Wtza administratie

Wtza: verhoging grens interne toezichthouder verhoogd naar 50 zorgverleners

Minister Helder wil voorbereidingen treffen om het Uitvoeringsbesluit Wtza aan te passen. Hierbij wordt de omvangsgrens voor het hebben van intern toezicht verhoogd naar vijftig of meer zorgverleners voor instellingen die op dit moment verplicht zijn tot het hebben van intern toezicht vanaf 26 zorgverleners. De minister gaf in haar brief van 28 september 2023 aan een verkenning te zullen uitvoeren over de omvangsgrens van het intern toezicht en de uitvoeringspraktijk. In de brief van 20 juni  komt zij op haar verkenning terug.

Het besluit van minister Helder om de getalsgrens te verhogen van 25 naar 50 zorgverleners is met gejuich ontvangen in de eerstelijnssector.

Loes Velthoven-Verlinden, voorzitter van NVM-mondhygiënisten: “Dit is een enorme opluchting voor alle eerstelijnszorgaanbieders. En een hele belangrijke stap in het verminderen én voorkomen van administratieve regeldruk voor zorgaanbieders. We zijn de minister dan ook zeer erkentelijk. Zeker omdat zij eerder al de pauzeknop indrukte voor de jaarverantwoording en onlangs vaart gezet heeft achter het instellen van een verlicht regime voor micro-aanbieders met betrekking tot de jaarverantwoording, thans aanhangig in de Eerste Kamer. Hierdoor hoeven deze aanbieders nog maar enkele vragen te beantwoorden in plaats van een hele lijst.”

Hans de Vries, KNMT-voorzitter: “Dit is enorm goed nieuws voor de eerstelijnszorgaanbieders en de hele zorg. Een betekenisvolle stap van de minister.”

Bronnen:
KNMT
NVM-mondhygiënisten
Eldermans | Geerts

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege orthodontische behandeling zonder resultaat

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege orthodontische behandeling zonder resultaat

Een tandarts was niet bekwaam voor het uitvoeren van een orthodontische behandeling en dat leidde tot een behandeling met een onjuiste techniek en een onjuiste uitvoering, die veel te lang duurde. Deze klacht tegen een tandarts over een beugelbehandeling is door het Tuchtcollege grotendeels gegrond verklaard.

Situatie

Bij de klaagster is op 15 januari 2020 een beugel geplaatst door de voorganger van de tandarts. Wegens uitval door ziekte van een tandarts heeft de beklaagde tandarts in januari 2020 een orthodontische behandeling overgenomen. In juni 2020 heeft de beklaagde tandarts de klaagster voor het eerst gezien. In de periode daarna tot en met juni 2022 is de klaagster nog 22 keer in de praktijk van de beklaagde geweest voor een orthodontisch consult. De tandarts heeft de klaagster op 29 juni 2022 geadviseerd om toch naar een orthodontist over te stappen vanwege het feit dat de beklaagde de tanden niet getorqued kreeg. In september is het dossier van de klaagster overgedragen aan de orthodontist en heeft de zus van de klaagster bij de tandarts aangegeven dat de orthodontist had gezegd dat het qua beugelen niet in orde was.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege het feit dat de tandarts zich niet heeft gehouden aan de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Orthodontisten (NVvO) in het kader van diagnostiek, behandelplanning en dossiervoering. Daarnaast heeft klaagster een klacht ingediend omdat de behandeling bij de tandarts twee en een half jaar heeft geduurd en vrijwel geen resultaat heeft opgeleverd. Verder is er geen anamnese afgenomen en is het intra- en extra-oraal onderzoek niet geregistreerd. De wens van de klaagster was om de tanden naar achteren te verplaatsen en daar is niet aan voldaan. Daarnaast heeft de tandarts zelf ook aangegeven dat hij zich realiseert dat hij de behandeling van de klaagster eerder aan een orthodontist had moeten overdragen en dat zijn bevindingen tijdens het onderzoek niet goed en maar minimaal zijn genoteerd in het patiëntendossier.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat het klachtenonderdeel wat betreft diagnostiek gegrond is. Er is geen behandelplan aanwezig en de tandarts had de klaagster moeten informeren over de risico’s, mogelijkheden van de behandeling en eventuele alternatieven. Daarnaast had de tandarts een half jaar na de start van de behandeling nieuwe foto’s moeten maken om de wortellengte te beoordelen conform de richtlijn Orthodontische Radiologie. Verder had de tandarts moeten zorgen voor een compleet, helder en leesbaar patiëntendossier. Het dossier van de klaagster voldoet niet aan deze vereisten.

Het klachtenonderdeel over de uitvoering van de behandeling is deels gegrond volgens het tuchtcollege omdat de tandarts de orthodontische behandeling twee jaar heeft voortgezet zonder enig resultaat. Daarnaast heeft de tandarts ook niet kunnen uitleggen wat hij voor doel had met de gebruikte draden en heeft hij niet gecheckt of datgene wat zijn bedoeling was ook daadwerkelijk was gelukt. Het college concludeert dan ook dat de tandarts tekort is geschoten in de zorg voor de klaagster door haar een ongeschikte behandeling te geven die niet op een juiste manier is uitgevoerd. Er is gebleken dat de tandarts niet voldoende bekwaam was om deze orthodontische behandeling uit te voeren.

Uitspraak

Het tuchtcollege heeft aangegeven dat de tandarts niet bekwaam is geweest tot het uitvoeren van de orthodontische behandeling en dat dit heeft geleid tot een behandeling met onjuiste techniek en uitvoering. Het college legt de tandarts de maatregel op van berisping.

Bron:
Tuchtrecht overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Voorbehouden handelingen en taakdelegatie in de mondzorg: hoe zit het ook alweer?

Voorbehouden handelingen en taakdelegatie in de mondzorg: hoe zit het ook alweer?

De IGJ vindt het belangrijk dat taakdelegatie in de mondzorg goed georganiseerd is. Zij let bij haar inspecties in het bijzonder op de vraag of sprake is van ‘behandelingen door een onbevoegd of onbekwaam behandelaar, al dan niet via taakdelegatie.’ Het is dus nog steeds belangrijk om goed op een rijtje te hebben wie binnen de praktijk bevoegd is welke handelingen uit te voeren. Over voorbehouden handelingen en bevoegdheidsvraagstukken bestaat, ter bescherming van de patiënt, zeer gedetailleerde wet- en regelgeving. De belangrijkste zaken op een rij.

Uit het nieuwe “Toetsingskader Taakdelegatie in de mondzorg” (hierna: het “Toetsingskader”) van de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd (hierna: de “IGJ”), dat geldt sinds eind 2023, volgt waar de IGJ naar kijkt bij het uitvoeren van voorbehouden handelingen door niet-tandartsen in opdracht van een tandarts. De IGJ let in het bijzonder op de thema’s i) opdracht, ii) toestemming en iii) aanwijzingen, toezicht, tussenkomst en bekwaamheid. De IGJ toetst of taakdelegatie op de juiste wijze wordt uitgevoerd, hetgeen zij in eigen woorden als volgt toelicht:

“De inspectie gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vindt het vanuit het oogpunt van patiëntveiligheid, kwaliteit van zorg en transparantie noodzakelijk dat taakdelegatie op een juiste wijze is georganiseerd in de praktijk.” […] Vanwege de wettelijke rol die de inspectie heeft in het toezicht op kwaliteit en veiligheid binnen de mondzorg voert ze een projectmatig onderzoek uit naar het werken met taakdelegatie.”

Wet- en regelgeving voorbehouden handelingen

In de wet is vastgelegd dat bepaalde medische handelingen voorbehouden zijn aan specifieke (beschermde) beroepstitels. De genoemde voorbehouden handelingen zijn van zodanige aard, dat het als onveilig wordt geacht als deze worden uitgevoerd door onbevoegden. Denk hierbij aan het geven van een injectie of het toepassen van defibrillatie.

De regelgeving omtrent de voorbehouden handelingen is te vinden in de wet Beroepen op de Individuele Gezondheidszorg (hierna: de wet BIG). Op grond van artikel 36 van de wet BIG hebben ook tandartsen de zelfstandige bevoegdheid tot een aantal van die voorbehouden handelingen, te weten:

  • Het geven van injecties
  • Het onder narcose brengen
  • Het gebruik van radioactieve stoffen en ioniserende straling (mits wordt voldaan aan de Kernenergiewet).
  • Heelkundige handelingen
  • Het voorschrijven van UR (Uitsluitend op Recept) geneesmiddelen

NB: tandartsen zijn dus – logischerwijs – niet bevoegd tot het uitvoeren van de andere voorbehouden handelingen die genoemd worden in wet BIG, zoals bijvoorbeeld het verrichten van een katheterisatie.

Deze opsomming geeft de tandarts daarnaast niet de bevoegdheid de handelingen zonder meer uit te voeren, de voorwaarde is dat handeling valt binnen het domein van de tandheelkunde. Niet alle verrichtingen die binnen een tandartspraktijk plaatsvinden worden genoemd in artikel 36 wet BIG. Handelingen zoals het verwijderen van tandsteen, het reinigen van het tandvlees of het stellen van een diagnose staan niet opgesomd in dit artikel. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de tandarts deze niet mag uitvoeren, het betekent slechts dat niet alleen de tandarts gerechtigd is tot de uitvoering.

Taakdelegatie naar niet-tandartsen

Om meer aan te sluiten op de dagelijkse praktijk, is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan dat anderen, bijvoorbeeld tandartsassistenten, de voorbehouden handelingen uitvoeren in opdracht van de tandarts. De wet en de IGJ stellen bepaalde voorwaarden aan deze zogenoemde “opdrachtrelatie”.

Wij sommen een aantal belangrijke aspecten op:

  • De zelfstandig bevoegde opdrachtgever, in dit geval de tandarts, geeft de opdracht. Belangrijk is dat de opdracht per patiënt wordt gegeven, inclusief eventuele instructies. De uitvoering van de opdracht moet door de tandarts worden geëvalueerd.
  • De tandarts dient zich ervan te overtuigen dat de opdrachtnemer bekwaam genoeg is de handeling uit te voeren. Deze bekwaamheid zou bijvoorbeeld kunnen blijken uit een diploma of certificaat. Enkel een verwijzing naar een interne instructie of werkervaring volstaat daarbij niet. De IGJ stelt dat er bij een interne opleiding tenminste toezicht door professionals uit het opleidingscircuit moet zijn geweest.
  • Andersom wordt ook van de opdrachtnemer verwacht dat hij binnen de grenzen van zijn kennen en kunnen blijft. Hij moet zichzelf in staat achten de opdracht tot een goed einde te brengen.
  • De tandarts moet, indien nodig, aanwijzingen geven over het verrichten van de voorbehouden handeling en de opdrachtnemer moet handelen conform die aanwijzingen. De tandarts dient het toezicht op het verrichten van de voorbehouden handeling(en) door opdrachtnemer voldoende te verzekeren. Of dit altijd een fysieke nabijheid – de tandarts bevindt zich in de praktijk – vereist, is niet in de wet uitgewerkt. Dit volgt wel uit het Toetsingskader: daarin is opgenomen dat de tandarts fysiek in de praktijk aanwezig moet zijn voor overleg, advies en de mogelijkheid van tussenkomst. De IGJ merkt daarin expliciet op dat telefonische bereikbaarheid, of bereikbaarheid anderszins op afstand, onvoldoende is. Met dit toetsingscriterium bevestigt de IGJ de tuchtjurisprudentie die al gold op dit punt en wordt de onduidelijkheid die gold ten aanzien van de vraag of fysieke aanwezigheid vereist is, weggenomen.
  • De patiënt moet ervan op de hoogte zijn dat diegene die hem helpt niet zelfstandig bevoegd is. De patiënt moet toestemming geven voor het uitvoeren van de handeling door de niet-zelfstandig bevoegde. Daarnaast moet deze toestemming vastgelegd worden in het patiëntendossier. Ook de geleverde prestatie (inclusief datum en code) en de zorgverlener die de prestatie heeft uitgevoerd moeten opgenomen zijn in het patiëntendossier.
  • Het is niet toegestaan invasieve cosmetische mondzorgbehandelingen te delegeren naar zorgverleners die geen tandarts zijn.
  • De opdrachtbeschrijving moet schriftelijk vastgelegd worden in een protocol taakdelegatie dat aanwezig moet zijn in de praktijk.  

Handhaving en sancties

Wanneer de IGJ – bijvoorbeeld in het kader van de door haar uitgevoerde controles – vaststelt dat de voorwaarden met betrekking tot de uitvoering in opdracht niet (voldoende) in acht zijn genomen, kan dit leiden tot het opdragen van verbetermaatregelen. Ook heeft de IGJ de bevoegdheid over te gaan tot bestuursrechtelijke maatregelen, zoals een boete, een aanwijzing of een bevel. In bepaalde gevallen kan de IGJ ook een tuchtprocedure initiëren. Kortom: maatregelen die u of uw praktijk behoorlijk kunnen schaden.

Om dergelijke maatregelen te voorkomen is het raadzaam de taakdelegatie binnen uw praktijk onder de loep te nemen. Dat geldt eens te meer gelet op de regels voor IGJ, waardoor IGJ sneller en meer informatie zal moeten publiceren over door haar uitgevoerde controles.

Door: Vivian Slotboom en Daniël Post – advocaten, zorgmakelaars en juridisch adviseurs bij Eldermans|Geerts

 

Lees meer over: Ondernemen, Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege niet op tijd opmerken van parodontitis

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege niet op tijd opmerken van parodontitis

Volgens de patiënt heeft de tandarts onzorgvuldig gehandeld omdat zij jarenlang periodieke controles heeft uitgevoerd waarbij er nooit bijzonderheden waren, terwijl er later wel parodontitis werd vastgesteld. Het Tuchtcollege acht de klacht gegrond en geeft de tandarts een waarschuwing.

Situatie

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege het feit dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld volgens haar. De klaagster is al jarenlang patiënt bij de tandartsenpraktijk en sinds 2014 twee keer per jaar bij de tandarts geweest voor een preventief periodiek mondonderzoek. In 2021 is parodontitis vastgesteld bij de klaagster en zij verwijt de tandarts voor het ontstaan van deze ernstige vorm van tandvleesontsteking omdat de tandarts de periodieke controles volgens de klaagster niet goed heeft uitgevoerd.

Klacht

Volgens de klaagster zijn er jarenlang controles uitgevoerd waarbij er nooit bijzonderheden waren, terwijl later bij de klaagster parodontitis is vastgesteld. De klaagster heeft daarom een klacht ingediend. Parodontitis ontstaat namelijk gedurende een langere tijd en daarom had de tandarts eerder moeten opmerken dat het niet in orde was volgens de klaagster. De tandarts heeft het tuchtcollege verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft de klacht als gegrond verklaard. In het patiëntendossier zijn op meerdere momenten, waaronder ook al in 2016, DPSI/PPS scores ingevuld van 3-. Er zijn dus pockets van 4 of 5 mm gevonden in de mond van de klaagster. Uit het dossier blijkt dat de tandarts de klaagster heeft verwezen naar de mondhygiënist en dat er op 18 maart 2016 een gebitsreiniging is uitgevoerd door de mondhygiënist. Echter geeft de klaagster aan dat zij nog nooit is doorverwezen naar een mondhygiënist. In 2017 is er nog meerdere malen een DPSI-score van 3- genoteerd waarbij geen actie is ondernomen door de tandarts. Vanaf 7 september 2017 tot 19 juli 2021 is er geen DPSI of PPS-score ingevuld tijdens de periodieke mondonderzoeken. De tandarts heeft aangegeven dat zij altijd sondeert tijdens de periodieke preventieve controles, maar bij de klaagster geen bijzonderheden heeft opgemerkt. Op 19 juli is de klaagster met een klacht naar de praktijk gekomen en heeft de tandarts een pocket van 7 mm gevonden. De tandarts heeft de klaagster doorgestuurd naar de mondhygiënist en later naar de parodontoloog. De parodontoloog heeft echter bij meerdere elementen verdiepte pockets gevonden. Volgens het tuchtcollege had de tandarts de verdiepte pockets moeten opmerken en in overleg met de klaagster nader onderzoek of een behandeling moeten instellen.

Uitspraak

Het tuchtcollege verwijt de tandarts dat de pockets niet eerder zijn opgemerkt en verklaart de klacht als gegrond. Het college heeft de tandarts de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Wet Verbetering Poortwachter

Wet Verbetering Poortwachter: Wettelijke verplichtingen voor de mondzorgpraktijk

In een mondzorgpraktijk ben je dag in dag uit bezig om aan patiënten de best mogelijke zorg te verlenen. Dit is zo vanzelfsprekend en essentieel, dat je daarnaast soms vergeet dat de gezondheid en het welzijn van je personeel ook heel belangrijk is. Zij vormen tenslotte de basis waar de zorgverlening aan de patiënten op draait.

Helaas is er geen garantie dat werknemers gezond en vitaal zullen zijn en kan je verzuim niet altijd voorkomen. Mocht je onverhoopt toch te maken krijgen met zieke werknemers in jouw praktijk, dan komt de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) om de hoek kijken. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van deze wet, omdat hierin de verantwoordelijkheden van werkgevers en werknemers bij langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid worden geregeld. In dit artikel zal ik dieper ingaan op wat de WVP inhoudt, welke stappen genomen moeten worden en wat de risico’s zijn voor de werkgever.

Wat is de Wet Verbetering Poortwachter?

De WVP is in het leven geroepen om als leidraad te dienen voor de werkgever, werknemer en arbodiensten gedurende de eerste twee jaar waarin een werknemer ziek is. Het doel is te zorgen dat zoveel mogelijk mensen binnen deze twee jaar weer aan het werk zijn en niet in de WIA terechtkomen. De wet legt verplichtingen vast voor zowel werkgevers als werknemers om zich actief in te zetten voor re-integratie bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Door snel en passend in te grijpen en de terugkeer naar het werk te bevorderen, wil men langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid voorkomen. De inspanningen die worden geleverd moeten leiden tot duurzame hervatting in passend werk voor de werknemer.

Wat betekent de wet voor de praktijk?

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stappen, die tijdens de eerste twee jaar in het WVP-traject moeten worden genomen:

1. Ziekmelding

Op de eerste dag dat de werknemer zich ziekmeldt, krijg je eigenlijk al direct met de WVP te maken. De ziekmelding dient binnen een week na de eerste ziektedag te worden doorgegeven aan de arbodienst of bedrijfsarts. Bij de ziekmelding van je werknemer is het goed om in te schatten hoe lang het verzuim gaat duren. Het is belangrijk de juiste vragen te stellen, zonder dat daarbij de privacyregels worden overtreden. Hierbij kijk je of de werkzaamheden voor de werknemer misschien zo aangepast kunnen worden dat hij aan de slag kan blijven of in ieder geval weer snel aan het werk zou kunnen gaan. De re-integratie begint dus, indien mogelijk, al bij het ziekmelden. Houd na de ziekmelding regelmatig contact met de werknemer en blijf checken of er werkzaamheden zijn die hij wel kan doen.

2. Probleemanalyse

Indien de werknemer (langdurig) arbeidsongeschikt dreigt te raken is het verstandig om contact te zoeken met de arbodienst. Zij kunnen een bedrijfsarts inschakelen en deze kan dan de Probleemanalyse opstellen. Volgens de WVP ben je verplicht dit vóór week 6 te laten doen. De arts geeft ook een re-integratieadvies. Hij beoordeelt de inzetbaarheid van de werknemer en geeft antwoord op vragen als: Waarom kan de werknemer niet meer werken? Wat zijn de mogelijkheden tot herstel en wanneer kan de werknemer het werk weer hervatten?

3. Plan van aanpak

Uiterlijk 8 weken na de ziekmelding of twee weken na de Probleemanalyse moet door de werkgever in overleg met de werknemer een Plan van Aanpak (PvA) worden opgesteld. Dit PvA is het begin van het re-integratiedossier dat moet worden aangelegd. Samen met de werknemer stel je doelen op en beschrijf je wat jullie samen gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. In week 8 wordt ook een verplichte casemanager benoemd. Hij heeft als taak om tijdens de eerste twee jaren de regie over het verzuimdossier te houden en ervoor te zorgen dat het PvA wordt uitgevoerd en het re-integratiedossier volgens de regels wordt opgebouwd. De casemanager kan iemand van de mondzorgpraktijk zijn, bijvoorbeeld een praktijkhouder of praktijkmanager, maar ook een externe adviseur.

4. Vervolg

Na het opstellen van het PvA, ben je als werkgever verantwoordelijk voor het bewaken van de voortgang van het re-integratietraject. Je houdt in de gaten hoe het verzuim van de werknemer verloopt en of er nieuwe stappen gezet moeten worden in het proces. Zijn er nieuwe afspraken of vervolgacties, dan houd je dit bij in het re-integratiedossier en maak je een bijstelling op het PvA. De bedrijfsarts kan adviseren een interventie in te zetten, bijvoorbeeld een hulpverleningstraject om terugkeer op de werkvloer te bespoedigen. Is het tijd voor terugkeer op de werkvloer, dan zal dat geleidelijk aan, meestal op basis van een opbouwschema, moeten gebeuren. Het is aan jou als werkgever daarin de regie te nemen.
Verder moet er minimaal iedere 6 weken contact zijn tussen de partijen en daarbij brengt de werknemer ook een bezoek aan de bedrijfsarts. De evaluatiemomenten dienen vastgelegd te worden in het PvA. Let ook tijdens het traject goed op of het zogenaamde Spoor 1 (blijven werken in de praktijk in eigen of aangepast werk) wel gaat werken en of er niet een Spoor 2 (re-integratie bij andere werkgever) moet worden ingezet.

5. Week 42

Vóór week 42 moet je de werknemer ziekmelden bij het UWV, de zogenaamde 42e-weeksmelding. Let op dat je dit op tijd doet, anders loop je het risico een boete opgelegd te krijgen.

6. Week 46 – 52

Aan het einde van het eerste ziektejaar zorgt de werkgever voor de Eerstejaarsevaluatie. Dit wordt ook wel het “opschudmoment” genoemd. Samen met de werknemer kijk je terug hoe het verloop van het verzuim is gegaan en wat de verwachtingen zijn. Je kijkt dus samen ook vooruit. Welk re-integratiedoel wil je halen in het tweede jaar en hoe wil je dat bereiken? Is er geen concreet vooruitzicht op hervatting van het werk bij de huidige praktijk, dan is er een nieuwe stap nodig. Er kan dan worden gekeken naar re-integratie bij een andere werkgever, het zogenaamde Tweede Spoor. Vaak wordt er op dit moment ook een Arbeidsdeskundig Onderzoek ingezet om alle mogelijkheden in kaart te brengen en de vervolgstappen te bepalen.

7. Week 88

Als de werknemer nog steeds ziek is, dan krijgt hij rond week 88 een brief van het UWV voor het aanvragen van een WIA-uitkering. De werknemer moet deze aanvraag vóór week 93 bij het UWV indienen.

8. Week 89-93

De zieke werknemer heeft voor zijn WIA-aanvraag een re-integratieverslag (RIV) nodig. Het RIV is een samenvatting van het re-integratiedossier en bestaat uit een aantal (verplichte) documenten die door de bedrijfsarts, werkgever en werknemer zijn opgesteld. In dit verslag worden alle inspanningen vermeld die gedaan zijn om de werknemer te re-integreren. Indien aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, wordt de aanvraag door het UWV in behandeling genomen.

9. Week 104

Aan de hand van het RIV beoordeelt het UWV of de werkgever en werknemer er alles gedaan hebben om te voorkomen dat de werknemer de WIA instroomt. Als je aan alle verplichtingen uit de WVP hebt voldaan en het UWV is van oordeel dat werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen, dan stopt voor jou de loondoorbetalingsperiode. Ook eindigt dan de wettelijke ontslagbescherming bij ziekte voor de werknemer.

Deskundigenoordeel

Een stap die hierboven nog niet is benoemd, maar die wel gedurende het hele traject kan worden gezet, is het aanvragen van een Deskundigenoordeel. Dit kan zowel door de werkgever als de werknemer worden gedaan in gevallen dat een re-integratietraject vastloopt. Het is een soort second opinion en in te zetten voor situaties waarin je een vraag hebt of:

  1. Werknemer wel of niet (on)arbeidsgeschikt is;
  2. De aangeboden arbeid passend is;
  3. Werkgever voldoende re-integratie-inspanningen verricht (doet de werkgever wel genoeg om de werknemer weer aan de slag te helpen);
  4. 4Werknemer voldoende re-integratie-inspanningen verricht (doet hij genoeg om weer aan het werk te gaan).

Wat zijn de risico’s voor de praktijk?

Het niet voldoen aan de WVP brengt risico’s voor de eigenaar van een mondzorgpraktijk met zich mee. Aan de werkgever kan namelijk door het UWV, bij het niet, niet tijdig of niet voldoende naleven van de verplichtingen uit de WVP, financiële sancties worden opgelegd. Als het UWV vindt dat je te weinig aan de re-integratieverplichtingen hebt gedaan dan kan zij een loonsanctie opleggen. De werkgever wordt dan verplicht om ook na het tweede ziektejaar het loon gedurende (een gedeelte van) het derde jaar door te betalen. Binnen deze termijn moet de werkgever dan alsnog aan zijn gemiste verplichtingen voldoen. De loondoorbetalingen in het derde ziektejaar worden niet door je verzuimverzekering vergoed.

Conclusie

Naast alle stress die het begeleiden van (langdurige) zieke werknemers met zich mee kan brengen in de dan toch al drukke mondzorgpraktijk, is ook het naleven van de verplichtingen uit de WVP voor de praktijk een serieuze aangelegenheid. De WVP start namelijk al bij de eerste ziekmelding en kan, indien een werknemer langdurig ziek is en de regels niet goed worden nageleefd, grote financiële gevolgen hebben voor zowel werkgever als werknemer. De verplichte (externe) casemanager kan in dit traject van onschatbare waarde zijn. Ten eerste doordat hij een cruciale rol kan spelen in het voorkomen van boetes en een loonsanctie, maar ook omdat zijn expertise en inzet kan leiden tot een snellere re-integratie van de zieke werknemer en zo kan resulteren in kostenbesparingen voor jouw praktijk.

Door: Mirabelle Extra,HR-Adviseur bij Dental Care Professionals, een organisatie die gespecialiseerd is in Werving & selectie, praktijkbemiddeling en HR advies. Als HR-Adviseur staat zij mondzorgpraktijken bij, onder andere als casemanager bij (moeilijke) verzuimgevallen.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht: Tandarts tijdelijk geschorst vanwege ongebruikelijke manier van uitgevoerde extractie

Tuchtrecht: Tandarts tijdelijk geschorst vanwege ongebruikelijke manier van uitgevoerde extractie

Een tandarts heeft een verstandskies getrokken zonder de patiënt vooraf op de risico’s te wijzen. Ook als in het dossier staat dat patiënt geïnformeerd is, moet een behandelaar verifiëren of dat juist is en de patiënt alles heeft begrepen. De extractie is verder ondeugdelijk uitgevoerd met een ongebruikelijke techniek. De klacht wordt grotendeels gegrond verklaard door het Tuchtcollege.

Situatie

Op 23 januari 2018 is de klager bij de behandelend tandarts geweest voor een periodieke controle en gebitsreiniging. Tijdens deze controle is een kaakoverzichtsfoto (OPT) gemaakt. De klager kreeg het advies om de verstandskies linksonder te verwijderen. Op 7 februari 2018 heeft de tandarts bij de klager element 38 geëxtraheerd. Op 9 februari is de klager door een collega tandarts gezien vanwege een heftige zwelling met blauwe plek waarvoor de klager een antibioticakuur heeft gekregen. Op 13 februari is de klager opnieuw in de praktijk gezien vanwege aanhoudende pijn en werd er een nieuwe OPT gemaakt. Op deze OPT was te zien dat er een gedeelte van de kroon was achtergebleven. De klager is doorgestuurd naar de kaakchirurg die het restant chirurgisch heeft verwijderd. De kaakchirurg heeft daarbij ook genoteerd dat de tandarts zelf een horizontaal geïmpacteerde 38 heeft proberen te verwijderen waarbij een deel van de kroon is achtergebleven en dat de patiënt last had van verlies van gevoel van de onderlip door zenuwschade. De klager heeft een klacht ingediend vanwege het feit dat de risico’s van de extractie niet zijn benoemd en de extractie op een ongebruikelijke wijze is uitgevoerd. De tandarts heeft aangegeven dat hij ervan ondersteld was dat de klager bij het consult was geïnformeerd over de risico’s. Daarnaast geeft de tandarts aan dat hij en de ervaren assistente geen restant hebben gezien die er toch bleek te zitten.

Klacht

Volgens de klager heeft de tandarts een verstandskies getrokken zonder daarbij de risico’s te benoemen. Ondanks dat er in het dossier staat dat de patiënt geïnformeerd is, is het ook belangrijk dat de behandelaar verifieert of de patiënt alle informatie begrepen heeft. De klager verwijt de tandarts dat hij geen contact heeft opgenomen met de belangenbehartiger van de klager. Daarnaast heeft de tandarts de extractie op een ongebruikelijke manier uitgevoerd waarbij een groot stuk van de kroon is blijven zitten met zenuwschade als gevolg. Daarnaast heeft de tandarts geen actie ondernomen nadat het element niet in zijn geheel verwijderd was waardoor er een kaakontsteking is ontstaan.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft het klachtenonderdeel over het feit dat de patiënt niet geïnformeerd was over de risico’s als gegrond verklaard omdat de tandarts er niet zomaar vanuit mag gaan dat de klager al was geïnformeerd over de aard en risico’s van de behandeling. In het dossier is ook niets vermeld over de besproken risico’s of mogelijke alternatieven. Het is onduidelijk te achterhalen waarom de tandarts het bericht van de aansprakelijkheidsverzekeraar niet heeft gezien en de tandarts geen contact heeft opgenomen met de belangenbehartiger, dit onderdeel wordt als ongegrond verklaard.
Het feit dat de tandarts de extractie op een ongebruikelijke manier heeft uitgevoerd wordt als gegrond verklaard. Op de OPT is zichtbaar dat de wortels van element 38 een nauwe relatie hebben met het canalis mandibularis. De tandarts was volgens het tuchtcollege niet voldoende bekwaam en had de patiënt naar de kaakchirurg moeten verwijzen. Het tuchtcollege acht het onderdeel over het niet adequaat reageren op het restant van de 38 ongegrond omdat de tandarts niet betrokken is geweest bij de behandelingen van de klager na 7 februari 2018.

Uitspraak

Het tuchtcollege legt de tandarts een maatregelen op van een schorsing van acht weken met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast moet de tandarts de gemaakte kosten in de procedure €1118,- aan de klager betalen.

Bron:
Tuchtrecht overheid

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
NVM-mondhygiënisten Hoofdlijnenakkoord

NVM-mondhygiënisten: Hoofdlijnenakkoord zet in op preventie, maar nog geen concrete oplossingen voor de mondzorg

NVM-mondhygiënisten ziet veel waardering in het Hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB van de voor de professionals in de zorg en de gezondheidszorg. Loes Velthoven-Verlinden, voorzitter NVM-mondhygiënisten: “Deze woorden zijn mij uit het hart gegrepen. Gezondheidszorg is van onschatbare waarde”. Respect voor de zorgprofessionals staat centraal. Ook wordt de focus op preventie en de toegankelijkheid van de zorg benadrukt, maar concrete plannen voor de financiering en realisatie hiervan in de mondzorg ontbreken.

Toegankelijkheid van de preventieve mondzorg

NVM-mondhygiënisten is bereid om hier binnen de krappe financiële kaders mee te denken. De toegankelijkheid van de preventieve mondzorg kan sterk verbeterd worden door drie concrete en snel in te voeren maatregelen, waardoor minder mensen de mondzorg mijden of ontberen. En dat levert op termijn gezondheidswinst op en gezondere monden.

  • Consultatiebureau
    Preventieve mondzorg vanaf het eerste tandje door mondhygiënisten op het consultatiebureau. Hierdoor wordt voorkomen dat veel kinderen op jonge leeftijd gaatjes hebben.
  • Instemmen met het Experiment tijdelijk zelfstandige bevoegdheid op de voorbehouden handelingen
    Ten tweede: Instemmen met het Experiment tijdelijk zelfstandige bevoegdheid op de voorbehouden handelingen boren, verdoven en röntgenfoto’s maken. Hierdoor worden tandartsen ontlast, kunnen zij aan de slag met complexe curatie en worden mondhygiënisten effectiever en efficiënter voor de patiënt ingezet.
  • Hernieuwde aandacht in publieke gezondheid
    Ten derde moet mondzorg hernieuwde aandacht krijgen in de publieke gezondheid, bijvoorbeeld door doelgroepgerichte voorlichting, informatievoorziening aan hulpverleners, en mondzorg als onderdeel van de preventieketens.

Problemen arbeidsmarkt zorg niet vergroten

“Mondhygiënist is een prachtig beroep en zeer veel mensen willen hiervoor opgeleid worden. De behoefte aan preventieve mondzorg is groot, maar de opleidingscapaciteit moet uitgebreid worden, Het aanscherpen van de criteria op basis waarvan iemand als zzp’er kan werken (wet Vbar) – om zo schijnzelfstandigheid te voorkomen onderschrijven we als NVM-mondhygiënisten. Maar er moet wel aandacht blijven voor de situatie piek, ziek en uniek in de mondzorg. Gaten die nu vallen in de roosters kunnen nu alleen door zzp’er opgelost worden, de wet Vbar moet niet overhaast en ongenuanceerd ingevoerd worden”, aldus Loes Velthoven-Verlinden.

“Een gezonde mond staat niet los van een goede gezondheid. Samenwerking tussen zorgprofessionals en overheid is nodig voor een mondgezonde generatie. Belangrijk is dan dat besluiten zoals het Experiment tijdelijke zelfstandige bevoegdheid mondhygiënist, mondhygiënisten op het consultatiebureau en meer opleidingsplaatsen voor mondhygiënisten snel genomen worden.”

Lees meer over: Ondernemen, Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z, ZZP-er
zzp'er

Hoofdlijnenakkoord nieuwe kabinet: plannen beperking aantal zzp’ers doorzetten

De nieuwe coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB streeft naar meer vaste contracten voor werknemers. Daartoe wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
(VBAR) voortgezet. Dit staat in het Hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, Lef en Trots’ dat deze vier partijen hebben gesloten. Daarin staan de belangrijkste beleidsvoornemens van de nieuwe coalitie.

Wet Vbar

Begin oktober publiceerde minister Van Gennip het Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet Vbar), een voorstel voor de nieuwe zzp-wet.

Een korte samenvatting van het voorstel voor de Wet Vbar

  • Structurering van de beoordeling ‘werken in dienst van’ (o.b.v. hoofdelementen).
  • Nadere verduidelijking van deze elementen (o.b.v. limitatieve indicaties).
  • Toetsing door de hoofdelementen van gezag:
    A. Werkinhoudelijke aansturing
    B. Organisatorische inbedding
  • Toetsing van het werken voor:
    C. Eigen rekening en risico

Wegen de gezagselementen zwaarder dan het werken voor eigen rekening en risico (A. e/o B. > C.)? Dan is er sprake van een dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) en dus geen zelfstandigheid voor de zzp’er. Pas bij een ‘gelijkspel’ wordt gekeken of de zzp’er zich ook breder, buiten de betreffende arbeidsrelatie, als ondernemer gedraagt (C+).

  • Rechtsvermoeden (ofwel: omgekeerde bewijslast) van een dienstbetrekking bij uurtarief van maximaal €32,24.

Lees het eerdere artikel over de Wet Vbar

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Medische hulpmiddelen en gunstbetoon in de mondzorgsector

Begin 2024 maakte de IGJ bekend dat zowel leveranciers van medische hulpmiddelen als zorgprofessionals zich niet altijd houden aan de regels over ‘gunstbetoon’. Om die reden heeft de IGJ, naar aanleiding van inspectiebezoeken, waarschuwingen en boetes opgelegd aan zowel leveranciers als zorgprofessionals. Ook in de mondzorg gelden deze regels over gunstbetoon.

Wat is gunstbetoon?

Kort en goed samengevat wordt met het verbod op gunstbetoon geregeld dat in principe geen geld, diensten of goederen mogen worden aangeboden en ontvangen met het doel om het gebruik van een geneesmiddel of de verkoop van een medisch hulpmiddel te bevorderen.

In 2022 heeft de minister van VWS een nieuwe beleidsregel gepubliceerd met betrekking tot het verbod op gunstbetoon. De beleidsregel geeft nadere invulling aan de bepalingen over gunstbetoon in de Wet medische hulpmiddelen (“de Wmh”) en de Geneesmiddelenwet (“de Gnw”) die een verbod stellen op gunstbetoon. Het verbod geldt voor alle partijen die een commercieel belang hebben bij de toepassing van een medisch hulpmiddel of geneesmiddel, zoals leveranciers en fabrikanten. Het verbod geldt daarnaast voor de ontvangers: dat kan iedereen zijn die beroepsmatig invloed heeft op de keuze voor een medisch hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld zorgaanbieders. Het verbod op gunstbetoon werkt twee kanten op: enerzijds mag de gever het geld of goed niet geven, anderzijds mag de ontvanger dit niet aannemen.

In de mondzorg komen mondzorgverleners regelmatig in aanraking met hulpmiddelen en geneesmiddelen: van implantaten en vulmaterialen tot antibiotica en pijnmedicatie.

Zijn er uitzonderingen?

Het uitgangspunt is dat gunstbetoon verboden is. Hierop zijn wettelijke uitzonderingen geformuleerd. Zo:

  • is de vergoeding van deelnamekosten aan bijeenkomsten toegestaan, zolang deze kosten strikt noodzakelijk zijn,
  • is gunstbetoon in de vorm van dienstverlening toegestaan, indien de vergoeding redelijk in verhouding staat tot de diensten en een en ander schriftelijk wordt vastgelegd. Daarnaast moet het relevant zijn voor de leverancier of beroepsuitoefening,
  • zijn geschenken van geringe waarde die relevant zijn voor de beroepsuitoefening toegestaan, bijvoorbeeld medische boeken als geschenk. Een boek is meestal van geringe waarde en relevant voor de beroepsuitoefening. Het uitgangspunt hierbij is maximaal €50 per keer en maximaal €150 per jaar,
  • zijn kortingen en bonussen bij inkoop van medische hulpmiddelen onder voorwaarden toegestaan. Kortingen en bonussen zijn niet ongebruikelijk bij de inkoop van deze genees- en hulpmiddelen.

Controle door IGJ (ook binnen de mondzorg)

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: “de IGJ”) controleert of het verbod wordt nageleefd en heeft op grond van de wet de bevoegdheid bestuursrechtelijke maatregelen (denk aan een waarschuwing of een aanwijzing of een boete) op te leggen indien dat niet het geval blijkt te zijn. Recent heeft de IGJ diverse inspecties uitgevoerd bij 9 leveranciers van medische hulpmiddelen, waaronder ook een leverancier voor tandheelkunde, waarbij onder meer is gebleken dat een aantal leveranciers de regels onvoldoende nakwamen. De IGJ heeft om die reden handhavend opgetreden.

De bevindingen van dit onderzoek zien voornamelijk op de verplichte dienstverleningsovereenkomsten (hierna: ‘DVO’). Volgens de IGJ bleek een DVO in bepaalde gevallen te ontbreken of bleek de inhoud ervan onvolledig. Zo constateerde de IGJ dat wanneer een DVO wél was gesloten, deze niet altijd alle verplichte onderdelen bevatte zoals de aard, duur, omvang van de dienst, het te bereiken resultaat, het doel en welk deel van de betaling als vergoeding voor de dienst fungeerde en welk deel als onkostenvergoeding werd beschouwd. Daarnaast werden in een aantal onderzochte DVO’s de gedane betalingen niet altijd gespecificeerd. Een andere belangrijke conclusie van de IGJ is dat niet alle leveranciers en zorgprofessionals zich in de DVO’s houden aan de maximum uurtarieven die gelden voor de verschillende soorten zorgprofessionals (op grond van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen).

De IGJ heeft reeds aangegeven het toezicht de komende periode uit te zullen breiden. Voor zorgprofessionals of zorginstellingen zal de focus met name liggen op ontvangen betalingen door leveranciers, net als op de onderliggende documenten.

Waar kunt u opletten?

Nu uit het recente onderzoek van de IGJ blijkt dat de regels ten aanzien van gunstbetoon onvoldoende werden nageleefd én de IGJ om die reden heeft aangegeven nader onderzoek te zullen uitvoeren en in dat kader bestuursrechtelijke maatregelen kan opleggen, is het verstandig de werkwijze omtrent gunstbetoon in uw praktijk nog eens onder de loep te houden.

Maximale bedragen

Daarbij is het allereerst verstandig om te kijken of uw organisatie voldoet aan de ‘uitzonderingen’ (zoals de uitzonderingen die hierboven zijn weergegeven) indien sprake is van gunstbetoon. Denk aan de maximale bedragen voor het aannemen van geschenken.

Bonussen en kortingen

Bij bonussen en kortingen in het kader van de inkoop van medische hulpmiddelen – die in principe zijn toegestaan – geldt dat het verstandig is na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden voor het aannemen van deze bonussen en kortingen. Zo moeten deze bonussen en kortingen uitdrukkelijk schriftelijk tot uitdrukking worden gebracht en moeten de bonussen en kortingen worden verrekend met de (rechts)personen die rechtstreeks partij zijn bij de handelstransactie.

Cursussen en congressen

Daarnaast valt te denken aan een controle op de voorwaarden voor het op kosten van een leverancier van hupmiddelen deelnemen aan cursussen of congressen; dat kan alleen indien de kostenvergoeding puur ziet op de gemaakte kosten om aan het congres deel te nemen en indien het programma ook inhoudelijk aan bepaalde voorwaarden voldoet.

DVO

De mondzorgverlener die diensten verricht voor een leverancier van medische hulpmiddelen, doet er daarnaast verstandig aan om te controleren of een DVO gesloten is en zo ja, of die aan de voorwaarden voldoet. Uit de informatie van de IGJ volgt dat de DVO in de onderzoeken van de IGJ een voornaam punt van aandacht zijn en dat de IGJ daar met nadruk op let.

Door:
mr. Chara van Noort – advocaat, zorgmakelaar en juridisch adviseur bij Eldermans|Geerts

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Drie effectieve strategieën om met no-shows en afzeggers om te gaan

Drie effectieve strategieën om met no-shows en afzeggers om te gaan

Het op korte termijn afzeggen van afspraken door patiënten is één van de grotere ergernissen in de praktijk. Een lege plek in de agenda is helemaal zonde als je weet dat veel patiënten graag snel langs zouden willen komen. Maar het leven is nu éénmaal druk en patiënten maken daarom, net als wij, soms een keuze om een andere afspraak voorrang te geven. Of het nu om overmacht gaat of niet, niet nagekomen afspraken leveren het (receptie)team veel stress en extra werk op. Onthoud de drie tips uit dit artikel voor meer controle over de agenda.

Probeer eerst de afspraak te redden

Een afspraak niet na willen komen is vaak een keuze. Die keuze kan nog worden beïnvloed als iemand de waarde van de afspraak beter beseft. Hoe doe je dat?

Maak altijd een notitie

Noteer het als iemand op korte termijn (bijvoorbeeld 1-2 dagen) de afspraak verplaatst. Wanneer een patiënt dan belt, kun je op de kaart meteen de historie van afzeggingen zien en welk type afspraak er gepland staat. Dat is een goed aanknopingspunt voor het gesprek. Dat betekent niet dat je meteen een rekening moet sturen, maar het biedt inzicht in hoe frequent het voorkomt. Noteren kan bijvoorbeeld met de codering PAMB (Patiënt Afwezig Met Bericht), C90, of uitgebreider met C911 (reden ziekte), of C912 (reden werk) etc.

Benoem de gevolgen van het verplaatsen voor de patiënt

Als de patiënt niet ernstig ziek is en er is geen sprake van overmacht, geef dan altijd aan dat het verplaatsen van een afspraak mogelijk gevolgen heeft voor de mondgezondheid. Vaak zie je ook dat patiënten een afspraak laten staan als ze beseffen hoe lang het duurt voordat er weer plek is in de agenda.

Benoem de impact op de praktijk

Een sociale norm heeft altijd een sterkere uitwerking dan een financiële norm. Wijs de patiënt daarom ook op de gevolgen voor het team (‘We hebben altijd veel werk om de agenda’s weer op orde te krijgen’), of voor de patiënten (‘Andere mensen hadden graag dit plekje gehad, als we dit eerder wisten’).

Een vergoeding vragen voor een no-show

Als je niet op tijd kunt zijn voor een voorstelling in het theater, of voor het halen van een vlucht dan is dat jouw eigen verantwoordelijkheid als consument. Je betaalt het volledige ticket, zonder compensatie. In de mondzorgpraktijk vinden we dit vaak een lastig onderwerp. Vaak is er wel een duidelijk idee over, maar uit de cijfers blijkt vervolgens dat het zelden ook zo wordt uitgevoerd.

Wanneer vraag je een vergoeding?

Spreek goed af binnen de praktijk wanneer je een vergoeding vraagt, zodat je onduidelijk beleid voorkomt. Stuur je een nota bij het verplaatsen van de afspraak voor morgen? Of doe je dit alleen als de plek leeg blijft? En doe je dit bij de eerste keer meteen, of na twee keer waarschuwen? En wanneer is precies een tweede keer? Ook belangrijk: krijgt iemand na verloop van tijd weer een schone lei?

Hoe hoog is de vergoeding?

De meest gebruikte bedragen zijn één, of twee euro per minuut. Sommige praktijken hanteren bij de tweede keer afzeggen, één euro per minuut en bij de derde keer, twee euro per minuut. Wat je ook doet, het belangrijkste is dat je consequent bent. Patiënten hebben een fijne neus voor mogelijkheden om te onderhandelen en ongelijke behandeling van gelijke gevallen levert altijd veel irritatie op.

Vul de plek snel in met een ‘snel-bellenlijst’

Als er morgen een uur uitvalt, is het fijn als je een lijst hebt van patiënten die je snel kunt bellen voor een afspraak. Zo’n lijst bevat de naam van de patiënt, de voorkeur voor de behandelaar, het type behandeling en de datum dat de patiënt al een afspraak heeft staan. Het is dus meer dan een spoedlijst. Hoe meer mensen op de lijst staan (ook die geen spoed zijn, maar wel eerder willen), hoe groter de kans om de lege plek te vullen.

Samenvattend is het belangrijk dat je voor niet nagekomen afspraken een goed no-show beleid hebt. Het eerste wat je moet doen als iemand belt om een afspraak te verzetten, is kijken of dat wel echt nodig is. Zeker 30% van de afspraken gaat met een goede aanpak gewoon door. Heb je toch morgen een gat in de agenda? Zorg dan dat je een lijst hebt waarop mensen staan die snel terecht willen in de praktijk.

Door: Alexander Tolmeijer, van Dentiva

Met Snelterecht, een nieuw programma van Dentiva, stuur je een groep patiënten snel en eenvoudig een persoonlijk whatsapp bericht voor vrijgekomen plekken, in plaats van ze individueel te moeten bellen. Lees hier meer over Snelterecht

Lees meer over: Management, Ondernemen
Remko van der Ploeg 400 x 230

Podcast: De handrem erop door onzekerheid – Remko van der Ploeg

De mondhygiënist die bij Remko van der Ploeg een online sparringsessie “vragen(v)uurtje” had geboekt, twijfelde enorm hoe ze moest omgaan met dingen die haar voorgangster voor haar had achtergelaten. Hoe ga je daarmee om?

Ze had onlangs een praktijk overgenomen en liep er tegenaan dat er korting was gegeven op de tarieven. Hoe ga je daarmee om? Dat, en nog een paar andere voorbeelden, vertelt Remko in deze podcast.

 

Beluister de podcast

Remko van der Ploeg, Secondent – individuele begleiding bij de start of overname van een praktijk.

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Het Tandenhuis

Het Tandenhuis opende zijn deuren in Hoef en Haag

Op 2 januari is er in Hoef en Haag een nieuwe praktijk geopend, het Tandenhuis. Leslie van Oostenbrugge, een van de praktijkhouders, vertelt hoe dit is gelopen en hoe zij het ervaarde. Van Oostenbrugge heeft in één pand de tandartspraktijk (Het Tandenhuis), de orthodontiepraktijk (Het Orthohuis) en de praktijk voor mondhygiëne gehuisvest.

Hoef en Haag is een dorp in aanbouw aan de Lek. Van Oostenbrugge is hier haar praktijk begonnen, omdat Hoef en Haag haar als compleet nieuw dorp aantrok. Ze wilde alle nieuwe bewoners lieve mondzorg bieden, vertelt ze. “Het is een unieke kans om een dorpspraktijk te bouwen”. Het stond misschien niet op de planning, maar het idee om een eigen praktijk daar te open groeide naarmate het dorp groeide. Van Oostenbrugge vertelt dat de start van de praktijk als zeer goed is ervaren.” We zijn ontzettend lief door de bewoners welkom geheten! Dat voelt zo fijn”. Het hele team bruist van enthousiasme en energie. Dat is ook fantastisch, gaat ze verder.

Het Tandenhuis

Locatie

Over de locatie zei Van Oostenbrugge dat het gewoon naar haar toe kwam. “Een volledig nieuw dorp wat op 3 kilometer van mijn huidige praktijk in Vianen is gesitueerd. Er was nog geen tandarts gevestigd maar wel veel animo van tandartsen om daar te komen werken”. Perfect dus volgens Van Oostenbrugge. Het moeilijkste was een ruimte te vinden. Uiteindelijk kwam ook deze vanzelf op haar af. Bewoners van het huis, waar nu de praktijk zit, gingen verhuizen. Het mooie was, dat er op deze woning een bestemmingsplan en vergunning voor een praktijk aan huis was. De opening heeft Van Oostenbrugge als zeer goed ervaren. “Door het enthousiasme van het dorp en het team vielen alle kwartjes op de juiste plekken”.

Praktijk

Van Oostenbrugge is naast praktijkhouder ook nog actief aan de behandelstoel. Een uitdaging maar iets wat ze graag doet. “Het mooie nieuwe is om een mentorrol voor de jonge tandartsen, mondhygiënisten en andere medewerkers te mogen vervullen! Wanneer je hen alle vertrouwen geeft groeit er iets prachtigs”. In totaal werken er twee tandartsen en vijf baliemedewerksters bij het Tandenhuis.

Team Hoef en Haag

Toekomst

Toekomstplan van Van Oostenbrugge is om de praktijk prachtig op te bouwen. “Uniek is om orthodontie, tandheelkunde en mondhygiëne onder 1 dak te mogen realiseren voor en in dit dorp en verre omstreken”. Op de begane grond zijn twee stoelen: een voor de tandarts en een voor de mondhygiënist. Zij werken voor het Tandenhuis Hoef en Haag. Op de eerste etage zijn twee stoelen vóór orthodontie gerealiseerd vanuit het Orthohuis. Een prachtige combinatie volgens Van Oostenbrugge. Wat ze beginnende praktijkhouders wil meegeven is vertrouwen hebben in je team en jezelf.

“Het starten begint met een verlangen!”

Leslie van Oostenbrugge

Leslie van Oostenbrugge

Wil je ook op dentalinfo.nl met collega’s delen hoe de start van je praktijk verliep? Mail naar info@dentalinfo.nl We stemmen graag met je af.

Lees meer over: Management, Ondernemen
Tuchtrecht Klacht tegen collega tandarts leidt tot berisping

Tuchtrecht: Klacht tegen collega tandarts leidt tot berisping

De klager is zelf tandarts en heeft een klacht ingediend tegen een collega tandarts in dezelfde plaats waarmee de verhouding al jaren verstoord is. De klager geeft aan dat de tandarts zich niet collegiaal gedraagt door medische dossiers van overgestapte patiënten niet te verstrekken en patiënten aanmoedigt en financieel steunt om klachten in te dienen tegen een collega tandarts waar de verweerder een conflict mee heeft.

Volgens de klager is dit in strijd met een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Er zijn tuchtklachten ingediend door acht patiënten die eerder door de klager zijn behandeld.

Klacht

De klager heeft een klacht ingediend tegen de verweerder vanwege het feit dat de verweerder oncollegiaal heeft gehandeld door patiënten aan te moedigen om klachten in te dienen tegen de klager. Daarnaast heeft de verweerder namen van voormalige patiënten gebruikt om brieven op te stellen, ondertekenen en versturen aan de praktijk van de klager waarin wordt gevraagd om medische gegevens van het elektronische dossier te sturen. Verder heeft de verweerder medische dossiers van patiënten die naar de klager zijn overgestapt niet verstrekt. De verweerder heeft het tuchtcollege verzocht om de klacht niet inhoudelijk te behandelen en wanneer de klacht wel wordt beoordeeld heeft de verweerder het college verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het tuchtcollege geeft aan dat het medisch tuchtrecht het doel heeft om de kwaliteit van de patiëntenzorg te bevorderen en niet bedoeld is om een oordeel te geven over een verstoorde houding tussen zorgverleners onderling. Volgens het tuchtcollege heeft de verweerder patiënten aangemoedigd om tuchtklachten tegen de klager in te dienen waarbij de verweerder de advocaatkosten ook voor eigen rekening neemt. Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat dit niet professioneel is en strijd met de vastgelegde gedragsregels voor tandartsen verklaard dit klachtenonderdeel als gegrond. Er is niet voldoende informatie om te onderbouwen dat de vervalste reviews in opdracht van de verweerder op social media heeft geplaatst. Het tweede klachtenonderdeel houdt in dat de verweerder brieven opstelt in naam van voormalig patiënten en dat praktijkmedewerkers deze brieven hebben ondertekend.

Echter geeft de verweerder aan dat deze brieven zijn opgesteld en ook door de betrokken patiënten zelf zijn ondertekend. Dit klachtenonderdeel is ongegrond omdat er onvoldoende informatie is over het feit dat handtekeningen vervalst zijn of niet. Het derde klachtenonderdeel houdt in dat de verweerder de patiëntendossiers van de patiënten die zijn overgestapt naar de klager niet heeft verstrekt. Het is echter niet mogelijk om vast te stellen of de patiënten zelf een verzoek hebben gedaan om het dossier niet door te sturen of dat de verweerder het dossier niet op tijd of niet volledig heeft afgegeven. Dit klachtenonderdeel is daarom ook ongegrond.

Uitspraak

Het eerste klachtenonderdeel is gegrond en de andere twee klachtenonderdelen zijn ongegrond. Het tuchtcollege legt een berisping op omdat de verweerder op meerdere momenten had moeten beseffen dat zijn handelen niet past binnen de patiëntenzorg

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Declaraties

Anders Medical Factoring stopt verwerking nieuwe declaraties per 1 mei 2024

Anders Medical Factoring, specialist in de verwerking van declaraties in de mondzorg, heeft in een publicatie aan haar klanten en op haar website laten weten dat zij per 1 mei 2024 stopt met het accepteren van nieuwe declaraties. Aanleiding voor dit besluit zijn problemen met het ICT-systeem van het bedrijf waardoor is besloten om de activiteiten af te bouwen.

Oplossingen voor bestaande klanten Anders Medical Factoring

De berichtgeving vraagt om slagvaardig handelen door praktijken die nu met Anders werken om te zorgen dat de cashflow en het vertrouwen van patiënten op peil blijven. Uitgaande van een uitbetaling in 6 weken zullen praktijken in april/mei 2024 een beslissing moeten nemen over een alternatieve oplossing. Anders adviseert om een nieuw contract aan te gaan met Infomedics.

De eerder ingediende declaraties tot 1 mei 2024 worden afgehandeld door Anders Medical Factoring. Een praktijk kan zelf kiezen wat ze per 1 mei 2024 met haar declaraties doet.

Mogelijke opties voor klanten van Anders

  • Overstappen naar een andere factoraar zoals Infomedics of Netpoint
  • Declareren met een gespecialiseerde software dienst zoals Payt of Intelly
  • Kiezen voor declareren en factureren met praktijksoftware
  • (Gedeeltelijk) stoppen met clearing en kiezen voor pinnen aan de balie

Met de beëindiging van de activiteiten van Anders verdwijnt er opnieuw een dienstverlener op het vlak van medische factoring.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Remko van der Ploeg 400 x 230

Podcast: Waarom lukt het maar niet om je doel te bereiken? – Remko van der Ploeg

Hoe vaak komen we er niet achter dat alles wat je je had voorgenomen, niet is gelukt. Waarom is dat eigenlijk? Op het moment dat je het uitsprak, voelde het zo echt. Je meende wat je zei en je wilde het dit keer echt anders aanpakken. En nu? Je kan niets anders dan toegeven dat er eigenlijk niets is veranderd.

Balen zeg. Je gaat voor een 2e (of 3e) poging en je neemt je voor om er nu echt mee aan de slag te gaan. Maar, hoe zorg je er nu voor dat je over 6 maanden niet weer moet concluderen dat je nog steeds vast zit in je oude patroon?

Beluister de podcast

Remko van der Ploeg, Secondent – individuele begleiding bij de start of overname van een praktijk.

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege verwijderen van element die vastzat aan brug

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege verwijderen van element die vastzat aan brug

De klager was sinds 2010 patiënt bij de praktijk van de beklaagde. Op 1 maart 2020 was de klager voor het laatst op controle geweest bij een collega tandarts. Tijdens deze controle is een solo gemaakt en aan de hand daarvan is in het patiëntendossier genoteerd dat de 27 verloren is en doorgeslepen moest worden om te verwijderen.

Op 23 mei 2023 was de klager bij de tandarts gekomen om de 27 te extraheren. Voorafgaand aan de behandeling werd een röntgenfoto gemaakt. Tijdens het trekken van de kies brak er een stukje van de 27 en van de 26 af. Na het bekijken van de patiëntkaart kwam de tandarts erachter dat de 27 onderdeel was van een brug waarna de tandarts de 27 heeft los geslepen van de brug waarbij er nog een stukje van de 26 af brak. Tijdens de behandeling brak er ook een stukje van de 21 af en de tandarts heeft dit tijdelijk en kosteloos hersteld met composiet. Ongeveer een uur na de behandeling kwam er nog een stukje los van element 25. Na de behandeling heeft de tandarts een orthopantomogram (OPT) gemaakt en de klager aangeboden om de 21, 25 en 26 te behandelen. Uit coulance zouden dan voor de 21 alleen de techniekkosten in rekening worden gebracht. De totale kosten zouden dan ongeveer €800 zijn voor de klager. De klager heeft een second opinion aangevraagd bij tandarts D, waaruit is gebleken dat er een nieuwe brug gemaakt moet worden waarvan de kosten € 5.200 zouden zijn. De klager heeft daarbij aan de beklaagde tandarts gevraagd om de helft te vergoeden, echter heeft de tandarts dit geweigerd.

Situatie

De klager was sinds 2010 patiënt bij de praktijk van de beklaagde. Op 1 maart 2020 was de klager voor het laatst op controle geweest bij een collega tandarts. Tijdens deze controle is een solo gemaakt en aan de hand daarvan is in het patiëntendossier genoteerd dat de 27 verloren is en doorgeslepen moest worden om te verwijderen. Op 23 mei 2023 was de klager bij de tandarts gekomen om de 27 te extraheren. Voorafgaand aan de behandeling werd een röntgenfoto gemaakt. Tijdens het trekken van de kies brak er een stukje van de 27 en van de 26 af. Na het bekijken van de patiëntkaart kwam de tandarts erachter dat de 27 onderdeel is van een brug waarna de tandarts de 27 heeft los geslepen van de brug waarbij er nog een stukje van de 26 af brak.

Tijdens de behandeling brak er ook een stukje van de 21 af en de tandarts heeft dit tijdelijk en kosteloos hersteld met composiet. Ongeveer een uur na de behandeling kwam er nog een stukje los van element 25. Na de behandeling heeft de tandarts een orthopantomogram (OPT) gemaakt en de klager aangeboden om de 21, 25 en 26 te behandelen. Uit coulance zouden dan voor de 21 alleen de techniekkosten in rekening worden gebracht. De totale kosten zouden dan ongeveer €800 zijn voor de klager. De klager heeft een second opinion aangevraagd bij tandarts D, waaruit is gebleken dat er een nieuwe brug gemaakt moet worden waarvan de kosten € 5.200 zouden zijn. De klager heeft daarbij aan de beklaagde tandarts gevraagd om de helft te vergoeden, echter heeft de tandarts dit geweigerd.

Klacht

De klager diende een klacht in tegen de tandarts vanwege het feit dat de tandarts niet heeft gezien dat de kies in bovenkaak die geëxtraheerd moest worden, vastzat aan een brug en daardoor tijdens de behandeling schade heeft aangericht aan twee andere kiezen en een voortand.

De tandarts heeft de klager voor de behandeling niet geïnformeerd over de risico’s op beschadiging van andere kiezen. Daarnaast vindt de klager dat de beklaagde tandarts onvoldoende compensatie heeft aangeboden voor de herstelbehandeling.

Standpunt tandarts

De tandarts heeft aangegeven dat hij pas in tweede instantie heeft gezien dat element 27 vastzat aan een brug omdat hij een dergelijke brugconstructie nog nooit eerder had gezien. Daarnaast geeft de tandarts aan dat element 21 endodontisch is behandeld en dat de brug daarom vermoedelijk verzwakt is ter plaatse van dit element waardoor er een stukje is afgebroken. Bij element 25 en 26 is cariës aanwezig. Omdat er ook andere problemen in de mond zijn en de klager al een lange tijd niet bij de tandarts is geweest is de beklaagde tandarts niet bereid om de herstelbehandeling van de elementen uit coulance uit te voeren. De tandarts geeft aan dat hij van tevoren niet goed heeft gekeken naar de brugconstructie en dat hij zich wel heeft ingelezen in de patiënt maar het dossier niet helemaal heeft gelezen tot en met 2020.

Beoordeling

Het klachtenonderdeel gaat over het feit dat de tandarts niet heeft gezien dat element 27 vastzat aan andere kiezen door middel van een brug. Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat de tandarts niet zorgvuldig heeft gehandeld door vooraf niet voldoende kennis te hebben verkregen over de situatie van de patiënt. Het tuchtcollege oordeelt dat de tandarts niet bekwaam heeft gehandeld en daarmee is het klachtenonderdeel gegrond.

Het tweede klachtenonderdeel betreft het feit dat de tandarts onvoldoende compensatie heeft geboden voor de veroorzaakte schade in de mond. De tuchtrechter kan hier echter niet over oordelen en geeft aan dat dit voorbehouden is aan de civiele rechter. Dit klachtenonderdeel is daarmee ongegrond.

Uitspraak

Het tuchtcollege legt de lichtste maatregel, een waarschuwing, op vanwege het feit dat de tandarts niet goed voorbereid was op de extractie van element 27 en daardoor onzorgvuldig heeft gehandeld.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
NVM ONT VvAA Startersdag 2024

Enthousiasme en interactiviteit tijdens NVM/ONT/VvAA Startersdag 2024

Op zaterdag 9 maart stond in Utrecht de startersdag voor mondhygiënisten en tandprothetici op de kalender. Bekijk hier de korte terugblik van het programma van deze dag voor deze mondzorgverleners die een eigen praktijk overwegen.

Een kleine veertig mondhygiënisten en tandprothetici (deels in opleiding) trokken op 9 maart naar Utrecht voor de NVM/ONT/VvAA Startersdag 2024. Met als centrale vraag ‘Is ondernemen iets voor mij?’. Een interactieve dag met enthousiaste aspirant-praktijkhouders. Of de dag aan hun verwachtingen voldeed? Maar liefst 89% van de deelnemers reageerde met ‘goed’ of ‘zeer goed’ gevraagd naar het uit drie blokken opgebouwde programma.

Eerste blok: twee plenaire sessies

Direct na het welkomstwoord van dagvoorzitter Erik van Dam (VvAA) stonden in de ochtend twee plenaire sessies op het programma. De eerste over de mondzorgverlener als ondernemer, de tweede over positionering van de praktijk.

Ondernemerschap en persoonlijk leiderschap

Een eigen praktijk, dat betekent ook ondernemerschap. Jacqueline Mooij, (team)coach bij VvAA, haalde de groep meteen uit de stoel en ging aan de slag om samen te kijken in hoeverre dat bij ieder van hen past. Dat leverde mooie interactie op en het werd heel concreet, de deelnemers maakten namelijk in de week vooraf al een ‘persoonlijke profielanalyse’ voor zichzelf. Die liet onder meer zien welk gedag iemand van nature laat zien. Het begint allemaal bij persoonlijk leiderschap, volgens Mooij, over jezelf kennen, eigen wensen en vaardigheden benoemen. Met als houvast het DISC-model van Marston bekeek iedere deelnemer welke typering bij zijn of haar gedragsstijl aansloot: bijvoorbeeld regisseur, analist, zorger of motivator. En wat dat betekent voor keuzes die je maakt.

Positionering en praktijkfocus

Ward de Moor nam in deze sessie het stokje over om zijn licht te laten schijnen op de positionering van de praktijk. ‘Hoe wil je dat je praktijk straks te boek staat?’, vroeg de trainer van MoorComm de groep direct. ‘Waarmee onderscheid je jezelf van andere mondzorgpraktijken? Welke informatie van de markt heb je nodig?’ Via concrete voorbeelden van grote merken als Ikea en KLM, zoomde Ward in op gezondheidszorg. Met behulp van het model van Treacy en Wiersema liet hij bijvoorbeeld zien hoe je de primaire focus kan leggen op de patiëntervaring, state of the art-mondzorg of de praktijk als geoliede machine.

Ook hier vanuit de vraagstelling: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik?

Een mooie aansluiting op de voorgaande sessie dus.

Tweede blok: twee parallelsessies

Na de plenaire sessies verschoof de focus verder naar de praktijk. De beroepsgroepen splitsten zich voor de parallelsessies ‘In tien stappen naar een eigen praktijk’ en ‘Beroepsinhoudelijk ondernemerschap’. De eerste vóór en de ander ná de lunchpauze.

Mondzorgverlener met rechten en plichten

Jurist Marjolein Stigter (NVM Mondhygiënisten) liep in prettig tempo de beroepsinhoudelijke kant van het ondernemerschap langs. Welke wetgeving is bijvoorbeeld van belang als je een eigen praktijk hebt? De belangrijkste aspecten van het gezondheidsrecht, denk aan BIG, Wkkgz en Wtza. Maar ook hoe het met je beroepsaansprakelijkheid zit met een eigen praktijk. En als je personeel hebt: het arbeidsrecht. Aan de orde kwam ook waarbij de beroepsorganisatie (NVM of ONT) je kan ondersteunen. Bijvoorbeeld bij de verplichte regeling voor klachten en geschillen. Een levendige discussie ontstond tijdens het onderdeel over de poortwachter- en doorverwijsfunctie van de mondhygiënist toen er een casusfoto getoond werd. Die bleek ook nog vlot de juiste diagnose uit de zaal op te leveren!

Stappen naar een eigen praktijk

De tien stappen naar een eigen praktijk werden door ondernemersadviseur mondzorg Frank Brusche (VvAA) praktisch ingevuld. Het best beoordeelde onderdeel van de dag. Stap 1, het inventariseren van de eigen wensen, sloot direct aan bij de ochtendbijdragen van Mooij en De Moor. Waar je zoal op moet letten als je op zoek gaat naar een geschikte praktijk. In welke vorm kan je de stap naar een eigen praktijk nemen? Of hoe je de waarde van een mogelijk over te nemen praktijk berekent. Ook kwamen alle zakelijk aspecten stap voor stap voorbij, denk aan financiering, contracten, risico’s en verzekeringen en communicatie. En stap tien? Niet onbelangrijk: om ook aandacht te besteden aan het afsluiten van de huidige, straks de vorige, werkkring. Lees meer over de tien stappen van praktijkovername op dentalinfo.nl en Het starten van een eigen mondhygiëne praktijk

Derde blok: Speeddates

Als laatste onderdeel voor de afsluitende netwerkborrel stonden de speeddates met collega’s, die de stap al eerder waagden, op het programma. De beroepsgroepen werden verder onderverdeeld om de ervaringen te horen van praktijkhoudende collega’s met verschillende profielen. Kleine groepjes waardoor er alle mogelijkheid voor directe interactie en eigen vragen was, maar ook om te leren van vragen en collega-aspirant-praktijkhouders. Dit blok had volgens een aantal deelnemers wel langer mogen duren!

Afsluitende netwerkborrel

Na de plenair afsluiting van het congres door dagvoorzitter Erik van Dam en de beleidsmedewerkers van de beroepsorganisaties Annelieke Papadaki (NVM Mondhygiënisten) en Caitlin Dekkers (ONT) dronken de deelnemers nog een glas, terwijl zij met elkaar, de sprekers en aanwezige adviseurs spraken. Tegen half zes vertrokken de laatste deelnemers weer huiswaarts na een lange dag en veel informatie en nieuwe inzichten. En weer een flinke stap verder met hun vraag: ‘Is ondernemen iets voor mij?’.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Ondernemen
Tandarts podcast Ron Steenkist - Bernadette 400

Podcast: De 7 sleutels tot een goede behandeling bij kinderen

Tandarts-ondernemer Ron Steenkist gaat in deze podcast-aflevering weer in gesprek met een collega. Dit keer spreekt hij met Bernadet Spaan.

Bernadet specialiseerde zich als pedodontologe en werkte bij SBT Amsterdam. Zij is nu werkzaam als kindertandarts in Zwolle bij de kliniek voor bijzondere tandheelkunde Vogellanden.

De podcast gaat in op zorgen voor veiligheid en sfeer, autonomie, het serieus nemen van alle emoties, plezier, pijnvrij behandelen en structuur geven.

Tandarts Podcast

In de Tandarts Podcast gaat Ron Steenkist elke aflevering in gesprek met een collega die zijn praktijkvisie en -voering hebben beïnvloed. De gespreksonderwerpen lopen uiteen van financiën en agenda-planning, tot marketing en leiderschap. De podcast is o.a. te vinden op Spotify en in Apple Podcasts.

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast
Onbekend maar niet onbemind: de GOMA 2022

Onbekend maar niet onbemind: de GOMA 2022

De afwikkeling van klachten en schadeclaims binnen de medische aansprakelijkheid is een vreemde eend in de bijt. Daarom kwam in 2010 de eerste versie van de Gedragscode ‘Openheid Medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid’, afgekort en ook wel bekend als ‘GOMA’, tot stand. Op 1 maart 2023 is de hernieuwde GOMA (GOMA 2022) in werking getreden. Deze geeft aanbevelingen over de fase voorafgaand aan de klacht of aansprakelijkstelling, en over de afwikkeling hiervan.

De GOMA lijkt voor veel zorgaanbieders nog onbekend terrein te zijn. Waarschijnlijk heeft dit ermee te maken dat de GOMA in eerste instantie toegespitst was op ziekenhuizen en hun aansprakelijkheidsverzekeraars. De ‘nieuwe’ GOMA richt zich echter op alle zorgaanbieders en zorgverleners die te maken hebben met incidenten, waaronder zorgverleners in de mondzorg. Reden genoeg om in dit artikel stil te staan bij de GOMA.

Wat staat erin?

Hoe gaan partijen met elkaar om?

In de GOMA wordt allereerst aandacht besteed aan de manier waarop partijen met elkaar dienen om te gaan, namelijk respectvol, open en coöperatief. Dit heeft geleid tot de aanbeveling dat zorgaanbieders begeleiding en ondersteuning aan de cliënt dienen te bieden, bijvoorbeeld het inschakelen van een klachtenfunctionaris. Ook wordt aanbevolen een overzicht van relevante feiten en omstandigheden aan de cliënt aan te bieden. Interessant is verder aanbeveling 5 van de GOMA waar aandacht wordt besteed aan de grote impact die incidenten en (tucht)klachten op zorgverleners kan hebben. Van zorgaanbieders wordt dus verwacht ook begeleiding en ondersteuning te bieden aan de zorgverlener.

Hoe ga je om met incidenten?

Vervolgens wordt ingegaan op de manier waarop moet worden omgegaan met (mogelijke) incidenten. Denk dan aan het melden van incidenten binnen de zorgorganisatie en het onderzoeken van die incidenten. Maar ook het melden van incidenten aan de cliënt zelf en de wijze waarop een eventueel calamiteitenonderzoek dient plaats te vinden en eventueel kan worden besproken. Deze aanbevelingen zijn ook vergelijkbaar met de verplichtingen vanuit de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (hierna te noemen: ‘Wkkgz’).

Bovendien is interessant dat wordt aangehaald dat de zorgaanbieder, als een calamiteitenonderzoek heeft plaatsgevonden, de cliënt dient aan te bieden het calamiteitenrapport samen te bespreken. Aan de cliënt dient desgewenst een schriftelijke samenvatting van of zelfs het gehele rapport te worden verstrekt. Dit is echter geen verplichting op grond van de Wkkgz of de KNMG-Richtlijn Omgaan met medische gegevens. Een cliënt heeft weliswaar recht op het verkrijgen van bepaalde informatie over een incident, maar het gaat dan enkel om de aard en toedracht van het incident en uitsluitend als is komen vast te staan dat sprake is geweest van een incident.

Belangrijk op dit punt is ook dat in de rechtspraak is bepaald dat het calamiteitenonderzoek behoort tot het interne register van de zorgaanbieder en dus niet hoeft te worden gedeeld met de cliënt. Overigens werd door de tuchtrechter hierover anders beslist. Op dit punt bestaan er dus verschillende opvattingen. Vooralsnog lijkt echter niet wettelijk te zijn vastgelegd dat (een samenvatting van) het calamiteitenrapport verstrekt hoeft te worden. In sommige gevallen kan het verstrekken van het rapport echter wel verzachtend werken, maar het is dan wel raadzaam om dit af te stemmen met de medewerkers die in het rapport worden genoemd of te herleiden zijn en de andere risico’s van verstrekking af te wegen.

Mag je excuses aanbieden?

Verder is er veel te doen geweest om het bieden van erkenning van het leed aan cliënten en hun naasten. Zorgverleners hebben vaak het idee dat zij geen excuses mogen aanbieden, omdat dan zou worden erkend dat zij een fout zouden hebben gemaakt. Dit is echter niet het geval; het aanbieden van excuses of het tonen van medeleven over iets dat is mis gegaan betekent niet dat wordt erkend dat er ook iets fout is gedaan. Vaak kan juist veel ellende voorkomen worden door het tonen van erkenning en medeleven.

Hoe ga je om met verzoeken tot financiële compensatie?

Tot slot wordt in de GOMA ingegaan op de afhandeling van verzoeken tot financiële compensatie. In de praktijk worden dergelijke verzoeken vaak door de aansprakelijkheidsverzekeraar van de betreffende zorgaanbieder afgehandeld. Deze aanbevelingen lijken dan ook minder relevant voor de zorgaanbieder en zorgverlener zelf, maar dat is niet zo. Uit de rechtspraak volgt namelijk dat een zorgverlener er op toe moet zien dat een schadeclaim door de aansprakelijkheidsverzekeraar binnen redelijke termijn wordt afgehandeld en dat de zorgverlener correct en zorgvuldig omgaat met claims en klachten die worden ingediend door cliënten.

Gebondenheid aan en naleving van de GOMA

De GOMA geeft dus handvatten en uitleg over de manier waarop kan worden omgegaan met (mogelijke) incidenten en de manier waarop gevolg kan worden gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de verschillende wetten. Goed om op te merken is dat de GOMA aanbevelingen geeft en geen wet is. De vraag is dan ook in hoeverre van zorgaanbieders en -verleners verlangd kan worden dat zij de GOMA naleven en of zij er ook op afgerekend kunnen worden als zij dat niet doen.

Uit de tuchtrechtspraak volgt dat het belang van de uitgangspunten in de GOMA voorop worden gesteld. Ook zien wij dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een klacht bij de tuchtrechter kan baseren op de uitgangspunten van de GOMA, hetgeen de tuchtrechter ook onderschreef.

Daarnaast wordt de GOMA ook door de civiele rechter aangehaald: “De GOMA is een gedragscode, bij uitstek een codificatie van volgens de branche behoorlijk, met de eisen van redelijkheid en billijkheid overeenstemmend handelen. Relevant is bovendien dat deze code dezelfde doelstelling heeft als een procedure als de onderhavige, namelijk het bevorderen van goede afwikkeling van letselschade buiten rechte. Bij de beoordeling komt daarom aanzienlijk gewicht toe aan de normen die in de GOMA zijn vervat […].”

Kortom, hoewel de GOMA geen wet is, wordt er door meerdere partijen, te weten tuchtrechters, civiele rechters en de IGJ, wel waarde gehecht aan het handelen in lijn met de aanbevelingen uit de GOMA.

Tot slot

De hernieuwde GOMA richt zich op alle zorgaanbieders en zorgverleners die te maken hebben met incidenten en niet meer alleen op ziekenhuizen. Bovendien wordt er veel waarde gehecht aan het handelen in lijn met de aanbevelingen uit de GOMA. Het kan dus raadzaam zijn de (interne) procedure van klachten en claims naast de GOMA te houden.

Door:
Mr. Joekie van Gogh, advocaat gezondheidsrecht bij Eldermans|Geerts Advocaten.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Petra van der Zwan en Remko van der Ploeg 400 - podcast

Podcast: ‘Het persoonlijke contact met de patiënt wordt steeds belangrijker’, interview met Remko van der Ploeg.

In deze podcast gaat Petra van der Zwan van dentalinfo.nl in gesprek met Remko van der Ploeg. Hij werkt als zelfstandig ondernemer en zijn bedrijf is genaamd Secondent. Zijn doelgroep bestaat uit mondhygiënisten die een eigen praktijk willen starten of overnemen.

Hij neemt ze mee op deze spannende reis en begeleidt de mondhygiënist in het hele proces van de vele zaken die geregeld moeten worden. Dit alles met het doel om een succesvolle praktijk op te bouwen waarin de patiënt de aandacht krijgt die hij verdient en de mondhygiënist haar of zijn dromen waarmaakt.

Beluister de podcast:

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast