NVM-mondhygiënisten Hoofdlijnenakkoord

NVM-mondhygiënisten: Hoofdlijnenakkoord zet in op preventie, maar nog geen concrete oplossingen voor de mondzorg

NVM-mondhygiënisten ziet veel waardering in het Hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB van de voor de professionals in de zorg en de gezondheidszorg. Loes Velthoven-Verlinden, voorzitter NVM-mondhygiënisten: “Deze woorden zijn mij uit het hart gegrepen. Gezondheidszorg is van onschatbare waarde”. Respect voor de zorgprofessionals staat centraal. Ook wordt de focus op preventie en de toegankelijkheid van de zorg benadrukt, maar concrete plannen voor de financiering en realisatie hiervan in de mondzorg ontbreken.

Toegankelijkheid van de preventieve mondzorg

NVM-mondhygiënisten is bereid om hier binnen de krappe financiële kaders mee te denken. De toegankelijkheid van de preventieve mondzorg kan sterk verbeterd worden door drie concrete en snel in te voeren maatregelen, waardoor minder mensen de mondzorg mijden of ontberen. En dat levert op termijn gezondheidswinst op en gezondere monden.

  • Consultatiebureau
    Preventieve mondzorg vanaf het eerste tandje door mondhygiënisten op het consultatiebureau. Hierdoor wordt voorkomen dat veel kinderen op jonge leeftijd gaatjes hebben.
  • Instemmen met het Experiment tijdelijk zelfstandige bevoegdheid op de voorbehouden handelingen
    Ten tweede: Instemmen met het Experiment tijdelijk zelfstandige bevoegdheid op de voorbehouden handelingen boren, verdoven en röntgenfoto’s maken. Hierdoor worden tandartsen ontlast, kunnen zij aan de slag met complexe curatie en worden mondhygiënisten effectiever en efficiënter voor de patiënt ingezet.
  • Hernieuwde aandacht in publieke gezondheid
    Ten derde moet mondzorg hernieuwde aandacht krijgen in de publieke gezondheid, bijvoorbeeld door doelgroepgerichte voorlichting, informatievoorziening aan hulpverleners, en mondzorg als onderdeel van de preventieketens.

Problemen arbeidsmarkt zorg niet vergroten

“Mondhygiënist is een prachtig beroep en zeer veel mensen willen hiervoor opgeleid worden. De behoefte aan preventieve mondzorg is groot, maar de opleidingscapaciteit moet uitgebreid worden, Het aanscherpen van de criteria op basis waarvan iemand als zzp’er kan werken (wet Vbar) – om zo schijnzelfstandigheid te voorkomen onderschrijven we als NVM-mondhygiënisten. Maar er moet wel aandacht blijven voor de situatie piek, ziek en uniek in de mondzorg. Gaten die nu vallen in de roosters kunnen nu alleen door zzp’er opgelost worden, de wet Vbar moet niet overhaast en ongenuanceerd ingevoerd worden”, aldus Loes Velthoven-Verlinden.

“Een gezonde mond staat niet los van een goede gezondheid. Samenwerking tussen zorgprofessionals en overheid is nodig voor een mondgezonde generatie. Belangrijk is dan dat besluiten zoals het Experiment tijdelijke zelfstandige bevoegdheid mondhygiënist, mondhygiënisten op het consultatiebureau en meer opleidingsplaatsen voor mondhygiënisten snel genomen worden.”

Lees meer over: Ondernemen, Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z, ZZP-er
zzp'er

Hoofdlijnenakkoord nieuwe kabinet: plannen beperking aantal zzp’ers doorzetten

De nieuwe coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB streeft naar meer vaste contracten voor werknemers. Daartoe wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
(VBAR) voortgezet. Dit staat in het Hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, Lef en Trots’ dat deze vier partijen hebben gesloten. Daarin staan de belangrijkste beleidsvoornemens van de nieuwe coalitie.

Wet Vbar

Begin oktober publiceerde minister Van Gennip het Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet Vbar), een voorstel voor de nieuwe zzp-wet.

Een korte samenvatting van het voorstel voor de Wet Vbar

  • Structurering van de beoordeling ‘werken in dienst van’ (o.b.v. hoofdelementen).
  • Nadere verduidelijking van deze elementen (o.b.v. limitatieve indicaties).
  • Toetsing door de hoofdelementen van gezag:
    A. Werkinhoudelijke aansturing
    B. Organisatorische inbedding
  • Toetsing van het werken voor:
    C. Eigen rekening en risico

Wegen de gezagselementen zwaarder dan het werken voor eigen rekening en risico (A. e/o B. > C.)? Dan is er sprake van een dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) en dus geen zelfstandigheid voor de zzp’er. Pas bij een ‘gelijkspel’ wordt gekeken of de zzp’er zich ook breder, buiten de betreffende arbeidsrelatie, als ondernemer gedraagt (C+).

  • Rechtsvermoeden (ofwel: omgekeerde bewijslast) van een dienstbetrekking bij uurtarief van maximaal €32,24.

Lees het eerdere artikel over de Wet Vbar

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Begin 2024 maakte de IGJ bekend dat zowel leveranciers van medische hulpmiddelen als zorgprofessionals zich niet altijd houden aan de regels over ‘gunstbetoon’. Om die reden heeft de IGJ, naar aanleiding van inspectiebezoeken, waarschuwingen en boetes opgelegd aan zowel leveranciers als zorgprofessionals. Ook in de mondzorg gelden deze regels over gunstbetoon.

Wat is gunstbetoon?

Kort en goed samengevat wordt met het verbod op gunstbetoon geregeld dat in principe geen geld, diensten of goederen mogen worden aangeboden en ontvangen met het doel om het gebruik van een geneesmiddel of de verkoop van een medisch hulpmiddel te bevorderen.

In 2022 heeft de minister van VWS een nieuwe beleidsregel gepubliceerd met betrekking tot het verbod op gunstbetoon. De beleidsregel geeft nadere invulling aan de bepalingen over gunstbetoon in de Wet medische hulpmiddelen (“de Wmh”) en de Geneesmiddelenwet (“de Gnw”) die een verbod stellen op gunstbetoon. Het verbod geldt voor alle partijen die een commercieel belang hebben bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of geneesmiddel, zoals leveranciers en fabrikanten. Het verbod geldt daarnaast voor de ontvangers: dat kan iedereen zijn die beroepsmatig invloed heeft op de keuze voor een medisch hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld zorgaanbieders. Het verbod op gunstbetoon werkt twee kanten op: enerzijds mag de gever het geld of goed niet geven, anderzijds mag de ontvanger dit niet aannemen.

In de mondzorg komen mondzorgverleners regelmatig in aanraking met hulpmiddelen en geneesmiddelen: van implantaten en vulmaterialen tot antibiotica en pijnmedicatie.

Zijn er uitzonderingen?

Het uitgangspunt is dat gunstbetoon verboden is. Hierop zijn wettelijke uitzonderingen geformuleerd. Zo:

  • is de vergoeding van deelnamekosten aan bijeenkomsten toegestaan, zolang deze kosten strikt noodzakelijk zijn,
  • is gunstbetoon in de vorm van dienstverlening toegestaan, indien de vergoeding redelijk in verhouding staat tot de diensten en een en ander schriftelijk wordt vastgelegd. Daarnaast moet het relevant zijn voor de leverancier of beroepsuitoefening,
  • zijn geschenken van geringe waarde die relevant zijn voor de beroepsuitoefening toegestaan, bijvoorbeeld medische boeken als geschenk. Een boek is meestal van geringe waarde en relevant voor de beroepsuitoefening. Het uitgangspunt hierbij is maximaal €50 per keer en maximaal €150 per jaar,
  • zijn kortingen en bonussen bij inkoop van medische hulpmiddelen onder voorwaarden toegestaan. Kortingen en bonussen zijn niet ongebruikelijk bij de inkoop van deze genees- en hulpmiddelen.

Controle door IGJ (ook binnen de mondzorg)

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: “de IGJ”) controleert of het verbod wordt nageleefd en heeft op grond van de wet de bevoegdheid bestuursrechtelijke maatregelen (denk aan een waarschuwing of een aanwijzing of een boete) op te leggen indien dat niet het geval blijkt te zijn. Recent heeft de IGJ diverse inspecties uitgevoerd bij 9 leveranciers van medische hulpmiddelen, waaronder ook een leverancier voor tandheelkunde, waarbij onder meer is gebleken dat een aantal leveranciers de regels onvoldoende nakwamen. De IGJ heeft om die reden handhavend opgetreden.

De bevindingen van dit onderzoek zien voornamelijk op de verplichte dienstverleningsovereenkomsten (hierna: ‘DVO’). Volgens de IGJ bleek een DVO in bepaalde gevallen te ontbreken of bleek de inhoud ervan onvolledig. Zo constateerde de IGJ dat wanneer een DVO wél was gesloten, deze niet altijd alle verplichte onderdelen bevatte zoals de aard, duur, omvang van de dienst, het te bereiken resultaat, het doel en welk deel van de betaling als vergoeding voor de dienst fungeerde en welk deel als onkostenvergoeding werd beschouwd. Daarnaast werden in een aantal onderzochte DVO’s de gedane betalingen niet altijd gespecificeerd. Een andere belangrijke conclusie van de IGJ is dat niet alle leveranciers en zorgprofessionals zich in de DVO’s houden aan de maximum uurtarieven die gelden voor de verschillende soorten zorgprofessionals (op grond van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen).

De IGJ heeft reeds aangegeven het toezicht de komende periode uit te zullen breiden. Voor zorgprofessionals of zorginstellingen zal de focus met name liggen op ontvangen betalingen door leveranciers, net als op de onderliggende documenten.

Waar kunt u opletten?

Nu uit het recente onderzoek van de IGJ blijkt dat de regels ten aanzien van gunstbetoon onvoldoende werden nageleefd én de IGJ om die reden heeft aangegeven nader onderzoek te zullen uitvoeren en in dat kader bestuursrechtelijke maatregelen kan opleggen, is het verstandig de werkwijze omtrent gunstbetoon in uw praktijk nog eens onder de loep te houden.

Maximale bedragen

Daarbij is het allereerst verstandig om te kijken of uw organisatie voldoet aan de ‘uitzonderingen’ (zoals de uitzonderingen die hierboven zijn weergegeven) indien sprake is van gunstbetoon. Denk aan de maximale bedragen voor het aannemen van geschenken.

Bonussen en kortingen

Bij bonussen en kortingen in het kader van de inkoop van medische hulpmiddelen – die in principe zijn toegestaan – geldt dat het verstandig is na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden voor het aannemen van deze bonussen en kortingen. Zo moeten deze bonussen en kortingen uitdrukkelijk schriftelijk tot uitdrukking worden gebracht en moeten de bonussen en kortingen worden verrekend met de (rechts)personen die rechtstreeks partij zijn bij de handelstransactie.

Cursussen en congressen

Daarnaast valt te denken aan een controle op de voorwaarden voor het op kosten van een leverancier van hupmiddelen deelnemen aan cursussen of congressen; dat kan alleen indien de kostenvergoeding puur ziet op de gemaakte kosten om aan het congres deel te nemen en indien het programma ook inhoudelijk aan bepaalde voorwaarden voldoet.

DVO

De mondzorgverlener die diensten verricht voor een leverancier van medische hulpmiddelen, doet er daarnaast verstandig aan om te controleren of een DVO gesloten is en zo ja, of die aan de voorwaarden voldoet. Uit de informatie van de IGJ volgt dat de DVO in de onderzoeken van de IGJ een voornaam punt van aandacht zijn en dat de IGJ daar met nadruk op let.

Door:
mr. Chara van Noort – advocaat, zorgmakelaar en juridisch adviseur bij Eldermans|Geerts

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Drie effectieve strategieën om met no-shows en afzeggers om te gaan

Drie effectieve strategieën om met no-shows en afzeggers om te gaan

Het op korte termijn afzeggen van afspraken door patiënten is één van de grotere ergernissen in de praktijk. Een lege plek in de agenda is helemaal zonde als je weet dat veel patiënten graag snel langs zouden willen komen. Maar het leven is nu éénmaal druk en patiënten maken daarom, net als wij, soms een keuze om een andere afspraak voorrang te geven. Of het nu om overmacht gaat of niet, niet nagekomen afspraken leveren het (receptie)team veel stress en extra werk op. Onthoud de drie tips uit dit artikel voor meer controle over de agenda.

Probeer eerst de afspraak te redden

Een afspraak niet na willen komen is vaak een keuze. Die keuze kan nog worden beïnvloed als iemand de waarde van de afspraak beter beseft. Hoe doe je dat?

Maak altijd een notitie

Noteer het als iemand op korte termijn (bijvoorbeeld 1-2 dagen) de afspraak verplaatst. Wanneer een patiënt dan belt, kun je op de kaart meteen de historie van afzeggingen zien en welk type afspraak er gepland staat. Dat is een goed aanknopingspunt voor het gesprek. Dat betekent niet dat je meteen een rekening moet sturen, maar het biedt inzicht in hoe frequent het voorkomt. Noteren kan bijvoorbeeld met de codering PAMB (Patiënt Afwezig Met Bericht), C90, of uitgebreider met C911 (reden ziekte), of C912 (reden werk) etc.

Benoem de gevolgen van het verplaatsen voor de patiënt

Als de patiënt niet ernstig ziek is en er is geen sprake van overmacht, geef dan altijd aan dat het verplaatsen van een afspraak mogelijk gevolgen heeft voor de mondgezondheid. Vaak zie je ook dat patiënten een afspraak laten staan als ze beseffen hoe lang het duurt voordat er weer plek is in de agenda.

Benoem de impact op de praktijk

Een sociale norm heeft altijd een sterkere uitwerking dan een financiële norm. Wijs de patiënt daarom ook op de gevolgen voor het team (‘We hebben altijd veel werk om de agenda’s weer op orde te krijgen’), of voor de patiënten (‘Andere mensen hadden graag dit plekje gehad, als we dit eerder wisten’).

Een vergoeding vragen voor een no-show

Als je niet op tijd kunt zijn voor een voorstelling in het theater, of voor het halen van een vlucht dan is dat jouw eigen verantwoordelijkheid als consument. Je betaalt het volledige ticket, zonder compensatie. In de mondzorgpraktijk vinden we dit vaak een lastig onderwerp. Vaak is er wel een duidelijk idee over, maar uit de cijfers blijkt vervolgens dat het zelden ook zo wordt uitgevoerd.

Wanneer vraag je een vergoeding?

Spreek goed af binnen de praktijk wanneer je een vergoeding vraagt, zodat je onduidelijk beleid voorkomt. Stuur je een nota bij het verplaatsen van de afspraak voor morgen? Of doe je dit alleen als de plek leeg blijft? En doe je dit bij de eerste keer meteen, of na twee keer waarschuwen? En wanneer is precies een tweede keer? Ook belangrijk: krijgt iemand na verloop van tijd weer een schone lei?

Hoe hoog is de vergoeding?

De meest gebruikte bedragen zijn één, of twee euro per minuut. Sommige praktijken hanteren bij de tweede keer afzeggen, één euro per minuut en bij de derde keer, twee euro per minuut. Wat je ook doet, het belangrijkste is dat je consequent bent. Patiënten hebben een fijne neus voor mogelijkheden om te onderhandelen en ongelijke behandeling van gelijke gevallen levert altijd veel irritatie op.

Vul de plek snel in met een ‘snel-bellenlijst’

Als er morgen een uur uitvalt, is het fijn als je een lijst hebt van patiënten die je snel kunt bellen voor een afspraak. Zo’n lijst bevat de naam van de patiënt, de voorkeur voor de behandelaar, het type behandeling en de datum dat de patiënt al een afspraak heeft staan. Het is dus meer dan een spoedlijst. Hoe meer mensen op de lijst staan (ook die geen spoed zijn, maar wel eerder willen), hoe groter de kans om de lege plek te vullen.

Samenvattend is het belangrijk dat je voor niet nagekomen afspraken een goed no-show beleid hebt. Het eerste wat je moet doen als iemand belt om een afspraak te verzetten, is kijken of dat wel echt nodig is. Zeker 30% van de afspraken gaat met een goede aanpak gewoon door. Heb je toch morgen een gat in de agenda? Zorg dan dat je een lijst hebt waarop mensen staan die snel terecht willen in de praktijk.

Door: Alexander Tolmeijer, van Dentiva

Met Snelterecht, een nieuw programma van Dentiva, stuur je een groep patiënten snel en eenvoudig een persoonlijk whatsapp bericht voor vrijgekomen plekken, in plaats van ze individueel te moeten bellen. Lees hier meer over Snelterecht

Lees meer over: Management, Ondernemen
Remko van der Ploeg 400 x 230

Podcast: De handrem erop door onzekerheid – Remko van der Ploeg

De mondhygiënist die bij Remko van der Ploeg een online sparringsessie “vragen(v)uurtje” had geboekt, twijfelde enorm hoe ze moest omgaan met dingen die haar voorgangster voor haar had achtergelaten. Hoe ga je daarmee om?

Ze had onlangs een praktijk overgenomen en liep er tegenaan dat er korting was gegeven op de tarieven. Hoe ga je daarmee om? Dat, en nog een paar andere voorbeelden, vertelt Remko in deze podcast.

 

Beluister de podcast

Remko van der Ploeg, Secondent – individuele begleiding bij de start of overname van een praktijk.

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Het Tandenhuis

Het Tandenhuis opende zijn deuren in Hoef en Haag

Op 2 januari is er in Hoef en Haag een nieuwe praktijk geopend, het Tandenhuis. Leslie van Oostenbrugge, een van de praktijkhouders, vertelt hoe dit is gelopen en hoe zij het ervaarde. Van Oostenbrugge heeft in één pand de tandartspraktijk (Het Tandenhuis), de orthodontiepraktijk (Het Orthohuis) en de praktijk voor mondhygiëne gehuisvest.

Hoef en Haag is een dorp in aanbouw aan de Lek. Van Oostenbrugge is hier haar praktijk begonnen, omdat Hoef en Haag haar als compleet nieuw dorp aantrok. Ze wilde alle nieuwe bewoners lieve mondzorg bieden, vertelt ze. “Het is een unieke kans om een dorpspraktijk te bouwen”. Het stond misschien niet op de planning, maar het idee om een eigen praktijk daar te open groeide naarmate het dorp groeide. Van Oostenbrugge vertelt dat de start van de praktijk als zeer goed is ervaren.” We zijn ontzettend lief door de bewoners welkom geheten! Dat voelt zo fijn”. Het hele team bruist van enthousiasme en energie. Dat is ook fantastisch, gaat ze verder.

Het Tandenhuis

Locatie

Over de locatie zei Van Oostenbrugge dat het gewoon naar haar toe kwam. “Een volledig nieuw dorp wat op 3 kilometer van mijn huidige praktijk in Vianen is gesitueerd. Er was nog geen tandarts gevestigd maar wel veel animo van tandartsen om daar te komen werken”. Perfect dus volgens Van Oostenbrugge. Het moeilijkste was een ruimte te vinden. Uiteindelijk kwam ook deze vanzelf op haar af. Bewoners van het huis, waar nu de praktijk zit, gingen verhuizen. Het mooie was, dat er op deze woning een bestemmingsplan en vergunning voor een praktijk aan huis was. De opening heeft Van Oostenbrugge als zeer goed ervaren. “Door het enthousiasme van het dorp en het team vielen alle kwartjes op de juiste plekken”.

Praktijk

Van Oostenbrugge is naast praktijkhouder ook nog actief aan de behandelstoel. Een uitdaging maar iets wat ze graag doet. “Het mooie nieuwe is om een mentorrol voor de jonge tandartsen, mondhygiënisten en andere medewerkers te mogen vervullen! Wanneer je hen alle vertrouwen geeft groeit er iets prachtigs”. In totaal werken er twee tandartsen en vijf baliemedewerksters bij het Tandenhuis.

Team Hoef en Haag

Toekomst

Toekomstplan van Van Oostenbrugge is om de praktijk prachtig op te bouwen. “Uniek is om orthodontie, tandheelkunde en mondhygiëne onder 1 dak te mogen realiseren voor en in dit dorp en verre omstreken”. Op de begane grond zijn twee stoelen: een voor de tandarts en een voor de mondhygiënist. Zij werken voor het Tandenhuis Hoef en Haag. Op de eerste etage zijn twee stoelen vóór orthodontie gerealiseerd vanuit het Orthohuis. Een prachtige combinatie volgens Van Oostenbrugge. Wat ze beginnende praktijkhouders wil meegeven is vertrouwen hebben in je team en jezelf.

“Het starten begint met een verlangen!”

Leslie van Oostenbrugge

Leslie van Oostenbrugge

Wil je ook op dentalinfo.nl met collega’s delen hoe de start van je praktijk verliep? Mail naar info@dentalinfo.nl We stemmen graag met je af.

Lees meer over: Management, Ondernemen
Tuchtrecht Klacht tegen collega tandarts leidt tot berisping

Tuchtrecht: Klacht tegen collega tandarts leidt tot berisping

De klager is zelf tandarts en heeft een klacht ingediend tegen een collega tandarts in dezelfde plaats waarmee de verhouding al jaren verstoord is. De klager geeft aan dat de tandarts zich niet collegiaal gedraagt door medische dossiers van overgestapte patiënten niet te verstrekken en patiënten aanmoedigt en financieel steunt om klachten in te dienen tegen een collega tandarts waar de verweerder een conflict mee heeft.

Volgens de klager is dit in strijd met een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Er zijn tuchtklachten ingediend door acht patiënten die eerder door de klager zijn behandeld.

Klacht

De klager heeft een klacht ingediend tegen de verweerder vanwege het feit dat de verweerder oncollegiaal heeft gehandeld door patiënten aan te moedigen om klachten in te dienen tegen de klager. Daarnaast heeft de verweerder namen van voormalige patiënten gebruikt om brieven op te stellen, ondertekenen en versturen aan de praktijk van de klager waarin wordt gevraagd om medische gegevens van het elektronische dossier te sturen. Verder heeft de verweerder medische dossiers van patiënten die naar de klager zijn overgestapt niet verstrekt. De verweerder heeft het tuchtcollege verzocht om de klacht niet inhoudelijk te behandelen en wanneer de klacht wel wordt beoordeeld heeft de verweerder het college verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het tuchtcollege geeft aan dat het medisch tuchtrecht het doel heeft om de kwaliteit van de patiëntenzorg te bevorderen en niet bedoeld is om een oordeel te geven over een verstoorde houding tussen zorgverleners onderling. Volgens het tuchtcollege heeft de verweerder patiënten aangemoedigd om tuchtklachten tegen de klager in te dienen waarbij de verweerder de advocaatkosten ook voor eigen rekening neemt. Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat dit niet professioneel is en strijd met de vastgelegde gedragsregels voor tandartsen verklaard dit klachtenonderdeel als gegrond. Er is niet voldoende informatie om te onderbouwen dat de vervalste reviews in opdracht van de verweerder op social media heeft geplaatst. Het tweede klachtenonderdeel houdt in dat de verweerder brieven opstelt in naam van voormalig patiënten en dat praktijkmedewerkers deze brieven hebben ondertekend.

Echter geeft de verweerder aan dat deze brieven zijn opgesteld en ook door de betrokken patiënten zelf zijn ondertekend. Dit klachtenonderdeel is ongegrond omdat er onvoldoende informatie is over het feit dat handtekeningen vervalst zijn of niet. Het derde klachtenonderdeel houdt in dat de verweerder de patiëntendossiers van de patiënten die zijn overgestapt naar de klager niet heeft verstrekt. Het is echter niet mogelijk om vast te stellen of de patiënten zelf een verzoek hebben gedaan om het dossier niet door te sturen of dat de verweerder het dossier niet op tijd of niet volledig heeft afgegeven. Dit klachtenonderdeel is daarom ook ongegrond.

Uitspraak

Het eerste klachtenonderdeel is gegrond en de andere twee klachtenonderdelen zijn ongegrond. Het tuchtcollege legt een berisping op omdat de verweerder op meerdere momenten had moeten beseffen dat zijn handelen niet past binnen de patiëntenzorg

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Declaraties

Anders Medical Factoring stopt verwerking nieuwe declaraties per 1 mei 2024

Anders Medical Factoring, specialist in de verwerking van declaraties in de mondzorg, heeft in een publicatie aan haar klanten en op haar website laten weten dat zij per 1 mei 2024 stopt met het accepteren van nieuwe declaraties. Aanleiding voor dit besluit zijn problemen met het ICT-systeem van het bedrijf waardoor is besloten om de activiteiten af te bouwen.

Oplossingen voor bestaande klanten Anders Medical Factoring

De berichtgeving vraagt om slagvaardig handelen door praktijken die nu met Anders werken om te zorgen dat de cashflow en het vertrouwen van patiënten op peil blijven. Uitgaande van een uitbetaling in 6 weken zullen praktijken in april/mei 2024 een beslissing moeten nemen over een alternatieve oplossing. Anders adviseert om een nieuw contract aan te gaan met Infomedics.

De eerder ingediende declaraties tot 1 mei 2024 worden afgehandeld door Anders Medical Factoring. Een praktijk kan zelf kiezen wat ze per 1 mei 2024 met haar declaraties doet.

Mogelijke opties voor klanten van Anders

  • Overstappen naar een andere factoraar zoals Infomedics of Netpoint
  • Declareren met een gespecialiseerde software dienst zoals Payt of Intelly
  • Kiezen voor declareren en factureren met praktijksoftware
  • (Gedeeltelijk) stoppen met clearing en kiezen voor pinnen aan de balie

Met de beëindiging van de activiteiten van Anders verdwijnt er opnieuw een dienstverlener op het vlak van medische factoring.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Remko van der Ploeg 400 x 230

Podcast: Waarom lukt het maar niet om je doel te bereiken? – Remko van der Ploeg

Hoe vaak komen we er niet achter dat alles wat je je had voorgenomen, niet is gelukt. Waarom is dat eigenlijk? Op het moment dat je het uitsprak, voelde het zo echt. Je meende wat je zei en je wilde het dit keer echt anders aanpakken. En nu? Je kan niets anders dan toegeven dat er eigenlijk niets is veranderd.

Balen zeg. Je gaat voor een 2e (of 3e) poging en je neemt je voor om er nu echt mee aan de slag te gaan. Maar, hoe zorg je er nu voor dat je over 6 maanden niet weer moet concluderen dat je nog steeds vast zit in je oude patroon?

Beluister de podcast

Remko van der Ploeg, Secondent – individuele begleiding bij de start of overname van een praktijk.

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege verwijderen van element die vastzat aan brug

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege verwijderen van element die vastzat aan brug

De klager was sinds 2010 patiënt bij de praktijk van de beklaagde. Op 1 maart 2020 was de klager voor het laatst op controle geweest bij een collega tandarts. Tijdens deze controle is een solo gemaakt en aan de hand daarvan is in het patiëntendossier genoteerd dat de 27 verloren is en doorgeslepen moest worden om te verwijderen.

Op 23 mei 2023 was de klager bij de tandarts gekomen om de 27 te extraheren. Voorafgaand aan de behandeling werd een röntgenfoto gemaakt. Tijdens het trekken van de kies brak er een stukje van de 27 en van de 26 af. Na het bekijken van de patiëntkaart kwam de tandarts erachter dat de 27 onderdeel was van een brug waarna de tandarts de 27 heeft los geslepen van de brug waarbij er nog een stukje van de 26 af brak. Tijdens de behandeling brak er ook een stukje van de 21 af en de tandarts heeft dit tijdelijk en kosteloos hersteld met composiet. Ongeveer een uur na de behandeling kwam er nog een stukje los van element 25. Na de behandeling heeft de tandarts een orthopantomogram (OPT) gemaakt en de klager aangeboden om de 21, 25 en 26 te behandelen. Uit coulance zouden dan voor de 21 alleen de techniekkosten in rekening worden gebracht. De totale kosten zouden dan ongeveer €800 zijn voor de klager. De klager heeft een second opinion aangevraagd bij tandarts D, waaruit is gebleken dat er een nieuwe brug gemaakt moet worden waarvan de kosten € 5.200 zouden zijn. De klager heeft daarbij aan de beklaagde tandarts gevraagd om de helft te vergoeden, echter heeft de tandarts dit geweigerd.

Situatie

De klager was sinds 2010 patiënt bij de praktijk van de beklaagde. Op 1 maart 2020 was de klager voor het laatst op controle geweest bij een collega tandarts. Tijdens deze controle is een solo gemaakt en aan de hand daarvan is in het patiëntendossier genoteerd dat de 27 verloren is en doorgeslepen moest worden om te verwijderen. Op 23 mei 2023 was de klager bij de tandarts gekomen om de 27 te extraheren. Voorafgaand aan de behandeling werd een röntgenfoto gemaakt. Tijdens het trekken van de kies brak er een stukje van de 27 en van de 26 af. Na het bekijken van de patiëntkaart kwam de tandarts erachter dat de 27 onderdeel is van een brug waarna de tandarts de 27 heeft los geslepen van de brug waarbij er nog een stukje van de 26 af brak.

Tijdens de behandeling brak er ook een stukje van de 21 af en de tandarts heeft dit tijdelijk en kosteloos hersteld met composiet. Ongeveer een uur na de behandeling kwam er nog een stukje los van element 25. Na de behandeling heeft de tandarts een orthopantomogram (OPT) gemaakt en de klager aangeboden om de 21, 25 en 26 te behandelen. Uit coulance zouden dan voor de 21 alleen de techniekkosten in rekening worden gebracht. De totale kosten zouden dan ongeveer €800 zijn voor de klager. De klager heeft een second opinion aangevraagd bij tandarts D, waaruit is gebleken dat er een nieuwe brug gemaakt moet worden waarvan de kosten € 5.200 zouden zijn. De klager heeft daarbij aan de beklaagde tandarts gevraagd om de helft te vergoeden, echter heeft de tandarts dit geweigerd.

Klacht

De klager diende een klacht in tegen de tandarts vanwege het feit dat de tandarts niet heeft gezien dat de kies in bovenkaak die geëxtraheerd moest worden, vastzat aan een brug en daardoor tijdens de behandeling schade heeft aangericht aan twee andere kiezen en een voortand.

De tandarts heeft de klager voor de behandeling niet geïnformeerd over de risico’s op beschadiging van andere kiezen. Daarnaast vindt de klager dat de beklaagde tandarts onvoldoende compensatie heeft aangeboden voor de herstelbehandeling.

Standpunt tandarts

De tandarts heeft aangegeven dat hij pas in tweede instantie heeft gezien dat element 27 vastzat aan een brug omdat hij een dergelijke brugconstructie nog nooit eerder had gezien. Daarnaast geeft de tandarts aan dat element 21 endodontisch is behandeld en dat de brug daarom vermoedelijk verzwakt is ter plaatse van dit element waardoor er een stukje is afgebroken. Bij element 25 en 26 is cariës aanwezig. Omdat er ook andere problemen in de mond zijn en de klager al een lange tijd niet bij de tandarts is geweest is de beklaagde tandarts niet bereid om de herstelbehandeling van de elementen uit coulance uit te voeren. De tandarts geeft aan dat hij van tevoren niet goed heeft gekeken naar de brugconstructie en dat hij zich wel heeft ingelezen in de patiënt maar het dossier niet helemaal heeft gelezen tot en met 2020.

Beoordeling

Het klachtenonderdeel gaat over het feit dat de tandarts niet heeft gezien dat element 27 vastzat aan andere kiezen door middel van een brug. Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat de tandarts niet zorgvuldig heeft gehandeld door vooraf niet voldoende kennis te hebben verkregen over de situatie van de patiënt. Het tuchtcollege oordeelt dat de tandarts niet bekwaam heeft gehandeld en daarmee is het klachtenonderdeel gegrond.

Het tweede klachtenonderdeel betreft het feit dat de tandarts onvoldoende compensatie heeft geboden voor de veroorzaakte schade in de mond. De tuchtrechter kan hier echter niet over oordelen en geeft aan dat dit voorbehouden is aan de civiele rechter. Dit klachtenonderdeel is daarmee ongegrond.

Uitspraak

Het tuchtcollege legt de lichtste maatregel, een waarschuwing, op vanwege het feit dat de tandarts niet goed voorbereid was op de extractie van element 27 en daardoor onzorgvuldig heeft gehandeld.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
NVM ONT VvAA Startersdag 2024

Enthousiasme en interactiviteit tijdens NVM/ONT/VvAA Startersdag 2024

Op zaterdag 9 maart stond in Utrecht de startersdag voor mondhygiënisten en tandprothetici op de kalender. Bekijk hier de korte terugblik van het programma van deze dag voor deze mondzorgverleners die een eigen praktijk overwegen.

Een kleine veertig mondhygiënisten en tandprothetici (deels in opleiding) trokken op 9 maart naar Utrecht voor de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2024. Met als centrale vraag ‘Is ondernemen iets voor mij?’. Een interactieve dag met enthousiaste aspirant-praktijkhouders. Of de dag aan hun verwachtingen voldeed? Maar liefst 89% van de deelnemers reageerde met ‘goed’ of ‘zeer goed’ gevraagd naar het uit drie blokken opgebouwde programma.

Eerste blok: twee plenaire sessies

Direct na het welkomstwoord van dagvoorzitter Erik van Dam (VvAA) stonden in de ochtend twee plenaire sessies op het programma. De eerste over de mondzorgverlener als ondernemer, de tweede over positionering van de praktijk.

Ondernemerschap en persoonlijk leiderschap

Een eigen praktijk, dat betekent ook ondernemerschap. Jacqueline Mooij, (team)coach bij VvAA, haalde de groep meteen uit de stoel en ging aan de slag om samen te kijken in hoeverre dat bij ieder van hen past. Dat leverde mooie interactie op en het werd heel concreet, de deelnemers maakten namelijk in de week vooraf al een ‘persoonlijke profielanalyse’ voor zichzelf. Die liet onder meer zien welk gedag iemand van nature laat zien. Het begint allemaal bij persoonlijk leiderschap, volgens Mooij, over jezelf kennen, eigen wensen en vaardigheden benoemen. Met als houvast het DISC-model van Marston bekeek iedere deelnemer welke typering bij zijn of haar gedragsstijl aansloot: bijvoorbeeld regisseur, analist, zorger of motivator. En wat dat betekent voor keuzes die je maakt.

Positionering en praktijkfocus

Ward de Moor nam in deze sessie het stokje over om zijn licht te laten schijnen op de positionering van de praktijk. ‘Hoe wil je dat je praktijk straks te boek staat?’, vroeg de trainer van MoorComm de groep direct. ‘Waarmee onderscheid je jezelf van andere mondzorgpraktijken? Welke informatie van de markt heb je nodig?’ Via concrete voorbeelden van grote merken als Ikea en KLM, zoomde Ward in op gezondheidszorg. Met behulp van het model van Treacy en Wiersema liet hij bijvoorbeeld zien hoe je de primaire focus kan leggen op de patiëntervaring, state of the art-mondzorg of de praktijk als geoliede machine.

Ook hier vanuit de vraagstelling: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik?

Een mooie aansluiting op de voorgaande sessie dus.

Tweede blok: twee parallelsessies

Na de plenaire sessies verschoof de focus verder naar de praktijk. De beroepsgroepen splitsten zich voor de parallelsessies ‘In tien stappen naar een eigen praktijk’ en ‘Beroepsinhoudelijk ondernemerschap’. De eerste vóór en de ander ná de lunchpauze.

Mondzorgverlener met rechten en plichten

Jurist Marjolein Stigter (NVM Mondhygiënisten) liep in prettig tempo de beroepsinhoudelijke kant van het ondernemerschap langs. Welke wetgeving is bijvoorbeeld van belang als je een eigen praktijk hebt? De belangrijkste aspecten van het gezondheidsrecht, denk aan BIG, Wkkgz en Wtza. Maar ook hoe het met je beroepsaansprakelijkheid zit met een eigen praktijk. En als je personeel hebt: het arbeidsrecht. Aan de orde kwam ook waarbij de beroepsorganisatie (NVM of ONT) je kan ondersteunen. Bijvoorbeeld bij de verplichte regeling voor klachten en geschillen. Een levendige discussie ontstond tijdens het onderdeel over de poortwachter- en doorverwijsfunctie van de mondhygiënist toen er een casusfoto getoond werd. Die bleek ook nog vlot de juiste diagnose uit de zaal op te leveren!

Stappen naar een eigen praktijk

De tien stappen naar een eigen praktijk werden door ondernemersadviseur mondzorg Frank Brusche (VvAA) praktisch ingevuld. Het best beoordeelde onderdeel van de dag. Stap 1, het inventariseren van de eigen wensen, sloot direct aan bij de ochtendbijdragen van Mooij en De Moor. Waar je zoal op moet letten als je op zoek gaat naar een geschikte praktijk. In welke vorm kan je de stap naar een eigen praktijk nemen? Of hoe je de waarde van een mogelijk over te nemen praktijk berekent. Ook kwamen alle zakelijk aspecten stap voor stap voorbij, denk aan financiering, contracten, risico’s en verzekeringen en communicatie. En stap tien? Niet onbelangrijk: om ook aandacht te besteden aan het afsluiten van de huidige, straks de vorige, werkkring. Lees meer over de tien stappen van praktijkovername op dentalinfo.nl en Het starten van een eigen mondhygiëne praktijk

Derde blok: Speeddates

Als laatste onderdeel voor de afsluitende netwerkborrel stonden de speeddates met collega’s, die de stap al eerder waagden, op het programma. De beroepsgroepen werden verder onderverdeeld om de ervaringen te horen van praktijkhoudende collega’s met verschillende profielen. Kleine groepjes waardoor er alle mogelijkheid voor directe interactie en eigen vragen was, maar ook om te leren van vragen en collega-aspirant-praktijkhouders. Dit blok had volgens een aantal deelnemers wel langer mogen duren!

Afsluitende netwerkborrel

Na de plenair afsluiting van het congres door dagvoorzitter Erik van Dam en de beleidsmedewerkers van de beroepsorganisaties Annelieke Papadaki (NVM Mondhygiënisten) en Caitlin Dekkers (ONT) dronken de deelnemers nog een glas, terwijl zij met elkaar, de sprekers en aanwezige adviseurs spraken. Tegen half zes vertrokken de laatste deelnemers weer huiswaarts na een lange dag en veel informatie en nieuwe inzichten. En weer een flinke stap verder met hun vraag: ‘Is ondernemen iets voor mij?’.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Ondernemen
Tandarts podcast Ron Steenkist - Bernadette 400

Podcast: De 7 sleutels tot een goede behandeling bij kinderen

Tandarts-ondernemer Ron Steenkist gaat in deze podcast-aflevering weer in gesprek met een collega. Dit keer spreekt hij met Bernadet Spaan.

Bernadet specialiseerde zich als pedodontologe en werkte bij SBT Amsterdam. Zij is nu werkzaam als kindertandarts in Zwolle bij de kliniek voor bijzondere tandheelkunde Vogellanden.

De podcast gaat in op zorgen voor veiligheid en sfeer, autonomie, het serieus nemen van alle emoties, plezier, pijnvrij behandelen en structuur geven.

Tandarts Podcast

In de Tandarts Podcast gaat Ron Steenkist elke aflevering in gesprek met een collega die zijn praktijkvisie en -voering hebben beïnvloed. De gespreksonderwerpen lopen uiteen van financiën en agenda-planning, tot marketing en leiderschap. De podcast is o.a. te vinden op Spotify en in Apple Podcasts.

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast
Onbekend maar niet onbemind: de GOMA 2022

Onbekend maar niet onbemind: de GOMA 2022

De afwikkeling van klachten en schadeclaims binnen de medische aansprakelijkheid is een vreemde eend in de bijt. Daarom kwam in 2010 de eerste versie van de Gedragscode ‘Openheid Medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid’, afgekort en ook wel bekend als ‘GOMA’, tot stand. Op 1 maart 2023 is de hernieuwde GOMA (GOMA 2022) in werking getreden. Deze geeft aanbevelingen over de fase voorafgaand aan de klacht of aansprakelijkstelling, en over de afwikkeling hiervan.

De GOMA lijkt voor veel zorgaanbieders nog onbekend terrein te zijn. Waarschijnlijk heeft dit ermee te maken dat de GOMA in eerste instantie toegespitst was op ziekenhuizen en hun aansprakelijkheidsverzekeraars. De ‘nieuwe’ GOMA richt zich echter op alle zorgaanbieders en zorgverleners die te maken hebben met incidenten, waaronder zorgverleners in de mondzorg. Reden genoeg om in dit artikel stil te staan bij de GOMA.

Wat staat erin?

Hoe gaan partijen met elkaar om?

In de GOMA wordt allereerst aandacht besteed aan de manier waarop partijen met elkaar dienen om te gaan, namelijk respectvol, open en coöperatief. Dit heeft geleid tot de aanbeveling dat zorgaanbieders begeleiding en ondersteuning aan de cliënt dienen te bieden, bijvoorbeeld het inschakelen van een klachtenfunctionaris. Ook wordt aanbevolen een overzicht van relevante feiten en omstandigheden aan de cliënt aan te bieden. Interessant is verder aanbeveling 5 van de GOMA waar aandacht wordt besteed aan de grote impact die incidenten en (tucht)klachten op zorgverleners kan hebben. Van zorgaanbieders wordt dus verwacht ook begeleiding en ondersteuning te bieden aan de zorgverlener.

Hoe ga je om met incidenten?

Vervolgens wordt ingegaan op de manier waarop moet worden omgegaan met (mogelijke) incidenten. Denk dan aan het melden van incidenten binnen de zorgorganisatie en het onderzoeken van die incidenten. Maar ook het melden van incidenten aan de cliënt zelf en de wijze waarop een eventueel calamiteitenonderzoek dient plaats te vinden en eventueel kan worden besproken. Deze aanbevelingen zijn ook vergelijkbaar met de verplichtingen vanuit de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (hierna te noemen: ‘Wkkgz’).

Bovendien is interessant dat wordt aangehaald dat de zorgaanbieder, als een calamiteitenonderzoek heeft plaatsgevonden, de cliënt dient aan te bieden het calamiteitenrapport samen te bespreken. Aan de cliënt dient desgewenst een schriftelijke samenvatting van of zelfs het gehele rapport te worden verstrekt. Dit is echter geen verplichting op grond van de Wkkgz of de KNMG-Richtlijn Omgaan met medische gegevens. Een cliënt heeft weliswaar recht op het verkrijgen van bepaalde informatie over een incident, maar het gaat dan enkel om de aard en toedracht van het incident en uitsluitend als is komen vast te staan dat sprake is geweest van een incident.

Belangrijk op dit punt is ook dat in de rechtspraak is bepaald dat het calamiteitenonderzoek behoort tot het interne register van de zorgaanbieder en dus niet hoeft te worden gedeeld met de cliënt. Overigens werd door de tuchtrechter hierover anders beslist. Op dit punt bestaan er dus verschillende opvattingen. Vooralsnog lijkt echter niet wettelijk te zijn vastgelegd dat (een samenvatting van) het calamiteitenrapport verstrekt hoeft te worden. In sommige gevallen kan het verstrekken van het rapport echter wel verzachtend werken, maar het is dan wel raadzaam om dit af te stemmen met de medewerkers die in het rapport worden genoemd of te herleiden zijn en de andere risico’s van verstrekking af te wegen.

Mag je excuses aanbieden?

Verder is er veel te doen geweest om het bieden van erkenning van het leed aan cliënten en hun naasten. Zorgverleners hebben vaak het idee dat zij geen excuses mogen aanbieden, omdat dan zou worden erkend dat zij een fout zouden hebben gemaakt. Dit is echter niet het geval; het aanbieden van excuses of het tonen van medeleven over iets dat is mis gegaan betekent niet dat wordt erkend dat er ook iets fout is gedaan. Vaak kan juist veel ellende voorkomen worden door het tonen van erkenning en medeleven.

Hoe ga je om met verzoeken tot financiële compensatie?

Tot slot wordt in de GOMA ingegaan op de afhandeling van verzoeken tot financiële compensatie. In de praktijk worden dergelijke verzoeken vaak door de aansprakelijkheidsverzekeraar van de betreffende zorgaanbieder afgehandeld. Deze aanbevelingen lijken dan ook minder relevant voor de zorgaanbieder en zorgverlener zelf, maar dat is niet zo. Uit de rechtspraak volgt namelijk dat een zorgverlener er op toe moet zien dat een schadeclaim door de aansprakelijkheidsverzekeraar binnen redelijke termijn wordt afgehandeld en dat de zorgverlener correct en zorgvuldig omgaat met claims en klachten die worden ingediend door cliënten.

Gebondenheid aan en naleving van de GOMA

De GOMA geeft dus handvatten en uitleg over de manier waarop kan worden omgegaan met (mogelijke) incidenten en de manier waarop gevolg kan worden gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de verschillende wetten. Goed om op te merken is dat de GOMA aanbevelingen geeft en geen wet is. De vraag is dan ook in hoeverre van zorgaanbieders en -verleners verlangd kan worden dat zij de GOMA naleven en of zij er ook op afgerekend kunnen worden als zij dat niet doen.

Uit de tuchtrechtspraak volgt dat het belang van de uitgangspunten in de GOMA voorop worden gesteld. Ook zien wij dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een klacht bij de tuchtrechter kan baseren op de uitgangspunten van de GOMA, hetgeen de tuchtrechter ook onderschreef.

Daarnaast wordt de GOMA ook door de civiele rechter aangehaald: “De GOMA is een gedragscode, bij uitstek een codificatie van volgens de branche behoorlijk, met de eisen van redelijkheid en billijkheid overeenstemmend handelen. Relevant is bovendien dat deze code dezelfde doelstelling heeft als een procedure als de onderhavige, namelijk het bevorderen van goede afwikkeling van letselschade buiten rechte. Bij de beoordeling komt daarom aanzienlijk gewicht toe aan de normen die in de GOMA zijn vervat […].”

Kortom, hoewel de GOMA geen wet is, wordt er door meerdere partijen, te weten tuchtrechters, civiele rechters en de IGJ, wel waarde gehecht aan het handelen in lijn met de aanbevelingen uit de GOMA.

Tot slot

De hernieuwde GOMA richt zich op alle zorgaanbieders en zorgverleners die te maken hebben met incidenten en niet meer alleen op ziekenhuizen. Bovendien wordt er veel waarde gehecht aan het handelen in lijn met de aanbevelingen uit de GOMA. Het kan dus raadzaam zijn de (interne) procedure van klachten en claims naast de GOMA te houden.

Door:
Mr. Joekie van Gogh, advocaat gezondheidsrecht bij Eldermans|Geerts Advocaten.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Petra van der Zwan en Remko van der Ploeg 400 - podcast

Podcast: ‘Het persoonlijke contact met de patiënt wordt steeds belangrijker’, interview met Remko van der Ploeg.

In deze podcast gaat Petra van der Zwan van dentalinfo.nl in gesprek met Remko van der Ploeg. Hij werkt als zelfstandig ondernemer en zijn bedrijf is genaamd Secondent. Zijn doelgroep bestaat uit mondhygiënisten die een eigen praktijk willen starten of overnemen.

Hij neemt ze mee op deze spannende reis en begeleidt de mondhygiënist in het hele proces van de vele zaken die geregeld moeten worden. Dit alles met het doel om een succesvolle praktijk op te bouwen waarin de patiënt de aandacht krijgt die hij verdient en de mondhygiënist haar of zijn dromen waarmaakt.

Beluister de podcast:

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege eindigen behandelrelatie

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege eindigen behandelrelatie

Na twee jaar afwezigheid bezocht de patiënt de praktijk. Bij dit consult werden verschillende vervolgafspraken gemaakt. Na een wortelkanaalbehandeling hield de klaagster pijn en kwam terug in de praktijk, echter mocht de tandarts niet in haar mond kijken. De andere vervolgafspraken zegde zij daarna af waarop de praktijk haar in een brief verzocht een andere praktijk te zoeken. Het college oordeelt dat de tandarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld.

Situatie

Na een periode van twee jaar afwezig te zijn geweest, heeft de klaagster zich eind 2020 opnieuw ingeschreven bij de tandartsenpraktijk. Op 3 december 2020 had de klaagster een afspraak voor een consult bij de tandarts. Naar aanleiding van dit consult werden verschillende vervolgafspraken gemaakt voor het maken van twee restauraties, een wortelkanaalbehandeling, beoordelen van de prothese en een afspraak bij de mondhygiënist. Op 8 december 2020 onderging de klaagster een wortelkanaalbehandeling. Echter bleef de pijn aanhouden en nam de dochter van de klaagster contact op met de tandartspraktijk. Op 17 december 2020 kwam de klaagster weer in de praktijk van de beklaagde, echter weigerde de klaagster plaats te nemen in de stoel en mocht de tandarts niet in de mond kijken. Verder stonden er nog vervolgafspraken gepland maar deze werden door de klaagster afgezegd. De klaagster ontving een week later een brief van praktijk waarin stond dat de klaagster en haar dochter op zoek moesten gaan naar een andere praktijk en begin 2021 is de klaagster uitgeschreven als patiënt.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend bij het tuchtcollege vanwege het feit dat de tandarts de behandelovereenkomst eenzijdig heeft opgezegd, de klaagster onvoldoende geïnformeerd heeft tijdens het consult op 3 december 2020 en de klinische bevindingen tijdens de wortelkanaalbehandeling niet genoteerd zijn.

Beoordeling

Er blijkt dat er geen nader onderzoek is gedaan naar de reden waarom de klaagster geen medewerking wilde verlenen tijdens het onderzoek op 17 december 2020. Uit het dossier blijkt niet dat de klaagster is gewaarschuwd voor het eindigen van de behandelovereenkomst en dat er niet is gekeken of herstel in de relatie nog mogelijk is. Het tuchtcollege geeft aan dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld daarmee is dit klachtonderdeel gegrond. Volgens het tuchtcollege is er niet voldoende genoteerd in het dossier en is het onduidelijk of de klaagster heeft begrepen wat voor behandelingen noodzakelijk waren omdat zij de Nederlandse taal niet goed begrijpt. Het tuchtcollege acht dit onderdeel ook als gegrond. Het feit dat de tandarts onvoldoende heeft genoteerd over de bevindingen tijdens de wortelkanaalbehandeling is volgens het tuchtcollege ongegrond.

Uitspraak

De klacht is door het tuchtcollege gedeeltelijk gegrond verklaart en geeft de tandarts een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht berisping na verkeerde behandeling en dossiervervalsing

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts tijdens het maken van een brug

Een patiënt diende een klacht in tegen haar tandarts na plaatsing van een brug. Met klachtonderdelen: schade toegebracht met de boor aan haar kaakbot (1), tekortgeschoten zorg (2), onvolledige dossiervoering (3) en onjuist factureren (4). Het Centraal Tuchtcollege geeft een waarschuwing, alleen voor klachtonderdeel 2, omdat de tandarts meer inspanning had moeten doen om de brug te plaatsen.

Situatie

Op 2 maart 2020 heeft de tandarts bij de klaagster de elementen 15 en 17 beslepen voor het plaatsen van een brug. De bloeding die is opgetreden is gestelpt met Expasyl en de tandarts heeft hierna een afdruk gemaakt voor de zirkoniumbrug en een tijdelijke noodbrug geplaatst. Nadat de klaagster een aantal afspraken heeft afgezegd i.v.m. corona probeert de tandarts op 9 juli de definitieve zirkoniumbrug te plaatsen. Echter passen de door de tandtechnieker gemaakte zirkoniumbrug en noodbrug beide niet. De noodbrug is aangepast en wordt geplaatst. Een maand later is er een nieuwe afdruk gemaakt voor de zirkoniumbrug, zijn de beslepen elementen 15 en 17 gecorrigeerd en wordt de losgelaten noodbrug weer vastgezet. Meerdere afspraken daarna kan de zirkoniumbrug niet definitief worden vastgezet omdat er sprake is van bloedend tandvlees. Op 8 december 2020 is de zirkoniumbrug met tijdelijk cement geplaatst. De klaagster heeft een e-mail gestuurd naar de tandarts over haar mening tijdens de behandelingen, wat er volgens haar niet goed is gegaan tijdens de behandeling en over de volgens haar onjuiste facturatie.

Klacht

Volgens de klaagster is de tandarts uitgeschoten met de boor tijdens het prepareren van elementen 15 en 17 voor een brug. De tandarts heeft daarbij volgens de klaagster onherstelbare schade aan het kaakbot aangericht en heeft hij zijn fout niet in het dossier genoteerd. Verder heeft de tandarts volgens de klaagster niet voldoende informatie gegeven over de behandeling en heeft hij haar te lang met pijn laten rondlopen. Verder heeft de tandarts niet op de juiste wijze gefactureerd volgens de klaagster. De volgende klachtonderdelen worden beoordeeld: uitschieten met de boor en de gevolgen, de zorg voor de patiënt na de behandeling op 2 maart 2020, of het dossier compleet is en of de tandarts zich gehouden heeft aan informed consent en of de tandarts juist gefactureerd heeft.

Beoordeling

Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de tandarts bij het beslijpen van de pijlerelementen 15 en 17 is uitgeschoten. Bij zo’n behandeling kan bloedend tandvlees optreden, maar het is echter onmogelijk om schade aan te richten aan het kaakbot.
Het college vindt het onzorgvuldig dat de tandarts de klaagster niet eerder heeft laten komen dan 9 juli 2020 om de losgelaten noodbrug weer vast te zetten. De klaagster heeft 4 maanden met 2 onbeschermde, beslepen pijlerelementen rondgelopen. Hierbij was er risico op kanteling of scheefgroei van de pijlers.
Uit het dossier is niet op te maken wat er is besproken over de ervaren problemen in haar mond en hoe dit is op te lossen. Ook is er niet genoteerd wat de overweging is geweest om de brug te maken, of er alternatieven zijn besproken en waarom er is gekozen voor de brug en niet voor een andere oplossing. Daarnaast ontbreekt ook de planning van de gehele behandeling. Een zorgplan en verslaglegging ontbreekt en daarnaast staat er in het dossier geen compleet overzicht van de baliecontacten.
Daarnaast heeft de tandarts gekozen om via de verzekering te declareren. Deze regeling kan echter alleen wanneer de brug via definitief cementeren is geplaatst. Echter is de tandarts nog niet tot het definitief cementeren gekomen. De conclusie is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.

Uitspraak

Alleen klachtonderdeel over het feit dat de tandarts de klaagster niet de juiste zorg heeft verleend na 2 maart 2020 is gegrond. Dit leidt tot een waarschuwing voor de tandarts.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Focus mondzorg 400

Focus Mondzorg alweer twee jaar open, Mirjam Oosting vertelt hoe het gaat

Twee jaar geleden stond mondhygiënist Mirjam Oosting al op dentalinfo.nl, toen ze haar praktijk Focus Mondzorg opende. Nu zijn we twee jaar verder en vertelt ze hoe het gaat. Wat komt er nou bij kijken om zelf een praktijk te open, wat ging er goed, wat weer niet en hoe kijkt ze naar de toekomst?

Je hebt twee geleden een praktijk geopend, hoe gaat het nu?

Goed! Vrijdag 3 september, twee en een half jaar geleden had ik mijn eerste werkdag aan de Denneweg, in Den Haag. Ik ben toen met een 0-patiëntenbestand begonnen, dat was een erg spannende periode. Hoe zorg je ervoor dat mensen je vinden? Inmiddels hebben 360 patiënten zich ingeschreven bij Focus Mondzorg. De grootste groep patiënten is tussen 30-40 jaar en komen veelal voor parodontale nazorg of gebitsreiniging. Ik plan standaard 45 minuten per patiënt, omdat ik het belangrijk vind om de tijd te kunnen nemen voor mijn patiënten. Zo kan ik mijn werk goed uitvoeren. Het is erg leuk om te zien dat Focus Mondzorg blijft groeien.

Wat viel er tegen bij de opening van Focus Mondzorg?

Wat tegenviel is dat het in begin wat stroef verliep met het opbouwen van een patiëntenbestand. Ik had gedacht dat dit wel wat sneller zou gaan. Hierdoor begon ik mij zorgen te maken over mijn financiën. Gelukkig heb ik een hele lieve partner die mij financiële ondersteuning kan bieden. Hiernaast werk ik ook in een algemene tandartspraktijk, waardoor ik in ieder geval de huur van het bedrijfspand kon blijven betalen.

Wat ging er goed?

Op een gegeven moment had ik in de gaten dat ik een patiëntenbestand niet in m’n eentje kan opbouwen. Mond-tot-mondreclame is nodig en verwijzers zijn hierin essentieel. Op dit moment heb ik meerdere fijne samenwerkingen met tandartsen en mondhygiënisten in de buurt. We weten van elkaar wat we kunnen verwachten en hebben besproken wanneer en hoe de communicatie verloopt. Tandartsen met wie ik – op afstand – samenwerk zijn blij met de resultaten van de behandeling(en) en de patiënten ook!

Wat heb je allemaal gedaan om je praktijk op te bouwen en patiënten te krijgen?

In overleg heb ik destijds een poster van Focus Mondzorg opgehangen bij Beest HS, de boulderhal, waar ik regelmatig kom klimmen. Hiernaast heb ik tweemaal in het tijdschrift LEVEN gestaan, dit is een glossy voor Den Haag, Voorburg en omgeving. Bij tandartspraktijken ben ik langs geweest om mezelf voor te stellen en te bespreken of het verwijzen naar elkaar mogelijk is, hier heb ik verwijskaartjes achtergelaten. Tot slot ben ik redelijk actief op social media.

 

Hoe loopt het financieel en organisatorisch?

Het is prettig om mijn schulden bij de bank te zien afnemen, over ongeveer drie jaar heb ik mijn lening en lease afgelost. Ik wist van tevoren dat de eerste jaren pittig zouden worden, maar goed het is een investering voor later. Ik wil nog heel veel jaren als mondhygiënist blijven werken en als ik dan zelf die omgeving kan creëren is dat toch alleen maar fantastisch. Alles wat er nu ‘extra’ binnenkomt, stort ik niet direct naar mijn privérekening/gezamenlijke rekening), maar investeer ik direct weer in de praktijk. Zo heb ik dit jaar bijvoorbeeld een nieuwe ijskast gekocht en een robotstofzuiger. Dat laatste is voor mij echt een topuitvinding. Wanneer ik mijn administratie doe, zet ik hem aan en ruim ik daarna de behandelkamer verder op. Hierdoor heb ik ook geen schoonmaker nodig. Dweilen, de wc schoonmaken, etc. doe ik ook gewoon zelf.

Op dit moment kan ik 1500 euro per maand naar mijn privérekening overmaken, hiervan gaat 1000 euro naar de gezamenlijke rekening. Voor 2024 is het plan dat ik 1250 euro per maand ga overmaken. Momenteel wonen wij in een huur appartement op Scheveningen, waarvan de huur per maand rond de 1600 euro is excl. gas/water/licht. Het idee is dat ik ieder jaar een beetje meer ga inleggen en mijn vriend ieder jaar een beetje minder. Op een gegeven moment is mijn ‘schuld’ bij m’n vriend afgelost en gaan we opnieuw kijken naar een financieel eerlijke verdeling.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik wel naar het moment uitkijk wanneer ik mijn lening en lease heb afbetaald, ik hou zelf namelijk helemaal niet van schulden. Als het goed is, is dat ik over drie jaar (wellicht eerder) mijzelf een ‘normaal’ salaris kan uitkeren en kunnen mijn partner en ik dan kijken naar een koophuis. Dan ben ik dertig, een normaal salaris en een koophuis, lijkt mij voor die leeftijd, een prima streven.

Je bent erg bezig met duurzaamheid, kun je daar meer over vertellen?

Ik vind het belangrijk dat we nadenken over duurzaamheid, thuis en op het werk en dat we bewuste keuzes maken.

Dit is bijvoorbeeld terug te zien in mijn manier van reizen, veelal ga ik met de fiets naar het werk, als het niet anders kan ga ik met het openbaar vervoer. Patiënten stimuleer ik via mijn social mediakanaal om dit ook te doen. Aan de Denneweg 128 is een semi bemande stalling. Dit houdt in dat je gedurende de dag, tijdens openingstijden toegang hebt door middel van het scannen van jouw Bikey sleutelhanger bij de voordeur.

Elektriciteit
De energie binnen de praktijk is afkomstig van Van der Bron, via zonnepanelen. Ik heb LED-verlichting in de praktijk en vloerverwarming. Een uur voordat ik het pand verlaat zet ik de verwarming op 17 graden. Stekkers van apparaten die ik niet gebruik haal ik uit het stopcontact. De behandelstoel die ik gebruik is niet aangesloten op de waterleidingen en hierdoor heb ik geen aparte kamer nodig voor de compressor. De behandelstoel verbruikt hierdoor minder energie. Verder scheid ik plastic, karton, GFT, rest- en medisch afval (zoals anesthesienaalden).

Schoonmaken
Voor het schoonmaken van de praktijkruimten gebruik ik veelal biologische artikelen. Mijn wc-papier is van de GoodRoll. Zij steunen projecten in Ghana om daar toiletten te bouwen. Hiernaast heb ik een luchtverfrisser van Marie Stella Maris bij de wc staan. Zij dragen bij
aan duurzame waterprojecten, zoals het project in Maji. Op deze manier probeer ik niet alleen milieubewuste keuze te maken, maar ook social impact te maken.

Producten
Binnen de praktijk verkoop ik ook mondverzorgingsproducten. Bijvoorbeeld de BE YOU tandpasta van Curaprox, deze bevat geen SLS en geen microplastics. Veel van de Curaprox producten zijn als refill te verkrijgen, zoals de ragers of travelsets. Ook de nieuwste handtandenborstel van Curaprox, gemaakt van Zwitsers hout is in de praktijk te vinden. Hiernaast heb ik ook tandpasta tabletten van Smyle, waardoor ook weer minder plastic
wordt gebruikt.

Bestellen in een keer
Wanneer ik mijn bestelling voor het kleingoed doe, probeer ik mijn bestelling zoveel mogelijk op te sparen. Op deze manier komt er zo min mogelijk CO2 vrij voor mijn bestelling. Afgelopen jaar heb ik drie bestellingen bij hen geplaatst, waaronder mondmaskers van de Mondmaskerfabriek in Arnhem. Het team van de Mondmaskerfabriek bestaat voor zo’n 85% uit mensen met een vluchtelingen achtergrond die wonen in Arnhem en omging. Dit vind ik een mooi lokaal -en sociaal initiatief.

Tot slot denk ik ook na over wat ik mijn patiënten te drinken geef, koffie van De Koffiejongens en thee van Clipper.

Hoe voelt het om je eigen praktijk te hebben?

In één woord: fantastisch! Ik heb superleuke patiënten, die openstaan voor feedback en écht een betere mondhygiëne willen. Ik voel mij nuttig en verantwoordelijk voor mijn patiënten. Dat ik dit leuke werk mag doen als geregistreerd-mondhygiënist in mijn eigen praktijk is echt fantastisch.

Naast je praktijk doe je ook nog andere dingen. Kun je daar meer over vertellen?

Naast mijn werkzaamheden als geregistreerd-mondhygiënist in mijn eigen praktijk Focus Mondzorg op maandag, dinsdag en vrijdag (af en toe op zaterdag, vaak de eerste zaterdag van de maand), werk ik in een algemene tandartsenpraktijk op woensdag en donderdag. Hiernaast werk ik ook als i-Top instructor (ondersteun tijdens cursussen) en help ik mee tijdens tandheelkundige beurzen op de stand van een fabrikant.

Verder zit ik in het bestuur van de alumnivereniging van de Hogeschool Utrecht en ben ik begeleider van mijn ICO-groep Utrecht. Ik vind het beroep mondhygiënist gewoon écht heel erg leuk.

Heb je nog plannen voor de toekomst?

Mijn plan voor de korte termijn is een balie aanschaffen, deze mis ik na ruim twee jaar toch wel een beetje in de praktijk. Verder denk ik ook erover na om een Mectron aan te schaffen, hiervoor moet ik eerst even sparen.

Verder is het mijn idee om toch meerdere tandartsen te mailen in Den Haag, om mezelf voor te stellen en uit te nodigen om kennis te maken. Met als doel meerdere samenwerkingen aan te gaan, waardoor de praktijk kan groeien. Op termijn zou ik vijf dagen in mijn praktijk willen werken en uiteindelijk lijkt het mij leuk om een eigen team van mondhygiënisten te hebben. In de praktijk heb ik de mogelijkheid om nog een behandelkamer te openen, maar alles op z’n tijd.

 

Interview door Jennifer Delgado met mondhygiënist Mirjam Oosting, eigenaar van Focus Mondzorg, Den Haag

Ook een interview?

Wil je ook op dentalinfo.nl met collega’s delen hoe de start van je praktijk verliep? Mail naar info@dentalinfo.nl We stemmen graag met je af

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
klimaat verandering

Anesthesiegassen dragen bij aan de klimaatcrisis

Volgens een onderzoek gepresenteerd tijdens een evenement van de American Society of Anesthesiologists (ASA) kunnen artsen helpen de opwarming van de aarde tegen te gaan door de hoeveelheid anesthesiegas, inclusief distikstofoxide, die tijdens procedures wordt gebruikt, te verminderen. De patiëntenzorg wordt hierdoor niet negatief beïnvloedt.

Atmosferische effecten van anesthetica

De afgelopen jaren is de aandacht van de algehele bijdrage van anesthesiegassen aan de wereldwijde klimaatverandering en het milieu toegenomen. Door het verminderen van de anesthesiegasstroom kunnen de professionals in de gezondheidszorg helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen volgens de onderzoeksgegevens. De belangrijkste atmosferische effecten die kunnen voortvloeien uit de emissie van vluchtige anesthetica zijn hun bijdragen aan de aantasting van de ozonlaag in de stratosfeer en aan de opwarming van de aarde in de troposfeer

Meest gebruikte anesthetica

Anesthetica worden vaak gebruikt tijdens operaties met als doel de patiënt een ervaring te bieden die vrij is van beelden, geluiden en andere onaangename gewaarwordingen.
Isofluraan, sevofluraan en desfluraan zijn de 3 meest gebruikte geïnhaleerde anesthetica en ondergaan bij klinisch gebruik zeer weinig in vivo metabolisme. Omdat ze zeer weinig metabole verandering ondergaan in het lichaam, blijven deze stoffen bij uitademing door de patiënt achter in een vorm die het milieu kan verontreinigen. Er wordt geschat dat geïnhaleerde anesthetica wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 0,01% tot 0,1% van de totale CO2-equivalentemissie

Anesthetica in de tandheelkunde

Een van de meest voorkomende tandverdovingsmiddelen is lachgas. Lachgas is een krachtiger broeikasgas dan koolstofdioxide en blijft ongeveer een eeuw in de atmosfeer waarbij het de aarde op blijft warmen.

Hoge verse gasstroom (FGF)

De meeste algemene anesthesieprocedures vereisen een hoge verse gasstroom (FGF) aan het begin en einde van een procedure om snel het gewenste effect te bereiken. Echter het is veilig en effectief om de FGF tijdens de rest van de procedure te verlagen.

Onderzoek naar verminderen hoge verse gasstroom (FGF)

In die studie met 13.000 patiënten stelden de auteurs een doel van een gemiddelde vrije gasstroom (FGF) van 3 L/min of minder voor procedures. Voorafgaand aan het onderzoek was vastgesteld dat de FGF vaak 5 L/min tot 6 L/min was en slechts 65% van de gevallen een FGF van 3 L/min of minder werd bereikt. Ongeveer 4 maanden na het begin van het onderzoek werd in 93% van de gevallen een gemiddelde FGF van 3 L/min of minder geregistreerd.
Nu proberen de onderzoekers de FGF terug te brengen tot minder dan 2 L/min. Uiteindelijk willen ze voor elke chirurgische casus de CO2-voetafdruk van het afval van anesthesiemiddelen meten.

Andere manieren om broeikasgassen te verminderen

Andere manieren waarop professionals in de gezondheidszorg kunnen helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen zijn onder andere het verminderen van afval en het uitschakelen van lichten en apparatuur wanneer ze niet in gebruik zijn.

Impact van anesthetica opnieuw onderzoeken

In vergelijking met andere bronnen van ozonafbrekende chemicaliën en broeikasgassen vormen verdovingsgassen een relatief klein probleem. Echter moeten anesthesie aanbieders voorzichtig zijn door onnodige luchtverontreiniging tot een minimum te beperken. Door de impact van het gebruik van anesthetica opnieuw te onderzoeken en technieken toe te passen die gevaren zouden verminderen kan dit doel bereikt worden.

Bron:
The journal of Sedation and Anesthesiology in Dentistry

 

 

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Tuchtrecht mondzorg

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na arrogant en agressief gedrag

Een patiënt verwijt de vervanger van z’n eigen tandarts arrogant en agressief gedrag in deze tuchtrechtzaak. De tandarts voerde geen verweer en verscheen niet ter zitting. De tandarts kreeg een waarschuwing, mede omdat hij zich niet toetsbaar heeft opgesteld.

Situatie

De klager had in juli 2022 een afspraak bij een vervanger van zijn eigen tandarts om een uitgevallen vulling te restaureren. Echter is er nooit een behandeling gedaan omdat de klager is vertrokken uit de praktijk in verband met arrogant en agressief gedrag dat de tandarts vertoonde. De tandarts heeft geen reactie gegeven op de meerdere verzoeken per mail en brief van het tuchtcollege om een verweerschrift in te dienen en is ook niet ter zitting verschenen.

Klacht

Volgens de klager heeft de tandarts met een strenge toon gezegd dat hij zijn spullen op de stoel moest leggen en daarna niet de kans heeft gekregen om te zeggen waarvoor hij kwam, maar direct moest gaan zitten. De klager heeft aan de beklaagde gevraagd waarom dit op een strenge manier gezegd werd, waarop het antwoord van de beklaagde luidde ‘’wij tandartsen zijn streng’’. De klager heeft de klacht ingediend vanwege het onbeschofte en agressieve gedrag van de tandarts.

Beoordeling

De klacht wordt als onweersproken gegrond verklaard omdat de beklaagde niet is verschenen tijdens de zitting en geen verweer heeft gevoerd tegen de klacht. Het tuchtcollege heeft geen verklaring voor het feit dat de klager zijn zakken leeg moest maken voor dat hij in de stoel plaats kon nemen.
Daarnaast staat in artikel 2.1 van de gedragsregels dat de tandarts moet zorgen voor een goede samenwerkingsrelatie om de mondgezondheid van de patiënt te bevorderen.
Daarnaast heeft de tandarts de klager naar huis laten gaan zonder een poging te doen om de situatie op te lossen. De klager heeft hierdoor langer dan nodig was last gehad van zijn kies. Dit is niet in overeenstemming met artikel 2.1 van de gedragsregels.

Uitspraak

De klacht is gegrond en het tuchtcollege heeft rekening gehouden met het feit dat de tandarts op geen enkele brief of mail gereageerd heeft en niet ter zitting verschenen is. De tandarts krijgt een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
microfoon - podcast

Podcast BNR over kwaliteit van zorg bij verkoop tandartspraktijk aan een keten

Meer dan de helft van alle overnames en fusies in de zorg wordt gefinancierd met private equity. Is dat positief of negatief? In een podcast van BNR vertelt Thomas Rietrae, oprichter van Lassus tandartsen, over overname van tandartspraktijken en betaalbaarheid en kwaliteit van zorg als ketens een praktijk overnemen.

Beluister de podcast bij BNR

Thomas Rietrae van Lassus Tandartsen startte in 2010 met de overname van één praktijk. Daarna volgenden nog 21 praktijkovernamen. Lassus Tandartsen richt zich specifiek op expats.

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast