aan de nervus alveolaris inferior uitgebreid in de literatuur beschreven maar is er een gebrek aan literatuur over complicaties met betrekking tot de nervus hypoglossus.

Onduidelijke spraak en afwijking van de tong na infiltratieanesthesie

De 64-jarige vrouw uit Tennessee bezocht haar tandarts om onder plaatselijke verdoving een tand met cariës te behandelen. Via inferieure alveolaire zenuwblokkade kon geen adequate anesthesie worden verkregen waarop de tandarts vervolgens lokale infiltratie anesthesie toepaste in de bodem van haar mond. Kort na de procedure klaagde de vrouw over een afwijking van haar tong naar rechts en onduidelijke spraak, waarnaar ze werd doorverwezen naar de afdeling mond- en aangezichtschirurgie. Het onderzoek liet een significatie dysartrie, rechtszijdige tongatrofie en afwijking naar rechts zien. Verder vertoonde de vrouw diepe hypesthesie voor verminderde pijnzin, lichte aanraking en druk. De MRI-scan van haar hersenen vertoonde geen tekenen van een cerebrovasculair accident of andere neurologische pathologie. Door de verlamming van de tong was het vermogen om te praten aangetast. De vrouw herstelde grotendeels van de zenuwbeschadiging binnen een paar maanden.

Vervolgbehandelingen

De 64-jarige vrouw werd gediagnosticeerd met rechtszijdige hypoglossale en linguale zenuwletsels. Ze werd doorverwezen naar logopedie, spraakstrategie en neuromusculaire elektrische stimulatie. Verder onderging ze om de 3 maanden vervolgonderzoeken. Na een paar maanden behandeling verbeterden de zwakte van de tong, het bewegingsbereik, het gevoel van de tong. Haar onduidelijke spraak verbeterde tot 85%.

Conclusie

Aangezien de verwonding kan ontstaan door verschillende aandoeningen, waaronder goedaardige en kwaadaardige pathologie, is een volledige medische geschiedenis, klinisch onderzoek en beeldvorming noodzakelijk.

Bron:
Oral and maxillofacial surgery cases

 

 

Lees meer over: Casus, Kennis, Pijn | Angst, Thema A-Z
NVM-mondhygiënisten-vraagt-in-najaarscampagne-aandacht-voor-preventieve-mondzor

NVM-mondhygiënisten vraagt in najaarscampagne aandacht voor preventieve mondzorg

Van 7 november tot 15 december vindt de najaarscampagne van NVM-mondhygiënisten plaats. Tijdens deze landelijke campagneweek vraagt van beroepsvereniging NVM-mondhygiënisten aandacht voor preventieve mondzorg bij de jeugd, vooral bij de allerkleinsten van 0 tot 4.

Consultatiebureau

Hoog tijd om het plan uit te voeren om mondzorgprofessionals op de centra van Jeugd en Gezin in te zetten, zoals de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ernst Kuipers heeft beloofd in de Tweede Kamer. De minister vindt dat kinderen door een mondhygiënist of een academische geschoolde mondzorgverlener moeten kunnen worden gecontroleerd op het consultatiebureau. Manon van Splunter-Schneider, voorzitter NVM-mondhygiënisten: “Kleine kinderen die nu nog niet bij een mondhygiënist of tandarts komen, komen vaak wel op het consultatiebureau. Deze groep op het consultatiebureau laten controleren door een mondhygiënist, is een goede stap naar een betere mondgezondheid. Hier wordt achter de schermen hard aan gewerkt, maar moet in 2024 bij alle consultatiebureaus geregeld zijn.”

Gebitten jongere kinderen vanaf dag 1 controle nodig

En dat is nu hard nodig, want uit het laatste Signalement Mondzorg (2021) blijkt dat 1 op de 4 kinderen op 5-jarige leeftijd een of meerdere gaatjes in het gebit heeft. Maar dat kan doorbroken worden als kinderen vanaf het eerste tandje door een mondhygiënist worden gezien. Uit onderzoeken naar interventieprogramma’s als Gezonde Peutermonden en GigaGaaf! blijkt dat preventie via een mondzorgverlener bij de centra voor jeugd en gezin voor jonge kinderen werkt. Deze kinderen bleken aanzienlijk minder gaatjes te hebben dan de controlegroep, die niet gecontroleerd werd. Cariës bij kinderen kan leiden tot pijn en negatieve gevolgen hebben voor de algemene gezondheid, kwaliteit van leven, het sociaal functioneren, spraakvermogen en schoolprestaties. Cariës heeft niet alleen effect op de kinderen zelf, maar ook op het gezin en de samenleving.

Oudere kinderen

Maar ook bij oudere kinderen staat de mondgezondheid onder druk, volgens het Signalement Mondzorg. Voor 11-, 17- en 23-jarigen is de mondgezondheid gestagneerd of zelfs verslechterd. Verder zijn er in alle leeftijdscategorieën verschillen tussen de hoge en lage SES-groep, waarbij de lage SES-groep een slechtere mondgezondheid heeft. Ook valt op dat jeugdigen met een migratieachtergrond een slechtere mondgezondheid en tandheelkundig gedrag hebben. Een slecht wisselgebit bij de jeugd op de lagere school kan later tot forse mondproblemen leiden. Ook leidt de sterke toename van (erosieve) gebitsslijtage tot zorgen: een vijfde van de 17-jarigen en ruim de helft van de 23-jarigen vertoont slijtage tot in het tandbeen. Meestal is erosie de oorzaak van gebitsslijtage; erosie komt door het nuttigen van zuren in zoete voedingsmiddelen en dranken.

Geef de jeugd een goede start vanaf het eerste tandje!

Manon van Splunter-Schneider, voorzitter van NVM-mondhygiënisten: “Het is van groot belang dat jongeren de komende jaren de preventieve mondzorg weten te vinden. Gedragsverandering begint bij kinderen en jongeren die nog vatbaar zijn voor deze boodschap. De meeste problemen in de mond zijn namelijk met goede zelfzorg en een bewust eet- en drinkpatroon te voorkomen. Voordat je achttien jaar wordt, kun je ook nog eens kosteloos de mondhygiënist bezoeken. De mondzorg tot 18 jaar valt onder de basisverzekering. Deze goede start geeft kinderen een voorsprong voor de rest van hun leven.

Zorg dat jongeren een echte basis krijgen, kies dan voor gratis mondzorg tot 23 jaar.

Er zijn veel discussies en zorgen bij de politieke partijen over de toegankelijkheid van de mondzorg. Het advies van de mondhygiënisten is dan ook: zorg voor een stevige basiszorg bij de jongeren. Verleng dus de vergoeding van mondzorg in het basispakket tot de leeftijd van 23 jaar en leg hiermee echt een goede basis voor de mondgezondheid. De leeftijd tot 23 jaar wordt gekenmerkt door typisch gedrag van pubers en jongeren die nog studeren: iedereen kent het wel. Sterk wisselende emoties, ondoordachte beslissingen nemen, lang in bed blijven liggen. En structureel onvoldoende aandacht schenken aan de verzorging van het gebit. Dit gedrag is te verklaren als je bedenkt dat de hersenen van een puber en jongvolwassene nog volop in ontwikkeling zijn. De ontwikkeling van het kinderbrein tot volwassen brein duurt ca. 20-25 jaar. En een goede mondzorg begint bij jezelf maar moet wel gestimuleerd en aangeleerd worden.

Online promotie- en mediacampagne

We rollen onze boodschap uit via een advertentiecampagne die verspreid wordt via de onlinekanalen Google, Facebook, Instagram en YouTube. Om de jeugd rechtstreeks te bereiken zetten we TikTok en Snapchat in. Via diverse advertenties zal eerst gewezen worden op de symptomen en daarna volgt een advertentie waarin de consument wordt aangezet tot actie middels de oproep ‘maak een gaatje vrij voor de mondhygiënist.

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis

Parodontale zorg met op algoritmen gebaseerde herinneringsintervallen

Hoe stem je nazorg zorgvuldig af op de paropatiënt met stadium IV? De Zwitserse parodontoloog Christoph Ramseier vertelde hierover tijdens zijn lezing bij het NVvP-congres. Hij legde uit hoe regelmatig meten van de pocketdiepte ingezet kan worden in een mathematisch algoritme om optimale tijdintervallen te berekenen.

Het doel van ondersteunende parodontale therapie is het bereiken en behouden van klinische stabiliteit op lange termijn bij elke parodontale patiënt. Recent klinisch onderzoek heeft een algoritme geïdentificeerd dat mondzorgprofessionals zal helpen om de herinneringsintervallen efficiënter te bepalen voor alle patiënten die deelnemen aan het terugroepprogramma.

Elke patiënt kan er baat bij hebben om bij elk bezoek te worden beoordeeld op resterende parodontale sondedieptes (PPD’s). Dergelijke individuele kwantitatieve gegevens kunnen worden gebruikt in wiskundige formules (algoritmes) die kunnen helpen bij het bepalen van de optimale tijd tussen opeenvolgende terugroepbezoeken voor elke patiënt. Bovendien zal het gebruik van dit algoritme in combinatie met evaluatie van individuele risicofactoren parodontale patiënten een meer gepersonaliseerde en effectievere ondersteunende parodontale zorg bieden. Deze wetenschappelijke benadering is van bijzonder belang voor een succesvolle lange termijnbehandeling van verschillende parodontale patiënten in stadium IV.

Conclusie lezing

Geschat wordt dat precisiegeneeskunde zich in de toekomst verder zal ontwikkelen met behulp van machine learning. Er is een roep om actie om onze patiënten te ondersteunen bij het maken van gezonde keuzes. Verder moeten we de risicofactoren beheersen en we moeten alle risicofactoren op alle niveaus aanpakken. Aanvullende eHealth/mHealth kan ondersteunend zijn, zelfs met kleinere effectgroottes, en de effecten kunnen groter worden als we apps gebruiken die gericht zijn op onderwijs.

Dr. Christoph Ramseier is parodontoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan de Universiteit van Bern in Zwitserland. Hij heeft veel publicaties op zijn naam staan en is een veelgevraagde internationale spreker.

Door Fabienne de Vries van de lezing van dr. Christoph Ramseier tijdens het NVvP-congres.

Lees ook:
Parodontale regeneratie bij stadium IV parodontitis en de esthetische vraag van de patiënt

De onderschatte rol van trauma door occlusie bij ernstige paro-patiënten

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z

Gedragsverandering: Practice what you preach!

Gedrag veranderen is moeilijk en per definitie complex. Als (mond)zorgprofessional weet je dat. Maar weet je ook hoe het écht voelt voor een patiënt om z’n gedrag te moeten veranderen?

Dr. Yvonne Buunk-Werkhoven, sociaal psycholoog en mondhygiënist, deed de proef op de som, veranderde haar lifestyle en schreef er op een bespiegelende wijze* een N=1 artikel over.

Het artikel is gepubliceerd in JCIMCR

Het beschrijft de reflectie van haar lifestyle verandertraject. ”Jezelf patiënt ‘voelen’ kan heel zalvend werken maar ook laten zien wat nu écht impact maakt om behavioral change te bewerkstelligen.” (citaat van Renata Lubbelinkhof)

*”Spiegelen is te beschouwen als een psychologisch fenomeen, dat zich kan voordoen in zowel non-verbale communicatie als in verbale communicatie. In deze casus wordt spiegelen gedefinieerd als ‘de bereidheid en vaardigheid om jezelf (als zijnde de ander) te volgen’. Het begint dus met bewustwording en met te bedenken dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen gedrag; jijzelf in wezen dus ook. Wanneer je in een spiegel kijkt, gebruik je niet alleen enkel je ogen, maar de kunst is, om ook je emoties te doorvoelen. Sta open voor emoties van de ander en/of van jezelf, doorvoel ze en leer van wat jou ‘triggert’, wat je ziet en wat je voelt…”, zegt Yvonne Buunk-Werkhoven.

Lees meer over: Kennis, Onderzoek
ChatGPT-model nu ook in de zorg te vinden

ChatGPT-model nu ook in de zorg te vinden

Dat artificial intelligence (AI) op elk werkvlak kan worden gebruikt is een feit, maar dat het nu ook wordt toegepast in de zorg is iets nieuws. Het ETZ (Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis) zet als proef AI in om medische vragen van patiënten te beantwoorden. ETZ is niet de enige, UMC Groningen en Amsterdam UMC gaan ook aan de slag met de toepassing van epd-leverancier Epic.

AI zou worden toegepast om medische vragen van patiënten te beantwoorden. Ziekenhuizen merken nu al dat er wekelijks duizenden berichten binnen komen en dit aantal zal alleen maar toe nemen. Om dit aan te kunnen, gaat ETZ een large language model inzetten om te helpen de vragen te beantwoorden. Dit zal de medewerkers veel tijd gaan besparen.

Hoe het werkt

AI maakt automatisch een conceptantwoord op de vragen, waarna dit in het elektronisch patiëntendossier (epd) wordt gezet. Een medewerker moet het antwoord eerst lezen voordat het naar een patiënt kan worden gestuurd. Zo kunnen ze de antwoorden nog aanpassen en eventuele fouten eruit halen.

Privacy

Om de privacy van de patiënten niet te schaden, draait het hele model binnen de cloud-omgeving van het ziekenhuis. Het kan niet worden hertraind, omdat dat tegen het medisch beroepsgeheim en privacywet AVG in zou gaan. Verbeteren zou alleen kunnen door de instructies die het ziekenhuis geeft aan te passen. Dit heet prompt-engineering.

Om de instructies aan te passen wordt er aan de zorgverleners feedback gevraagd. Wijzigingen kunnen bijvoorbeeld zijn op welke vragen het model wel of niet antwoord geeft. Bij ETZ kan het model alleen antwoord geven als de informatie al bekend is in het dossier van de patiënt.

Europese primeur

ETZ, UMC Groningen en Amsterdam UMC zijn de eerste ziekenhuizen in Europa die AI gaan uitproberen. Bij ETZ duurt de proef drie maanden, dit doen ze in een veilige testomgeving. Echte patiënten merken hier dus nog niks van. De andere twee ziekenhuizen zijn nog niet zo ver als ETZ. Ze zijn ermee bezig, maar weten nog niet wanneer zij het gaan testen.

Toekomst

AI zou in de toekomst meer gaan doen dan alleen vragen beantwoorden. Er wordt nu al gesproken over medische samenvattingen van het patiëntendossier en concept-patiënten brieven. Denk aan ontslagbrieven voor huisartsen. Hierdoor zou de arts meer tijd hebben voor de zorg van patiënten.
Uiteindelijk zou AI ook informatie uit het dossier van een patiënt kunnen combineren met medische domeinkennis. Omdat je het model dan gebruikt als medical device, worden daar wel strenge eisen aan gesteld. Het zal dus nog wel even duren voor dat we daar zijn.

Bron:
Skipr

 

 

 

Lees meer over: E-health, Kennis
Alles over wortelcariës

Alles over wortelcariës

Komt wortelcariës ook binnen de paropraktijk voor waar de mondhygiëne meestal optimaal is bij patiënten in de nazorgfase? Ja, dat komt zeker voor. Maar wortelcariës is niet altijd even simpel te constateren. Bijvoorbeeld omdat het ook een artefact op de röntgenfoto zou kunnen zijn en het klinisch beeld niet meteen goed duidelijk is.

Invloed van parodontitis op cariës

Veel te zien in de paropraktijk zijn actieve laesies; kalkachtig aspect met plakranden er omheen. Je ziet een soort jaarringen op het glazuur waar in het verleden cariës is begonnen, daar waar vroeger de gingivaranden lagen. In de loop van het paroprotocol wordt de mondhygiëne beter en dan zie je dat de wortelcariës er minder actief begint uit te zien. Het blijft wel altijd opletten op moeilijk bereikbare plaatsen zoals op het furcatiedak. Bij een flapoperatie worden furcaties goed bereikbaar voor ragers gemaakt mits de patiënt over de motorische vaardigheden en motivatie beschikt om de ragers goed te gebruiken. De angst blijft wel dat er alsnog cariës en een pijnklacht ontstaat. Dus dit moet zorgvuldig worden afgewogen.

Acute cariës

Cariës kan er heel plotseling zijn terwijl je gewend bent dat de patiënt altijd keurig zijn mondhygiëne uitvoert en de situatie al heel lang stabiel is. Ineens kan rondom een pijler veel bloeding ontstaan. Kroonranden zijn de lastige plekken om te reinigen daarom zijn de wortels bij de kronen meer gevoelig voor cariës. Een droge mond door minder speeksel aanmaak ten gevolgen van stress, medicijngebruik, kan de wortelcariës versnellen

In oplossing

Wortelcariës ontstaat net als in glazuur door zuren vanuit de biofilm bij fermentatie van suiker. Zolang remineralisatietijd voldoende lang is, zal erna demineralisatie geen cariës ontstaan. Toch is wortelcariës bijzonder want het dentine lost in een relatief iets minder zure omgeving al op ten opzichte van het tandglazuur. Glazuur gaat in oplossing bij een pH van 5,5 en dentine al bij 5,8. De cariës zit meteen in het dentine vanwege het missen van een glazuurkap of het worteloppervlak.

Krijg je van plak wortelcariës?

Patiënten in de nazorg van parodontitis hebben relatief meer blote wortels dan iemand zonder (behandelde) parodontitis. Toch hebben zij relatief minder kans op wortelcariës. Bij het onderzoek waaruit dit bleek, is er helaas niet in kaart gebracht of de lengte en breedte van het blootliggende worteloppervlak van invloed was. Er werd een duidelijke relatie gevonden tussen plak en wortelcariës, dit in tegenstelling tot de relatie plak en krooncariës. De glazuurcementgrens is predelictieplaats en is dus lastig te reinigen.

Gemineraliseerd dentine

Zeker ouderen kunnen een ander voedingspatroon krijgen. Maar als het voedingspatroon hetzelfde blijft en het aantal recessies vermeerderd dan kan er ineens wortelcariës ontstaan. Door fluoride, plakverwijdering en verbeterde voeding kan dentine zich weer herstellen. Wanneer dentine van de wortel mineraliseert dan ontstaat er een hypermineralisatie. Gemineraliseerd dentine is zo hard als glazuur. Dit oppervlak glimt.

Zwarte cariës

Carieus dentine is te herkennen aan een dof oppervlak. Glazuurcariës is bij een zwarte kleur stabiel maar dit geldt niet bij dentine. Zwart dentine kan duiden op een actieve cariës laesie. Daarom is het verstandig om bij een zwarte verkleuring op het worteloppervlak met de zijkant van de pocketsonde te voelen. Carieus dentine voelt ruw en leerachtig aan.

Is fluoride de oplossing?

Ter preventie en behandeling kan er fluoride worden ingezet. Een spoelmiddel werkt helaas onvoldoende in geval van wortelcariës. Tandpasta met 5000 ppm is bijzonder geschikt voor tandhalscariës. Het is eenvoudig in het dagritme in te bouwen, makkelijker dan gel en het is net zo effectief als maandelijks een gebitsreiniging en fluorideapplicatie in de praktijk. Ook op de rager kan fluoride aangebracht worden, zeker in geval van furcaties. Chloorhexidine wordt enkel ingezet als plak een groot probleem is en niet voldoende kan worden verwijderd door de patiënt.

Is een restauratie de oplossing?

Restaureren is vaak niet zo’n goede oplossing vanwege hoog risico op pulpabeschadiging. De cariës zit vaak rondom het element en is dus ook moeilijk de restaureren. Ook zit het vaak onder een geplaatste kroon. Als restaureren moet, doe het dan met composiet. Cariës die onder de gingiva doorloopt kan hiermee ook gerestaureerd worden omdat het niet resulteert in extra ontsteking. Glascionomeer erodeert al snel door te weinig speeksel. Composiet lijkt dus het meest weefselvriendelijk maar het is technisch moeilijk uit te voeren.

Aanvulling door em. prof. dr. Cees de Baat, voorzitter van de richtlijnencommissie Wortelcariës:  “Indien restauratieve behandeling noodzakelijk wordt geacht, heeft glasionomeercement als restauratiemateriaal de voorkeur wanneer ter plaatse sprake is van contaminatie met vocht. Dit is zo opgenomen in de Richtlijn Wortelcariës. Richtlijnen zijn echter nooit in beton gegoten. Als deskundigen wetenschappelijk gefundeerde argumenten hebben om hiervan af te wijken, is dat geen probleem.”

Kan men ultrasoon gebruiken?

Het gebruik van de ultrasoon op wortelcariës is geen groot probleem. De patiënt poetst namelijk zelf ook het tandmateriaal weg. Het helpt juist om het glad en hard achter te laten. Een abrasie hoeft in principe ook niet gevuld te worden behalve als er risico bestaat op een fractuur.

Door:
Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, van het webinar Paro-behandeling gelukt, element verloren van de NVvP met sprekers prof.dr. M-C. Huysmans (hoogleraar Cariologie en Endodontologie Radboudumc) en dr. R.Z. Thomas (parodontoloog NVvP – Arnhem, Groningen).

Dit artikel is eerder op dentalinfo.nl en gezien interesse hiervoor opnieuw onder de aandacht gebracht.

Lees meer over: Cariës, Congresverslagen, Kennis, Thema A-Z
tand - kapot - erosie

Directe restauraties in het front

Om tot een voorspelbaar eindresultaat te komen is gedegen kennis van de procedure, materialen en morfologie van belang. De voorkeur gaat uit naar voorspelbare en gestructureerde procedures die foutkansen zoveel mogelijk reduceren. Verslag van de lezing van tandarts Marta Ilik.

Layering

Een tand bestaat uit verschillende soorten tandweefsel en geen tand ziet er hetzelfde uit. Door te werken met layering, verschillende kleuren en lagen direct composiet, kan een esthetisch resultaat bereikt worden. Tandarts Marta Ilik is gespecialiseerd in esthetische tandheelkunde. Ze vertelt hoe jonger de patiënt is, hoe meer levendigheid er is in de tand: de interne structuren komen meer naar voren. Door te werken met layering is het doel een natuurlijke tand te imiteren met direct composiet.
Hoe de lagen van de layering techniek worden aangebracht is afhankelijk van de translucentie van het element. Marta Ilik maakt een onderscheid tussen:
– weinig of geen translucentie
– licht tot matige translucentie
– matige tot sterke translucentie

Factoren esthetisch fraai resultaat

Voor een esthetisch fraai resultaat blijkt dat de vorm van de tand het belangrijkste is, daarna is van belang:
– Kleur
– Structuur
– Translucentie
Hoe meer tanden gerestaureerd worden hoe kleiner de rol is van de factor kleur.

Tijdmanagement

Voor een mooi eindresultaat, werkt Marta Ilik altijd volgens hetzelfde protocol:

1. Initieel consult
2. Behandelplanning
3. Wax-up
4. Mock-up – Als de patiënt akkoord is, dan starten met behandeling
5. Procedures

Informatie verzamelen

Bij een initieel consult gaat Marta Ilik informatie verzamelen. Ook al is de patiënt verwezen voor de voortanden, er wordt altijd naar de gehele mond gekeken. Door haar visie om minimaal invasief te werken is een beugel vaak geïndiceerd. Bij elke patiënt wordt een fotostatus gemaakt en indien nodig nog röntgenfoto’s. Ook worden er met behulp van een scan studiemodellen van het gebit gemaakt.

Als de patiënt weg is gaat ze nadenken over een behandelplan. Doordat er lichtfoto’s zijn en soms ook filmopnames kan het goed geanalyseerd worden. Er wordt gekeken naar het gebit in verschillende posities. Past de hoeveelheid tand die zichtbaar is ook bij de leeftijd van de patiënt? Loopt de lachlijn mooi mee?

Smile design

Met behulp van een Smile design kan Marta Ilik de digitale behandelplanning maken. Door digitaal de lach en het gezicht te analyseren worden de juiste positie, vorm en stand bepaald. Deze uitkomst wordt overgezet naar een opwas op modellen. Een mediaanlijnverschuiving tot 4 mm is vaak niet heel storend, dit hoeft niet te worden aangepast. Esthetisch is het fraai dat het gingivaniveau van de hoektanden op hetzelfde niveau ligt als dat van de centrale incisieven. Bij de intake meet ze ook de breedte van de voortanden. Belangrijk is dat de mondhygiëne op een hoog niveau is.
Indien een tandvleescorrectie nodig is, wordt de gingivectomie gedaan aan de hand van de opwas. Na behandeling plaatst ze zelf de spalk en dan ook essix retainer.

Een behandelplan zonder orthodontie zou er zo uit kunnen zien:

  • Mondhygiëne
  • Opwas en mock-up
  • Extern bleken
  • Gingivectomie bovenfront
  • Composietveneers
  • Spalk bovenfront
  • Essix retainer

Wax-up

Een wax-up is nodig om vorm en functie uit te testen. De wax-up overbrengen naar patiënt heet de mock-up. Het overzetten van de mallen voor de mock-up doet Marta Ilik ook vaak met flow omdat ze dat preciezer vindt dan zelfuithardend tijdelijk vulmateriaal. Ze gaat pas door met de volgende stap als de patiënt akkoord heeft gegeven. Als de patiënt akkoord is kan gestart worden met de behandeling.

Indien extern bleken nodig is, moet er met de behandelplanning rekening mee worden gehouden: voor ongeveer 2 tot 3 weken kan dan minder goed aan tandweefsel gehecht worden. Voor de bleekbehandeling is het nodig om, indien mogelijk, zoveel mogelijk oud composietmateriaal buccaal te verwijderen . Dit kan gedaan worden met een hardstalen boor. Ondertussen kan, indien nodig, een gingivectomie met laser worden gedaan.

Een palatale mal, ook wel palatinale matrix genoemd, wordt gemaakt van putty, deze moet breed en dik genoeg zijn voor stabiliteit.
Op de bucco-insicale rand wordt de mal afgesneden, natuurlijk zo strak mogelijk.

Je gebruikt de mal om de palatinale vormgeving neer te zetten met een glazuur composiet. Door met de mal te werken heb je meteen de lengte, breedte, positie en articulatie voor het element staan. De approximale vormgeving volgt dan met een transparante strip uit de hand. Daarna wordt met verschillende composietkleuren en kleureffecten het buccale deel van het element hersteld. Hiervoor gebruikt Marta geen mal, maar wel de mock-up als referentie voor de buccale anatomie.

Kleur

Voor de kleurbepaling kan gekozen worden voor:

  • VITA shade guide
  • Individuele shade guide
  • Composiet try-in
  • Spectrofotometer

De VITA shade guide is meer voor porselein. Voor composietveneers is de composiet try-in op eigen tand de techniek die Marta IIlik gebruikt. Belangrijk is wel om te belichten, de kleur kan namelijk nog iets veranderen.

Polar eyes wordt gebruikt om de kleur goed te kunnen beoordelen. Door het filter op de camera te doen is het mogelijk interne structuren te zien.

Procedure

Behandelingen zijn altijd met verdoving en onder cofferdam.
Indien er een spalkje is dan moet die eraf, want anders is het niet mogelijk de cofferdam goed op de plek te krijgen. Er worden flossligaturen aangebracht om cervicaal goed te kunnen vrijleggen . Hierbij is het ook wel erg prettig voor de patiënt dat het verdoofd is.
Indien er nog composiet op de elementen zit, moet eerst het oude composiet worden verwijderd. De bevel moet echt wel 2 mm breed zijn en eindigen in dentine, zodat de breuklijn beter gemaskeerd kan worden.

Procedure II Bonding

Zandstralen is essentieel in de behandeling. Etsen is net altijd iets verder dan ze gaat behandelen. Dan ben je zeker van een goede adhesie en later geen verkleuringen.

Procedure II Tandfragment

Het kan zijn dat het tandfragment is bewaard na een trauma. Om het fraai te kunnen terugplaatsen is het advies van Marta Ilik om op zowel het fragment als op de tand een bevel aan te brengen. Door een puttymal te maken kun je het fragment goed positioneren voor het plaatsen.

Procedure II Glazuur frame

In het frame van de palatinale matrix komen verschillende lagen. De glazuur layer moet dun zijn, want anders heb je geen ruimte voor interne kleuren. Bovendien zorgt teveel glazuurkleur dat de tand ook te grijs gaat worden.
Wil je na afwerken nog een laag composiet aanbrengen dan moet je het composiet activeren door even wat modeling resin aan te brengen.

Procedure II Dentine Mamelons

Voor de interne laag wordt een dentine of body kleur gebruikt. Mamelons worden minder zichtbaar bij ouder worden. Het composiet wordt dakpansgewijs aangebracht en met dunne instrumenten. De interne laag komt niet bij de buitenranden, want daar zit glazuur. Tip van Marta Ilik is om van de insicale rand naar tand te werken voor een betere aansluiting. Met een kwastje kun je het composiet glad maken voor het te belichten. Hierop doet ze vaak modeling resing, bonding kan namleijk gaan verkleuren. Wil je stains aanbrengen dan zijn lichtfoto’s erg belangrijk.

Procedure II Anatomie

Stappen voor de buccale vormgeving:

1. Outline

a. Check met de mal; de randlijsten kun je aantekenen met een potlood
b. Randlijst verleggen met soflex; soflex rechtop oppervlak en naar je toe en je maakt dan snelle bewegingen van cervicaal naar incisaal.

2. Primaire anatomie: Randlijsten en incisale embrasures

3. Primaire anatomie: Buccale contour

a. Veel gemaakt fout is dat voortanden te bol zijn
b. Eva-hoekstuk maakt alleen maar verticale bewegingen en is heel prettig voor de cervicale afwerking van het composiet.

4. Secundaire anatomie

Macro textuur, vaak twee verticale groeven die Marta Illik ook wel Eifeltorens noemt. De mesiale Eifeltoren is net iets langer.

5. Tertiaire anatomie: micro textuur, horizontale lijnen.

Procedure II Polijsten

De finishing touch is een hoogglans van het composiet, om dit te bereiken worden eerst polijstrubbers gebruikt en daarna polijstpasta met polijstwiel.

Marta Ilik studeerde af in 2010 aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Sinds 2012 werkt zij in Amsterdam bij het Amsterdams Centrum Cosmetische Tandheelkunde (ACCT) waar zij gespecialiseerd is in esthetische en restauratieve tandheelkunde. Ze is bestuurslid van de Dutch Academy of Esthetic Dentistry (DAED). In 2015 is ze door de vakjury van de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Restauratieve Tandheelkunde officieel erkend als ‘restauratief tandarts’. In haar werk streeft zij ernaar zoveel mogelijk tandweefsel te behouden. Zo creëert zij een natuurlijke en gezonde basis voor de restauratie, die ze altijd zo mooi mogelijk wil maken. In haar minimaal invasieve behandelingen werkt Marta graag met composiet. Mooie restauraties in het front zijn haar specialiteit. Voor meer informatie : www.martailik.nl

Verslag voor dental INFO door Joanne de Roos, tandarts, van de lezing van Marta Ilik tijdens het congres Restauraties.nu van Bureau Kalker.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Restaureren, Thema A-Z
tandarts - stoel

Parodontale regeneratie bij stadium IV parodontitis en de esthetische vraag van de patiënt

In de hedendaagse parodontologie is de esthetische vraag van patiënten de belangrijkste uitdaging. Vooral in de anterieure gebieden, waar de verwachtingen van de patiënten hoger zijn is het nu belangrijk om esthetisch succes te behalen.

De nieuwe classificatie van parodontitis is gericht op het interdentale klinische hechtingsniveau. Het doel van klassieke parodontale reconstructieve chirurgische technieken is de regeneratie van de botdefecten of de wortelbedekking in geval van gingivarecessies. Sinds kort maakt de evolutie van de regeneratieve plastische chirurgie het mogelijk om beide tegelijkertijd te behandelen. Tijdens de presentatie van prof. Giuliano Rasperini tijdens het NVvP-congres werden veel verschillende casussen met bijbehorende lichtfoto’s en röntgenfoto’s getoond van patiënten die parodontaal zijn behandeld.

Succes in de parodontologie

De ontwikkelingen in de afgelopen jaren maakt dat we patiënten met parodontitis anders behandelen dan ongeveer 20 jaar geleden. Succes in de parodontologie wordt omschreven als een inspanning voor het behoud van het natuurlijke gebit in verband met het welzijn van de patiënt. Tot op heden behoren tot de criteria die zorgen voor succes bij parodontale therapie:

  • een behandeling en herevaluatie van ernstig zieke tanden voordat extractie wordt overwogen
  • een zo laag mogelijk aantal tanden als belangrijkste eindpunt
  • langdurige documentatie van parodontale stabiliteit
  • patiënttevredenheid inclusief verbeteringen in hun kwaliteit van leven

Op dit moment zijn er veel verschillende chirurgische technieken mogelijk voor de regerenatie van botdefecten of wortelbedekking in het geval van gingivarecessies.

Casussen

Het is belangrijk om geen behandelplan te maken op basis van röntgenfoto’s, maar op basis van de aanhechting van de gingiva.
De behandeling moet gepersonaliseerd worden voor elke patiënt om ook aan de esthetische wensen van de patiënt te voldoen. Verder is het belangrijk dat de patiënt en de tandarts op één lijn liggen om een optimale behandeling uit te voeren.
Belangrijk voor deze patiënten is om goede instructie te geven over hoe zij hun mondgezondheid thuis optimaal kunnen behouden.
In de kliniek zijn er twee scenario’s namelijk, een diepe pocket met een mooie papil of een diepe pocket en recessie. Deze verschillende scenario’s ga je niet op dezelfde manier behandelen.

Twee scenario’s in de kliniek

In de kliniek zijn er 2 mogelijke scenario’s die werden beschreven en allebei op een andere manier behandeld moeten worden. Er kan sprake zijn van een diepe pocket waarbij de papil onveranderd is of een diepe pocket en een recessie.

In het geval van een goede papil en aanhechtingsverlies zijn er 2 behandelopties:
1. Niet-chirurgische behandeling bij de mondhygiënist met als doel het verwijderen van de biofilm van het worteloppervlak
2. Vereenvoudigde chirurgische regeneratieve benadering met behulp van de SFA-EPPT techniek

In het geval van aanhechtingsverlies en een recessie zijn er verschillende technieken mogelijk zoals, SFA + CT, STW + CT, CTW, EPPT + CT, AlCAST en biomateriaal: scaffold+. Bij mucogingivale chirurgie is het belangrijk dat de flap minimaal 1 mm dik is, een dunnere flap maken heeft geen zin. Verder moet de flap vrij zijn van spanning.

Take home messages

  • Respecteer het zachte weefsel vanaf het allereerste begin
  • Respecteer de genezingstijd
  • Behandeling van een botdefect met vereenvoudigde aanpak indien mogelijk
  • Indien nodig gelijktijdige behandeling van infrabony en zacht weefsel
  • Het is mogelijk, zelfs als er een gebrek aan bewijs is, om de papillen te recreëren

Rasperini Giulio is Associate Professor bij de afdeling Biomedical, Surgical and Dental Sciences aan de Universiteit van Milaan.

Verslag door Fabienne de Vries van de lezing van prof. Giulio Rasperini tijdens het NVvP-congres.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z
slapen, vrouw, bed

Slaapzorg(en) in de tandartspraktijk

Zoals alom bekend is geven mensen met een verstoorde slaap onder andere aan last te hebben van vermoeidheid, slaperigheid overdag, afname van concentratie, geheugen, en depressieve gevoelens. Zeker een derde deel van de bevolking heeft te maken met slaapproblemen. En de gevolgen zijn niet altijd te overzien. Er is bijvoorbeeld een verhoogde kans op betrokkenheid bij verkeers- en bedrijfsongelukken, een hoog ziekteverzuim en een afname van levenskwaliteit. Dit heeft enorme (economische) impact op ons gezondheidsstelsel en de maatschappij. Daarom is preventie, diagnostiek en behandeling van slaapstoornissen van cruciaal belang.

Maar wat is nou de rol van de tandarts, als het gaat om de tandheelkundige slaapstoornissen? Om dit vorm te geven is het van belang dat er een duidelijke definitie is. Deze is als volgt gedefinieerd:

“Dental sleep medicine is the discipline concerned with the study of the oral and maxillofacial causes and consequences of sleep-related problems”.

Verslag van de lezing van prof. dr. Ghizlane Aarab, tijdens het NVTS-Lustrumcongres. Zij doet onderzoek, verzorgt onderwijs en behandelt patiënten in het kader van de tandheelkundige slaapgeneeskunde op de afdeling Orofaciale Pijn en Disfunctie bij het Academisch Centrum Tandheelkunde in Amsterdam (ACTA).

Mogelijke rol van de tandarts bij slaapgerelateerde aandoeningen

Er is een uitgebreid scoping review uitgevoerd om te kijken wat er gepubliceerd is over de rol van tandarts bij slaapgerelateerde aandoeningen dental sleep medicine. Hieruit blijkt dat er vooral wordt gepubliceerd over de rol van de tandarts bij slaapgerelateerde ademhalings-stoornissen en slaapgerelateerde mandibulaire bewegingen (Huang et al., 2023). De conclusie uit het artikel geeft een overzicht van de mogelijke rol die de tandarts kan spelen bij patiënten met de verschillende tandheelkundige slaapstoornissen slaapgerelateerde aandoeningen (zie tabel hieronder ).

Bekijk hier een grotere afbeelding.

Obstructievef slaapapneu (OSA) en slaapbruxisme (SB)

Obstructief slaapapneu is een aandoening waarbij de slaap wordt onderbroken door het regelmatig (≥ 5 keer per uur) stoppen van de ademhaling, en valt onder de zogenoemde “slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen (zie tabel X)”. Slaapbruxisme valt onder de slaapgerelateerde bewegingsstoornissen en wordt gezien als “een repetitieve kauwspieractiveit, die gekarakteriseerd wordt door klemmen of knarsen met de tanden/kiezen en/of fixeren van, of duwen met de onderkaak, gedurende de nacht (Lobbezoo et al., 2013)”. Bruxisme kan ook plaatsvinden gedurende de dag, en wordt dan waakbruxisme genoemd (Lobbezoo et al., 2013).

Uit een recente grote cohortstudie (n= 914; samenwerking OLVG west en ACTA) is gebleken dat In 33.3% tot 53.7% komt SB voor bij patiënten met OSA. Een verklaring zou hiervoor zijn dat dit te maken heeft met de aanwezigheid van arousals. Het zou dus niet zozeer te maken hebben met de ademhalingsonderbrekingen. Dat wil echter niet zeggen dat SB geen beschermende functie zou hebben. SB Slaapbruxisme voorkomt komt voor bij 49.7% (RMMA>=2, N=454/914) van de OSA-patiënten. De vele arousals (ontwakingen) tijdens de slaap bij OSA-patiënten lijken een belangrijke rol te spelen bij het ontstaan van SB. SB kan mogelijk de obstructies van de bovenste luchtweg bij OSA-patienten voorkomen en/of opheffen. en komt vaker bij Mmannen en mensen met OSA, een lage BMI, en een litijdens de lichte slaap hebben een grote kans op SB. Door middel van een netwerkanalyse (zie foto; de rode lijnen geven een negatieve associatie aan, en de blauwe een positieve) is naar voren gekomen dat er een verbinding is tussen SB, geslacht en BMI. Wat opvalt hieraan is dat de associatie met RMMA wegvalt. Arousal is dus niet perse een vereiste om op te treden, het is dus geen trigger, maar geeft wel zulke gunstige condities dat het ervoor zorgt dat een SB event plaats kan vinden.

De effecten van OSA-behandeling op SB

De effecten van OSA-therapie op SBWe: we zien een vermindering van SB contractiële eigenschappen van kauwspieren wanneer de onderkaak naar voren wordt gezet door een MRA. Mogelijk zorgt een Het kan zijn dat er vermindering van de bewegingsvrijheid van de onderkaak en pijn in de kauwspieren in minder bruxisme activiteiteen oorzaak is. , danwel dat het pijnlijk kan zijn om met een MRA te bruxeren. Dat neemt niet weg, dat er niet kan worden gebruxeerdt met een MRA. Zowel de De conclusie was dat zowel CPAP-behandeling als de MRA-behandeling verminderen SB aanzienlijk , SB aanzienlijk verminderen, maar er zijn grote inter-individuele verschillen.

Insomnie en slaapbruxisme

Er bestaat een iIndirect verband tussen insomnie (d.w.z. slapeloosheid) met slaapbruxisme, via angst. Wat wil dat nou zeggen? Er is geen significant verschil in SB tussen insomniia-patienten en controles. Maar angst kan wel de kans op beide condities vergroten.

Oorzaken en behandeling van OSA

Als je kijkt naar de anatomie van luchtweg is er geen significant verschil tussen verschillende groepen met OSA. Onderstaand staan de conclusies van studies waarin verschillende groepen met OSA zijn vergeleken. Tevens is er gekeken naar de rol van de anatomie van de luchtweg op de effecten van een MRA behandeling., maar de tonus van de spieren is vooral van belang voor het al dan niet hebben van slaapapneu. Tevens kunnen er uit andere studies aanvullende conclusies worden getrokken:

  • er is significant geen verschil tussen positie afhankelijke OSA en niet positie afhankelijke OSA.
  • er is significant geen verschil tussen Chinese populatie en de Nederlandse populatie. Nederlanders hebben daarentegen wel vaker last van de weke delen die de luchtweg vernauwen, terwijl bij de Chinese populatie de skeletale delen een grotere rol spelen. Echter is het nettoresultaat niet verschillend.
  • er is geen verschil tussen het effect van verschillende type MRA’s op de luchtweg
  • er is geen significant verschil in de luchtweg tussen responders en non-responders op MRA-therapie

Toekomst

Prof. Aarab vertelde dat er nog veel aspecten zijn om te onderzoeken. Hoe vergaat het deze mensen, bijvoorbeeld, op de lange termijn? En: we moeten de tandartsen van de toekomst opleiden in “de tandheelkundige slaapgeneeskunde Dental Sleep Medicine”. Vanuit haar leerstoel zal zij onder andere aandacht gaan besteden aan het uitbreiden van om de tandheelkundige slaapgeneneeskunde DSM toe te voegen in het tandheelkundig curriculum. En daarnaast streeft zij ernaar om ook de tandarts algemeen practicus hier een belangrijke en rol in te laten spelen.

De onderzoeksgroep van prof. Aarab, onderzoekt slaapstoornissen waar de tandarts een positieve rol in kan spelen. Voorbeelden van deze tandheelkundige slaapstoornissen zijn: orofaciale pijn, droge mond, brandend maagzuur, tandenknarsen en kaakklemmen, en snurken en obstructief slaapapneu. Deze tandheelkundige slaapstoornissen worden aan elkaar gelinkt. “Wij hebben bijvoorbeeld gevonden dat bij een effectieve behandeling van obstructief slaapapneu ook het tandenknarsen kan afnemen”.
Binnen de leerstoel van prof. Aarab: “Tandheelkundige Slaapstoornissen”, onderzoekt haar groep hoe de tandarts een positieve rol kan spelen in het voorkomen, herkennen, diagnosticeren en behandelen van deze slaapstoornissen. “Wij doen dit in een klinische multidisciplinaire setting. Denk aan samenwerkingsverbanden met verschillende ziekenhuisafdelingen waaronder keel-, neus- en oorheelkunde, longgeneeskunde, neurologie, klinisch neurofysiologie, etc.”
80% van de Nederlandse bevolking bezoekt jaarlijks tenminste één keer de tandarts, waaronder veel mensen die geen tandheelkundige klachten hebben. Dit geeft de tandarts een unieke positie om tandheelkundige slaapstoornissen of de oorzaken en/of de gevolgen daarvan te voorkomen en/of tijdig te herkennen en/of te behandelen door intensief samen te werken met de medische disciplines.

Mijn droom is dat de tandarts in de algemene praktijk deze rol oppakt.

Referentie: Huang Z, Zhou N, Lobbezoo F, Almeida FR, Cistulli PA, Dieltjens M, Huynh NT, Kato T, Lavigne GJ, Masse JF, Pliska BT, van de Rijt L, Sutherland K, Thymi M, Vanderveken OM, de Vries R, Aarab G. Dental sleep-related conditions and the role of oral healthcare providers: A scoping review. Sleep Med Rev. 2023 Feb;67:101721. doi: 10.1016/j.smrv.2022.101721. Epub 2022 Nov 19. PMID: 36446166.

Prof. dr. Ghizlane Aarab werkt in onderzoek, verzorgt onderwijs en behandelt patiënten in het kader van
de tandheelkundige slaapgeneeskunde op de afdeling Orofaciale Pijn en Disfunctie bij het Academisch Centrum Tandheelkunde in Amsterdam (ACTA). Zij is tevens werkzaam in de algemene praktijk met de focus op TMD/orofaciale pijn, restauratief herstel van ernstige gebitsslijtage en de tandheelkundige
slaapgeneeskunde.

Prof.dr. Aarab geeft tijdens deze presentatie een overzicht van haar oratie, en neemt
hierbij het publiek mee in de wereld van tandheelkundige slaapstoornissen en de toekomst hiervan.

Verslag door dr. Merel Verhoeff, tandarts en onderzoeker aan ACTA, voor dental INFO van de lezing van prof.dr. Aarab tijdens het NVTS-Lustrumcongres.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Slaapgeneeskunde, Thema A-Z