Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege orthodontische behandeling zonder resultaat

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts wegens onzorgvuldig handelen, gebrekkige dossiervoering en ontbreken klachtenregeling

Meerdere gegronde klachtenonderdelen zoals onvoldoende onderzoek bij aanhoudende klachten, gebrekkige dossiervoering, ontbreken van een klachtenregeling en het niet op tijd verstrekken van informatie zorgde er voor dat een tandarts berispt werd met een aantekening in het BIG-register.

Situatie

De klaagster is sinds 2013 patiënt bij de tandarts waartegen ze een klacht heeft ingediend. De tandarts heeft op 19 mei 2014 een implantaat geplaatst ter plaatse van element 25 en in de kaart genoteerd dat de doorsnede van het implantaat 4.2 is en op 11.5 mm geplaatst is. Op 27 mei 2014 heeft de tandarts in de kaart genoteerd dat het goed gaat met de wond en het implantaat en dat de hechtingen er over 3 weken uit mogen.

In oktober 2014 is het healing abutment geplaatst. In januari 2015 is de kroon geplaatst en genoteerd dat de kroon verwijderd zou moeten worden omdat het niet geheel op z’n plek is gekomen.

In april 2015 is de patiënt opnieuw bij de tandarts gekomen vanwege een vervelend gevoel ter plaatse van het implantaat. De patiënt is in 2015 meerdere keren bij de tandarts geweest omdat de kroon op het implantaat bewegelijk is, waarna de implantaat kroon weer is vastgezet.

Eind 2015 is in het dossier is genoteerd dat de patiënt klachten blijft houden en een verwijzing naar de KNO-arts is geadviseerd.

De klaagster is naar de KNO-arts verwezen door de huisarts. De KNO-arts heeft de klaagster verwezen naar een kaakchirurg. Op 6 april 2016 is de klaagster bij de kaakchirurg geweest en heeft genoteerd aan de hand van de OPG dat het implantaat regio 24 in de sinus maxillaris lijkt te steken, de kroon niet aansluit, er ruimte is tussen de schroef van de opbouw en het implantaat en er sprake lijkt van botverlies. Daarnaast vertonen de implantaten regio 46 ook peri-cervicaal botverlies. De kaakchirurg heeft het advies gegeven om het implantaat goed te onderzoeken of de patiënt te verwijzen naar de kaakchirurg vanwege relatie met de sinus maxillaris voor verwijdering omdat het implantaat mogelijk niet meer te gebruiken is.

De klaagster bleef klachten houden en heeft een second opinion aangevraagd. Uiteindelijk bleek in mei 2018 na het maken van een CT-scan dat het implantaat buccaal geperforeerd was waarna in oktober 2018 het implantaat is verwijderd. Op 30 april 2019 is er door de tandarts kosteloos een nieuw implantaat geplaatst. Echter dit tweede implantaat veroorzaakte ook klachten. De klaagster is bij de kaakchirurg geweest, die heeft geadviseerd om ook het tweede implantaat chirurgisch te laten verwijderen. Het tweede implantaat is op 14 oktober 2019 verwijderd. De kaakchirurg heeft in augustus 2020 een derde implantaat geplaatst. De klaagster heeft na deze procedure een aansprakelijkstelling naar de verweerder gestuurd en ook geprobeerd een klacht in te dienen via de klachtenregeling, echter bleek er geen klachtenregeling aanwezig te zijn.

Klacht

De klaagster verwijt de verweerder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het plaatsen van twee implantaten, zowel in 2015 als in 2019. Er is door de tandarts geen sinuslifting uitgevoerd alvorens het implantaat te plaatsen, het implantaat is scheef geplaatst en dit is niet aan de klaagster vermeld, er is onvoldoende onderzoek gedaan bij aanhoudende klachten van de klaagster. Daarnaast verwijt de klaagster dat er precies dezelfde fouten zijn gemaakt bij het plaatsen van het implantaat in 2019 op dezelfde locatie. Er is sprake van gebrekkige dossiervoering en er is geen klachtenregeling aanwezig.

Verder verwijt de klaagster de tandarts vanwege het feit dat hij niet/niet volledig/heel laat voldoet aan informatieverzoeken van de tandheelkundige adviseur en gemachtigde van de klaagster. Als laatste geeft de klaagster aan dat de tandarts gedurende het hele proces de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening als tandarts heeft overschreden.

De tandarts heeft gevraagd om de klacht ongegrond te verklaren omdat er bij beide implantaten geen sinuslift nodig zou zijn geweest. Het scheefplaatsen van het implantaat kon volgens hem worden voorkomen en werd destijds niet zichtbaar op foto’s. Daarnaast geeft hij aan dat hij kosteloos een nieuw implantaat heeft geplaatst, maar dat dit implantaat niet is vastgegroeid, hem niet te verwijten is.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft de verschillende klachtenonderdelen apart beoordeeld. Het eerste klachtenonderdeel gaat over het eerst geplaatste implantaat. Het feit dat er geen sinuslift is gedaan of dat er sprake was van scheefstand is niet direct verwijtbaar, echter de tandarts heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar herhaaldelijke klachten bij de klaagster. Dit klachtenonderdeel is gegrond.

Het tweede klachtenonderdeel gaat over het tweede geplaatste implantaat en wordt als ongegrond verklaard omdat het niet verwijtbaar is aan de tandarts.

De klachtenonderdelen over onvoldoende dossiervoering en geen aanwezige klachtenregeling worden beide als gegrond verklaard. Daarnaast worden de klachtenonderdelen over geen of te late informatieverstrekking door de tandarts en het algemeen handelen ook als gegrond verklaard omdat de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening zijn overschreden.

Klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 zijn dus gegrond verklaard. Het tweede klachtenonderdeel is ongegrond.

Uitspraak

Het tuchtcollege verklaart klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 als gegrond en legt de verweerde de maatregel op van een berisping en deze zal ook worden gepubliceerd in het BIG-register. Daarnaast moet de tandarts de klaagster €1991,- betalen.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

Veldstudie: Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 pandemie: wat is effectief en efficiënt?

De stichting Bocas Sanas Holanda-Maimón (BSHM) werkt al sinds 2008 in de Dominicaanse Republiek met een preventieprogramma met als doel de mondgezondheid van de schooljeugd te verbeteren. Zie het eerdere dentalinfo.nl artikel.

Dit gebeurt voornamelijk in het district Maimón (een arme plattelandsomgeving) in de provincie Puerto Plata. BSHM verleent preventieve en curatieve zorg en werkt daarvoor samen met enkele Dominicaanse partners en de medewerkers van de scholen.
Daarbij ligt de nadruk op preventie en promotie om de gezondheid en het leren van schoolkinderen te verbeteren door voorlichting, het onder toezicht wassen van de handen en tandenpoetsen op school volgens het ‘Fit-for-School’-systeem.

Veldstudie

De herbeoordeling van de projectaanpak van BSHM is uitgevoerd door middel van een veldstudie waarover een artikel werd gepubliceerd in het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift
Health, Environment and Sustainable Development: Interdiciplinary Approach (HESDIA journal).
Agatha Rypma-Huitema heeft het onderzoek mede opgezet, uitgevoerd, geanalyseerd en heeft als tweede auteur in het toegepaste wetenschappelijk artikel actief meegeschreven.
Deze veldstudie is gedaan om het DMFT-niveau opnieuw te beoordelen onder 11- tot 13-jarige kinderen op vijf scholen in ons werkgebied.
De herbeoordeling was tevens bedoeld om verslag uit te brengen over de aanpak en strategie van het project, waaronder het school gebaseerde programma voor mondgezondheidseducatie en hygiëne en te kijken naar de commitment van de scholen in relatie tot de hoeveelheid cariës.

Waar het vrijwilligersteam in 2015, na 7 jaar met het BSHM programma gewerkt te hebben, uit het evaluatieonderzoek positieve resultaten zag, toont dit recente veldonderzoek aan dat het aantal door cariës aangetaste elementen is toegenomen en ook dat de ernst van de ontstane problemen is toegenomen in vergelijking tot toentertijd.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 1

Werkwijze

In februari 2023 en maart 2023 bezocht een klein BSHM-team vijf basisscholen in de provincie Puerto Plata om 231 kinderen te screenen, waarvan bij 65 schoolkinderen van 11 tot 13 jaar de DMFT en PUFA waarden werden gemeten.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 2

Resultaten

In acht jaar tijd steeg het cariësniveau op twee van de geselecteerd ‘BSHM-scholen’ aanzienlijk met DMFT scores van 4,3 en 7,9 terwijl enkel één school met een actieve tandenpoetsroutine en nazorg de DMFT op 2,56 hield en dus onder de WHO-norm. Deze school hield zich actief bezig met het project, heeft na de corona pandemie gelijk het dagelijks tandenpoetsprogramma weer opgepakt, zorgde voor tandenborstels en tandpasta, hield de watervoorraad op peil en maakte gebruik van de door BSHM ontwikkelde AAAA tandenpoetsvolgorde poster.
Echter wel was het PUFA-gehalte enigszins verhoogd wat betekent dat er meer pulpa-betrokkenheid en fistels werden geconstateerd. Bovendien werden 104 kinderen doorverwezen naar de kliniek voor tandheelkundige behandeling.

Conclusie

Na de COVID-19 pandemie is de mondgezondheid van schoolkinderen verslechterd; de DMFT- en PUFA-niveaus zijn ten opzichte van het eerste uitgevoerde onderzoek in 2008
behoorlijk gestegen.

Door de COVID-19 periode zijn de kinderen meer dan een jaar niet naar school geweest. De poetsprogramma’s moesten door de scholen zelf weer opgestart worden. Ook ontstond er een tekort aan materialen zoals tandpasta en tandenborstels.
Verder werden de was- en tandenpoetsbakken niet gerepareerd en werkten niet alle watertanks meer optimaal. Daarbij was ook de toegang tot de tandheelkundige hulp van de klinieken verminderd. Slechts één school wist verbetering te tonen, dankzij actief herstel van het BSHM-tandenpoetsprogramma en een adequate nazorg. De overige geselecteerde scholen zagen een duidelijke achteruitgang in mondgezondheid van de kinderen.

Bocas Sanas toont met de stichting aan dat betrokkenheid en praktische interventies werken, maar dat een samenwerking met scholen en de overheid onmisbaar is om een project in ontwikkelingsregio’s duurzaam te maken.

Interventies en beleidsmaatregelen, zoals het school gebaseerde poetsprogramma van BSHM kunnen alleen tandenpoetsgedrag veranderen en de mondgezondheid verbeteren als ze systematisch ingebouwd worden in de school structuur en ondersteund worden door regionale instellingen en overheidsministeries van onderwijs en volksgezondheid.
Stichting Bocas Sanas heeft meerdere malen contact gezocht met de lokale overheidsinstanties en -ambassadeurs en aanbevelingen gedaan voor structurele verbeteringen omtrent schoolpoetsen zodat de toekomstige generatie jongeren zonder kiespijn en met een stralende lach naar school kan gaan.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 3

Vragenlijsten beschikbaar voor andere projecten

De ontwikkelde en afgestemde vragenlijsten (in het Nederlands en vertaald naar het Spaans) van de Bocas Sanas Holanda-Maimon aanpak cq. BSHM-programma zijn opvraagbaar via Bocas Sanas voor andere vrijwilligersorganisaties, die zich richten op het bevorderen van mondgezondheid en preventieve mondzorg in ontwikkelingslanden, en/of studenten tandheelkunde/mondzorgkunde en collega-mondhygiënisten en tandartsen .

Door:
Agatha Rypma-Huitema, praktiserend mondhygiënist en werkzaam als kindertandverzorgende in een algemene praktijk. Sinds 2013 is zij als secretaris verbonden aan de Stichting BSHM.

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Score - beoordeling

Onderzoek naar de gemiddelde praktijkomzet: Hoe goed ‘scoort’ jouw praktijk?

De praktijkomzet is niet iets wat je zomaar deelt met collega’s. Daarnaast willen veel praktijkhouders wel graag weten hoe goed de praktijk ‘scoort’. En of een hogere omzet mogelijk is. Daarom is het altijd fijn om je praktijk te kunnen vergelijken met collega praktijken. Sjoerd Kuiken heeft in 2023 een eerste analyse uitgevoerd naar de gemiddelde praktijkomzet. Dit onderzoek is in 2025 herhaald. De nieuwe uitkomsten lees je hieronder.

Uitleg van het onderzoek

Het onderzoek betreft een analyse van de praktijkomzet van meerdere praktijken, welke is teruggebracht tot een gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer. In deze analyse zijn 17 praktijken opgenomen, die in totaal 76 behandelkamers in gebruik hebben. De praktijkomzet is exclusief techniekkosten en deze zijn geïndexeerd naar de tarieven van 2025. Hiervoor zijn de jaarlijkse indexaties van de tarieven van de UPT-codes gebruikt.

Uitkomsten van het onderzoek

De van alle praktijken cumulatief naar 2025 geïndexeerde praktijkomzetten zijn gedeeld door het totaal aantal behandelkamers – te weten 76 behandelkamers – wat resulteert in een gemiddelde jaaromzet per behandelkamer.

Aan de verdere berekening liggen de volgende twee aannames ten grondslag:

  1. De praktijk is gedurende 45 weken per jaar in bedrijf. De overige 7 weken worden als vakantie beschouwd, waarin de behandelkamers niet in gebruik zijn en er dus geen omzet wordt gemaakt.
  2. De praktijk werkt gedurende 5 dagen per week volgens de reguliere tijden van 8.00 tot 17.00 uur. Er wordt dus geen rekening gehouden met avond- of weekend openstelling.

De resulteert in de volgende gemiddelde – afgeronde – bedragen:

Uitkomst Gem. omzet 2023 Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 236.250 € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.250 € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.050 € 1.200

In het onderzoek over 2025 ligt de mediaan op een omzet van € 267.700 per behandelkamer.

Geïndexeerde bedragen

Als we de bedragen uit 2023 indexeren naar 2025, dan levert dit de volgende bedragen op*:

Uitkomst Gem. omzet 2023

(geïndexeerd*)

 

Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 269.700* € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.995* € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.200* € 1.200

* De uitkomsten uit 2023 zijn geïndexeerd naar 2025, zodat beide kolommen eerlijk vergeleken kunnen worden.

Hierbij valt op, dat de gemiddelde omzetten over een periode van twee jaar niet tot nauwelijks zijn veranderd binnen praktijken.

Toelichting op de uitkomsten

De kans is zeer reëel dat bovengenoemde gemiddelden sterk afwijken van jouw praktijk. Mijn ervaring is namelijk, dat de omzetten per praktijk, per behandeling en per behandelaar enorm kunnen verschillen. Bovengenoemde bedragen zijn daarbij een gemiddelde van een niet-representatieve populatie van de Nederlandse tandartsenpraktijken.

De neiging is vooral focus te leggen op de gemiddelde omzet per behandelkamer, per behandelaar,  per week of per dag. Echter, hoe specifieker het bedrag, hoe meer variabelen meespelen en hoe minder betrouwbaar. Advies is dan ook allereerst jouw praktijk te vergelijken met ‘de gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer’.

Indien je wel focust op de specifiekere bedragen – namelijk de omzet per week of per dag – dien je de volgende aspecten hierin mee te ‘wegen’:

  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is ook weer een gemiddelde van alle verschillende behandelaren samen. Oftewel, een gemiddelde van tandartsen, mondhygiënisten, (paro) preventie-assistenten, tandtechniekers, etc.
  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is gebaseerd op 45 productieve weken per jaar en 5 productieve dagen per week. Het gemiddelde gaat er dus van uit, dat de behandelkamers gedurende deze periode van 5 weken buiten bedrijf zijn. In sommige praktijken zijn één of meerdere behandelkamers echter continu in bedrijf.

Conclusie

De gemiddelde praktijkomzet van € 270.250 (exclusief techniek) per behandelkamer geeft een goede indicatie wat jouw praktijk aan omzet over 2025 kan behalen. Mijn ervaring daarbij is, dat hierin voor meerdere praktijken nog – veel – ruimte is voor groei in omzet.

Video: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeien?

Bekijk de video in de Dental Management Toolkit: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeienMeer omzet uit je praktijk, 400 met logo.

Door: Sjoerd Kuiken, eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders.

Ook is hij initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dentalinfo.nl, een database met 200+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie.

 

 

 

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen 2

Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen

Zowel tandartsen als mondhygiënisten in loondienst hebben veel invloed op de omzet die ze genereren en de patiënten die zij weten te binden aan de praktijk. Een provisiecontract, waarbij het salaris (gedeeltelijk) wordt gebaseerd op de gerealiseerde of gedeclareerde omzet, wint dan ook aan populariteit in de mondzorg. Zowel praktijkhouders als zorgverleners zien de voordelen hiervan, maar er zijn ook aandachtspunten. Tandarts en jurist Alexander Tolmeijer zet een aantal (juridische) voor- en nadelen van dit type loondienstcontract op een rij.

In een provisiecontract is vastgelegd dat een tandarts (in loondienst) bovenop het basissalaris een percentage van de omzet krijgt als bonus. Kort gezegd betekent het: meer omzet = meer salaris, minder omzet= minder salaris. Het beste kun je die provisie berekenen op jaarniveau. Als basis kun je hiervoor het bonuspercentage nemen wat je een zzp’er uitkeert. Hiervan zul je vervolgens nog diverse lasten moeten aftrekken, voordat je het bonuspercentage voor een werknemer in loondienst weet.

Maandelijks voorschot op de provisie

Afhankelijk van de hoogte van het basissalaris, is het verstandig om een voorschot op de provisie te geven. Dat voorschot kan variabel zijn, maar dat betekent wel dat je dit iedere maand opnieuw moet uitrekenen. Je kunt ook kiezen voor een vast voorschot van de berekende maandelijkse provisie en periodiek (per kwartaal of halfjaar) toetsten of de medewerker goed op koers ligt. De praktijkhouder wil natuurlijk voorkomen dat aan het einde van het jaar blijkt dat er teveel is uitgekeerd.

Voordelen voor de praktijkhouder

Een provisiecontract heeft veel voordelen voor zowel praktijkhouders, als zorgverleners.
Voor de praktijkhouder geldt:

• Productiegericht belonen

Belonen op basis van geleverde prestaties stimuleert de zorgverlener om efficiënt én kwalitatief goed te werken, wat de praktijk ten goede komt. De zorgverlener heeft hiermee ook een belangrijke impuls om de administratie goed op orde te hebben.

• Kostenstabiliteit

De loonkosten zijn variabeler, waardoor de loonkosten mee stijgen en dalen met de omzet.

• Eerlijke verdeling

Gelijke prestaties worden gelijk beloond, wat zorgt voor duidelijkheid in het team.

Aandachtspunten voor de praktijkhouder

Praktijkhouders moeten wel goed letten op de volgende aspecten:

• Doorbetaling bij ziekte of vakantie

Ook tijdens ziekte en verlof van de medewerker moet (een deel van) de provisie worden doorbetaald. Dit is wettelijk verplicht voor de praktijkhouder, ongeacht de productie. Dit brengt financiële onzekerheid en extra kosten met zich mee.

• Complexe administratie

Het correct berekenen van de provisie en het bijhouden van recht op provisie tijdens verlof, vraagt om een goed administratief systeem. Spreek in ieder geval af dat provisie wordt berekend over de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, en niet de gedeclareerde omzet. Zo voorkom je betaling over oninbare posten.

Voordelen voor de zorgverlener

Voor de zorgverlener zijn er ook voordelen:

• Eigen productiviteit wordt rechtstreeks beloond

Dit werkt motiverend voor tandartsen en mondhygiënisten die efficiënter werken, of meer mensen aan zich binden.

• Meer controle

De zorgverlener weet precies wat het eigen aandeel is van de gerealiseerde omzet en kan zo zélf sturen op (hoger) inkomen.

• Hogere beloning

Bij een bovengemiddelde inzet stijgt het salaris meestal boven het marktconforme salaris uit.

Nadelen voor de zorgverlener

Natuurlijk zijn er ook nadelen, of aspecten om rekening mee te houden voor de zorgverlener bij het afsluiten van een loondienstcontract met een bonusconstructie:

• Wisselend inkomen

Minder patiënten behandelen, betekent direct minder inkomsten. Dit kan een gevoel van onzekerheid geven. Minder patiënten zien, heb je als zorgverlener immers niet altijd in de hand. Een goed voorbeeld daarvan is de COVID-19 pandemie.

• Risico bij ziekte en vakantie

Bij afwezigheid door ziekte of vakantie, behoud je het recht op (een deel van) de provisie, maar de uitkering is vaak lager en ligt meestal op 70%.

Extra aandachtspunten

Het is goed om in gedachten te houden dat over het totale brutoloon (basis + provisie) nog sociale lasten en loonheffingen moeten worden afgedragen. Pieken in omzet, kunnen dus leiden tot hogere werkgeverslasten.

Daarnaast is goed om te realiseren voor zowel praktijkhouder als zorgverlener wat de invloed van het loondienstcontract is op het pensioen en om te berekenen wat de afdracht van de premie betekent voor het maandelijks loon.

Zorg tot slot voor transparantie en maak controleerbare afspraken die je vastlegt in het contract. In een goed contract beschrijf je concreet wat meetelt voor de provisie, het exacte percentage, hoe vakantie- en ziektedagen worden berekend en welke aanvullende beloningen of correcties mogelijk zijn. Door heldere afspraken te maken en oog te hebben voor de administratieve en juridische aspecten, kan een loondienstcontract op provisiebasis zo voor alle betrokkenen voordelig zijn.

Door: Alexander Tolmeijer van Dentiva
Meer weten? Voor hulp bij het maken van een goed contract kun je onder andere terecht op platforms als DentHR van Dentiva.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat 400

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat

In december 2022 heeft de klaagster een keramisch implantaat laten plaatsen bij een integrale tandarts. Kort na plaatsing ontstond er een ontsteking en werd het implantaat verwijderd. De communicatie hierna verliep moeizaam en in mei 2023 werd de behandelrelatie beëindigd. De klaagster heeft een klacht ingediend en de tandarts heeft een waarschuwing gekregen.

Situatie

De klaagster heeft in 2022 een keramisch implantaat laten plaatsen bij een tandarts. De tandarts is werkzaam in haar eigen solopraktijk en noemt zich ‘integrale tandarts’.

De klaagster heeft de ziekte van F, een auto-immuunziekte, en is benieuwd hoe een holistische tandarts haar mond beoordeelt. Op 15 december 2022 is de klaagster voor een consult bij de tandarts geweest. De tandarts heeft een behandelplan opgesteld met als conclusie het plaatsen van een keramisch implantaat ter opvulling van het diasteem van de 15. Op 6 februari 2023 heeft een telefonisch consult plaatsgevonden en gaf de klaagster aan dat zij prioriteit wilde voor het implantaat, waarna de tandarts een begroting heeft gestuurd.

Op 20 maart 2023 is het keramische implantaat geplaatst op locatie 15.

Zaterdag 1 april 2023 heeft de klaagster contact gezocht met de tandarts via een sms vanwege veel last van het implantaat, waarna de klaagster in de ochtend naar de praktijk kon komen voor een spoedconsult. Er was een ontsteking ontstaan en het implantaat is verwijderd, het bot is schoongemaakt en ontstoken granulatie weefsel verwijderd.

De tandarts heeft alle foto’s op verzoek van de klaagster gemaild.

Op 3 april 2023 heeft de klaagster haar patiëntendossier opgevraagd voor een second opinion. Na meerdere verzoeken heeft de tandarts op 7 april 2023 het patiëntendossier gemaild. Op 26 mei 2023 heeft de tandarts via e-mail laten weten dat de behandelrelatie is geëindigd vanwege een verstoorde relatie.

Een klacht bij de klachtencommissie is ingediend door de klaagster op 24 februari 2024.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts. De klacht is opgedeeld in 5 klachtonderdelen.

  1. Onvoldoende informatie over de behandeling
  2. Onjuiste verklaring/onjuist patiëntendossier afgegeven
  3. Grensoverschrijdend gedrag
  4. Verkeerde diagnose/onjuiste behandeling
  5. Onterechte declaratie

De tandarts vindt het vervelend hoe de situatie is verlopen en geeft aan van de casus geleerd te hebben. Zij heeft midden 2024 haar praktijk overgedragen aan collega tandartsen. De tandarts woont en werkt op dit moment in het buitenland. De tandarts verzoekt het college de klachten ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het college oordeelt over het eerste klachtonderdeel dat er sprake was van een complexe behandeling omdat de klaagster een auto-immuunziekte heeft en daardoor kwetsbaarder is voor ontstekingen. In het patiëntendossier is aangegeven dat de behandelopties uitgebreid zijn besproken, maar niet wat er is besproken. Daarnaast is de tandarts meegegaan in de wens van de klaagster om een keramisch implantaat te plaatsen, maar er is niet voldoende uitgelegd welke risico’s daarbij hoorden. Dit klachtonderdeel is als gegrond verklaart.

Ook klachtonderdeel 4 is gegrond. De exact plaatsgevonden behandeling is niet te herleiden omdat er twee verschillende versies van patiëntenkaarten zijn met verschillende opgenomen notities. Het college oordeelt dat de tandarts niet heeft gehandeld volgens de beroepsnormen.

Het tweede klachtonderdeel is gegrond verklaard omdat er twee patiëntenkaarten aanwezig waren, waarbij niet duidelijk was wat de originele versie is. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Het college geeft aan dat het beëindigen van de behandelrelatie ongelukkig is verlopen, maar dat de tandarts begreep van de klaagster dat zij niet meer door haar behandeld wilde worden en dat zij al een andere tandarts had. Dit klachtenonderdeel wordt niet als gegrond verklaard.

Uitspraak

Het college heeft klachtonderdelen 1, 2 en 4 gegrond verklaart. Klachtonderdelen 3 en 5 zijn ongegrond verklaart. Het college legt de tandarts de maatregel op van een waarschuwing.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Duurzame zorg: een onmisbare prioriteit die politieke aandacht vereist

Duurzame zorg: een onmisbare prioriteit die politieke aandacht vereist

Tijdens het uitverkochte landelijke Groene Zorg Festival vond een indrukwekkend moment plaats. Ruim 700 zorgprofessionals vormden samen een grote cirkel rondom een kunstwerk van de aarde, vervaardigd uit operatiekamerdoeken (blue wraps). Dit krachtige beeld werd vastgelegd met een drone.

Noodzaak van politieke actie

De cirkel van zorgverleners rondom de aarde symboliseerde dat echte gezondheid alleen kan bestaan op een gezonde planeet. Met deze gezamenlijke actie geven zorgprofessionals een krachtig signaal af: duurzame zorg verdient urgente politieke aandacht. De zorgsector in Nederland is momenteel verantwoordelijk voor circa 7% van de nationale CO₂-uitstoot, 13% van het grondstoffenverbruik en 4% van het totale afval. Dat kan en moet anders.
Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn:

  • het versterken van kennis en bewustwording over duurzaamheid onder zorgprofessionals;
  • het stimuleren en ondersteunen van het brede enthousiasme binnen de sector;
  • en het nemen van gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid voor een gezonde leefomgeving, met onder andere schone lucht en schoon water.

Cathy van Beek (voormalig bestuurder NZa, Radboudumc, voormalig kwartiermaker Green Deal Duurzame Zorg en momenteel toezichthouder en pleitbezorger van duurzaamheid) benadrukt het belang hiervan: “Het wordt te heet onder onze voeten. We moeten in actie komen voor een gezonde planeet, zodat wij en onze kinderen niet ziek worden door een zieke aarde. Dit is de beste vorm van preventie, die bovendien perspectief biedt op geluk, welzijn en gezondheid.”

Het Groene Zorg Festival was niet alleen volledig uitverkocht, maar kende zelfs een lange wachtlijst. De grote belangstelling laat zien dat het streven naar duurzame zorg breed wordt gedragen binnen de sector.

 

Foto: VideoExpress

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen

Aandachtspunten bij overname van uw tandartsenpraktijk door een keten

De mondzorgsector is volop in transitie. Waar collega-tandartsen elkaar vroeger overnamen, zien we steeds vaker overnames door ketens of investeringsmaatschappijen. Ook is er sprake van overnames tussen ketens onderling. Vroeg of laat bestaat dus de kans dat je als tandarts en praktijkhouder een aanbod krijgt van één (of meerdere) van deze partijen.

Naar aanleiding van een recent afgeronde overname heeft Clairfort advocaten enkele belangrijke aandachtspunten opgenomen voor tandartsen en tandtechnici die een verkoop overwegen of daar vrijblijvend eens over willen sparren.

  • Voorbereiding

Het is belangrijk jezelf goed voor te bereiden op een eventueel verkooptraject en tijdig de juiste adviseurs te selecteren. De ervaring leert dat een overnametraject intensief is, zeker naast de dagelijkse werkzaamheden van de verkopende tandarts in de praktijk. Goede adviseurs met kennis van transacties in de mondzorg zorgen ervoor dat de tandarts zich zoveel mogelijk kan focussen op de praktijk en dat enkel discussies hoeven te worden gevoerd met de koper over de echt belangrijke aspecten van de transactie.

  • Hoe wordt uw praktijk gewaardeerd?

De waardering van de praktijk is cruciaal. Ketens waarderen de praktijk vaak door te kijken naar de door de onderneming gegenereerde winst waarbij ook andere factoren zoals locatie, personeel, patiëntenbestand en investeringsbehoefte een rol spelen. Het komt vaak voor dat een deel van de koopsom pas later wordt uitgekeerd op basis van behaalde resultaten in de jaren na overdracht. Deze ‘nabetaling’ op de koopprijs kan complex zijn en tot veel ongewenste discussies achteraf leiden. De winst is namelijk eenvoudig te manipuleren doordat de koper deze kan drukken met gevolgen voor de nabetaling. Duidelijk uitgewerkte afspraken met daarin voldoende bescherming voor (on)bewuste manipulatie van de nabetaling is belangrijk. Ook wordt de verkopende tandarts doorgaans gevraagd een deel van zijn/haar verkoopopbrengst te herinvesteren (doorrol) in de kopende entiteit tegen verwerving van nieuwe aandelen of certificaten van aandelen. Let op: er is een belangrijk onderscheid qua zeggenschap tussen aandelen en certificaten van aandelen

  • Intentieovereenkomst

Het verkooptraject start doorgaans met onderhandelingen over en het aangaan van een ‘intentieovereenkomst’. Deze intentieovereenkomst wordt opgesteld om duidelijkheid te scheppen over de belangrijkste financiële en juridische voorwaarden en uitgangspunten van de beoogde transactie zonder dat op dat moment al sprake is van een juridisch bindende koop. Hierdoor weten beide partijen op hoofdlijnen waar zij aan toe zijn en kan het traject richting een definitieve koopovereenkomst gestructureerder en efficiënter verlopen. Met name voor de koper is dit van belang aangezien zij vanaf dat moment ook de nodige kosten zal gaan maken voor het (laten) uitvoeren van het boekenonderzoek. Let op: ondanks het doorgaans nog niet bindende karakter van de intentieovereenkomst is het niet eenvoudig afspraken die daarin zijn vastgelegd op een later moment nog aan te passen c.q. daarover te heronderhandelen. Laat de concept intentieovereenkomst dus altijd even checken door uw juridisch adviseur voor u daadwerkelijk uw handtekening zet.

  • Het boekenonderzoek

Kopers en vooral ketens met private investeerders (private equity) achter zich willen zorgvuldig onderzoek doen naar de praktijk. Dat betekent dat zij uw praktijk grondig zullen doorlichten. Dit onderzoek vormt mede de basis voor de verdere onderhandelingen over de transactie en de koopovereenkomst. Negatieve bevindingen kunnen onder omstandigheden leiden tot vervelende discussies over de prijs of aanvullende contractuele zekerheden. Het in een voorfase oplossen van potentiële issues kan dit voorkomen.

Het verzamelen van de door de koper gevraagde informatie kost ook veel tijd en aandacht van de praktijkhouder. Onderschat dat niet. Het tijdig inschakelen van juridisch advies in deze fase voorkomt verrassingen en zorgt ervoor dat u zich als tandarts kan blijven richten op de dagelijkse praktijkvoering.

  • Juridische documentatie

Tijdens het overnameproces worden diverse juridische documenten opgesteld. Na de intentieovereenkomst en het onderzoek volgt een (vaak uitgebreide) koopovereenkomst, een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst (in geval de tandarts doorrolt en blijft participeren) en bijvoorbeeld een nieuwe huurovereenkomst als het praktijkpand in eigendom is van de verkopende tandarts. Ook volgt een uitgebreide set met stukken van de notaris om o.a. de notariële overdracht te regelen. Ketens werken meestal met eigen modellen waarin zij veel bescherming voor zichzelf inbouwen, bijvoorbeeld door vergaande aansprakelijkheden voor de verkoper op te nemen. De ‘verkopersvriendelijke’ bepalingen worden nog wel eens ‘vergeten’. Kijk dus vooral ook goed met je adviseur wat niet in de contracten staat geschreven (zoals de bescherming tegen manipulatie van de nabetaling).

Een juridisch adviseur kan deze bepalingen kritisch toetsen en in uw belang onderhandelen over onder meer de vereiste bescherming van de verkoper, de te verstrekken garanties, vrijwaringen en de beperkingen van aansprakelijkheid.

Wat is de rol van de tandarts na de overname?

Verkopende tandartsen blijven vaak na de overname nog enige tijd actief, bijvoorbeeld als behandelaar of zelfs als (minderheids)aandeelhouder in geval van een doorrol. In dat geval moet ook een nieuwe overeenkomst van opdracht, een participatieovereenkomst en een aandeelhoudersovereenkomst worden gesloten waarin de onderlinge afspraken worden vastgelegd, waaronder:

  • Beëindigingsgronden, uittreedmomenten en opvolging;
  • Concurrentie- en relatiebedingen;
  • Beperking van bestuursbevoegdheden;
  • Gronden voor verplichte aanbieding van aandelen;
  • Verplichtingen bij een toekomstige exit of verkoop van de gehele keten.
  • Vergeet de meldingsplicht bij de NZa niet

Bij overnames waarbij de koper al meerdere praktijken bezit (en waar meer dan 50 personen zorg verlenen), is het doorgaans verplicht een melding in het kader van de Zorgspecifieke concentratietoets te doen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa toetst of het concentratieproces zorgvuldig is doorlopen en of door de concentratie en de geplande veranderingen de continuïteit en toegankelijkheid van de zorgverlening niet in gevaar komt. Dit geldt voor cliënten, personeel en andere stakeholders die bij de transactie zijn betrokken. Daarnaast toetst de NZa of de normen voor cruciale zorg in gevaar komen. Deze procedure neemt vaak enkele weken in beslag.

Conclusie

Een overname van uw tandartsenpraktijk door een keten kan aantrekkelijk zijn, mits goed voorbereid en waarbij uw belangen als verkoper zo goed mogelijk geborgd zijn. Professionele begeleiding van een M&A advocaat met ook specifieke ervaring in de mondzorg is daarbij essentieel. Dat voorkomt onaangename verrassingen, zorgt ervoor dat de tandarts zich zoveel mogelijk met de praktijkvoering bezig kan houden en resulteert in een soepele afwikkeling van de transactie.

Door:
Jan Willem Reesink, advocaat bij Clairfort.  Clairfort begeleidt geregeld tandartsen en tandtechnici met de verkoop van hun (mond)zorgpraktijk en/of tandtechnisch laboratorium aan ketens. Heeft u juridische vragen over een overname, of zoekt u begeleiding bij de aan- of verkoop van uw praktijk? Neem dan contact op met Jan Willem Reesink (Reesink@clairfort.nl).

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen

Tuchtklacht na nabloeding extractiebehandeling

Klager heeft een klacht ingediend namens zijn overleden vader vanwege het onzorgvuldig handelen na een extractiebehandeling in juli 2020. De klacht betreft onder meer het niet hechten van de extractiewond waarna er een nabloeding is opgetreden, gebrekkige dossiervoering, onbereikbaarheid van de praktijk en het uitschrijven van familieleden na het plaatsen van negatieve reviews. De tandarts krijgt een waarschuwing.

Situatie

Klager heeft namens zijn overleden vader een klacht ingediend tegen de tandarts. De vader van de klager is sinds 2000 patiënt bij de tandarts. In juni 2020 kwam de vader van de klager bij de tandarts voor een consult vanwege slechte conditie van de restdentitie in de bovenkaak en werd besloten dat de resterende tanden en kiezen in de bovenkaak zouden worden geëxtraheerd en een immediaatprothese werd geplaatst. Op 14 juli 2020 heeft de tandarts de vijf nog aanwezige tanden en kiezen in de bovenkaak geëxtraheerd en de immediaatprothese geplaatst. Op 15 juli is de vader in de nacht bij de spoedeisende hulp van het ziekenhuis geweest vanwege een nabloeding. Om 7.30 meldde de vader van de klager zich bij de tandarts en werden de wonden gehecht.

 In de patiëntkaart stond genoteerd op 14 juli ‘’nabloeding bij hulppost geweest ging niet goed. Ochtend gehecht volgens patiënt en dochter werden geen bloedverdunners gebruikt. Bij latere navraag wel acetylsalicylzuur!’’

 Op 15 juli heeft de klager een e-mail gestuurd naar de praktijk waarin hij zich beklaagt over de bloeding bij zijn vader. De tandarts heeft dezelfde dag teruggemaild en uitleg gegeven over de situatie. De klager heeft gereageerd waarop er telefonisch contact is opgenomen door de zoon van de tandarts, zelf ook tandarts.

Eind juli 2020 heeft de broer van de klager een negatieve google review geschreven. In januari 2021 heeft de klager zelf een negatieve google review geschreven over de situatie van zijn vader. In de patiëntenkaart van de broer van de klager staat genoteerd dat er een negatieve review is geschreven en de patiënt niet meer welkom is in de praktijk. In de patiëntenkaart van de klager staat genoteerd dat na de nabloeding van zijn vader de patiënt erg onaardig is geworden, zowel telefonisch als per e-mail en heeft aangegeven dat hij niet meer terug wil keren.

De vader van de klager is bij een andere tandartspraktijk geweest en heeft daar een brug en implantaten laten plaatsen. De vader van de klager is overleden op 23 juli 2024.

Klacht

De klager verwijt de tandarts vanwege het feit dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld door de wonden in de mond niet te hechten waardoor een nabloeding is ontstaan. Daarnaast is er niet in de patiëntenkaart genoteerd dat er een nabloeding is opgetreden en dat er alsnog is gehecht. Verder was de tandartspraktijk na de behandeling telefonisch niet bereikbaar, zijn de klager en zijn familie uitgeschreven en zijn de klager en zijn familie telefonisch lastiggevallen, gechanteerd en bedreigd om de negatieve reviews te verwijderen.

De tandarts heeft het college verzocht om de klager niet ontvankelijk te verklaren en de klacht voor zover die gaat over de vader van de klager, niet inhoudelijk te behandelen. En voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de tandarts het college verzocht om dat deel van de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het college gaat ervan uit dat de klager de wil van zijn vader wil uiten, het college zal de klacht daarom inhoudelijk bespreken. Op het moment van behandelen heeft de tandarts gevraagd aan de vader van de klager en ook de zus die mee was of er medische bijzonderheden waren of medicatiegebruik, waarop nee werd geantwoord. Het college heeft de klacht als gegrond verklaard omdat er in de patiëntenkaart geen medische anamnese gegevens bekend zijn en geen medicatielijst aanwezig is, terwijl dit verplicht is. Volgens het college had de tandarts zich meer moeten inspannen om zekerheid te krijgen welke medicatie werd gebruikt.

Volgens het college staat er wel in de patiëntenkaart genoteerd dat er sprake was van een nabloeding en dat er is gehecht, dit klachtenonderdeel is ongegrond. Ook het klachtenonderdeel over het feit dat de praktijk onbereikbaar is, is ongegrond. Er is een bandje aanwezig in het Nederlands en Engels waarin wordt uitgelegd hoe de spoeddienst is geregeld. Het college heeft geoordeeld dat de tandarts de behandelrelatie niet volgens de regels heeft beëindigd, het klachtenonderdeel is gegrond.

Uitspraak

Twee klachtenonderdelen worden als gegrond verklaard. Het college legt de tandarts een maatregel op van een waarschuwing.

 

Bron: Tuchtrecht Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp

Aangepast wetsvoorstel verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers naar Raad van State

Het kabinet heeft een herzien wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandig ondernemers ter advies voorgelegd aan de Raad van State. De oorspronkelijke plannen stuitten op kritiek van uitvoeringsinstanties UWV en Belastingdienst, maar volgens demissionair minister Mariëlle Paul (Sociale Zaken, VVD) zijn hun belangrijkste zorgen na aanpassingen weggenomen.

Lagere premie en langere wachttijd

In het nieuwe voorstel betalen zelfstandigen 5,4% van hun winst als premie, dit is een verlaging ten opzichte van de eerder voorgestelde 6,5%. Bij arbeidsongeschiktheid, bijvoorbeeld door ziekte, ontvangen zij een uitkering tot maximaal het niveau van het minimumloon. De wachttijd voordat een uitkering ingaat, wordt verlengd van één naar twee jaar. Dit sluit aan bij de bestaande regeling voor werknemers (WIA).

Voordelen voor uitvoering en kosten

Volgens Paul verbetert de langere wachttijd de uitvoerbaarheid van de regeling. De Belastingdienst kan dan vaker gebruikmaken van definitieve inkomensgegevens, waardoor het risico op terugvorderingen kleiner wordt. Bovendien dalen hierdoor de kosten voor zzp’ers.

Belang van financiële buffer

Omdat de wachttijd twee jaar bedraagt, zullen ondernemers in die periode zelf in hun inkomen moeten voorzien. De minister adviseert zelfstandigen daarom een financiële buffer op te bouwen naast de verplichte premieafdracht.

Keuze voor private verzekering blijft

Zelfstandigen behouden de mogelijkheid om te kiezen voor een private arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats van de basisverzekering. Op dit moment is echter circa driekwart van de zzp’ers niet verzekerd. Vaak vinden zij een particuliere AOV te kostbaar of komen zij door leeftijd of gezondheid niet in aanmerking.

Bron:
Rijksoverheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Review

ZorgkaartNederland stopt met ongeverifieerde reviews

ZorgkaartNederland zal voortaan geen ongeverifieerde beoordelingen van zorgverleners en zorgorganisaties meer publiceren. Dat heeft Patiëntenfederatie Nederland, beheerder van het platform, bekendgemaakt.

Alleen nog geverifieerde ervaringen

Tot nu toe konden ervaringen via twee routes op ZorgkaartNederland terechtkomen. Enerzijds via de geverifieerde route: hierbij schakelt een zorgverlener een onafhankelijk meetbureau in dat patiënten uitnodigt hun ervaring te delen. Anderzijds via de ‘open route’, waarbij iedereen uit eigen beweging een beoordeling kon plaatsen, zonder dat zeker was of er sprake was van een behandelrelatie.

Die laatste mogelijkheid wordt nu beëindigd. Daarnaast zullen beoordelingen die ouder zijn dan vier jaar in de toekomst automatisch verdwijnen van het platform.

Kritiek op betrouwbaarheid

De wijziging komt na aanhoudende zorgen over de betrouwbaarheid van ZorgkaartNederland. Eerder onderzoek wees uit dat er op het platform betaalde en dus onbetrouwbare reviews verschenen. Ook trok de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) zich in 2024 terug uit de adviesraad en beëindigden de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en artsenorganisatie KNMG in 2025 hun samenwerking met het platform.

Volgens Patiëntenfederatie Nederland is het aandeel ongeverifieerde beoordelingen de afgelopen jaren al sterk gedaald: van 50% in 2021 naar ongeveer 20% nu. Binnenkort moet dit percentage volledig verdwijnen.

Toekomst: meer objectieve zorginformatie

ZorgkaartNederland wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een platform waar patiënten niet alleen persoonlijke ervaringen vinden, maar ook objectieve informatie om zorgkeuzes beter te onderbouwen. Momenteel zijn al gegevens over wachttijden en keuzehulpen beschikbaar.

In de toekomst wil de Patiëntenfederatie ook uitkomstinformatie van behandelingen en transparante gegevens over de kwaliteit van zorg toevoegen. Directeur-bestuurder Arthur Schellekens benadrukt dat er nu nog te weinig begrijpelijke en toegankelijke informatie voor patiënten beschikbaar is.

Zo werkt ZorgkaartNederland bijvoorbeeld aan een ‘volumekaart’ waarop zichtbaar wordt hoe vaak bepaalde operaties in verschillende ziekenhuizen worden uitgevoerd. Daarmee moet relevante maar ingewikkelde data overzichtelijk en bruikbaar worden gemaakt voor patiënten.

Lees meer over: Communicatie, Ondernemen
Samen naar een duurzamere mondzorg Angeli

Samen naar een duurzamere mondzorg

Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere plek binnen de mondzorg. Tandarts Angelica Setiaman is één van de kartrekkers die het belang van milieubewust werken in de sector zichtbaar maakt. In dit interview deelt zij haar visie op verduurzaming in de mondzorg en geeft zij praktische tips waarmee mondzorgpraktijken zelf aan de slag kunnen.

Hoe is jouw interesse in duurzaamheid binnen de mondzorg ontstaan?

“Ik merkte op een gegeven moment dat mijn persoonlijke keuzes op het gebied van duurzaamheid steeds moeilijker te rijmen waren met hoe het er op mijn werk aan toeging. Thuis scheidde ik zorgvuldig mijn afval, at ik vaker plantaardig, had ik ledverlichting geïnstalleerd en lagen er zonnepanelen op het dak. Toch reed ik dagelijks met de auto van Zandvoort naar Amsterdam voor mijn werk. Dat begon wrang te voelen.”

“Tijdens een werketentje bestelde ik een vegetarische maaltijd. Toen een collega vroeg waarom, raakten we in gesprek over duurzaamheid. Blijkbaar was ik niet de enige die zich stoorde aan de overvolle afvalbakken na een drukke werkdag. Dat gesprek vormde in 2017 het startpunt van onze werkgroep Duurzaam binnen Stichting Jeugdtandverzorging Amsterdam, waar ik als tandarts werkzaam ben. Sindsdien ben ik steeds meer duurzame initiatieven gaan oppakken. Zo ben ik initiatiefnemer van het Groene Zorg Festival, ambassadeur van de Groene Zorg Alliantie en één van de kartrekkers van de werkgroep Duurzame Mondzorg bij de KNMT.”

Waarom is duurzaamheid belangrijk in de mondzorg?

“Voor mij is duurzaamheid onlosmakelijk verbonden met gezondheid. De klimaatcrisis is niet alleen een milieuprobleem, maar vormt ook een directe bedreiging voor de volksgezondheid – iets wat ook door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt onderstreept. Daarom vind ik het belangrijk dat wij als mondzorgprofessionals onze verantwoordelijkheid nemen. Door in de praktijk bewust te kiezen voor duurzame oplossingen, dragen we niet alleen bij aan een beter milieu, maar ook aan de gezondheid van onze patiënten én van toekomstige generaties.”

Hoeveel tandartspraktijken zijn naar jouw schatting op dit moment actief bezig met het verduurzamen van hun praktijk?

“Het is lastig om precies te zeggen hoeveel tandartspraktijken momenteel actief bezig zijn met verduurzaming, omdat daar nog geen concrete cijfers over beschikbaar zijn. Wel blijkt uit een recente enquête van de KNMT dat duurzaamheid de afgelopen jaren steeds meer aandacht krijgt binnen de mondzorg. Toen ik in 2017 begon, was duurzaamheid nog nauwelijks een onderwerp, maar inmiddels is er veel veranderd. Er worden nu geaccrediteerde lezingen en studiedagen over duurzame mondzorg georganiseerd, studenten krijgen – zij het nog in beperkte mate – onderwijs over de impact van praktijkvoering op het milieu en mondzorgverleners besteden steeds vaker aandacht aan duurzaamheid binnen hun praktijk. Duurzaamheid is misschien nog niet het ‘nieuwe normaal’, maar er is wel degelijk een duidelijke beweging gaande binnen onze sector.”

Wat zijn de meest voorkomende duurzame initiatieven die worden opgepakt door mondzorgpraktijken?

“In de praktijk zie ik dat verduurzaming vaak begint met de ‘quick wins’. Denk bijvoorbeeld aan het overstappen op ledverlichting of het energiezuinig instellen van de cv-installatie. Dat zijn eenvoudige aanpassingen die toch een aanzienlijk verschil kunnen maken. Daarnaast zijn er ook tandartspraktijken die verder gaan en bijvoorbeeld hun pand beter isoleren, zonnepanelen plaatsen of bij verbouwingen kiezen voor duurzame materialen. Het mooie is dat deze stappen niet alleen goed zijn voor het milieu, maar ook bijdragen aan een prettigere werkomgeving én op de lange termijn kosten besparen. Veel praktijken pakken het dan ook stap voor stap aan: eerst het laaghangende fruit, gevolgd door steeds meer duurzame maatregelen.”

In hoeverre kunnen tandartspraktijken het gebruik van disposables zoals mondkapjes, handschoenen en schorten verduurzamen?

“Disposables zijn natuurlijk lastig te verduurzamen, omdat ze eenmalig gebruikt moeten worden voor de hygiëne en veiligheid van onze patiënten.

Toch kunnen we winst boeken door kritisch te zijn op wat we echt nodig hebben en verspilling te voorkomen. Ook is het belangrijk om binnen de praktijk het afval goed te scheiden en materialen zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

Op die manier kijken we verder dan alleen het product zelf en nemen we verantwoordelijkheid voor de hele keten. Zo geef je duurzaamheid echt een plek in je dagelijkse praktijk.”

Waar moeten praktijken vooral op letten bij het kiezen van disposables?

“Een belangrijke factor is dat disposables bij voorkeur lokaal worden geproduceerd, bijvoorbeeld in Nederland of Europa. Dat beperkt de transportkilometers en vermindert de CO₂-uitstoot flink.

Het aanbod duurzame disposables is helaas nog beperkt en fabrikanten zijn lang niet altijd duidelijk over waar hun producten precies vandaan komen.

Het zou helpen als producenten meer transparantie gaan bieden, bijvoorbeeld via QR-codes of een keurmerk waarmee je eenvoudig kunt zien waar een product vandaan komt of hoe duurzaam het product gemaakt is. Dan zou het voor praktijken veel makkelijker maken om bewust en duurzaam in te kopen.”

Welke andere knelpunten ervaren mondzorgverleners als het gaat om duurzaamheid?

“Eén van de grootste uitdagingen is dat het aanbod van duurzame producten voor tandartspraktijken nog steeds beperkt is. Daarnaast bestellen veel praktijken relatief kleine hoeveelheden, waardoor het moeilijk is om duurzame opties te vinden die meestal pas beschikbaar zijn bij grotere volumes. Zo wilden we in mijn eigen praktijk circulaire kleding aanschaffen, maar door het geringe aantal dat we nodig hadden, was dat praktisch niet haalbaar.”

Die combinatie van beperkte beschikbaarheid en kleine bestelhoeveelheden vormt een flinke drempel. Een slimme oplossing is daarom om samen te werken met andere praktijken en gezamenlijk in te kopen.

Door grotere volumes te bestellen, wordt het voor leveranciers aantrekkelijker om duurzame producten te leveren – vaak ook tegen betere voorwaarden. Zo wordt het voor kleinere praktijken veel makkelijker om duurzame keuzes te maken en draagt die samenwerking bij aan een groenere mondzorgsector.”

Je bent ook actief als beleidsadviseur Duurzaamheid bij de KNMT. Hoe ondersteunt de KNMT tandartspraktijken bij het zetten van stappen richting een duurzamere werkwijze?

“Voor de KNMT is duurzaamheid geen losstaand thema, maar een essentieel onderdeel van goede mondzorg. Daarom is het de ambitie om tandartspraktijken zo goed mogelijk te ondersteunen door praktische middelen en kennis toegankelijk te maken.”

“Een goed voorbeeld daarvan is de Milieubarometer van Stichting Stimular, die de KNMT aan praktijken aanbiedt. Deze tool helpt tandartspraktijken inzicht te krijgen in hun milieuprestaties en te bepalen welke maatregelen écht effect hebben. Daarnaast hebben we het e-handboek ‘Duurzame mondzorgpraktijk’ ontwikkeld, boordevol praktische tips en ideeën. Hiermee kan elke praktijk, ongeacht de fase waarin ze zich bevindt, direct aan de slag. Voor gebruik binnen de praktijk is er ook de checklist ‘Duurzame Mondzorgpraktijk’ – een visueel hulpmiddel om samen met het team op een laagdrempelige manier duurzame acties te inventariseren en bij te houden. Ook organiseert de KNMT regelmatig webinars, workshops en bijeenkomsten om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en samen te werken aan verdere verduurzaming.”

“Ook richting patiënten willen we bewustwording vergroten. Daarom hebben we de video ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’ gemaakt. Praktijken kunnen deze inzetten in de wachtkamer, op hun website of via social media.”

Voor wie hiermee aan de slag wil, is alle informatie overzichtelijk te vinden op www.knmt.nl/praktijkzaken/duurzaamheid.

Wat zijn volgens jou de eerste stappen die elke praktijk vandaag nog zou kunnen zetten?

“Je hoeft echt niet alles in één keer om te gooien om duurzamer te werken. Begin gewoon met wat vandaag al haalbaar is.

De belangrijkste stap op de circulaire ladder is ‘reduce’ – minder verbruiken dus. Daarom is het slim om eerst goed te kijken naar waar verspilling zit in je dagelijkse praktijkvoering.

Wat gebruik je uit gewoonte, maar is eigenlijk overbodig? Denk aan papieren folders die ook digitaal gedeeld kunnen worden of plastic bekertjes die je kunt vervangen door een slok kraanwater. Minder gebruiken is vaak de meest impactvolle én eenvoudigste stap – goed voor het milieu én kostenbesparend.

Ook bij de inkoop kun je veel winst boeken. Bestel kleinere hoeveelheden van producten met een houdbaarheidsdatum en juist grotere volumes van materialen die lang meegaan.

Probeer leveringen te combineren, zodat je minder vaak transport aan de deur hebt. Het zijn misschien kleine aanpassingen, maar als je ze structureel toepast, maken ze echt verschil.

Wat daarnaast vaak wordt onderschat, is het belang van preventie. Hoe minder behandelingen nodig zijn, hoe minder materialen en energie je verbruikt.

Goede voorlichting aan patiënten – over poetsgedrag, voeding of bijvoorbeeld het drinken van kraanwater – ondersteunt niet alleen hun mondgezondheid, maar draagt ook bij aan een duurzamere praktijk.”

Hoe zorg je ervoor dat duurzaamheid echt gaat leven binnen het team en niet blijft hangen bij een paar enthousiastelingen?

“Wat helpt, is laten zien dat het iets oplevert. Minder verspilling betekent ook meer rust, overzicht én vaak financiële ruimte. Dat maakt het meteen aantrekkelijker voor het hele team. En minstens zo belangrijk: betrek je collega’s vanaf het begin. Laat hen meedenken over wat er beter kan en geef ruimte aan ideeën van iedereen. In transitiemanagement weten we al jaren: als je 25% van de mensen mee hebt, kun je echte verandering in gang zetten. Dus begin met dat kwart – de mensen die willen, durven en kunnen. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en zorgt ervoor dat duurzaam denken vanzelf onderdeel wordt van het dagelijks werk.”

Kom langs op het Groene Zorg Festival!

Wil je meewerken aan een duurzamere zorg? Kom dan op 19 september naar het Groene Zorg Festival. Het festival, dat mede mogelijk is gemaakt door subsidie van VWS, is gratis toegankelijk en dé plek voor inspiratie, workshops, goede gesprekken en nieuwe inzichten. Maak er een teamuitje van, geniet van heerlijke hapjes, muziek en een fijne sfeer. Zo zet je samen een duurzame stap vooruit. Kijk voor meer informatie op: Groene Zorg Festival 2025 – Groene Zorg Alliantie.

Samen naar een duurzamere mondzorg

Interview met tandarts Angelica Setiaman door Ilona van der Werf.

Foto boven: met collega festivalcommissieleden: v.l.n.r. Jorinde Westra, Marleen Jans, Angelica Setiaman

Bekijk ook: Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Samen naar een duurzamere mondzorg

 

Lees meer over: Afvalverwerking, Duurzaamheid, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Op naar een duurzame mondzorgpraktijk

Op naar een duurzame mondzorgpraktijk

Duurzaamheid is een belangrijk thema, ook in de mondzorg. Hoe kun je als mondzorgpraktijk zorgen voor een duurzame bedrijfsvoering? Hoe koop je duurzaam in en hoe kun je het beste met je afval omgaan? dental INFO vroeg het aan Michiel Lieshout, restauratief tandarts en adviseur duurzaamheid in de tandheelkunde.

Wanneer kun je een mondzorgpraktijk duurzaam noemen?

Kort gezegd als er in elke genomen stap een duurzaamheidscomponent is toegevoegd. Soms weegt een ander criterium zwaarder, maar dan is er wel over de gevolgen voor mens en milieu nagedacht.

Op werkniveau is duurzame mondzorg inzetten op het voorkomen van problemen. Problemen in de mond zijn voor het grootste deel lifestyle gerelateerd. Je moet dus oog hebben voor de patiënt en zijn of haar invulling van het leven. Bijvoorbeeld voeding en werkdruk zijn van belang. Je moet daarom inzetten op gezondheid in plaats van het behandelen van een ziekte. Helaas is ons declaratiesysteem opgebouwd om te handelen en niet om te voorkomen. Ik hoop dat daar in de toekomst grote verandering in zal komen. Anders is het financiële systeem niet meer vol te houden, maar bovenal blijven we veel personeel, grondstoffen en energie gebruiken en afval produceren.”

Hoe kun je medewerkers betrekken bij een duurzamere bedrijfsvoering?

“Je kan hierin een aantal stappen onderscheiden. De eerste stap is urgentie kweken. Waarom moeten we nu handelen, veranderen, aanpassen? Dan bepaal je een visie en strategie. Wat willen we veranderen en hoe? Daarvoor heb je kennis nodig. Die ga je opzoeken.

Dit hele proces moet je samendoen. Als je de juiste vraag stelt, merk je dat dit thema ook onder de medewerkers leeft en ook zeker onder patiënten. Geef een groepje medewerkers de opdracht een en ander uit te werken, het proces te begeleiden en erover te communiceren. Intern, maar ook zeker extern (patiënten, omgeving, gemeente) en evalueer de verandering ook.

Ook duurzaam omgaan met personeel is van groot belang. Met een vergrijzende populatie en steeds minder personeel dat deze zorg kan en wil verlenen is luisteren, investeren, inzetten op vitaliteit en kennisontwikkeling belangrijk. De juiste poppetjes op de juiste plaats, een leven lang leren, een gezonde en veilige werkomgeving en werkplezier zijn elementen die zorgen voor een vitale medewerker die lange tijd zijn/haar werk kan uitvoeren en met veel plezier. Dit zorgt voor binding aan de praktijk, rust in de praktijk en een continuering van de zorg. Dus ook rust onder patiënten.”

Hoe kun je als mondzorgpraktijk duurzaam inkopen?

“Daarbij kun je vier stappen onderscheiden. Ten eerste moet je beoordelen of je minder kunt gebruiken. Ten tweede of je wegwerpproducten kunt vervangen door herbruikbare producten. Ten derde of je het materiaal van het product nog een keer kan gebruiken als grondstof. Ten vierde kijk je naar producten met een lange levensduur en laag energiegebruik, die onderhoudsvriendelijk zijn en gemaakt zijn van de minste grondstoffen. Ze moeten dan ook nog het liefst in de buurt geproduceerd zijn en aan het einde van de levensduur nog bruikbaar zijn als grondstof.”

Mondzorgpraktijken produceren behoorlijk wat afval. Hoe kun je daar op een duurzame manier mee omgaan?

“In je praktijk kan je vele verschillende stromen afval benoemen. Er zijn twee hoofdstromen, namelijk afval vóór patiëntencontact en afval ná patiëntencontact.

Al het materiaal vóór patiëntencontact kan met een goede afvalverwerker weer het recyclecircuit in: verpakkingsfolie, karton, papier, andere plastics.

Afval na patiëntencontact dat gevaarlijk of giftig is, zoals amalgaam, ontwikkelingsvloeistof (als dit nog gebruikt wordt) en scherpe voorwerpen, moeten we nu al gescheiden aanleveren.

Van het afval ná patiëntencontact probeer je zoveel mogelijk het materiaal te verzamelen dat niet daadwerkelijk met de patiënt in contact is geweest, zoals steriel verpakkingsmateriaal, de verpakking van de hechtdraad en het verpakkingsmateriaal van nieuwe producten.

In de mondzorg kennen we nauwelijks nat bebloed, toxisch afval. Dit is anders dan in een ziekenhuis. Ons afval gaat wel vaak de verbrandingsoven in, maar er is nog veel mee te doen. Helaas worden er veel verschillende soorten plastics en andere materialen, zoals metalen bandjes, houten wiggen etc. gebruikt. Ook kennen we veel combinatieproducten zoals servetten van patiënten met een plastic coating. Hierdoor zijn er weinig grote stromen afval van één soort afval te creëren.”

Hoe zou dat kunnen verbeteren?

“Voor de toekomst moeten we ernaartoe om meer producten te laten maken van het soort plastic dat we goed kunnen hergebruiken, minder met een combinatie van materialen en minder wegwerpproducten.

Als voorbeeld kun je kijken naar de mondkapjes. Deze zijn gemaakt van polypropyleen, maar ook van andere materialen. We starten nu een pilot om deze mondkapjes uit de mondzorg op te halen en om te zetten in een grondstof voor weer nieuwe producten. We gaan in de praktijk bekijken hoe eenvoudig of complex het scheiden van de verschillende materialen (metaal, elastine en polypropyleen) zal zijn om een zo zuiver mogelijk product te maken.

Als deze pilot werkt, dan gaan we aan de ene kant proberen steeds meer materialen van bijvoorbeeld polypropyleen te maken en aan de andere kant meer zuivere afvalstromen te scheiden om weer iets van te maken.

Het grote probleem bij de start van dit soort processen zijn de kosten. Nieuwe plastics zijn eigenlijk kunstmatig erg goedkoop. De kosten om het product na gebruik weer te verwerken of te verbranden worden hierbij niet meegenomen. Dus producten van nieuw plastic zijn goedkoper dan producten van gerecycled plastic. Maar naarmate de vraag naar producten van hergebruikt plastic toeneemt, zal het hele proces goedkoper worden. Wij hebben daarin een grote rol. We moeten van de producenten verlangen dat het aandeel gerecycled plastic of een her te gebruiken plastic toe zal nemen.”

Wat denk je van de trend in bioplastics?

“Daar zie ik weinig toekomst in. Voor dit biologisch afbreekbare product wordt landbouwgrond gebruikt in landen hier ver vandaan. Soms wordt er zelfs bos voor gekapt. Met energieslurpende machines wordt het product, vaak maïs, verbouwd. Het wordt over de hele wereld vervoerd om als product bij ons afgeleverd te worden. Soms komt er nog een inktprint of plastic sticker op. Dit plastic komt vaak bij het gewone restafval terecht en verdwijnt in de verbrandingsoven. Als het wel gescheiden wordt en op de composthoop terechtkomt, blijkt in de praktijk het composteringsproces te lang en dus te kostbaar voor een afvalverwerker te zijn. Na enkele cycli wordt het restant dan alsnog verbrand. Ik vraag me dan af, wat de winst is geweest. Zet dit af tegen het circulair gebruiken van plastics in een goed op elkaar afgestemd systeem en er is zeker geen winst.”

Heb je tips voor mondzorgpraktijken?

“Verduurzamen moet onderdeel zijn van elke handeling, overweging en alle soorten beleid. Er komen heel veel aspecten bij kijken. Veel processen zijn net van start gegaan. We moeten blijven nadenken over de vraag of het nog beter kan: minder vervuilend, met minder gebruik van kostbare grondstoffen, meer van eigen bodem etc.”

Michiel Lieshout is restauratief tandarts (NVVRT geaccrediteerd) bij Tandartsenpraktijk Lansingerland (Berkel en Rodenrijs). Daarnaast is hij als adviseur duurzaamheid in de tandheelkunde bezig om de verduurzaming van de mondzorg op de kaart te zetten door partijen te enthousiasmeren en kennis over te dragen. Ook probeert hij samen met enkele partijen het afvalprobleem in de mondzorg te verkleinen.

 

 

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen

Berisping na jarenlange strijd tussen tandartsen

In een langdurige strijd tussen twee tandartsen in dezelfde woonplaats heeft het Centraal Tuchtcollege een maatregel opgelegd. Eén van de tandartsen kreeg een berisping van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden wegens oncollegiaal gedrag.

Situatie

Tandarts A. en tandarts C. zijn beide tandarts in dezelfde woonplaats. Echter zijn de onderlinge verhoudingen al jaren ernstig verstoord. Tandarts C. verwijt tandarts A. dat hij zich op een oncollegiale wijze gedraagt en dit in strijd is met een goede uitvoering van de gezondheidszorg. Verder verwijt tandarts C., tandarts A. vanwege het niet verstrekken van medische dossiers van de naar tandarts C. overgestapte patiënten.

Klacht

Tandarts C. is praktijkhouder in B samen met zijn echtgenote. Ook tandarts A. is samen met zijn echtgenote, eveneens tandarts, praktijkhouder van een tandartsenpraktijk in B. De verhoudingen tussen tandarts C en A zijn al jaren verstoord. Beide tandartsen hebben de afgelopen jaren verschillende procedures tegen elkaar ingediend bij het tuchtcollege, commissie intern tuchtrecht en de civiele rechter.

Tandarts C. heeft onlangs een klacht ingediend bij het tuchtcollege en verwijt tandarts A. vanwege het feit dat zijn handelen oncollegiaal is doordat hij patiënten heeft gefaciliteerd, ondersteund en aangemoedigd om klachten in te dienen tegen tandarts C en daarbij actief publiciteit heeft gezocht. Het tweede klachtenonderdeel gaat over het feit dat tandarts A valse brieven in de naam van voormalig patiënten heeft verstuurd naar de praktijk van C. Het derde klachtenonderdeel gaat over het niet verstrekken van medische dossier van naar tandarts C. overgestapte patiënten.

Beoordeling

Het centraal tuchtcollege heeft het eerste klachtenonderdeel gegrond verklaard en het tweede en derde klachtenonderdeel ongegrond verklaard. Daarnaast is het tuchtcollege van mening dat de gezondheidszorg ernstig wordt geschaad door de voortdurende strijd tussen de twee partijen. Daarom is het van belang dat beide partijen stappen ondernemen om deze onderlinge strijd te beëindigen.

Tandarts A. is er meerdere keren op gewezen dat zijn handelen de grenzen van professioneel gedrag overschrijdt en daarmee niet alleen schade toebrengt aan tandarts C., maar ook het vertrouwen in de beroepsgroep en de gezondheidszorg. Zelfs na bovenstaande uitspraken van het tuchtcollege heeft tandarts A. recent nog tuchtklachten ingediend tegen tandarts C., via verschillende organisaties. Het advies van het tuchtcollege is om geen patiënten van elkaar aan te nemen. Beide tandartsen geven ook aan geen behandelrelatie aan te willen gaan met voormalige patiënten van de ander.

Uitspraak

Het centraal tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. De verweerd is in beroep gegaan. Het centraal tuchtcollege heeft de klacht op een aanvullend punt gegrond verklaard en legt de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
overname tandartspraktijken 400

462 tandartspraktijken overgenomen in Nederland sinds 2018

Tussen 2028 en begin 2025 zijn er 462 tandartspraktijk overgenomen. Rob van der Zande, eerder CEO bij 4 Dental Labs en momenteel investor bij Docfield, maakte met behulp van AI-tools een overzicht van de overnames van tandartspraktijken in Nederland tussen 2018 en 2025 die door de NZa goedgekeurd moesten worden.

Een fusie of overname moet  ter goedkeuring worden voorgelegd aan de NZa indien er tenminste één zorgaanbieder bij betrokken is die in de regel met meer dan 50 personen zorg verleent. Het gaat hier alleen om zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg verleent.

Aantal overnames

In 2025 werden er tot nu toe 17 tandartspraktijken overgenomen in Nederland na NZa goedkeuring. 1 overname kan wel meerdere praktijken betreffen.
Aantal overnames:

  • 2018 – 82overname 1
  • 2019 – 52
  • 2020 – 60
  • 2021 – 69
  • 2022 – 73
  • 2023 – 47
  • 2024 – 55
  • 2025 (begin) – 17

Aantal overnames tussen 2021 en begin 2025

Hieronder zie je een overzicht van de ketens die overnemen.
De top 5 van overnemende ketens zijn:

  1. Top Mondzorg – 37 overnames
  2.  Prime Dental Alliance – 37 overnames
  3.  Tandarts Today – 34 overnames
  4. De Tandartsengroep – 19 overnames
  5. PUUR mondzorg – 19 overnames

Daling op langere termijn bij meest actieve platforms

Als je het aantal overnames over een langere periode bekijkt, tussen 2018 en begin 2025 dan zie je een daling in het aantal overnames bij de 3 grootste overnamepartijen in die periode.

Overnamekaart

Van der Zande maakte een kaart waarop je kunt zien welke praktijken zijn overgenomen tussen 2021 en begin 2025, verdeeld over Zuid- en Noord Nederland. Bekijk een vergrote versie.

Keten koopt keten

overname 4Onderling waren er ook overnames.

  • Clinias kocht Dental365, Denteam Group, CDC, Bed & Med en Mondzorg Poli
  • Top Mondzorg kocht MKA Groep, Mondzorgplus, Omnios en Ortho Center.
  • Colloseum Dental nam DentConnect over.

 

Bron:
Rob van der Zande, investor DocField en voorheen CEO van 4Dental Labs

Lees ook: Minder private equity overnames in (mond)zorg

 

 

 

 

Lees meer over: Financiële diensten, Ondernemen
Tandartsstoel

Minder private equity overnames in (mond)zorg

Het aantal overnames en fusies waarbij private equity betrokken is in de Nederlandse (mond)zorgsector, is in 2023 gedaald naar het laagste niveau in jaren. Dat blijkt uit cijfers van adviesbureau JBR.

Volgens JBR is het teruglopende aantal transacties mede het gevolg van een veranderend politiek klimaat. Aanleiding hiervoor zijn onder meer de misstanden bij huisartsorganisatie Co-Med en problemen bij andere zorginstellingen. De Tweede Kamer heeft meerdere malen uitgesproken dat private equity geen plek zou moeten hebben in de zorg.

In de analyse van JBR wordt een overname als ‘private equity-transactie’ aangemerkt wanneer de koper een investeringsmaatschappij is of daar een meerderheidsbelang in heeft. Andere commerciële partijen, zoals beursgenoteerde bedrijven of private ondernemers, vallen buiten deze categorie en worden ingedeeld onder ‘overige private partijen’.

Buitenlandse investeerders minder actief in mondzorg in 2023

Hoewel de mondzorg nog steeds het segment is met de meeste overnames, is de consolidatiebeweging in 2023 duidelijk afgezwakt.

Het aandeel van buitenlandse private-equitypartijen binnen de mondzorgsector is in 2023 gedaald tot het laagste niveau tot nu toe. Een belangrijke oorzaak van deze daling is de terughoudende opstelling van Nordic Capital, een Zweedse investeringsmaatschappij die actief is via het platform TopMondzorg.

Van de in totaal 52 geregistreerde overnames en fusies in de mondzorgsector werden er 12 uitgevoerd door buitenlandse kopers en 20 door investeringsmaatschappijen. Vergeleken met het jaar ervoor is de betrokkenheid van buitenlandse private equity hiermee gehalveerd.

Opvallend is de terugval bij Nordic Capital: in 2022 waren zij nog verantwoordelijk voor 14 transacties, terwijl dat aantal in 2023 beperkt bleef tot slechts één overname.

Nederlandse ketenvorming krijgt steeds meer vorm: strategische partijen leiden consolidatie in mondzorg

Binnen de mondzorgsector hadden Nederlandse strategische spelers in 2023 een dominante positie op de overnamemarkt.

Prime Dental Alliance

Prime Dental Alliance (PDA) was de meest actieve partij met 14 overnames in dat jaar. Hiermee komt het totaal aantal transacties van PDA over de afgelopen vijf jaar op 31, bijna een verdubbeling. De organisatie richt zich op het samenbrengen van zelfstandige praktijken binnen een alliantie, met als doel het realiseren van schaal- en synergievoordelen als keten. De verwachting is dat deze consolidatiebeweging in 2024 wordt voortgezet.

Atlas Dental Care en NLTCO

Op enige afstand volgt Atlas Dental Care (ADC), eveneens een Nederlandse partij, met 6 transacties in 2023. De Nederlandse Tandartsen Coöperatie (NLTCO) sluit de top drie af met 4 overnames. Zowel ADC als NLTCO hanteren een vergelijkbaar model als PDA, waarbij het eigenaarschap grotendeels in handen blijft van de betrokken tandartsen.

NLTCO is bovendien aangesloten bij Dentius, een internationaal netwerk van tandartspraktijken met inmiddels 120 vestigingen in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Sinds de oprichting in 2012 is Dentius actief bezig met uitbreiding en blijft het inzetten op een duidelijke acquisitiestrategie.

Bekijk het rapport van JBR

Bron:
JBR

Lees ook: 𝟒𝟔𝟐 t𝐚𝐧𝐝𝐚𝐫𝐭𝐬𝐩𝐫𝐚𝐤𝐭𝐢𝐣𝐤𝐞𝐧 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧𝐨𝐦𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝 sinds 2018

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Waarop ligt de focus van de Autoriteit Persoonsgegevens

Waarop ligt de focus van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), toezichthouder op privacy in de zorg?

Beveiligingsmaatregelen, het (blijven) updaten van privacy documenten en het uitvoeren van DPIA’s, allemaal privacy gerelateerde onderwerpen waar mondzorgaanbieders zich mee bezig dienen te houden, maar die – zo leert de praktijk – toch al snel ‘onderaan het lijstje komen’. Dat terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) toeziet op naleving van privacy wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In dit artikel gaan wij in op het handhavingsbeleid van de AP, zoals op welke onderwerpen de AP zich focust en staan wij stil bij een boete die is opgelegd aan een orthodontiepraktijk.

Waar focust de AP zich op?

De AP publiceert ieder jaar een verslag, waarin zij verantwoording aflegt over hoe zij in het afgelopen jaar haar handhavingstaak heeft ingevuld en tevens vooruitblik doet op aankomend jaar. Recentelijk heeft de AP haar jaarverslag van 2024 gepubliceerd. Daarin wordt ingegaan op 2024 en aankomend jaar (2025).

In het jaar 2024 had de AP vijf focusgebieden, te weten:

  • Algoritmes & AI;
  • Big Tech;
  • Vrijheid & veiligheid;
  • Datahandel en;
  • Digitale overheid.

Daarnaast heeft de AP in 2024 streng gehandhaafd bij grote partijen, zoals Meta, Uber, Booking.com en Netflix. Er is niet altijd gekozen om een boete op te leggen door de AP, maar er zijn ook andere handhavingsinstrumenten ingezet. Zo heeft de AP in 2024 ‘maar’ 6 boetes opgelegd, vier keer een last onder dwangsom en zeven berispingen. Ook heeft de AP in 2024 meer aandacht voor de positie van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) op nationaal en Europees niveau gebracht, zoals de ontwikkeling van een nationaal kwaliteitsregister voor FG’s en de goedkeuring van EDPB voor certificeringscriteria van Brand Compliance.

Ook heeft de AP aangegeven nieuwe EU-regels als de AI-verordening en de Europese Digital Service ACT (DSA) te zullen gaan handhaven. De AI-verordening vereist risicoclassificatie van AI-systemen, verboden toepassingen (zoals real-time biometrische identificatie in de openbare ruimte) en extra conformiteitseisen voor hoog-risico AI. Het is dus belangrijk als organisatie om alvast stappen te zetten, zodat de organisatie compliant is met deze regelgeving. Organisaties die AI inzetten, doen er goed aan nu alvast te inventariseren van welke systemen hieronder vallen en welke aanpassingen nodig zijn.

Waar heeft de AP boetes voor uitgedeeld?

De AP is bevoegd om sancties op te leggen als een organisatie in strijd handelt met privacy wet- en regelgeving. De AP publiceert op haar website de boetes en andere sancties, zoals een waarschuwing of verwerkingsverbod, die zij oplegt. Dat zijn er overigens niet veel, het gaat om zo’n acht publicaties in het jaar 2024 en slechts twee in 2023. Hieronder wordt één van deze boetes uitgelicht, nu deze voor mondzorgaanbieders relevant is om kennis van te nemen.

Boete orthodontiepraktijk

Aan een orthodontiepraktijk werd in 2021 door de AP een boete van 12.000 euro opgelegd omdat de praktijk niet voldeed aan de AVG. Hoewel deze boete al van een tijdje geleden is, is de inhoud ervan nog steeds super actueel. De boete kwam na een klacht over de onveilige website van de praktijk, waar nieuwe patiënten zich online konden aanmelden. Via een onbeveiligde verbinding werden gevoelige gegevens, zoals het BSN van patiënten, verzonden. Doordat het formulier via een niet-versleutelde verbinding werd verstuurd, creëerde dit een aanzienlijk risico voor de privacy van de patiënten, aangezien criminelen deze gegevens relatief eenvoudig konden onderscheppen, wat zou kunnen leiden tot identiteitsdiefstal of oplichting.

De AP heeft deze feiten getoetst aan artikel 32 lid 1 AVG. Dit artikel regelt de vereisten voor de beveiligingsmaatregelen, maar betreft een erg open norm. Zo luidt het artikellid als volgt:

“Rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico’s voor de rechten en vrijheden van personen, treffen de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker passende technische en organisatorische maatregelen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen, die, waar passend, onder meer het volgende omvatten:
a) de pseudonimisering en versleuteling van persoonsgegevens;
b) het vermogen om op permanente basis de vertrouwelijkheid, integriteit, beschikbaarheid en veerkracht van de verwerkingssystemen en diensten te garanderen;
c) het vermogen om bij een fysiek of technisch incident de beschikbaarheid van en de toegang tot de persoonsgegevens tijdig te herstellen;
d) een procedure voor het op gezette tijdstippen testen, beoordelen en evalueren van de doeltreffendheid van de technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de verwerking.”

Er dienen dus voldoende maatregelen te worden genomen met een passend beveiligingsniveau, zowel op organisatorisch als technisch vlak. De AP licht toe in haar boetebesluit dat ten aanzien van het gebruik van het BSN-nummer er voldaan moet worden aan de vereisten uit de NEN7510. Ten aanzien van het gebruik van een webpagina dient het protocol beveiligen verbinding internet te worden gevolgd waarvoor een TLS-certificaat wordt afgegeven. In dit geval waren geen beheersmaatregelen getroffen en was de beveiliging van de website onvoldoende: het formulier met persoonsgegevens werd via een niet-versleutelde verbinding verstuurd. Er is, aldus de AP, sprake van een onbeveiligde verbinding en daarmee een schending van artikel 32 lid 1 AVG.

De AP benadrukte dat zorgverleners, groot of klein, de privacy van hun patiënten serieus moeten nemen en voldoende beveiligingsmaatregelen moeten treffen. De AP benadrukte ook dat kinderen, die in deze praktijk vaak patiënten zijn, extra bescherming verdienen volgens de AVG, omdat zij als (nog) kwetsbaarder worden beschouwd.

Tot slot

Hoewel de AP in 2024 voornamelijk boetes heeft opgelegd aan grote bedrijven, wordt zij ook actiever in de handhaving van de AVG-verplichtingen richting kleine bedrijven. Afhankelijk van de mate van de inbreuk op de AVG kan er een sanctie – waaronder een forse boete – worden opgelegd. Het is dan ook raadzaam om als organisatie na te gaan of alle AVG-verplichtingen voldoende worden nageleefd én de ontwikkelingen op dit gebied te volgen.

Door: mr. Demi van Rossenberg en mr. Silke van Dijk – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen | Adviseurs in de zorg

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
Zwanger

Zwanger én aan het werk: wat werkt in de praktijk?

Zwanger zijn verandert veel; fysiek, emotioneel én praktisch. Ook op het werk. Juist in een mondzorgpraktijk, waar het werk vaak fysiek is en de drukte oploopt, is het belangrijk dat werk en zwangerschap goed samengaan.

Niet alleen omdat het moet volgens de wet. Maar omdat je als medewerker én werkgever wilt dat het werk op een fijne manier doorloopt. Zonder onnodige uitval. En met ruimte voor herstel, energie en balans.

In dit artikel lees je wat er wettelijk geregeld is; vóór, tijdens en na het verlof. Zodat je weet waar je op kunt rekenen en wat je samen kunt regelen, als steun in het organiseren van werk dat past bij deze fase.

Veel te regelen

Zwanger zijn is een bijzondere tijd, en ook een periode waarin er veel geregeld moet worden. Ook op het werk roept dat soms vragen op, zowel bij de werknemer als bij de werkgever.

Wat moet je melden, wat mag je verwachten, en wat ben je verplicht te doen? Van de eerste zwangerschapsmelding tot de terugkeer op de werkvloer: het helpt als je weet waar je aan toe bent, of je nu zelf zwanger bent of iemand in je team begeleidt.

Let op: wet- en regelgeving geeft de kaders, maar het échte verschil zit vaak in een open uitwisseling. Een goed gesprek voorkomt misverstanden, biedt ruimte voor maatwerk en zorgt ervoor dat werk en zwangerschap beter samen kunnen gaan.

  1. Tijdens de zwangerschap: melding en bescherming op het werk
    Vanaf het moment dat een medewerker weet dat zij zwanger is, is het verstandig om dit op tijd met de werkgever te bespreken. Wettelijk moet het zwangerschapsverlof uiterlijk drie weken vóór de gewenste ingangsdatum worden aangevraagd. Daarnaast is de werkgever verplicht een veilige werkomgeving te bieden. Dit betekent het aanpassen van werkzaamheden als deze lichamelijk te zwaar zijn of mogelijk schadelijk voor de zwangerschap.
    Denk aan risicovolle stoffen, stress of nachtdiensten. Het gesprek hierover is essentieel om risico’s én aannames te voorkomen.
  2. Tijdens de zwangerschap: recht op aangepaste werktijden en pauzes
    Zwangere medewerkers hebben recht op extra pauzes (tot 1/8e van de werktijd per dag), aangepaste werktijden, en vrijstelling van overwerk en nachtdiensten. Deze rechten gelden tijdens de zwangerschap én tot zes maanden na de bevalling. Werkgever en werknemer kunnen samen bekijken wat haalbaar is, binnen de wettelijke kaders. Ook hier geldt: het begint bij goede afstemming. Wat heeft iemand nodig om inzetbaar te blijven? En hoe organiseer je dat samen op de werkvloer?
  3. Zwangerschaps- en bevallingsverlof
    Iedere werkneemster heeft recht op minimaal 16 weken verlof rondom de bevalling: zwangerschapsverlof vóór de uitgerekende datum en bevallingsverlof daarna. Het zwangerschapsverlof mag tussen 6 en 4 weken voor de uitgerekende datum starten. Het resterende deel wordt bij het bevallingsverlof opgeteld. De loondoorbetaling loopt via een UWV-uitkering. Ook partners hebben verlofrechten: 1 week geboorteverlof (100% loon) en aanvullend geboorteverlof van maximaal 5 weken (70% via UWV).
  4. Ouderschapsverlof
    Beide ouders hebben recht op 26 keer het aantal werkuren per week aan ouderschapsverlof tot het kind 8 jaar is. Sinds 2022 zijn de eerste 9 weken deels betaald (70% via UWV) als deze binnen het eerste jaar van het kind worden opgenomen. Ouderschapsverlof kan flexibel ingezet worden, in overleg met de werkgever.
  5. Terugkeer na de bevalling: extra bescherming en ruimte voor herstel
    Na de bevalling houdt een medewerker recht op extra pauzes en aangepaste werktijden tot 6 maanden na de geboorte. Ook is er recht op kolven of voeden onder werktijd tot het kind 9 maanden is, met behoud van loon. Dit mag maximaal een kwart van de werktijd per werkdag zijn, verdeeld over meerdere kolfsessies. De werkgever moet hiervoor een geschikte, afsluitbare en hygiënische ruimte beschikbaar stellen (geen toilet). Deze tijd geldt als werktijd en mag niet worden ingehouden op het salaris. Het gesprek over hoe dit praktisch vorm krijgt is essentieel voor wederzijds begrip en werkbare afspraken. Zo voorkom je onnodige verzuimmeldingen en werk je samen aan duurzame inzetbaarheid.
  6. Ontslagbescherming en flexibel werken
    Een werknemer mag niet worden ontslagen wegens zwangerschap, bevalling of opname van verlof. Deze bescherming loopt van het begin van de zwangerschap tot minstens 6 weken na het bevallingsverlof. Na terugkeer kunnen werknemers via de Wet flexibel werken verzoeken om aanpassing van werktijden of werkplek. Een goed gesprek over de combinatie werk en gezin is daarbij onmisbaar.

Tot slot

Wetgeving biedt belangrijke kaders en rechten voor zwangere medewerkers en jonge ouders. Maar de echte impact ontstaat pas als deze regels worden gekoppeld aan een open, betrokken gesprek. Zorg als werkgever dat je deze gesprekken actief voert, en als medewerker dat je je rechten kent en bespreekbaar maakt. Zo werk je samen aan een gezonde, werkbare balans tussen werk en ouderschap.

Van regels naar realiteit

De wet biedt duidelijke kaders. Maar het is de praktijk die bepaalt hoe het écht werkt. Daar zit precies de uitdaging én de kans.
Want wat ik in de praktijk vaak zie, is dat veel situaties, zowel vóór als na het verlof, onnodig richting verzuim bewegen, terwijl er juist ruimte is voor maatwerk. Niet door alles dicht te regelen, maar door met elkaar te onderzoeken wat iemand nodig heeft om inzetbaar te blijven, binnen de grenzen van de wet én met oog voor de mens.

Daar begint duurzame inzetbaarheid:

  • bij bewustwording van de mogelijkheden
  • bij het herkennen van signalen
  • en bij het voeren van open, praktische en constructieve gesprekken

Medewerkers sterker maken in hun rol als ouder en professional. En werkgevers helpen om niet alleen te denken in verplichtingen, maar ook in verbinding.

Door:
Monique van Leijsen, verzuimspecialist en trainer. Ze helpt HR en leidinggevenden om verzuim te voorkomen en de inzetbaarheid van medewerkers te versterken. Wil je sparren over een complexe casus of wil je beter zicht op wat je als werkgever kunt doen? Neem gerust contact op via www.verzuiminbedrijf.nl

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Personeel, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Thema A-Z, Werken met plezier
rechter

Tuchtrecht: Schenden van geheimhoudingsplicht bij plaatsing reactie onder recensie leidt tot waarschuwing voor tandarts

Klager plaatste een negatieve recensie over een tandarts op ZorgkaartNederland na een meningsverschil over het factuurbedrag. De tandarts heeft onder die recensie een reactie geplaatst waarin hij medische informatie geeft. Het Tuchtcollege acht de klacht als gegrond vanwege het feit dat de tandarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden en zich onprofessioneel en beledigd heeft gedragen.

Situatie

Op 28 februari 2023 heeft de klager een intakeconsult gehad bij de tandarts. De klager heeft hierna een rekening van €117,04 ontvangen. De klager vond de factuur te hoog omdat het alleen ging om een consult en de tandarts ongevraagd kosten heeft gedeclareerd voor het beoordelen van een bestaande foto.
De klager maakte bezwaar tegen de hoogte van de factuur door contact op te nemen met de tandartspraktijk, echter is de factuur niet aangepast. De klager heeft op 2 mei 2023 een recensie over de tandartspraktijk achtergelaten waarin hij zijn negatieve ervaring met de tandarts heeft gedeeld. De tandarts heeft onder deze recensie op zorgkaart Nederland gereageerd.

Op 18 mei 2023 heeft de klager een klacht ingediend bij de KNMT over de hoogte van de factuur en de reactie van de tandarts op de recensie. Een paar dagen later heeft de tandarts de klager verzocht om de recensie te verwijderen en de klacht bij de KNMT in te trekken, omdat hij anders een advocaat zou inschakelen.
Op 1 september heeft de KNMT laten weten aan de klager dat de bemiddeling is beëindigd vanwege een verschil in inzicht tussen beide partijen. Op 21 oktober 2023 heeft de klager de geschilleninstantie mondzorg ingeschakeld over de factuur, respectloze benadering en schending van het beroepsgeheim.

Klacht

De klager heeft een klacht ingediend vanwege het feit dat de tandarts zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door zijn reactie op de recensie.
De tandarts erkent deze reactie dan ook en geeft aan dat zijn reactie niet netjes is geweest, maar voortkwam uit boosheid. Daarnaast geeft de tandarts aan dat hij niet wist dat hij zijn beroepsgeheim hiermee zou schenden en heeft zijn excuses aangeboden.

Beoordeling

Het college heeft beoordeeld of de tandarts heeft gehandeld zoals verwacht mag worden. De tandarts heeft in zijn reactie op zorgkaart Nederland medische informatie over de klager openbaar gemaakt. Het is duidelijk dat de tandarts zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, dat vindt het college ook. Het college acht de klacht als gegrond vanwege het feit dat de tandarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden en zich onprofessioneel en beledigd heeft gedragen. De tandarts heeft de klager een schadevergoeding betaald.
Het college geeft aan dat ze tijdens de zitting niet overtuigd zijn geraakt van het feit dat de tandarts inziet wat de ernst van zijn onjuiste handelen is en daarom is een maatregel nodig.

Uitspraak

Het college heeft de klacht als gegrond verklaart en legt de tandarts de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
mondspoeling tegen tandplaque

Veilig door te slikken anti-biofilm mondspoelmiddel

Een persbericht laat zien dat onderzoekers van de Universiteit van Wyoming in de VS een mondwater met natuurlijke anti-biofilmverbindingen hebben ontwikkeld dat veilig is om door te slikken waardoor kinderen en risicogroepen het ook kunnen gebruiken.

Cariës bij kinderen

Cariës wordt veroorzaakt door biofilms (plaques) gevormd door de bacterie Streptococcus Mutans (S. mutans) en treft meer dan de helft van de Amerikaanse kinderen op 8-jarige leeftijd. Echter traditionele mondspoelingen zijn niet geschikt voor kinderen onder de zes jaar vanwege de risico’s voor schadelijke chemicaliën.

Innovatieve mondspoeling

Onderzoekers hebben een innovatieve mondspoeling ontwikkeld waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijke anti-biofilm verbindingen die afkomstig zijn van esdoornsap en groene thee. Het product is veilig voor jonge kinderen omdat de verbindingen effectief zijn in het voorkomen van tandplak en omdat er geen gebruik wordt gemaakt van giftige antimicrobiële ingrediënten.

Ascend 2.0-project

Om de nieuwe anti-biofilmmondspoelig te specificeren en het werkingsmechanisme op de bacterie S.mutans te onderzoeken is het Ascend 2.0 project ontwikkeld.
Het doel van het project is het genereren van kritieke gegevens waardoor verdere tests in een rattenmodel van tandcariës mogelijk wordt. Het ascend project speelt een cruciale rol in het staat stellen van biomedische onderzoekers om innovaties om te zetten in gezondheidszorgoplossingen.

Bron: Newswires

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Randvoorwaarden ruimten in de praktijk (Word bestand)

Juridische risico’s: 5 aandachtspunten voor mondzorgprofessionals

Het voeren van een mondzorgpraktijk is meer dan een tandheelkundige aangelegenheid. Naast kwalitatieve zorgverlening krijgt de tandarts of andere bestuurder als ondernemer te maken met een breed scala aan juridische verplichtingen. Het niet voldoen aan de verplichtingen kan de reputatie én de financiële continuïteit van de mondzorgprofessional en de praktijk raken. In dit artikel gaan wij in op vijf cruciale aandachtspunten die voor de mondzorgprofessionals van belang zijn.

1. Transparante communicatie – ook over kosten en vergoedingen

De zorgplicht van een mondzorgprofessional reikt verder dan medisch-tandheelkundig handelen; ook duidelijke informatieverstrekking aan de patiënt is onderdeel van de zorgplicht. Een belangrijk onderdeel van de informatieplicht zijn de eventuele risico’s van de uit te voeren behandeling. Indien de patiënt niet is geïnformeerd over het risico op bijvoorbeeld een bepaalde complicatie en deze complicatie doet zich vervolgens voor, kan een mondzorgprofessional aansprakelijk zijn voor de schade van de patiënt en/of kan de mondzorgprofessional tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Een belangrijke voorwaarde voor het recht op eventuele schadevergoeding door de patiënt is dat hij aannemelijk maakt dat hij van de behandeling zou hebben afgezien als de mondzorgprofessional wél aan de informatieplicht zou hebben voldaan.

Naast informeren over tandheelkundig-inhoudelijke zaken, moet ook over financiële zaken goed geïnformeerd worden. Dit volgt uit onder meer de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Ook hanteert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels over informatieverplichtingen, zoals de Regeling mondzorg. De informatieverplichting weegt zwaarder naarmate de behandeling tandheelkundig niet of in geringe mate noodzakelijk is of er een groter prijskaartje aan de behandeling hangt. Informeren over de financiën is belangrijk, omdat er inmiddels een groot aantal uitspraken is waaruit blijkt dat de patiënt de nota niet hoeft te betalen, indien hij niet goed geïnformeerd is over de kosten die hij moet betalen.

2. Dossiervoering: ook een juridisch bewijsstuk

Het patiëntendossier is niet alleen van belang voor het verlenen van goede zorg aan de patiënt (denk aan de noodzaak voor een opvolgend tandarts of waarnemer om na te gaan wat de mondgezondheidssituatie van de patiënt is), maar kan voor de mondzorgprofessional ook van grote waarde zijn bij een materiële controle of aansprakelijkheids- of tuchtkwestie. Het patiëntendossier vormt in de meeste gevallen het primaire bewijsmiddel in dergelijke zaken.

De wet verplicht de mondzorgprofessional tot het bijhouden van een medisch dossier van de patiënt. Uit de praktijk blijkt dat dit geregeld te summier gebeurt. Zaken als indicaties voor bepaalde verrichtingen, mondelinge toestemming, tussentijdse wijzigingen in de behandelstrategie, of afwijkingen van richtlijnen worden vaak niet (voldoende) vastgelegd. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de mondzorgprofessional bij onder meer een schadeclaim van een patiënt of een materiële controle van een zorgverzekeraar.

Het is gelet daarop verstandig om de belangrijke elementen steeds zorgvuldig in het dossier te noteren, waarbij veelal getoetst wordt aan de KNMT Richtlijn Patiëntendossier.

3. Richtlijnen zijn belangrijk

De professionele standaard in de mondzorg wordt in belangrijke mate gevormd door richtlijnen, zoals die worden opgesteld door beroepsorganisaties als KNMT en ONT. Deze richtlijnen omvatten gedragsaanwijzingen, behandelprotocollen en kwaliteitsnormen. De (tucht)rechters beschouwen deze als de norm waaraan mondzorgprofessionals moeten voldoen om te handelen als redelijk handelend mondzorgverlener.

De richtlijnen hebben als belangrijk doel te waarborgen dat goede zorg aan de patiënt wordt verleend. De zorgplicht voor de patiënt brengt echter ook mee dat het in specifieke gevallen wenselijk en soms zelfs noodzakelijk is om in het belang van de patiënt van een richtlijn af te wijken. De beoordeling van de zorg die een patiënt in een specifiek geval nodig heeft, ligt bij de behandelaar.

Afwijken van richtlijnen mag dus en moet soms zelfs. De mondzorgprofessional doet er echter verstandig aan om dit duidelijk vast te leggen en te motiveren in het dossier van de patiënt. Dit kan de mondzorgprofessional niet alleen helpen bij een eventuele schadeclaim of tuchtklacht, maar kan ook van essentieel belang zijn bij een materiële controle. Zorgverzekeraars nemen namelijk geregeld het standpunt in dat indien iets niet in het dossier is vermeld met motivering, de betreffende zorg niet is uitgevoerd, of dat een afwijking van de richtlijn niet kan indien dat niet is gemotiveerd.

4. Algemene voorwaarden: regel ze goed én bewijs de terhandstelling

Algemene voorwaarden kunnen, in combinatie met een goede schriftelijke zorgovereenkomst met de patiënt, een goed hulpmiddel vormen om verwachtingen te structureren en risico’s te beperken. Belangrijk is dat de algemene voorwaarden met de patiënt zijn overeengekomen én correct aan de patiënt ter hand gesteld zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de algemene voorwaarden feitelijk ter hand worden gesteld aan de patiënt. Het is aan de mondzorgprofessional om, indien dit wordt betwist, aannemelijk te maken dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door de patiënt door ondertekening te laten verklaren dat hij deze (en eventueel andere belangrijke) documenten heeft ontvangen.

De patiënt wordt daarnaast bij de algemene voorwaarden beschermd door de ‘zwarte lijst’ en de ‘grijze lijst’, die geldt voor consumenten. Uit deze lijsten volgt dat een bepaling in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend kan zijn. Dergelijke bepalingen zijn dan nietig of vernietigbaar, afhankelijk van of ze op de zwarte of grijze lijst staan vermeld. De aansprakelijkheid van de mondzorgprofessional kan op grond van de Wet geneeskundige Behandelingsovereenkomst overigens in zijn geheel niet worden uitgesloten of beperkt. Deze bepaling is, indien deze in de algemene voorwaarden voor de patiënten is opgenomen, nietig en dus niet geldig.

5. Verzeker het onzekere: beroepsaansprakelijkheid

Hoewel aansprakelijkheid van de mondzorgprofessional richting de patiënt niet kan worden uitgesloten, kan het risico op aansprakelijkheid wel worden verzekerd. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering kan daarom erg belangrijk zijn voor de mondzorgprofessional. Letselschade die is ontstaan bij de behandeling van de patiënt kan (indien de mondzorgprofessional hiervoor aansprakelijk is) grote schadeposten met zich brengen. De praktische en financiële afhandeling van een schadeclaim kan door een beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar uit handen worden genomen.

Het is wel van belang goed te bekijken welke risico’s door een bepaalde verzekering worden gedekt: vallen de belangrijkste risico’s onder de dekking van de af te sluiten verzekering? En hoe zit het met de inzet van collega’s (zowel zzp als in loondienst)? Het is verstandig na te gaan wat precies verzekerd is en of dit voldoende is.

Sommige verzekeringen bieden dekking voor het inloop- en/of uitlooprisico, dit betreft schade vóór of ná de looptijd van de verzekering. Dit kan onder meer van belang zijn bij een overdracht of overname van een praktijk; de patiënt die een claim indient na de overdacht of overname voor schade door een behandeling die daarvóór heeft plaatsgevonden kan onder de dekking van zo een inlooprisico of uitlooprisico vallen. De omvang van de dekking van de ene verzekeringspolis kan dus wezenlijk verschillen van de andere.

Door:
mr. Emma Boonstra, advocaat bij Eldermans|Geerts Advocaten in de zorg.

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving