Voorbeeld salaris reglement

KNMT ledenpeiling over mogelijke cao voor de mondzorg

De KNMT organiseert binnenkort een ledenpeiling onder tandarts-praktijkhouders. Daarbij wordt gevraagd of de vereniging namens hen in onderhandeling moet gaan over een cao voor de mondzorg. De peiling maakt deel uit van een breder onderzoek naar de beste manier om praktijkhouders te ondersteunen bij arbeidsvoorwaarden en werkgeverschap.

“Wij starten alleen cao-onderhandelingen als een duidelijk merendeel van onze praktijkhoudende leden daarachter staat,” benadrukt voorzitter Hans de Vries. “Voor het bestuur is draagvlak binnen onze achterban een absolute voorwaarde voordat we dit traject ingaan.”

Draagvlak bepaalt vervolgstappen

De kernvraag van de ledenpeiling is of de KNMT met vakbonden in gesprek moet gaan om te verkennen of er een concept-cao kan worden opgesteld. Mocht dat tot een concept leiden, dan is er nog geen definitieve cao: het onderhandelingsresultaat zal opnieuw worden voorgelegd aan de praktijkhoudende leden. Pas wanneer een ruime meerderheid instemt, besluit het bestuur om de cao daadwerkelijk te sluiten.
Hans de Vries: “Alleen als onze leden tevreden zijn met het resultaat, zetten we de stap naar een cao. Zo niet, dan doen we dat niet.”

Onderzoek gepresenteerd tijdens Algemene Vergadering

De ledenpeiling volgt op het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden, bestaande uit praktijkhoudende leden, de arbeidsjurist van de KNMT en een externe adviseur. Dit onderzoek richt zich op mogelijke opvolging van de in 2022 vervallen Arbeidsvoorwaardenregeling. De resultaten worden gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op vrijdag 12 december.
Hans de Vries: “We nodigen al onze leden van harte uit om aanwezig te zijn, de resultaten te bespreken en vragen te stellen.”

Mogelijke opvolging van de Arbeidsvoorwaardenregeling

Sinds het vervallen van de Arbeidsvoorwaardenregeling onderzoekt de KNMT verschillende manieren om praktijkhouders te ondersteunen bij het vaststellen van arbeidsvoorwaarden voor hun ondersteunend personeel. Een cao is één van de opties die worden bekeken. Daarnaast worden ook alternatieven onderzocht, zoals een praktisch handboek waarmee praktijkhouders zelfstandig hun arbeidsvoorwaarden kunnen vormgeven, en een benchmarkonderzoek naar salarissen in de mondzorg.

De KNMT neemt de tijd om dit proces zorgvuldig te doorlopen en betrekt haar leden actief bij elke stap – onder andere via de Algemene Vergadering en de aankomende ledenpeiling, die naar verwachting begin 2026 zal plaatsvinden.

Bron:
KNMT

Lees ook

Salarishuis mondzorgVideo: Salarishuis

Doelstelling van deze video met bijbehorende documenten is om duidelijkheid te verstrekken aan het personeel over hoe de salarissen jaarlijks – kunnen – worden verhoogd. Hiermee voorkom je als praktijk de terugkerende vragen over salarisverhoging. Daarnaast biedt het transparantie en uniformiteit over de salarissen binnen je praktijk.

Bekijk ook:

ZZPUitkomsten Salarisscan ZZP

 

 

Uitkomsten Salarisscan loondienst

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
samenwerken

Arbeidsconflicten in de mondzorg: van gedoe naar gezonde samenwerking

De meeste praktijkhouders en tandartsen hebben het liefst zo min mogelijk “gedoe” met hun medewerkers. De focus ligt tenslotte op patiëntenzorg, kwaliteit en een gezonde praktijkvoering.

Toch zijn arbeidsconflicten in de mondzorg geen uitzondering. Een team dat dagelijks intensief samenwerkt onder hoge werkdruk, gecombineerd met de krapte op de arbeidsmarkt, vormt een voedingsbodem voor spanningen. Vaak begint het klein – een verschil van inzicht over werktijden of verantwoordelijkheden – maar als dit niet wordt opgepakt, kan het uitgroeien tot een serieus probleem.

Arbeidsconflicten zijn niet alleen vervelend voor de sfeer, maar kunnen ook duur worden. Ze leiden tot verminderde productiviteit, uitval door ziekte en soms zelfs vertrek van waardevolle medewerkers. Bovendien zijn werkgevers bij verzuim door een arbeidsconflict verplicht conflictbemiddeling in te zetten. Tijdig en professioneel omgaan met conflicten is daarom niet alleen verstandig, maar vaak ook noodzakelijk.

Waarom conflicten ontstaan in de mondzorg

Een mondzorgpraktijk is vaak een hecht team waarin tandartsen, mondhygiënisten, assistenten en receptionisten intensief samenwerken. Die samenwerking vraagt om afstemming en vertrouwen. Enkele veel voorkomende bronnen van conflict zijn:

  • Werkdruk en roosterproblemen

    Onregelmatige werktijden, overuren en krappe bezetting kunnen spanningen veroorzaken.

  • Rol- en taakverdeling

    Wie is verantwoordelijk voor patiëntcontact, administratie of inkoop? Onduidelijkheid leidt vaak tot wrijving.

  • Communicatie en stijlverschillen

    Een tandarts die direct en zakelijk communiceert kan botsen met een assistente die behoefte heeft aan meer uitleg en erkenning.

  • Loopbaan en ontwikkeling

    Jonge mondzorgprofessionals willen doorgroeien, terwijl er in een kleine praktijk weinig ruimte is.

Deze situaties hoeven niet meteen tot een conflict te leiden. Pas wanneer ergernissen niet besproken worden, of gesprekken verzanden in verwijten, kan een werkrelatie vastlopen.

Het belang van tijdig ingrijpen

Conflicten lossen zich zelden vanzelf op. Integendeel: hoe langer ze duren, hoe groter de kans dat de samenwerking onherstelbaar beschadigd raakt. Daarbij komt dat uitval door een arbeidsconflict voor de werkgever directe verplichtingen schept.

Volgens de STECR-richtlijn arbeidsconflicten (een leidraad die door bedrijfsartsen en UWV wordt gehanteerd) geldt dat een arbeidsconflict verzuim kan veroorzaken, en dat de werkgever en werknemer dan verplicht zijn om samen een oplossing te zoeken. De bedrijfsarts zal adviseren om het gesprek aan te gaan, vaak onder begeleiding van een mediator. Blijven partijen stilzitten, dan kan het verzuim onnodig lang duren, met alle financiële gevolgen van dien. Het niet opvolgen van het advies van de bedrijfsarts kan bovendien leiden tot financiële sancties.

Voor een praktijkhouder betekent dit: hoe eerder je actie onderneemt, hoe kleiner de schade. Dat is niet alleen beter voor de medewerker, maar ook voor de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk.

Zelf oplossen: tips voor de praktijk

Niet elk conflict vraagt direct om een mediator. Vaak kunnen problemen in een vroeg stadium binnen het team of met een leidinggevende besproken en opgelost worden. Enkele praktische tips:

  1. Luister actief

    Laat medewerkers hun verhaal doen zonder te onderbreken. Alleen al erkenning kan spanning verminderen.

  2. Wees duidelijk over verwachtingen

    Veel irritaties ontstaan uit onduidelijkheid. Benoem helder wat je van elkaar verwacht. En wie verantwoordelijk is voor welke taak.

  3. Zoek het gemeenschappelijke belang

    In de mondzorg draait alles om goede patiëntenzorg. Dat kan helpen om de blik weer op de gezamenlijke missie te richten.

  4. Blijf bij het gedrag, niet de persoon

    Zeg liever “ik merk dat afspraken niet altijd nagekomen worden” dan “jij bent onbetrouwbaar”.

  5. Kom tot concrete afspraken

    Wie doet wat, en wanneer? Leg dit eventueel kort vast om misverstanden te voorkomen.

Met deze aanpak kunnen veel kleine strubbelingen worden opgelost. Toch zijn er situaties waarin professionele hulp nodig is.

Wanneer is professionele hulp nodig?

Er zijn signalen dat een conflict de draagkracht van het team of de leidinggevende te boven gaat:

  • Gesprekken lopen steeds vast of eindigen in ruzie.
  • Medewerkers melden zich ziek of dreigen dat te doen.
  • Het conflict raakt meerdere teamleden en zet de werksfeer onder druk.
  • Collega’s ontlopen elkaar of weigeren samen te werken.
  • Pogingen tot verbetering leveren geen concreet resultaat op.

In deze gevallen is het verstandig om een neutrale derde in te schakelen. Een mediator begeleidt partijen bij het herstellen van de communicatie en het vinden van gezamenlijke oplossingen. Anders dan een advocaat of rechter, kiest een mediator geen kant, maar zorgt ervoor dat beide partijen gehoord worden en samen tot afspraken komen.

De meerwaarde van mediation in de mondzorg

Het team in de Mondzorg is vaak klein en afhankelijk van elkaar is. Een conflict tussen twee medewerkers kan de hele praktijk beïnvloeden. En anders dan in grote organisaties is er zelden een HR-afdeling die dit soort situaties kan begeleiden.

De voordelen van mediation:

  • Snelle interventie

    Vaak binnen enkele gesprekken duidelijkheid en afspraken.

  • Lagere kosten

    Vergeleken met langdurig verzuim of juridische procedures.

  • Behouden van medewerkers

    In een krappe arbeidsmarkt cruciaal.

  • Herstel van samenwerking

    Partijen leren vaak beter met elkaar omgaan, waardoor herhaling minder snel voorkomt.

Bovendien geeft het als praktijkhouder rust: je hoeft het conflict niet meer zelf te dragen, maar kunt rekenen op professionele begeleiding.

Preventie: investeren in een gezond team

Conflicten helemaal voorkomen kan niet, maar veel ellende kan worden beperkt door te investeren in preventie:

  • Regelmatige werkbesprekingen waarin ook ruimte is voor feedback.
  • Duidelijke functieomschrijvingen en afspraken.
  • Training in communicatie en samenwerken.
  • Een open cultuur waarin problemen bespreekbaar zijn.

Door hier bewust aandacht aan te besteden, verklein je de kans dat een verschil van inzicht uitmondt in een groot conflict.
Conclusie
Arbeidsconflicten zijn onvermijdelijk in de mondzorg, maar ze hoeven niet uit te groeien tot grote problemen. Voor praktijkhouders is het belangrijk om signalen tijdig te herkennen en actie te ondernemen. Soms kun je het conflict zelf oplossen door goed te luisteren, duidelijkheid te scheppen en afspraken te maken. Wanneer dat niet lukt, is professionele hulp geen luxe maar een noodzaak, zowel om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen bij verzuim als om de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk te waarborgen.

Een goed begeleid conflict hoeft geen bedreiging te zijn, maar kan zelfs leiden tot betere samenwerking en een sterker team. En dat is precies wat elke mondzorgpraktijk nodig heeft: een gezonde werkrelatie als basis voor gezonde patiënten.

Voor praktische tips en eerste hulp bij arbeidsconflicten, zie de tool “Eerste hulp bij arbeidsconflicten in de Mondzorg”.

Door:
Valesca Nederlof, werkzaam als HR-Adviseur, Docent en Mediator voor de Mondzorg bij Dental Care Professionals

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
De wachtkamer als zorgverlener

De wachtkamer als zorgverlener: waarom ontwerp ertoe doet

Elke tandartspraktijk heeft er één, maar zelden krijgt het de aandacht die het verdient: de wachtkamer. Toch is dit dé plek waar de zorg begint. Niet met een boor of een spiegel, maar met wachten. En dat wachten is niet neutraal. Het is een moment waarin spanning kan oplopen of juist afnemen.

Een patiënt die gehaast binnenkomt, weinig vragen stelt en later terugkeert zonder het advies te hebben opgevolgd: het komt vaker voor dan we willen. Wat veel zorgverleners zich niet realiseren, is dat de inrichting van de wachtkamer hieraan kan bijdragen. Stress en spanning beïnvloeden hoe patiënten hun afspraak beleven, hoeveel ze onthouden en of ze adviezen opvolgen. Het vermindert het vermogen om informatie te verwerken en te onthouden. Slecht ontwerp kan juist die spanning versterken; een wachtkamer zonder daglicht, met harde stoelen en hoorbare gesprekken aan de balie, maakt gespannen. Patiënten ervaren weinig privacy en comfort in een omgeving waar zij vaak al kwetsbaar binnenkomen. Anderen kunnen persoonlijke gesprekken meeluisteren of zien dat iemand geëmotioneerd is. Beweging is lastig, en een rustig plekje vinden evenzeer.

Rust daarentegen helpt patiënten om hun klachten beter te verwoorden en gerichter vragen te stellen. Wie ontspannen het gesprek ingaat, onthoudt adviezen beter, wat de kans op onnodige herhaalbezoeken verkleint. Een goede plaatsing van de wachtkamer, ontwerp en ingerichte wachtruimte kan juist die rust ondersteunen – en daarmee bijdragen aan betere zorg.

Ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen

Of het nu gaat om nieuwbouw, renovatie of kleine aanpassingen: ontwerp doet ertoe. Daarom vraagt dr. Elke Miedema, docent-onderzoeker Gezonde Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, om meer aandacht voor het ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen. Als onderzoeker weet zij hoe bepalend de plek, het ontwerp en de inrichting van een (wacht)ruimte kunnen zijn.

Onderzoek over wachtruimtes in de mondzorg

Hoewel er nog weinig specifiek onderzoek is gedaan naar wachtruimtes in de mondzorg, geven bestaande studies wél waardevolle inzichten over hoe de omgeving kan bijdragen aan een prettiger zorgervaring, zoals positieve afleiding in de vorm van aanwezigheid van natuur, uitzicht, vormen kunst, geluid(demping), (dag)licht, en keuze vrijheid en informatie schermen.

• Natuurlijke elementen

Een Nederlandse studie toonde aan dat patiënten zich rustiger voelden in een wachtkamer met echte planten dan in een ruimte met afbeeldingen van groen – die overigens ook beter scoorde dan een kale omgeving (Emami et al., 2024). Ook kinderen waardeerden de aanwezigheid van planten sterk (Panda et al., 2015). Maak dus binnen ruimte voor planten en bloemen als je die nog niet kan zien vanuit de wachtkamer.

• Uitzicht naar buiten of een raam met daglicht

In het voorkeursonderzoek van Emami et al. (2024) werden grote ramen en uitzicht op natuur als stressverlagend ervaren. Natuurlijk licht maakt de ruimte minder klinisch en draagt bij aan een gevoel van openheid. Het beste is als de wachtkamer aan de buitenmuur ligt met een raam voor zichtbaar buiten, of een binnentuin. Dat is bij een bestaande praktijk natuurlijk niet meer zo makkelijk.

• Kunst, beelden en muziek

Muziek is het enige element dat eerder al in een literatuurstudie zeer overtuigend stressverlagend bleek (Biddiss et al., 2014). Vooral muziek zonder zang, simpel en niet te druk. Kinderen gaven daarnaast de voorkeur aan visuele elementen zoals tekeningen, foto’s en aquaria (Panda et al., 2015). Rustgevende kunst of speelse beelden maken de ruimte toegankelijker en minder spannend. Internationaal onderzoek bevestigt bovendien de positieve effecten van aquaria, natuurlijke geluiden, rustgevende muziek en aromatherapie, vooral bij langere wachttijden. Is het mogelijk wat muziek aan te zetten, zacht op de achtergrond, en waar kun je plak maken voor (natuur geïnspireerde) kunst of een aquarium?

• Akoestische panelen voor minder ruis en meer privacy

Hoewel dit nog niet expliciet onderzocht is in de mondzorg, tonen studies in bredere zorgomgevingen aan dat geluidsabsorberende materialen bijdragen aan rust en privacy (Elf et al., 2024). Dit is vooral relevant in praktijken met open balies of meerdere behandelkamers (Willekens et al., 2023). Daar zou je bijvoorbeeld akoestische (geluiddempende) panelen kunnen plaatsten naast, tegen of boven de receptie om te voorkomen dat de gesprekken ook door anderen gehoord worden. De plaatsing ten opzichte van elkaar kan ook helpen bij nieuwbouw, of het gebruik van afscherming.

• Warm, niet-verblindend licht

Sfeerverlichting werden sterk gewaardeerd in het onderzoek van Emami et al. (2024). Zacht, warm licht draagt bij aan comfort en een gevoel van veiligheid, essentieel voor patiënten die zich kwetsbaar voelen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van aanvullende verlichting in plaats van felle plafondlampen. Of in de wachtruimte kan gekozen worden voor lampen met een lagere lichtsterkte, terwijl de receptie goed verlicht blijft om het werk daar efficiënt te kunnen uitvoeren. Ook bureaulampen kunnen een praktische en sfeervolle oplossing zijn voor de balie, zonder dat ze het rustige karakter van de wachtruimte verstoren.

• Afwisseling in zitplekken en de mogelijkheid om te staan

Kinderen gaven de voorkeur aan zitzakken en losse stoelen boven banken (Panda et al., 2015). Volwassenen waardeerden variatie in zitopties, zoals hoge krukken of plekken om even te staan (denk aan een sta tafel). Dit geeft mensen regie over hun houding en draagt bij aan comfort. Bovendien zitten we vaak al te veel, dus is het fijn als dat niet de enige optie is.

• Informatiescherm met wachttijden of praktische meldingen

Hoewel dit niet expliciet onderzocht is in de genoemde studies in relatie tot stress, blijkt uit praktijkervaring dat duidelijke informatievoorziening – bijvoorbeeld via een scherm – onzekerheid vermindert. Bijvoorbeeld aantal wachtende voor je, zodat je de tijd beter kan inschatten. Randa (2017) liet zien dat de wachttijd benut kan worden voor mondgezondheid-educatie, bijvoorbeeld via schermen met mondzorgtips of meldingen.

De wachtkamer als onderdeel van toekomstbestendige zorg

Toekomstbestendige zorg gaat niet alleen over technologie of personeelstekorten. Het gaat ook over hoe we de zorgomgeving inzetten om gezondheid te ondersteunen. Gebouwen die aansluiten bij de behoeften van zowel patiënt als zorgverlener dragen bij aan efficiëntere zorg, kortere wachttijden en een prettigere werkomgeving. Een goed ontworpen (wacht)ruimte draagt bij aan betere gesprekken, minder herhaalbezoeken, en betere ervaring van (mond)zorg. De wachtkamer is geen tussenruimte. Het is de plek waar zorg begint. De wachtkamer verdient daarom meer aandacht in het gesprek over toekomstbestendige zorg.

Misschien kan de KNMT, net als de huisartsenvereniging (LHV), een bouwadviescommissie oprichten. Zo’n commissie zou niet alleen kunnen adviseren over verduurzaming van praktijken, maar ook richtlijnen kunnen ontwikkelen voor het ontwerp en de inrichting van mondzorgomgevingen. Ik zou daar graag aan bijdragen – als onderzoeker, als docent, en als iemand die gelooft dat de zorgomgeving een actieve rol speelt in gezondheid.

Oproep: Stuur een foto van je wachtkamer naar Elke Miedema

Zij gebruikt de foto’s graag voor lezingen en onderzoek met studenten naar verschillende voorbeelden van wachtkamers en gezonde zorggebouwen. Uiteraard kan zij, indien gewenst, de naam en locatie van de organisatie weglaten, mocht dat prettiger zijn. En jullie krijgen eventueel ook kort advies over hoe het nog beter kan.

Door:
Dr. Elke Miedema, docent onderzoeker Lectoraat Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, gespecialiseerd in gezondheidsbevorderende (zorg)gebouwen.

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Tandenborstel

Microplastics in de mondzorg: een sluipende aanwezigheid

Het is nauwelijks zichtbaar en toch overal aanwezig: microplastics. Deze minuscuul kleine plasticdeeltjes, kleiner dan vijf millimeter, worden tegenwoordig in vrijwel elk deel van ons leven teruggevonden. Van voedsel en drinkwater tot de lucht die we inademen en ook in de tandartspraktijk.

Van composiet tot afzuigslang

Wie in de stoel van de tandarts ligt, denkt bij kunststof vooral aan vullingen of kronen. Maar de mondzorg draait op een hele reeks materialen die grotendeels uit plastic bestaan: afdrukmaterialen, composieten, handschoenen, sterilisatiezakjes en zelfs de afzuigsystemen. Bij polijsten, boren of slijpen komen hiervan microplastics vrij, die via het afvalwater of de lucht uiteindelijk in het milieu en zelfs in ons eigen lichaam terechtkomen.

Dental Tribune International berichtte hier onlangs over en baseerde zich daarbij onder meer op een analyse van The Atlantic waarbij een zorgwekkend beeld werd geschetst: tijdens routinematige handelingen in de praktijk komen deeltjes vrij die zó klein zijn dat ze aan afzuiging of filters kunnen ontsnappen. Bovendien verouderen kunststoffen door intensief gebruik, waardoor ze sneller fragmenteren. Het is dus niet alleen de patiënt die in aanraking kan komen met deze microdeeltjes, ook het behandelteam ademt ze mogelijk in.

Gezondheidseffecten nog grotendeels onbekend

Wat deze blootstelling precies betekent voor onze gezondheid, is nog onduidelijk. Wel tonen laboratoriumstudies aan dat microplastics ontstekingsreacties en cellulaire stress kunnen veroorzaken. En steeds vaker worden ze in menselijk bloed en organen aangetroffen. Of en in welke mate dit een risico vormt voor de patiënt in de stoel of de tandarts die dag in, dag uit met deze materialen werkt, moet nog beter worden onderzocht (Schlanger, 2025).

Niet alleen in de praktijk, ook thuis

Het probleem beperkt zich niet tot de behandelkamer. Ook in de badkamer van de consument zijn microplastics te vinden, bijvoorbeeld in tandpasta. Onderzoek van de Keuringsdienst van Waarde liet zien dat meer dan de helft van de tandpasta’s in Nederland bewust toegevoegde microplastics bevat. Deze deeltjes zorgen voor een gladde textuur of een schurend effect, maar verdwijnen na het poetsen linea recta in het riool. De Europese Commissie heeft inmiddels besloten om het gebruik van microplastics in cosmetica te verbieden, maar de overgangstermijnen zijn lang: sommige producten krijgen nog tot twaalf jaar de tijd.

Een uitdaging voor de sector

De vraag is dus: hoe gaan we als mondzorgsector hiermee om? Bewustwording is de eerste stap. Van daaruit kan worden gekeken naar alternatieve materialen, betere afvalwaterfiltratie of duurzamere inkoop. Zoals The Atlantic benadrukte: microplastics zijn misschien klein, maar de impact is groot. Alleen door nu te handelen, kunnen we voorkomen dat dit probleem onzichtbaar verder groeit.

Samen in gesprek

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) organiseert daarom op 6 november de conferentie “Duurzame inkoop in de mondzorg”. Hier wordt niet alleen gekeken naar microplastics, maar breder naar manieren om de mondzorg duurzamer en toekomstbestendiger te maken. Een kans om als professional bij te dragen aan oplossingen die het verschil kunnen maken.

Meer informatie: KNMT – Praat jij mee over duurzame inkoop in de mondzorg? Kom naar onze conferentie

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat 400

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts na toepassen verkeerde behandeling aan porseleinen facings

Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege onvoldoende informatie en het uitvoeren van een onjuiste behandeling bij de klaagster aan haar porseleinen facings. Na in hoger beroep te zijn gegaan is de maatregel van een berisping opgelegd door het centraal tuchtcollege.

Situatie

De klaagster heeft in 2015 zes porseleinen facings in het bovenfront laten plaatsen bij haar vorige tandarts. Hierna is de klaagster overgestapt naar een andere praktijk waar de verweerder werkzaam is als tandarts.
Eind 2021 heeft de klaagster een behandeling ondergaan waarbij in het dossier vermeld is dat er zeven keer de code V91 Eénvlaksvulling composiet is gedeclareerd voor de elementen 26, 24, 37, 36, 46, 47 en 16. De code V93 Drievlaksvulling composiet is zes keer gedeclareerd voor de elementen 13, 12, 11, 21, 22, en 23.

In het dossier is genoteerd dat er met de patiënt besproken is dat bij onvoldoende resultaat eventueel porseleinen facings van het bovenfront geplaatst kunnen worden en er uitleg is gegeven over verminderde hechting bij minimaal opruwen en mogelijk zichtbare overgangen bij verwijderen van de facings. Vandaag is er composiet aangebracht van de 13 tm 23 ter opvulling van dentinerecessies en esthetische correctie. Ook is genoteerd dat er weinig beetverhoging mogelijk was en enkel occlusaal bij elementen met glazuurslijtage 1,5 mm verhoging is aangebracht met flowable.

In maart 2022 heeft de verweerder een herstelbehandeling uitgevoerd in verband met breuklijnen op de overgangen van composiet naar porselein. Daarnaast is in het dossier genoteerd dat het resultaat tegenvalt en de verweerder als garantie de hele procedure van het vervaardigen van de composietfacings op de oude porseleinfacings als garantie wil uitvoeren, maar dit echter wel alleen bij de verweerder kan worden uitgevoerd.

Er zijn hierna nog een aantal herstelbehandelingen uitgevoerd door verweerder en collega’s. In januari 2023 heeft er een klachtgesprek plaatsgevonden tussen verweerder en klaagster en heeft de verweerder een behandelvoorstel gedaan voor het plaatsen van nieuwe porseleinen facings inclusief begroting. De klaagster heeft het voorstel niet geaccepteerd en heeft zich gewend tot de KNMT. Eind 2023 heeft de klaagster zich tot haar rechtsbijstandsverzekeraar gewend en deze heeft een advies uitgebracht die luidt dat de tandarts er verstandiger aan had gedaan om direct de facings te vervangen voor andere indirecte restauraties die een betere aansluiting zouden hebben aan het tandweefsel.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend en verwijt de tandarts vanwege het feit dat hij niet voldoende informatie heeft verstrekt over de behandeling. Daarnaast heeft de tandarts niet alleen de tandhalzen opgevuld zoals afgesproken, maar de gehele tandvorm aangepast. De tandarts heeft volgens de klaagster de onjuiste behandeling gekozen door voor composiet te gaan. De klaagster verwijt de tandarts verder over het beschadigen van haar gebit door composiet te gebruiken wat heeft geleid tot breuken, scheuren en verkleuringen.

De klaagster geeft aan dat de tandarts haar onder druk heeft gezet om de huidige facings aan te passen, terwijl zij geen klachten ondervond en een onrealistische belofte heeft gedaan door te beweren dat haar tanden in hun oude staat hersteld kon worden. Daarnaast verwijt zij de tandarts vanwege het feit dat hij haar niet serieus heef genomen.

De tandarts geeft aan dat hij met de klaagster heeft besproken dat de niet-invasieve, reversibele behandeling zou bestaan uit de vervaardiging van 6x permanente composiet facings bij de elementen en er ook sprake was van informed consent. De tandarts verzoekt het college om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Klachtenonderelen a en b, geen informed consent, worden als gegrond verklaart. Er is geen behandelplan en begroting opgesteld en ook uit het medisch dossier van de klaagster kan niet worden afgeleid wat er met de klaagster is besproken.

Volgens het tuchtcollege heeft de verweerder zijn informatieplicht en dossierplicht geschonden. De andere klachtenonderdelen zijn ongegrond verklaard. Echter de klaagster is het er niet mee eens dat overige klachtenonderdelen ongegrond zijn verklaard en is in hoger beroep gegaan bij het centraal tuchtcollege. Het centraal tuchtcollege oordeelt dat klachtonderdeel c, onjuiste behandeling, als gegrond wordt verklaard doordat de tandarts ten onrechte composiet heeft gebruikt. De andere klachtonderdelen zijn ongegrond volgens het centraal tuchtcollege. Op basis van de gegronde klachtonderdelen oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

Uitspraak

Op basis van de gegronde klachtonderdelen, a, b en c, oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Samenwerking in de mondzorg blijkt in de praktijk vaak een zoektocht: waar begint en eindigt ieders rol? In het eerdere onderzoek zagen we dat grenzen vervagen en dat dit soms tot spanning leidt. Tegelijkertijd vraagt het team om meer overleg en duidelijkheid. Dit roept de vraag op: wanneer zijn kaders hard nodig om veiligheid te borgen, en wanneer helpt het juist om ze flexibel in te zetten zodat professionals kunnen groeien?

Wanneer kaders onmisbaar zijn

Kaders zijn primair bedoeld om patiënten te beschermen. Niemand wil dat een beginnende preventieassistent een complexe parobehandeling uitvoert waarvoor zij niet is opgeleid. Helder omschreven afspraken over bevoegdheden en grenzen zorgen dat de juiste zorgverlener de juiste patiënt ziet.

Daarnaast bieden kaders ook veiligheid voor de medewerker zelf. Zonder duidelijke instructies ervaren assistenten druk om taken uit te voeren waarvoor ze zich niet bekwaam voelen, wat kan leiden tot stress, onzekerheid en zelfs fouten. Zoals theoretische modellen over kaders en autonomie laten zien, werken duidelijke grenzen juist bevrijdend: ze geven een medewerker houvast en ruimte om zich te concentreren op wat binnen de rol hoort.

Casus – Kaders te ruim

Jamal, preventieassistent met enkele jaren ervaring, kreeg in een praktijk zonder structureel overleg steeds complexere taken toegewezen: parostatussen maken en pockets van 6 mm behandelen zonder supervisie. Aanvankelijk voelde hij zich gevleid, maar na verloop van tijd groeide de onzekerheid. Hij wist niet meer of hij binnen zijn bevoegdheden werkte. Het gebrek aan kaders maakte hem onzeker én zorgde dat de patiëntenzorg onveilig werd.

Professionele identiteit en kaders

Kaders beschermen de waarde van ieders beroep. Voor de preventieassistent geven ze veiligheid, voor de mondhygiënist waarborgen ze het verschil in opleidingsniveau en klinische verantwoordelijkheid, en voor de tandarts bieden ze overzicht en grip op de eindverantwoordelijkheid.

Onderzoek toont aan dat duidelijke kaders bijdragen aan rolduidelijkheid, professionele trots en een efficiënte samenwerking.

Is controle of vertrouwen nodig?

In de mondzorg staat patiëntveiligheid voorop. Controle helpt om risico’s te signaleren en te voorkomen dat iemand buiten zijn of haar bekwaamheid werkt. Denk aan een preventieassistent die nog niet voldoende ervaring heeft met bepaalde handelingen. Zonder toetsing kan dat leiden tot fouten. Maar als elk detail voortdurend wordt nagekeken, voelen medewerkers zich gewantrouwd. Dit werkt demotiverend, belemmert eigenaarschap en kan leiden tot afhankelijk gedrag (“ik doe niets totdat het gecontroleerd is”). Belangrijk is dat dit niet als wantrouwen wordt gevoeld maar als onderdeel van een gezamenlijk leerproces.

Maar we horen ook vaak dat vertrouwen nodig is. Professionals groeien als ze de ruimte krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Vertrouwen geeft ruimte om initiatief te tonen, vergroot motivatie en versterkt de binding met het team. Bovendien draagt het bij aan psychologische veiligheid: de ervaring dat men fouten mag bespreken en ervan mag leren.

Als vertrouwen betekent dat er helemaal geen toetsing of reflectie plaatsvindt, kan dit leiden tot overschrijding van grenzen of blinde vlekken. Dus er is een balans nodig tussen controle en vertrouwen. In de zorgpraktijk werkt een de combinatie het best: duidelijke afspraken (kaders) die worden gecontroleerd waar dat cruciaal is (bijvoorbeeld bij complexe of risicovolle handelingen), gecombineerd met vertrouwen in het geroutineerde werk en regelmatige reflectiemomenten. Meer hier over bespreken we onder ‘rekbare kaders’.

De balans is te vinden in intervisie, feedbackgesprekken of periodieke evaluaties in plaats van voortdurende checklists.

Omgaan met overschrijding van kaders

Soms worden kaders genegeerd, bijvoorbeeld door zelfoverschatting of druk vanuit de praktijk. Voorbeelden: een preventieassistent die PPS3-patiënten subgingivaal behandelt, of een mondhygiënist die röntgenfoto’s indiceert en buiten het vakgebied analyseert zonder tandarts.

Aanpak:

  • Benoem gedrag, niet de persoon.
  • Verbind aan gezamenlijke doelen.
  • Check de motivatie: soms is onvoldoende overleg de oorzaak.
  • Maak afspraken zichtbaar en toetsbaar.
  • Ondersteun met leiderschap.

Casus – Overschrijding door zelfoverschatting

Een paropreventieassistent nam structureel PPS3-patiënten over uit enthousiasme. Mondhygiënisten durfden dit niet bespreekbaar te maken. Pas bij een complicatie bleek dat het probleem lag in gebrek aan kaders én feedback. Door gezamenlijk afspraken te herzien en de mondhygiënist een coachende rol te geven, werd het vertrouwen hersteld.

Wanneer kaders ontwikkeling kunnen belemmeren

Te strakke kaders kunnen ook knellen. Een mondhygiënist die niets zelfstandig mag beslissen zonder eerst de tandarts te raadplegen, voelt zich niet serieus genomen. Evenzo kan een preventieassistent die enkel “handjes” mag zijn, het gevoel krijgen dat haar kennis ondergewaardeerd wordt. Te veel controle verstikt eigenaarschap en demotiveert.

Onderzoek naar professionele groei in zorgteams laat zien dat medewerkers juist floreren wanneer kaders ruimte bieden voor eigen initiatief, gecombineerd met feedback en ondersteuning.

Casus – Kaders te krap

Sophie, mondhygiënist met tien jaar ervaring, werkte in een praktijk waar de tandarts álle behandelplannen moest goedkeuren, zelfs voor eenvoudige nazorgpatiënten. Voor Sophie voelde dit als wantrouwen en een beperking van haar deskundigheid. De patiëntenzorg verliep trager en Sophie verloor motivatie. Het strakke kader smoorde professionaliteit in plaats van veiligheid te bieden.

Rekbare kaders: ruimte om te groeien

Het alternatief ligt in wat we groeikaders kunnen noemen. Dat zijn duidelijke grenzen die tegelijk ruimte laten om stap voor stap meer verantwoordelijkheid te nemen.

Voorbeeld: Een beginnende preventieassistent start met het verwijderen van tandsteen enkel in het onderfront, onder begeleiding. Naarmate ze ervaring en vertrouwen opbouwt, kan het kader uitgebreid worden, bijvoorbeeld door zelfstandig tandsteen te verwijderen met alleen nacontrole.

Essentieel: Evaluatiemomenten zijn ingebouwd: wat gaat goed, waar liggen nog grenzen? Zo groeit iemand binnen een veilige structuur, blijft de patiëntenzorg gewaarborgd en ervaart de medewerker eigenaarschap.

Onderzoek naar teamdynamiek en psychologische veiligheid benadrukt dat deze evaluatie en reflectie cruciaal zijn voor duurzame groei en motivatie.

Neurodivergente collega’s en kaders

In teams werken vaak collega’s die neurodivergent zijn. De beleving van kaders kan sterk verschillen:

  • Voor sommigen bieden kaders houvast, zoals een mondhygiënist met autisme die baat heeft bij voorspelbare structuren.
  • Voor anderen kunnen kaders verstikkend werken, zoals een collega met ADHD die energie en creativiteit kwijt wil in een rol met ruimte voor eigen invulling.

Flexibiliteit en dialoog zijn cruciaal: kaders dienen ondersteunend, niet uniform te zijn. Dit vergroot inclusiviteit en benut de kracht van diversiteit.

Leiderschap en gezamenlijke afspraken

Het plaatsen van kaders vraagt om leiderschap. Niet in de vorm van top-down regels, maar door gezamenlijk afspraken te maken. De tandarts of mondhygiënist bewaakt grenzen en voert het gesprek actief. De mondhygiënist kan een coachende rol spelen: inhoudelijke kaders bewaken, maar ook begeleiden. De preventieassistent moet de ruimte voelen om aan te geven waar meer begeleiding of vrijheid nodig is.

Casus – Escalatie zonder zicht op kaders

In een groepspraktijk liep de relatie tussen tandarts en mondhygiënist vast. De tandarts vond dat de mondhygiënist te vaak patiënten terugverwees, terwijl de mondhygiënist zich overvraagd voelde en onvoldoende steun ervoer. Pas na inschakeling van een mediator werd duidelijk dat het conflict draaide om onuitgesproken kaders. Door expliciete afspraken en gezamenlijke herziening ontstond weer helderheid en vertrouwen.

Kaders als springplank

De kunst is dynamische kaders creëren: stevig genoeg voor veiligheid en kwaliteit, flexibel genoeg voor groei. Samenwerking wordt pas echt sterk als kaders niet worden gezien als macht, maar als springplank voor ontwikkeling.

Transcendentie: boven de kaders uitstijgen

Naast harde, rekbare of flexibele kaders bestaat er nog een andere dimensie: transcendentie. Dit gaat niet om het loslaten van kaders, maar om het vermogen om de betekenis erachter te zien en er bovenuit te stijgen.

Wat is transcendentie?

Transcendentie betekent letterlijk “overstijgen”. In een professionele context gaat het om het vermogen om voorbij de letterlijke regels en afspraken te kijken, naar het bredere doel dat ze dienen: veilige, kwalitatieve en mensgerichte zorg. Het is een proces waarin professionals zich niet alleen houden aan kaders, maar deze leren begrijpen als hulpmiddel om samen verder te komen.

Het proces van transcendentie

  1. Bewustwording – Professionals kennen de kaders en weten waar de grenzen liggen.
  2. Reflectie – Ze onderzoeken waarom die kaders bestaan: voor veiligheid, groei of kwaliteit.
  3. Overstijging – Ze leren handelen vanuit het doel achter het kader in plaats van enkel vanuit de regel zelf.
  4. Integratie – In het team ontstaat een cultuur waarin kaders niet meer als beperking, maar als middel voor gezamenlijke ontwikkeling worden ervaren.

Belang voor de mondzorgprofessional en het team

  • Voor de individuele professional geeft transcendentie zingeving en trots: het werk gaat niet alleen over “wat mag ik wel of niet”, maar over de bijdrage aan het grotere geheel van patiëntenzorg.
  • Voor het team betekent transcendentie dat samenwerking niet vastloopt op grenzen, maar gedragen wordt door een gezamenlijke visie. Teams die transcendent denken, zijn beter in staat om spanningen rond bevoegdheden en taken te bespreken zonder te vervallen in strijd of rigiditeit.

Relatie met kaders

Transcendentie betekent niet dat kaders verdwijnen. Integendeel: ze blijven nodig als fundament. Het verschil is dat professionals ze niet langer als eindpunt zien, maar als startpunt. Het gaat niet meer om de vraag “Mag dit binnen mijn rol?”, maar om “Hoe dragen mijn handelen en de kaders samen bij aan de best mogelijke zorg?”

Het risico van zwart-wit denken in kaders

Kaders zijn bedoeld als steun, maar kunnen verstikkend worden wanneer ze te letterlijk of mechanisch worden toegepast. Zwart-wit denken ontneemt de professional de ruimte om context mee te wegen en tast het vertrouwen van de patiënt aan.

Casus – Vastlopen in cijfers

In een praktijk werd afgesproken dat een bloedingsindex van maximaal 15% acceptabel was. Tijdens een controle mat een preventieassistent bij een patiënt een bloedingsindex van 16%. In plaats van dit te bespreken als een kleine afwijking met ruimte voor verbetering, wees de assistent de patiënt streng terecht: “U zit boven de norm, dit is echt niet goed.” De patiënt voelde zich afgebrand, terwijl het verschil in werkelijkheid marginaal was en met wat extra instructie goed begeleid had kunnen worden.

Het strikt hanteren van de grens zonder oog voor nuance leidde tot demotivatie bij de patiënt en spanningen in de relatie. Bovendien voelde de preventieassistent zich achteraf onzeker: had zij wel juist gehandeld door zo hard te reageren? Het kader dat veiligheid moest bieden, werd een valkuil omdat het zonder context werd toegepast.

Les: Regels en cijfers zijn hulpmiddelen, geen absolute waarheden. Transcendentie helpt om kaders te gebruiken als richtingaanwijzers, met oog voor het grotere doel: motivatie, kwaliteit van zorg en het behoud van vertrouwen in de behandelrelatie.

Casus – Niet denken maar doen

In een praktijk wordt afgesproken dat de besproken tijd maximaal benut moet worden nadat is gebleken dat de afspraken van de preventieassistent vaak maar 15 minuten worden gedeclareerd terwijl er een half uur in de agenda staat. Een preventieassistent maakt daarop keurig steeds de 30 minuten vol en declareert vervolgens een keer M01 en 5 keer M03. Dit lijkt goed totdat de bloedingsindex erbij wordt gelegd. De bloedingsindex is bij veel van haar patiënten slechts 5% en ook de plakindex blijkt erg laag. Wat is er aan de hand? Bij navraag blijkt ze nu overal te scalen en op elke plek 10 keer heen en weer te gaan met haar scaler, ook als er geen plak of tandsteen te vinden is. Ook krijgen al haar patiënten elke keer een instructie, ook als ze dit al goed doen. Hier zijn de kaders op de letter gevolgd maar niet goed begrepen. Er wordt afgesproken om de behandeltijd in de agenda in te korten en sommige patiënten in het geheel niet meer in te plannen.

Conclusie

Kaders zijn onmisbaar voor veiligheid, rolduidelijkheid en professionele identiteit, maar kunnen ook groei stimuleren als ze dynamisch en adaptief worden ingezet. De kunst is een balans te vinden: grenzen die beschermen, én ruimte die professionals laat ontwikkelen. Transcendentie helpt om kaders te zien als springplank en richtingaanwijzer in plaats van als muren. Zo worden kaders een fundament én springplank voor sterke samenwerking in de mondzorg.

Soort kader

Soort kader Kenmerken Effect op veiligheid Effect op groei / motivatie
Hard kader        Strikt, weinig ruimte voor eigen invulling Laag: beperkt eigenaarschap, kan demotiverend werken
Te krap kader       Alle beslissingen moeten worden goedgekeurd Gemiddeld: veiligheid is formeel gewaarborgd, maar soms vertraging Laag: frustratie, beperkt initiatief en professionele ontwikkeling
Te ruim kader       Veel vrijheid zonder toezicht Laag: risico op fouten of overschrijding van bevoegdheden Gemiddeld/hoog: kan initiatiefrijk zijn, maar onzekerheid ontstaat
Rekbaar kader

Tips voor gebruik

  • Begin met duidelijke kaders voor nieuwe medewerkers.
  • Breid het kader geleidelijk uit op basis van ervaring en vertrouwen.
  • Bespreek regelmatig: wat werkt, wat kan losser, wat moet strakker?
  • Zorg dat iedereen in het team de kaders begrijpt en ermee instemt.

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist.

Gebruikte bronnen:

Literatuur over kaders en professionele groei in zorgpraktijken

  1. Professionaliteit in de zorg
    Samenvatting: Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema’s en dilemma’s in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten.
  2. De dokter en de vakgroep – Paul Wormer
    Samenvatting: In dit boek doet Paul Wormer praktische suggesties om de huisartsenzorg en de samenwerking binnen praktijken en professionele teams goed en efficiënt te organiseren. Het boek richt zich op het tweede vak van de dokter: het leidinggeven en samenwerken binnen de praktijk, vakgroep en andere teams.
  3. Kaders: Waarom grenzen juist vrijheid scheppen
    Samenvatting: Dit boek onderzoekt hoe duidelijke kaders in organisaties kunnen bijdragen aan zelfsturing, psychologische veiligheid en teamperformance. Het biedt inzichten van experts over hoe kaders zelfsturing kunnen ondersteunen zonder te vervallen in rigide controle. (Managementboek)
  4. Ruimte vinden binnen de kaders
    Samenvatting: Dit boek bespreekt hoe je de creativiteit en eigen verantwoordelijkheid van professionals kunt aanspreken binnen de gevestigde regels. Het benadrukt dat het bereid zijn om regels ter discussie te stellen, ruimte kan creëren voor innovatie en groei. (De Professionele Dialoog)

Literatuur over transcendentie

  1. Peeters, M., & Van Eerde, F. (2021). Overstijgend samenwerken: zingeving en professionaliteit in teams. Amsterdam: Boom Uitgevers.
    Dit boek bespreekt hoe professionals binnen organisaties kunnen groeien door voorbij structuren en regels te kijken. Het concept transcendentie wordt belicht als sleutel tot samenwerking die niet alleen efficiënt is, maar ook betekenisvol. Het laat zien hoe kaders niet verdwijnen, maar worden gebruikt als fundament voor ontwikkeling, vertrouwen en duurzame samenwerking.
  2. Taylor, C. (1991). The Ethics of Authenticity. Harvard University Press.
    Taylor verbindt transcendentie aan authenticiteit en zingeving in het professionele en persoonlijke leven. Zijn werk biedt een filosofische basis om te begrijpen waarom het overstijgen van kaders belangrijk is voor het behouden van menselijkheid binnen structuren.
  3. Frankl, V. E. (2004). De zin van het bestaan. Utrecht: Servire.
    Hoewel geschreven vanuit een existentiële en psychologische invalshoek, laat dit boek zien hoe transcendentie – het richten op een groter doel – cruciaal is voor motivatie en professionaliteit. Dit idee is toepasbaar binnen zorgteams die hun werk willen verbinden aan bredere waarden.

Thuisstudies

  • Zorgcoördinator
  • Toegepaste Psychologie

 

 

 

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Samenwerken, Thema A-Z
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege orthodontische behandeling zonder resultaat

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts wegens onzorgvuldig handelen, gebrekkige dossiervoering en ontbreken klachtenregeling

Meerdere gegronde klachtenonderdelen zoals onvoldoende onderzoek bij aanhoudende klachten, gebrekkige dossiervoering, ontbreken van een klachtenregeling en het niet op tijd verstrekken van informatie zorgde er voor dat een tandarts berispt werd met een aantekening in het BIG-register.

Situatie

De klaagster is sinds 2013 patiënt bij de tandarts waartegen ze een klacht heeft ingediend. De tandarts heeft op 19 mei 2014 een implantaat geplaatst ter plaatse van element 25 en in de kaart genoteerd dat de doorsnede van het implantaat 4.2 is en op 11.5 mm geplaatst is. Op 27 mei 2014 heeft de tandarts in de kaart genoteerd dat het goed gaat met de wond en het implantaat en dat de hechtingen er over 3 weken uit mogen.

In oktober 2014 is het healing abutment geplaatst. In januari 2015 is de kroon geplaatst en genoteerd dat de kroon verwijderd zou moeten worden omdat het niet geheel op z’n plek is gekomen.

In april 2015 is de patiënt opnieuw bij de tandarts gekomen vanwege een vervelend gevoel ter plaatse van het implantaat. De patiënt is in 2015 meerdere keren bij de tandarts geweest omdat de kroon op het implantaat bewegelijk is, waarna de implantaat kroon weer is vastgezet.

Eind 2015 is in het dossier is genoteerd dat de patiënt klachten blijft houden en een verwijzing naar de KNO-arts is geadviseerd.

De klaagster is naar de KNO-arts verwezen door de huisarts. De KNO-arts heeft de klaagster verwezen naar een kaakchirurg. Op 6 april 2016 is de klaagster bij de kaakchirurg geweest en heeft genoteerd aan de hand van de OPG dat het implantaat regio 24 in de sinus maxillaris lijkt te steken, de kroon niet aansluit, er ruimte is tussen de schroef van de opbouw en het implantaat en er sprake lijkt van botverlies. Daarnaast vertonen de implantaten regio 46 ook peri-cervicaal botverlies. De kaakchirurg heeft het advies gegeven om het implantaat goed te onderzoeken of de patiënt te verwijzen naar de kaakchirurg vanwege relatie met de sinus maxillaris voor verwijdering omdat het implantaat mogelijk niet meer te gebruiken is.

De klaagster bleef klachten houden en heeft een second opinion aangevraagd. Uiteindelijk bleek in mei 2018 na het maken van een CT-scan dat het implantaat buccaal geperforeerd was waarna in oktober 2018 het implantaat is verwijderd. Op 30 april 2019 is er door de tandarts kosteloos een nieuw implantaat geplaatst. Echter dit tweede implantaat veroorzaakte ook klachten. De klaagster is bij de kaakchirurg geweest, die heeft geadviseerd om ook het tweede implantaat chirurgisch te laten verwijderen. Het tweede implantaat is op 14 oktober 2019 verwijderd. De kaakchirurg heeft in augustus 2020 een derde implantaat geplaatst. De klaagster heeft na deze procedure een aansprakelijkstelling naar de verweerder gestuurd en ook geprobeerd een klacht in te dienen via de klachtenregeling, echter bleek er geen klachtenregeling aanwezig te zijn.

Klacht

De klaagster verwijt de verweerder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het plaatsen van twee implantaten, zowel in 2015 als in 2019. Er is door de tandarts geen sinuslifting uitgevoerd alvorens het implantaat te plaatsen, het implantaat is scheef geplaatst en dit is niet aan de klaagster vermeld, er is onvoldoende onderzoek gedaan bij aanhoudende klachten van de klaagster. Daarnaast verwijt de klaagster dat er precies dezelfde fouten zijn gemaakt bij het plaatsen van het implantaat in 2019 op dezelfde locatie. Er is sprake van gebrekkige dossiervoering en er is geen klachtenregeling aanwezig.

Verder verwijt de klaagster de tandarts vanwege het feit dat hij niet/niet volledig/heel laat voldoet aan informatieverzoeken van de tandheelkundige adviseur en gemachtigde van de klaagster. Als laatste geeft de klaagster aan dat de tandarts gedurende het hele proces de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening als tandarts heeft overschreden.

De tandarts heeft gevraagd om de klacht ongegrond te verklaren omdat er bij beide implantaten geen sinuslift nodig zou zijn geweest. Het scheefplaatsen van het implantaat kon volgens hem worden voorkomen en werd destijds niet zichtbaar op foto’s. Daarnaast geeft hij aan dat hij kosteloos een nieuw implantaat heeft geplaatst, maar dat dit implantaat niet is vastgegroeid, hem niet te verwijten is.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft de verschillende klachtenonderdelen apart beoordeeld. Het eerste klachtenonderdeel gaat over het eerst geplaatste implantaat. Het feit dat er geen sinuslift is gedaan of dat er sprake was van scheefstand is niet direct verwijtbaar, echter de tandarts heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar herhaaldelijke klachten bij de klaagster. Dit klachtenonderdeel is gegrond.

Het tweede klachtenonderdeel gaat over het tweede geplaatste implantaat en wordt als ongegrond verklaard omdat het niet verwijtbaar is aan de tandarts.

De klachtenonderdelen over onvoldoende dossiervoering en geen aanwezige klachtenregeling worden beide als gegrond verklaard. Daarnaast worden de klachtenonderdelen over geen of te late informatieverstrekking door de tandarts en het algemeen handelen ook als gegrond verklaard omdat de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening zijn overschreden.

Klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 zijn dus gegrond verklaard. Het tweede klachtenonderdeel is ongegrond.

Uitspraak

Het tuchtcollege verklaart klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 als gegrond en legt de verweerde de maatregel op van een berisping en deze zal ook worden gepubliceerd in het BIG-register. Daarnaast moet de tandarts de klaagster €1991,- betalen.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

Veldstudie: Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 pandemie: wat is effectief en efficiënt?

De stichting Bocas Sanas Holanda-Maimón (BSHM) werkt al sinds 2008 in de Dominicaanse Republiek met een preventieprogramma met als doel de mondgezondheid van de schooljeugd te verbeteren. Zie het eerdere dentalinfo.nl artikel.

Dit gebeurt voornamelijk in het district Maimón (een arme plattelandsomgeving) in de provincie Puerto Plata. BSHM verleent preventieve en curatieve zorg en werkt daarvoor samen met enkele Dominicaanse partners en de medewerkers van de scholen.
Daarbij ligt de nadruk op preventie en promotie om de gezondheid en het leren van schoolkinderen te verbeteren door voorlichting, het onder toezicht wassen van de handen en tandenpoetsen op school volgens het ‘Fit-for-School’-systeem.

Veldstudie

De herbeoordeling van de projectaanpak van BSHM is uitgevoerd door middel van een veldstudie waarover een artikel werd gepubliceerd in het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift
Health, Environment and Sustainable Development: Interdiciplinary Approach (HESDIA journal).
Agatha Rypma-Huitema heeft het onderzoek mede opgezet, uitgevoerd, geanalyseerd en heeft als tweede auteur in het toegepaste wetenschappelijk artikel actief meegeschreven.
Deze veldstudie is gedaan om het DMFT-niveau opnieuw te beoordelen onder 11- tot 13-jarige kinderen op vijf scholen in ons werkgebied.
De herbeoordeling was tevens bedoeld om verslag uit te brengen over de aanpak en strategie van het project, waaronder het school gebaseerde programma voor mondgezondheidseducatie en hygiëne en te kijken naar de commitment van de scholen in relatie tot de hoeveelheid cariës.

Waar het vrijwilligersteam in 2015, na 7 jaar met het BSHM programma gewerkt te hebben, uit het evaluatieonderzoek positieve resultaten zag, toont dit recente veldonderzoek aan dat het aantal door cariës aangetaste elementen is toegenomen en ook dat de ernst van de ontstane problemen is toegenomen in vergelijking tot toentertijd.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 1

Werkwijze

In februari 2023 en maart 2023 bezocht een klein BSHM-team vijf basisscholen in de provincie Puerto Plata om 231 kinderen te screenen, waarvan bij 65 schoolkinderen van 11 tot 13 jaar de DMFT en PUFA waarden werden gemeten.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 2

Resultaten

In acht jaar tijd steeg het cariësniveau op twee van de geselecteerd ‘BSHM-scholen’ aanzienlijk met DMFT scores van 4,3 en 7,9 terwijl enkel één school met een actieve tandenpoetsroutine en nazorg de DMFT op 2,56 hield en dus onder de WHO-norm. Deze school hield zich actief bezig met het project, heeft na de corona pandemie gelijk het dagelijks tandenpoetsprogramma weer opgepakt, zorgde voor tandenborstels en tandpasta, hield de watervoorraad op peil en maakte gebruik van de door BSHM ontwikkelde AAAA tandenpoetsvolgorde poster.
Echter wel was het PUFA-gehalte enigszins verhoogd wat betekent dat er meer pulpa-betrokkenheid en fistels werden geconstateerd. Bovendien werden 104 kinderen doorverwezen naar de kliniek voor tandheelkundige behandeling.

Conclusie

Na de COVID-19 pandemie is de mondgezondheid van schoolkinderen verslechterd; de DMFT- en PUFA-niveaus zijn ten opzichte van het eerste uitgevoerde onderzoek in 2008
behoorlijk gestegen.

Door de COVID-19 periode zijn de kinderen meer dan een jaar niet naar school geweest. De poetsprogramma’s moesten door de scholen zelf weer opgestart worden. Ook ontstond er een tekort aan materialen zoals tandpasta en tandenborstels.
Verder werden de was- en tandenpoetsbakken niet gerepareerd en werkten niet alle watertanks meer optimaal. Daarbij was ook de toegang tot de tandheelkundige hulp van de klinieken verminderd. Slechts één school wist verbetering te tonen, dankzij actief herstel van het BSHM-tandenpoetsprogramma en een adequate nazorg. De overige geselecteerde scholen zagen een duidelijke achteruitgang in mondgezondheid van de kinderen.

Bocas Sanas toont met de stichting aan dat betrokkenheid en praktische interventies werken, maar dat een samenwerking met scholen en de overheid onmisbaar is om een project in ontwikkelingsregio’s duurzaam te maken.

Interventies en beleidsmaatregelen, zoals het school gebaseerde poetsprogramma van BSHM kunnen alleen tandenpoetsgedrag veranderen en de mondgezondheid verbeteren als ze systematisch ingebouwd worden in de school structuur en ondersteund worden door regionale instellingen en overheidsministeries van onderwijs en volksgezondheid.
Stichting Bocas Sanas heeft meerdere malen contact gezocht met de lokale overheidsinstanties en -ambassadeurs en aanbevelingen gedaan voor structurele verbeteringen omtrent schoolpoetsen zodat de toekomstige generatie jongeren zonder kiespijn en met een stralende lach naar school kan gaan.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 3

Vragenlijsten beschikbaar voor andere projecten

De ontwikkelde en afgestemde vragenlijsten (in het Nederlands en vertaald naar het Spaans) van de Bocas Sanas Holanda-Maimon aanpak cq. BSHM-programma zijn opvraagbaar via Bocas Sanas voor andere vrijwilligersorganisaties, die zich richten op het bevorderen van mondgezondheid en preventieve mondzorg in ontwikkelingslanden, en/of studenten tandheelkunde/mondzorgkunde en collega-mondhygiënisten en tandartsen .

Door:
Agatha Rypma-Huitema, praktiserend mondhygiënist en werkzaam als kindertandverzorgende in een algemene praktijk. Sinds 2013 is zij als secretaris verbonden aan de Stichting BSHM.

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Score - beoordeling

Onderzoek naar de gemiddelde praktijkomzet: Hoe goed ‘scoort’ jouw praktijk?

De praktijkomzet is niet iets wat je zomaar deelt met collega’s. Daarnaast willen veel praktijkhouders wel graag weten hoe goed de praktijk ‘scoort’. En of een hogere omzet mogelijk is. Daarom is het altijd fijn om je praktijk te kunnen vergelijken met collega praktijken. Sjoerd Kuiken heeft in 2023 een eerste analyse uitgevoerd naar de gemiddelde praktijkomzet. Dit onderzoek is in 2025 herhaald. De nieuwe uitkomsten lees je hieronder.

Uitleg van het onderzoek

Het onderzoek betreft een analyse van de praktijkomzet van meerdere praktijken, welke is teruggebracht tot een gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer. In deze analyse zijn 17 praktijken opgenomen, die in totaal 76 behandelkamers in gebruik hebben. De praktijkomzet is exclusief techniekkosten en deze zijn geïndexeerd naar de tarieven van 2025. Hiervoor zijn de jaarlijkse indexaties van de tarieven van de UPT-codes gebruikt.

Uitkomsten van het onderzoek

De van alle praktijken cumulatief naar 2025 geïndexeerde praktijkomzetten zijn gedeeld door het totaal aantal behandelkamers – te weten 76 behandelkamers – wat resulteert in een gemiddelde jaaromzet per behandelkamer.

Aan de verdere berekening liggen de volgende twee aannames ten grondslag:

  1. De praktijk is gedurende 45 weken per jaar in bedrijf. De overige 7 weken worden als vakantie beschouwd, waarin de behandelkamers niet in gebruik zijn en er dus geen omzet wordt gemaakt.
  2. De praktijk werkt gedurende 5 dagen per week volgens de reguliere tijden van 8.00 tot 17.00 uur. Er wordt dus geen rekening gehouden met avond- of weekend openstelling.

De resulteert in de volgende gemiddelde – afgeronde – bedragen:

Uitkomst Gem. omzet 2023 Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 236.250 € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.250 € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.050 € 1.200

In het onderzoek over 2025 ligt de mediaan op een omzet van € 267.700 per behandelkamer.

Geïndexeerde bedragen

Als we de bedragen uit 2023 indexeren naar 2025, dan levert dit de volgende bedragen op*:

Uitkomst Gem. omzet 2023

(geïndexeerd*)

 

Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 269.700* € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.995* € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.200* € 1.200

* De uitkomsten uit 2023 zijn geïndexeerd naar 2025, zodat beide kolommen eerlijk vergeleken kunnen worden.

Hierbij valt op, dat de gemiddelde omzetten over een periode van twee jaar niet tot nauwelijks zijn veranderd binnen praktijken.

Toelichting op de uitkomsten

De kans is zeer reëel dat bovengenoemde gemiddelden sterk afwijken van jouw praktijk. Mijn ervaring is namelijk, dat de omzetten per praktijk, per behandeling en per behandelaar enorm kunnen verschillen. Bovengenoemde bedragen zijn daarbij een gemiddelde van een niet-representatieve populatie van de Nederlandse tandartsenpraktijken.

De neiging is vooral focus te leggen op de gemiddelde omzet per behandelkamer, per behandelaar,  per week of per dag. Echter, hoe specifieker het bedrag, hoe meer variabelen meespelen en hoe minder betrouwbaar. Advies is dan ook allereerst jouw praktijk te vergelijken met ‘de gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer’.

Indien je wel focust op de specifiekere bedragen – namelijk de omzet per week of per dag – dien je de volgende aspecten hierin mee te ‘wegen’:

  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is ook weer een gemiddelde van alle verschillende behandelaren samen. Oftewel, een gemiddelde van tandartsen, mondhygiënisten, (paro) preventie-assistenten, tandtechniekers, etc.
  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is gebaseerd op 45 productieve weken per jaar en 5 productieve dagen per week. Het gemiddelde gaat er dus van uit, dat de behandelkamers gedurende deze periode van 5 weken buiten bedrijf zijn. In sommige praktijken zijn één of meerdere behandelkamers echter continu in bedrijf.

Conclusie

De gemiddelde praktijkomzet van € 270.250 (exclusief techniek) per behandelkamer geeft een goede indicatie wat jouw praktijk aan omzet over 2025 kan behalen. Mijn ervaring daarbij is, dat hierin voor meerdere praktijken nog – veel – ruimte is voor groei in omzet.

Video: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeien?

Bekijk de video in de Dental Management Toolkit: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeienMeer omzet uit je praktijk, 400 met logo.

Door: Sjoerd Kuiken, eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders.

Ook is hij initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dentalinfo.nl, een database met 200+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie.

 

 

 

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen 2

Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen

Zowel tandartsen als mondhygiënisten in loondienst hebben veel invloed op de omzet die ze genereren en de patiënten die zij weten te binden aan de praktijk. Een provisiecontract, waarbij het salaris (gedeeltelijk) wordt gebaseerd op de gerealiseerde of gedeclareerde omzet, wint dan ook aan populariteit in de mondzorg. Zowel praktijkhouders als zorgverleners zien de voordelen hiervan, maar er zijn ook aandachtspunten. Tandarts en jurist Alexander Tolmeijer zet een aantal (juridische) voor- en nadelen van dit type loondienstcontract op een rij.

In een provisiecontract is vastgelegd dat een tandarts (in loondienst) bovenop het basissalaris een percentage van de omzet krijgt als bonus. Kort gezegd betekent het: meer omzet = meer salaris, minder omzet= minder salaris. Het beste kun je die provisie berekenen op jaarniveau. Als basis kun je hiervoor het bonuspercentage nemen wat je een zzp’er uitkeert. Hiervan zul je vervolgens nog diverse lasten moeten aftrekken, voordat je het bonuspercentage voor een werknemer in loondienst weet.

Maandelijks voorschot op de provisie

Afhankelijk van de hoogte van het basissalaris, is het verstandig om een voorschot op de provisie te geven. Dat voorschot kan variabel zijn, maar dat betekent wel dat je dit iedere maand opnieuw moet uitrekenen. Je kunt ook kiezen voor een vast voorschot van de berekende maandelijkse provisie en periodiek (per kwartaal of halfjaar) toetsten of de medewerker goed op koers ligt. De praktijkhouder wil natuurlijk voorkomen dat aan het einde van het jaar blijkt dat er teveel is uitgekeerd.

Voordelen voor de praktijkhouder

Een provisiecontract heeft veel voordelen voor zowel praktijkhouders, als zorgverleners.
Voor de praktijkhouder geldt:

• Productiegericht belonen

Belonen op basis van geleverde prestaties stimuleert de zorgverlener om efficiënt én kwalitatief goed te werken, wat de praktijk ten goede komt. De zorgverlener heeft hiermee ook een belangrijke impuls om de administratie goed op orde te hebben.

• Kostenstabiliteit

De loonkosten zijn variabeler, waardoor de loonkosten mee stijgen en dalen met de omzet.

• Eerlijke verdeling

Gelijke prestaties worden gelijk beloond, wat zorgt voor duidelijkheid in het team.

Aandachtspunten voor de praktijkhouder

Praktijkhouders moeten wel goed letten op de volgende aspecten:

• Doorbetaling bij ziekte of vakantie

Ook tijdens ziekte en verlof van de medewerker moet (een deel van) de provisie worden doorbetaald. Dit is wettelijk verplicht voor de praktijkhouder, ongeacht de productie. Dit brengt financiële onzekerheid en extra kosten met zich mee.

• Complexe administratie

Het correct berekenen van de provisie en het bijhouden van recht op provisie tijdens verlof, vraagt om een goed administratief systeem. Spreek in ieder geval af dat provisie wordt berekend over de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, en niet de gedeclareerde omzet. Zo voorkom je betaling over oninbare posten.

Voordelen voor de zorgverlener

Voor de zorgverlener zijn er ook voordelen:

• Eigen productiviteit wordt rechtstreeks beloond

Dit werkt motiverend voor tandartsen en mondhygiënisten die efficiënter werken, of meer mensen aan zich binden.

• Meer controle

De zorgverlener weet precies wat het eigen aandeel is van de gerealiseerde omzet en kan zo zélf sturen op (hoger) inkomen.

• Hogere beloning

Bij een bovengemiddelde inzet stijgt het salaris meestal boven het marktconforme salaris uit.

Nadelen voor de zorgverlener

Natuurlijk zijn er ook nadelen, of aspecten om rekening mee te houden voor de zorgverlener bij het afsluiten van een loondienstcontract met een bonusconstructie:

• Wisselend inkomen

Minder patiënten behandelen, betekent direct minder inkomsten. Dit kan een gevoel van onzekerheid geven. Minder patiënten zien, heb je als zorgverlener immers niet altijd in de hand. Een goed voorbeeld daarvan is de COVID-19 pandemie.

• Risico bij ziekte en vakantie

Bij afwezigheid door ziekte of vakantie, behoud je het recht op (een deel van) de provisie, maar de uitkering is vaak lager en ligt meestal op 70%.

Extra aandachtspunten

Het is goed om in gedachten te houden dat over het totale brutoloon (basis + provisie) nog sociale lasten en loonheffingen moeten worden afgedragen. Pieken in omzet, kunnen dus leiden tot hogere werkgeverslasten.

Daarnaast is goed om te realiseren voor zowel praktijkhouder als zorgverlener wat de invloed van het loondienstcontract is op het pensioen en om te berekenen wat de afdracht van de premie betekent voor het maandelijks loon.

Zorg tot slot voor transparantie en maak controleerbare afspraken die je vastlegt in het contract. In een goed contract beschrijf je concreet wat meetelt voor de provisie, het exacte percentage, hoe vakantie- en ziektedagen worden berekend en welke aanvullende beloningen of correcties mogelijk zijn. Door heldere afspraken te maken en oog te hebben voor de administratieve en juridische aspecten, kan een loondienstcontract op provisiebasis zo voor alle betrokkenen voordelig zijn.

Door: Alexander Tolmeijer van Dentiva
Meer weten? Voor hulp bij het maken van een goed contract kun je onder andere terecht op platforms als DentHR van Dentiva.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat 400

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat

In december 2022 heeft de klaagster een keramisch implantaat laten plaatsen bij een integrale tandarts. Kort na plaatsing ontstond er een ontsteking en werd het implantaat verwijderd. De communicatie hierna verliep moeizaam en in mei 2023 werd de behandelrelatie beëindigd. De klaagster heeft een klacht ingediend en de tandarts heeft een waarschuwing gekregen.

Situatie

De klaagster heeft in 2022 een keramisch implantaat laten plaatsen bij een tandarts. De tandarts is werkzaam in haar eigen solopraktijk en noemt zich ‘integrale tandarts’.

De klaagster heeft de ziekte van F, een auto-immuunziekte, en is benieuwd hoe een holistische tandarts haar mond beoordeelt. Op 15 december 2022 is de klaagster voor een consult bij de tandarts geweest. De tandarts heeft een behandelplan opgesteld met als conclusie het plaatsen van een keramisch implantaat ter opvulling van het diasteem van de 15. Op 6 februari 2023 heeft een telefonisch consult plaatsgevonden en gaf de klaagster aan dat zij prioriteit wilde voor het implantaat, waarna de tandarts een begroting heeft gestuurd.

Op 20 maart 2023 is het keramische implantaat geplaatst op locatie 15.

Zaterdag 1 april 2023 heeft de klaagster contact gezocht met de tandarts via een sms vanwege veel last van het implantaat, waarna de klaagster in de ochtend naar de praktijk kon komen voor een spoedconsult. Er was een ontsteking ontstaan en het implantaat is verwijderd, het bot is schoongemaakt en ontstoken granulatie weefsel verwijderd.

De tandarts heeft alle foto’s op verzoek van de klaagster gemaild.

Op 3 april 2023 heeft de klaagster haar patiëntendossier opgevraagd voor een second opinion. Na meerdere verzoeken heeft de tandarts op 7 april 2023 het patiëntendossier gemaild. Op 26 mei 2023 heeft de tandarts via e-mail laten weten dat de behandelrelatie is geëindigd vanwege een verstoorde relatie.

Een klacht bij de klachtencommissie is ingediend door de klaagster op 24 februari 2024.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts. De klacht is opgedeeld in 5 klachtonderdelen.

  1. Onvoldoende informatie over de behandeling
  2. Onjuiste verklaring/onjuist patiëntendossier afgegeven
  3. Grensoverschrijdend gedrag
  4. Verkeerde diagnose/onjuiste behandeling
  5. Onterechte declaratie

De tandarts vindt het vervelend hoe de situatie is verlopen en geeft aan van de casus geleerd te hebben. Zij heeft midden 2024 haar praktijk overgedragen aan collega tandartsen. De tandarts woont en werkt op dit moment in het buitenland. De tandarts verzoekt het college de klachten ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het college oordeelt over het eerste klachtonderdeel dat er sprake was van een complexe behandeling omdat de klaagster een auto-immuunziekte heeft en daardoor kwetsbaarder is voor ontstekingen. In het patiëntendossier is aangegeven dat de behandelopties uitgebreid zijn besproken, maar niet wat er is besproken. Daarnaast is de tandarts meegegaan in de wens van de klaagster om een keramisch implantaat te plaatsen, maar er is niet voldoende uitgelegd welke risico’s daarbij hoorden. Dit klachtonderdeel is als gegrond verklaart.

Ook klachtonderdeel 4 is gegrond. De exact plaatsgevonden behandeling is niet te herleiden omdat er twee verschillende versies van patiëntenkaarten zijn met verschillende opgenomen notities. Het college oordeelt dat de tandarts niet heeft gehandeld volgens de beroepsnormen.

Het tweede klachtonderdeel is gegrond verklaard omdat er twee patiëntenkaarten aanwezig waren, waarbij niet duidelijk was wat de originele versie is. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Het college geeft aan dat het beëindigen van de behandelrelatie ongelukkig is verlopen, maar dat de tandarts begreep van de klaagster dat zij niet meer door haar behandeld wilde worden en dat zij al een andere tandarts had. Dit klachtenonderdeel wordt niet als gegrond verklaard.

Uitspraak

Het college heeft klachtonderdelen 1, 2 en 4 gegrond verklaart. Klachtonderdelen 3 en 5 zijn ongegrond verklaart. Het college legt de tandarts de maatregel op van een waarschuwing.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Duurzame zorg: een onmisbare prioriteit die politieke aandacht vereist

Duurzame zorg: een onmisbare prioriteit die politieke aandacht vereist

Tijdens het uitverkochte landelijke Groene Zorg Festival vond een indrukwekkend moment plaats. Ruim 700 zorgprofessionals vormden samen een grote cirkel rondom een kunstwerk van de aarde, vervaardigd uit operatiekamerdoeken (blue wraps). Dit krachtige beeld werd vastgelegd met een drone.

Noodzaak van politieke actie

De cirkel van zorgverleners rondom de aarde symboliseerde dat echte gezondheid alleen kan bestaan op een gezonde planeet. Met deze gezamenlijke actie geven zorgprofessionals een krachtig signaal af: duurzame zorg verdient urgente politieke aandacht. De zorgsector in Nederland is momenteel verantwoordelijk voor circa 7% van de nationale CO₂-uitstoot, 13% van het grondstoffenverbruik en 4% van het totale afval. Dat kan en moet anders.
Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn:

  • het versterken van kennis en bewustwording over duurzaamheid onder zorgprofessionals;
  • het stimuleren en ondersteunen van het brede enthousiasme binnen de sector;
  • en het nemen van gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid voor een gezonde leefomgeving, met onder andere schone lucht en schoon water.

Cathy van Beek (voormalig bestuurder NZa, Radboudumc, voormalig kwartiermaker Green Deal Duurzame Zorg en momenteel toezichthouder en pleitbezorger van duurzaamheid) benadrukt het belang hiervan: “Het wordt te heet onder onze voeten. We moeten in actie komen voor een gezonde planeet, zodat wij en onze kinderen niet ziek worden door een zieke aarde. Dit is de beste vorm van preventie, die bovendien perspectief biedt op geluk, welzijn en gezondheid.”

Het Groene Zorg Festival was niet alleen volledig uitverkocht, maar kende zelfs een lange wachtlijst. De grote belangstelling laat zien dat het streven naar duurzame zorg breed wordt gedragen binnen de sector.

 

Foto: VideoExpress

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen

Aandachtspunten bij overname van uw tandartsenpraktijk door een keten

De mondzorgsector is volop in transitie. Waar collega-tandartsen elkaar vroeger overnamen, zien we steeds vaker overnames door ketens of investeringsmaatschappijen. Ook is er sprake van overnames tussen ketens onderling. Vroeg of laat bestaat dus de kans dat je als tandarts en praktijkhouder een aanbod krijgt van één (of meerdere) van deze partijen.

Naar aanleiding van een recent afgeronde overname heeft Clairfort advocaten enkele belangrijke aandachtspunten opgenomen voor tandartsen en tandtechnici die een verkoop overwegen of daar vrijblijvend eens over willen sparren.

  • Voorbereiding

Het is belangrijk jezelf goed voor te bereiden op een eventueel verkooptraject en tijdig de juiste adviseurs te selecteren. De ervaring leert dat een overnametraject intensief is, zeker naast de dagelijkse werkzaamheden van de verkopende tandarts in de praktijk. Goede adviseurs met kennis van transacties in de mondzorg zorgen ervoor dat de tandarts zich zoveel mogelijk kan focussen op de praktijk en dat enkel discussies hoeven te worden gevoerd met de koper over de echt belangrijke aspecten van de transactie.

  • Hoe wordt uw praktijk gewaardeerd?

De waardering van de praktijk is cruciaal. Ketens waarderen de praktijk vaak door te kijken naar de door de onderneming gegenereerde winst waarbij ook andere factoren zoals locatie, personeel, patiëntenbestand en investeringsbehoefte een rol spelen. Het komt vaak voor dat een deel van de koopsom pas later wordt uitgekeerd op basis van behaalde resultaten in de jaren na overdracht. Deze ‘nabetaling’ op de koopprijs kan complex zijn en tot veel ongewenste discussies achteraf leiden. De winst is namelijk eenvoudig te manipuleren doordat de koper deze kan drukken met gevolgen voor de nabetaling. Duidelijk uitgewerkte afspraken met daarin voldoende bescherming voor (on)bewuste manipulatie van de nabetaling is belangrijk. Ook wordt de verkopende tandarts doorgaans gevraagd een deel van zijn/haar verkoopopbrengst te herinvesteren (doorrol) in de kopende entiteit tegen verwerving van nieuwe aandelen of certificaten van aandelen. Let op: er is een belangrijk onderscheid qua zeggenschap tussen aandelen en certificaten van aandelen

  • Intentieovereenkomst

Het verkooptraject start doorgaans met onderhandelingen over en het aangaan van een ‘intentieovereenkomst’. Deze intentieovereenkomst wordt opgesteld om duidelijkheid te scheppen over de belangrijkste financiële en juridische voorwaarden en uitgangspunten van de beoogde transactie zonder dat op dat moment al sprake is van een juridisch bindende koop. Hierdoor weten beide partijen op hoofdlijnen waar zij aan toe zijn en kan het traject richting een definitieve koopovereenkomst gestructureerder en efficiënter verlopen. Met name voor de koper is dit van belang aangezien zij vanaf dat moment ook de nodige kosten zal gaan maken voor het (laten) uitvoeren van het boekenonderzoek. Let op: ondanks het doorgaans nog niet bindende karakter van de intentieovereenkomst is het niet eenvoudig afspraken die daarin zijn vastgelegd op een later moment nog aan te passen c.q. daarover te heronderhandelen. Laat de concept intentieovereenkomst dus altijd even checken door uw juridisch adviseur voor u daadwerkelijk uw handtekening zet.

  • Het boekenonderzoek

Kopers en vooral ketens met private investeerders (private equity) achter zich willen zorgvuldig onderzoek doen naar de praktijk. Dat betekent dat zij uw praktijk grondig zullen doorlichten. Dit onderzoek vormt mede de basis voor de verdere onderhandelingen over de transactie en de koopovereenkomst. Negatieve bevindingen kunnen onder omstandigheden leiden tot vervelende discussies over de prijs of aanvullende contractuele zekerheden. Het in een voorfase oplossen van potentiële issues kan dit voorkomen.

Het verzamelen van de door de koper gevraagde informatie kost ook veel tijd en aandacht van de praktijkhouder. Onderschat dat niet. Het tijdig inschakelen van juridisch advies in deze fase voorkomt verrassingen en zorgt ervoor dat u zich als tandarts kan blijven richten op de dagelijkse praktijkvoering.

  • Juridische documentatie

Tijdens het overnameproces worden diverse juridische documenten opgesteld. Na de intentieovereenkomst en het onderzoek volgt een (vaak uitgebreide) koopovereenkomst, een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst (in geval de tandarts doorrolt en blijft participeren) en bijvoorbeeld een nieuwe huurovereenkomst als het praktijkpand in eigendom is van de verkopende tandarts. Ook volgt een uitgebreide set met stukken van de notaris om o.a. de notariële overdracht te regelen. Ketens werken meestal met eigen modellen waarin zij veel bescherming voor zichzelf inbouwen, bijvoorbeeld door vergaande aansprakelijkheden voor de verkoper op te nemen. De ‘verkopersvriendelijke’ bepalingen worden nog wel eens ‘vergeten’. Kijk dus vooral ook goed met je adviseur wat niet in de contracten staat geschreven (zoals de bescherming tegen manipulatie van de nabetaling).

Een juridisch adviseur kan deze bepalingen kritisch toetsen en in uw belang onderhandelen over onder meer de vereiste bescherming van de verkoper, de te verstrekken garanties, vrijwaringen en de beperkingen van aansprakelijkheid.

Wat is de rol van de tandarts na de overname?

Verkopende tandartsen blijven vaak na de overname nog enige tijd actief, bijvoorbeeld als behandelaar of zelfs als (minderheids)aandeelhouder in geval van een doorrol. In dat geval moet ook een nieuwe overeenkomst van opdracht, een participatieovereenkomst en een aandeelhoudersovereenkomst worden gesloten waarin de onderlinge afspraken worden vastgelegd, waaronder:

  • Beëindigingsgronden, uittreedmomenten en opvolging;
  • Concurrentie- en relatiebedingen;
  • Beperking van bestuursbevoegdheden;
  • Gronden voor verplichte aanbieding van aandelen;
  • Verplichtingen bij een toekomstige exit of verkoop van de gehele keten.
  • Vergeet de meldingsplicht bij de NZa niet

Bij overnames waarbij de koper al meerdere praktijken bezit (en waar meer dan 50 personen zorg verlenen), is het doorgaans verplicht een melding in het kader van de Zorgspecifieke concentratietoets te doen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa toetst of het concentratieproces zorgvuldig is doorlopen en of door de concentratie en de geplande veranderingen de continuïteit en toegankelijkheid van de zorgverlening niet in gevaar komt. Dit geldt voor cliënten, personeel en andere stakeholders die bij de transactie zijn betrokken. Daarnaast toetst de NZa of de normen voor cruciale zorg in gevaar komen. Deze procedure neemt vaak enkele weken in beslag.

Conclusie

Een overname van uw tandartsenpraktijk door een keten kan aantrekkelijk zijn, mits goed voorbereid en waarbij uw belangen als verkoper zo goed mogelijk geborgd zijn. Professionele begeleiding van een M&A advocaat met ook specifieke ervaring in de mondzorg is daarbij essentieel. Dat voorkomt onaangename verrassingen, zorgt ervoor dat de tandarts zich zoveel mogelijk met de praktijkvoering bezig kan houden en resulteert in een soepele afwikkeling van de transactie.

Door:
Jan Willem Reesink, advocaat bij Clairfort.  Clairfort begeleidt geregeld tandartsen en tandtechnici met de verkoop van hun (mond)zorgpraktijk en/of tandtechnisch laboratorium aan ketens. Heeft u juridische vragen over een overname, of zoekt u begeleiding bij de aan- of verkoop van uw praktijk? Neem dan contact op met Jan Willem Reesink (Reesink@clairfort.nl).

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen

Tuchtklacht na nabloeding extractiebehandeling

Klager heeft een klacht ingediend namens zijn overleden vader vanwege het onzorgvuldig handelen na een extractiebehandeling in juli 2020. De klacht betreft onder meer het niet hechten van de extractiewond waarna er een nabloeding is opgetreden, gebrekkige dossiervoering, onbereikbaarheid van de praktijk en het uitschrijven van familieleden na het plaatsen van negatieve reviews. De tandarts krijgt een waarschuwing.

Situatie

Klager heeft namens zijn overleden vader een klacht ingediend tegen de tandarts. De vader van de klager is sinds 2000 patiënt bij de tandarts. In juni 2020 kwam de vader van de klager bij de tandarts voor een consult vanwege slechte conditie van de restdentitie in de bovenkaak en werd besloten dat de resterende tanden en kiezen in de bovenkaak zouden worden geëxtraheerd en een immediaatprothese werd geplaatst. Op 14 juli 2020 heeft de tandarts de vijf nog aanwezige tanden en kiezen in de bovenkaak geëxtraheerd en de immediaatprothese geplaatst. Op 15 juli is de vader in de nacht bij de spoedeisende hulp van het ziekenhuis geweest vanwege een nabloeding. Om 7.30 meldde de vader van de klager zich bij de tandarts en werden de wonden gehecht.

 In de patiëntkaart stond genoteerd op 14 juli ‘’nabloeding bij hulppost geweest ging niet goed. Ochtend gehecht volgens patiënt en dochter werden geen bloedverdunners gebruikt. Bij latere navraag wel acetylsalicylzuur!’’

 Op 15 juli heeft de klager een e-mail gestuurd naar de praktijk waarin hij zich beklaagt over de bloeding bij zijn vader. De tandarts heeft dezelfde dag teruggemaild en uitleg gegeven over de situatie. De klager heeft gereageerd waarop er telefonisch contact is opgenomen door de zoon van de tandarts, zelf ook tandarts.

Eind juli 2020 heeft de broer van de klager een negatieve google review geschreven. In januari 2021 heeft de klager zelf een negatieve google review geschreven over de situatie van zijn vader. In de patiëntenkaart van de broer van de klager staat genoteerd dat er een negatieve review is geschreven en de patiënt niet meer welkom is in de praktijk. In de patiëntenkaart van de klager staat genoteerd dat na de nabloeding van zijn vader de patiënt erg onaardig is geworden, zowel telefonisch als per e-mail en heeft aangegeven dat hij niet meer terug wil keren.

De vader van de klager is bij een andere tandartspraktijk geweest en heeft daar een brug en implantaten laten plaatsen. De vader van de klager is overleden op 23 juli 2024.

Klacht

De klager verwijt de tandarts vanwege het feit dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld door de wonden in de mond niet te hechten waardoor een nabloeding is ontstaan. Daarnaast is er niet in de patiëntenkaart genoteerd dat er een nabloeding is opgetreden en dat er alsnog is gehecht. Verder was de tandartspraktijk na de behandeling telefonisch niet bereikbaar, zijn de klager en zijn familie uitgeschreven en zijn de klager en zijn familie telefonisch lastiggevallen, gechanteerd en bedreigd om de negatieve reviews te verwijderen.

De tandarts heeft het college verzocht om de klager niet ontvankelijk te verklaren en de klacht voor zover die gaat over de vader van de klager, niet inhoudelijk te behandelen. En voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de tandarts het college verzocht om dat deel van de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het college gaat ervan uit dat de klager de wil van zijn vader wil uiten, het college zal de klacht daarom inhoudelijk bespreken. Op het moment van behandelen heeft de tandarts gevraagd aan de vader van de klager en ook de zus die mee was of er medische bijzonderheden waren of medicatiegebruik, waarop nee werd geantwoord. Het college heeft de klacht als gegrond verklaard omdat er in de patiëntenkaart geen medische anamnese gegevens bekend zijn en geen medicatielijst aanwezig is, terwijl dit verplicht is. Volgens het college had de tandarts zich meer moeten inspannen om zekerheid te krijgen welke medicatie werd gebruikt.

Volgens het college staat er wel in de patiëntenkaart genoteerd dat er sprake was van een nabloeding en dat er is gehecht, dit klachtenonderdeel is ongegrond. Ook het klachtenonderdeel over het feit dat de praktijk onbereikbaar is, is ongegrond. Er is een bandje aanwezig in het Nederlands en Engels waarin wordt uitgelegd hoe de spoeddienst is geregeld. Het college heeft geoordeeld dat de tandarts de behandelrelatie niet volgens de regels heeft beëindigd, het klachtenonderdeel is gegrond.

Uitspraak

Twee klachtenonderdelen worden als gegrond verklaard. Het college legt de tandarts een maatregel op van een waarschuwing.

 

Bron: Tuchtrecht Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp

Aangepast wetsvoorstel verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers naar Raad van State

Het kabinet heeft een herzien wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandig ondernemers ter advies voorgelegd aan de Raad van State. De oorspronkelijke plannen stuitten op kritiek van uitvoeringsinstanties UWV en Belastingdienst, maar volgens demissionair minister Mariëlle Paul (Sociale Zaken, VVD) zijn hun belangrijkste zorgen na aanpassingen weggenomen.

Lagere premie en langere wachttijd

In het nieuwe voorstel betalen zelfstandigen 5,4% van hun winst als premie, dit is een verlaging ten opzichte van de eerder voorgestelde 6,5%. Bij arbeidsongeschiktheid, bijvoorbeeld door ziekte, ontvangen zij een uitkering tot maximaal het niveau van het minimumloon. De wachttijd voordat een uitkering ingaat, wordt verlengd van één naar twee jaar. Dit sluit aan bij de bestaande regeling voor werknemers (WIA).

Voordelen voor uitvoering en kosten

Volgens Paul verbetert de langere wachttijd de uitvoerbaarheid van de regeling. De Belastingdienst kan dan vaker gebruikmaken van definitieve inkomensgegevens, waardoor het risico op terugvorderingen kleiner wordt. Bovendien dalen hierdoor de kosten voor zzp’ers.

Belang van financiële buffer

Omdat de wachttijd twee jaar bedraagt, zullen ondernemers in die periode zelf in hun inkomen moeten voorzien. De minister adviseert zelfstandigen daarom een financiële buffer op te bouwen naast de verplichte premieafdracht.

Keuze voor private verzekering blijft

Zelfstandigen behouden de mogelijkheid om te kiezen voor een private arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats van de basisverzekering. Op dit moment is echter circa driekwart van de zzp’ers niet verzekerd. Vaak vinden zij een particuliere AOV te kostbaar of komen zij door leeftijd of gezondheid niet in aanmerking.

Bron:
Rijksoverheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Review

ZorgkaartNederland stopt met ongeverifieerde reviews

ZorgkaartNederland zal voortaan geen ongeverifieerde beoordelingen van zorgverleners en zorgorganisaties meer publiceren. Dat heeft Patiëntenfederatie Nederland, beheerder van het platform, bekendgemaakt.

Alleen nog geverifieerde ervaringen

Tot nu toe konden ervaringen via twee routes op ZorgkaartNederland terechtkomen. Enerzijds via de geverifieerde route: hierbij schakelt een zorgverlener een onafhankelijk meetbureau in dat patiënten uitnodigt hun ervaring te delen. Anderzijds via de ‘open route’, waarbij iedereen uit eigen beweging een beoordeling kon plaatsen, zonder dat zeker was of er sprake was van een behandelrelatie.

Die laatste mogelijkheid wordt nu beëindigd. Daarnaast zullen beoordelingen die ouder zijn dan vier jaar in de toekomst automatisch verdwijnen van het platform.

Kritiek op betrouwbaarheid

De wijziging komt na aanhoudende zorgen over de betrouwbaarheid van ZorgkaartNederland. Eerder onderzoek wees uit dat er op het platform betaalde en dus onbetrouwbare reviews verschenen. Ook trok de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) zich in 2024 terug uit de adviesraad en beëindigden de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en artsenorganisatie KNMG in 2025 hun samenwerking met het platform.

Volgens Patiëntenfederatie Nederland is het aandeel ongeverifieerde beoordelingen de afgelopen jaren al sterk gedaald: van 50% in 2021 naar ongeveer 20% nu. Binnenkort moet dit percentage volledig verdwijnen.

Toekomst: meer objectieve zorginformatie

ZorgkaartNederland wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een platform waar patiënten niet alleen persoonlijke ervaringen vinden, maar ook objectieve informatie om zorgkeuzes beter te onderbouwen. Momenteel zijn al gegevens over wachttijden en keuzehulpen beschikbaar.

In de toekomst wil de Patiëntenfederatie ook uitkomstinformatie van behandelingen en transparante gegevens over de kwaliteit van zorg toevoegen. Directeur-bestuurder Arthur Schellekens benadrukt dat er nu nog te weinig begrijpelijke en toegankelijke informatie voor patiënten beschikbaar is.

Zo werkt ZorgkaartNederland bijvoorbeeld aan een ‘volumekaart’ waarop zichtbaar wordt hoe vaak bepaalde operaties in verschillende ziekenhuizen worden uitgevoerd. Daarmee moet relevante maar ingewikkelde data overzichtelijk en bruikbaar worden gemaakt voor patiënten.

Lees meer over: Communicatie, Ondernemen
Samen naar een duurzamere mondzorg Angeli

Samen naar een duurzamere mondzorg

Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere plek binnen de mondzorg. Tandarts Angelica Setiaman is één van de kartrekkers die het belang van milieubewust werken in de sector zichtbaar maakt. In dit interview deelt zij haar visie op verduurzaming in de mondzorg en geeft zij praktische tips waarmee mondzorgpraktijken zelf aan de slag kunnen.

Hoe is jouw interesse in duurzaamheid binnen de mondzorg ontstaan?

“Ik merkte op een gegeven moment dat mijn persoonlijke keuzes op het gebied van duurzaamheid steeds moeilijker te rijmen waren met hoe het er op mijn werk aan toeging. Thuis scheidde ik zorgvuldig mijn afval, at ik vaker plantaardig, had ik ledverlichting geïnstalleerd en lagen er zonnepanelen op het dak. Toch reed ik dagelijks met de auto van Zandvoort naar Amsterdam voor mijn werk. Dat begon wrang te voelen.”

“Tijdens een werketentje bestelde ik een vegetarische maaltijd. Toen een collega vroeg waarom, raakten we in gesprek over duurzaamheid. Blijkbaar was ik niet de enige die zich stoorde aan de overvolle afvalbakken na een drukke werkdag. Dat gesprek vormde in 2017 het startpunt van onze werkgroep Duurzaam binnen Stichting Jeugdtandverzorging Amsterdam, waar ik als tandarts werkzaam ben. Sindsdien ben ik steeds meer duurzame initiatieven gaan oppakken. Zo ben ik initiatiefnemer van het Groene Zorg Festival, ambassadeur van de Groene Zorg Alliantie en één van de kartrekkers van de werkgroep Duurzame Mondzorg bij de KNMT.”

Waarom is duurzaamheid belangrijk in de mondzorg?

“Voor mij is duurzaamheid onlosmakelijk verbonden met gezondheid. De klimaatcrisis is niet alleen een milieuprobleem, maar vormt ook een directe bedreiging voor de volksgezondheid – iets wat ook door de Wereldgezondheidsorganisatie wordt onderstreept. Daarom vind ik het belangrijk dat wij als mondzorgprofessionals onze verantwoordelijkheid nemen. Door in de praktijk bewust te kiezen voor duurzame oplossingen, dragen we niet alleen bij aan een beter milieu, maar ook aan de gezondheid van onze patiënten én van toekomstige generaties.”

Hoeveel tandartspraktijken zijn naar jouw schatting op dit moment actief bezig met het verduurzamen van hun praktijk?

“Het is lastig om precies te zeggen hoeveel tandartspraktijken momenteel actief bezig zijn met verduurzaming, omdat daar nog geen concrete cijfers over beschikbaar zijn. Wel blijkt uit een recente enquête van de KNMT dat duurzaamheid de afgelopen jaren steeds meer aandacht krijgt binnen de mondzorg. Toen ik in 2017 begon, was duurzaamheid nog nauwelijks een onderwerp, maar inmiddels is er veel veranderd. Er worden nu geaccrediteerde lezingen en studiedagen over duurzame mondzorg georganiseerd, studenten krijgen – zij het nog in beperkte mate – onderwijs over de impact van praktijkvoering op het milieu en mondzorgverleners besteden steeds vaker aandacht aan duurzaamheid binnen hun praktijk. Duurzaamheid is misschien nog niet het ‘nieuwe normaal’, maar er is wel degelijk een duidelijke beweging gaande binnen onze sector.”

Wat zijn de meest voorkomende duurzame initiatieven die worden opgepakt door mondzorgpraktijken?

“In de praktijk zie ik dat verduurzaming vaak begint met de ‘quick wins’. Denk bijvoorbeeld aan het overstappen op ledverlichting of het energiezuinig instellen van de cv-installatie. Dat zijn eenvoudige aanpassingen die toch een aanzienlijk verschil kunnen maken. Daarnaast zijn er ook tandartspraktijken die verder gaan en bijvoorbeeld hun pand beter isoleren, zonnepanelen plaatsen of bij verbouwingen kiezen voor duurzame materialen. Het mooie is dat deze stappen niet alleen goed zijn voor het milieu, maar ook bijdragen aan een prettigere werkomgeving én op de lange termijn kosten besparen. Veel praktijken pakken het dan ook stap voor stap aan: eerst het laaghangende fruit, gevolgd door steeds meer duurzame maatregelen.”

In hoeverre kunnen tandartspraktijken het gebruik van disposables zoals mondkapjes, handschoenen en schorten verduurzamen?

“Disposables zijn natuurlijk lastig te verduurzamen, omdat ze eenmalig gebruikt moeten worden voor de hygiëne en veiligheid van onze patiënten.

Toch kunnen we winst boeken door kritisch te zijn op wat we echt nodig hebben en verspilling te voorkomen. Ook is het belangrijk om binnen de praktijk het afval goed te scheiden en materialen zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

Op die manier kijken we verder dan alleen het product zelf en nemen we verantwoordelijkheid voor de hele keten. Zo geef je duurzaamheid echt een plek in je dagelijkse praktijk.”

Waar moeten praktijken vooral op letten bij het kiezen van disposables?

“Een belangrijke factor is dat disposables bij voorkeur lokaal worden geproduceerd, bijvoorbeeld in Nederland of Europa. Dat beperkt de transportkilometers en vermindert de CO₂-uitstoot flink.

Het aanbod duurzame disposables is helaas nog beperkt en fabrikanten zijn lang niet altijd duidelijk over waar hun producten precies vandaan komen.

Het zou helpen als producenten meer transparantie gaan bieden, bijvoorbeeld via QR-codes of een keurmerk waarmee je eenvoudig kunt zien waar een product vandaan komt of hoe duurzaam het product gemaakt is. Dan zou het voor praktijken veel makkelijker maken om bewust en duurzaam in te kopen.”

Welke andere knelpunten ervaren mondzorgverleners als het gaat om duurzaamheid?

“Eén van de grootste uitdagingen is dat het aanbod van duurzame producten voor tandartspraktijken nog steeds beperkt is. Daarnaast bestellen veel praktijken relatief kleine hoeveelheden, waardoor het moeilijk is om duurzame opties te vinden die meestal pas beschikbaar zijn bij grotere volumes. Zo wilden we in mijn eigen praktijk circulaire kleding aanschaffen, maar door het geringe aantal dat we nodig hadden, was dat praktisch niet haalbaar.”

Die combinatie van beperkte beschikbaarheid en kleine bestelhoeveelheden vormt een flinke drempel. Een slimme oplossing is daarom om samen te werken met andere praktijken en gezamenlijk in te kopen.

Door grotere volumes te bestellen, wordt het voor leveranciers aantrekkelijker om duurzame producten te leveren – vaak ook tegen betere voorwaarden. Zo wordt het voor kleinere praktijken veel makkelijker om duurzame keuzes te maken en draagt die samenwerking bij aan een groenere mondzorgsector.”

Je bent ook actief als beleidsadviseur Duurzaamheid bij de KNMT. Hoe ondersteunt de KNMT tandartspraktijken bij het zetten van stappen richting een duurzamere werkwijze?

“Voor de KNMT is duurzaamheid geen losstaand thema, maar een essentieel onderdeel van goede mondzorg. Daarom is het de ambitie om tandartspraktijken zo goed mogelijk te ondersteunen door praktische middelen en kennis toegankelijk te maken.”

“Een goed voorbeeld daarvan is de Milieubarometer van Stichting Stimular, die de KNMT aan praktijken aanbiedt. Deze tool helpt tandartspraktijken inzicht te krijgen in hun milieuprestaties en te bepalen welke maatregelen écht effect hebben. Daarnaast hebben we het e-handboek ‘Duurzame mondzorgpraktijk’ ontwikkeld, boordevol praktische tips en ideeën. Hiermee kan elke praktijk, ongeacht de fase waarin ze zich bevindt, direct aan de slag. Voor gebruik binnen de praktijk is er ook de checklist ‘Duurzame Mondzorgpraktijk’ – een visueel hulpmiddel om samen met het team op een laagdrempelige manier duurzame acties te inventariseren en bij te houden. Ook organiseert de KNMT regelmatig webinars, workshops en bijeenkomsten om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en samen te werken aan verdere verduurzaming.”

“Ook richting patiënten willen we bewustwording vergroten. Daarom hebben we de video ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’ gemaakt. Praktijken kunnen deze inzetten in de wachtkamer, op hun website of via social media.”

Voor wie hiermee aan de slag wil, is alle informatie overzichtelijk te vinden op www.knmt.nl/praktijkzaken/duurzaamheid.

Wat zijn volgens jou de eerste stappen die elke praktijk vandaag nog zou kunnen zetten?

“Je hoeft echt niet alles in één keer om te gooien om duurzamer te werken. Begin gewoon met wat vandaag al haalbaar is.

De belangrijkste stap op de circulaire ladder is ‘reduce’ – minder verbruiken dus. Daarom is het slim om eerst goed te kijken naar waar verspilling zit in je dagelijkse praktijkvoering.

Wat gebruik je uit gewoonte, maar is eigenlijk overbodig? Denk aan papieren folders die ook digitaal gedeeld kunnen worden of plastic bekertjes die je kunt vervangen door een slok kraanwater. Minder gebruiken is vaak de meest impactvolle én eenvoudigste stap – goed voor het milieu én kostenbesparend.

Ook bij de inkoop kun je veel winst boeken. Bestel kleinere hoeveelheden van producten met een houdbaarheidsdatum en juist grotere volumes van materialen die lang meegaan.

Probeer leveringen te combineren, zodat je minder vaak transport aan de deur hebt. Het zijn misschien kleine aanpassingen, maar als je ze structureel toepast, maken ze echt verschil.

Wat daarnaast vaak wordt onderschat, is het belang van preventie. Hoe minder behandelingen nodig zijn, hoe minder materialen en energie je verbruikt.

Goede voorlichting aan patiënten – over poetsgedrag, voeding of bijvoorbeeld het drinken van kraanwater – ondersteunt niet alleen hun mondgezondheid, maar draagt ook bij aan een duurzamere praktijk.”

Hoe zorg je ervoor dat duurzaamheid echt gaat leven binnen het team en niet blijft hangen bij een paar enthousiastelingen?

“Wat helpt, is laten zien dat het iets oplevert. Minder verspilling betekent ook meer rust, overzicht én vaak financiële ruimte. Dat maakt het meteen aantrekkelijker voor het hele team. En minstens zo belangrijk: betrek je collega’s vanaf het begin. Laat hen meedenken over wat er beter kan en geef ruimte aan ideeën van iedereen. In transitiemanagement weten we al jaren: als je 25% van de mensen mee hebt, kun je echte verandering in gang zetten. Dus begin met dat kwart – de mensen die willen, durven en kunnen. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en zorgt ervoor dat duurzaam denken vanzelf onderdeel wordt van het dagelijks werk.”

Kom langs op het Groene Zorg Festival!

Wil je meewerken aan een duurzamere zorg? Kom dan op 19 september naar het Groene Zorg Festival. Het festival, dat mede mogelijk is gemaakt door subsidie van VWS, is gratis toegankelijk en dé plek voor inspiratie, workshops, goede gesprekken en nieuwe inzichten. Maak er een teamuitje van, geniet van heerlijke hapjes, muziek en een fijne sfeer. Zo zet je samen een duurzame stap vooruit. Kijk voor meer informatie op: Groene Zorg Festival 2025 – Groene Zorg Alliantie.

Samen naar een duurzamere mondzorg

Interview met tandarts Angelica Setiaman door Ilona van der Werf.

Foto boven: met collega festivalcommissieleden: v.l.n.r. Jorinde Westra, Marleen Jans, Angelica Setiaman

Bekijk ook: Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Samen naar een duurzamere mondzorg

 

Lees meer over: Afvalverwerking, Duurzaamheid, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Op naar een duurzame mondzorgpraktijk

Op naar een duurzame mondzorgpraktijk

Duurzaamheid is een belangrijk thema, ook in de mondzorg. Hoe kun je als mondzorgpraktijk zorgen voor een duurzame bedrijfsvoering? Hoe koop je duurzaam in en hoe kun je het beste met je afval omgaan? dental INFO vroeg het aan Michiel Lieshout, restauratief tandarts en adviseur duurzaamheid in de tandheelkunde.

Wanneer kun je een mondzorgpraktijk duurzaam noemen?

“Kort gezegd als er in elke genomen stap een duurzaamheidscomponent is toegevoegd. Soms weegt een ander criterium zwaarder, maar dan is er wel over de gevolgen voor mens en milieu nagedacht.

Op werkniveau is duurzame mondzorg inzetten op het voorkomen van problemen. Problemen in de mond zijn voor het grootste deel lifestyle gerelateerd. Je moet dus oog hebben voor de patiënt en zijn of haar invulling van het leven. Bijvoorbeeld voeding en werkdruk zijn van belang. Je moet daarom inzetten op gezondheid in plaats van het behandelen van een ziekte. Helaas is ons declaratiesysteem opgebouwd om te handelen en niet om te voorkomen. Ik hoop dat daar in de toekomst grote verandering in zal komen. Anders is het financiële systeem niet meer vol te houden, maar bovenal blijven we veel personeel, grondstoffen en energie gebruiken en afval produceren.”

Hoe kun je medewerkers betrekken bij een duurzamere bedrijfsvoering?

“Je kan hierin een aantal stappen onderscheiden. De eerste stap is urgentie kweken. Waarom moeten we nu handelen, veranderen, aanpassen? Dan bepaal je een visie en strategie. Wat willen we veranderen en hoe? Daarvoor heb je kennis nodig. Die ga je opzoeken.

Dit hele proces moet je samendoen. Als je de juiste vraag stelt, merk je dat dit thema ook onder de medewerkers leeft en ook zeker onder patiënten. Geef een groepje medewerkers de opdracht een en ander uit te werken, het proces te begeleiden en erover te communiceren. Intern, maar ook zeker extern (patiënten, omgeving, gemeente) en evalueer de verandering ook.

Ook duurzaam omgaan met personeel is van groot belang. Met een vergrijzende populatie en steeds minder personeel dat deze zorg kan en wil verlenen is luisteren, investeren, inzetten op vitaliteit en kennisontwikkeling belangrijk. De juiste poppetjes op de juiste plaats, een leven lang leren, een gezonde en veilige werkomgeving en werkplezier zijn elementen die zorgen voor een vitale medewerker die lange tijd zijn/haar werk kan uitvoeren en met veel plezier. Dit zorgt voor binding aan de praktijk, rust in de praktijk en een continuering van de zorg. Dus ook rust onder patiënten.”

Hoe kun je als mondzorgpraktijk duurzaam inkopen?

“Daarbij kun je vier stappen onderscheiden. Ten eerste moet je beoordelen of je minder kunt gebruiken. Ten tweede of je wegwerpproducten kunt vervangen door herbruikbare producten. Ten derde of je het materiaal van het product nog een keer kan gebruiken als grondstof. Ten vierde kijk je naar producten met een lange levensduur en laag energiegebruik, die onderhoudsvriendelijk zijn en gemaakt zijn van de minste grondstoffen. Ze moeten dan ook nog het liefst in de buurt geproduceerd zijn en aan het einde van de levensduur nog bruikbaar zijn als grondstof.”

Mondzorgpraktijken produceren behoorlijk wat afval. Hoe kun je daar op een duurzame manier mee omgaan?

“In je praktijk kan je vele verschillende stromen afval benoemen. Er zijn twee hoofdstromen, namelijk afval vóór patiëntencontact en afval ná patiëntencontact.

Al het materiaal vóór patiëntencontact kan met een goede afvalverwerker weer het recyclecircuit in: verpakkingsfolie, karton, papier, andere plastics.

Afval na patiëntencontact dat gevaarlijk of giftig is, zoals amalgaam, ontwikkelingsvloeistof (als dit nog gebruikt wordt) en scherpe voorwerpen, moeten we nu al gescheiden aanleveren.

Van het afval ná patiëntencontact probeer je zoveel mogelijk het materiaal te verzamelen dat niet daadwerkelijk met de patiënt in contact is geweest, zoals steriel verpakkingsmateriaal, de verpakking van de hechtdraad en het verpakkingsmateriaal van nieuwe producten.

In de mondzorg kennen we nauwelijks nat bebloed, toxisch afval. Dit is anders dan in een ziekenhuis. Ons afval gaat wel vaak de verbrandingsoven in, maar er is nog veel mee te doen. Helaas worden er veel verschillende soorten plastics en andere materialen, zoals metalen bandjes, houten wiggen etc. gebruikt. Ook kennen we veel combinatieproducten zoals servetten van patiënten met een plastic coating. Hierdoor zijn er weinig grote stromen afval van één soort afval te creëren.”

Hoe zou dat kunnen verbeteren?

“Voor de toekomst moeten we ernaartoe om meer producten te laten maken van het soort plastic dat we goed kunnen hergebruiken, minder met een combinatie van materialen en minder wegwerpproducten.

Als voorbeeld kun je kijken naar de mondkapjes. Deze zijn gemaakt van polypropyleen, maar ook van andere materialen. We starten nu een pilot om deze mondkapjes uit de mondzorg op te halen en om te zetten in een grondstof voor weer nieuwe producten. We gaan in de praktijk bekijken hoe eenvoudig of complex het scheiden van de verschillende materialen (metaal, elastine en polypropyleen) zal zijn om een zo zuiver mogelijk product te maken.

Als deze pilot werkt, dan gaan we aan de ene kant proberen steeds meer materialen van bijvoorbeeld polypropyleen te maken en aan de andere kant meer zuivere afvalstromen te scheiden om weer iets van te maken.

Het grote probleem bij de start van dit soort processen zijn de kosten. Nieuwe plastics zijn eigenlijk kunstmatig erg goedkoop. De kosten om het product na gebruik weer te verwerken of te verbranden worden hierbij niet meegenomen. Dus producten van nieuw plastic zijn goedkoper dan producten van gerecycled plastic. Maar naarmate de vraag naar producten van hergebruikt plastic toeneemt, zal het hele proces goedkoper worden. Wij hebben daarin een grote rol. We moeten van de producenten verlangen dat het aandeel gerecycled plastic of een her te gebruiken plastic toe zal nemen.”

Wat denk je van de trend in bioplastics?

“Daar zie ik weinig toekomst in. Voor dit biologisch afbreekbare product wordt landbouwgrond gebruikt in landen hier ver vandaan. Soms wordt er zelfs bos voor gekapt. Met energieslurpende machines wordt het product, vaak maïs, verbouwd. Het wordt over de hele wereld vervoerd om als product bij ons afgeleverd te worden. Soms komt er nog een inktprint of plastic sticker op. Dit plastic komt vaak bij het gewone restafval terecht en verdwijnt in de verbrandingsoven. Als het wel gescheiden wordt en op de composthoop terechtkomt, blijkt in de praktijk het composteringsproces te lang en dus te kostbaar voor een afvalverwerker te zijn. Na enkele cycli wordt het restant dan alsnog verbrand. Ik vraag me dan af, wat de winst is geweest. Zet dit af tegen het circulair gebruiken van plastics in een goed op elkaar afgestemd systeem en er is zeker geen winst.”

Heb je tips voor mondzorgpraktijken?

“Verduurzamen moet onderdeel zijn van elke handeling, overweging en alle soorten beleid. Er komen heel veel aspecten bij kijken. Veel processen zijn net van start gegaan. We moeten blijven nadenken over de vraag of het nog beter kan: minder vervuilend, met minder gebruik van kostbare grondstoffen, meer van eigen bodem etc.”

Michiel Lieshout is restauratief tandarts (NVVRT geaccrediteerd) bij Tandartsenpraktijk Lansingerland (Berkel en Rodenrijs). Daarnaast is hij als adviseur duurzaamheid in de tandheelkunde bezig om de verduurzaming van de mondzorg op de kaart te zetten door partijen te enthousiasmeren en kennis over te dragen. Ook probeert hij samen met enkele partijen het afvalprobleem in de mondzorg te verkleinen.

 

 

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen

Berisping na jarenlange strijd tussen tandartsen

In een langdurige strijd tussen twee tandartsen in dezelfde woonplaats heeft het Centraal Tuchtcollege een maatregel opgelegd. Eén van de tandartsen kreeg een berisping van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden wegens oncollegiaal gedrag.

Situatie

Tandarts A. en tandarts C. zijn beide tandarts in dezelfde woonplaats. Echter zijn de onderlinge verhoudingen al jaren ernstig verstoord. Tandarts C. verwijt tandarts A. dat hij zich op een oncollegiale wijze gedraagt en dit in strijd is met een goede uitvoering van de gezondheidszorg. Verder verwijt tandarts C., tandarts A. vanwege het niet verstrekken van medische dossiers van de naar tandarts C. overgestapte patiënten.

Klacht

Tandarts C. is praktijkhouder in B samen met zijn echtgenote. Ook tandarts A. is samen met zijn echtgenote, eveneens tandarts, praktijkhouder van een tandartsenpraktijk in B. De verhoudingen tussen tandarts C en A zijn al jaren verstoord. Beide tandartsen hebben de afgelopen jaren verschillende procedures tegen elkaar ingediend bij het tuchtcollege, commissie intern tuchtrecht en de civiele rechter.

Tandarts C. heeft onlangs een klacht ingediend bij het tuchtcollege en verwijt tandarts A. vanwege het feit dat zijn handelen oncollegiaal is doordat hij patiënten heeft gefaciliteerd, ondersteund en aangemoedigd om klachten in te dienen tegen tandarts C en daarbij actief publiciteit heeft gezocht. Het tweede klachtenonderdeel gaat over het feit dat tandarts A valse brieven in de naam van voormalig patiënten heeft verstuurd naar de praktijk van C. Het derde klachtenonderdeel gaat over het niet verstrekken van medische dossier van naar tandarts C. overgestapte patiënten.

Beoordeling

Het centraal tuchtcollege heeft het eerste klachtenonderdeel gegrond verklaard en het tweede en derde klachtenonderdeel ongegrond verklaard. Daarnaast is het tuchtcollege van mening dat de gezondheidszorg ernstig wordt geschaad door de voortdurende strijd tussen de twee partijen. Daarom is het van belang dat beide partijen stappen ondernemen om deze onderlinge strijd te beëindigen.

Tandarts A. is er meerdere keren op gewezen dat zijn handelen de grenzen van professioneel gedrag overschrijdt en daarmee niet alleen schade toebrengt aan tandarts C., maar ook het vertrouwen in de beroepsgroep en de gezondheidszorg. Zelfs na bovenstaande uitspraken van het tuchtcollege heeft tandarts A. recent nog tuchtklachten ingediend tegen tandarts C., via verschillende organisaties. Het advies van het tuchtcollege is om geen patiënten van elkaar aan te nemen. Beide tandartsen geven ook aan geen behandelrelatie aan te willen gaan met voormalige patiënten van de ander.

Uitspraak

Het centraal tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. De verweerd is in beroep gegaan. Het centraal tuchtcollege heeft de klacht op een aanvullend punt gegrond verklaard en legt de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
overname tandartspraktijken 400

462 tandartspraktijken overgenomen in Nederland sinds 2018

Tussen 2028 en begin 2025 zijn er 462 tandartspraktijk overgenomen. Rob van der Zande, eerder CEO bij 4 Dental Labs en momenteel investor bij Docfield, maakte met behulp van AI-tools een overzicht van de overnames van tandartspraktijken in Nederland tussen 2018 en 2025 die door de NZa goedgekeurd moesten worden.

Een fusie of overname moet  ter goedkeuring worden voorgelegd aan de NZa indien er tenminste één zorgaanbieder bij betrokken is die in de regel met meer dan 50 personen zorg verleent. Het gaat hier alleen om zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg verleent.

Aantal overnames

In 2025 werden er tot nu toe 17 tandartspraktijken overgenomen in Nederland na NZa goedkeuring. 1 overname kan wel meerdere praktijken betreffen.
Aantal overnames:

  • 2018 – 82overname 1
  • 2019 – 52
  • 2020 – 60
  • 2021 – 69
  • 2022 – 73
  • 2023 – 47
  • 2024 – 55
  • 2025 (begin) – 17

Aantal overnames tussen 2021 en begin 2025

Hieronder zie je een overzicht van de ketens die overnemen.
De top 5 van overnemende ketens zijn:

  1. Top Mondzorg – 37 overnames
  2.  Prime Dental Alliance – 37 overnames
  3.  Tandarts Today – 34 overnames
  4. De Tandartsengroep – 19 overnames
  5. PUUR mondzorg – 19 overnames

Daling op langere termijn bij meest actieve platforms

Als je het aantal overnames over een langere periode bekijkt, tussen 2018 en begin 2025 dan zie je een daling in het aantal overnames bij de 3 grootste overnamepartijen in die periode.

Overnamekaart

Van der Zande maakte een kaart waarop je kunt zien welke praktijken zijn overgenomen tussen 2021 en begin 2025, verdeeld over Zuid- en Noord Nederland. Bekijk een vergrote versie.

Keten koopt keten

overname 4Onderling waren er ook overnames.

  • Clinias kocht Dental365, Denteam Group, CDC, Bed & Med en Mondzorg Poli
  • Top Mondzorg kocht MKA Groep, Mondzorgplus, Omnios en Ortho Center.
  • Colloseum Dental nam DentConnect over.

 

Bron:
Rob van der Zande, investor DocField en voorheen CEO van 4Dental Labs

Lees ook: Minder private equity overnames in (mond)zorg

 

 

 

 

Lees meer over: Financiële diensten, Ondernemen