Tuchtrecht: Orthodontist krijgt berisping wegens onvoldoende regie over langdurige behandeling

Tuchtrecht

Een orthodontische behandeling duurde meerdere jaren zonder duidelijke evaluatie van de voortgang. Ook bleef een klachtbrief onbeantwoord. Volgens het tuchtcollege ontbrak voldoende regie op de behandeling. De orthodontist kreeg daarvoor een berisping.

Situatie

Een patiënt meldde zich in 2016 als kind bij een orthodontist vanwege een afwijkende gebitsontwikkeling. Na onderzoek werd eerst afgewacht hoe het wisselgebit zich zou ontwikkelen. In de jaren daarna vonden verschillende controles plaats en werden onder meer een boventallig element en later een ernstig aangetaste kies verwijderd.

In 2020 werd gestart met een behandeling met vaste orthodontische apparatuur om een verloren gegaan element in de onderkaak te vervangen door ruimte te sluiten. Kort daarna was de orthodontist vanwege gezondheidsproblemen gedurende langere tijd afwezig. De behandeling werd vervolgens grotendeels uitgevoerd door collega-orthodontisten binnen dezelfde praktijk.

Tijdens het behandeltraject ontstonden regelmatig problemen met losgeraakte brackets, onvoldoende mondhygiëne en het niet consequent dragen van elastieken. In 2022 werd een ortho-implantaat geplaatst om de behandeling te ondersteunen.

In augustus 2024 vond de laatste controle plaats. De moeder van de patiënt uitte daarna haar zorgen over de lange behandelduur, de kosten en het uitblijven van resultaat. Ook stelde zij dat eerder was aangegeven dat een schroef de gewenste tandverplaatsing belemmerde. Nadat een gesprek hierover niet tot stand kwam en een formele klacht onbeantwoord bleef, werd een tuchtklacht ingediend.

Klacht

De patiënt verwijt de orthodontist dat:

a. hij niet aanwezig was bij belangrijke onderdelen van de behandeling;

b. onvoldoende toezicht is gehouden op de voortgang van de behandeling en een verkeerd geplaatste schroef niet tijdig is opgemerkt;

c. de behandeling na de laatste controle in 2024 is vastgelopen zonder dat contact werd opgenomen;

d. de communicatie rondom een afspraak onvoldoende professioneel was;

e. niet is gereageerd op schriftelijke klachten.

Beoordeling

Het college oordeelt dat een orthodontist behandelingen mag laten uitvoeren door een andere BIG-geregistreerde orthodontist. Het enkele feit dat de behandelaar niet persoonlijk aanwezig was bij bepaalde ingrepen levert daarom geen tuchtrechtelijk verwijt op.

Wel vindt het college dat de orthodontist onvoldoende regie heeft gevoerd over het langdurige behandeltraject. In het dossier ontbrak een duidelijk en kenbaar behandelplan waaruit bleek welk einddoel werd nagestreefd en hoe de behandeling zou verlopen. Ook was niet terug te vinden dat de voortgang of de inmiddels aanzienlijke behandelduur structureel met de patiënt en zijn ouders was geëvalueerd.

Volgens het college werd hierdoor onvoldoende toezicht gehouden op de behandeling, zeker nadat collega’s een groot deel van de zorg hadden overgenomen. Daarnaast blijkt uit het dossier niet dat voldoende inspanningen zijn verricht om contact te houden wanneer afspraken uitvielen of wanneer vragen ontstonden over de duur en kosten van de behandeling.

Het verwijt dat een schroef verkeerd zou zijn geplaatst, acht het college niet bewezen. Dat een ortho-implantaat of tijdelijke verankering losraakt, kan voorkomen tijdens een orthodontische behandeling. Niet is aangetoond dat hierdoor de behandeling daadwerkelijk is belemmerd.

Ook over de afspraak waarbij moeder en zoon na een periode van wachten onverrichter zake vertrokken, kan het college niet vaststellen dat de orthodontist hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Dat klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Anders ligt dat bij de formele klacht die eind 2024 werd ingediend. Vaststaat dat deze klacht de orthodontist heeft bereikt, maar dat daarop geen inhoudelijke reactie volgde. Het college rekent hem dit aan. Een klacht die rechtstreeks aan een behandelaar is gericht, moet zorgvuldig worden behandeld en beantwoord.

Uitspraak

Het college verklaart de klachten over het gebrek aan regie op de behandeling, het uitblijven van contact nadat de behandeling was vastgelopen en het niet reageren op de klachtbrief gegrond. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

Gezien de duur van de problemen, het gebrek aan sturing tijdens de behandeling en het ontbreken van voldoende zelfreflectie legt het college de orthodontist een berisping op.

Bron:
Overheid.nl

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wat is je functie? 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving