protocol

Protocol voor immediate vervanging in de esthetische zone

Bij de conventionele methoden (de early- of delayed protocollen) voor het vervangen van een element in de esthetische zone wordt een element eerste geëxtraheerd en vervolgens wordt genezing afgewacht om daarna over te gaan naar implantatie. Hierbij blijkt dat er in meer dan 80% van de gevallen tegen die tijd te weinig bot is om tot een esthetisch goed resultaat te komen. Daarnaast is dit een traject dat ongeveer een jaar beslaat, een tijd waarin een patiënt vaak een plaatje draagt ter tijdelijke vervanging.

Tristan Staas en Edith Groenendijk hebben een protocol opgesteld waarbij het element in één dag vervangen wordt voor een implantaat met een tijdelijke kroon.

Protocol
Het protocol van Staas en Groenendijk bestaat uit de volgende stappen:

1. Extractie en ridge perservation, Implanteren, Tijdelijke voorziening vervaardigen.
2. Definitieve voorziening vervaardigen (na 2-6 maanden)

Buccale recessie
Bij de conventionele methoden wordt vaak buccale recessie gezien na extractie. Deze recessie ontstaat doordat na extractie van het element het parodontale ligament verdwenen is, waardoor de buccale botlamel niet meer van bloedtoevoer voorzien wordt en afsterft.

Ook bij direct implanteren zal de buccale botlamel uiteindelijk verloren gaan, echter kan deze botlamel wel als resorbeerbaar membraan gebruikt worden en er op die manier voor zorgen dat buccale botresorptie tot een minimum beperkt wordt – dit wordt ridge perservation genoemd. Door het implantaat iets achter de socket te plaatsen (zorg voor initiële stabiliteit!) en de ruimte tot aan de buccale lamel op te vullen met botpartikels is dit te verwezenlijken. Belangrijk hierbij is ervoor te zorgen dat de ruimte tussen het implantaat en de botlamel minimaal 2 mm bedraagt. Door deze procedure wordt gezien dat er hoogte van het bot gewonnen wordt en omdat weke delen het bot volgen, zorgt dit voor een esthetisch beter resultaat. Immers: the bone sets the tone, the tissue is the issue!

Behouden en hersteld
Door deze ‘immediate placement’ worden harde en zachte weefsels zo goed mogelijk behouden en hersteld. Na 2-6 maanden wordt de tijdelijke kroon op het implantaat vervangen door een definitieve.

Behandelplan
Belangrijk is te onthouden om geen extractie uit te voeren zonder een behandelplan. De buccale botlamel hoort immers bij het element en zal verloren gaan na extractie. Voor een goed esthetisch resultaat is deze 3-dimensionale omgeving van belang (bone sets the tone!). Daarnaast is een implantaat niet zomaar een vervanging voor een natuurlijk element, een implantaat vraagt andere omstandigheden – bijvoorbeeld 2mm bot rondom.

Voor een goed esthetisch resultaat is het verder van belang om subgingivaal uitsluitend met biocompatibele materialen te werken.

Redenen voor geen immediate placement
Ontsteking, dun biotype, recessie, het ontbreken van een buccale botlamel, naastliggende implantaten, een hoge lachlijn of een grijze doorschemering zijn geen redenen om niet tot immediate placement over te gaan.

Resultaten
De resultaten twee jaar na deze ‘immediate placement’ zijn goed; er is sprake van weinig botafname in horizontale dimensie na implantaatplaatsing (gemiddeld 0,6mm) en een bottoename (van 1,6 mm) in verticale dimensie. Ook geven patiënten een hoge score op tevredenheid na deze behandeling. Momenteel wordt dit protocol landelijk prospectief onderzocht.

Tristan Staas is als tandarts in 1988 afgestudeerd aan de Universiteit van Utrecht, hij is mede oprichter en -eigenaar van Staas & Bergmans. Tristan houdt zich in de praktijk met name bezig met implantologie, en is in het bijzonder geïnteresseerd in immediate replacement (het direct vervangen van verloren tanden en kiezen door implantaten) in de esthetische zone. Naast zijn werk bij Staas & Bergmans is Tristan werkzaam bij de Tandartsengroepspraktijk Zaltbommel, geeft hij training aan tandartsen en implantologen in immediate implantologie en geeft hij lezingen in zowel binnen- als buitenland. Tristan is lid van de NVOI (Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie), bestuurslid van BIN (Belangenvereniging Implantologie Nederland) en de NobelBiocare Advisory Board, en doet onderzoek in samenwerking met UMCG en Radboud naar immediate procedures in de esthetische zone.

 Edith Groenendijk studeerde in 1989 af in de Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.  Vanaf dat moment is zij als algemeen practicus in verschillende praktijken werkzaam geweest. In 1992 opende zij haar algemene praktijk te Den Haag alwaar zij zich op de parodontologie en duurzame restauratieve tandheelkunde richtte. Van 1998 tot en met 2000, volgde zij  de Post-Academische opleiding tot tandarts-implantoloog aan het ACTA,  waarna zij de Master of Science titel in de Orale Implantologie behaalde. Vanaf dat moment opende zij haar verwijspraktijk voor Orale Implantologie te Den Haag.
Haar speciale interesse heeft de tandvervanging in de esthetisch zone. In samenwerking met collega Staas ontwikkelde zij hiervoor op basis van de bestaande literatuur een protocol. Hun Immediate Placement Protocol (IIP) wordt sinds 2009 met succes toepast binnen de klinieken van Staas & Groenendijk. Groenendijk schreef een treatment rational en zij publiceerden twee retrospectieve onderzoeken over de stabiliteit van de buccale botlamel en de esthetische uitkomst na directe tandvervanging in de esthetische regio van de bovenkaak. In samenwerking met de Radboud Universiteit te Nijmegen, het UMCG te Groningen en een zestal verwijspraktijken voor Orale Implantologie startten zij eind 2014 een prospectief multi-centrum klinisch onderzoek met betrekking tot dit IIP protocol.
Naast haar werk als tandarts-implantoloog is Edith Groenendijk lid van meerdere wetenschappelijke verenigingen waaronder de NVOI, AcBin, NvVP, NvGPT, NVVRT, EAO, is zij mentor van de Nobelbiocare Esthetic group NL, lid van de advisory board van Nobelbiocare en geeft zij lezingen en cursussen in binnen- en buitenland.

Verslag door Annalous van Poppel, voor dental INFO, van de lezing van drs. T. Staas en drs. E. Groenendijk tijdens het jaarcongres 2016 ‘Bijzondere tandheelkunde in uw praktijk’ van de NVGPT.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Implantologie, Kennis, Thema A-Z
mondprotheses

Obstructieve slaap apneu gelinkt aan mondprotheses

Nieuw onderzoek suggereert dat er een sterke link bestaat tussen obstructieve slaapapneu (OSAS) en complicaties met eerder geplaatste mondprotheses.

Bruxisme
OSAS komt regelmatig voor op de plekken waar de wanden van de keel vernauwen tijdens het slapen, waardoor zij het normale adempatroon verstoren. Deze slaapstoornis wordt vaak gelinkt aan slaapbruxisme.

Link met gezondheidsproblemen
Beide slaapstoornissen zijn al gelinkt aan verschillende gezondheidsproblemen, maar nog nooit aan problemen met protheses. Dit nieuwe onderzoek deed dat wel door bij 67 patiënten te analyseren hoe vaak er een complicatie bij hun protheses was, en wat voor complicatie dit dan was. Tegen de verwachtingen in werden er veel complicaties gevonden die te maken hadden met OSAS.

Complicaties
De gevonden complicaties bestonden uit een porselein fractuur, fractuur van de implantaat, het los gaan van de screw en decementation. Gemiddeld genomen ontstonden de complicaties 73 maanden na het plaatsen van de prothese.

Resultaten
Tijdens dezelfde studie werd ook een sterke link gevonden tussen mensen die OSAS en slaap bruxisme hebben. Vorige studies bevonden al dat mensen met bruxisme meer kans hebben op complicaties met implantaten. 81 procent van de patiënten met OSAS ondervond complicaties met hun protheses, terwijl over het algemeen het slagingspercentage tussen de 92 en 97 procent ligt. Dit toont aan dat mensen met OSA en/of bruxisme minder kans hebben op een succesvolle plaatsing van een mondprothese.

De onderzoekers zien dat het als nodig om de correlatie tussen OSA en implantaat complicatis verder te onderzoeken om de risico factoren goed te kunnen begrijpen.

Bron:
Journal of oral implantology

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
gezondheidsrisico's

Mondzorgberoepen hoog op lijst beroepen met meeste gezondheidsrisico’s

De website heeft onderzocht welke beroepen de meeste gezondheidsrisco’s met zich meebrengen. De mondzorgprofessionals blijken hoog te scoren op de lijst met beroepen met gezondheidsrisico’s. De mondhygiënist staat zelfs op 1!

Risicofactoren
Om tot een top 37 van de ongezondste beroepen in Amerika te komen, is gebruik gemaakt van de gegevens van de Occupational Information Network, een database met gedetailleerde informatie over 947 verschillende beroepen. Er is gekeken in hoeverre er bij deze beroepen sprake is van de volgende zes risicofactoren:

  • blootstelling aan schadelijke stoffen;
  • blootstelling aan ziekten en infecties;
  • blootstelling aan gevaarlijke omstandigheden;
  • blootstelling aan straling;
  • risico op kleine verbrandingen, snijwonden, beten en steken;
  • hoeveelheid tijd die zittend wordt doorgebracht (omdat is aangetoond dat langdurig zitten het leven verkort).

Top 5 risicoberoepen
Voor de risicofactoren is op een schaal van 0 tot 100 aangegeven in hoeverre ze van toepassing zijn op de verschillende beroepen. Hoe hoger de score, hoe hoger het risico.

Met deze methode blijken de medische beroepen hoog te scoren. De top 5 van beroepen met de meeste gezondheidsrisico’s is als volgt:

  1. mondhygiënist
  2. tandarts
  3. dierenartsassistent
  4. tandtechnicus
  5. tandartsassistent

Scores
De totale score van de mondhygiënist bedraagt 72,8. Dit beroep scoort vooral op blootstelling aan ziekten en infecties (score 100), blootstelling aan straling (score 91) en hoeveelheid tijd die zittend wordt doorgebracht (score 85).

De tandarts heeft als algemene score 69,5. Blootstelling aan ziekten en infecties levert 95 op, blootstelling aan straling 85 en hoeveelheid tijd die zittend wordt doorgebracht 82.

Bij de tandtechnicus is de totale score 65,7, de blootstelling aan schadelijke stoffen 99, hoeveelheid tijd die zittend wordt doorgebracht 85 en blootstelling aan ziekten en infecties 72.

De tandartsassistent scoort in totaal 65,5, op blootstelling aan ziekten en infecties 96, op blootstelling aan straling 85 en op blootstelling aan schadelijke stoffen 78.

Lees meer over: Carrière, Thema A-Z
gezonde peutermonden

Preventieprogramma Gezonde peutermonden van start

In april startte het project ‘Gezonde Peutermonden’ een preventieprogramma op consultatiebureaus. Dit programma is gericht op het bevorderen van mondhygiëne en preventie van cariës ter verbetering van de mondgezondheid bij peuters.

Sinds 1 april worden mondzorgcoaches op een aantal consultatiebureaus ingezet ter verbetering van de mondzorg voor peuters. De meeste kinderen bezoeken pas na het vierde levensjaar voor het eerst een tandarts. Maar veel kinderen hebben dan al cariës. Veel ouders weten niet dat mondzorg voor kinderen verzekerd is. Daardoor bereikt beschikbare preventieve mondzorg te weinig kinderen. Om dit ongewenste patroon te doorbreken wordt in het project ‘Gezonde Peutermonden’ een preventieprogramma op consultatiebureaus gestart. Dit programma is gericht op het bevorderen van mondhygiëne en preventie van cariës ter verbetering van de mondgezondheid bij peuters.

Geïndividualiseerd preventief mondzorgprogramma
Mondgezondheidsvoorlichting is een van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) basistaken. Om deze basistaak te ondersteunen wordt een mondzorgcoach op het consultatiebureau gedetacheerd. Aansluitend aan de reguliere consultatiebureaubezoeken geeft de mondzorgcoach een geïndividualiseerd preventief mondzorgprogramma aan baby’s en peuters. Dit programma is gebaseerd op het succesvolle Schotse Childsmile Project (www.child-smile.org.uk) en het Gewoon Gaaf programma van het Ivoren Kruis (www.gewoon-gaaf.nl). Het preventieprogramma is complementair aan en zal niet interfereren met de gebruikelijke zorgafspraken in de mondzorgpraktijk. De Hogeschool Utrecht gaat de effecten van dit initiatief onderzoeken. Het project wordt mede gefinancierd en ondersteund door het Ivoren Kruis, Oral-B, KNMT, NVM en NVvK.

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Mondhygiëne, Thema A-Z
zoetekauw genetisch bepaald

Voorkeur voor zoet genetisch bepaald

Het zou goed kunnen dat het wel of niet zijn van een zoetekauw genetisch bepaald is, aldus nieuw onderzoek. Er werd een link gevonden tussen de hoeveelheid consumptie van zoete dingen en een bepaald hormoon.

Regulering consumptie zoete snacks
Onderzoek op dieren heeft gesuggereerd dat een hormoon dat in de lever wordt geproduceerd de consumptie van zoet eten en drinken reguleert. Nieuw onderzoek is verder gegaan met het ontdekken van de link tussen biologie en gedrag en heeft gevonden dat het hebben van een voorkeur voor zoet inderdaad nog wel eens genetisch bepaald kan zijn.

A-allel
Matthew P. Gillum, een van de onderzoekers en assistent professor aan de Universiteit van Kopenhagen, geeft aan dat ze geïnteresseerd waren in het onderzoeken van de a-allel, wat een veelvoorkomende variant van het FGF21 gen is en wordt geassocieerd met een hoge consumptie van suikerrijke producten door mensen.

Voeding en (mond)gezondheid
Doordat de wereld van wetenschap en gezondheid steeds meer leert over de rol van voeding bij (mond)gezondheid bestaat er meer interesse om biologische mechanismes die eetpatronen beïnvloeden te begrijpen. Er werd specifiek naar FGF21 gekeken, aangezien al eerder is gebleken dat deze nog wel eens de suikerinname zou kunnen beïnvloeden.

Eerste onderzoek
Om dit te doen werden twee gerelateerde onderzoeken uitgevoerd. In de eerst werd data gebruikt van de Inter99 studie: een genetisch onderzoek onder Denen tussen de 30 en 60 jaar, die bloed hebben afgegeven en 198 verschillende vragen over hun voedingspatronen hebben beantwoord.

Hierbij werd gekeken naar hoe de variatie van hormonen combineert met de consumptie van zoete dingen. Een variatie van FGF21, de rs838133 a-allel kwam hier zeer sterk uit – de deelnemers met deze gen-variatie hadden 19% meer kans om in de top 3 van meest zoet-consumerende deelnemers voor te komen, terwijl ze niet per se meer calorieën innamen. Ook hadden ze over het algemeen een lager BMI. Wel was de kans op roken of alcohol consumptie ook hoger bij mensen met deze allel.

Tweede onderzoek
Voor de tweede studie werd een klinisch experiment uitgevoerd met 51 gezonde mannen tussen de 18 en 39 jaar en een normaal BMI. Dit onderzoek vond een omgekeerde relatie tussen FGF21 niveaus en een voorkeur voor zoet. Deelnemers die niet van zoete snacks hielden hadden 51% meer kans op FGF21 in hun bloed dan diegenen die wel van zoete snacks hielden.

Vervolgens werden 41 van de deelnemers teruggehaald en gevraagd om 12 uur te vasten, gevolgd bij een consumptie van 75 gram sucrose. Hierna bleek dat de FGF21 niveaus dramatisch verhoogden bij zowel de groep die wel als niet van zoete snacks hield. Dit suggereert dus ook dat het hormoon helpt bij de regulatie van zoete consumptie.

Bron:
Cell Metabolism

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z
Jaarverslag van DHIN

DHIN haalt doelstellingen 2016

In het jaarverslag van DHIN is verslaggegeven wat er het afgelopen jaar allemaal is gedaan. De titel? “DHIN blijft ook in 2016 trouw aan zijn doelstellingen.”

Verbeteren van preventieve zorg en meer
Het jaarverslag begint met het stellen dat de basis doelstellingen van de DHIN overeind zijn blijven staan in 2016, namelijk het verbeteren van de preventieve zorg, het verbeteren van de toegankelijkheid van de mondzorg, het verbeteren van de werkomstandigheden van de mondgezondheidswerkers en het verbeteren van de hygiënische omstandigheden bij het geven van mondzorg.

Faciliteren van projecten
Het afgelopen jaar heeft DHIN onder andere aan deze doelstellingen proberen te werken door projecten in ontwikkelingslanden, maar ook in oorlogsgebieden zoals Syrië en Europa, te faciliteren met instrumentarium, materialen en apparatuur. Zo heeft DHIN onder andere tandenborstels geleverd aan het AZC Heumensoord. Ook heeft DHIN tandheelkundige hulp voor Lesbos ondersteunt met materialen.

Overige gebeurtenissen
Daarnaast heeft DHIN op 20 mei een landelijke contactdag georganiseerd en zijn Hette en Wolter inmiddels meer dan 25 jaar actief voor DHIN. Ries Klomp heeft in 2016 afscheid genomen van DHIN. Ook heeft DHIN Peruaanse collega’s de gelegenheid gegeven om een verhaal te vertellen over hoe zij in Peru de arme bevolking in de geïsoleerde dorpen rondom Cuzco op tandheelkundig gebied willen steunen.

Een compleet overzicht van de activiteiten van DHIN van 2016 is te vinden in het jaarverslag.

Bron:
DHIN Jaarverslag 2016

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z

TePe EasyPick: Het geheim zit in de combinatie van materialen

TePe EasyPick™ wordt aanbevolen voor dagelijks gebruik, zelfstandig of als aanvulling op andere interdentale reinigingsmiddelen. De kern is stabiel en flexibel tegelijk, de brede siliconen lamellen voelen comfortabel aan en reinigen efficiënt tussen de tanden.

TePe EasyPick™ wordt in Zweden geproduceerd en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met tandheelkundige experts.

Het geheim zit in de combinatie van materialen

Klik hier voor de vergrote versie van TePe EasyPick

 

Lees meer over: Mondhygiëne, Producten, Thema A-Z, Video

Meer zelfvertrouwen voor vrouwen door verwendag in tandartspraktijk

19 mei vond in Amersfoort voor het eerst in Nederland Smiles for Success plaats: een gratis verwendag, speciaal voor vrouwen die het wat minder breed hebben. Deze werd georganiseerd door tandarts Carolien Schut, in samenwerking met de Genadebank.

Het doel van de dag was om de doelgroep meer zelfvertrouwen te geven. Vrouwen die het financieel gezien niet zo breed hebben, hebben niet altijd geld om goede verzorgingsproducten voor hun uiterlijk te kopen wat hen onzeker kan maken.

Er werd een ware beautywasstraat ingericht in de tandartspraktijk, waar medewerkers van schoonheidssalon Jarina en mondhygiëniste Jacinta van der Linden klaar stonden om het               zelfvertrouwen van de dames een boost te geven. Aan het einde van de dag kreeg elke deelnemer een goodiebag mee naar huis.

Bron:
Destadamersfoort.nl

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
Whopper-tandpasta

Whopper-tandpasta voor een frisse adem

De nieuwe campagne van Burger King is wel heel bijzonder: in plaats van een nieuwe burger wordt hierin namelijk niets minder dan een Whopper-tandpasta geïntroduceerd.

Een frisse mond met Burger King
In de campagne is een man te zien die zoveel van de beroemde Whopper-burgers houdt dat hij na het eten ervan zijn tanden nooit wilt poetsen, om zo de smaak in zijn mond te houden. Verrassend genoeg is zijn vriendin daar helaas niet zo blij mee, waardoor ze het uitmaakt. Gelukkig is daar dan de oplossing: door de Whopper-tandpasta is zijn mond altijd fris, inclusief Whopper-smaak, en wilt zijn vriendin weer bij hem zijn.

Marketingstunt
Helaas is deze campagne geen werkelijkheid, maar slechts een publiciteitsstunt. Aangezien de reclame eind maart werd gepubliceerd is het ook goed mogelijk dat Burger King de campagne als een vroege 1 april grap zag.

Bron:
Eater

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
Stralingsdeskundigen

Juridische uitspraak: Erkenning buitenlands diploma stralingsdeskundigen

Na een juridische uitspraak voert de ANVS geen waarderingen meer uit van buitenlandse diploma’s stralingsdeskundigheid.

Wel zorg voor voldoende bij- en nascholing
Een tandarts die is afgestudeerd in een land binnen de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland, voldoet aan het vereiste niveau om zelfstandig röntgenopnamen te maken – en alle handelingen die daarbij horen; indicatiestelling, interpretatie etc. –  en/of om de taken van Toezichthoudend Deskundige uit te voeren. Net zoals voor de tandarts die in Nederland is afgestudeerd geldt wel dat er zorg gedragen moet worden voor voldoende bij- en nascholing.

Dit meldde de ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) aan de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche).

Aanpassing in Richtlijn Tandheelkundige Radiologie
De informatie over de erkenning van buitenlandse diploma’s in de KNMT Richtlijn Tandheelkundige Radiologie is door de uitspraak van de rechter achterhaald en zal in de loop van het jaar geactualiseerd worden, volgens de KNMT.

Bron:
Bericht van de ANVS (Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) aan de VGT (Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche) en KNMT.

Lees meer over: Ondernemen, Röntgen | Digitale tandheelkunde, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
tandartsfobie

Tandartsangst leidt tot meer cariës en tandverlies

Mensen met een tandartsfobie hebben meer kans actieve cariës en ontbrekende tanden. Dit blijkt uit een nieuwe studie uitgevoerd door King’s College Londen, waarin sociale en demografische correlaten van mondgezondheid en levenskwaliteit in relatie tot tandartsfobie worden onderzocht. Dit wordt in vergelijking gedaan met mensen zonder deze fobie.

Tandartsangst
Angst voor het bezoeken van de tandarts komt vaak voor. Het wordt een fobie wanneer het een uitgesproken invloed heeft op het welzijn van iemand. De studie analyseert de dataset van de Britse Adult Dental Health Survey (2009) om te kijken naar de algemene mondgezondheid van degenen met een tandheelkundige fobie.

Vrouwen vaker fobisch
De gegevens bestonden uit 10.900 deelnemers, waarvan een totaal van 1.367 werd geïdentificeerd als fobisch. Hieronder vielen 344 mannen en 1.023 vrouwen.

Resultaten
De resultaten toonden aan dat mensen met een tandartsfobie meer kans hebben op cariës in vergelijking met niet-fobische respondenten, en waarschijnlijk één of meer ontbrekende tanden zouden hebben.

Problemen uit de weg gaan
Het rapport beweerde dat dit kan zijn omdat deze mensen regelmatige tandartsbezoeken uit de weg gaan. Zodra een bezoek is gemaakt, kan de fobische patiënt ook een korte termijn oplossing kiezen in plaats van een langdurig zorgplan.

Correlatie
“De correlatie tussen degenen met ontbrekende tanden en een tandartsfobie kan het gevolg zijn van behandelingsbeslissingen die worden gemaakt wanneer het individu met de tandartsfobie eindelijk behandeld wordt. Zowel de patiënt als de tandarts kunnen eerder kiezen voor extractie in plaats het inplannen van afspraken voor het voltooien van een restauratie”, verklaart professor Tim Newton van het King’s College London Dental Institute.

Kwaliteit van het leven
De studie onderzocht ook hoe de tandartsfobie de kwaliteit van het leven van iemand kan beïnvloeden. Hierbij werd de invloed op het fysiologische, psychologische, sociale en emotionele welbevinden onderzocht. Mensen met een tandartsfobie ondervonden een grotere invloed, zelfs wanneer de tandaandoening onder controle was.

Minder lachen
“Ander onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een tandartsfobie negatieve gevoelens hebben, zoals verdriet, vermoeidheid, ontmoediging en algemene angst, minder vitaliteit en meer uitputting”, legt dr. Ellie Heidari, de voornaamste auteur van de studie, uit. “De schaamte die ontstaat dankzij een slecht gebit voorkomt dat ze lachen en hun tanden laten zien”.

Preventieve zorg
De bevindingen hebben ook gevolgen voor preventieve zorg voor mensen met een tandartsfobie. Door hen te voorzien van een gedetailleerd mondeling gezondheidszorgplan voor thuis, kunnen tandartsen helpen bij het verminderen van acute aandoeningen.

Programma
Het team van het tandheelkundige instituut ontwikkelt nu een preventief programma voor mensen met een tandartsfobie. Hierbij richten ze zich op wat er gedaan kan worden bij het voorkomen van acute aandoeningen.

Bron:
eurekalert.org

Lees meer over: Cariës, Mondhygiëne, Pijn | Angst, Thema A-Z
inzagebevoegdheid van IGZ?

Is er dan eindelijk meer duidelijkheid over de inzagebevoegdheid van IGZ?

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft een wettelijke bevoegdheid om patiëntendossiers in te zien, zelfs zonder toestemming van de patiënt. In de praktijk is niet duidelijk wanneer IGZ van deze bevoegdheid gebruik mag maken. In een nieuw beleidskader, opgesteld door IGZ, is toegelicht hoe IGZ haar inzagebevoegdheid gebruikt. Wordt daarmee de broodnodige duidelijkheid verschaft?

De belangrijkste taak van IGZ is het toezicht op de naleving van wet – en regelgeving op het terrein van de gezondheidszorg, waaronder de mondzorg. In het kader van haar taken hebben de ambtenaren van IGZ diverse bevoegdheden toegekend gekregen. De bevoegdheid om zonder toestemming van de patiënt zorgdossiers in te zien, is in een aantal specifieke wetten geregeld. Te denken valt aan de Wet BIG, de Wkkgz, de Wlz en de WMO 2015.

Inzagebevoegdheid, maar in welke gevallen?
Tot op heden is onduidelijk in welke gevallen IGZ van haar inzagebevoegdheid zonder toestemming van de patiënt gebruik kan maken. Zo bepaalt artikel 24, vierde lid, van de Wkkgz:

“De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is en in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot inzage van de dossiers van cliënten.“

Wanneer inzage in de zorgdossiers ‘voor de vervulling van hun taak noodzakelijk’ is, was in de praktijk niet duidelijk. Om die onduidelijkheid enigszins het hoofd te bieden, heeft de minister van VWS in 2009 aan de voorzitter van de Eerste Kamer een brief gezonden, waaruit bleek dat IGZ alleen gebruik mocht maken van haar inzagebevoegdheid als toestemming van de betreffende patiënt onmogelijk of onevenredig belastend is. In overige situaties diende IGZ toestemming te vragen aan de patiënt.

Nieuw beleidskader
Na de brief van de minister van VWS bleek de inzagebevoegdheid van de IGZ-ambtenaren in de praktijk moeilijk uit te voeren. Om die reden is door IGZ een nieuw beleidskader ontwikkeld. Het uitgangspunt van dat beleidskader is dat IGZ de wettelijke bevoegdheid heeft om zonder voorafgaande toestemming van de patiënt zorgdossiers in te zien, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van hun toezicht. Het nieuwe beleidskader kent vier ‘pijlers’:

  • Inzagebevoegdheid

Van de inzagebevoegdheid moet ‘prudent en proportioneel’ gebruik worden gemaakt. Daarbij zal IGZ alleen van de bevoegdheid gebruik maken, als dat noodzakelijk is voor haar toezichthoudende taak en als gebruik van de inzagebevoegdheid proportioneel en evenredig is.

  • Grootschalige onderzoeken

Bij grootschalige onderzoeken zal IGZ, wanneer zij patiëntendossiers zonder toestemming van de patiënt wenst in te zien, dit onderzoek op haar website aankondigen. De inzagebevoegdheid heeft niet primair tot doel om persoonsgegevens in te zien, maar om door middel van zorgdossiers inzicht te krijgen in het handelen van de zorgaanbieder.

  • Afgeleid beroepsgeheim

De IGZ-ambtenaar, die inzage verkrijgt in zorgdossiers van patiënten, heeft een medisch beroepsgeheim dat is afgeleid van de zorgaanbieder. De betrokken IGZ-ambtenaar kan en moet, in geval van een verplichting tot het verstrekken van de informatie uit de individuele dossiers, zich dus beroepen op een afgeleid verschoningsrecht.

  • Kopieën dossiers

Indien IGZ het noodzakelijk acht om voor de uitoefening van haar toezichthoudende taak dossiers van patiënten in te zien, is zij ook bevoegd om kopieën van die dossiers te maken.

Is er dan nu duidelijkheid over de inzagebevoegdheid van IGZ?
Kort en goed: nee. Het beleidskader geeft, naast enkele toevoegingen betreffende het beroepsgeheim en de grootschalige onderzoeken, slechts enkele al bestaande handvatten om te bepalen of IGZ gebruik mag maken van haar inzagebevoegdheid. Reeds op grond van de wet was immers duidelijk dat IGZ slechts gebruik mag maken van de inzagebevoegdheid, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van hun toezicht. Bovendien wordt in het beleidskader niet concreet gemaakt wat ‘proportioneel’, ‘evenredig’, ‘prudent’, en ‘redelijkerwijs noodzakelijk’ betekent. Dat betekent dat nog steeds van geval tot geval door IGZ – en door de zorgaanbieder jegens wie de controle gericht is – moet worden bepaald of inzage in de individuele patiëntendossiers door IGZ geoorloofd is.

Verantwoordelijkheid mondzorgprofessional
Voor mondzorgprofessionals en andere zorgaanbieders is het niet zonder risico om, zonder daar verder bij stil te staan, mee te werken aan een onderzoek van IGZ of de zorgverzekeraar, die ook onderzoeksbevoegdheden heeft. Want als een zorgaanbieder onverplicht gegevens heeft verstrekt in gevallen waarin dat op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens niet had gemogen, kan de zorgaanbieder zich niet verschuilen achter een verzoek van bijvoorbeeld de zorgverzekeraar. Ook is er geen restrictie voor IGZ en de zorgverzekeraar om gegevens die ten onrechte verstrekt zijn te gebruiken. Dit is niet onrechtmatig verkregen bewijs. En dan hebben wij het nog niet eens gehad over de zware sancties die IGZ en de zorgverzekeraar op kunnen leggen bij een (materiële) controle.

Door: Daniël Post & Karik van Berloo – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen| Adviseurs in de zorg

Aangezien wij in de praktijk zien dat zorgaanbieders worstelen met hun rol tijdens dergelijke controles, organiseren wij een kosteloos seminar waarin wordt ingegaan op de rechten en plichten bij zowel een materiële controle van een verzekeraar en een toezichtbezoek van IGZ. Daarnaast zal nader ingegaan worden op de bevoegdheden van IGZ. Ook zullen tips & tricks en do’s en don’ts gedeeld worden hoe u het beste kunt omgaan met een controle. Meer informatie en aanmelden

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
toezicht, vergrootglas

Toezicht en maatregelen door de IGZ in 2016

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft Jaarbeeld 2016 gepubliceerd. Hierin doet zij verslag van haar toezicht op zorgaanbieders en de opgelegde maatregelen in 2016. In de mondzorg richtte het toezicht zich vooral op de Kernenergiewet, infectiepreventie en de bekwaamheid van professionals in de mondzorg. De inspectie heeft daarbij haar focus verlegd van incidententoezicht naar risicotoezicht.

Risicotoezicht
Bij risicotoezicht verzamelt de IGZ proactief en periodiek in- en externe informatie om zicht te krijgen op risico’s die zorg- of sectorbreed gelden.
In de mondzorg richtte dit zich in 2016 op de naleving van de Kernenergiewet. De IGZ heeft hiervoor 40 praktijken onderzocht. Daarbij is gekeken naar het beheer van het kernenergiedossier en de deskundigheid van de behandelaar. In een aantal praktijken werden verbetermaatregelen opgelegd of werd het uitvoeren van radiologische verrichtingen zelfs verboden.

Incidententoezicht
Incidententoezicht volgt op meldingen die de inspectie ontvangt van zorgaanbieders, fabrikanten en burgers die kunnen wijzen op structureel risicovolle situaties.

De IGZ ontving in 2016 met betrekking tot mondzorg vooral meldingen over de bevoegdheid en bekwaamheid van professionals en de kwaliteit van zorg. Samen met de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (KNMT) en de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) wil de inspectie komen tot expliciete veldnormen. In 2017 wordt hier een vervolg aan gegeven.

Daarnaast is naar aanleiding van meldingen en signalen aandacht besteed aan gunstbetoon. In 2016 is begonnen met een onderzoek naar hoge bedragen in het Transparantieregister, dat in 2017 zal worden afgerond.

Handhavende maatregelen
Meldingen over het functioneren van individuele beroepsoefenaars hebben in enkele gevallen geleid tot handhavende maatregelen. Het ging hierbij om twee aanwijzingen en een bevel.

Zorgfraude
Op het gebied van zorgfraude richt de inspectie richt zich op het beoordelen van de kwaliteit en veiligheid van de zorg in relatie tot een mogelijk onrechtmatige financiële verantwoording van die zorg. Het toezicht hierop komt tot stand aan de hand van interne en/of externe signalen. In 2016 zijn meer dan 150 signalen en adviesverzoeken ontvangen en behandeld. Veel signalen gingen over zorgaanbieders in het maatschappelijk domein, maar ook over mondzorg kwamen veel signalen binnen. Daarnaast ook over beweegzorg, huisartsenzorg, medisch specialistische zorg en geboortezorg.

Patiëntwaarderingssites
De IGZ meldt dat informatie uit sociale media bruikbaar kan zijn voor het toezicht. Vooral patiëntwaarderingssites als ZorgkaartNederland zijn waardevol als aanvullende informatiebron bij het risicotoezicht.

Toename meldingen
Uit het verslag blijkt dat de IGZ in 2016 over de hele linie veel meer meldingen heeft binnengekregen dan het jaar ervoor: 12.290 in 2016 tegenover 10.850 in 2015. Er is vooral een toename van klachten over niet-functionerende beroepsbeoefenaren in de medisch specialistische zorg. Deze toename is toe te schrijven aan de invoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, waarin zorgaanbieders verplicht worden bij de IGZ te melden wanneer een dienstverband beëindigd wordt wegens disfunctioneren.

De toename van meldingen leidde tot een verdubbeling van het aantal boetes dat de IGZ oplegde: totaal 55 in 2016, wat uitkwam op 1,3 miljoen euro. Een aanzienlijk deel van dit bedrag moest betaald worden door farmaceutische bedrijven, die onbevoegd reclame hebben gemaakt voor geneesmiddelen.

Bron: IGZ Jaarbeeld 2016

 

 

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
mobiele tandartspraktijk

Tweede mobiele tandartspraktijk Stichting Mondzorg in gebruik

Afgelopen vrijdag 21 april heeft Stichting Mondzorg haar tweede mobiele tandartspraktijk in gebruik genomen. In 2015 startte de stichting met dit concept.

Stichting Mondzorg is een christelijke organisatie die gespecialiseerd is in mondzorg voor dementerende ouderen in verpleeghuizen en psychiatrische patiënten in psychiatrische instellingen. Met deze tweede mobiele tandartspraktijk kan zij haar zorgaanbod uitbreiden. Op dit moment behandeld Stichting Mondzorg patiënten in 20 verschillende verpleeghuizen en instellingen en met het in gebruik nemen van de tweede mobiele praktijk kan dat aantal verder toenemen.

Carolina Ullersma (directeur) geeft aan: “Wij zijn ontzetten blij met de tweede mobiele praktijk. Hierdoor kunnen we nog meer mensen de mondzorg geven waar zij recht op hebben!” De tweede mobiele praktijk zal door zowel de tandartsen als de mondhygiënisten gebruikt gaan worden om de patiënten van Stichting Mondzorg de mondzorg te geven die zij nodig hebben.

Lees meer over: Ouderentandheelkunde, Thema A-Z, Uncategorized
gaatjes vullen

Methode Frencken voor gaatjes behandelen zonder boor in consumentenmedia

Het idee van tandarts Jo Frencken om bij het vullen van gaatjes niet altijd gelijk de boor erbij te pakken heeft de nationale consumentenmedia gehaald. Onder andere de NRC en RTL schreven over zijn methode.

Jo Frencken
Jo Frencken is lange tijd werkzaam geweest als universitair hoofddocent Internationale Mondgezondheid aan het universitair medisch centrum van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Frencken is ervan overtuigd dat voor het vullen van gaatjes het gebruiken van een boor in de meeste gevallen overbodig is, en dat deze behandeling ook prima met handinstrumenten kan worden uitgevoerd. Dit zou patiëntvriendelijker zijn, kan zonder verdoving worden uitgevoerd en is in de meeste gevallen pijnloos.

Standaard methode in ontwikkelingslanden
Frencken ontwikkelde deze methode drie decennia geleden in Tanzania, toen hij door gebrek aan elektriciteit en schoon water geen alternatieve mogelijkheden voor het vullen van gaatjes tot zijn beschikking had. Deze methode werd vervolgens wereldwijd geadopteerd voor gebruik in ontwikkelingslanden. De afgelopen drie jaar heeft Frencken hier grote onderscheidingen voor gewonnen.

Interview met NRC
De NRC interviewde Jo Frencken over zijn boorloze methode voor het vullen van gaatjes – een methode waarvan wordt geclaimd ook meer in de Westerse wereld gebruikt te moeten worden. In het interview vertelde Frencken onder andere hoe hij de methode voor het eerste gebruikte in 1984 en hoe deze, met de zekere tegenslag, uiteindelijk steeds breder geaccepteerd werd. Ook sprak hij zijn hoop uit dat de methode ook steeds vaker gebruikt gaat worden in landen als Nederland, en vertelde hij over hoe het voelde om in China de hoogste wetenschapsprijs overhandigd te krijgen.

Kindertandheelkunde
Ook RTL nieuws schreef over de methode van Frencken. Hoogleraar Cor van Loveren van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) sprak zich positief tegen hen uit over de methode. Hij benadrukte dat de methode door alle studenten tandheelkunde in theorie wordt geleerd en dat deze ook als richtlijn wordt gebruikt voor kindertandheelkunde.
“De voordelen zijn dat een kind minder wordt belast, het minder gevoelig is en dat uit onderzoek blijkt dat het net zo goed functioneert als een vulling na gebruik van de boor. Maar elke tandarts maakt een eigen beslissing en heeft daar zijn eigen redenen voor. Ik kijk zelf heel preventief. Je kunt je afvragen of een vulling bij kinderen zo belangrijk is. Die moet mee tot de tand wisselt. Ik zeg: belast het kind zo min mogelijk en zorg dat het goed leert poetsen,” aldus Van Loveren.

DHIN
Ook DHIN, die staat voor het bevorderen van de mondgezondheid van achtergestelde groepen in binnen- en buiteland, ziet de methode van Frencken als effectief en behandelde deze in hun jaarverslag: “Het is voor onze organisatie DHIN een enorme stimulans is geworden om naast het gebruik van fluoride tandpasta, ook ART te promoten in allerlei gebieden in de wereld. Niet alleen de universele toepassing zonder elektriciteit, maar ook de vriendelijke en verantwoorde manier van cariës bestrijden is van groot belang gebleken bij het bestrijden van mondziekten in lage lonen landen.”

Bron:
RTL Nieuws
NRC
DHIN

Lees meer over: Restaureren, Thema A-Z
Tandartstarieven

Vanaf volgend jaar stijging tandartstarieven in België

Dit jaar zal de prijs voor tandartspatiënten in België nog hetzelfde blijven, maar vanaf 2018 gaat het tarief licht omhoog. Dit akkoord werd bereikt tussen tandartsen en ziekenfondsen omtrent de tarieven die aangerekend mogen worden.

Tariefverhoging
De prijs voor de patiënt wijzigt dit jaar nog niet. Vanaf 2018 zal het tandartstarief licht omhoog gaan, wat wordt gezien als een goed akkoord voor de bevolking. De patiënt zal de gevolgen van de tariefverhoging niet als een zware verandering ervaren. Dit meldt het Riziv naar aanleiding van het bereikte akkoord tussen dat de Nationale Commissie Tandheelkundigen Ziekenfondsen (NCTZ).

Halve euro
Dit jaar zal het slechts bij een indexering blijven. Volgend jaar stijgt het tandartstarief daarentegen met een halve euro, aldus Stefaan Hanson, woordvoerder van het Verbond van Vlaamse Tandartsen.

Uitzonderingen
Dit geldt echter niet voor kinderen, preventieve controles of mensen met een verhoogde tegemoetkoming. Voor hen blijft de prijs constant. Dankzij 3 miljoen extra fondsen vanuit het Kankerfonds kan er ook voor kankerpatiënten een betere regeling getroffen worden.

Belang van indexering
Aangezien materialen voor tandartsen erg duur zijn, zou het wederom wegblijven van een indexering voor hen voor veel problemen zorgen. Eind 2016 werden de tandartsen en ziekenfondsen het al niet eens omtrent nieuwe tarieven. Hansen benadrukt het belang van het nieuwe akkoord nogmaals: “Zonder indexering is het niet langer houdbaar.”

Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Het akkoord is vooral positief voor de bevolking, aangezien het de structurele onder financiering nog niet oplost. Desondanks zal het Verbond van Vlaamse Tandartsen (VVT) het akkoord verdedigen bij hun achterban. Minstens 60 procent van de tandartsen moet het akkoord goedkeuren om deze in te willen laten gaan. De VVT ziet deze verdediging als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Het Socialistisch Ziekenfonds
Het Socialistisch Ziekenfonds had het akkoord graag anders gezien. Ze zijn blij dat ze tariefzekerheid kunnen bieden aan hun leden die naar tandartsen gaan die het akkoord onderschrijven. Ze betreuren het echter dat de patiënten zelf een deel van de kostprijs moeten dragen, als gevolg van onvoldoende solidaire overheidsmiddelen. Aldus algemeen secretaris Paul Callewaert.

Bron:
De Morgen

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z
Gebitschade

Sport ook gezond voor het gebit?

Sporten is gezond, maar brengt ook blessures met zich mee. Niet alleen aan ledematen; ook de mond moet het regelmatig ontgelden.

Zeker bij contactsporten loopt de sporter het risico van gebitschade. In de media zijn genoeg berichten te vinden. Voetballer Lionel Messi en basketballer Isaiah Thomas verloren allebei een tand en voetballer Robin Janssen brak onlangs zijn kaak.

Gebitsbescherming
Er gaan in de sportwereld dan ook regelmatig geluiden op om bij alle contactsporten gebitsbescherming verplicht te stellen. Bij hockey is dat in 2015 al gebeurd.

Bij een goede gebitsbescherming wordt de kracht van een klap over het gehele gebit verdeeld. Daardoor is de kracht op een individuele tand meestal klein en treedt er geen letsel op.

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z, Video
mondpiercing

Mondpiercing geeft groter risico terugtrekkend tandvlees en afbreken tand

Mensen met een mondpiercing hebben een groter risico op terugtrekkend tandvlees of afgebroken stukjes tand of kies dan mensen zonder. Dit blijkt uit onderzoek van mondhygiënist Nienke Hennequin-Hoenderdos. Ze promoveert op 24 mei 2017 aan de Universiteit van Amsterdam.

Ongeveer 5% van de jongvolwassenen heeft een mondpiercing. De tongpiercing komt het meeste voor, gevolgd door de lippiercing.  Vrouwen hebben vier keer vaker een mondpiercing dan mannen. Er zijn slechts enkele internationale wetenschappers die zich bezig houden met dit onderwerp en daarmee is Hennequin-Hoenderdos niet alleen de nationale, maar ook een van de weinige internationale tandheelkundige experts op het gebied van mondpiercings.

Complicaties mondpiercing
De complicaties die kunnen optreden met mondpiercings variëren van een zwelling van de tong na het zetten van een tongpiercing tot ernstige bijwerkingen die zelfs levensbedreigend kunnen zijn. Teruggetrokken tandvlees is de meest beschreven complicatie. Andere complicaties zijn barstjes in tanden of kiezen die het gevolg kunnen zijn van het spelen met de piercing, het bijten op de piercing of een piercing die met praten en eten tegen de tanden ‘tikt’.

Preventie
Voor het behoud van een gezonde mond raadt Hennequin-Hoenderdos het plaatsen van een mondpiercing daarom ook af.

Als mensen toch een mondpiercing willen plaatsen kunnen ze volgens haar het beste kiezen voor een professionele piercer met kennis over de juiste verzorging om de mond gezond te houden. Het plaatsen van een mondpiercing op de juiste plek en met de juiste lengte van het sieraad verminderen het risico op schade aan tanden en tandvlees, volgens de onderzoeker.

‘Mondzorgprofessionals kunnen een belangrijke rol spelen bij het geven van informatie over mondpiercings en de verzorging daarvan. Het periodiek mondonderzoek is bij uitstek geschikt om schade als gevolg van de mondpiercing tijdig te ontdekken’, vindt Hennequin-Hoenderdos.

Promotiegegevens
Mw. N.L. Hoenderdos: Prevention of Gingival Trauma: Oral Hygiene Devices and Oral Piercings. Promotor is prof. dr. G.A. van der Weijden. Copromotor is dr. D.E. Slot.

Tijd en locatie
Woensdag 24 mei 2017, 11.00 uur. Locatie: Aula Universiteit van Amsterdam

Bron:
persbericht UvA

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z
Antibiotica

Onderzoekers ontwikkelen alternatieven voor antibiotica

De opkomst van antimicrobiële resistentie is een van de grootste uitdagingen in de moderne geneeskunde, omdat beschikbare antibiotica hierdoor hun doeltreffendheid verliezen. Het aantal sterfgevallen door normale bacteriële infecties zal zo toenemen.

De invoering van nieuwe bactericide of bacteriostatische antibiotica is geen duurzame oplossing, doordat er steeds nieuwe resistente bacteriële klonen ontstaan. Er is daarom dringend behoefte aan alternatieven voor de behandeling van infecties, zoals de antivirulentietherapie.

Antivirulentietherapie
Antivirulentietherapie is er op gericht de eigenschappen die ervoor zorgen dat een micro-organisme ziekteverwekkend is – de zogenaamde virulentiefactoren – met speciale middelen rechtstreeks in het lichaam af te zwakken.
Onderzoekers zijn bezig om met behulp van deze therapie bacteriële ziekteverwekkers tijdens de infectie zo te verstoren dat ze niet in staat zijn het gastheerorganisme te infecteren. Door de antivirulentietherapie is het immuunsysteem van de gastheer in staat om de infectie met de verzwakte pathogeen te verslaan. Omdat de bacteriën in leven blijven en zich nog kunnen vermeerderen, ontstaat er geen selectiedruk. Er ontstaat daardoor geen nieuwe resistentieopbouw.

Onderzoek bij muizen
Om de toepasbaarheid van de therapie te controleren, is de wisselwerking van bacteriën met het immuunsysteem van muizen onderzocht. Bij Staphylococcus aureus ontdekten de onderzoekers dat verschillen in de immuunrespons van muizen en de daaruit voortvloeiende verschillende ziekteverlopen sterk van invloed zijn op de hoeveelheid schade die de ziekteverwekker aanricht. Dit beïnvloedt op zijn beurt de effectiviteit van antivirulentietherapie.

Conclusie
Aangezien ook de immuunrespons bij mensen individueel verschilt, tonen de uitkomsten van het onderzoek met muizen aan, dat een succesvolle implementatie van een antivirulentietherapie in het ziekenhuis mogelijk is. Het concept van de antivirulentietherapie staat echter nog in de kinderschoenen. Er is nog veel onderzoek nodig voordat het in de praktijk kan worden toegepast.

Bron:
Nature

 

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
naar de tandarts

Op jonge leeftijd naar de tandarts een slechte gewoonte?

Tegenwoordig gaan baby’s soms met één tand al naar de tandarts. Uit onderzoek is echter gebleken dat peuters die voor hun tweede jaar bij de tandarts kwamen de rest van hun leven meer behandelingen moesten ondergaan.

Onderzoek
Voor dit onderzoek evalueerde wetenschappers van de Universiteit van Alabama in Birmingham de medische dossiers van 19.658 kinderen. Hiervan ontving bijna 26% een tandheelkundige behandeling voor hun tweede verjaardag.

Resultaten
Deze kinderen hadden in vergelijking significant meer last van tandbederf, moesten regelmatig een bezoek brengen aan de tandarts en hadden dan ook hogere jaarlijkse kosten voor tandheelkundige behandelingen.

Onvoldoende bewijs
Ondanks deze resultaten is er geen wetenschappelijk bewezen verklaring die volstaat in relatie tot voordelige of nadelige gevolgen van tandartsbezoeken op jonge leeftijd. De studie, die in het tijdschrift JAMA Pediatrics werd gepubliceerd, bevat geen enkele belangrijke factor. De gewoonte van ouders met jonge kinderen om al vroeg naar de tandarts te gaan is daarom gelaten zoals het was.

Meer onderzoek nodig
De vraag of er dus een duidelijke relatie is tussen deze gewoonte en de hoeveelheid tandheelkundige behandelingen in de loop van het leven heeft dus nog meer onderzoek nodig om tot conclusies te komen.

Bron:
sciencedaily.com

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z