Tandartsstoel

Minder private equity overnames in (mond)zorg

Het aantal overnames en fusies waarbij private equity betrokken is in de Nederlandse (mond)zorgsector, is in 2023 gedaald naar het laagste niveau in jaren. Dat blijkt uit cijfers van adviesbureau JBR.

Volgens JBR is het teruglopende aantal transacties mede het gevolg van een veranderend politiek klimaat. Aanleiding hiervoor zijn onder meer de misstanden bij huisartsorganisatie Co-Med en problemen bij andere zorginstellingen. De Tweede Kamer heeft meerdere malen uitgesproken dat private equity geen plek zou moeten hebben in de zorg.

In de analyse van JBR wordt een overname als ‘private equity-transactie’ aangemerkt wanneer de koper een investeringsmaatschappij is of daar een meerderheidsbelang in heeft. Andere commerciële partijen, zoals beursgenoteerde bedrijven of private ondernemers, vallen buiten deze categorie en worden ingedeeld onder ‘overige private partijen’.

Buitenlandse investeerders minder actief in mondzorg in 2023

Hoewel de mondzorg nog steeds het segment is met de meeste overnames, is de consolidatiebeweging in 2023 duidelijk afgezwakt.

Het aandeel van buitenlandse private-equitypartijen binnen de mondzorgsector is in 2023 gedaald tot het laagste niveau tot nu toe. Een belangrijke oorzaak van deze daling is de terughoudende opstelling van Nordic Capital, een Zweedse investeringsmaatschappij die actief is via het platform TopMondzorg.

Van de in totaal 52 geregistreerde overnames en fusies in de mondzorgsector werden er 12 uitgevoerd door buitenlandse kopers en 20 door investeringsmaatschappijen. Vergeleken met het jaar ervoor is de betrokkenheid van buitenlandse private equity hiermee gehalveerd.

Opvallend is de terugval bij Nordic Capital: in 2022 waren zij nog verantwoordelijk voor 14 transacties, terwijl dat aantal in 2023 beperkt bleef tot slechts één overname.

Nederlandse ketenvorming krijgt steeds meer vorm: strategische partijen leiden consolidatie in mondzorg

Binnen de mondzorgsector hadden Nederlandse strategische spelers in 2023 een dominante positie op de overnamemarkt.

Prime Dental Alliance

Prime Dental Alliance (PDA) was de meest actieve partij met 14 overnames in dat jaar. Hiermee komt het totaal aantal transacties van PDA over de afgelopen vijf jaar op 31, bijna een verdubbeling. De organisatie richt zich op het samenbrengen van zelfstandige praktijken binnen een alliantie, met als doel het realiseren van schaal- en synergievoordelen als keten. De verwachting is dat deze consolidatiebeweging in 2024 wordt voortgezet.

Atlas Dental Care en NLTCO

Op enige afstand volgt Atlas Dental Care (ADC), eveneens een Nederlandse partij, met 6 transacties in 2023. De Nederlandse Tandartsen Coöperatie (NLTCO) sluit de top drie af met 4 overnames. Zowel ADC als NLTCO hanteren een vergelijkbaar model als PDA, waarbij het eigenaarschap grotendeels in handen blijft van de betrokken tandartsen.

NLTCO is bovendien aangesloten bij Dentius, een internationaal netwerk van tandartspraktijken met inmiddels 120 vestigingen in België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Sinds de oprichting in 2012 is Dentius actief bezig met uitbreiding en blijft het inzetten op een duidelijke acquisitiestrategie.

Bekijk het rapport van JBR

Bron:
JBR

Lees ook: 𝟒𝟔𝟐 t𝐚𝐧𝐝𝐚𝐫𝐭𝐬𝐩𝐫𝐚𝐤𝐭𝐢𝐣𝐤𝐞𝐧 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧𝐨𝐦𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝 sinds 2018

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Waarop ligt de focus van de Autoriteit Persoonsgegevens

Waarop ligt de focus van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), toezichthouder op privacy in de zorg?

Beveiligingsmaatregelen, het (blijven) updaten van privacy documenten en het uitvoeren van DPIA’s, allemaal privacy gerelateerde onderwerpen waar mondzorgaanbieders zich mee bezig dienen te houden, maar die – zo leert de praktijk – toch al snel ‘onderaan het lijstje komen’. Dat terwijl de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) toeziet op naleving van privacy wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In dit artikel gaan wij in op het handhavingsbeleid van de AP, zoals op welke onderwerpen de AP zich focust en staan wij stil bij een boete die is opgelegd aan een orthodontiepraktijk.

Waar focust de AP zich op?

De AP publiceert ieder jaar een verslag, waarin zij verantwoording aflegt over hoe zij in het afgelopen jaar haar handhavingstaak heeft ingevuld en tevens vooruitblik doet op aankomend jaar. Recentelijk heeft de AP haar jaarverslag van 2024 gepubliceerd. Daarin wordt ingegaan op 2024 en aankomend jaar (2025).

In het jaar 2024 had de AP vijf focusgebieden, te weten:

  • Algoritmes & AI;
  • Big Tech;
  • Vrijheid & veiligheid;
  • Datahandel en;
  • Digitale overheid.

Daarnaast heeft de AP in 2024 streng gehandhaafd bij grote partijen, zoals Meta, Uber, Booking.com en Netflix. Er is niet altijd gekozen om een boete op te leggen door de AP, maar er zijn ook andere handhavingsinstrumenten ingezet. Zo heeft de AP in 2024 ‘maar’ 6 boetes opgelegd, vier keer een last onder dwangsom en zeven berispingen. Ook heeft de AP in 2024 meer aandacht voor de positie van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) op nationaal en Europees niveau gebracht, zoals de ontwikkeling van een nationaal kwaliteitsregister voor FG’s en de goedkeuring van EDPB voor certificeringscriteria van Brand Compliance.

Ook heeft de AP aangegeven nieuwe EU-regels als de AI-verordening en de Europese Digital Service ACT (DSA) te zullen gaan handhaven. De AI-verordening vereist risicoclassificatie van AI-systemen, verboden toepassingen (zoals real-time biometrische identificatie in de openbare ruimte) en extra conformiteitseisen voor hoog-risico AI. Het is dus belangrijk als organisatie om alvast stappen te zetten, zodat de organisatie compliant is met deze regelgeving. Organisaties die AI inzetten, doen er goed aan nu alvast te inventariseren van welke systemen hieronder vallen en welke aanpassingen nodig zijn.

Waar heeft de AP boetes voor uitgedeeld?

De AP is bevoegd om sancties op te leggen als een organisatie in strijd handelt met privacy wet- en regelgeving. De AP publiceert op haar website de boetes en andere sancties, zoals een waarschuwing of verwerkingsverbod, die zij oplegt. Dat zijn er overigens niet veel, het gaat om zo’n acht publicaties in het jaar 2024 en slechts twee in 2023. Hieronder wordt één van deze boetes uitgelicht, nu deze voor mondzorgaanbieders relevant is om kennis van te nemen.

Boete orthodontiepraktijk

Aan een orthodontiepraktijk werd in 2021 door de AP een boete van 12.000 euro opgelegd omdat de praktijk niet voldeed aan de AVG. Hoewel deze boete al van een tijdje geleden is, is de inhoud ervan nog steeds super actueel. De boete kwam na een klacht over de onveilige website van de praktijk, waar nieuwe patiënten zich online konden aanmelden. Via een onbeveiligde verbinding werden gevoelige gegevens, zoals het BSN van patiënten, verzonden. Doordat het formulier via een niet-versleutelde verbinding werd verstuurd, creëerde dit een aanzienlijk risico voor de privacy van de patiënten, aangezien criminelen deze gegevens relatief eenvoudig konden onderscheppen, wat zou kunnen leiden tot identiteitsdiefstal of oplichting.

De AP heeft deze feiten getoetst aan artikel 32 lid 1 AVG. Dit artikel regelt de vereisten voor de beveiligingsmaatregelen, maar betreft een erg open norm. Zo luidt het artikellid als volgt:

“Rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico’s voor de rechten en vrijheden van personen, treffen de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker passende technische en organisatorische maatregelen om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen, die, waar passend, onder meer het volgende omvatten:
a) de pseudonimisering en versleuteling van persoonsgegevens;
b) het vermogen om op permanente basis de vertrouwelijkheid, integriteit, beschikbaarheid en veerkracht van de verwerkingssystemen en diensten te garanderen;
c) het vermogen om bij een fysiek of technisch incident de beschikbaarheid van en de toegang tot de persoonsgegevens tijdig te herstellen;
d) een procedure voor het op gezette tijdstippen testen, beoordelen en evalueren van de doeltreffendheid van de technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van de verwerking.”

Er dienen dus voldoende maatregelen te worden genomen met een passend beveiligingsniveau, zowel op organisatorisch als technisch vlak. De AP licht toe in haar boetebesluit dat ten aanzien van het gebruik van het BSN-nummer er voldaan moet worden aan de vereisten uit de NEN7510. Ten aanzien van het gebruik van een webpagina dient het protocol beveiligen verbinding internet te worden gevolgd waarvoor een TLS-certificaat wordt afgegeven. In dit geval waren geen beheersmaatregelen getroffen en was de beveiliging van de website onvoldoende: het formulier met persoonsgegevens werd via een niet-versleutelde verbinding verstuurd. Er is, aldus de AP, sprake van een onbeveiligde verbinding en daarmee een schending van artikel 32 lid 1 AVG.

De AP benadrukte dat zorgverleners, groot of klein, de privacy van hun patiënten serieus moeten nemen en voldoende beveiligingsmaatregelen moeten treffen. De AP benadrukte ook dat kinderen, die in deze praktijk vaak patiënten zijn, extra bescherming verdienen volgens de AVG, omdat zij als (nog) kwetsbaarder worden beschouwd.

Tot slot

Hoewel de AP in 2024 voornamelijk boetes heeft opgelegd aan grote bedrijven, wordt zij ook actiever in de handhaving van de AVG-verplichtingen richting kleine bedrijven. Afhankelijk van de mate van de inbreuk op de AVG kan er een sanctie – waaronder een forse boete – worden opgelegd. Het is dan ook raadzaam om als organisatie na te gaan of alle AVG-verplichtingen voldoende worden nageleefd én de ontwikkelingen op dit gebied te volgen.

Door: mr. Demi van Rossenberg en mr. Silke van Dijk – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen | Adviseurs in de zorg

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
Zwanger

Zwanger én aan het werk: wat werkt in de praktijk?

Zwanger zijn verandert veel; fysiek, emotioneel én praktisch. Ook op het werk. Juist in een mondzorgpraktijk, waar het werk vaak fysiek is en de drukte oploopt, is het belangrijk dat werk en zwangerschap goed samengaan.

Niet alleen omdat het moet volgens de wet. Maar omdat je als medewerker én werkgever wilt dat het werk op een fijne manier doorloopt. Zonder onnodige uitval. En met ruimte voor herstel, energie en balans.

In dit artikel lees je wat er wettelijk geregeld is; vóór, tijdens en na het verlof. Zodat je weet waar je op kunt rekenen en wat je samen kunt regelen, als steun in het organiseren van werk dat past bij deze fase.

Veel te regelen

Zwanger zijn is een bijzondere tijd, en ook een periode waarin er veel geregeld moet worden. Ook op het werk roept dat soms vragen op, zowel bij de werknemer als bij de werkgever.

Wat moet je melden, wat mag je verwachten, en wat ben je verplicht te doen? Van de eerste zwangerschapsmelding tot de terugkeer op de werkvloer: het helpt als je weet waar je aan toe bent, of je nu zelf zwanger bent of iemand in je team begeleidt.

Let op: wet- en regelgeving geeft de kaders, maar het échte verschil zit vaak in een open uitwisseling. Een goed gesprek voorkomt misverstanden, biedt ruimte voor maatwerk en zorgt ervoor dat werk en zwangerschap beter samen kunnen gaan.

  1. Tijdens de zwangerschap: melding en bescherming op het werk
    Vanaf het moment dat een medewerker weet dat zij zwanger is, is het verstandig om dit op tijd met de werkgever te bespreken. Wettelijk moet het zwangerschapsverlof uiterlijk drie weken vóór de gewenste ingangsdatum worden aangevraagd. Daarnaast is de werkgever verplicht een veilige werkomgeving te bieden. Dit betekent het aanpassen van werkzaamheden als deze lichamelijk te zwaar zijn of mogelijk schadelijk voor de zwangerschap.
    Denk aan risicovolle stoffen, stress of nachtdiensten. Het gesprek hierover is essentieel om risico’s én aannames te voorkomen.
  2. Tijdens de zwangerschap: recht op aangepaste werktijden en pauzes
    Zwangere medewerkers hebben recht op extra pauzes (tot 1/8e van de werktijd per dag), aangepaste werktijden, en vrijstelling van overwerk en nachtdiensten. Deze rechten gelden tijdens de zwangerschap én tot zes maanden na de bevalling. Werkgever en werknemer kunnen samen bekijken wat haalbaar is, binnen de wettelijke kaders. Ook hier geldt: het begint bij goede afstemming. Wat heeft iemand nodig om inzetbaar te blijven? En hoe organiseer je dat samen op de werkvloer?
  3. Zwangerschaps- en bevallingsverlof
    Iedere werkneemster heeft recht op minimaal 16 weken verlof rondom de bevalling: zwangerschapsverlof vóór de uitgerekende datum en bevallingsverlof daarna. Het zwangerschapsverlof mag tussen 6 en 4 weken voor de uitgerekende datum starten. Het resterende deel wordt bij het bevallingsverlof opgeteld. De loondoorbetaling loopt via een UWV-uitkering. Ook partners hebben verlofrechten: 1 week geboorteverlof (100% loon) en aanvullend geboorteverlof van maximaal 5 weken (70% via UWV).
  4. Ouderschapsverlof
    Beide ouders hebben recht op 26 keer het aantal werkuren per week aan ouderschapsverlof tot het kind 8 jaar is. Sinds 2022 zijn de eerste 9 weken deels betaald (70% via UWV) als deze binnen het eerste jaar van het kind worden opgenomen. Ouderschapsverlof kan flexibel ingezet worden, in overleg met de werkgever.
  5. Terugkeer na de bevalling: extra bescherming en ruimte voor herstel
    Na de bevalling houdt een medewerker recht op extra pauzes en aangepaste werktijden tot 6 maanden na de geboorte. Ook is er recht op kolven of voeden onder werktijd tot het kind 9 maanden is, met behoud van loon. Dit mag maximaal een kwart van de werktijd per werkdag zijn, verdeeld over meerdere kolfsessies. De werkgever moet hiervoor een geschikte, afsluitbare en hygiënische ruimte beschikbaar stellen (geen toilet). Deze tijd geldt als werktijd en mag niet worden ingehouden op het salaris. Het gesprek over hoe dit praktisch vorm krijgt is essentieel voor wederzijds begrip en werkbare afspraken. Zo voorkom je onnodige verzuimmeldingen en werk je samen aan duurzame inzetbaarheid.
  6. Ontslagbescherming en flexibel werken
    Een werknemer mag niet worden ontslagen wegens zwangerschap, bevalling of opname van verlof. Deze bescherming loopt van het begin van de zwangerschap tot minstens 6 weken na het bevallingsverlof. Na terugkeer kunnen werknemers via de Wet flexibel werken verzoeken om aanpassing van werktijden of werkplek. Een goed gesprek over de combinatie werk en gezin is daarbij onmisbaar.

Tot slot

Wetgeving biedt belangrijke kaders en rechten voor zwangere medewerkers en jonge ouders. Maar de echte impact ontstaat pas als deze regels worden gekoppeld aan een open, betrokken gesprek. Zorg als werkgever dat je deze gesprekken actief voert, en als medewerker dat je je rechten kent en bespreekbaar maakt. Zo werk je samen aan een gezonde, werkbare balans tussen werk en ouderschap.

Van regels naar realiteit

De wet biedt duidelijke kaders. Maar het is de praktijk die bepaalt hoe het écht werkt. Daar zit precies de uitdaging én de kans.
Want wat ik in de praktijk vaak zie, is dat veel situaties, zowel vóór als na het verlof, onnodig richting verzuim bewegen, terwijl er juist ruimte is voor maatwerk. Niet door alles dicht te regelen, maar door met elkaar te onderzoeken wat iemand nodig heeft om inzetbaar te blijven, binnen de grenzen van de wet én met oog voor de mens.

Daar begint duurzame inzetbaarheid:

  • bij bewustwording van de mogelijkheden
  • bij het herkennen van signalen
  • en bij het voeren van open, praktische en constructieve gesprekken

Medewerkers sterker maken in hun rol als ouder en professional. En werkgevers helpen om niet alleen te denken in verplichtingen, maar ook in verbinding.

Door:
Monique van Leijsen, verzuimspecialist en trainer. Ze helpt HR en leidinggevenden om verzuim te voorkomen en de inzetbaarheid van medewerkers te versterken. Wil je sparren over een complexe casus of wil je beter zicht op wat je als werkgever kunt doen? Neem gerust contact op via www.verzuiminbedrijf.nl

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Personeel, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Thema A-Z, Werken met plezier
rechter

Tuchtrecht: Schenden van geheimhoudingsplicht bij plaatsing reactie onder recensie leidt tot waarschuwing voor tandarts

Klager plaatste een negatieve recensie over een tandarts op ZorgkaartNederland na een meningsverschil over het factuurbedrag. De tandarts heeft onder die recensie een reactie geplaatst waarin hij medische informatie geeft. Het Tuchtcollege acht de klacht als gegrond vanwege het feit dat de tandarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden en zich onprofessioneel en beledigd heeft gedragen.

Situatie

Op 28 februari 2023 heeft de klager een intakeconsult gehad bij de tandarts. De klager heeft hierna een rekening van €117,04 ontvangen. De klager vond de factuur te hoog omdat het alleen ging om een consult en de tandarts ongevraagd kosten heeft gedeclareerd voor het beoordelen van een bestaande foto.
De klager maakte bezwaar tegen de hoogte van de factuur door contact op te nemen met de tandartspraktijk, echter is de factuur niet aangepast. De klager heeft op 2 mei 2023 een recensie over de tandartspraktijk achtergelaten waarin hij zijn negatieve ervaring met de tandarts heeft gedeeld. De tandarts heeft onder deze recensie op zorgkaart Nederland gereageerd.

Op 18 mei 2023 heeft de klager een klacht ingediend bij de KNMT over de hoogte van de factuur en de reactie van de tandarts op de recensie. Een paar dagen later heeft de tandarts de klager verzocht om de recensie te verwijderen en de klacht bij de KNMT in te trekken, omdat hij anders een advocaat zou inschakelen.
Op 1 september heeft de KNMT laten weten aan de klager dat de bemiddeling is beëindigd vanwege een verschil in inzicht tussen beide partijen. Op 21 oktober 2023 heeft de klager de geschilleninstantie mondzorg ingeschakeld over de factuur, respectloze benadering en schending van het beroepsgeheim.

Klacht

De klager heeft een klacht ingediend vanwege het feit dat de tandarts zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door zijn reactie op de recensie.
De tandarts erkent deze reactie dan ook en geeft aan dat zijn reactie niet netjes is geweest, maar voortkwam uit boosheid. Daarnaast geeft de tandarts aan dat hij niet wist dat hij zijn beroepsgeheim hiermee zou schenden en heeft zijn excuses aangeboden.

Beoordeling

Het college heeft beoordeeld of de tandarts heeft gehandeld zoals verwacht mag worden. De tandarts heeft in zijn reactie op zorgkaart Nederland medische informatie over de klager openbaar gemaakt. Het is duidelijk dat de tandarts zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, dat vindt het college ook. Het college acht de klacht als gegrond vanwege het feit dat de tandarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden en zich onprofessioneel en beledigd heeft gedragen. De tandarts heeft de klager een schadevergoeding betaald.
Het college geeft aan dat ze tijdens de zitting niet overtuigd zijn geraakt van het feit dat de tandarts inziet wat de ernst van zijn onjuiste handelen is en daarom is een maatregel nodig.

Uitspraak

Het college heeft de klacht als gegrond verklaart en legt de tandarts de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
mondspoeling tegen tandplaque

Veilig door te slikken anti-biofilm mondspoelmiddel

Een persbericht laat zien dat onderzoekers van de Universiteit van Wyoming in de VS een mondwater met natuurlijke anti-biofilmverbindingen hebben ontwikkeld dat veilig is om door te slikken waardoor kinderen en risicogroepen het ook kunnen gebruiken.

Cariës bij kinderen

Cariës wordt veroorzaakt door biofilms (plaques) gevormd door de bacterie Streptococcus Mutans (S. mutans) en treft meer dan de helft van de Amerikaanse kinderen op 8-jarige leeftijd. Echter traditionele mondspoelingen zijn niet geschikt voor kinderen onder de zes jaar vanwege de risico’s voor schadelijke chemicaliën.

Innovatieve mondspoeling

Onderzoekers hebben een innovatieve mondspoeling ontwikkeld waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijke anti-biofilm verbindingen die afkomstig zijn van esdoornsap en groene thee. Het product is veilig voor jonge kinderen omdat de verbindingen effectief zijn in het voorkomen van tandplak en omdat er geen gebruik wordt gemaakt van giftige antimicrobiële ingrediënten.

Ascend 2.0-project

Om de nieuwe anti-biofilmmondspoelig te specificeren en het werkingsmechanisme op de bacterie S.mutans te onderzoeken is het Ascend 2.0 project ontwikkeld.
Het doel van het project is het genereren van kritieke gegevens waardoor verdere tests in een rattenmodel van tandcariës mogelijk wordt. Het ascend project speelt een cruciale rol in het staat stellen van biomedische onderzoekers om innovaties om te zetten in gezondheidszorgoplossingen.

Bron: Newswires

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Randvoorwaarden ruimten in de praktijk (Word bestand)

Juridische risico’s: 5 aandachtspunten voor mondzorgprofessionals

Het voeren van een mondzorgpraktijk is meer dan een tandheelkundige aangelegenheid. Naast kwalitatieve zorgverlening krijgt de tandarts of andere bestuurder als ondernemer te maken met een breed scala aan juridische verplichtingen. Het niet voldoen aan de verplichtingen kan de reputatie én de financiële continuïteit van de mondzorgprofessional en de praktijk raken. In dit artikel gaan wij in op vijf cruciale aandachtspunten die voor de mondzorgprofessionals van belang zijn.

1. Transparante communicatie – ook over kosten en vergoedingen

De zorgplicht van een mondzorgprofessional reikt verder dan medisch-tandheelkundig handelen; ook duidelijke informatieverstrekking aan de patiënt is onderdeel van de zorgplicht. Een belangrijk onderdeel van de informatieplicht zijn de eventuele risico’s van de uit te voeren behandeling. Indien de patiënt niet is geïnformeerd over het risico op bijvoorbeeld een bepaalde complicatie en deze complicatie doet zich vervolgens voor, kan een mondzorgprofessional aansprakelijk zijn voor de schade van de patiënt en/of kan de mondzorgprofessional tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. Een belangrijke voorwaarde voor het recht op eventuele schadevergoeding door de patiënt is dat hij aannemelijk maakt dat hij van de behandeling zou hebben afgezien als de mondzorgprofessional wél aan de informatieplicht zou hebben voldaan.

Naast informeren over tandheelkundig-inhoudelijke zaken, moet ook over financiële zaken goed geïnformeerd worden. Dit volgt uit onder meer de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Ook hanteert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels over informatieverplichtingen, zoals de Regeling mondzorg. De informatieverplichting weegt zwaarder naarmate de behandeling tandheelkundig niet of in geringe mate noodzakelijk is of er een groter prijskaartje aan de behandeling hangt. Informeren over de financiën is belangrijk, omdat er inmiddels een groot aantal uitspraken is waaruit blijkt dat de patiënt de nota niet hoeft te betalen, indien hij niet goed geïnformeerd is over de kosten die hij moet betalen.

2. Dossiervoering: ook een juridisch bewijsstuk

Het patiëntendossier is niet alleen van belang voor het verlenen van goede zorg aan de patiënt (denk aan de noodzaak voor een opvolgend tandarts of waarnemer om na te gaan wat de mondgezondheidssituatie van de patiënt is), maar kan voor de mondzorgprofessional ook van grote waarde zijn bij een materiële controle of aansprakelijkheids- of tuchtkwestie. Het patiëntendossier vormt in de meeste gevallen het primaire bewijsmiddel in dergelijke zaken.

De wet verplicht de mondzorgprofessional tot het bijhouden van een medisch dossier van de patiënt. Uit de praktijk blijkt dat dit geregeld te summier gebeurt. Zaken als indicaties voor bepaalde verrichtingen, mondelinge toestemming, tussentijdse wijzigingen in de behandelstrategie, of afwijkingen van richtlijnen worden vaak niet (voldoende) vastgelegd. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de mondzorgprofessional bij onder meer een schadeclaim van een patiënt of een materiële controle van een zorgverzekeraar.

Het is gelet daarop verstandig om de belangrijke elementen steeds zorgvuldig in het dossier te noteren, waarbij veelal getoetst wordt aan de KNMT Richtlijn Patiëntendossier.

3. Richtlijnen zijn belangrijk

De professionele standaard in de mondzorg wordt in belangrijke mate gevormd door richtlijnen, zoals die worden opgesteld door beroepsorganisaties als KNMT en ONT. Deze richtlijnen omvatten gedragsaanwijzingen, behandelprotocollen en kwaliteitsnormen. De (tucht)rechters beschouwen deze als de norm waaraan mondzorgprofessionals moeten voldoen om te handelen als redelijk handelend mondzorgverlener.

De richtlijnen hebben als belangrijk doel te waarborgen dat goede zorg aan de patiënt wordt verleend. De zorgplicht voor de patiënt brengt echter ook mee dat het in specifieke gevallen wenselijk en soms zelfs noodzakelijk is om in het belang van de patiënt van een richtlijn af te wijken. De beoordeling van de zorg die een patiënt in een specifiek geval nodig heeft, ligt bij de behandelaar.

Afwijken van richtlijnen mag dus en moet soms zelfs. De mondzorgprofessional doet er echter verstandig aan om dit duidelijk vast te leggen en te motiveren in het dossier van de patiënt. Dit kan de mondzorgprofessional niet alleen helpen bij een eventuele schadeclaim of tuchtklacht, maar kan ook van essentieel belang zijn bij een materiële controle. Zorgverzekeraars nemen namelijk geregeld het standpunt in dat indien iets niet in het dossier is vermeld met motivering, de betreffende zorg niet is uitgevoerd, of dat een afwijking van de richtlijn niet kan indien dat niet is gemotiveerd.

4. Algemene voorwaarden: regel ze goed én bewijs de terhandstelling

Algemene voorwaarden kunnen, in combinatie met een goede schriftelijke zorgovereenkomst met de patiënt, een goed hulpmiddel vormen om verwachtingen te structureren en risico’s te beperken. Belangrijk is dat de algemene voorwaarden met de patiënt zijn overeengekomen én correct aan de patiënt ter hand gesteld zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de algemene voorwaarden feitelijk ter hand worden gesteld aan de patiënt. Het is aan de mondzorgprofessional om, indien dit wordt betwist, aannemelijk te maken dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door de patiënt door ondertekening te laten verklaren dat hij deze (en eventueel andere belangrijke) documenten heeft ontvangen.

De patiënt wordt daarnaast bij de algemene voorwaarden beschermd door de ‘zwarte lijst’ en de ‘grijze lijst’, die geldt voor consumenten. Uit deze lijsten volgt dat een bepaling in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend kan zijn. Dergelijke bepalingen zijn dan nietig of vernietigbaar, afhankelijk van of ze op de zwarte of grijze lijst staan vermeld. De aansprakelijkheid van de mondzorgprofessional kan op grond van de Wet geneeskundige Behandelingsovereenkomst overigens in zijn geheel niet worden uitgesloten of beperkt. Deze bepaling is, indien deze in de algemene voorwaarden voor de patiënten is opgenomen, nietig en dus niet geldig.

5. Verzeker het onzekere: beroepsaansprakelijkheid

Hoewel aansprakelijkheid van de mondzorgprofessional richting de patiënt niet kan worden uitgesloten, kan het risico op aansprakelijkheid wel worden verzekerd. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering kan daarom erg belangrijk zijn voor de mondzorgprofessional. Letselschade die is ontstaan bij de behandeling van de patiënt kan (indien de mondzorgprofessional hiervoor aansprakelijk is) grote schadeposten met zich brengen. De praktische en financiële afhandeling van een schadeclaim kan door een beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar uit handen worden genomen.

Het is wel van belang goed te bekijken welke risico’s door een bepaalde verzekering worden gedekt: vallen de belangrijkste risico’s onder de dekking van de af te sluiten verzekering? En hoe zit het met de inzet van collega’s (zowel zzp als in loondienst)? Het is verstandig na te gaan wat precies verzekerd is en of dit voldoende is.

Sommige verzekeringen bieden dekking voor het inloop- en/of uitlooprisico, dit betreft schade vóór of ná de looptijd van de verzekering. Dit kan onder meer van belang zijn bij een overdracht of overname van een praktijk; de patiënt die een claim indient na de overdacht of overname voor schade door een behandeling die daarvóór heeft plaatsgevonden kan onder de dekking van zo een inlooprisico of uitlooprisico vallen. De omvang van de dekking van de ene verzekeringspolis kan dus wezenlijk verschillen van de andere.

Door:
mr. Emma Boonstra, advocaat bij Eldermans|Geerts Advocaten in de zorg.

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht: Berisping tandarts na beetverhoging

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na onterechte uitschrijving patiënt

Een patiënt meldde zich met een pijnlijke, afgebroken tand bij z’n tandarts maar wordt doorverwezen omdat hij eerder is uitgeschreven bij de praktijk. De patiënt is niet op de hoogte van de uitschrijving door de praktijk en wendt zich tot de tuchtrechter.

Situatie

De klager heeft op 26 juni 2024 contact opgenomen met de praktijk vanwege een afgebroken tand. Hierbij gaf de klager aan dat hij een spoedafspraak wenste omdat hij veel pijn had. De klager is op dezelfde dag gepland bij een collega van de verweerder.
Echter kort daarna heeft de assistente in overleg met de verweerder de afspraak geannuleerd vanwege het feit dat de klager sinds februari 2024 was uitgeschreven bij de tandartspraktijk. De klager heeft niet vernomen dat hij in februari 2024 was uitgeschreven.
De klager is naar een andere praktijk verwezen voor spoedhulp.

In het patiëntendossier is op 9 februari 2024 genoteerd dat de patiënt is uitgeschreven in overleg met de verweerder omdat de patiënt niets wil, alleen klaagt en alleen komt als hij pijn heeft. In het patiëntendossier is op 26 juni 2024 onder andere genoteerd dat de patiënt belde met veel pijn, dat er in eerste instantie een afspraak is gegeven maar dat deze is geannuleerd na overleg met de verweerder. Daarnaast is er genoteerd dat er verteld is dat patiënt niet meer welkom is, de patiënt geeft aan dat hij het hier niet mee eens is, niet op de hoogte is gebracht en een advocaat inschakelt.

Klacht

De klager verwijt de verweerder vanwege het feit dat hij geen tandheelkundige zorg heeft verleend in een urgent situatie. Daarnaast geeft de klager aan dat hij nooit op de hoogte is gebracht van zijn uitschrijving.
De verweerder heeft aangegeven dat zijn redenen om de klager uit te schrijven rechtvaardig zijn, maar de uitschrijving niet volledig volgens de KNMT-richtlijn is verlopen. Daarnaast geeft de verweerder aan dat de klager op 26 juni 2024 nog door een andere tandarts elders is geholpen en de klager geen schade heeft geleden.

Beoordeling

De verweerder geeft verschillende redenen voor het uitschrijven van de klager uit de praktijk waardoor de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt is geschaad.
Daarnaast erkent de verweerder dat de uitschrijving van de klager niet volgens de KNMT-richtlijn is verlopen omdat de klager niet op de hoogte is gesteld.
Volgens de KNMT-richtlijn zijn er gewichtige redenen nodig om een patiënt uit te schrijven en het college is er niet van overtuigd dat dit het geval was in deze situatie. Het college heeft deze klacht als gegrond verklaard.
Het klachtenonderdeel over het feit dat de verweerder in een urgente situatie geen tandheelkundige zorg heeft verleend is gegrond. Het college geeft aan dat de verweerder ook na het opzeggen van de behandelingsovereenkomst noodzakelijke hulp moest aanbieden.

Uitspraak

Het college heeft de klacht als gegrond verklaart en legt de tandarts de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
BVNT.nl

Beroepsvereniging van Nederlandse tandartsassistenten (BVNT) opgericht

Afgelopen week is de Beroepsvereniging van Nederlandse tandartsassistenten (BVNT) opgericht. Na het online gaan van de website bvnt.nl verschenen snel berichten op social media. dentalinfo.nl stelde de nieuwe vereniging enkele vragen.

Wat is de doelstelling van BVNT.nl?

“Onze vereniging staat voor de belangen van tandartsassistenten door te pleiten voor collectieve goede arbeidsvoorwaarden, een veilige ondersteunende werkomgeving en eerlijke betaling voor de steeds omvangrijker wordende taken die de tandartsassistent worden toebedeeld.

De beroepsvereniging voor Nederlandse tandartsassistenten streeft naar een collectieve cao die de professionele ontwikkeling, waardering en rechten van onze leden bevordert. Samen werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van de mondzorg en de positie van tandartsassistenten in het zorglandschap, met als doel een gezonde en duurzame toekomst voor het beroep.”

Wanneer is de vereniging opgericht?

“De vereniging is pas net opgericht en tot 1 juli 2025 een vereniging met beperkte bevoegdheid. Per 1 juli is er volledige bevoegdheid, de stukken liggen bij de notaris. Omdat de roep tot actie steeds groter werd hebben een aantal mensen het voortouw genomen en zich aangesloten om daadwerkelijk iets te gaan doen.”

Wie zijn de initiatiefnemers van de vereniging?

“De vereniging is opgericht door een groep tandartsassistenten waaronder Stevie-Lyn Henraath en Jaclin de Kok, beiden tandartsassistent. De overige initiatiefnemers voelen zich echter nog niet veilig genoeg om zich openbaar uit te laten over deze voortrekkersrol, als gevolg van een heersende angstcultuur. Ondersteund door een aantal betrokken en ondernemende mondhygiënisten heeft men de twijfel doorbroken en is de BVNT toch van de grond gekomen.

Al jarenlang klinkt de roep om een beroepsvereniging, maar tot op heden had deze geen concrete vorm gekregen. De BVNT is er vóór en dóór de tandartsassistenten. Dit betekent dat tandartsassistenten niet alleen lid kunnen worden, maar ook geheel zelfstandig de koers bepalen die zij gezamenlijk willen varen.

Dat het initiatief een steuntje in de rug nodig had om daadwerkelijk van de grond te komen mag de pret niet drukken. Het is fantastisch dat we al binnen 1 week enorm veel aanmeldingen ontvangen hebben.
Wilfred Volkers, de voorzitter, werd via verschillende kanalen betrokken bij deze problematiek en voelde zich geroepen te helpen en (voor nu) de rol van voorzitter op zich te nemen. Zijn toewijding heeft beweging in de zaak gebracht en daarbij ook de kern van het probleem blootgelegd: hoewel tandartsassistenten plezier beleven aan hun werk, ervaren zij tegelijkertijd een terughoudendheid om hun stem te laten horen. Zij vrezen voor mogelijke gevolgen, zoals het verlies van hun baan of het verstoren van de goede werkrelatie met de tandarts waarmee zij nauw samenwerken. Tegelijkertijd heerst er onder tandartsassistenten een collectief gevoel van onvrede over arbeidsvoorwaarden en salaris, evenals een gebrek aan representatie als beroepsgroep.“

Hebben jullie concrete acties gepland staan?

“Absoluut! We zetten ons met volle kracht in om de positie van tandartsassistenten te versterken en verandering te realiseren. Een belangrijke stap die we al hebben gezet, is het contact met de vakbonden en de KNMT, wat een veelbelovende basis vormt voor de lopende cao-onderhandelingen. Dit betekent dat we inspraak hebben en mee kunnen werken aan betere arbeidsvoorwaarden voor onze (toekomstige) leden.
Onze belangrijkste focus op dit moment is het laten groeien van het ledenaantal. Hoe meer tandartsassistenten zich aansluiten, hoe krachtiger onze stem wordt. Dit is cruciaal voor het succes van de vereniging. Gelukkig zien we dat het aantal leden dagelijks toeneemt, wat ons veel vertrouwen geeft in de toekomst.

Daarnaast zoeken we enthousiaste tandartsassistenten die een actieve rol willen spelen binnen de vereniging. Onze voorzitter komt niet uit de tandheelkunde, maar onze penningmeester is zowel tandartsassistent als rechtenstudent. Een secretaris met ervaring als tandartsassistent zou op korte termijn een waardevolle aanvulling zijn.”

Samenwerking

“Bij BVNT geloven we in de kracht van samenwerking. Daarom zoeken we 10 enthousiaste tandartsassistenten voor onze werkgroep verenigingsontwikkeling. Hier krijgen leden de kans om samen te onderzoeken welke activiteiten een sterke beroepsvereniging zou moeten organiseren. Denk aan initiatieven zoals een periodieke BVNT-assistentendag, waardevolle bij- en nascholingen en het gelijkstellen van diploma’s.

Daarnaast starten we de werkgroep toekomstig werkprofiel en zoeken we 4 tandartsassistenten, 2 opleiders, 2 mondhygiënisten en 2 tandartsen. Samen brengen deze alle wensen en behoeften in kaart. Een mooie eerste stap naar een toekomstbestendig beroepsprofiel voor de tandartsassistent—een profiel waar iedereen met trots en positiviteit naar kijkt.

Ook de tandartsassistent opleidingen zijn inmiddels betrokken. Studenten kunnen zich gratis aanmelden, en afstuderende tandartsassistenten ontvangen het eerste kalenderjaar een kosteloos lidmaatschap.”

Lees meer over de BVNT.nl

 

Lees meer over: Assisteren, Ondernemen, Personeel, Thema A-Z
Overname

Een mondzorgpraktijk overnemen, wat komt daar bij kijken?

De meeste afgestudeerde mondzorgspecialisten, of dat nu een tandarts, mondhygiënist of implantoloog is, willen uiteindelijk een eigen praktijk starten. Meestal volgen na de studie eerst een aantal jaren loondienst of werken als ZZP-er, maar vaak komt er een moment dat je klaar bent voor je eigen mondzorgpraktijk. Hoe pak je dat aan? Waar moet je beginnen en waar moet je op letten?

Onno Karssen van Onno Karssen Advies heeft jaren ervaring als financieel adviseur in de (para)medische sector en bemiddelt bij de aankoop en verkoop van praktijken. Onno: “Om een over te nemen praktijk te vinden kun je gebruikmaken van een gespecialiseerde ‘praktijkmakelaar’, waar je een zoekopdracht kunt plaatsen. Zo’n zoekopdracht kun je ook bij Dental depots plaatsen. Net als in de huizenmarkt is er ook bij mondzorgpraktijken sprake van stille verkoop. Netwerken, denk aan collega’s, maar ook banken, dental depots en accountants, kunnen hierbij goed van pas komen. En tegenwoordig kun je ook op de social media waardevolle informatie vinden.”

Hoeveel is een praktijk waard?

Aan elke over te nemen praktijk hangt een prijskaartje. Uiteraard heb je voor jezelf een redelijk idee ‘hoe ver je kunt gaan’, maar komt de vraagprijs wel overeen met de daadwerkelijk waarde van de praktijk? En hoe wordt die waarde eigenlijk bepaald? Over het algemeen kun je bij een mondzorgpraktijk stellen dat het pand zelf (koop of huur), de roerende zaken plus instrumenten en de goodwill samen de waarde bepalen.
Onno: “De waarde van een praktijk is in principe een optelsom van alle activa plus de waarde van de goodwill. Onder activa vallen het pand, de over te nemen apparatuur, overige inrichting van het pand (inclusief automatisering) en de voorraad gebruiksmaterialen plus kleingoed. Daarbij speelt het natuurlijk een rol of het pand volledig eigendom is of dat je ook nog te maken kunt krijgen met huurconstructies.”

Apparatuur

Bij het bepalen van de waarde van de over te nemen apparatuur is het verstandig om een beëdigd taxateur of een Dental Depot in te schakelen. Zij kunnen via een officiële taxatie de actuele waarde van de apparatuur vaststellen. Wat betreft de overige inrichting van de praktijk, wordt deze doorgaans gewaardeerd aan de hand van de boekwaarde of via onderhandelingen tussen partijen. Onno benadrukt het belang van duidelijkheid over welke elementen precies onder de overdracht vallen. Hierbij kun je denken aan zaken als vervoermiddelen of kunstwerken die in de praktijk aanwezig zijn. Voor het bepalen van de waarde van deze gebruiksvoorwerpen wordt op de dag van overdracht een inventarisatie gemaakt, waarbij men zich baseert op de actuele inkoopprijzen.

Goodwill

Het vaststellen van de goodwill, de immateriële meerwaarde van een praktijk, is vaak het meest complexe onderdeel van de waardering. Waar fysieke elementen zoals voorraad goed te kwantificeren zijn, is dat bij goodwill minder eenvoudig. Hierbij spelen diverse factoren mee, zoals de verwachte omzetgroei, het patiëntenbestand, en ook de aanwezigheid van concurrentie, de lokale marktsituatie en de huidige eisen vanuit de branche.
Voor de waardering van goodwill worden verschillende benaderingen toegepast. Soms wordt gekeken naar een waarde per patiënt, in andere gevallen worden de financiële gegevens van de praktijk eerst genormaliseerd om tot een eerlijk beeld te komen. Ook wordt regelmatig gebruikgemaakt van de EBITDA-methode, waarbij de winst vóór aftrek van overheadkosten als uitgangspunt dient.

Kortom, er komt heel wat kijken voordat je echt aan de slag kunt in je eigen praktijk. Onno sluit dan ook af met het advies: “Laat je goed informeren door een professional. Ga niet over één dag ijs, want het is een van de belangrijkste beslissingen in je leven.”

Tips bij de overname van een praktijk

  1. Staar je niet blind op de hoge omzet van een praktijk. Kijk naar je eigen verdienmodel
  2. Kijk goed naar de staat van de praktijk en bestudeer de verrichtingenlijsten
  3. Check of er nog grote investeringen nodig zijn en neem die mee in de onderhandelingen
  4. Of de huidige eigenaar actief blijft werken kan het verloop van patiënten positief beïnvloeden
  5. Tel de actieve patiënten. Dit zijn unieke patiënten die de afgelopen 1,5 jaar minimaal één keer de praktijk hebben bezocht
  6. Kansen en mogelijkheden zijn belangrijker dan de aankoopprijs. Kijk naar de toekomst
  7. Controleer of er individuele afspraken zijn gemaakt met het personeel
  8. Voorkom na-verrekeningen en check de pensioenafdracht
  9. Kan (bij huur) het huurcontract onder dezelfde voorwaarden worden voortgezet?
  10. Onderhandel met de bank. Vaak is een lange looptijd de voorkeur, mede doordat je altijd tussentijds kunt aflossen.

Door:
Onno Karssen van Onno Karssen Advies

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Patiëntenfilmpje over duurzaamheid

Om patiënten bewust te maken van meer duurzaamheid in de mondzorg en hun eigen rol daarbij lanceert de KNMT het filmpje ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’. Het patiëntenfilmpje, dat naast duidelijke uitleg handige tips geeft, is beschikbaar voor wachtkamerschermen, de praktijkwebsites en socialemediakanalen van mondzorgverleners.

Mondzorgverleners die het filmpje zelf op hun wachtkamerscherm, website of sociale media willen plaatsen, kunnen een gratis versie downloaden. Download het filmpje

Weinig kennis over verduurzaming zorg

Recent onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland laat zien dat veel patiënten nog weinig weten van verduurzaming van de zorg. Zo zegt bijna de helft van de ruim 9.000 ondervraagden weinig tot niets te weten van verduurzaming; 61 procent geeft aan behoefte te hebben aan meer informatie.

Filmpje met uitleg en tips

Het gratis patiëntenfilmpje ‘Help jij mee de mondzorg schoner en duurzamer te krijgen?’ geeft uitleg over het effect van het milieu en het klimaat op de (mond)gezondheid en laat zien dat ook de zorg milieuvervuilend is. Daarnaast geeft het filmpje tips over hoe je als patiënt kunt bijdragen aan meer duurzame mondzorg.

Onder meer voor wachtkamerscherm

Het filmpje kan getoond worden op wachtkamerschermen, praktijkwebsites en socialmediakanalen. Enkele providers van wachtkamerschermen, zoals Zorgscherm, Webova en eValue8, bieden het filmpje aan in hun contentbibliotheek.

Lees meer over: Communicatie patiënt, Duurzaamheid
Onderwerpen-toetsing-IGJ

De Wet DBA heeft impact

Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst de beoordeling en uitvoering van de arbeidsrelatie toetsen en handhavend optreden vanuit de Wet DBA. Het is voor opdrachtgevers en zzp’ers helaas vaak onduidelijk of iemand vanaf 2025 als zzp’er kan blijven werken buiten dienstbetrekking. De Wet DBA zelf bevat namelijk geen kaders of normen.

Onduidelijkheid alom met tegelijkertijd een toetsing door de Belastingdienst die ‘boven je hoofd hangt’. Dus interessant om te weten in hoeverre praktijken en zorgverleners nu daadwerkelijk maatregelen hebben genomen n.a.v. deze ontwikkeling? dentalinfo.nl heeft in samenwerking met Sjoerd Kuiken hiernaar een onderzoek uitgevoerd.

Een duidelijk omslagpunt

De mogelijke handhaving door de Belastingdienst heeft veel teweeg gebracht in Nederland. Zo meldde de NOS in januari 2025:

Nederland telt 6.776 minder zzp’ers dan een maand geleden. Dat blijkt uit de zzp-monitor van de Kamer van Koophandel (KvK). Volgens de Kvk is het een “duidelijk omslagpunt” en is het niet los te zien van de strengere handhaving van de wet die schijnzelfstandigheid moet tegengaan. De daling komt vooral omdat er relatief veel zzp’ers stoppen. (Bron: https://nos.nl/artikel/2551613-meer-zzp-ers-gestopt-in-december-duidelijk-omslagpunt)

Wat is de tendens binnen de mondzorg?

Landelijk zijn er in december 2024 54 procent meer zzp’ers gestopt dan een jaar eerder (in december 2023), zo meldde de NOS in bovengenoemd artikel. Wat is nu de tendens binnen de mondzorg?

Uit ons onderzoek komt naar voren, dat er voorlopig geen sprake is van een daadwerkelijk omslagpunt. Hieronder twee uitkomsten uit het onderzoek:

  1. Voor 81% van respondenten hebben de ontwikkelingen rondom de Wet DBA (nog) niet tot veranderingen geleid in de samenwerkingsvorm.
  2. Tot op heden is door 7% van de respondenten de zelfstandigheid als zzp’er opgegeven voor een dienstverband in loondienst.

Benieuwd naar de volledige uitkomsten?

Wil je graag meer weten over de uitkomsten? In hoeverre men in gesprek is gegaan over de huidige vorm van samenwerking? En welke nieuwe samenwerkingsvormen men is aangegaan? Meld je dan aan voor de Dental Management Toolkit en verkrijg direct toegang tot de volledige uitkomsten van dit onderzoek.

Daarnaast verkrijg je met een abonnement op de Dental Management Toolkit toegang tot 200+ voorbeelddocumenten en video’s. Om zelf aan de slag te gaan je praktijk op orde te krijgen en te willen werken aan het praktijkmanagement van je praktijk.

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, ZZP-er
Over een paar jaar geen baliemedewerker meer?

Over een paar jaar geen baliemedewerker meer?

Met de groeiende krapte op de arbeidsmarkt en de toenemende vraag naar efficiënte patiëntcommunicatie, zocht deze praktijk naar een slimme oplossing. De keuze viel op een AI-assistent. Hoe werkt het, wat zijn de voordelen, en hoe ervaren patiënten deze innovatie? We spraken met Lieneke Bakker van MOQM Dental over haar ervaringen.

Wat was de reden voor de overstap naar een AI-assistent?

Mede door de krapte op de arbeidsmarkt wilden wij het aantal e-mails en telefoontjes aan de balie verminderen. Zeker voor startende baliemedewerkers kan het soms lastig zijn om de juiste antwoorden te geven. Aangezien de meeste vragen vrij generiek zijn en het prettig is als daarop altijd gestandaardiseerde antwoorden worden gegeven, is een AI-assistent hier perfect voor.

Daarnaast wilden wij onze patiënten de mogelijkheid geven om 24/7 vragen te kunnen stellen, zonder dat wij zelf 24/7 beschikbaar hoeven te zijn. Feedback van onze stagiaires was dat zij, en hun leeftijdsgenoten, nog wel eens belangst ervaren. Appen vinden zij prettiger. Vandaar dat wij ook zochten naar een oplossing om appen mogelijk te maken.

Sinds wanneer maken jullie gebruik van de AI-assistent?

Eind vorig jaar zijn wij ons gaan inlezen en dit jaar is Clinicly echt begonnen met het bouwen van onze AI-assistent. Samen met hen hebben wij de laatste aanpassingen gedaan. De implementatie vond eind februari plaats.

Hoe werkt de AI-assistent precies en welke taken neemt hij over?

Onze AI-assistent werkt via een button op onze website of via WhatsApp. De “assistent” beantwoordt vragen over onder andere afspraakplanning, triage, behandelingen en kosten. De virtuele assistent is volledig op maat gemaakt voor onze praktijk. Het is een AI-oplossing die de efficiëntie vergroot, maar waarbij ook de menselijke touch en empathie behouden blijven — iets wat voor ons erg belangrijk is als kleine, persoonlijke praktijk.

Hoe hebben jullie het invoeren en het gebruik van de AI-assistent ervaren?

Het trainen en verbeteren van de AI-assistent vond ik erg leuk. De samenwerking met de jongens van Clinicly, Yaphet en Olav, was laagdrempelig, en het was mooi om hun passie te zien. Het is allemaal erg nieuwe materie, nog in de ontwikkelfase, dus je loopt nog wel tegen wat hobbels aan. Gelukkig worden die goed opgepakt.

Het informeren van de patiënten verliep soepeler dan verwacht. We hebben QR-codes in de praktijk geplaatst voor WhatsApp, een extra banner op de site toegevoegd en via Instagram extra aandacht besteed. De graphics hiervoor kregen we aangeleverd, wat veel tijd en moeite heeft bespaard. De AI-assistent is volledig in onze huisstijl, met ons logo, waardoor het geheel er mooi en professioneel uitziet op zowel de website als WhatsApp.

Wat zijn de ervaringen van de patiënten met de AI-assistent?

De ervaringen die ik tot dusver heb vernomen zijn zeer positief. Mensen zijn blij dat ze contact kunnen opnemen wanneer het hen uitkomt en dat het geen logge bot is waar je niet doorheen komt.
Wel kregen we vragen over aansprakelijkheid en privacy vanuit collega’s. De chatbot en het AI-gedeelte zijn twee aparte onderdelen. Het AI-gedeelte heeft geen toegang tot privégegevens en is getraind zoals je een baliemedewerker zou trainen — met richtlijnen en protocollen. De chatbot bedenkt dus geen antwoorden zelf, iets wat een menselijke assistent eventueel wel zou kunnen. Het is echt een tool voor triage en administratieve ondersteuning. De communicatie via de chatbot verloopt via e-mail en dossiernummers.

Welke voordelen heeft de AI-assistent binnen de praktijk gebracht?

We zien een duidelijke afname van telefoontjes en merken dat patiënten de AI-assistent steeds beter weten te vinden. Hierdoor verlichten we het werk aan de balie aanzienlijk. De AI-assistent werkt zowel in het Nederlands als Engels, wat erg prettig is gezien ons grote aantal expats.

Zijn er ook nadelen of uitdagingen die jullie hebben ervaren?

De koppeling met WhatsApp was het lastigste; hierdoor hadden we in het begin wat problemen. Die hebben we gelukkig goed kunnen oplossen. Ik vond het enorm interessant en leerzaam om mee te maken.

Zouden jullie het gebruik van een AI-assistent aanbevelen aan andere praktijken?

Absoluut! Het geeft de assistenten meer ademruimte doordat het aantal telefoontjes en vragen vermindert. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt kan het schaarse personeel efficiënter en effectiever worden ingezet voor patiëntenzorg. Patiënten kunnen laagdrempelig vragen stellen, hun agenda beheren — en dat 24/7 — iets wat met conventionele communicatiemiddelen niet mogelijk is.

Hoe ziet u de rol van AI in de toekomst binnen de praktijk? Denk je dat de AI-assistent in de toekomst meer taken zal overnemen?

Ik weet dat er hard wordt gewerkt aan de integratie van een agendatool met Exquise Next Generation — dat zou echt fantastisch zijn. Dan kan de patiënt daadwerkelijk zelf afspraken beheren. Nu moeten wij nog een internetlink sturen of handmatig annuleren.
Als deze functie beschikbaar is, verwacht ik dat we — samen met andere AI- en automatiseringstools — geen baliemedewerker meer nodig hebben voor onze tweekamerpraktijk.

 

Interview met Lieneke de Fouw Bakker van MOQM Dental

Lees meer over: ICT, Ondernemen
De psychologie achter de lege agendaplek

De psychologie achter de lege agendaplek

Niet-nagekomen afspraken vormen een steeds groter probleem in de mondzorgpraktijk. Dit geldt ook voor afspraken die patiënten een dag van tevoren afzeggen. Het afzeggen van een afspraak leidt namelijk altijd tot stress en onrust, of dat nu lang of kort van tevoren gebeurt, en de receptiemedewerkers moeten veel werk verzetten om de agenda goed gevuld te houden. Psychologie speelt een rol bij het afzeggen en verplaatsen van afspraken. Dit betekent dat we psychologie ook kunnen gebruiken om de afspraak juist te behouden. In dit blog worden een aantal van die psychologische principes toegelicht.

In dit artikel bedoelen we met een niet-nagekomen afspraak niet de afspraken die door een onvoorziene gebeurtenis om een goede reden worden afgezegd. Welke psychologische principes kunnen een rol spelen in de andere gevallen?

De toekomst is minder belangrijk

Mensen hebben een uitgesproken voorkeur voor beloningen op korte termijn. Een preventieve behandeling die de gezondheid op de lange termijn bevordert, wordt hiermee psychologisch gezien dus eerder als minder urgent door ons brein ingeschat. Uit onderzoek onder de achterban van Dentiva blijkt bijvoorbeeld dat patiënten afspraken bij een mondhygiënist dan ook veel vaker afzeggen dan bij een tandarts. Dit wordt ondersteund door onderzoek naar stoppen-met-roken-campagnes. Gezondheidswinst verkoopt simpelweg minder goed dan gezondheidsverlies. In de praktijk zou het dus beter werken om te zeggen ‘je voorkomt tandvleesproblemen’, dan om te zeggen ‘je houdt gezond tandvlees’.

Cognitieve dissonantie

Mensen weten meestal heel goed dat ze er weer niet aan toe zijn gekomen om te ragen en te stoken. Dat is natuurlijk ongemakkelijk bij een controle. Cognitieve dissonantie, oftewel vermijding, ligt dan op de loer. Bovendien is het de natuurlijke neiging van zorgverleners om verbeterpunten te benoemen tijdens een controle. Met die combinatie van factoren stijgt de motivatie om de afspraak te verplaatsen, met de gedachte ‘over een tijdje heb ik het wel beter schoon gehouden’. Probeer de drempel om te komen dus laag te houden als behandelaar, door tijdens afspraken niet te belerend over te komen.

Optimisme-bias

Veel mensen hebben het idee dat problemen hen persoonlijk minder snel zullen treffen. Dat heet het optimisme-bias. Ouders kunnen bijvoorbeeld makkelijk zeggen dat hun kind nooit gaatjes heeft. De noodzaak om periodieke controles in te plannen en de afspraken na te komen, kan hierdoor naar de achtergrond raken. Daarmee gaan ze ten eerste voorbij aan het feit dat preventie niet alleen tegen gaatjes werkt. Ten tweede kunnen jongvolwassenen hun gedrag ook nog behoorlijk veranderen. Natuurlijk helpt het als er dan al een goede routine is opgebouwd van tandartsbezoek in de jaren ervoor. Gelukkig zijn er ook psychologische beginselen die behandelaars kunnen helpen om afspraken in de praktijk te behouden.

Help het mentaal werkgeheugen

Als een afspraak niet duidelijk in de agenda staat, verdwijnt de afspraak vaak uit iemands mentale werkgeheugen. Zeker bij drukke mensen. In dat geval is het niet echt actieve vermijding, maar passieve vergetelheid. Patiënten een kaartje meegeven bij het maken van de afspraak, of een digitale agenda-uitnodiging sturen kan helpen. Mensen waarvan je weet dat ze het erg druk hebben, kun je vragen om op de dag van de afspraak ’s ochtends vroeg een herinnering in te stellen op hun telefoon. Patiënten die een lange afspraak hebben staan, bellen we in onze praktijk ook op een dag van tevoren.

Sociale normen wegen zwaarder dan een geldboete

Uit gedragsonderzoek blijkt dat mensen bij het maken keuzes gevoeliger zijn voor een sociale norm, dan voor een geldboete. Hoe kun je dit inzetten? Denk aan zinnen als ‘Patiënten die meer aan preventie doen in onze praktijk, hebben gemiddeld minder wortelkanaalbehandelingen nodig’. De sociale norm is dan dat mensen naar de preventieafspraken komen. De communicatie persoonlijk maken, door de gevolgen voor jou als behandelaar te benoemen, kan ook helpen. Je zegt dan bijvoorbeeld dat je speciaal klaar stond voor de afspraak en alles voorbereid had. Deze methode werkt beter dan een rekening sturen voor de niet-nagekomen afspraak. Die leidt vaak tot discussie, of geeft de patiënt gevoel dat de afzegging is afgekocht.

Lege agendaplekken snel opvullen

Het belangrijkste is om te voorkomen dat mensen op korte termijn hun afspraak verplaatsen. Als dit onverhoopt toch gebeurt, dan zijn er vaak genoeg mensen die eerder terecht willen voor hun afspraak. Dit kun je bijhouden met een snel-bellen-lijst, of met beschikbare software die hier speciaal voor is gemaakt. Zaak is dan wel om dit goed bij te houden in de praktijk en de mogelijkheid om op die lijst te staan actief te benoemen in de behandelkamer. Zo houd je ook bij onvoorziene situaties zoveel mogelijk grip op een efficiënte agenda.

Conclusie

Psychologie verklaart veel van het gedrag dat we dagelijks zien aan de balie — én biedt praktische aanknopingspunten om er slimmer op in te spelen. Dus in plaats van alleen te reageren op no-shows, kun je gedrag ook actief beïnvloeden. Dat begint met begrijpen waarom mensen afzeggen. Laat je team meedenken over hoe je deze inzichten in kleine stappen kunt toepassen. De winst zit vaak in het detail.

Door: Alexander Tolmeijer, Dentiva.
Meer informatie over speciale software van Dentiva voor het snel invullen van lege agendaplekken vind je op snelterecht.nl

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Een eigen praktijk iets voor mij

Een eigen praktijk: iets voor mij? Mondzorgverleners verkiezen startersdag boven zonnige zaterdag

Op een bijna zomerse zaterdag 8 maart kwamen mondhygiënisten en tandprothetici, allen aspirant-praktijkhouders, naar Utrecht voor de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2025. Een kleinschalig evenement, met veel ruimte voor interactie. De belangstelling was groot dit jaar: de 55 beschikbare plekken waren al snel vergeven.

Verschillende vormen

Onder de vlag ‘Een eigen praktijk: iets voor mij?’ bood de startersdag de mondzorgverleners een vol programma. Van negen uur ’s morgens tot vijf uur ’s middags namen zij deel aan de verschillende sessies, aangeboden in drie blokken. Na het welkomstwoord namens de organiserende partijen stond dagvoorzitter en programmamanager Erik van Dam van VvAA in zijn inleiding stil bij de drie hoofdvormen van het starten als praktijkhouder. Starten kan door het aansluiten bij een bestaande praktijk (associatie) of het – al dan niet met anderen – overnemen van een bestaande praktijk (overname). Daarnaast komt ook het starten van een geheel nieuwe praktijk, nog zonder patiënten (nulpraktijk of vrije vestiging) weer meer voor de laatste tijd. Daarna lichtte Erik het programma van de startersdag toe. Hoe ziet de invulling van de drie blokken eruit?

Wie ben ik? Hoe positioneer ik mijn praktijk?

In het eerste, plenaire blok zette coach en trainer Jacqueline Mooij van VvAA de deelnemers een spiegel voor. Is zo’n eigen praktijk eigenlijk wel wat voor jou? Hoe kom je daarachter? Vooraf hadden alle deelnemers online een persoonlijk profiel gegenereerd. Een handig hulpmiddel om na te denken en in gesprek te komen over onder meer communicatiestijlen en besluitvorming. Maar vooral ook over de kernvragen: Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik?

Communicatieadviseur Ward de Moor (MoorComm) voegde aan die persoonlijke spiegel de omgeving (patiënten, andere praktijken etc.) toe. Die twee met elkaar verbinden geeft de basis voor het positioneren van je eigen praktijk. Met praktische voorbeelden uit de (mond)zorg en daarbuiten liet hij zien wat de mogelijke kernfocus van een praktijk kan zijn en wat dat betekent. Zo kwamen Ikea en Mc Donald’s voorbij als voorbeelden van de focus ‘Operational excellence’, een van de drie besproken waardestrategieën. Vervolgens vertaalde Ward dit naar de mondzorg aan de hand van de websites van bestaande praktijken van mondhygiënisten en tandprothetici in ons land. Praktijken die zich vooral richten op het optimaliseren van de (uitvoering van de) zorgprocessen. Deze staan zich bijvoorbeeld voor op een strakke planning en efficiënte behandelingsmethoden.

Tien stappen en (zorg)wetgeving

Het tweede blok was meer zakelijk en juridisch van aard. Langere sessies waarin de groep zich splitste in tweeën: de mondhygiënisten en de tandprothetici volgden om en om de twee workshops. Ervaren VvAA ondernemersadviseur Frank Brusche lichtte volgens het beproefde tienstappenplan het proces van praktijkovername (of associatie of ‘nulstart’) toe. Ook dit startte met de persoon van de aspirant-praktijkhouder, maar ging verder via bijvoorbeeld het selecteren van een geschikte praktijk, naar onderhandelen, waardebepaling tot en met het daadwerkelijke overnemen en het afhechten van de relaties in de huidige werkkring. Bij het bespreken van de verschillende methoden van waardebepaling gaf Frank aan dat, in plaats van voorheen de ‘klassieke goodwillmethode’, nu de zogenaamde ‘genormaliseerde EBITDA-methode’ steeds meer de norm is in mondzorgland. Hierbij is kortgezegd de winst vóór afschrijvingen, rentelasten en belastingen -gecorrigeerd voor afwijkingen- de grondslag voor de berekening van de waarde van de praktijk.

Jurist Marjolein Stigter van NVM-mondhygiënisten richtte zich, onder de titel ‘Beroepsinhoudelijk ondernemerschap’ vooral op de juridische aspecten van het voeren van een mondzorgpraktijk. Zij beantwoordde vragen als ‘Wat moet ik regelen vóórdat ik start? ‘ en ‘Wat kan ik tegenkomen als ik ben gestart?’. Wkkgz, Wtza, Wgbo, de meest relevante (zorg)wetten kwamen voorbij. Zo werd onder meer ingegaan op de geneeskundige behandelingsovereenkomst met de patiënt. Deze kan je niet zo maar beëindigen, dat moet weloverwogen gebeuren. En op basis van een gewichtige reden: wat betekent dat? Daarbij gebruikte Marjolein een verstoorde vertrouwensband als voorbeeld, waarbij een serieus meningsverschil over de behandeling aan ten grondslag ligt. Ondanks het juridische karakter toch een heel toegankelijke workshop met veel praktijkvoorbeelden en oplossingen.

Speeddates met praktijkhouders

Het derde en laatste blok bestond uit voor iedere deelnemer achter elkaar drie speeddates met verschillende praktijkhouders uit het eigen beroepsveld. In kleine groepjes van maximaal tien beroepsgenoten werden huidige praktijkhouders aan de statafels het hemd van het lijf gevraagd. Welke ervaringen hadden zij toen ze praktijkeigenaar werden? Welke aanpak kozen zij? Waar liepen ze tegenaan, hoe kijken ze daar op terug, welke tips hebben ze?

Op naar 2026

Ondanks het mooie weer bezochten veel deelnemers na afloop de gezamenlijke borrel om na te praten met collega’s, sprekers en adviseurs. Al met al een leuke en leerzame dag, door de deelnemers met rapportcijfer 8 beoordeeld. Op naar de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2026!

Lees meer over: Afvalverwerking, Congresverslagen, Management, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Slaapgeneeskunde
Kopen of huren Wat is de beste keuze voor een mondzorgpraktijk

Kopen of huren: Wat is de beste keuze voor een mondzorgpraktijk?

In de huidige markt kan het een uitdaging zijn om het perfecte pand te vinden. Vaak sta je voor de keuze: investeren in een eigen pand? Of wil je de flexibiliteit van huren benutten wanneer kopen niet altijd een optie is? Lees verder om te bepalen welke optie het beste aansluit bij jouw professionele visie en ondernemingsdoelen.

Als je een mondzorgpraktijk wilt beginnen of uitbreiden, is een geschikt praktijkpand essentieel. Maar wat is slimmer: kopen of huren? De keuze hangt af van diverse factoren, zoals je spaargeld, hoeveel je wilt investeren en je persoonlijke voorkeuren. Mondzorgpraktijken vergen vaak flinke investeringen in aanpassingen aan vloeren, muren en leidingen, wat een verhuizing kostbaar kan maken. Hierdoor blijven veel praktijken langdurig op dezelfde locatie gevestigd. Neem de tijd om goed na te denken over je beslissing.

Kopen van een praktijkpand

Wanneer je een pand koopt, bouw je vermogen op en heb je volledige controle over je ruimte. Je hebt geen last van jaarlijkse huurverhogingen. Hoewel de rente op een lening kan stijgen, heb je vaak al een deel afgelost, waardoor de impact minder groot is. Op de lange termijn kan kopen voordeliger zijn.

Praktijkpand kopen: waar moet je op letten?

Een goede voorbereiding

Denk na over waar je over tien jaar wilt staan met je praktijk. Gebruik dit als leidraad om een wensenlijst (programma van eisen) voor je praktijkpand op te stellen. Overweeg factoren als:

  • Oppervlakte
  • Bereikbaarheid voor patiënten, medewerkers en leveranciers, en parkeergelegenheid
  • Uitstraling van het pand
  • Mogelijkheden voor (tijdelijke) verhuur
  • Uitbreidingsmogelijkheden

Kritische beoordeling van de aankoop

Zodra je een interessant praktijkpand hebt gevonden, start de beoordeling. Schakel een expert in om het pand en de staat van onderhoud te evalueren. Begin met een bedrijfsmakelaar en voeg een bouwkundig expert toe aan je team. Controleer of het pand aan de technische eisen voldoet en vraag de gemeente naar het bestemmingsplan. Onderzoek eventuele erfpacht en informeer welke vergunningen je nodig hebt voor je activiteiten.

Een pand bestaat uit meer dan alleen de vierkante meters. De haalbaarheid en mogelijkheden van je plannen hangen af van de specifieke eigenschappen van het pand. Belangrijke factoren zijn de vorm van het pand, de hoeveelheid daglicht en de toegankelijkheid. Deze elementen dragen bij aan het succes van je praktijk, maar kunnen ook knelpunten zijn die dat succes in de weg staan. Zorg ervoor dat je al deze aspecten zorgvuldig overweegt voordat je een beslissing neemt.

Extra kosten bij het kopen van een praktijkpand

Houd rekening met de taxatie van het pand, de kosten van een aankoopmakelaar en verbouwingskosten. Daarnaast kun je te maken krijgen met extra financieringskosten en overdrachtsbelasting. Vraag een accountant welke kosten je kunt meefinancieren. Naast de aankoopkosten moet je als eigenaar ook rekening houden met maandelijkse kosten, zoals een gebouwenverzekering en onroerendezaakbelasting (OZB).

Financiering die je moet regelen

Richt je ten slotte op de financiering die je wilt gebruiken om het praktijkpand te kopen. Stel een ondernemersplan op dat je plannen en ambities beschrijft. Vul dit aan met een financieringsplan (bekijk de ABN-AMRO exploitatie-begroting) waarin je uitlegt hoe je de rentebetalingen en aflossingen gaat doen.

Huren van een praktijkpand

Huren vraagt minder startkapitaal. De verhuurder doet meestal het onderhoud en je kunt makkelijker verhuizen als dat nodig is. Houd er wel rekening mee dat je bij een verhuizing opnieuw moet investeren.

Als je een pand huurt, kan de verhuurder de huurprijs elk jaar aanpassen aan de stijgende prijzen. Bij bedrijfsruimtes is deze jaarlijkse huurverhoging geen wettelijk recht, maar moet het in het huurcontract staan. Dit heet ‘periodieke indexering’. Hierbij stijgt de huur met een bepaald percentage, de huurindex, die gekoppeld is aan de consumentenprijsindex (CPI). De CPI wordt berekend en gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kies je voor huren? Maak dan goede afspraken met je verhuurder en laat het huurcontract controleren door een juridisch adviseur. Dit voorkomt onaangename verrassingen. Controleer ook welke afspraken er zijn over duurzame investeringen en energieverbruik. Denk vooruit als je de praktijk over enkele jaren wilt overdragen. Neem in het huurcontract op dat de huur tegen die tijd kan worden overgenomen door een andere huurder. Dit maakt het makkelijker voor je opvolger om het contract over te nemen.

Voor- en nadelen op een rij

Aspect Kopen Huren
Kosten op lange termijn Geen huurverhoging; investering wordt terugverdiend, wel kosten voor onderhoud eigen pand Huur stijgt door indexatie; investeringen bij verhuizing gaan verloren
Investeringen in aanpassingen Eenmalige kosten en onderhoudskosten; blijven in eigen bezit Terugkerende kosten bij elke verhuizing
Flexibiliteit Minder flexibel; lastig te verhuizen. Je kunt je praktijk wel helemaal naar eigen inzicht inrichten. Makkelijker op te zeggen
Onderhoud Zelf verantwoordelijk Onderhoud vaak voor de verhuurder, al zijn veel onderhoudskosten voor rekening van de huurder.
Rente/huurontwikkeling Rente kan stijgen, maar vaak deels afgelost Huur stijgt jaarlijks door indexatie

Tips voor het huurcontract

Als je huurt, zorg dat in het huurcontract is vastgelegd dat de verhuurder het contract niet zomaar kan opzeggen. Vraag ook of jij als huurder ‘het eerste recht tot koop’ krijgt als de verhuurder het pand wil verkopen. Een minimale looptijd van 5+5 jaar voor het huurcontract biedt stabiliteit en helpt je bij het regelen van financiering. Zo werk je samen aan een sterke financiële basis voor de toekomst van je praktijk.

Wat is de beste keuze?

Er is geen standaardantwoord op de vraag of je beter kunt kopen of huren. Overweeg je situatie goed. Als je met je praktijk lang op dezelfde plek wilt blijven, is kopen interessant. Je kunt investeren in aanpassingen en vermogen opbouwen. Als je net begint of flexibel wilt blijven, kan huren beter passen. Let wel op stijgende huurprijzen en terugkerende kosten bij verhuizen.

Het is belangrijk om een keuze te maken die bij jouw situatie en toekomstplannen past. Neem de tijd om alle opties te bekijken en maak een weloverwogen beslissing.

Door:

Arjan Wijnands CFP®, Sectorspecialist Medisch | Brancheteam Mondzorg & Dierenartsen

ABN AMRO Bank N.V. | Medical Business Clients & Professionals (BC&E), Sectorspecialisten Medische Beroepen

mobiel 06 -23 36 19 13, e-mail: arjan.wijnands@nl.abnamro.com

Wil je sparren of van gedachten wisselen over jouw specifieke situatie? Neem dan contact op met een van onze sectorspecialisten via deze link

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Klacht tegen tandarts vanwege endo-start tegen wil van patiënt in 400

Klacht tegen tandarts vanwege endo-start tegen wil van patiënt in

Een patiënt gaf aan dat als een endodontische behandeling nodig zou zijn, zij de kies wilde laten verwijderen. Bij een vervolgafspraak bleek dat cariës tot in de pulpa reikte en heeft de tandarts toch een endo-start uitgevoerd. Het tuchtcollege legt de tandarts hiervoor nu een maatregel op van een waarschuwing.

Situatie

De klaagster is bij de tandarts op consult geweest vanwege een pijnklacht. De tandarts constateerde aan de hand van een röntgenfoto dat er sprake was van secundaire cariës van element 46, mogelijk dicht bij de pulpa. Daarbij heeft de tandarts aangegeven dat er een wortelkanaalbehandeling nodig zal zijn als bij het verwijderen van de cariës de pulpa ook betrokken is. De klaagster heeft destijds aangegeven dat wanneer er een endodontische behandeling nodig zal zijn, dat zij dit niet wilde, maar dat zij de kies dan wil laten verwijderen. Bij de vervolgafspraak waarin de restauratie zal worden verwijderd bleek dat de cariës tot in de pulpa reikte en heeft de tandarts een endo-start uitgevoerd en de kies afgesloten met een tijdelijke restauratie. De tandarts heeft met de klaagster besproken dat zij de keuze had om de wortelkanaalbehandeling af te maken of de kies te verwijderen. De klaagster heeft een afspraak gemaakt voor extractie van de kies. De tandarts heeft de klaagster nog gezien voor nazorg na de extractie en een andere zorgvraag. Daarna is de klaagster overgestapt naar een andere tandarts.

Klacht

De klaagster verwijt de tandarts dat zij de behandeling van het maken van de röntgenfoto’s evenals de extractie van de kies als onprettig heeft ervaren. De klaagster geeft aan dat de tandarts haar heeft vastgehouden bij haar schouders en in de stoel heeft geduwd tijdens het maken van de foto en een agressieve en ruwe extractie heeft uitgevoerd.

Daarnaast verwijt de klaagster de tandarts voor het feit dat hij tegen haar wil een wortelkanaalbehandeling is gestart en er bij de extractie een holte van circa één centimeter in haar kaakbeen is ontstaan die is gaan ontsteken. De tandarts is van mening dat hij zorgvuldig en naar de wens van de klaagster heeft gehandeld.

Beoordeling

Het college kan niet vaststellen of de tandarts de klaagster met kracht in de stoel heeft geduwd en kan niet oordelen over bepaalde gedragingen van de tandarts. De klaagster en tandarts geven allebei andere lezingen aan over het verloop van de behandeling. Het tuchtcollege kan daarom niet bepalen wie er gelijk heeft. Het patiëntendossier geeft daarnaast geen aanleiding om te concluderen dat de tandarts agressief en ruw is geweest tijdens het extraheren. Deze klachten onderdelen worden daarom als ongegrond verklaard.

Het college geeft aan dat de tandarts na beoordeling van de bitewings al de inschatting had kunnen maken dat de cariës in de pulpa uitkwam, en gezien de wens van de patiënt voor de behandeling al met haar had kunnen afspreken om de kies te extraheren in het geval van exponatie van de pulpa. Daarnaast had de tandarts een solo röntgenopname kunnen maken, waarop te zien zou zijn dat er peri-apicale radiolucenties rondom de radices aanwezig waren die duiden op een ontsteking.

De tandarts heeft door het uitvoeren van de endodontische behandeling tegen de wil van de klaagster gehandeld, ook al deed de tandarts dit met goede bedoelingen. Dit klachten onderdeel is gegrond volgens het tuchtcollege.

Als laatste kan het college geen oordeel geven over de mogelijke gevolgen van het handelen van de tandarts wat betreft de ontstoken extractiewond, het klachtenonderdeel wordt als ongegrond verklaard.

Uitspraak

Het klachten onderdeel waaruit blijkt dat de tandarts tegen de wil van de patiënt in een endo-start heeft uitgevoerd is als gegrond verklaard. Het tuchtcollege legt de tandarts een maatregel op van een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Geld - rollen

Wat is een tandartspraktijk bij verkoop waard?

In de tandartsensector worden op het ogenblik veel praktijken door ketens opgekocht. Als je als tandarts overweegt om je praktijk te verkopen, waar moet je dan rekening mee houden? Hoeveel is bijvoorbeeld je praktijk waard en wat is het juiste moment om je praktijk te verkopen?

Veel overnames en fusies

Er vinden op het ogenblik veel overnames en fusies plaats in de tandartsensector. Volgens een marktanalyse van ABN AMRO Bank maakt 13% van de tandartspraktijken deel uit van een keten. Dit ten opzichte van 10% in 2021. Er zijn inmiddels meer dan 21 ketens actief, waarvan TopMondzorg en Colosseum Dental de marktleiders zijn. De bestaande ketens zijn vaak eigendom van private equity. Veel kleinere tandartspraktijken worden momenteel opgekocht door investeringsmaatschappijen. Zij brengen deze praktijken (soms in een formule) samen en verkopen het geheel vervolgens aan een grotere investeringsmaatschappij of een strategische partij. Ook zijn er op de tandartsenmarkt particuliere initiatieven, regionale samenwerkingsverbanden, nieuwe private equity bedrijven en internationale investeringsmaatschappijen actief. In onderstaand overzicht is weergeven welke private equity bedrijven met bijbehorende ketens zich op de tandartsmarkt begeven.

wat is tandartspraktijk waard 2

Prijs van een tandartspraktijk

De prijs die voor een tandartspraktijk wordt betaald is van heel veel factoren afhankelijk. Uitgangspunt voor de waarde van een bedrijf is de ‘EBITDA’: Earnings before Intrest, Taxes, Depreciation and Amortization, dat wil zeggen het operationele bedrijfsresultaat van de praktijk. Voor (middel)grote praktijken wordt op het ogenblik 5 tot 7 keer de EBITDA betaald. Voor een grote keten van praktijken zelfs 10 keer de EBITDA of meer.
Voor kleinere praktijken (minder dan € 500.000 omzet per jaar) gelden lagere richtprijzen, omdat de koper daarbij grotere risico’s loopt. De richtprijzen bedragen hierbij 1,5 tot 4 keer de operationele winst.

 Rekenvoorbeeld

De waarde van de aandelen van een praktijk wordt volgens het ‘cash and debt-free’ principe bepaald, dat wil zeggen dat eerst wordt berekend wat de praktijk waard is en dat daarna de rentedragende schulden die mee worden verkocht er vanaf worden getrokken.

tandartspraktijk verkoop 1

Valuedrivers van een tandartspraktijk

De waarde van een praktijk is dus afhankelijk van de EBITDA, maar daarbij wordt altijd gekeken wat de toekomstverwachtingen voor de praktijk zijn. Deze zijn afhankelijk van de zogenaamde ‘valuedrivers’: factoren die de waarde van een onderneming bepalen of beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn de vestigingsplaats, het patiëntenbestand, de omzet en het praktijkmanagement.

Vestigingsplaats, patiëntenbestand en omzet

De vestigingsplaats is van groot belang: is er sprake van bevolkingsgroei en hoe staat het met de concurrentie? Het aantal inwoners per 1 FTE tandarts, de tandartsratio kent namelijk grote regionale verschillen. Noord-Holland heeft bijvoorbeeld een ratio van 1.340, terwijl Zeeland 2.505 inwoners per tandarts telt. Als de mogelijkheid er is om in de regio veel overnames te doen, dan is dat interessant voor een investeerder. Ook de opbouw van het patiëntenbestand speelt mee (onder andere de leeftijdsopbouw, soort behandelingen en mate van persoonlijke binding met de praktijk) en de omzet per patiënt. De gemiddelde omzet per patiënt lag in 2024 in Nederland tussen de €220 en €250. Om een grote praktijk te vormen zijn dus twee à drie tandartsen nodig of er moet samengewerkt worden met een multidisciplinair team op het gebied van tandheelkunde, preventie, mondhygiëne en eventueel tandtechniek.

Praktijkmanagement

Verder is erg belangrijk hoe de praktijk wordt gerund. Een sterk management is van positieve invloed op de verkoopprijs. Voor een koper is het niet positief wanneer de tandarts zelf voor de meeste omzet zorgt. Als deze dan na de overname minder uur gaat werken, zal dit tot hogere kosten leiden.
De inzet van nieuwe machines, technieken en software en een optimale manier van plannen en inkopen kan zorgen voor een hoge omzet per patiënt. Als dit niet het geval is, leidt dit tot een lagere verkoopprijs. De koper kan dan echter wel gemakkelijk na de aankoop de efficiency en de winst verhogen.
Ook van belang zijn goede arbeidsomstandigheden, waardoor tandartsen en overige medewerkers voor langere tijd aan de praktijk verbonden blijven. Een evenwichtige leeftijdsopbouw en goed kennisniveau verhogen ook de waarde van de praktijk.

Wanneer verkopen?

Wanneer je als tandarts het beste je praktijk kunt verkopen, hangt van heel veel aspecten af. In de eerste plaats zijn er natuurlijk persoonlijke overwegingen die bijvoorbeeld verband houden met leeftijd en ambitie. Daarnaast kunnen zakelijke motieven een rol spelen.
Op het ogenblik is het overnameklimaat erg gunstig. Doordat de rente laag is, is het goedkoop om geld te lenen voor een overname. De ketenvorming brengt met zich mee dat er veel gegadigden zijn. Als de ketens eenmaal voldoende schaalgrootte en regionale dekking hebben bereikt, zullen ze waarschijnlijk minder bereid zijn om een hoge prijs voor nieuwe praktijken te betalen.

Als tandarts zou het aantrekkelijk kunnen zijn om zelf een of twee praktijken er bij te kopen en deze dan later weer samen met de eigen praktijk te verkopen. De verkoopprijs voor grotere praktijken is immers relatief hoger.
Bij de verkoop van een praktijk zal altijd een afweging moeten plaatsvinden van financiële, fiscale en persoonlijke argumenten.

Fiscale en juridische zaken

Als je plannen hebt om de praktijk te verkopen, dan is het verstandig om ruim van te voren (dat wil zeggen meer dan zes jaar) de hulp in te roepen van een fiscaal specialist. Deze kan dan beoordelen wat er geregeld moet worden voordat de praktijk verkocht kan worden. Vooral het onroerend goed kan van invloed zijn op de verkoop van de praktijk. Is de bedrijfsruimte gehuurd of eigendom? En als het eigendom is: heeft de tandarts het in privé, in zijn holding of in de werkmaatschappij? En is bij een praktijk aan huis de praktijk los te koppelen van de woonruimte? Wat betekent in dat geval het verhuren van de praktijk voor de waarde van het woonhuis?
Daarnaast moet er ook gekeken worden naar andere zaken zoals de beloning van de tandarts en eventueel echtgenoot of echtgenote en de overeenkomsten met tandartsen die zelfstandig in de praktijk werken.

Verkoopvoorwaarden

Als je besluit om je praktijk te verkopen, dan kun je dat onder verschillende voorwaarden doen. Als je voor de hoogste prijs gaat, dan krijg je vaak te maken met een ‘earn-out’. Dit houdt in dat een deel van de prijs afhankelijk is van de winst. De verkopende tandarts moet dan een aantal jaar in de praktijk blijven werken.  De verkopende tandarts kan bij de verkoop ook een (minderheids)participatie in de holding van de tandartsenketen krijgen. Als de praktijk dan wordt weer wordt doorverkocht, dan kan hij of zij daarvan meeprofiteren. De tandarts moet zich dan wel kunnen voegen naar de keten en hier vertrouwen in hebben. Vaak zal de tandarts het echter als prettig ervaren als de zorg voor personeel, planning en administratie wegvalt. Als je voor een keten gaat werken, dan spelen de beloning en de arbeidsvoorwaarden ook een belangrijke rol bij de verkoopvoorwaarden.

Door:
Aeternus, Corporate finance 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Wtza Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Wtza | Uitstel jaarverantwoording aanvragen vóór 1 april

Veel eerstelijns mondzorgaanbieders zien de verplichte jaarverantwoording als de zoveelste regeldrukverhoger. Het blijkt niet eenvoudig om tijdig aan de verplichting te kunnen voldoen. Daarom kwam toezichthouder NZa eind vorig jaar met weer een nieuwe uitstelmogelijkheid. De derde regeling inmiddels. Deze blijkt nog erg onbekend en het online-aanvraagformulier voor het uitstel is niet erg gebruiksvriendelijk. Tijd voor een praktische invulhulp dus. U vindt deze, na een korte introductie, in dit artikel.

Jaarverantwoording vanuit de Wtza

Sinds 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) van kracht. Naast de meldings-, vergunnings- en toezichtplicht vloeit uit deze wet een jaarlijkse verantwoordingsplicht voor zorgaanbieders voort. Deze verantwoordingsplicht geldt als de zorgaanbieder Zvw- of Wlz-zorg verleent of subsidie van VWS ontvangt én zorgverleners voor zich heeft werken, in welke vorm dan ook. Ook een zzp’er die werkt vanuit een rechtspersoon is jaarverantwoordingsplichtig.

Deze jaarverantwoording bestaat uit een aantal vragen over de zorgaanbieder en een financiële verantwoording over de activiteiten. De exacte invulling hangt af van de omvang en rechtsvorm van de zorgaanbieder.

Problematiek deels nog overeind

Al voor inwerkingtreding was duidelijk dat de jaarverantwoordingsplicht problemen ging veroorzaken. Een deel daarvan, zoals de verplichte accountantsverklaring en openbaarmaking van de verantwoording voor kleine zorgaanbieders, is na veel uitgeoefende druk inmiddels van de baan. Een ander deel van de problematiek bestaat echter nog steeds. Het belangrijkste punt is daarbij de aanleveringsdeadline, te weten 1 juni na afloop van het boekjaar waarover de zorgaanbieder verantwoording moet afleggen. Veel eerstelijns mondzorgpraktijken maken gebruik van de diensten van in de zorg gespecialiseerde administratie- en accountantskantoren. Deze kantoren hebben normaliter het hele jaar nodig om al het ‘jaarwerk’ af te ronden. Nu moet dit werk dus al in de loop van mei af zijn, voor ál hun klanten. Dat is niet reëel.

Derde uitstelregeling

Samen met andere partijen heeft VvAA zich stevig ingespannen om dit in Den Haag zichtbaar te maken. Men zag dat uiteindelijk in: tot tweemaal toe werd een uitstelregeling in het leven geroepen. In het eerste jaar een uitstel van de deadline tot het einde van het jaar en daarna een vrijstelling, voor de boekjaren 2022 en 2023. Deze laatste regeling werd bekend als ‘de pauzeknop van minister Helder’. Beide waren verbazingwekkend genoeg tijdelijke regelingen, terwijl het probleem toch duidelijk structureel van aard is. Alle jaarverantwoordingsplichtigen moesten hierdoor, nu de pauzeknop inmiddels niet meer ingedrukt is, over 2024 alsnog voor het eerst hun jaarverantwoording afleggen, vóór 1 juni 2025. Toezichthouder NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) zag de bui al hangen en vaardigde eind vorig jaar op de valreep nog een beleidsregel uit.

Nu zelf aanvragen

Deze beleidsregel maakt het mogelijk uitstel te verlenen aan een zorgaanbieder op basis van het feit dat deze voor het eerst zijn jaarverantwoording moet aanleveren. Hiermee is dus de derde uitstelregeling voor deze (grote) groep zorgaanbieders geboren. Deze keer een individuele uitstelmogelijkheid waarbij de zorgaanbieder zelf een uitstelverzoek moet doen. En, … wederom een tijdelijke maatregel. Dat is teleurstellend, maar hopelijk biedt deze regeling uiteindelijk ruimte om ook tot een definitieve, structurele oplossing te komen. Hier blijft de inzet op gericht. Hierover vindt overleg plaats met VWS en de NZa.

Aanvraag vóór 1 april

Bent u een zorgaanbieder die in 2025 voor het eerst moet verantwoorden (over boekjaar 2024)? U kunt dan nu, tot uiterlijk 31 maart, een verzoek indienen tot ‘uitstel bij bijzondere omstandigheden aanleveren jaarverantwoording’ met het daarvoor bestemde digitale formulier van de NZa. De toezichthouder verleent u het uitstel in dit geval automatisch tot 31 december 2025. U kunt ervanuit gaan dat uw dienstverlener dan voldoende tijd heeft om het financiële deel van uw verantwoording voor u voor te bereiden.

Let op: doe uw aanvraag vóór 1 april 2025, zodat de NZa uw uitstelverzoek voor het boekjaar 2024 daadwerkelijk in behandeling neemt.

Korte invulhulp

Hoewel er op verzoek van VvAA en Van helder accountancy inmiddels een aantal verbeteringen is doorgevoerd, blijkt het formulier nog niet overal even duidelijk. Een korte invulhulp:

  • Na het invullen van uw zorgaanbiedersgegevens start u met aan te geven dat u voor het boekjaar 2024 voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig bent (‘Ja’).
  • Bij het veld Reden verzoek bevestigt u dit vervolgens door te kiezen voor optie 3 (‘Ik ben voor het eerst jaarverantwoordingsplichtig’).
  • Bij Toelichting op de aanvraag verwijst u naar de beleidsregel die de uitstelmogelijkheid regelt (‘Beleidsregel Uitstel jaarverantwoording TH BR-039’).
  • Bij het Bijlageveld hoeft u in dit geval géén document te uploaden (dit is geen verplicht veld meer).

Over de begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid zijn we nog in overleg met de NZa, mogelijk dat de toezichthouder het formulier binnenkort nog verder verduidelijkt.

Let op: vul het formulier op de juiste wijze in, zodat uw uitstelverzoek niet nog een onnodige inhoudelijke beoordeling krijgt, maar dat de NZa u automatisch uitstel verleent.

Vragen eigen situatie

Vragen over het aanleveren van uw jaarverantwoording en over het aanvragen van uitstel daarvoor stelt u aan uw (belasting)adviseur.

Door: drs. ing. Erik M. van Dam, senior adviseur kennismanagement en onderzoeker bij VvAA

Lees meer over: Afvalverwerking, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen, Wet- en regelgeving
prijs, geld

Geen BTW-vrijstelling waarnemingsvergoeding voor tandartsenmaatschap

De waarnemingsvergoedingen die tandartsenmaatschap X ontvangt voor spoeddienstwaarneming, vallen niet onder de medische BTW-vrijstelling. Dat heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld.

Een maatschap van vijf tandartspraktijken biedt tandheelkundige spoedzorg buiten reguliere openingstijden. Voor deze spoeddiensten ontvangt de maatschap een vergoeding van de aangesloten tandartspraktijken. Patiënten sluiten daarbij een aparte overeenkomst met de maatschap voor hun behandeling en betalen direct na afloop.

In hoger beroep was de vraag of deze waarnemingsvergoedingen vrijgesteld zijn van BTW. Het Hof heeft geoordeeld dat dit niet het geval is. De spoedbehandelingen en de waarnemingsdiensten vormen twee afzonderlijke rechtsbetrekkingen met verschillende afnemers. Hierdoor zijn het volgens het Hof twee aparte diensten en niet één ondeelbare prestatie.

De waarnemingsvergoeding heeft volgens het Hof geen directe betrekking op de bescherming van de gezondheid of de genezing door middel van diagnose en behandeling. Daarom is de medische BTW-vrijstelling hier niet van toepassing. Ook de beroepen van de maatschap op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werden verworpen. Het hoger beroep is daarmee ongegrond verklaard.

Bron:
Hof Arnhem-Leeuwarden

Lees meer over: Afvalverwerking, Financieel, Ondernemen, Richtlijnen, Röntgen en beeldsystemen
Preventieve instructievideo 400

Preventieve instructievideo’s

Veel patiënten weten niet precies hoe ze hun tanden moeten poetsen met een elektrische tandenborstel, ongeacht hun leeftijd. Hoewel elektrisch tandenpoetsen effectiever is dan poetsen met een handtandenborstel, moet de tandenborstel op de juiste manier worden gebruikt om tandplak te voorkomen.

Bruikbare video’s over het gebruik van een elektrische tandenborstel ontbraken volledig, terwijl dit tegenwoordig de standaard is in de meeste mondzorgpraktijken. Daarom heeft Jan Henk van De Lieve Tandarts het initiatief genomen om deze video’s met Laurea Socials in co-productie te ontwikkelen.

Preventieve instructievideo’s voor iedereen

Om bij te dragen aan betere mondgezondheid en om misverstanden over poetsgewoonten te verhelpen, zijn er drie preventieve instructievideo’s ontwikkeld. Deze video’s richten zich op:

  1. De beste poetsinstructies met de focus op de drie B’s: binnenkant, bovenkant en buitenkant.
  2. Het juiste gebruik van flosdraad, ragers en stokers.
  3. De gevolgen van tandplak en het belang van preventieve mondzorg.

“Met deze video’s willen we zowel patiënten als zorgverleners ondersteunen met praktische handvatten en betrouwbare kennis over mondgezondheid, zodat deze toegankelijk is voor iedereen,” aldus De Lieve Tandarts en Laurea Socials.

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, Video | Podcast, ZZP-er