Tuchtrecht: Berisping tandarts na beetverhoging

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na onterechte uitschrijving patiënt

Een patiënt meldde zich met een pijnlijke, afgebroken tand bij z’n tandarts maar wordt doorverwezen omdat hij eerder is uitgeschreven bij de praktijk. De patiënt is niet op de hoogte van de uitschrijving door de praktijk en wendt zich tot de tuchtrechter.

Situatie

De klager heeft op 26 juni 2024 contact opgenomen met de praktijk vanwege een afgebroken tand. Hierbij gaf de klager aan dat hij een spoedafspraak wenste omdat hij veel pijn had. De klager is op dezelfde dag gepland bij een collega van de verweerder.
Echter kort daarna heeft de assistente in overleg met de verweerder de afspraak geannuleerd vanwege het feit dat de klager sinds februari 2024 was uitgeschreven bij de tandartspraktijk. De klager heeft niet vernomen dat hij in februari 2024 was uitgeschreven.
De klager is naar een andere praktijk verwezen voor spoedhulp.

In het patiëntendossier is op 9 februari 2024 genoteerd dat de patiënt is uitgeschreven in overleg met de verweerder omdat de patiënt niets wil, alleen klaagt en alleen komt als hij pijn heeft. In het patiëntendossier is op 26 juni 2024 onder andere genoteerd dat de patiënt belde met veel pijn, dat er in eerste instantie een afspraak is gegeven maar dat deze is geannuleerd na overleg met de verweerder. Daarnaast is er genoteerd dat er verteld is dat patiënt niet meer welkom is, de patiënt geeft aan dat hij het hier niet mee eens is, niet op de hoogte is gebracht en een advocaat inschakelt.

Klacht

De klager verwijt de verweerder vanwege het feit dat hij geen tandheelkundige zorg heeft verleend in een urgent situatie. Daarnaast geeft de klager aan dat hij nooit op de hoogte is gebracht van zijn uitschrijving.
De verweerder heeft aangegeven dat zijn redenen om de klager uit te schrijven rechtvaardig zijn, maar de uitschrijving niet volledig volgens de KNMT-richtlijn is verlopen. Daarnaast geeft de verweerder aan dat de klager op 26 juni 2024 nog door een andere tandarts elders is geholpen en de klager geen schade heeft geleden.

Beoordeling

De verweerder geeft verschillende redenen voor het uitschrijven van de klager uit de praktijk waardoor de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt is geschaad.
Daarnaast erkent de verweerder dat de uitschrijving van de klager niet volgens de KNMT-richtlijn is verlopen omdat de klager niet op de hoogte is gesteld.
Volgens de KNMT-richtlijn zijn er gewichtige redenen nodig om een patiënt uit te schrijven en het college is er niet van overtuigd dat dit het geval was in deze situatie. Het college heeft deze klacht als gegrond verklaard.
Het klachtenonderdeel over het feit dat de verweerder in een urgente situatie geen tandheelkundige zorg heeft verleend is gegrond. Het college geeft aan dat de verweerder ook na het opzeggen van de behandelingsovereenkomst noodzakelijke hulp moest aanbieden.

Uitspraak

Het college heeft de klacht als gegrond verklaart en legt de tandarts de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
BVNT.nl

Beroepsvereniging van Nederlandse tandartsassistenten (BVNT) opgericht

Afgelopen week is de Beroepsvereniging van Nederlandse tandartsassistenten (BVNT) opgericht. Na het online gaan van de website bvnt.nl verschenen snel berichten op social media. dentalinfo.nl stelde de nieuwe vereniging enkele vragen.

Wat is de doelstelling van BVNT.nl?

“Onze vereniging staat voor de belangen van tandartsassistenten door te pleiten voor collectieve goede arbeidsvoorwaarden, een veilige ondersteunende werkomgeving en eerlijke betaling voor de steeds omvangrijker wordende taken die de tandartsassistent worden toebedeeld.

De beroepsvereniging voor Nederlandse tandartsassistenten streeft naar een collectieve cao die de professionele ontwikkeling, waardering en rechten van onze leden bevordert. Samen werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van de mondzorg en de positie van tandartsassistenten in het zorglandschap, met als doel een gezonde en duurzame toekomst voor het beroep.”

Wanneer is de vereniging opgericht?

“De vereniging is pas net opgericht en tot 1 juli 2025 een vereniging met beperkte bevoegdheid. Per 1 juli is er volledige bevoegdheid, de stukken liggen bij de notaris. Omdat de roep tot actie steeds groter werd hebben een aantal mensen het voortouw genomen en zich aangesloten om daadwerkelijk iets te gaan doen.”

Wie zijn de initiatiefnemers van de vereniging?

“De vereniging is opgericht door een groep tandartsassistenten waaronder Stevie-Lyn Henraath en Jaclin de Kok, beiden tandartsassistent. De overige initiatiefnemers voelen zich echter nog niet veilig genoeg om zich openbaar uit te laten over deze voortrekkersrol, als gevolg van een heersende angstcultuur. Ondersteund door een aantal betrokken en ondernemende mondhygiënisten heeft men de twijfel doorbroken en is de BVNT toch van de grond gekomen.

Al jarenlang klinkt de roep om een beroepsvereniging, maar tot op heden had deze geen concrete vorm gekregen. De BVNT is er vóór en dóór de tandartsassistenten. Dit betekent dat tandartsassistenten niet alleen lid kunnen worden, maar ook geheel zelfstandig de koers bepalen die zij gezamenlijk willen varen.

Dat het initiatief een steuntje in de rug nodig had om daadwerkelijk van de grond te komen mag de pret niet drukken. Het is fantastisch dat we al binnen 1 week enorm veel aanmeldingen ontvangen hebben.
Wilfred Volkers, de voorzitter, werd via verschillende kanalen betrokken bij deze problematiek en voelde zich geroepen te helpen en (voor nu) de rol van voorzitter op zich te nemen. Zijn toewijding heeft beweging in de zaak gebracht en daarbij ook de kern van het probleem blootgelegd: hoewel tandartsassistenten plezier beleven aan hun werk, ervaren zij tegelijkertijd een terughoudendheid om hun stem te laten horen. Zij vrezen voor mogelijke gevolgen, zoals het verlies van hun baan of het verstoren van de goede werkrelatie met de tandarts waarmee zij nauw samenwerken. Tegelijkertijd heerst er onder tandartsassistenten een collectief gevoel van onvrede over arbeidsvoorwaarden en salaris, evenals een gebrek aan representatie als beroepsgroep.“

Hebben jullie concrete acties gepland staan?

“Absoluut! We zetten ons met volle kracht in om de positie van tandartsassistenten te versterken en verandering te realiseren. Een belangrijke stap die we al hebben gezet, is het contact met de vakbonden en de KNMT, wat een veelbelovende basis vormt voor de lopende cao-onderhandelingen. Dit betekent dat we inspraak hebben en mee kunnen werken aan betere arbeidsvoorwaarden voor onze (toekomstige) leden.
Onze belangrijkste focus op dit moment is het laten groeien van het ledenaantal. Hoe meer tandartsassistenten zich aansluiten, hoe krachtiger onze stem wordt. Dit is cruciaal voor het succes van de vereniging. Gelukkig zien we dat het aantal leden dagelijks toeneemt, wat ons veel vertrouwen geeft in de toekomst.

Daarnaast zoeken we enthousiaste tandartsassistenten die een actieve rol willen spelen binnen de vereniging. Onze voorzitter komt niet uit de tandheelkunde, maar onze penningmeester is zowel tandartsassistent als rechtenstudent. Een secretaris met ervaring als tandartsassistent zou op korte termijn een waardevolle aanvulling zijn.”

Samenwerking

“Bij BVNT geloven we in de kracht van samenwerking. Daarom zoeken we 10 enthousiaste tandartsassistenten voor onze werkgroep verenigingsontwikkeling. Hier krijgen leden de kans om samen te onderzoeken welke activiteiten een sterke beroepsvereniging zou moeten organiseren. Denk aan initiatieven zoals een periodieke BVNT-assistentendag, waardevolle bij- en nascholingen en het gelijkstellen van diploma’s.

Daarnaast starten we de werkgroep toekomstig werkprofiel en zoeken we 4 tandartsassistenten, 2 opleiders, 2 mondhygiënisten en 2 tandartsen. Samen brengen deze alle wensen en behoeften in kaart. Een mooie eerste stap naar een toekomstbestendig beroepsprofiel voor de tandartsassistent—een profiel waar iedereen met trots en positiviteit naar kijkt.

Ook de tandartsassistent opleidingen zijn inmiddels betrokken. Studenten kunnen zich gratis aanmelden, en afstuderende tandartsassistenten ontvangen het eerste kalenderjaar een kosteloos lidmaatschap.”

Lees meer over de BVNT.nl

 

Lees meer over: Assisteren, Ondernemen, Personeel, Thema A-Z
Overname

Een mondzorgpraktijk overnemen, wat komt daar bij kijken?

De meeste afgestudeerde mondzorgspecialisten, of dat nu een tandarts, mondhygiënist of implantoloog is, willen uiteindelijk een eigen praktijk starten. Meestal volgen na de studie eerst een aantal jaren loondienst of werken als ZZP-er, maar vaak komt er een moment dat je klaar bent voor je eigen mondzorgpraktijk. Hoe pak je dat aan? Waar moet je beginnen en waar moet je op letten?

Onno Karssen van Onno Karssen Advies heeft jaren ervaring als financieel adviseur in de (para)medische sector en bemiddelt bij de aankoop en verkoop van praktijken. Onno: “Om een over te nemen praktijk te vinden kun je gebruikmaken van een gespecialiseerde ‘praktijkmakelaar’, waar je een zoekopdracht kunt plaatsen. Zo’n zoekopdracht kun je ook bij Dental depots plaatsen. Net als in de huizenmarkt is er ook bij mondzorgpraktijken sprake van stille verkoop. Netwerken, denk aan collega’s, maar ook banken, dental depots en accountants, kunnen hierbij goed van pas komen. En tegenwoordig kun je ook op de social media waardevolle informatie vinden.”

Hoeveel is een praktijk waard?

Aan elke over te nemen praktijk hangt een prijskaartje. Uiteraard heb je voor jezelf een redelijk idee ‘hoe ver je kunt gaan’, maar komt de vraagprijs wel overeen met de daadwerkelijk waarde van de praktijk? En hoe wordt die waarde eigenlijk bepaald? Over het algemeen kun je bij een mondzorgpraktijk stellen dat het pand zelf (koop of huur), de roerende zaken plus instrumenten en de goodwill samen de waarde bepalen.
Onno: “De waarde van een praktijk is in principe een optelsom van alle activa plus de waarde van de goodwill. Onder activa vallen het pand, de over te nemen apparatuur, overige inrichting van het pand (inclusief automatisering) en de voorraad gebruiksmaterialen plus kleingoed. Daarbij speelt het natuurlijk een rol of het pand volledig eigendom is of dat je ook nog te maken kunt krijgen met huurconstructies.”

Apparatuur

Bij het bepalen van de waarde van de over te nemen apparatuur is het verstandig om een beëdigd taxateur of een Dental Depot in te schakelen. Zij kunnen via een officiële taxatie de actuele waarde van de apparatuur vaststellen. Wat betreft de overige inrichting van de praktijk, wordt deze doorgaans gewaardeerd aan de hand van de boekwaarde of via onderhandelingen tussen partijen. Onno benadrukt het belang van duidelijkheid over welke elementen precies onder de overdracht vallen. Hierbij kun je denken aan zaken als vervoermiddelen of kunstwerken die in de praktijk aanwezig zijn. Voor het bepalen van de waarde van deze gebruiksvoorwerpen wordt op de dag van overdracht een inventarisatie gemaakt, waarbij men zich baseert op de actuele inkoopprijzen.

Goodwill

Het vaststellen van de goodwill, de immateriële meerwaarde van een praktijk, is vaak het meest complexe onderdeel van de waardering. Waar fysieke elementen zoals voorraad goed te kwantificeren zijn, is dat bij goodwill minder eenvoudig. Hierbij spelen diverse factoren mee, zoals de verwachte omzetgroei, het patiëntenbestand, en ook de aanwezigheid van concurrentie, de lokale marktsituatie en de huidige eisen vanuit de branche.
Voor de waardering van goodwill worden verschillende benaderingen toegepast. Soms wordt gekeken naar een waarde per patiënt, in andere gevallen worden de financiële gegevens van de praktijk eerst genormaliseerd om tot een eerlijk beeld te komen. Ook wordt regelmatig gebruikgemaakt van de EBITDA-methode, waarbij de winst vóór aftrek van overheadkosten als uitgangspunt dient.

Kortom, er komt heel wat kijken voordat je echt aan de slag kunt in je eigen praktijk. Onno sluit dan ook af met het advies: “Laat je goed informeren door een professional. Ga niet over één dag ijs, want het is een van de belangrijkste beslissingen in je leven.”

Tips bij de overname van een praktijk

  1. Staar je niet blind op de hoge omzet van een praktijk. Kijk naar je eigen verdienmodel
  2. Kijk goed naar de staat van de praktijk en bestudeer de verrichtingenlijsten
  3. Check of er nog grote investeringen nodig zijn en neem die mee in de onderhandelingen
  4. Of de huidige eigenaar actief blijft werken kan het verloop van patiënten positief beïnvloeden
  5. Tel de actieve patiënten. Dit zijn unieke patiënten die de afgelopen 1,5 jaar minimaal één keer de praktijk hebben bezocht
  6. Kansen en mogelijkheden zijn belangrijker dan de aankoopprijs. Kijk naar de toekomst
  7. Controleer of er individuele afspraken zijn gemaakt met het personeel
  8. Voorkom na-verrekeningen en check de pensioenafdracht
  9. Kan (bij huur) het huurcontract onder dezelfde voorwaarden worden voortgezet?
  10. Onderhandel met de bank. Vaak is een lange looptijd de voorkeur, mede doordat je altijd tussentijds kunt aflossen.

Door:
Onno Karssen van Onno Karssen Advies

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Om patiënten bewust te maken van meer duurzaamheid in de mondzorg en hun eigen rol daarbij lanceert de KNMT het filmpje ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’. Het patiëntenfilmpje, dat naast duidelijke uitleg handige tips geeft, is beschikbaar voor wachtkamerschermen, de praktijkwebsites en socialemediakanalen van mondzorgverleners.

Mondzorgverleners die het filmpje zelf op hun wachtkamerscherm, website of sociale media willen plaatsen, kunnen een gratis versie downloaden. Download het filmpje

Weinig kennis over verduurzaming zorg

Recent onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland laat zien dat veel patiënten nog weinig weten van verduurzaming van de zorg. Zo zegt bijna de helft van de ruim 9.000 ondervraagden weinig tot niets te weten van verduurzaming; 61 procent geeft aan behoefte te hebben aan meer informatie.

Filmpje met uitleg en tips

Het gratis patiëntenfilmpje ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’ geeft uitleg over het effect van het milieu en het klimaat op de (mond)gezondheid en laat zien dat ook de zorg milieuvervuilend is. Daarnaast geeft het filmpje tips over hoe je als patiënt kunt bijdragen aan meer duurzame mondzorg.

Onder meer voor wachtkamerscherm

Het filmpje kan getoond worden op wachtkamerschermen, praktijkwebsites en socialmediakanalen. Enkele providers van wachtkamerschermen, zoals Zorgscherm, Webova en eValue8, bieden het filmpje aan in hun contentbibliotheek.

Lees meer over: Communicatie patiënt, Duurzaamheid
Onderwerpen-toetsing-IGJ

De Wet DBA heeft impact

Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst de beoordeling en uitvoering van de arbeidsrelatie toetsen en handhavend optreden vanuit de Wet DBA. Het is voor opdrachtgevers en zzp’ers helaas vaak onduidelijk of iemand vanaf 2025 als zzp’er kan blijven werken buiten dienstbetrekking. De Wet DBA zelf bevat namelijk geen kaders of normen.

Onduidelijkheid alom met tegelijkertijd een toetsing door de Belastingdienst die ‘boven je hoofd hangt’. Dus interessant om te weten in hoeverre praktijken en zorgverleners nu daadwerkelijk maatregelen hebben genomen n.a.v. deze ontwikkeling? dentalinfo.nl heeft in samenwerking met Sjoerd Kuiken hiernaar een onderzoek uitgevoerd.

Een duidelijk omslagpunt

De mogelijke handhaving door de Belastingdienst heeft veel teweeg gebracht in Nederland. Zo meldde de NOS in januari 2025:

Nederland telt 6.776 minder zzp’ers dan een maand geleden. Dat blijkt uit de zzp-monitor van de Kamer van Koophandel (KvK). Volgens de Kvk is het een “duidelijk omslagpunt” en is het niet los te zien van de strengere handhaving van de wet die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. De daling komt vooral omdat er relatief veel zzp’ers stoppen. (Bron: https://nos.nl/artikel/2551613-meer-zzp-ers-gestopt-in-december-duidelijk-omslagpunt)

Wat is de tendens binnen de mondzorg?

Landelijk zijn er in december 2024 54 procent meer zzp’ers gestopt dan een jaar eerder (in december 2023), zo meldde de NOS in bovengenoemd artikel. Wat is nu de tendens binnen de mondzorg?

Uit ons onderzoek komt naar voren, dat er voorlopig geen sprake is van een daadwerkelijk omslagpunt. Hieronder twee uitkomsten uit het onderzoek:

  1. Voor 81% van respondenten hebben de ontwikkelingen rondom de Wet DBA (nog) niet tot veranderingen geleid in de samenwerkingsvorm.
  2. Tot op heden is door 7% van de respondenten de zelfstandigheid als zzp’er opgegeven voor een dienstverband in loondienst.

Benieuwd naar de volledige uitkomsten?

Wil je graag meer weten over de uitkomsten? In hoeverre men in gesprek is gegaan over de huidige vorm van samenwerking? En welke nieuwe samenwerkingsvormen men is aangegaan? Meld je dan aan voor de Dental Management Toolkit en verkrijg direct toegang tot de volledige uitkomsten van dit onderzoek.

Daarnaast verkrijg je met een abonnement op de Dental Management Toolkit toegang tot 200+ voorbeelddocumenten en video’s. Om zelf aan de slag te gaan je praktijk op orde te krijgen en te willen werken aan het praktijkmanagement van je praktijk.

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, ZZP-er
Over een paar jaar geen baliemedewerker meer?

Over een paar jaar geen baliemedewerker meer?

Met de groeiende krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende vraag naar efficiënte patiëntcommunicatie, zocht deze praktijk naar een slimme oplossing. De keuze viel op een AI-assistent. Hoe werkt het, wat zijn de voordelen, en hoe ervaren patiënten deze innovatie? We spraken met Lieneke Bakker van MOQM Dental over haar ervaringen.

Wat was de reden voor de overstap naar een AI-assistent?

Mede door de krapte op de arbeidsmarkt wilden wij het aantal e-mails en telefoontjes aan de balie verminderen. Zeker voor startende baliemedewerkers kan het soms lastig zijn om de juiste antwoorden te geven. Aangezien de meeste vragen vrij generiek zijn en het prettig is als daarop altijd gestandaardiseerde antwoorden worden gegeven, is een AI-assistent hier perfect voor.

Daarnaast wilden wij onze patiënten de mogelijkheid geven om 24/7 vragen te kunnen stellen, zonder dat wij zelf 24/7 beschikbaar hoeven te zijn. Feedback van onze stagiaires was dat zij, en hun leeftijdsgenoten, nog wel eens belangst ervaren. Appen vinden zij prettiger. Vandaar dat wij ook zochten naar een oplossing om appen mogelijk te maken.

Sinds wanneer maken jullie gebruik van de AI-assistent?

Eind vorig jaar zijn wij ons gaan inlezen en dit jaar is Clinicly echt begonnen met het bouwen van onze AI-assistent. Samen met hen hebben wij de laatste aanpassingen gedaan. De implementatie vond eind februari plaats.

Hoe werkt de AI-assistent precies en welke taken neemt hij over?

Onze AI-assistent werkt via een button op onze website of via WhatsApp. De “assistent” beantwoordt vragen over onder andere afspraakplanning, triage, behandelingen en kosten. De virtuele assistent is volledig op maat gemaakt voor onze praktijk. Het is een AI-oplossing die de efficiëntie vergroot, maar waarbij ook de menselijke touch en empathie behouden blijven — iets wat voor ons erg belangrijk is als kleine, persoonlijke praktijk.

Hoe hebben jullie het invoeren en het gebruik van de AI-assistent ervaren?

Het trainen en verbeteren van de AI-assistent vond ik erg leuk. De samenwerking met de jongens van Clinicly, Yaphet en Olav, was laagdrempelig, en het was mooi om hun passie te zien. Het is allemaal erg nieuwe materie, nog in de ontwikkelfase, dus je loopt nog wel tegen wat hobbels aan. Gelukkig worden die goed opgepakt.

Het informeren van de patiënten verliep soepeler dan verwacht. We hebben QR-codes in de praktijk geplaatst voor WhatsApp, een extra banner op de site toegevoegd en via Instagram extra aandacht besteed. De graphics hiervoor kregen we aangeleverd, wat veel tijd en moeite heeft bespaard. De AI-assistent is volledig in onze huisstijl, met ons logo, waardoor het geheel er mooi en professioneel uitziet op zowel de website als WhatsApp.

Wat zijn de ervaringen van de patiënten met de AI-assistent?

De ervaringen die ik tot dusver heb vernomen zijn zeer positief. Mensen zijn blij dat ze contact kunnen opnemen wanneer het hen uitkomt en dat het geen logge bot is waar je niet doorheen komt.
Wel kregen we vragen over aansprakelijkheid en privacy vanuit collega’s. De chatbot en het AI-gedeelte zijn twee aparte onderdelen. Het AI-gedeelte heeft geen toegang tot privégegevens en is getraind zoals je een baliemedewerker zou trainen — met richtlijnen en protocollen. De chatbot bedenkt dus geen antwoorden zelf, iets wat een menselijke assistent eventueel wel zou kunnen. Het is echt een tool voor triage en administratieve ondersteuning. De communicatie via de chatbot verloopt via e-mail en dossiernummers.

Welke voordelen heeft de AI-assistent binnen de praktijk gebracht?

We zien een duidelijke afname van telefoontjes en merken dat patiënten de AI-assistent steeds beter weten te vinden. Hierdoor verlichten we het werk aan de balie aanzienlijk. De AI-assistent werkt zowel in het Nederlands als Engels, wat erg prettig is gezien ons grote aantal expats.

Zijn er ook nadelen of uitdagingen die jullie hebben ervaren?

De koppeling met WhatsApp was het lastigste; hierdoor hadden we in het begin wat problemen. Die hebben we gelukkig goed kunnen oplossen. Ik vond het enorm interessant en leerzaam om mee te maken.

Zouden jullie het gebruik van een AI-assistent aanbevelen aan andere praktijken?

Absoluut! Het geeft de assistenten meer ademruimte doordat het aantal telefoontjes en vragen vermindert. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt kan het schaarse personeel efficiënter en effectiever worden ingezet voor patiëntenzorg. Patiënten kunnen laagdrempelig vragen stellen, hun agenda beheren — en dat 24/7 — iets wat met conventionele communicatiemiddelen niet mogelijk is.

Hoe ziet u de rol van AI in de toekomst binnen de praktijk? Denk je dat de AI-assistent in de toekomst meer taken zal overnemen?

Ik weet dat er hard wordt gewerkt aan de integratie van een agendatool met Exquise Next Generation — dat zou echt fantastisch zijn. Dan kan de patiënt daadwerkelijk zelf afspraken beheren. Nu moeten wij nog een internetlink sturen of handmatig annuleren.
Als deze functie beschikbaar is, verwacht ik dat we — samen met andere AI- en automatiseringstools — geen baliemedewerker meer nodig hebben voor onze tweekamerpraktijk.

 

Interview met Lieneke de Fouw Bakker van MOQM Dental

Lees meer over: ICT, Ondernemen
De psychologie achter de lege agendaplek

De psychologie achter de lege agendaplek

Niet-nagekomen afspraken vormen een steeds groter probleem in de mondzorgpraktijk. Dit geldt ook voor afspraken die patiënten een dag van tevoren afzeggen. Het afzeggen van een afspraak leidt namelijk altijd tot stress en onrust, of dat nu lang of kort van tevoren gebeurt, en de receptiemedewerkers moeten veel werk verzetten om de agenda goed gevuld te houden. Psychologie speelt een rol bij het afzeggen en verplaatsen van afspraken. Dit betekent dat we psychologie ook kunnen gebruiken om de afspraak juist te behouden. In dit blog worden een aantal van die psychologische principes toegelicht.

In dit artikel bedoelen we met een niet-nagekomen afspraak niet de afspraken die door een onvoorziene gebeurtenis om een goede reden worden afgezegd. Welke psychologische principes kunnen een rol spelen in de andere gevallen?

De toekomst is minder belangrijk

Mensen hebben een uitgesproken voorkeur voor beloningen op korte termijn. Een preventieve behandeling die de gezondheid op de lange termijn bevordert, wordt hiermee psychologisch gezien dus eerder als minder urgent door ons brein ingeschat. Uit onderzoek onder de achterban van Dentiva blijkt bijvoorbeeld dat patiënten afspraken bij een mondhygiënist dan ook veel vaker afzeggen dan bij een tandarts. Dit wordt ondersteund door onderzoek naar stoppen-met-roken-campagnes. Gezondheidswinst verkoopt simpelweg minder goed dan gezondheidsverlies. In de praktijk zou het dus beter werken om te zeggen ‘je voorkomt tandvleesproblemen’, dan om te zeggen ‘je houdt gezond tandvlees’.

Cognitieve dissonantie

Mensen weten meestal heel goed dat ze er weer niet aan toe zijn gekomen om te ragen en te stoken. Dat is natuurlijk ongemakkelijk bij een controle. Cognitieve dissonantie, oftewel vermijding, ligt dan op de loer. Bovendien is het de natuurlijke neiging van zorgverleners om verbeterpunten te benoemen tijdens een controle. Met die combinatie van factoren stijgt de motivatie om de afspraak te verplaatsen, met de gedachte ‘over een tijdje heb ik het wel beter schoon gehouden’. Probeer de drempel om te komen dus laag te houden als behandelaar, door tijdens afspraken niet te belerend over te komen.

Optimisme-bias

Veel mensen hebben het idee dat problemen hen persoonlijk minder snel zullen treffen. Dat heet het optimisme-bias. Ouders kunnen bijvoorbeeld makkelijk zeggen dat hun kind nooit gaatjes heeft. De noodzaak om periodieke controles in te plannen en de afspraken na te komen, kan hierdoor naar de achtergrond raken. Daarmee gaan ze ten eerste voorbij aan het feit dat preventie niet alleen tegen gaatjes werkt. Ten tweede kunnen jongvolwassenen hun gedrag ook nog behoorlijk veranderen. Natuurlijk helpt het als er dan al een goede routine is opgebouwd van tandartsbezoek in de jaren ervoor. Gelukkig zijn er ook psychologische beginselen die behandelaars kunnen helpen om afspraken in de praktijk te behouden.

Help het mentaal werkgeheugen

Als een afspraak niet duidelijk in de agenda staat, verdwijnt de afspraak vaak uit iemands mentale werkgeheugen. Zeker bij drukke mensen. In dat geval is het niet echt actieve vermijding, maar passieve vergetelheid. Patiënten een kaartje meegeven bij het maken van de afspraak, of een digitale agenda-uitnodiging sturen kan helpen. Mensen waarvan je weet dat ze het erg druk hebben, kun je vragen om op de dag van de afspraak ’s ochtends vroeg een herinnering in te stellen op hun telefoon. Patiënten die een lange afspraak hebben staan, bellen we in onze praktijk ook op een dag van tevoren.

Sociale normen wegen zwaarder dan een geldboete

Uit gedragsonderzoek blijkt dat mensen bij het maken keuzes gevoeliger zijn voor een sociale norm, dan voor een geldboete. Hoe kun je dit inzetten? Denk aan zinnen als ‘Patiënten die meer aan preventie doen in onze praktijk, hebben gemiddeld minder wortelkanaalbehandelingen nodig’. De sociale norm is dan dat mensen naar de preventieafspraken komen. De communicatie persoonlijk maken, door de gevolgen voor jou als behandelaar te benoemen, kan ook helpen. Je zegt dan bijvoorbeeld dat je speciaal klaar stond voor de afspraak en alles voorbereid had. Deze methode werkt beter dan een rekening sturen voor de niet-nagekomen afspraak. Die leidt vaak tot discussie, of geeft de patiënt gevoel dat de afzegging is afgekocht.

Lege agendaplekken snel opvullen

Het belangrijkste is om te voorkomen dat mensen op korte termijn hun afspraak verplaatsen. Als dit onverhoopt toch gebeurt, dan zijn er vaak genoeg mensen die eerder terecht willen voor hun afspraak. Dit kun je bijhouden met een snel-bellen-lijst, of met beschikbare software die hier speciaal voor is gemaakt. Zaak is dan wel om dit goed bij te houden in de praktijk en de mogelijkheid om op die lijst te staan actief te benoemen in de behandelkamer. Zo houd je ook bij onvoorziene situaties zoveel mogelijk grip op een efficiënte agenda.

Conclusie

Psychologie verklaart veel van het gedrag dat we dagelijks zien aan de balie — én biedt praktische aanknopingspunten om er slimmer op in te spelen. Dus in plaats van alleen te reageren op no-shows, kun je gedrag ook actief beïnvloeden. Dat begint met begrijpen waarom mensen afzeggen. Laat je team meedenken over hoe je deze inzichten in kleine stappen kunt toepassen. De winst zit vaak in het detail.

Door: Alexander Tolmeijer, Dentiva.
Meer informatie over speciale software van Dentiva voor het snel invullen van lege agendaplekken vind je op snelterecht.nl

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Een eigen praktijk iets voor mij

Een eigen praktijk: iets voor mij? Mondzorgverleners verkiezen startersdag boven zonnige zaterdag

Op een bijna zomerse zaterdag 8 maart kwamen mondhygiënisten en tandprothetici, allen aspirant-praktijkhouders, naar Utrecht voor de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2025. Een kleinschalig evenement, met veel ruimte voor interactie. De belangstelling was groot dit jaar: de 55 beschikbare plekken waren al snel vergeven.

Verschillende vormen

Onder de vlag ‘Een eigen praktijk: iets voor mij?’ bood de startersdag de mondzorgverleners een vol programma. Van negen uur ’s morgens tot vijf uur ’s middags namen zij deel aan de verschillende sessies, aangeboden in drie blokken. Na het welkomstwoord namens de organiserende partijen stond dagvoorzitter en programmamanager Erik van Dam van VvAA in zijn inleiding stil bij de drie hoofdvormen van het starten als praktijkhouder. Starten kan door het aansluiten bij een bestaande praktijk (associatie) of het – al dan niet met anderen – overnemen van een bestaande praktijk (overname). Daarnaast komt ook het starten van een geheel nieuwe praktijk, nog zonder patiënten (nulpraktijk of vrije vestiging) weer meer voor de laatste tijd. Daarna lichtte Erik het programma van de startersdag toe. Hoe ziet de invulling van de drie blokken eruit?

Wie ben ik? Hoe positioneer ik mijn praktijk?

In het eerste, plenaire blok zette coach en trainer Jacqueline Mooij van VvAA de deelnemers een spiegel voor. Is zo’n eigen praktijk eigenlijk wel wat voor jou? Hoe kom je daarachter? Vooraf hadden alle deelnemers online een persoonlijk profiel gegenereerd. Een handig hulpmiddel om na te denken en in gesprek te komen over onder meer communicatiestijlen en besluitvorming. Maar vooral ook over de kernvragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik?

Communicatieadviseur Ward de Moor (MoorComm) voegde aan die persoonlijke spiegel de omgeving (patiënten, andere praktijken etc.) toe. Die twee met elkaar verbinden geeft de basis voor het positioneren van je eigen praktijk. Met praktische voorbeelden uit de (mond)zorg en daarbuiten liet hij zien wat de mogelijke kernfocus van een praktijk kan zijn en wat dat betekent. Zo kwamen Ikea en Mc Donald’s voorbij als voorbeelden van de focus ‘Operational excellence’, een van de drie besproken waardestrategieën. Vervolgens vertaalde Ward dit naar de mondzorg aan de hand van de websites van bestaande praktijken van mondhygiënisten en tandprothetici in ons land. Praktijken die zich vooral richten op het optimaliseren van de (uitvoering van de) zorgprocessen. Deze staan zich bijvoorbeeld voor op een strakke planning en efficiënte behandelingsmethoden.

Tien stappen en (zorg)wetgeving

Het tweede blok was meer zakelijk en juridisch van aard. Langere sessies waarin de groep zich splitste in tweeën: de mondhygiënisten en de tandprothetici volgden om en om de twee workshops. Ervaren VvAA ondernemersadviseur Frank Brusche lichtte volgens het beproefde tienstappenplan het proces van praktijkovername (of associatie of ‘nulstart’) toe. Ook dit startte met de persoon van de aspirant-praktijkhouder, maar ging verder via bijvoorbeeld het selecteren van een geschikte praktijk, naar onderhandelen, waardebepaling tot en met het daadwerkelijke overnemen en het afhechten van de relaties in de huidige werkkring. Bij het bespreken van de verschillende methoden van waardebepaling gaf Frank aan dat, in plaats van voorheen de ‘klassieke goodwillmethode’, nu de zogenaamde ‘genormaliseerde EBITDA-methode’ steeds meer de norm is in mondzorgland. Hierbij is kortgezegd de winst vóór afschrijvingen, rentelasten en belastingen -gecorrigeerd voor afwijkingen- de grondslag voor de berekening van de waarde van de praktijk.

Jurist Marjolein Stigter van NVM-mondhygiënisten richtte zich, onder de titel ‘Beroepsinhoudelijk ondernemerschap’ vooral op de juridische aspecten van het voeren van een mondzorgpraktijk. Zij beantwoordde vragen als ‘Wat moet ik regelen vóórdat ik start? ‘ en ‘Wat kan ik tegenkomen als ik ben gestart?’. Wkkgz, Wtza, Wgbo, de meest relevante (zorg)wetten kwamen voorbij. Zo werd onder meer ingegaan op de geneeskundige behandelingsovereenkomst met de patiënt. Deze kan je niet zo maar beëindigen, dat moet weloverwogen gebeuren. En op basis van een gewichtige reden: wat betekent dat? Daarbij gebruikte Marjolein een verstoorde vertrouwensband als voorbeeld, waarbij een serieus meningsverschil over de behandeling aan ten grondslag ligt. Ondanks het juridische karakter toch een heel toegankelijke workshop met veel praktijkvoorbeelden en oplossingen.

Speeddates met praktijkhouders

Het derde en laatste blok bestond uit voor iedere deelnemer achter elkaar drie speeddates met verschillende praktijkhouders uit het eigen beroepsveld. In kleine groepjes van maximaal tien beroepsgenoten werden huidige praktijkhouders aan de statafels het hemd van het lijf gevraagd. Welke ervaringen hadden zij toen ze praktijkeigenaar werden? Welke aanpak kozen zij? Waar liepen ze tegenaan, hoe kijken ze daar op terug, welke tips hebben ze?

Op naar 2026

Ondanks het mooie weer bezochten veel deelnemers na afloop de gezamenlijke borrel om na te praten met collega’s, sprekers en adviseurs. Al met al een leuke en leerzame dag, door de deelnemers met rapportcijfer 8 beoordeeld. Op naar de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2026!

Lees meer over: Afvalverwerking, Congresverslagen, Management, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Slaapgeneeskunde
Kopen of huren Wat is de beste keuze voor een mondzorgpraktijk

Kopen of huren: Wat is de beste keuze voor een mondzorgpraktijk?

In de huidige markt kan het een uitdaging zijn om het perfecte pand te vinden. Vaak sta je voor de keuze: investeren in een eigen pand? Of wil je de flexibiliteit van huren benutten wanneer kopen niet altijd een optie is? Lees verder om te bepalen welke optie het beste aansluit bij jouw professionele visie en ondernemingsdoelen.

Als je een mondzorgpraktijk wilt beginnen of uitbreiden, is een geschikt praktijkpand essentieel. Maar wat is slimmer: kopen of huren? De keuze hangt af van diverse factoren, zoals je spaargeld, hoeveel je wilt investeren en je persoonlijke voorkeuren. Mondzorgpraktijken vergen vaak flinke investeringen in aanpassingen aan vloeren, muren en leidingen, wat een verhuizing kostbaar kan maken. Hierdoor blijven veel praktijken langdurig op dezelfde locatie gevestigd. Neem de tijd om goed na te denken over je beslissing.

Kopen van een praktijkpand

Wanneer je een pand koopt, bouw je vermogen op en heb je volledige controle over je ruimte. Je hebt geen last van jaarlijkse huurverhogingen. Hoewel de rente op een lening kan stijgen, heb je vaak al een deel afgelost, waardoor de impact minder groot is. Op de lange termijn kan kopen voordeliger zijn.

Praktijkpand kopen: waar moet je op letten?

Een goede voorbereiding

Denk na over waar je over tien jaar wilt staan met je praktijk. Gebruik dit als leidraad om een wensenlijst (programma van eisen) voor je praktijkpand op te stellen. Overweeg factoren als:

  • Oppervlakte
  • Bereikbaarheid voor patiënten, medewerkers en leveranciers, en parkeergelegenheid
  • Uitstraling van het pand
  • Mogelijkheden voor (tijdelijke) verhuur
  • Uitbreidingsmogelijkheden

Kritische beoordeling van de aankoop

Zodra je een interessant praktijkpand hebt gevonden, start de beoordeling. Schakel een expert in om het pand en de staat van onderhoud te evalueren. Begin met een bedrijfsmakelaar en voeg een bouwkundig expert toe aan je team. Controleer of het pand aan de technische eisen voldoet en vraag de gemeente naar het bestemmingsplan. Onderzoek eventuele erfpacht en informeer welke vergunningen je nodig hebt voor je activiteiten.

Een pand bestaat uit meer dan alleen de vierkante meters. De haalbaarheid en mogelijkheden van je plannen hangen af van de specifieke eigenschappen van het pand. Belangrijke factoren zijn de vorm van het pand, de hoeveelheid daglicht en de toegankelijkheid. Deze elementen dragen bij aan het succes van je praktijk, maar kunnen ook knelpunten zijn die dat succes in de weg staan. Zorg ervoor dat je al deze aspecten zorgvuldig overweegt voordat je een beslissing neemt.

Extra kosten bij het kopen van een praktijkpand

Houd rekening met de taxatie van het pand, de kosten van een aankoopmakelaar en verbouwingskosten. Daarnaast kun je te maken krijgen met extra financieringskosten en overdrachtsbelasting. Vraag een accountant welke kosten je kunt meefinancieren. Naast de aankoopkosten moet je als eigenaar ook rekening houden met maandelijkse kosten, zoals een gebouwenverzekering en onroerendezaakbelasting (OZB).

Financiering die je moet regelen

Richt je ten slotte op de financiering die je wilt gebruiken om het praktijkpand te kopen. Stel een ondernemersplan op dat je plannen en ambities beschrijft. Vul dit aan met een financieringsplan (bekijk de ABN-AMRO exploitatie-begroting) waarin je uitlegt hoe je de rentebetalingen en aflossingen gaat doen.

Huren van een praktijkpand

Huren vraagt minder startkapitaal. De verhuurder doet meestal het onderhoud en je kunt makkelijker verhuizen als dat nodig is. Houd er wel rekening mee dat je bij een verhuizing opnieuw moet investeren.

Als je een pand huurt, kan de verhuurder de huurprijs elk jaar aanpassen aan de stijgende prijzen. Bij bedrijfsruimtes is deze jaarlijkse huurverhoging geen wettelijk recht, maar moet het in het huurcontract staan. Dit heet ‘periodieke indexering’. Hierbij stijgt de huur met een bepaald percentage, de huurindex, die gekoppeld is aan de consumentenprijsindex (CPI). De CPI wordt berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kies je voor huren? Maak dan goede afspraken met je verhuurder en laat het huurcontract controleren door een juridisch adviseur. Dit voorkomt onaangename verrassingen. Controleer ook welke afspraken er zijn over duurzame investeringen en energieverbruik. Denk vooruit als je de praktijk over enkele jaren wilt overdragen. Neem in het huurcontract op dat de huur tegen die tijd kan worden overgenomen door een andere huurder. Dit maakt het makkelijker voor je opvolger om het contract over te nemen.

Voor- en nadelen op een rij

Aspect Kopen Huren
Kosten op lange termijn Geen huurverhoging; investering wordt terugverdiend, wel kosten voor onderhoud eigen pand Huur stijgt door indexatie; investeringen bij verhuizing gaan verloren
Investeringen in aanpassingen Eenmalige kosten en onderhoudskosten; blijven in eigen bezit Terugkerende kosten bij elke verhuizing
Flexibiliteit Minder flexibel; lastig te verhuizen. Je kunt je praktijk wel helemaal naar eigen inzicht inrichten. Makkelijker op te zeggen
Onderhoud Zelf verantwoordelijk Onderhoud vaak voor de verhuurder, al zijn veel onderhoudskosten voor rekening van de huurder.
Rente/huurontwikkeling Rente kan stijgen, maar vaak deels afgelost Huur stijgt jaarlijks door indexatie

Tips voor het huurcontract

Als je huurt, zorg dat in het huurcontract is vastgelegd dat de verhuurder het contract niet zomaar kan opzeggen. Vraag ook of jij als huurder ‘het eerste recht tot koop’ krijgt als de verhuurder het pand wil verkopen. Een minimale looptijd van 5+5 jaar voor het huurcontract biedt stabiliteit en helpt je bij het regelen van financiering. Zo werk je samen aan een sterke financiële basis voor de toekomst van je praktijk.

Wat is de beste keuze?

Er is geen standaardantwoord op de vraag of je beter kunt kopen of huren. Overweeg je situatie goed. Als je met je praktijk lang op dezelfde plek wilt blijven, is kopen interessant. Je kunt investeren in aanpassingen en vermogen opbouwen. Als je net begint of flexibel wilt blijven, kan huren beter passen. Let wel op stijgende huurprijzen en terugkerende kosten bij verhuizen.

Het is belangrijk om een keuze te maken die bij jouw situatie en toekomstplannen past. Neem de tijd om alle opties te bekijken en maak een weloverwogen beslissing.

Door:

Arjan Wijnands CFP®, Sectorspecialist Medisch | Brancheteam Mondzorg & Dierenartsen

ABN AMRO Bank N.V. | Medical Business Clients & Professionals (BC&E), Sectorspecialisten Medische Beroepen

mobiel 06 -23 36 19 13, e-mail: arjan.wijnands@nl.abnamro.com

Wil je sparren of van gedachten wisselen over jouw specifieke situatie? Neem dan contact op met een van onze sectorspecialisten via deze link

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Klacht tegen tandarts vanwege endo-start tegen wil van patiënt in 400

Klacht tegen tandarts vanwege endo-start tegen wil van patiënt in

Een patiënt gaf aan dat als een endodontische behandeling nodig zou zijn, zij de kies wilde laten verwijderen. Bij een vervolgafspraak bleek dat cariës tot in de pulpa reikte en heeft de tandarts toch een endo-start uitgevoerd. Het tuchtcollege legt de tandarts hiervoor nu een maatregel op van een waarschuwing.

Situatie

De klaagster is bij de tandarts op consult geweest vanwege een pijnklacht. De tandarts constateerde aan de hand van een röntgenfoto dat er sprake was van secundaire cariës van element 46, mogelijk dicht bij de pulpa. Daarbij heeft de tandarts aangegeven dat er een wortelkanaalbehandeling nodig zal zijn als bij het verwijderen van de cariës de pulpa ook betrokken is. De klaagster heeft destijds aangegeven dat wanneer er een endodontische behandeling nodig zal zijn, dat zij dit niet wilde, maar dat zij de kies dan wil laten verwijderen. Bij de vervolgafspraak waarin de restauratie zal worden verwijderd bleek dat de cariës tot in de pulpa reikte en heeft de tandarts een endo-start uitgevoerd en de kies afgesloten met een tijdelijke restauratie. De tandarts heeft met de klaagster besproken dat zij de keuze had om de wortelkanaalbehandeling af te maken of de kies te verwijderen. De klaagster heeft een afspraak gemaakt voor extractie van de kies. De tandarts heeft de klaagster nog gezien voor nazorg na de extractie en een andere zorgvraag. Daarna is de klaagster overgestapt naar een andere tandarts.

Klacht

De klaagster verwijt de tandarts dat zij de behandeling van het maken van de röntgenfoto’s evenals de extractie van de kies als onprettig heeft ervaren. De klaagster geeft aan dat de tandarts haar heeft vastgehouden bij haar schouders en in de stoel heeft geduwd tijdens het maken van de foto en een agressieve en ruwe extractie heeft uitgevoerd.

Daarnaast verwijt de klaagster de tandarts voor het feit dat hij tegen haar wil een wortelkanaalbehandeling is gestart en er bij de extractie een holte van circa één centimeter in haar kaakbeen is ontstaan die is gaan ontsteken. De tandarts is van mening dat hij zorgvuldig en naar de wens van de klaagster heeft gehandeld.

Beoordeling

Het college kan niet vaststellen of de tandarts de klaagster met kracht in de stoel heeft geduwd en kan niet oordelen over bepaalde gedragingen van de tandarts. De klaagster en tandarts geven allebei andere lezingen aan over het verloop van de behandeling. Het tuchtcollege kan daarom niet bepalen wie er gelijk heeft. Het patiëntendossier geeft daarnaast geen aanleiding om te concluderen dat de tandarts agressief en ruw is geweest tijdens het extraheren. Deze klachten onderdelen worden daarom als ongegrond verklaard.

Het college geeft aan dat de tandarts na beoordeling van de bitewings al de inschatting had kunnen maken dat de cariës in de pulpa uitkwam, en gezien de wens van de patiënt voor de behandeling al met haar had kunnen afspreken om de kies te extraheren in het geval van exponatie van de pulpa. Daarnaast had de tandarts een solo röntgenopname kunnen maken, waarop te zien zou zijn dat er peri-apicale radiolucenties rondom de radices aanwezig waren die duiden op een ontsteking.

De tandarts heeft door het uitvoeren van de endodontische behandeling tegen de wil van de klaagster gehandeld, ook al deed de tandarts dit met goede bedoelingen. Dit klachten onderdeel is gegrond volgens het tuchtcollege.

Als laatste kan het college geen oordeel geven over de mogelijke gevolgen van het handelen van de tandarts wat betreft de ontstoken extractiewond, het klachtenonderdeel wordt als ongegrond verklaard.

Uitspraak

Het klachten onderdeel waaruit blijkt dat de tandarts tegen de wil van de patiënt in een endo-start heeft uitgevoerd is als gegrond verklaard. Het tuchtcollege legt de tandarts een maatregel op van een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Geld - rollen

Wat is een tandartspraktijk bij verkoop waard?

In de tandartsensector worden op het ogenblik veel praktijken door ketens opgekocht. Als je als tandarts overweegt om je praktijk te verkopen, waar moet je dan rekening mee houden? Hoeveel is bijvoorbeeld je praktijk waard en wat is het juiste moment om je praktijk te verkopen?

Veel overnames en fusies

Er vinden op het ogenblik veel overnames en fusies plaats in de tandartsensector. Volgens een marktanalyse van ABN AMRO Bank maakt 13% van de tandartspraktijken deel uit van een keten. Dit ten opzichte van 10% in 2021. Er zijn inmiddels meer dan 21 ketens actief, waarvan TopMondzorg en Colosseum Dental de marktleiders zijn. De bestaande ketens zijn vaak eigendom van private equity. Veel kleinere tandartspraktijken worden momenteel opgekocht door investeringsmaatschappijen. Zij brengen deze praktijken (soms in een formule) samen en verkopen het geheel vervolgens aan een grotere investeringsmaatschappij of een strategische partij. Ook zijn er op de tandartsenmarkt particuliere initiatieven, regionale samenwerkingsverbanden, nieuwe private equity bedrijven en internationale investeringsmaatschappijen actief. In onderstaand overzicht is weergeven welke private equity bedrijven met bijbehorende ketens zich op de tandartsmarkt begeven.

wat is tandartspraktijk waard 2

Prijs van een tandartspraktijk

De prijs die voor een tandartspraktijk wordt betaald is van heel veel factoren afhankelijk. Uitgangspunt voor de waarde van een bedrijf is de ‘EBITDA’: Earnings before Intrest, Taxes, Depreciation and Amortization, dat wil zeggen het operationele bedrijfsresultaat van de praktijk. Voor (middel)grote praktijken wordt op het ogenblik 5 tot 7 keer de EBITDA betaald. Voor een grote keten van praktijken zelfs 10 keer de EBITDA of meer.
Voor kleinere praktijken (minder dan € 500.000 omzet per jaar) gelden lagere richtprijzen, omdat de koper daarbij grotere risico’s loopt. De richtprijzen bedragen hierbij 1,5 tot 4 keer de operationele winst.

 Rekenvoorbeeld

De waarde van de aandelen van een praktijk wordt volgens het ‘cash and debt-free’ principe bepaald, dat wil zeggen dat eerst wordt berekend wat de praktijk waard is en dat daarna de rentedragende schulden die mee worden verkocht er vanaf worden getrokken.

tandartspraktijk verkoop 1

Valuedrivers van een tandartspraktijk

De waarde van een praktijk is dus afhankelijk van de EBITDA, maar daarbij wordt altijd gekeken wat de toekomstverwachtingen voor de praktijk zijn. Deze zijn afhankelijk van de zogenaamde ‘valuedrivers’: factoren die de waarde van een onderneming bepalen of beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn de vestigingsplaats, het patiëntenbestand, de omzet en het praktijkmanagement.

Vestigingsplaats, patiëntenbestand en omzet

De vestigingsplaats is van groot belang: is er sprake van bevolkingsgroei en hoe staat het met de concurrentie? Het aantal inwoners per 1 FTE tandarts, de tandartsratio kent namelijk grote regionale verschillen. Noord-Holland heeft bijvoorbeeld een ratio van 1.340, terwijl Zeeland 2.505 inwoners per tandarts telt. Als de mogelijkheid er is om in de regio veel overnames te doen, dan is dat interessant voor een investeerder. Ook de opbouw van het patiëntenbestand speelt mee (onder andere de leeftijdsopbouw, soort behandelingen en mate van persoonlijke binding met de praktijk) en de omzet per patiënt. De gemiddelde omzet per patiënt lag in 2024 in Nederland tussen de €220 en €250. Om een grote praktijk te vormen zijn dus twee à drie tandartsen nodig of er moet samengewerkt worden met een multidisciplinair team op het gebied van tandheelkunde, preventie, mondhygiëne en eventueel tandtechniek.

Praktijkmanagement

Verder is erg belangrijk hoe de praktijk wordt gerund. Een sterk management is van positieve invloed op de verkoopprijs. Voor een koper is het niet positief wanneer de tandarts zelf voor de meeste omzet zorgt. Als deze dan na de overname minder uur gaat werken, zal dit tot hogere kosten leiden.
De inzet van nieuwe machines, technieken en software en een optimale manier van plannen en inkopen kan zorgen voor een hoge omzet per patiënt. Als dit niet het geval is, leidt dit tot een lagere verkoopprijs. De koper kan dan echter wel gemakkelijk na de aankoop de efficiency en de winst verhogen.
Ook van belang zijn goede arbeidsomstandigheden, waardoor tandartsen en overige medewerkers voor langere tijd aan de praktijk verbonden blijven. Een evenwichtige leeftijdsopbouw en goed kennisniveau verhogen ook de waarde van de praktijk.

Wanneer verkopen?

Wanneer je als tandarts het beste je praktijk kunt verkopen, hangt van heel veel aspecten af. In de eerste plaats zijn er natuurlijk persoonlijke overwegingen die bijvoorbeeld verband houden met leeftijd en ambitie. Daarnaast kunnen zakelijke motieven een rol spelen.
Op het ogenblik is het overnameklimaat erg gunstig. Doordat de rente laag is, is het goedkoop om geld te lenen voor een overname. De ketenvorming brengt met zich mee dat er veel gegadigden zijn. Als de ketens eenmaal voldoende schaalgrootte en regionale dekking hebben bereikt, zullen ze waarschijnlijk minder bereid zijn om een hoge prijs voor nieuwe praktijken te betalen.

Als tandarts zou het aantrekkelijk kunnen zijn om zelf een of twee praktijken er bij te kopen en deze dan later weer samen met de eigen praktijk te verkopen. De verkoopprijs voor grotere praktijken is immers relatief hoger.
Bij de verkoop van een praktijk zal altijd een afweging moeten plaatsvinden van financiële, fiscale en persoonlijke argumenten.

Fiscale en juridische zaken

Als je plannen hebt om de praktijk te verkopen, dan is het verstandig om ruim van te voren (dat wil zeggen meer dan zes jaar) de hulp in te roepen van een fiscaal specialist. Deze kan dan beoordelen wat er geregeld moet worden voordat de praktijk verkocht kan worden. Vooral het onroerend goed kan van invloed zijn op de verkoop van de praktijk. Is de bedrijfsruimte gehuurd of eigendom? En als het eigendom is: heeft de tandarts het in privé, in zijn holding of in de werkmaatschappij? En is bij een praktijk aan huis de praktijk los te koppelen van de woonruimte? Wat betekent in dat geval het verhuren van de praktijk voor de waarde van het woonhuis?
Daarnaast moet er ook gekeken worden naar andere zaken zoals de beloning van de tandarts en eventueel echtgenoot of echtgenote en de overeenkomsten met tandartsen die zelfstandig in de praktijk werken.

Verkoopvoorwaarden

Als je besluit om je praktijk te verkopen, dan kun je dat onder verschillende voorwaarden doen. Als je voor de hoogste prijs gaat, dan krijg je vaak te maken met een ‘earn-out’. Dit houdt in dat een deel van de prijs afhankelijk is van de winst. De verkopende tandarts moet dan een aantal jaar in de praktijk blijven werken.  De verkopende tandarts kan bij de verkoop ook een (minderheids)participatie in de holding van de tandartsenketen krijgen. Als de praktijk dan wordt weer wordt doorverkocht, dan kan hij of zij daarvan meeprofiteren. De tandarts moet zich dan wel kunnen voegen naar de keten en hier vertrouwen in hebben. Vaak zal de tandarts het echter als prettig ervaren als de zorg voor personeel, planning en administratie wegvalt. Als je voor een keten gaat werken, dan spelen de beloning en de arbeidsvoorwaarden ook een belangrijke rol bij de verkoopvoorwaarden.

Door:
Aeternus, Corporate finance 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Wtza Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Wtza | Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Veel eerstelijns mondzorgaanbieders zien de verplichte jaarverantwoording als de zoveelste regeldrukverhoger. Het blijkt niet eenvoudig om tijdig aan de verplichting te kunnen voldoen. Daarom kwam toezichthouder NZa eind vorig jaar met weer een nieuwe uitstelmogelijkheid. De derde regeling inmiddels. Deze blijkt nog erg onbekend en het online-aanvraagformulier voor het uitstel is niet erg gebruiksvriendelijk. Tijd voor een praktische invulhulp dus. U vindt deze, na een korte introductie, in dit artikel.

Jaarverantwoording vanuit de Wtza

Sinds 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) van kracht. Naast de meldings-, vergunnings- en toezichtplicht vloeit uit deze wet een jaarlijkse verantwoordingsplicht voor zorgaanbieders voort. Deze verantwoordingsplicht geldt als de zorgaanbieder Zvw- of Wlz-zorg verleent of subsidie van VWS ontvangt én zorgverleners voor zich heeft werken, in welke vorm dan ook. Ook een zzp’er die werkt vanuit een rechtspersoon is jaarverantwoordingsplichtig.

Deze jaarverantwoording bestaat uit een aantal vragen over de zorgaanbieder en een financiële verantwoording over de activiteiten. De exacte invulling hangt af van de omvang en rechtsvorm van de zorgaanbieder.

Problematiek deels nog overeind

Al voor inwerkingtreding was duidelijk dat de jaarverantwoordingsplicht problemen ging veroorzaken. Een deel daarvan, zoals de verplichte accountantsverklaring en openbaarmaking van de verantwoording voor kleine zorgaanbieders, is na veel uitgeoefende druk inmiddels van de baan. Een ander deel van de problematiek bestaat echter nog steeds. Het belangrijkste punt is daarbij de aanleveringsdeadline, te weten 1 juni na afloop van het boekjaar waarover de zorgaanbieder verantwoording moet afleggen. Veel eerstelijns mondzorgpraktijken maken gebruik van de diensten van in de zorg gespecialiseerde administratie- en accountantskantoren. Deze kantoren hebben normaliter het hele jaar nodig om al het ‘jaarwerk’ af te ronden. Nu moet dit werk dus al in de loop van mei af zijn, voor ál hun klanten. Dat is niet reëel.

Derde uitstelregeling

Samen met andere partijen heeft VvAA zich stevig ingespannen om dit in Den Haag zichtbaar te maken. Men zag dat uiteindelijk in: tot tweemaal toe werd een uitstelregeling in het leven geroepen. In het eerste jaar een uitstel van de deadline tot het einde van het jaar en daarna een vrijstelling, voor de boekjaren 2022 en 2023. Deze laatste regeling werd bekend als ‘de pauzeknop van minister Helder’. Beide waren verbazingwekkend genoeg tijdelijke regelingen, terwijl het probleem toch duidelijk structureel van aard is. Alle jaarverantwoordingsplichtigen moesten hierdoor, nu de pauzeknop inmiddels niet meer ingedrukt is, over 2024 alsnog voor het eerst hun jaarverantwoording afleggen, vóór 1 juni 2025. Toezichthouder NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) zag de bui al hangen en vaardigde eind vorig jaar op de valreep nog een beleidsregel uit.

Nu zelf aanvragen

Deze beleidsregel maakt het mogelijk uitstel te verlenen aan een zorgaanbieder op basis van het feit dat deze voor het eerst zijn jaarverantwoording moet aanleveren. Hiermee is dus de derde uitstelregeling voor deze (grote) groep zorgaanbieders geboren. Deze keer een individuele uitstelmogelijkheid waarbij de zorgaanbieder zelf een uitstelverzoek moet doen. En, … wederom een tijdelijke maatregel. Dat is teleurstellend, maar hopelijk biedt deze regeling uiteindelijk ruimte om ook tot een definitieve, structurele oplossing te komen. Hier blijft de inzet op gericht. Hierover vindt overleg plaats met VWS en de NZa.

Aanvraag vóór 1 april

Bent u een zorgaanbieder die in 2025 voor het eerst moet verantwoorden (over boekjaar 2024)? U kunt dan nu, tot uiterlijk 31 maart, een verzoek indienen tot ‘uitstel bij bijzondere omstandigheden aanleveren jaarverantwoording’ met het daarvoor bestemde digitale formulier van de NZa. De toezichthouder verleent u het uitstel in dit geval automatisch tot 31 december 2025. U kunt ervanuit gaan dat uw dienstverlener dan voldoende tijd heeft om het financiële deel van uw verantwoording voor u voor te bereiden.

Let op: doe uw aanvraag vóór 1 april 2025, zodat de NZa uw uitstelverzoek voor het boekjaar 2024 daadwerkelijk in behandeling neemt.

Korte invulhulp

Hoewel er op verzoek van VvAA en Van helder accountancy inmiddels een aantal verbeteringen is doorgevoerd, blijkt het formulier nog niet overal even duidelijk. Een korte invulhulp:

  • Na het invullen van uw zorgaanbiedersgegevens start u met aan te geven dat u voor het boekjaar 2024 voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig bent (‘Ja’).
  • Bij het veld Reden verzoek bevestigt u dit vervolgens door te kiezen voor optie 3 (‘Ik ben voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig’).
  • Bij Toelichting op de aanvraag verwijst u naar de beleidsregel die de uitstelmogelijkheid regelt (‘Beleidsregel Uitstel jaarverantwoording TH BR-039’).
  • Bij het Bijlageveld hoeft u in dit geval géén document te uploaden (dit is geen verplicht veld meer).

Over de begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid zijn we nog in overleg met de NZa, mogelijk dat de toezichthouder het formulier binnenkort nog verder verduidelijkt.

Let op: vul het formulier op de juiste wijze in, zodat uw uitstelverzoek niet nog een onnodige inhoudelijke beoordeling krijgt, maar dat de NZa u automatisch uitstel verleent.

Vragen eigen situatie

Vragen over het aanleveren van uw jaarverantwoording en over het aanvragen van uitstel daarvoor stelt u aan uw (belasting)adviseur.

Door: drs. ing. Erik M. van Dam, senior adviseur kennismanagement en onderzoeker bij VvAA

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
prijs, geld

Geen BTW-vrijstelling waarnemingsvergoeding voor tandartsenmaatschap

De waarnemingsvergoedingen die tandartsenmaatschap X ontvangt voor spoeddienstwaarneming, vallen niet onder de medische BTW-vrijstelling. Dat heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld.

Een maatschap van vijf tandartspraktijken biedt tandheelkundige spoedzorg buiten reguliere openingstijden. Voor deze spoeddiensten ontvangt de maatschap een vergoeding van de aangesloten tandartspraktijken. Patiënten sluiten daarbij een aparte overeenkomst met de maatschap voor hun behandeling en betalen direct na afloop.

In hoger beroep was de vraag of deze waarnemingsvergoedingen vrijgesteld zijn van BTW. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval is. De spoedbehandelingen en de waarnemingsdiensten vormen twee afzonderlijke rechtsbetrekkingen met verschillende afnemers. Hierdoor zijn het volgens het Hof twee aparte diensten en niet één ondeelbare prestatie.

De waarnemingsvergoeding heeft volgens het Hof geen directe betrekking op de bescherming van de gezondheid of de genezing door middel van diagnose en behandeling. Daarom is de medische BTW-vrijstelling hier niet van toepassing. Ook de beroepen van de maatschap op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werden verworpen. Het hoger beroep is daarmee ongegrond verklaard.

Bron:
Hof Arnhem-Leeuwarden

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Preventieve instructievideo 400

Preventieve instructievideo’s

Veel patiënten weten niet precies hoe ze hun tanden moeten poetsen met een elektrische tandenborstel, ongeacht hun leeftijd. Hoewel elektrisch tandenpoetsen effectiever is dan poetsen met een handtandenborstel, moet de tandenborstel op de juiste manier worden gebruikt om tandplak te voorkomen.

Bruikbare video’s over het gebruik van een elektrische tandenborstel ontbraken volledig, terwijl dit tegenwoordig de standaard is in de meeste mondzorgpraktijken. Daarom heeft Jan Henk van De Lieve Tandarts het initiatief genomen om deze video’s met Laurea Socials in co-productie te ontwikkelen.

Preventieve instructievideo’s voor iedereen

Om bij te dragen aan betere mondgezondheid en om misverstanden over poetsgewoonten te verhelpen, zijn er drie preventieve instructievideo’s ontwikkeld. Deze video’s richten zich op:

  1. De beste poetsinstructies met de focus op de drie B’s: binnenkant, bovenkant en buitenkant.
  2. Het juiste gebruik van flosdraad, ragers en stokers.
  3. De gevolgen van tandplak en het belang van preventieve mondzorg.

“Met deze video’s willen we zowel patiënten als zorgverleners ondersteunen met praktische handvatten en betrouwbare kennis over mondgezondheid, zodat deze toegankelijk is voor iedereen,” aldus De Lieve Tandarts en Laurea Socials.

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, Video | Podcast, ZZP-er
Checklist

De valkuilen van verzuimbegeleiding in de mondzorg: Wat iedere praktijkhouder moet weten

Als mondzorgondernemer en werkgever komt er veel op je af, buiten het verlenen van mondzorg aan je patiënten. Je hebt te maken met wetgeving op het gebied van gezondheidszorg, maar ook met bijvoorbeeld het belastingrecht, het arbeidsrecht en aanverwante regelingen. Praktijkhouders raken dikwijls verstrikt in het web van plichten die komen kijken bij ziekteverzuim van een werknemer.

Werkgevers zijn wettelijk verplicht een arbodienst te hebben. Dit zou de werkgever toch moeten ontlasten en verzekeren dat de wettelijke plichten op het gebied van verzuimbegeleiding en re-integratie worden nageleefd? Helaas is dat niet automatisch het geval. In dit artikel zetten we uiteen waar de grootste valkuilen liggen en wat je als praktijkhouder kunt doen om hoge boetes en langdurige procedures te voorkomen. Compleet met praktische tips.

1. De rol van de arbodienst: wat mag je verwachten?

Veel praktijkhouders vertrouwen op hun arbodienst om hen volledig te begeleiden bij ziekteverzuim. Toch blijkt in de praktijk dat niet elke arbodienst even proactief of volledig is in zijn ondersteuning. Werkgevers blijven eindverantwoordelijk voor het correct naleven van de Wet verbetering poortwachter.

Noch bij het UWV, noch bij de rechter, kan een werkgever de verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de verzuimplichten, afschuiven op de betrokken arbodienst.

Een Mondzorghouder in Tiel had de afgelopen jaren drie dubbel pech, Na twee jaar ziekte, oordeelde het UWV dat de verzuimbegeleiding aan de ziek werknemer onvoldoende was. Het UWV legde daarom een loonsanctie op en verleende geen toestemming om de twee jaar zieke werknemer te ontslaan. Daarna heeft de rechter de arbeidsovereenkomst in een procedure ontbonden, maar wel met toekenning van een schadevergoeding van € 100.000 aan de tandartsassistente, onder andere vanwege het onvoldoende nakomen van de re-integratie verplichtingen die rustten op hem als werkgever.

Deze Mondzorghouder betrok daarop volgend de arbodienst in een gerechtelijke procedure, om de boven genoemde schade te verhalen. De rechtbank wees die vordering af, onder andere omdat de praktijkhouder te laat had geklaagd.

Ook in andere procedures en beslissingen, buiten de Mondzorg, wordt steeds bevestigd: de Arbodienst heeft een adviserende rol, de werkgever blijft verantwoordelijk voor het nakomen van de re-integratie verplichtingen.

Dit betekent dat je als praktijkhouder zelf goed op de hoogte moet zijn van de juiste stappen en termijnen in het verzuimproces. Een arbodienst kan adviseren, maar neemt de verplichtingen niet over. Het is daarom van belang om regelmatig te controleren of de arbodienst de juiste adviezen geeft en of alle acties op tijd worden uitgevoerd. Dit geldt met name voor langdurig verzuim, waar hoge boetes op de loer liggen.

2. Verzuimprocedures: de belangrijkste verplichtingen

De Wet verbetering poortwachter stelt strikte eisen aan het proces van verzuimbegeleiding en re-integratie. Zo moet er binnen zes weken een probleemanalyse worden opgesteld door de bedrijfsarts, en binnen acht weken moet er een Plan van Aanpak zijn. Deze documenten vormen de basis voor de re-integratie van de werknemer en de kern van het re-integratie dossier waarover het UWV na 104 weken ziekte zal oordelen. Zie ook het eerdere artikel: Het eerste verzuimgesprek, een belangrijke stop in het verzuimproces.

Werkgevers moeten daarnaast regelmatig contact onderhouden met de werknemer en ervoor zorgen dat alle stappen correct worden doorlopen. Een veelgemaakte fout is dat werkgevers deze verantwoordelijkheid volledig uit handen geven aan de arbodienst, waardoor deadlines worden gemist.

Arbodiensten sturen doorgaans reminders over taken die moeten worden opgepakt. Wij merken dat de emails met adviezen en reminder vaak aan de aandacht van praktijkhouders ontglippen, in de toch al overvolle emailboxen. Er komen ook zoveel reminders, zelfs voor de kleinste taken, dat het werkgevers te veel wordt om alles bij te houden. Daardoor blijven belangrijke verplichtingen liggen. Een Arbodienst zal je niet achter de broek blijven en zitten, wanneer je een belangrijke taak in de verzuimbegeleiding mist.

3. Werkgever is eindverantwoordelijk, ook voor nakomen verplichtingen werknemer en arbodienst

Let er bovendien op dat het niet alleen aan de werkgever is om erop toe te zien dat hij zijn re-integratie verplichtingen nakomt, werkgevers behoren er ook op toe te zien dat hun werknemers zich aan hun re-integratieverplichtingen houden. Volgt jouw werknemer redelijke instructies van jou of de bedrijfsarts niet op, of houdt hij of zij contact af? Komt zij niet op de koffie terwijl de bedrijfsarts oordeelde dat ze daar wel aan toe was? Dan is het jouw taak medewerking af te dwingen door zo nodig het loon op te schorten dan wel stop te zetten. Let op: Het gaat niet om een bevoegdheid, maar om een plicht. Niet ingrijpen of wegkijken wanneer je werknemer een verzuimplicht niet nakomt wordt jou aangerekend; jij bent als werkgever verantwoordelijk voor het verzuimtraject. Ook voor het gedrag van je werknemer. Belangrijk detail: Verzuimt jouw werknemer zijn of haar re-integratie verplichtingen, en is daarom na een waarschuwing het loon stop gezet, dan vervalt ook ontslagbescherming door ziekte. Je kan dan naar de rechter om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden.

4. De risico’s van onvoldoende begeleiding

Als een werkgever de verzuimbegeleiding niet goed organiseert, kan dit leiden tot aanzienlijke kosten en juridische complicaties. Het UWV kan na 2 jaar besluiten om een loonsanctie op te leggen als er niet aan de re-integratieverplichtingen is voldaan. Dit betekent dat de werkgever het loon van een zieke werknemer langer moet doorbetalen dan de standaard twee jaar. Let op: dit wordt niet vergoed door je verzuimverzekeraar! Je betaalt dus het loon door van een werknemer die misschien al 2 jaar niet meer bij je op de werkvloer is geweest.

Daarnaast kunnen er arbeidsconflicten ontstaan als er onvoldoende communicatie is met de werknemer over diens re-integratie. Een werknemer die zich niet gehoord of ondersteund voelt, kan een arbeidsconflict laten escaleren, wat de kans op succesvolle re-integratie verkleint. Dit is een van de redenen dat werkgevers worden geacht mediation in te zetten, zodra of de werkgever of de werknemer een conflict ervaart. De bedrijfsarts zal in zulke gevallen adviseren mediation op te starten.

Let er overigens ook op dat zelfs het oordeel van de bedrijfsarts, je niet vrijwaart je re-integratie verplichtingen na te komen. De Mondzorgpraktijkhouder uit het voorbeeld in alinea 1 klaagde onder andere dat de bedrijfsarts onterecht had geoordeeld dat zijn assistente 100% arbeidsongeschikt was. Het UWV oordeelde achteraf namelijk dat de assistente prima kon werken, maar omdat de werkgever niet op tijd bij de Arbodienst had geklaagd over dit oordeel, verspeelde de werkgever het recht om dat in een later stadium te doen.

Alert blijven is de les dus, en problemen en vermoedens bespreekbaar maken bij de arbodienst. Bijvoorbeeld als je twijfelt of je zieke werknemer wel echt ziek is. Als dit niet leidt tot het gewenste resultaat dan kan het lonen om een Deskundige Oordeel aan te vragen bij het UWV. Dus in de gevallen dat er wordt getwijfeld of de werknemer echt ziek is of als de werknemer te weinig doet om te re-integreren. Dit onderzoek wat je gemakkelijk kan aanvragen op de site van het UWV kost € 400,00, maar kan je veel kosten besparen op de lange termijn. Heb je dit aan de hand, dan is het goed hierover advies in te winnen.

5. Hoe voorkom je problemen? Praktische tips voor de praktijkhouder

Om grip te houden op verzuimbegeleiding, is het belangrijk dat praktijkhouders zich bewust zijn van hun verplichtingen en actief betrokken blijven bij het proces. Enkele belangrijke tips:

  • Blijf op de hoogte van de wetgeving: Verzuimbegeleiding is een complex juridisch proces. Zorg dat je de basisregels kent en laat je wanneer nodig bijstaan door een specialist. Heb je te maken met een complexere casus? Fouten maken kan je duur komen te staan, voorkomen is beter dan genezen.
  • Houdt regelmatig contact met de werknemer: Een goed contact met de zieke werknemer voorkomt misverstanden en bevordert een succesvolle re-integratie. Richtlijn is om elke 2-3 weken contact te hebben met een werknemer die voor langere tijd in het verzuim zit.
  • Controleer de voortgang van het re-integratieproces: Houdt deadlines in de gaten en zorg ervoor dat alle verplichte documenten op tijd worden ingediend. En zorg ervoor dat je eigen dossier netjes en vooral volledig is.
  • Wees actief. Vooral bij complexe gevallen of wanneer je het niet vertrouwt. Maak dat bespreekbaar met de werknemer, met de arbodienst, met een deskundige of mediator.

Conclusie

Ziekteverzuim is een uitdagend en juridisch complex terrein voor mondzorgondernemers. Hoewel de arbodienst kan ondersteunen, blijft de eindverantwoordelijkheid bij de werkgever liggen. Door proactief en goed geïnformeerd te zijn, kunnen praktijkhouders veel problemen voorkomen en zorgen voor een soepel verloop van de verzuimbegeleiding en re-integratie. Zo wordt niet alleen voldaan aan de wetgeving, maar wordt ook het welzijn van de werknemer en de continuïteit van de praktijk gewaarborgd. En het belangrijkste: onnodig lang verzuim wordt voorkomen.

Door: Valesca Nederlof, HR-Adviseur bij Dental Care Professionals. Als zodanig ondersteunt zij Mondzorgpraktijkhouders bij het begeleiden van (complex) verzuim van hun werknemers. In tegenstelling tot de arbodienst, ontzorgt zij werkgevers volledig wanneer een werknemer langdurig ziek is. Zij kent de wetgeving en zeker ook de knelpunten in het Poortwachtertraject.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Klacht na verbeteren porseleinen facings met composiet

Een patiënt heeft een klacht ingediend tegen een tandarts vanwege onvoldoende informatie en onjuiste materiaalkeuze voor het verbeteren van de aanwezige porseleinen facings van het bovenfront. De tuchtrechter legde de tandarts een waarschuwing op vanwege het schenden van zijn informatie- en dossierplicht.

Situatie

In 2015 zijn bij de klaagster zes porseleinen facings gemaakt in het bovenfront. Hierna is de klaagster overgestapt naar de tandartspraktijk van de verweerder.
In december 2021 is de klaagster door de tandarts behandeld en zijn er meerdere vullingen gemaakt, waaronder het opvullen van de recessies bij de facings in het bovenfront.
In maart 2022 heeft de tandarts de breuklijnen op de overgangen van het composiet naar de porseleinen facings hersteld, daarnaast is er mondeling besproken dat wanneer het resultaat tegenvalt de tandarts de gehele procedure van de composietfacings op de oude porseleinfacings onder garantie wil uitvoeren. In januari 2023 heeft er een klachtgesprek plaatsgevonden waarna de verweerder een behandelvoorstel voor het plaatsen van nieuwe porseleinen facings aan de klaagster toegezonden heeft. In februari 2023 heeft de klaagster haar klacht voorgelegd aan de KNMT.

Klacht

De klaagster verwijt de tandarts voor het feit dat hij niet voldoende informatie heeft gegeven over de behandeling en dat hij zonder toestemming de hele tandvorm heeft aangepast. Daarnaast geeft de klaagster aan dat de tandarts een onjuiste behandeling heeft gekozen omdat hij voor composiet heeft gekozen en haar gebit hierdoor is beschadigd. De klaagster verwijt de tandarts omdat hij haar onder druk heeft gezet om facings aan te passen, terwijl de patiënt geen klachten had. De tandarts heeft volgens de klaagster een onrealistische belofte gedaan door de beweren dat de tanden in hun oude staat hersteld konden worden en de tandarts haar klacht niet serieus heeft genomen door de opmerking ‘’karma’’ te maken tijdens het consult.

Beoordeling

Het college heeft vastgesteld dat er geen behandelplan en geen begroting zijn opgesteld en is er niet in het medisch dossier genoteerd dat de verweerder de klaagster heeft geïnformeerd over de aard, het doel, materiaal, prognose, risico’s en alternatieven van de behandeling. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Het feit dat de tandarts composiet heeft gebruikt is volgens het tuchtcollege een adequate manier om in deze casus te gebruiken, dit klachtenonderdeel is ongegrond.
Het klachtenonderdeel waarin de klaagster aangeeft dat haar gebit is beschadigd door het gebruik van composiet is ongegrond omdat de scheuren en breuken zich niet in de porseleinen facings bevinden maar in de composiet.
Het college geeft aan dat er niet is gebleken van ontoelaatbare druk op de klaagster door de verweerder, de klaagster heeft zelf gevraagd om de behandeling in te plannen. Dit klachtenonderdeel is ongegrond. De klachtenonderdelen over onrealistische belofte en onheuse bejegening worden ook als ongegrond verklaard.

Uitspraak

De verweerder heeft zijn informatieplicht en dossierplicht geschonden, echter heeft hij zich tijdens de zitting leerbaar opgesteld. Het college legt daarom de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
ZZP

Vragenlijst: hoe gaan mondzorgprofessionals om met de nieuwe regels voor zzp?

Vanaf januari 2025 handhaaft de Belastingdienst de wet DBA om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Hoe gaan tandartsen, mondhygiënisten, praktijkmanagers en praktijkhouders om met deze nieuwe werkwijze voor zzp’ers van de Belastingdienst? Wij hebben een vragenlijst hiervoor gemaakt die je anoniem kunt invullen. Na het invullen van deze vragenlijst kun je aangeven of je de uitkomsten van deze vragenlijst wilt ontvangen via e-mail.

Alles is anoniem en wordt getotaliseerd en individuele gegevens worden niet met derden gedeeld.

Deze vragenlijst is gesloten.

Interesse in de resultaten?
Bekijk de resultaten in de Dental Management Toolkit

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Voorlichtingsmateriaal over tuchtrecht in de zorg

Voorlichtingsmateriaal over tuchtrecht in de zorg

Een tuchtklacht roept veel emoties en vragen op bij zorgprofessionals. Wat staat je te wachten, wat voor consequenties kan het hebben en bij wie kun je terecht voor hulp?

De Gids Tuchtrecht in de zorg legt in 16 heldere visualisaties en bondige teksten uit hoe het tuchtrecht in de zorg werkt. De gids is vanaf nu kosteloos digitaal beschikbaar en is geschikt als naslagwerk bij ontvangst van een tuchtklacht of als opleidingsmateriaal. De gids is een uitgave van Platform Zó werkt de zorg.

Download de Gids Tuchtrecht hier

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht
rechter

Van de regen in de drup bij re-integratie zieke medewerker

Een billijke vergoeding van 100.000 euro moeten betalen, terwijl het niet jouw schuld is. Volgens tandartspraktijk Care4Dental is dit hun overkomen. De kantonrechter veroordeelde de tandartspraktijk wegens te weinig begeleiding bij re-integratie van een zieke werkneemster. Care4Dental geeft op zijn beurt de arbodienst de schuld en sleept die nu voor de rechter.

Deze zaak gaat over verzuimbegeleiding en de re-integratie van een arbeidsongeschikte tandartsassistente. Het conflict speelt zich af tussen Care4Dental en De Bedrijfspoli. De kern van de zaak is dat Care4Dental De Bedrijfspoli verwijt niet goed te hebben gehandeld bij de begeleiding van hun tandartsassistente. Dit leidde volgens Care4Dental tot financiële schade. Zo zou De Bedrijfspoli onvoldoende re-integratie-inspanningen hebben geadviseerd, waardoor de ontslagaanvraag van Care4Dental voor de tandartsassistente werd afgewezen door het UWV. Hierdoor liep Care4Dental hoge loonkosten op en werd de tandartsassistente een vergoeding van € 100.000 toegekend door de kantonrechter. De kantonrechter vond namelijk dat Care4Dental verwijtbaar had gehandeld.

Claim

Care4Dental vindt dat De Bedrijfspoli deels verantwoordelijk is voor deze kosten en wil daarom een schadevergoeding van ruim € 89.000. De rechtbank stelt echter vast dat Care4Dental niet tijdig heeft geklaagd over de fouten van De Bedrijfspoli, waarmee zij haar recht op een schadevergoeding verliest. Volgens de rechter mocht De Bedrijfspoli zich beroepen op de contractuele klachtplicht van één maand. Care4Dental had De Bedrijfspoli pas na ruim een jaar aansprakelijk gesteld, wat veel te laat was volgens de voorwaarden in de overeenkomst.

Uitspraak

De rechter oordeelt dat de klachtplicht niet redelijk is en wijst alle vorderingen van Care4Dental af. Care4Dental wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van De Bedrijfspoli, totaal € 5.265.

Bekijk de uitspraak

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht Klacht van tandarts tegen geregistreerd mondhygiëniste

Tuchtrecht: Klacht van tandarts tegen geregistreerd mondhygiënist vanwege hoge temperatuur in het pand

Een tandarts heeft namens een patiënt een klacht ingediend tegen een geregistreerd mondhygiënist vanwege het feit dat de thermostaat op 20 graden is gezet of hierop is blijven staan, waardoor de temperatuur in het pand waar zij beiden gebruik van maken is opgelopen tot ongeveer 35 graden Celsius. In eerste instantie is de klacht niet-ontvankelijk verklaard, echter gaat de klagende partij in beroep tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

Situatie

Een BIG-geregistreerde tandarts (de heer C) heeft namens een patiënt (de heer A) een klacht ingediend tegen een geregistreerd mondhygiënist. De tandarts verwijt de mondhygiënist vanwege het feit dat zij de gemeenschappelijke thermostaat op 20 graden Celsius heeft gezet of hierop laten staan waardoor de temperatuur, in de praktijk waar beide partijen gebruik van maken, oploopt tot ± 35 graden Celsius. Het Regionaal tuchtcollege heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, echter is de klager in beroep gegaan. Het tuchtcollege heeft de heer C meerdere keren moeten vragen om een machtigingsformulier waaruit blijkt dat de heer A. de heer C. heeft gemachtigd om namens hem beroep in te stellen. Gelet op het feit dat meerdere verzoeken nodig waren voor een machtiging, kan niet worden vastgesteld dat de heer A. beroep heeft willen instellen. Om deze reden en ook het feit dat er geen sprake is van een behandelrelatie tussen appellant en de verweerster heeft het Regionaal tuchtcollege geconcludeerd dat de tuchtnorm niet van toepassing is in deze situatie en op deze klacht.
Daarnaast is de geregistreerd mondhygiënist opgenomen in het BIG-register, maar alleen ten aanzien van drie voorbehouden handelingen; prepareren van primaire cariës, toedienen van anesthesie en het maken van röntgenfoto’s.

Beslissing

De voorzitter van het centraal tuchtcollege heeft de appellant niet ontvankelijk verklaart in het beroep.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving