Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege eindigen behandelrelatie

Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege eindigen behandelrelatie

Na twee jaar afwezigheid bezocht de patiënt de praktijk. Bij dit consult werden verschillende vervolgafspraken gemaakt. Na een wortelkanaalbehandeling hield de klaagster pijn en kwam terug in de praktijk, echter mocht de tandarts niet in haar mond kijken. De andere vervolgafspraken zegde zij daarna af waarop de praktijk haar in een brief verzocht een andere praktijk te zoeken. Het college oordeelt dat de tandarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld.

Situatie

Na een periode van twee jaar afwezig te zijn geweest, heeft de klaagster zich eind 2020 opnieuw ingeschreven bij de tandartsenpraktijk. Op 3 december 2020 had de klaagster een afspraak voor een consult bij de tandarts. Naar aanleiding van dit consult werden verschillende vervolgafspraken gemaakt voor het maken van twee restauraties, een wortelkanaalbehandeling, beoordelen van de prothese en een afspraak bij de mondhygiënist. Op 8 december 2020 onderging de klaagster een wortelkanaalbehandeling. Echter bleef de pijn aanhouden en nam de dochter van de klaagster contact op met de tandartspraktijk. Op 17 december 2020 kwam de klaagster weer in de praktijk van de beklaagde, echter weigerde de klaagster plaats te nemen in de stoel en mocht de tandarts niet in de mond kijken. Verder stonden er nog vervolgafspraken gepland maar deze werden door de klaagster afgezegd. De klaagster ontving een week later een brief van praktijk waarin stond dat de klaagster en haar dochter op zoek moesten gaan naar een andere praktijk en begin 2021 is de klaagster uitgeschreven als patiënt.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend bij het tuchtcollege vanwege het feit dat de tandarts de behandelovereenkomst eenzijdig heeft opgezegd, de klaagster onvoldoende geïnformeerd heeft tijdens het consult op 3 december 2020 en de klinische bevindingen tijdens de wortelkanaalbehandeling niet genoteerd zijn.

Beoordeling

Er blijkt dat er geen nader onderzoek is gedaan naar de reden waarom de klaagster geen medewerking wilde verlenen tijdens het onderzoek op 17 december 2020. Uit het dossier blijkt niet dat de klaagster is gewaarschuwd voor het eindigen van de behandelovereenkomst en dat er niet is gekeken of herstel in de relatie nog mogelijk is. Het tuchtcollege geeft aan dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld daarmee is dit klachtonderdeel gegrond. Volgens het tuchtcollege is er niet voldoende genoteerd in het dossier en is het onduidelijk of de klaagster heeft begrepen wat voor behandelingen noodzakelijk waren omdat zij de Nederlandse taal niet goed begrijpt. Het tuchtcollege acht dit onderdeel ook als gegrond. Het feit dat de tandarts onvoldoende heeft genoteerd over de bevindingen tijdens de wortelkanaalbehandeling is volgens het tuchtcollege ongegrond.

Uitspraak

De klacht is door het tuchtcollege gedeeltelijk gegrond verklaart en geeft de tandarts een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht berisping na verkeerde behandeling en dossiervervalsing

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts tijdens het maken van een brug

Een patiënt diende een klacht in tegen haar tandarts na plaatsing van een brug. Met klachtonderdelen: schade toegebracht met de boor aan haar kaakbot (1), tekortgeschoten zorg (2), onvolledige dossiervoering (3) en onjuist factureren (4). Het Centraal Tuchtcollege geeft een waarschuwing, alleen voor klachtonderdeel 2, omdat de tandarts meer inspanning had moeten doen om de brug te plaatsen.

Situatie

Op 2 maart 2020 heeft de tandarts bij de klaagster de elementen 15 en 17 beslepen voor het plaatsen van een brug. De bloeding die is opgetreden is gestelpt met Expasyl en de tandarts heeft hierna een afdruk gemaakt voor de zirkoniumbrug en een tijdelijke noodbrug geplaatst. Nadat de klaagster een aantal afspraken heeft afgezegd i.v.m. corona probeert de tandarts op 9 juli de definitieve zirkoniumbrug te plaatsen. Echter passen de door de tandtechnieker gemaakte zirkoniumbrug en noodbrug beide niet. De noodbrug is aangepast en wordt geplaatst. Een maand later is er een nieuwe afdruk gemaakt voor de zirkoniumbrug, zijn de beslepen elementen 15 en 17 gecorrigeerd en wordt de losgelaten noodbrug weer vastgezet. Meerdere afspraken daarna kan de zirkoniumbrug niet definitief worden vastgezet omdat er sprake is van bloedend tandvlees. Op 8 december 2020 is de zirkoniumbrug met tijdelijk cement geplaatst. De klaagster heeft een e-mail gestuurd naar de tandarts over haar mening tijdens de behandelingen, wat er volgens haar niet goed is gegaan tijdens de behandeling en over de volgens haar onjuiste facturatie.

Klacht

Volgens de klaagster is de tandarts uitgeschoten met de boor tijdens het prepareren van elementen 15 en 17 voor een brug. De tandarts heeft daarbij volgens de klaagster onherstelbare schade aan het kaakbot aangericht en heeft hij zijn fout niet in het dossier genoteerd. Verder heeft de tandarts volgens de klaagster niet voldoende informatie gegeven over de behandeling en heeft hij haar te lang met pijn laten rondlopen. Verder heeft de tandarts niet op de juiste wijze gefactureerd volgens de klaagster. De volgende klachtonderdelen worden beoordeeld: uitschieten met de boor en de gevolgen, de zorg voor de patiënt na de behandeling op 2 maart 2020, of het dossier compleet is en of de tandarts zich gehouden heeft aan informed consent en of de tandarts juist gefactureerd heeft.

Beoordeling

Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de tandarts bij het beslijpen van de pijlerelementen 15 en 17 is uitgeschoten. Bij zo’n behandeling kan bloedend tandvlees optreden, maar het is echter onmogelijk om schade aan te richten aan het kaakbot.
Het college vindt het onzorgvuldig dat de tandarts de klaagster niet eerder heeft laten komen dan 9 juli 2020 om de losgelaten noodbrug weer vast te zetten. De klaagster heeft 4 maanden met 2 onbeschermde, beslepen pijlerelementen rondgelopen. Hierbij was er risico op kanteling of scheefgroei van de pijlers.
Uit het dossier is niet op te maken wat er is besproken over de ervaren problemen in haar mond en hoe dit is op te lossen. Ook is er niet genoteerd wat de overweging is geweest om de brug te maken, of er alternatieven zijn besproken en waarom er is gekozen voor de brug en niet voor een andere oplossing. Daarnaast ontbreekt ook de planning van de gehele behandeling. Een zorgplan en verslaglegging ontbreekt en daarnaast staat er in het dossier geen compleet overzicht van de baliecontacten.
Daarnaast heeft de tandarts gekozen om via de verzekering te declareren. Deze regeling kan echter alleen wanneer de brug via definitief cementeren is geplaatst. Echter is de tandarts nog niet tot het definitief cementeren gekomen. De conclusie is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.

Uitspraak

Alleen klachtonderdeel over het feit dat de tandarts de klaagster niet de juiste zorg heeft verleend na 2 maart 2020 is gegrond. Dit leidt tot een waarschuwing voor de tandarts.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Focus mondzorg 400

Focus Mondzorg alweer twee jaar open, Mirjam Oosting vertelt hoe het gaat

Twee jaar geleden stond mondhygiënist Mirjam Oosting al op dentalinfo.nl, toen ze haar praktijk Focus Mondzorg opende. Nu zijn we twee jaar verder en vertelt ze hoe het gaat. Wat komt er nou bij kijken om zelf een praktijk te open, wat ging er goed, wat weer niet en hoe kijkt ze naar de toekomst?

Je hebt twee geleden een praktijk geopend, hoe gaat het nu?

Goed! Vrijdag 3 september, twee en een half jaar geleden had ik mijn eerste werkdag aan de Denneweg, in Den Haag. Ik ben toen met een 0-patiëntenbestand begonnen, dat was een erg spannende periode. Hoe zorg je ervoor dat mensen je vinden? Inmiddels hebben 360 patiënten zich ingeschreven bij Focus Mondzorg. De grootste groep patiënten is tussen 30-40 jaar en komen veelal voor parodontale nazorg of gebitsreiniging. Ik plan standaard 45 minuten per patiënt, omdat ik het belangrijk vind om de tijd te kunnen nemen voor mijn patiënten. Zo kan ik mijn werk goed uitvoeren. Het is erg leuk om te zien dat Focus Mondzorg blijft groeien.

Wat viel er tegen bij de opening van Focus Mondzorg?

Wat tegenviel is dat het in begin wat stroef verliep met het opbouwen van een patiëntenbestand. Ik had gedacht dat dit wel wat sneller zou gaan. Hierdoor begon ik mij zorgen te maken over mijn financiën. Gelukkig heb ik een hele lieve partner die mij financiële ondersteuning kan bieden. Hiernaast werk ik ook in een algemene tandartspraktijk, waardoor ik in ieder geval de huur van het bedrijfspand kon blijven betalen.

Wat ging er goed?

Op een gegeven moment had ik in de gaten dat ik een patiëntenbestand niet in m’n eentje kan opbouwen. Mond-tot-mondreclame is nodig en verwijzers zijn hierin essentieel. Op dit moment heb ik meerdere fijne samenwerkingen met tandartsen en mondhygiënisten in de buurt. We weten van elkaar wat we kunnen verwachten en hebben besproken wanneer en hoe de communicatie verloopt. Tandartsen met wie ik – op afstand – samenwerk zijn blij met de resultaten van de behandeling(en) en de patiënten ook!

Wat heb je allemaal gedaan om je praktijk op te bouwen en patiënten te krijgen?

In overleg heb ik destijds een poster van Focus Mondzorg opgehangen bij Beest HS, de boulderhal, waar ik regelmatig kom klimmen. Hiernaast heb ik tweemaal in het tijdschrift LEVEN gestaan, dit is een glossy voor Den Haag, Voorburg en omgeving. Bij tandartspraktijken ben ik langs geweest om mezelf voor te stellen en te bespreken of het verwijzen naar elkaar mogelijk is, hier heb ik verwijskaartjes achtergelaten. Tot slot ben ik redelijk actief op social media.

 

Hoe loopt het financieel en organisatorisch?

Het is prettig om mijn schulden bij de bank te zien afnemen, over ongeveer drie jaar heb ik mijn lening en lease afgelost. Ik wist van tevoren dat de eerste jaren pittig zouden worden, maar goed het is een investering voor later. Ik wil nog heel veel jaren als mondhygiënist blijven werken en als ik dan zelf die omgeving kan creëren is dat toch alleen maar fantastisch. Alles wat er nu ‘extra’ binnenkomt, stort ik niet direct naar mijn privérekening/gezamenlijke rekening), maar investeer ik direct weer in de praktijk. Zo heb ik dit jaar bijvoorbeeld een nieuwe ijskast gekocht en een robotstofzuiger. Dat laatste is voor mij echt een topuitvinding. Wanneer ik mijn administratie doe, zet ik hem aan en ruim ik daarna de behandelkamer verder op. Hierdoor heb ik ook geen schoonmaker nodig. Dweilen, de wc schoonmaken, etc. doe ik ook gewoon zelf.

Op dit moment kan ik 1500 euro per maand naar mijn privérekening overmaken, hiervan gaat 1000 euro naar de gezamenlijke rekening. Voor 2024 is het plan dat ik 1250 euro per maand ga overmaken. Momenteel wonen wij in een huur appartement op Scheveningen, waarvan de huur per maand rond de 1600 euro is excl. gas/water/licht. Het idee is dat ik ieder jaar een beetje meer ga inleggen en mijn vriend ieder jaar een beetje minder. Op een gegeven moment is mijn ‘schuld’ bij m’n vriend afgelost en gaan we opnieuw kijken naar een financieel eerlijke verdeling.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik wel naar het moment uitkijk wanneer ik mijn lening en lease heb afbetaald, ik hou zelf namelijk helemaal niet van schulden. Als het goed is, is dat ik over drie jaar (wellicht eerder) mijzelf een ‘normaal’ salaris kan uitkeren en kunnen mijn partner en ik dan kijken naar een koophuis. Dan ben ik dertig, een normaal salaris en een koophuis, lijkt mij voor die leeftijd, een prima streven.

Je bent erg bezig met duurzaamheid, kun je daar meer over vertellen?

Ik vind het belangrijk dat we nadenken over duurzaamheid, thuis en op het werk en dat we bewuste keuzes maken.

Dit is bijvoorbeeld terug te zien in mijn manier van reizen, veelal ga ik met de fiets naar het werk, als het niet anders kan ga ik met het openbaar vervoer. Patiënten stimuleer ik via mijn social mediakanaal om dit ook te doen. Aan de Denneweg 128 is een semi bemande stalling. Dit houdt in dat je gedurende de dag, tijdens openingstijden toegang hebt door middel van het scannen van jouw Bikey sleutelhanger bij de voordeur.

Elektriciteit
De energie binnen de praktijk is afkomstig van Van der Bron, via zonnepanelen. Ik heb LED-verlichting in de praktijk en vloerverwarming. Een uur voordat ik het pand verlaat zet ik de verwarming op 17 graden. Stekkers van apparaten die ik niet gebruik haal ik uit het stopcontact. De behandelstoel die ik gebruik is niet aangesloten op de waterleidingen en hierdoor heb ik geen aparte kamer nodig voor de compressor. De behandelstoel verbruikt hierdoor minder energie. Verder scheid ik plastic, karton, GFT, rest- en medisch afval (zoals anesthesienaalden).

Schoonmaken
Voor het schoonmaken van de praktijkruimten gebruik ik veelal biologische artikelen. Mijn wc-papier is van de GoodRoll. Zij steunen projecten in Ghana om daar toiletten te bouwen. Hiernaast heb ik een luchtverfrisser van Marie Stella Maris bij de wc staan. Zij dragen bij
aan duurzame waterprojecten, zoals het project in Maji. Op deze manier probeer ik niet alleen milieubewuste keuze te maken, maar ook social impact te maken.

Producten
Binnen de praktijk verkoop ik ook mondverzorgingsproducten. Bijvoorbeeld de BE YOU tandpasta van Curaprox, deze bevat geen SLS en geen microplastics. Veel van de Curaprox producten zijn als refill te verkrijgen, zoals de ragers of travelsets. Ook de nieuwste handtandenborstel van Curaprox, gemaakt van Zwitsers hout is in de praktijk te vinden. Hiernaast heb ik ook tandpasta tabletten van Smyle, waardoor ook weer minder plastic
wordt gebruikt.

Bestellen in een keer
Wanneer ik mijn bestelling voor het kleingoed doe, probeer ik mijn bestelling zoveel mogelijk op te sparen. Op deze manier komt er zo min mogelijk CO2 vrij voor mijn bestelling. Afgelopen jaar heb ik drie bestellingen bij hen geplaatst, waaronder mondmaskers van de Mondmaskerfabriek in Arnhem. Het team van de Mondmaskerfabriek bestaat voor zo’n 85% uit mensen met een vluchtelingen achtergrond die wonen in Arnhem en omging. Dit vind ik een mooi lokaal -en sociaal initiatief.

Tot slot denk ik ook na over wat ik mijn patiënten te drinken geef, koffie van De Koffiejongens en thee van Clipper.

Hoe voelt het om je eigen praktijk te hebben?

In één woord: fantastisch! Ik heb superleuke patiënten, die openstaan voor feedback en écht een betere mondhygiëne willen. Ik voel mij nuttig en verantwoordelijk voor mijn patiënten. Dat ik dit leuke werk mag doen als geregistreerd-mondhygiënist in mijn eigen praktijk is echt fantastisch.

Naast je praktijk doe je ook nog andere dingen. Kun je daar meer over vertellen?

Naast mijn werkzaamheden als geregistreerd-mondhygiënist in mijn eigen praktijk Focus Mondzorg op maandag, dinsdag en vrijdag (af en toe op zaterdag, vaak de eerste zaterdag van de maand), werk ik in een algemene tandartsenpraktijk op woensdag en donderdag. Hiernaast werk ik ook als i-Top instructor (ondersteun tijdens cursussen) en help ik mee tijdens tandheelkundige beurzen op de stand van een fabrikant.

Verder zit ik in het bestuur van de alumnivereniging van de Hogeschool Utrecht en ben ik begeleider van mijn ICO-groep Utrecht. Ik vind het beroep mondhygiënist gewoon écht heel erg leuk.

Heb je nog plannen voor de toekomst?

Mijn plan voor de korte termijn is een balie aanschaffen, deze mis ik na ruim twee jaar toch wel een beetje in de praktijk. Verder denk ik ook erover na om een Mectron aan te schaffen, hiervoor moet ik eerst even sparen.

Verder is het mijn idee om toch meerdere tandartsen te mailen in Den Haag, om mezelf voor te stellen en uit te nodigen om kennis te maken. Met als doel meerdere samenwerkingen aan te gaan, waardoor de praktijk kan groeien. Op termijn zou ik vijf dagen in mijn praktijk willen werken en uiteindelijk lijkt het mij leuk om een eigen team van mondhygiënisten te hebben. In de praktijk heb ik de mogelijkheid om nog een behandelkamer te openen, maar alles op z’n tijd.

 

Interview door Jennifer Delgado met mondhygiënist Mirjam Oosting, eigenaar van Focus Mondzorg, Den Haag

Ook een interview?

Wil je ook op dentalinfo.nl met collega’s delen hoe de start van je praktijk verliep? Mail naar info@dentalinfo.nl We stemmen graag met je af

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen
klimaat verandering

Anesthesiegassen dragen bij aan de klimaatcrisis

Volgens een onderzoek gepresenteerd tijdens een evenement van de American Society of Anesthesiologists (ASA) kunnen artsen helpen de opwarming van de aarde tegen te gaan door de hoeveelheid anesthesiegas, inclusief distikstofoxide, die tijdens procedures wordt gebruikt, te verminderen. De patiëntenzorg wordt hierdoor niet negatief beïnvloedt.

Atmosferische effecten van anesthetica

De afgelopen jaren is de aandacht van de algehele bijdrage van anesthesiegassen aan de wereldwijde klimaatverandering en het milieu toegenomen. Door het verminderen van de anesthesiegasstroom kunnen de professionals in de gezondheidszorg helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen volgens de onderzoeksgegevens. De belangrijkste atmosferische effecten die kunnen voortvloeien uit de emissie van vluchtige anesthetica zijn hun bijdragen aan de aantasting van de ozonlaag in de stratosfeer en aan de opwarming van de aarde in de troposfeer

Meest gebruikte anesthetica

Anesthetica worden vaak gebruikt tijdens operaties met als doel de patiënt een ervaring te bieden die vrij is van beelden, geluiden en andere onaangename gewaarwordingen.
Isofluraan, sevofluraan en desfluraan zijn de 3 meest gebruikte geïnhaleerde anesthetica en ondergaan bij klinisch gebruik zeer weinig in vivo metabolisme. Omdat ze zeer weinig metabole verandering ondergaan in het lichaam, blijven deze stoffen bij uitademing door de patiënt achter in een vorm die het milieu kan verontreinigen. Er wordt geschat dat geïnhaleerde anesthetica wereldwijd verantwoordelijk zijn voor 0,01% tot 0,1% van de totale CO2-equivalentemissie

Anesthetica in de tandheelkunde

Een van de meest voorkomende tandverdovingsmiddelen is lachgas. Lachgas is een krachtiger broeikasgas dan koolstofdioxide en blijft ongeveer een eeuw in de atmosfeer waarbij het de aarde op blijft warmen.

Hoge verse gasstroom (FGF)

De meeste algemene anesthesieprocedures vereisen een hoge verse gasstroom (FGF) aan het begin en einde van een procedure om snel het gewenste effect te bereiken. Echter het is veilig en effectief om de FGF tijdens de rest van de procedure te verlagen.

Onderzoek naar verminderen hoge verse gasstroom (FGF)

In die studie met 13.000 patiënten stelden de auteurs een doel van een gemiddelde vrije gasstroom (FGF) van 3 L/min of minder voor procedures. Voorafgaand aan het onderzoek was vastgesteld dat de FGF vaak 5 L/min tot 6 L/min was en slechts 65% van de gevallen een FGF van 3 L/min of minder werd bereikt. Ongeveer 4 maanden na het begin van het onderzoek werd in 93% van de gevallen een gemiddelde FGF van 3 L/min of minder geregistreerd.
Nu proberen de onderzoekers de FGF terug te brengen tot minder dan 2 L/min. Uiteindelijk willen ze voor elke chirurgische casus de CO2-voetafdruk van het afval van anesthesiemiddelen meten.

Andere manieren om broeikasgassen te verminderen

Andere manieren waarop professionals in de gezondheidszorg kunnen helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen zijn onder andere het verminderen van afval en het uitschakelen van lichten en apparatuur wanneer ze niet in gebruik zijn.

Impact van anesthetica opnieuw onderzoeken

In vergelijking met andere bronnen van ozonafbrekende chemicaliën en broeikasgassen vormen verdovingsgassen een relatief klein probleem. Echter moeten anesthesie aanbieders voorzichtig zijn door onnodige luchtverontreiniging tot een minimum te beperken. Door de impact van het gebruik van anesthetica opnieuw te onderzoeken en technieken toe te passen die gevaren zouden verminderen kan dit doel bereikt worden.

Bron:
The journal of Sedation and Anesthesiology in Dentistry

 

 

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Tuchtrecht mondzorg

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na arrogant en agressief gedrag

Een patiënt verwijt de vervanger van z’n eigen tandarts arrogant en agressief gedrag in deze tuchtrechtzaak. De tandarts voerde geen verweer en verscheen niet ter zitting. De tandarts kreeg een waarschuwing, mede omdat hij zich niet toetsbaar heeft opgesteld.

Situatie

De klager had in juli 2022 een afspraak bij een vervanger van zijn eigen tandarts om een uitgevallen vulling te restaureren. Echter is er nooit een behandeling gedaan omdat de klager is vertrokken uit de praktijk in verband met arrogant en agressief gedrag dat de tandarts vertoonde. De tandarts heeft geen reactie gegeven op de meerdere verzoeken per mail en brief van het tuchtcollege om een verweerschrift in te dienen en is ook niet ter zitting verschenen.

Klacht

Volgens de klager heeft de tandarts met een strenge toon gezegd dat hij zijn spullen op de stoel moest leggen en daarna niet de kans heeft gekregen om te zeggen waarvoor hij kwam, maar direct moest gaan zitten. De klager heeft aan de beklaagde gevraagd waarom dit op een strenge manier gezegd werd, waarop het antwoord van de beklaagde luidde ‘’wij tandartsen zijn streng’’. De klager heeft de klacht ingediend vanwege het onbeschofte en agressieve gedrag van de tandarts.

Beoordeling

De klacht wordt als onweersproken gegrond verklaard omdat de beklaagde niet is verschenen tijdens de zitting en geen verweer heeft gevoerd tegen de klacht. Het tuchtcollege heeft geen verklaring voor het feit dat de klager zijn zakken leeg moest maken voor dat hij in de stoel plaats kon nemen.
Daarnaast staat in artikel 2.1 van de gedragsregels dat de tandarts moet zorgen voor een goede samenwerkingsrelatie om de mondgezondheid van de patiënt te bevorderen.
Daarnaast heeft de tandarts de klager naar huis laten gaan zonder een poging te doen om de situatie op te lossen. De klager heeft hierdoor langer dan nodig was last gehad van zijn kies. Dit is niet in overeenstemming met artikel 2.1 van de gedragsregels.

Uitspraak

De klacht is gegrond en het tuchtcollege heeft rekening gehouden met het feit dat de tandarts op geen enkele brief of mail gereageerd heeft en niet ter zitting verschenen is. De tandarts krijgt een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
microfoon - podcast

Podcast BNR over kwaliteit van zorg bij verkoop tandartspraktijk aan een keten

Meer dan de helft van alle overnames en fusies in de zorg wordt gefinancierd met private equity. Is dat positief of negatief? In een podcast van BNR vertelt Thomas Rietrae, oprichter van Lassus tandartsen, over overname van tandartspraktijken en betaalbaarheid en kwaliteit van zorg als ketens een praktijk overnemen.

Beluister de podcast bij BNR

Thomas Rietrae van Lassus Tandartsen startte in 2010 met de overname van één praktijk. Daarna volgenden nog 21 praktijkovernamen. Lassus Tandartsen richt zich specifiek op expats.

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Podcast
Rovidam - Jan Meijering en Alida van Baarlen 400

Rovidam Mondzorgbanen neemt concurrent DentalMatch over

Rovidam Mondzorgbanen neemt concurrent DentalMatch, werving en selectiebureau voor tandheelkundige professionals, over en eigenaar Alida van Baarlen maakt de overstap naar Rovidam.

Per 1 februari zal de eigenaar van DentalMatch, Alida van Baarlen, in dienst treden bij Rovidam. Ze zal naast recruitment activiteiten ook verantwoordelijk worden voor de nieuw op te zetten Rovidam Mondzorg Academie die vanaf 1 maart a.s. van start gaat.

Deze overname past in de strategische doelstelling van Rovidam om de verschillende aspecten van dienstverlening in de sector uit te breiden en een verdere kwaliteitsimpuls te realiseren. Rovidam plaatst niet alleen tandartsen en overig mondzorgpersoneel bij tandartspraktijken in heel Nederland, maar bemiddelt ook bij de aan-en verkoop van tandartspraktijken. Vanaf 1 maart zal Rovidam zich ook gaan inzetten om de grote tekorten aan gecertificeerde tandartsassistenten en overig mondzorgpersoneel, te verkleinen met haar Rovidam Mondzorg Academie.

Jan Meijering: ‘we zijn heel erg blij dat we onze ambitie met deze overname kunnen versnellen en met de ervaring van Alida van Baarlen extra kennis en kwaliteit in huis halen’.

Ook Alida van Baarlen is erg opgetogen over de overstap die zij maakt naar Rovidam per 1 februari a.s.

‘Met hun leidende marktpositie en de professionele organisatie is Rovidam de aangewezen partij om mijn ambities binnen de tandheelkundige markt verder te verwezenlijken.’

I www.rovidam.nl
I www.rovidam.nl/praktijkbemiddeling/

Voor vragen:
E info@rovidam.nl
T 085-2380000
Contact: Jan Meijering, directeur/eigenaar

Rovidam

Rovidam Mondzorgbanen BV
Stationsweg 71
6711 PL Ede

 

Lees meer over: Ondernemen, Partnernieuws, Partnernieuws, Personeel, Praktijkorganisatie, Producten
Een tandartspraktijk overnemen, hoe doe je dat?

Bijna 1 op de 3 tandartsen heeft een patiëntenstop

De druk op tandartszorg neemt flink toe. Momenteel kiest bijna 1 op de 3 tandartspraktijken voor een patiëntenstop, volgens onderzoek van Independer onder 4.200 tandartspraktijken. Opvallend is dat het aantal tandartsen de afgelopen jaren weliswaar is gestegen, maar dat dit niet heeft geleid tot meer beschikbare plaatsen voor patiënten.

Bijna 1 op de 3 (30,53%) van alle ondervraagde tandartspraktijken accepteert momenteel alleen nieuwe patiënten onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld bij gezinsuitbreiding, gezinshereniging of samenwonen. De problemen doen zich vooral voor in de kleine gemeenten of de kleinstedelijke gebieden. Opvallend is echter dat ruim 1 op de 5 (22,43%) van de tandartsen zegt juist op zoek te zijn naar nieuwe patiënten. Dat komt vooral doordat in grote steden praktijken zijn die juist actief aan het werven zijn.

Grootste tekort in Zuid-Nederland

In heel Nederland zijn er tekorten, maar er zijn regionaal wel grote verschillen. In West-Nederland geeft net iets meer dan 1 op de 4 tandartsen aan een patiëntenstop te hebben (25,17%). Groot is het contrast met Zuid-Nederland, in deze regio geeft namelijk zelfs 37,14% van de praktijken aan een gedeeltelijke of volledige patiëntenstop te hebben.

Kleine gemeenten en steden hebben grootste problemen

Ook in Oost-Nederland (36,23%) en in Noord-Nederland (29,03%) moeten veel praktijken de instroom van nieuwe patiënten beperken. Saillant detail is dat wanneer de gemeenten worden afgezet tegen de indeling van het Sociaal Cultureel Planbureau, de problemen het grootst zijn in kleinschalige gemeenten (36,07%) zoals Katwijk, Ede en Barneveld en overwegend kleinstedelijke gebieden (35,85%). Hiertoe behoren bijvoorbeeld Apeldoorn, Breda en Heerenveen.

De problemen zijn het minst groot in universiteitssteden (patiëntenstop bij 16,67%) en woongemeenten die vaak als welvarend worden gezien (18,18%). Ook valt op dat er in de grote steden zoals Amsterdam, Groningen en Rotterdam juist vaker een overschot lijkt te zijn. Hier geeft 31,67% van de tandartspraktijken aan juist actief op zoek te zijn naar nieuwe patiënten.

Onderzoek

Independer mailde voor dit onderzoek 4.260 tandartspraktijken waarvan de mailadressen openbaar zijn. Hierop reageerden 321 tandartsen ofwel een respons van 7,52%.

Lees meer over: Management, Ondernemen

Fiscale wijzigingen 2024 van invloed op de zorgondernemer

Het einde van het jaar komt eraan en het is hiermee dan ook tijd om vooruit te blikken op de wijzigingen voor aankomend jaar. Het demissionaire kabinet heeft tijdens Prinsjesdag in het belastingplan 2024 diverse wijzigingen aangekondigd, waarvan ik er in dit artikel enkele zal behandelen. Ook de in de Tweede Kamer aangenomen amendementen op dit belastingplan zijn hierin meegenomen.

In dit artikel behandel ik de gevolgen voor de zorgondernemer, die zijn onderneming uitoefent in een éénmanszaak (en dus valt binnen de inkomstenbelasting) en de zorgondernemer met een besloten vennootschap (vennootschapsbelasting). Hierbij ga ik uit van de nog niet AOW-gerechtigde ondernemer en laat ik heffingskortingen die afhankelijk zijn van de persoonlijke situatie buiten beschouwing. De in dit artikel gebuikte voorbeelden staan op zichzelf en zijn niet gemaakt om te bepalen of een B.V. gunstiger is dan de eenmanszaak.

Zorgondernemer in de inkomstenbelasting, de IB-zorgondernemer

Voor de zorgondernemer die zijn onderneming uitoefent als eenmanszaak (in de inkomstenbelasting) zijn onder andere de volgende wijzingen aangekondigd voor 2024. In de voorbeeldberekening zal de invloed worden toegelicht.

  • De zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd van € 5.030 naar € 3.750.
  • De MKB-winstvrijstelling wordt afgebouwd met 0,69 procentpunt, van 14,0% naar 13,31%.
  • Het belastingpercentage in de eerste belastingschijf stijgt met 0,04 procentpunt van 36,93% naar 36,97%.
  • De grens van de eerste belastingschijf verschuift van € 73.031 naar € 75.518.

Belangrijk hierbij is dat de bovengenoemde ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling), net zoals in 2023, maximaal aftrekbaar zijn tegen het percentage dat geldt in de eerste belastingschijf.

De wijzigingen zijn inzichtelijk gemaakt in de onderstaande voorbeeldberekening. Onder deze berekening beschrijf ik per wijziging de gevolgen.

Fiscale wijzigingen 2024 van invloed op de zorgondernemer tabel 1

Klik hier voor een vergrote versie

  • De winst uit onderneming, wordt verlaagd met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Beide aftrekposten wijzigen in 2024.
  • Door de verlaging van de zelfstandigenaftrek in 2024 is er een hogere belastbare winst, het verschil is € 1.280.
  • De MKB winstvrijstelling wordt over deze hogere winst berekend met een verlaagd percentage. De belastbare winst uit onderneming in 2024 is € 2.110 hoger.
  • Ondanks de verruiming van de eerste schijf, zal door de tariefsverhoging in de eerste belastingschijf € 949 meer belasting verschuldigd zijn.
  • Echter door de verruiming van de eerste schijf wordt er een kleiner bedrag belast in de tweede schijf, waardoor er € 186 minder belasting verschuldigd is in de tweede belastingschijf.
  • In het geheel resulteren de beide schijven gezamenlijk in een hoger bedrag aan te betalen inkomstenbelasting, voor de correctie van de aftrekbeperking, van € 762.
  • De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling zijn niet tegen het progressieve tarief aftrekbaar, maar slechts tegen het percentage uit de eerste schijf. Omdat het aftrekbare bedrag volledig in de tweede schijf afgetrokken is dient hiervoor een correctie gemaakt te worden. Deze correctie verschilt 0,04 procentpunt. Voornamelijk vanwege de verlaagde ondernemersfaciliteiten is de correctie in 2024 kleiner, het gaat hier om een verschil van € 274.

Per saldo resulteren deze wijzigingen voor 2024 in een nadeel voor de
IB-zorgondernemer van € 488.

Bij een winst van € 150.000 leidt dit tot een verhoging van de inkomstenbelasting van bijna 1%.

Zorgondernemer met een besloten vennootschap

Voor de zorgondernemer die werkt met een besloten vennootschap, DGA (directeur-grootaandeelhouder), zijn voor 2024 de volgende wijzingen aangekondigd:

  • AB-heffing, inkomsten in box 2, wijzigt naar twee tariefschijven van 24,5% en 33%;
  • De grens van de regeling “excessief lenen” daalt van € 700.000 naar
    € 500.000, op de peildatum van 31 december 2024.

De genoemde wijzigingen met betrekking tot de eerste belastingschijf in de inkomstenbelasting zijn ook op het salaris van de DGA van toepassing.

De heffing op inkomen uit aanmerkelijk belang wordt aangepast. Er zijn twee schijven van toepassing met een eigen tarief. De eerste schijf van € 67.000 wordt belast tegen 24,5%. De tweede schijf wordt belast tegen 33%. Fiscale partners mogen de eerste schijf beide toepassen en hierdoor is deze eerste schijf € 134.000. Deze nieuwe tarieven wijken af van het huidige tarief van 26,9%.

De invoering van deze twee schijven kan zowel positief als negatief uitvallen. Over de eerste schijf wordt in 2024 een lagere heffing gerealiseerd van 2,4 procentpunt en in de tweede schijf een hogere heffing van 6,1 procentpunt. Het is dan ook raadzaam om het moment van dividenduitkering uitgebreid te bespreken met uw financieel adviseur. Een dividenduitkering tot de bovengrens van de eerste schijf pakt mogelijk positiever uit in 2024 dan in 2023 gezien de verschillende percentages. Maar als uw dividenduitkering na 2024 in de hoogste tariefschijf valt, dan kunt u in veel gevallen beter al in 2023 een dividenduitkering doen. Dan betaalt u immers maar 26,9%. In de onderstaande voorbeeldberekening is dit verschil ook zichtbaar.

Fiscale wijzigingen 2024 van invloed op de zorgondernemer tabel 2

Klik hier voor een vergrote versie

Door:
Maurits Laurijsen, Van Helder, accountancy, belastingadvies en consultancy voor de zorg.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen, ZZP-er
Recht, uitspraak, mondzorg

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts die niet thuis geeft

Klaagster diende een klacht in bij Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, omdat haar tandarts geen gehoor gaf. Ze belde en schreef meerdere malen, waarop de receptioniste haar op het hart drukte dat ze antwoord zou krijgen. Na niks te horen te krijgen, was de maat vol en nam ze het heft in eigen handen.

Situatie

Na een halfjaarlijkse controle, een wortelkanaalbehandeling en een nieuwe kroon, binnen twee maanden tijd, was het mis bij de klaagster. Ze ging in november op consult voor de pijnklachten en er werd een ontsteking aan de wortelpunt geconstateerd. Een spoedconsult werd ingepland bij endodontie en na twee bezoeken is de klaagster doorverwezen naar een kaakchirurg. De zwelling en pijn namen alleen maar toe en zij is zelf naar de huisartsenpost gegaan. Daar verwezen ze haar door naar de spoedeisende hulp, waar ze behandeld is door een kaakchirurg.
Klaagster heeft daarna telefonisch en schriftelijk contact opgenomen met de praktijk om te laten weten wat er was gebeurd. De receptionistes die deze berichten hebben ontvangen hebben haar laten weten dat zij de boodschap hebben doorgeven, maar toch kreeg de klaagster geen antwoord. Dit bleef ook zo na herhaaldelijke berichten van de klaagster. Op 22 december was de maat vol en heeft zij de behandelrelatie opgezegd en een klacht ingediend bij het tuchtcollege. Toch is de klacht in februari weer ingetrokken, toen de KNM, een bemiddeling had geïnitieerd. Na een geslaagde klachtenbemiddeling probeert de klaagster contact op te nemen met de tandarts over een kroon. Wanneer het contact weer moeizaam verloopt, besluit zij opnieuw een klacht in te dienen.

Klacht

De klacht is dat de tandarts, nadat de klaagster had laten weten dat zij via de spoedeisende hulp bij de kaakchirurg was beland, nooit een reactie heeft gegeven. Ook nadat de klaagster meerdere malen heeft aangedrongen bij de receptioniste. Ook is er nooit gereageerd op het opzeggen van de behandelrelatie en het verzoek om informatie over de geplaatste kroon.
De tandarts heeft op de klacht gereageerd en vind het spijtig hoe het is gelopen. Hij neemt de volle verantwoording en erkent de verwijten van de klaagster.

Beoordeling

Het tuchtcollege kijkt of de tandarts de zorg heeft verleend die hij moest geven. De norm is dat een tandarts redelijk moet handelen. Bij de beoordeling wordt er rekening gehouden met beroepsnormen en andere standaarden. Het is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt om te zeggen dat de tandarts beter had kunnen handelen. De tandarts in deze zaak is tuchtrechtelijk aanspreekbaar, omdat hij verantwoordelijk is als praktijkhouder. Tijdens de zitting gaf de tandarts toe dat er in 2021 meerdere klachten over de communicatie binnen zijn gekomen. Het probleem was ontstaan door een praktijkmanager die niet goed functioneerde. Het College oordeelde dat de praktijk niet voldeed aan de eisen waaraan hij moet voldoen. Vooral omdat het om een grote praktijk gaat met meerdere filialen zijn ze streng. Ze vinden dat bij zo´n praktijk het belangrijk is dat alle medewerkers goed hun werk doen en dat de praktijkhouder een goed overzicht van alles heeft.

Uitspraak

Het college besloot dat de klacht gegrond was en legde de tandarts een waarschuwing op. De tandarts was namelijk nog nooit in aanmerking gekomen met de tuchtrechter en het college hoopt zo dat hij hier iets van leert. En zoals het er naar uit ziet is dat zo. De tandarts heeft een kwaliteitsmanager aangenomen die het klachtprotocol en richtlijnen binnen de praktijk flink heeft aangepakt. Ook is er een klachtenfunctionaris aangenomen.

 

Bron:
Overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Video focus op verzuim in vijf minuten

Video: Focus op verzuim in vijf minuten

Ziekteverzuim van medewerkers is misschien wel de grootste verstoorder van de continuïteit in de gezondheidszorg. Eén die nu maar al te vaak aan de orde is. Deze korte video ‘Focus op verzuim in vijf minuten’ van VvAA geeft vier stappen om de focus op ziekteverzuim aan te scherpen. Met concrete aandachtspunten en heel praktische tips.

De video is gemaakt door VvAA

 

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
zzp

Artikel 34 beroepen kritisch op nieuwe wetgeving zzp van het ministerie van SZW

Artikel 34-beroepen zijn beroepen die niet in het BIG-register staan, maar die wel een wettelijk beschermde opleidingstitel hebben. De deskundigheids- en opleidingseisen staan doorgaans beschreven in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Deze beroepen kunnen zich niet laten registreren in het BIG-register en vallen dus ook niet onder het tuchtrecht. Artikel 34-beroepen zijn onder meer de mondhygiënisten, huidtherapeuten, podotherapeuten en medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundigen.

Smeeroliefunctie in de zorg

Zzp’ers in de zorg vervullen een belangrijke smeeroliefunctie. Zij vullen gaten en schaarste op die op geen enkele andere wijze vervuld kunnen worden en mede hierdoor wordt de continuïteit van de zorg gewaarborgd. Als een zzp’er door een in het wetsvoorstel voorgesteld aanzienlijk beperkend kader deze rol niet meer kan vervullen, lopen wachttijden op en komt door schaarste de continuïteit en uiteindelijk ook de kwaliteit van zorg in het gedrang. Want er is geen menskracht om deze gaten op te vullen.

Personeelstekort in de zorg

Momenteel heerst er een groot personeelstekort in de zorg, wat zorgbreed wordt ervaren. De inzet van een zzp’er is een gedeeltelijke oplossing voor dit probleem, maar nog steeds is het personeelstekort nadrukkelijk aanwezig. Als door dit wetsvoorstel het voor veel zzp’ers niet meer mogelijk is om het werk als zzp’er voort te zetten, wordt het personeelstekort alleen maar groter.

Ziek en piek

Veel patiënten hebben dag en nacht zorg nodig. Ook op tijden die minder courant zijn. Veel zorgverleners werken parttime, verlenen mantelzorg of zijn (mede) verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen. Zzp’ers vervullen een belangrijke rol in de opvang van de zogenaamde ‘ziek en piek’ in de zorg. De gaten in het rooster zijn steeds moeilijker op te vullen en dat gaat ten koste van de patiënt.

Extra administratieve belasting

Veel zorgverleners kampen met heel veel administratieve belasting. Dat kan oplopen tot twintig tot dertig procent van hun tijd, en wordt als een groot probleem gezien bij overheid en de zorgverleners. Gezien de complexiteit van deze wetgeving vrezen we dat er nog meer tijd van zorgverleners aan administratie op gaat, in het nadeel van de patiënt.

Inbedding en inhoudelijke aansturing

Wij wijzen met name op de factor inbedding in de organisatie, waardoor het voor zorgaanbieders onmogelijk wordt gemaakt een zorgverlener aan te trekken voor het opvullen van een tijdelijk personeelstekort of het inspringen in drukke periodes. En daarbij de werkinhoudelijke aansturing, waarbij protocollen en richtlijnen al onder deze definitie vallen. Beroepshalve vallen daar alle zorgverleners onder, omdat hier sprake is van een gekwalificeerde en gereguleerde beroepsgroep.

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving, ZZP-er
De zin en onzin van verkoopvoorbereiding bij praktijkoverdracht

De zin en onzin van verkoopvoorbereiding bij praktijkoverdracht

Tegenwoordig is overname van praktijken aan de orde van de dag. Of je nu verkoopt aan een opvolger/tandarts of aan een keten, het gehele traject van overdracht van een praktijk is groter dan alleen het verkoopproces. Het traject begint met de eerste gedachte van overdracht en eindigt wanneer de (oud-)eigenaar de praktijk daadwerkelijk verlaat. Het is daarbij raadzaam enkele jaren voordat je de praktijk wilt verkopen, voorbereidingen te treffen. Sterker: eigenlijk zou je altijd ‘klaar’ moeten zijn, want er kan zich altijd een ongepland, eerder dan voorzien moment van overdracht aandienen.

Meerwaarde

Maar wáárom zou je je met deze zogenaamde verkoopvoorbereiding bezighouden? Verkoop van een praktijk heeft met name kans van slagen indien zowel voor de koper als voor de verkoper meerwaarde wordt gecreëerd. Dit betekent dat de verkoper meerwaarde krijgt door verkoop van de praktijk en de koper verwacht dat de praktijk meer oplevert dan zijn investering.

Dus:

waarde voor de koper > overnameprijs > waarde voor de verkoper

Of de overnameprijs voor de verkoper hoog genoeg is, hangt af van de aanleiding tot de verkoop en zijn verkoopdoelstellingen. Voor het behalen van de doelstellingen zal de praktijk zo aantrekkelijk mogelijk moeten worden gemaakt voor de koper. Eender of het nu om een keten of private equity partij gaat of om tandarts(en) binnen de eigen praktijk of misschien wel de buurman? De meerwaarde voor de koper zal duidelijk naar voren moeten komen. De koper zal zijn risico zo veel mogelijk willen beperken en zal (willen) kijken of er in de praktijk geen zaken zitten die zijn toekomstplannen (kunnen) tegenwerken. Het binden van niet-participerende tandartsen kan wellicht behulpzaam zijn. We zouden een praktijk verkoopklaar kunnen noemen wanneer het voor de koper inzichtelijk is dat deze zonder belemmeringen kan worden overgedragen. Ook draagt een mate van flexibiliteit bij aan het bereiken van de doelstelling.

Voorbereiding

Een verkoopvoorbereiding kan onder meer concreet bestaan uit:

Zorg, indien mogelijk, dat de praktijk niet (volledig) je pensioen is

Wij komen het regelmatig tegen dat de verkoopopbrengst van het bedrijf een aanzienlijk deel moet vormen van het bekende appeltje voor de dorst, of andere persoonlijke wensen na de werkzame periode. En soms loopt de verwachting daaromtrent niet parallel met de redelijk te verwachten opbrengt van de praktijk. Irreële verwachtingen en daaraan vasthouden vormen een belemmering voor overdracht. Ik ben nog geen koper tegengekomen die bereid is ‘jouw pensioen(plannen) te betalen’, voor zover deze niet in lijn ligt met de redelijke marktwaarde voor de praktijk. En: geen overdracht, is überhaupt geen opbrengst…

Persoonsafhankelijkheid

Bij veel praktijken is de zeggenschap geconcentreerd rond één, of een beperkt aantal, perso(o)n(en): de ondernemer(s). Hij of zij is/zijn verantwoordelijk voor de algehele dagelijkse leiding, de koers, de inkopen en investeringen, de financiën en het behandelen van patiënten. In hoeverre zijn deze patiënten ‘gebonden’ aan de praktijk? Of zijn zij sterk verbonden met de vertrekkende persoon, met het risico dat zij (deels) op dat moment een overstap overwegen? Zie je kans de binding niet (te) persoonsafhankelijk te maken? Dit geeft comfort ten aanzien van de bestendiging van de bedrijfsvoering na het moment dat je daadwerkelijk de praktijk verlaat. Een goede binding van bij de praktijk werkzame (overige) tandartsen en medewerkers kan daarbij een rol spelen. Dit zorgt ervoor dat de praktijk ook zonder jouw (alledaagse) betrokkenheid ‘gewoon’ doordraait.

Vennootschappelijke structuur

Veel praktijken worden nog gevoerd vanuit de juridische vorm van een eenmanszaak of maatschap. Het kan aantrekkelijk zijn om de onderneming op enig moment in een BV in te brengen, met een holding daarboven, in verband met de deelnemingsvrijstelling (uitgestelde belastingbetaling). Tevens kan overwogen worden om eventueel onroerend goed dat in eigendom is te separeren. Zodoende kan het onroerend goed eventueel buiten de transactie worden gehouden, hetgeen niet alleen de financierbaarheid vergroot, maar ook de optie biedt het onroerend goed te gaan verhuren aan de overnemende partij -en zodoende zorgen voor een stukje (pensioen)inkomen. Afhankelijk van de structurering kan daarbij overdrachtsbelasting mogelijk ook voorkomen worden.

Dit nog even los van de aspecten die (kunnen) spelen als je praktijk aan huis hebt. Is het los te koppelen? Is het wenselijk een ander persoon in de praktijk te hebben, als je er zelf nog woont? Verkoop je het geheel en verhuis je zelf? En als je het praktijkgedeelte gaat verhuren, wat doet dat met de waarde van het woonhuis? Sommige herstructureringen kennen een fiscale sanctietermijn, wat inhoudt dat enige jaren voor het overdrachtsmoment dit ingericht dient te worden. Fiscale afwegingen hoeven op korte termijn niet meteen aantrekkelijk te lijken, maar de lange termijneffecten kunnen mogelijk zwaarder wegen om toch enige herstructurering aan te brengen Ga daarover dus tijdig in gesprek, bijvoorbeeld met een van onze fiscalisten of corporate finance adviseurs.

Resultaatsverbetering

Bij de waardering van bedrijven, ook tandartspraktijken, wordt gekeken naar de rendementsmogelijkheden. De prijs die wordt betaald, dient uiteraard wel in redelijkheid terugverdiend te kunnen worden. Theoretisch is het het beste om bij de waardering uit te gaan van de in de toekomst verwachte vrije kasstromen (let wel: dit is wat anders dan je winst!), echter niemand kan de toekomst voorspellen. Voor een beoordeling van het toekomstig potentieel wordt veelal een analyse gemaakt van een aantal jaren historie, ter onderbouwing van de prognoses. Meestal wordt hierbij tot vijf jaar in het verleden teruggekeken. Bij de verkoopvoorbereiding kan worden bekeken of er, zonder de business aan te tasten, mogelijk kostenbesparingen zijn te realiseren of dat de omzet per patiënt of de marge kan worden verhoogd. Kun je je stoeluren verruimen en/of optimaliseren? Kun je je routing en planning verbeteren of de praktijk efficiënter inrichten qua behandelingen? Hoe zit het met de demografie van je klantenkring? Dit zal wel al een aantal jaren voor een verkoop ingezet dienen te worden, wil de verbeterende ontwikkeling als bestendig worden beoordeeld en doorwerken. Een incidenteel (laatste) jaar voor het overdrachtsmoment ‘even oppoetsen’ gaat geen effect sorteren.

Contracten en/of afspraken

Een ander aspect zijn de lopende contracten en/of gemaakte afspraken. Het is van belang tijdig te bepalen of contracten zonder meer kunnen worden overgedragen aan de koper of dat er bijvoorbeeld een ‘change of control/ownership’ clausule in staat. Hierbij is het niet alleen van belang te kijken naar schriftelijk vastgelegde afspraken, maar ook naar mondeling toezeggingen. Soms is het goed deze alsnog schriftelijk vast te leggen. Zeker wanneer je goede (inkoop)voorwaarden hebt kunnen afspreken.

Geschillen en/of claims

Nog een aspect om te bekijken is de (mogelijke) aanwezigheid van geschillen met, of claims van personeel, patiënten, leveranciers of bijvoorbeeld de belastingdienst. Indien aanwezig is het raadzaam deze zo spoedig mogelijk op te lossen. Maar niet alleen lopende zaken zijn van belang. Ook te verwachten geschillen en/of claims dienen inzichtelijk te worden gemaakt. Het niet melden van te voorziene geschillen en/of claims kan ook na de overdracht tot juridische aangelegenheden met de koper leiden. Naast de geldelijke aangelegenheden die een (dreigende) claim of garantie-inbreuk met zich mee kunnen brengen, geeft het ook kans op aantasting van de toekomstige business indien de relatie erdoor verstoord raakt. En dat neemt een koper weer mee in zijn overweging ten aanzien van de waarde voor hem. Het is dus raadzaam goed na te gaan hoe het contact met de diverse relaties is.

Werkgebied en patiëntenbestand

Een praktijk die gelegen is in gebied waar de bevolking nog groeit heeft (meer) mogelijkheden om de praktijk verder te laten groeien, wat bij goed financieel beheer, tot een hogere verkoopprijs kan leiden. Naast de omvang van het patiëntenbestand is ook de opbouw qua leeftijd en inkomensgroep relevant. Wijk je in positieve of negatieve zin af van het landelijk gemiddelde en je concullega’s in de regio? Daarnaast is de concurrentie in het werkgebied van belang. Zijn er veel of weinig praktijken? Hoe is het met de klanttevredenheid ten opzichte van anderen? Zijn er mogelijkheden om praktijken over te nemen en een regionaal cluster te vormen? Dit kan kansen bieden voor een overnemende partij, maar ook voor jezelf.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat er veel aspecten zijn waaraan aandacht kan worden besteed in het kader van verkoopvoorbereiding. Dit alles ten behoeve van een betere praktijkoverdracht. Indien je voornemens bent om op relatief korte termijn dan wel binnen enkele jaren jouw praktijk te verkopen, kun je beter tijdig met verkoopvoorbereiding beginnen. Sommige dingen hebben nu eenmaal wat tijd nodig om te groeien.

Door:
Carlos Apapoe, partner, en Alois Dee, senior adviseur, bij HLG Corporate Finance B.V.

 

Lees meer over: Financieel, Management, Ondernemen
Tuchtrecht: Berisping tandarts na beetverhoging

Tuchtrecht: Berisping tandarts na beetverhoging

Een patiënt heeft een klacht ingediend tegen een tandarts vanwege een onzorgvuldige voorbereiding en uitvoering van de behandeling. Verder is er door de tandarts onvoldoende informatie verstrekt en is er onjuist gedeclareerd. De tandarts kreeg een berisping.

Situatie

De klaagster is in 2019 verhuisd en heeft zich daarom in oktober 2019 ingeschreven bij de tandartspraktijk van de beklaagde. In februari 2021 heeft ze een periodieke controle bij de beklaagde tandarts gehad.
De klaagster heeft in april 2021 naar de praktijk van de beklaagde gebeld vanwege het afbreken van twee kleine stukjes van haar kiezen. De klaagster kon dezelfde dag nog langskomen om de situatie te laten beoordelen en er werden twee bitewings gemaakt. Op grond van het onderzoek heeft de beklaagde geadviseerd om op element 46 een kroon te plaatsen. Om de kroon te plaatsen moest eerst de beet verhoogd worden door het plaatsen van zeven meervlaksvullingen op de elementen 24, 25, 26, 15, 16, 45 en 46. Het verhogen van de beet zou ongeveer €800,- kosten. De klaagster heeft voor deze behandeling mondeling akkoord gegeven. De behandeling om de beet te verhogen is direct uitgevoerd en heeft ongeveer 5 kwartier geduurd.

Na de behandeling heeft de beklaagde een declaratie gestuurd van €889,93. Deze kosten zijn voor de zeven meervlaksvullingen en de bitewings, maar er zijn ook kosten in rekening gebracht voor niet-standaard beetregistratie, protrale/laterale bepalingen en toeslag voor het behouden van beethoogte.

De klaagster heeft de behandeling echter als naar ervaren omdat zij sneetjes in haar mondhoeken heeft opgelopen en er is etsvloeistof gelekt wat resulteerde in een blaar op haar gehemelte. Daarnaast kreeg zij moeite met kauwen omdat de vullingen plat zijn gemaakt en geen groeven hadden. De klaagster heeft over deze klachten een mail gestuurd naar de praktijk en werd daarom uitgenodigd voor een gesprek in de praktijk. Dit gesprek is niet goed verlopen en daarom heeft de klaagster een klacht ingediend bij de KNMT.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend vanwege het feit dat de tandarts de behandeling niet goed heeft voorbereid, niet voldoende informatie heeft gegeven over de behandeling, de behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd, het traject met de KNMT vertraagd heeft en de beklaagde tandarts heeft volgens de klaagster de verkeerde G-codes gedeclareerd.
De beklaagde heeft zijn standpunten uitgelegd en geeft aan dat hij de situatie duidelijk aan de klaagster heeft uitgelegd terwijl zij rechtop in de stoel zat. De klaagster stemde er mee in om de beet direct te verhogen. Het behandelplan staat niet op papier en is mondeling besproken. De beklaagde geeft aan op de hoogte te zijn van de richtlijn dat er boven €250,- een gespecificeerde begroting moet zijn maar deze is echter niet gemaakt.
De beklaagde vindt het vervelend dat de klaagster de behandeling als onzorgvuldig heeft ervaren. De beklaagde heeft naar de lip van de klaagster gekeken en deze was al geheeld. De blaar op het verhemelte was alweer bijna genezen. De beklaagde heeft uitgelegd dat de blaar kan ontstaan wanneer er niet adequaat wordt afgezogen tijdens het wegspoelen van de ets, dat het weleens vaker gebeurt maar niet wenselijk is. Daarnaast heeft de beklaagde aangegeven dat de vullingen nog niet volledig waren afgewerkt, vooral de scherpe randjes zijn weggehaald. De klaagster had al langer dan een uur in de stoel gelegen en het volledig afwerken van de vullingen zou in een volgende zitting plaatsvinden.

De beklaagde heeft meegewerkt het met traject van de KNMT en heeft ook ingestemd met een second opinion. Echter vond de beklaagde de klachtenfunctionaris niet onafhankelijk en was de beklaagde het niet eens met de uitspraak van de externe deskundige.
Daarnaast heeft de beklaagde toegegeven dat G codes die hij gedeclareerd heeft niet juist zijn maar dat er geen andere codes zijn die het verhogen van de beet dekken.

Beoordeling

Wat betreft de informatieverstrekking geldt dat de hulpverlener, voor het uitvoeren van de behandeling de patiënt geïnformeerd moet worden over de aard en het doel van de behandeling, de diagnose en prognose zijn, welke risico’s er aan de behandeling verbonden zijn en welke alternatieven eventueel mogelijk zijn. De tandarts mag de behandeling ook pas starten wanneer de patiënt toestemming gegeven heeft. Volgens het college is het voor de klaagster wel duidelijk geweest wat de behandeling ongeveer zou kosten maar niet waaruit de behandeling zou bestaan. Daarom is het klachtonderdeel informatieverstrekking gegrond.
De kwaliteit van de meervlaksvullingen zijn onvoldoende en het feit dat de beklaagde deze vullingen in een andere zitting had willen afwerken heeft hij niet met de klaagster besproken. Het klachtonderdeel over de uitvoering van de behandeling is dan ook gegrond.
Het klachtenonderdeel over de medewerking aan het bemiddelingstraject is ongegrond omdat het college niet kan vaststellen dat de beklaagde onvoldoende heeft meegewerkt.
Het klachtenonderdeel over het declareren van de onjuiste G-codes is gegrond.
Op basis van deze beoordeling acht het tuchtcollege een berisping op zijn plaats.

Bron:
Overheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Hero Abudlla

Leiderschap in de mondzorg: Karakteristieken, uitdagingen en aanbevelingen

Voor haar MBA in Healthcare heeft Hero Abdulla – Yakoub een kwalitatief onderzoek gedaan naar de duale rol van medische professionals in de eerstelijnszorg, die tegelijkertijd leiders en zorgverleners zijn. In dit artikel licht zij de complexe relatie tussen leiderschap en mondzorg toe.

In het eerder geplaatste artikel Tandarts en praktijkeigenaar tegelijk. Welke leidersschapsstijl heeft de voorkeur kun je lezen welke stijlen en uitdagingen er volgens de literatuur zijn.

Uitdagingen in de mondzorg

De mondzorg is voortdurend in beweging. Elk jaar zien we nieuwe tandartsen die hun praktijk beginnen, terwijl er meer ervaren tandartsen met pensioen gaan. Dit leidt tot een onvoorspelbare arbeidsmarkt met zowel kansen als uitdagingen. Daarnaast ondergaan mondzorgpraktijken veranderingen in hun organisatiestructuur. Het aantal praktijken neemt af, maar de overgebleven praktijken worden groter, deels door de opkomst van tandheelkundige ketens. Dit heeft invloed op de doelstellingen en waarden van praktijken en verandert de manier waarop ze worden beheerd. Interne veranderingen, zoals verschuivingen in taakverdeling en personeelssamenstelling, resulteren in een meer zakelijke benadering en vereisen nieuwe managementstrategieën.

I cannot teach anybody anything. I can only make them think – Socrates

Dubbele rol van tandarts-eigenaren

Tandarts-eigenaren fungeren niet alleen als zorgverleners maar ook als ondernemers die verantwoordelijk zijn voor het succes van hun praktijk. Deze dubbele verantwoordelijkheid kan leiden tot hoge werkstress, een wankele werk-privébalans en managementuitdagingen. Sommige tandarts-eigenaren overwegen zelfs om hun praktijk aan een keten te verkopen om deze druk te verlichten.

Diverse leiderschapsstijlen

In deze complexe context is leiderschap van groots belang. Tandarts-eigenaren moeten niet alleen uitblinken in zorgverlening maar ook in het leiden van hun organisaties. Dit vereist een scala aan leiderschapsvaardigheden en de flexibiliteit om, afhankelijk van de situatie, tussen verschillende rollen te schakelen. Uit het onderzoek blijkt dat er verschillende leiderschapsstijlen de boventoon voeren onder tandarts-eigenaren, variërend van transformationeel en transactioneel leiderschap tot charismatisch, autocratisch en laissez-faire leiderschap. Elke stijl heeft zijn eigen kenmerken en uitdagingen.

“Leidinggeven is het creëren van omstandigheden, immaterieel en materieel, opdat medewerkers zo zelfstandig mogelijk hun taak kunnen realiseren, met daarin het dragen van verantwoordelijkheid, discretionaire ruimte voor het nemen van initiatieven, van en door het werk kunnen leren en zich kunnen ontwikkelen, professioneel, als mens en in moreel opzicht”.

– John Paul II (1981), ecyclical letter: Laborem Exercens. Retrieved from Vatican City.

Karakteristieken van leiderschapsstijlen in de mondzorg

Het onderzoek identificeerde specifieke kenmerken van verschillende leiderschapsstijlen in de mondzorgsector:

Transformationeel Leiderschap: Inspiratie voor succes

Transformationele leiders hebben een heldere visie, bevorderen motivatie en betrokkenheid, leggen nadruk op verbinding en communicatie, en stimuleren innovatie en creativiteit. Ze inspireren hun team om samen doelen te bereiken.
De opvallende kenmerken voor transformationeel leiderschap in dit onderzoek zijn:

  1. Duidelijke visie
    Transformationele tandarts-eigenaren hebben een heldere visie voor hun praktijk en delen deze actief met hun team. Iedereen begrijpt de doelen en werkt ernaar toe.
  2. Motivatie en betrokkenheid
    Ze bevorderen motivatie, betrokkenheid en tevredenheid van hun teamleden door middel van teambuilding, open communicatie en participatieve besluitvorming.
  3. Verbinding en communicatie
    Sterke relaties en effectieve communicatie binnen het team staan centraal. Regelmatige overleggen en feedback creëren een veilige en respectvolle werkomgeving.
  4. Innovatie en creativiteit
    Creativiteit en innovatie worden aangemoedigd, waarbij medewerkers vrij zijn om suggesties te doen. Dit leidt tot een cultuur van voortdurende verbetering.

Transactioneel Leiderschap: Pragmatisme en structuur

Transactionele leiders zijn doelgericht, hebben beperkte persoonlijke betrokkenheid, leggen nadruk op sturing en controle, en zijn consequent bij slechte prestaties.
Uit het onderzoek is gebleken dat tandarts-eigenaren vaak een combinatie van transformationeel en transactioneel leiderschap aannemen waarbij transactionele elementen overheersen. De tandarts-eigenaren die overwegend een transactionele leiderschapsstijl hanteren, worden gekenmerkt door:

  1. Doelgerichtheid
    Deze tandarts-eigenaars zijn gefocust op doelen en pragmatische oplossingen. Ze waarborgen orde en structuur.
  2. Beperkte persoonlijke betrokkenheid
    Transactionele tandarts-eigenaars tonen over het algemeen minder persoonlijke betrokkenheid bij hun team en vertrouwen op intrinsieke motivatie van werknemers.
  3. Nadruk op sturing en controle
    Het behouden van kwaliteitseisen en efficiëntie staat centraal. Deze tandarts-eigenaren denken in termen van oplossingen en houden toezicht op prestaties.
  4. Consequentie bij slecht presteren
    Tandarts-eigenaren zijn bereid personeel te ontslaan als prestaties niet aan de verwachtingen voldoen.

Charismatisch Leiderschap: Inspiratie door aandacht

Charismatische leiders hebben een duidelijke visie, nemen risico’s, hechten waarde aan individuele aandacht en ontwikkeling, en fungeren als coaches voor hun team. Charismatische tandarts-eigenaren onderscheiden zich door:

  1. Duidelijke visie en team betrokkenheid
    Deze tandarts-eigenaren delen een duidelijke visie met het team en zorgen ervoor dat iedereen zich gewaardeerd voelt.
  2. Bereidheid om risico’s te nemen
    Charismatische tandarts-eigenaars nemen risico’s om hun visie te verwezenlijken, zelfs in uitdagende tijden.
  3. Individuele aandacht en ontwikkeling
    Ze investeren in persoonlijke ontwikkeling van teamleden.
  4. Coaching en ontwikkeling
    Deze tandarts-eigenaars fungeren als coaches en ondersteunen de groei van hun team.

Autocratisch Leiderschap: Controle boven alles

Autocratische leiders hebben een verheven zelfbeeld, beperken inspraak, leggen de praktijk boven de werknemers en handhaven controle en sancties. Autocratische tandarts-eigenaren worden gekenmerkt door:

  1. Verheven zelfbeeld en gebrek aan inspraak
    Deze tandarts-eigenaars nemen beslissingen zonder inspraak en geloven dat alleen zij de juiste beslissingen kunnen nemen.
  2. Praktijkgerichtheid boven werknemers
    De praktijk staat voorop, en werknemers worden gezien als middelen om doelen te bereiken.
  3. Controle en sancties
    Strikte controle en dreigementen met sancties zijn gebruikelijk.
  4. Gebrek aan reflectie en conflictsituaties
    Reflectie op het eigen handelen is zeldzaam en conflicten worden vaak toegeschreven aan werknemers.

Laissez-faire Leiderschap: Vrijheid en risico’s

Laissez-faire leiders streven naar goede relaties, geven werknemers veel vrijheid, ervaren verminderde betrokkenheid en teamgevoel en plaats. Tandarts-eigenaren met een laissez-faire stijl:

  1. Verlangen naar goede relaties
    Ze streven naar positieve relaties met werknemers en vermijden conflicten.
  2. Werknemersparticipatie en gebrek aan sturing
    Ze geven werknemers veel vrijheid en ruimte voor besluitvorming.
  3. Verminderde betrokkenheid en teamgevoel
    Het ontbreken van sturing kan tot verminderde betrokkenheid en verminderde teamcohesie leiden. Het leidt ook vaak tot meer onderlinge conflicten tussen teamleden, omdat sommige collega’s bepaalde privileges hebben of met veel zaken wegkomen.
  4. Prioriteit van mens boven praktijk
    De laissez-faire tandarts-eigenaar stelt de behoeften van werknemers soms boven die van de praktijk, ten koste van de patiëntenzorg en praktijk.

Leiderschap in de mondzorg varieert, maar de transformationele stijl lijkt positievere resultaten te hebben. Het begrijpen van deze verschillende benaderingen is cruciaal om effectief leiderschap in de tandheelkunde te bevorderen.

Uitdagingen van leiderschapsstijlen in de mondzorg

Gemeenschappelijke uitdagingen

De uitdagingen die tandarts-eigenaren ervaren kennen een gemeenschappelijke basis. Het gaat hierbij met name om vier gemeenschappelijke uitdagingen: werkdruk door de duale rol van leider en zorgverlener, tegenstrijdige doelen door de duale rol, wet- en regelgeving en personeelszaken.

Werkdruk door duale rol

Tandarts-eigenaren moeten zowel managementtaken (zoals financiën, wettelijke naleving, administratie en personeelszaken) als zorgtaken (patiëntenzorg) vervullen. Deze dubbele rol vereist een hoge mate van concentratie en kan leiden tot het minder frequent of minder effectief uitvoeren van bepaalde taken. Over het algemeen lijken tandarts-eigenaren de neiging te hebben zich vooral te richten op klinische behandelingen, waardoor management- en bestuurstaken soms verwaarloosd worden. Bovendien lijken ze zich vaak niet bewust te zijn van specifieke leiderschapsstijlen en hun effecten op het team en de organisatie. Dit vormt een significante uitdaging voor tandarts-eigenaren.

Tegenstrijdige doelen

De tandarts-eigenaren ervaren complexiteit in doelen vanwege hun dubbele rol. Ze moeten voortdurend balanceren tussen het waarborgen van verbinding en samenwerking als transformationeel leider en het waarborgen van prestaties en kosteneffectiviteit als transactioneel leider. Dit kan leiden tot frictie en uitdagingen, vooral wanneer er tegenstrijdige doelen zijn met betrekking tot kosten en kwaliteit.

Wet- en regelgeving

Tandarts-eigenaren ondervinden moeilijkheden als gevolg van complexe wet- en regelgeving in hun managementtaken. Ze moeten op de hoogte zijn van en voldoen aan een breed scala aan wetten en voorschriften met betrekking tot hun werk, wat de werkdruk verder verhoogt en managementtaken tijdrovender maakt. Bovendien wordt de wet- en regelgeving in de loop der tijd steeds complexer en uitgebreider.

Personeelszaken

Het aantrekken, behouden en aansturen van personeel is een voortdurende uitdaging. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het moeilijk om gekwalificeerd personeel aan te trekken, terwijl de eisen van personeel met betrekking tot arbeidsvoorwaarden hoog zijn. Er is ook een trend van veel parttime werkers, wat leidt tot tekorten in de bezetting. De opkomst van ZZP-ers in de praktijken zorgt voor specifieke uitdagingen met betrekking tot sturing en samenwerking.

Interne uitdagingen

Hoewel veel van dezelfde uitdagingen in het algemeen voorkomen, variëren de specifieke details van deze uitdagingen per leiderschapsstijl. De interne uitdagingen die alle tandarts-eigenaren ervaren in het onderzoek, ondanks de leiderschapsstijl, kunnen als volgt worden samengevat:

  1. Personeelsverloop en transactionele instelling
    Tandarts-eigenaren ervaren problemen met het behouden van personeel, deels doordat het personeel zelf transactioneel is ingesteld en specifieke eisen heeft met betrekking tot hun dienstverband en beloning. Meer uitdaging willen en concurrentie op de arbeidsmarkt vergroten deze problemen.
  2. Problemen met personeelszaken
    Uitval van personeel om verschillende redenen, zoals ziekte of zwangerschap, leidt tot complicaties in de personeelsbezetting. Dit zorgt voor stress en problemen met de planning. Ook het betrokken houden van het team vraagt continue inspanning.
  3. Uitdagingen bij het aansturen van personeel
    Communicatie en het aansturen van personeel blijken complex te zijn, en tandarts-eigenaren moeten soms hun communicatiestijl aanpassen aan de behoeften van hun team. Sommige tandartsen ervaren moeilijkheden bij het beheren van disfunctioneel gedrag bij werknemers.
  4. Beheer van ZZP’ers
    Het aansturen en betrekken van ZZP-tandartsen is uitdagend vanwege de wetgeving die geen gezagsverhouding toestaat. Dit zorgt voor problemen en onzekerheid wat betreft het betrekken van de ZZP-tandartsen en wat wel en niet kan.
  5. Financiële stress
    Tandarts-eigenaren ervaren stress met betrekking tot financiële risico’s, vooral bij het opstarten van een praktijk of bij het beheren van een grote praktijk. Het behouden van de liquiditeit van de praktijk is een constante zorg.

Gebrek aan leiderschapstraining

Tandarts-eigenaren benadrukken het gebrek aan training op het gebied van leiderschap en management. Ze beseffen dat managementvaardigheden essentieel zijn voor het succes van hun praktijk, maar er is weinig formele training beschikbaar.

Externe Uitdagingen

De externe uitdagingen die alle tandarts-eigenaren ervaren in het onderzoek, ondanks de leiderschapsstijl, kunnen als volgt worden samengevat:

  1. Werving van personeel
    Het aantrekken (en behouden) van gekwalificeerd personeel is bemoeilijkt in een arbeidsmarkt die gunstiger is voor werknemers. Er is een tekort aan tandheelkundig personeel, en sommige tandartsen merken op dat dit probleem wordt verergerd door de mentaliteit van potentiële werknemers, waaronder ZZP’ers die vaak voor financieel gewin werken.
  2. Complexiteit van wet- en regelgeving
    Tandarts-eigenaren worden geconfronteerd met complexe wet- en regelgeving met betrekking tot arbeid en zorgverlening. Ze moeten voortdurend op de hoogte blijven van veranderende voorschriften en normen en voldoen aan diverse wetten en voorschriften, wat extra administratieve lasten met zich meebrengt en managementtaken tijdrovender maakt.
  3. Ketenvorming
    Voor sommige tandartsen vormt de opkomst van tandheelkundige ketens een uitdaging. Deze ketens worden soms gezien als een bedreiging voor de kwaliteit van de mondzorg vanwege winstbejag en een gebrek aan tandheelkundige expertise bij investeerders. Overnames door ketens kunnen leiden tot financiële problemen en contractbreuk, wat de concurrentiepositie van solopraktijken kan aantasten.

Het begrijpen van deze complexe interne en externe uitdagingen is van vitaal belang voor tandarts-eigenaren om effectieve strategieën te ontwikkelen en hoogwaardige mondzorg te blijven bieden. Leiderschapsstijlen variëren onder tandarts-eigenaren en hebben invloed op de manier waarop deze uitdagingen worden aangepakt. Het creëren van een evenwicht tussen management- en zorgtaken is een sleutelfactor voor succes in deze veeleisende

Uitdagingen per leiderschapsstijl

Bovendien laten de bevindingen zien dat deze uitdagingen variëren afhankelijk van het type leiderschapsstijl van de tandarts-eigenaar:

  • Transactionele, autocratische en laissez-faire leiders
    Deze leiders hebben meer moeite met het behouden van personeel, ervaren meer frictie bij het aansturen van personeel en leggen vaak strengere kwaliteitseisen op. Ze zijn in mindere mate in staat om personeel te inspireren en te motiveren, wat kan leiden tot conflicten en suboptimale prestaties.
  • Transformationele leiders
    Deze leiders zijn beter in staat om personeel te behouden en aan te sturen vanwege hun nadruk op inspiratie, motivatie en verbinding. Ze creëren een warme cultuur die conflicten voorkomt en oplost. Dit kan leiden tot minder verloop en betere sturing. Echter, ze kunnen extra werkdruk ervaren vanwege hun nadruk op sociaal-emotionele aspecten van managementtaken.
  • Charismatische leiders
    Deze leiders ervaren vergelijkbare uitdagingen als transformationele leiders maar de omvang van de organisatie en het personeelsbestand hebben invloed op de mate van werkdruk. Bij grotere teams nemen deze uitdagingen toe.

Kortom , tandarts-eigenaren staan voor complexe uitdagingen als gevolg van hun duale rol en verschillende leiderschapsstijlen beïnvloeden de mate waarin deze uitdagingen zich manifesteren.
De uitdagingen in de mondzorg mogen niet onderschat worden. Effectief leiderschap is essentieel om deze uitdagingen het hoofd te bieden en te zorgen voor hoogwaardige zorg en goed functionerende praktijken. Het begrijpen van de complexe relatie tussen leiderschap en mondzorg is de sleutel tot succes in deze veeleisende omgeving.

Bekijk een vergrote versie

Grootste interne en externe uitdagingen die de praktijkeigenaren ervaren per leiderschapsstijl

Aanbevelingen van leiderschapsstijlen in de mondzorg

Bewustzijn van leiderschap

Tandarts-eigenaren moeten zich bewust zijn van hun eigen leiderschapsstijl en begrijpen hoe deze van invloed kan zijn op het team en de organisatie. Het is belangrijk om bij- en nascholing te volgen om leiderschaps- en managementvaardigheden te ontwikkelen en individuele leiderschapskenmerken te verbeteren.

Transformationeel Leiderschap

Het wordt aanbevolen dat tandarts-eigenaren transformationeel leiderschap toepassen, omdat dit helpt om personeel te behouden, te betrekken en te motiveren. Dit omvat investeren in menselijk kapitaal, aandacht besteden aan de groei van medewerkers en het hanteren van een transformationele leiderschapsstijl om verschillende voordelen te realiseren.

Transactioneel Leiderschap

Voor de basiswerking van een tandartspraktijk, met routinematige taken en duidelijke functieverdeling, wordt transactioneel leiderschap aanbevolen. Dit omvat het creëren van een duidelijke werkstructuur en het handhaven van kwaliteitsnormen door middel van protocollen en richtlijnen.

Vermijd autocratisch en laissez-faire leiderschap

Autocratisch leiderschap en laissez-faire leiderschap moeten worden vermeden, omdat ze kunnen leiden tot passieve en ontevreden werknemers. Tijdig reageren op uitdagingen en conflicten is essentieel om verloop en verzuim te voorkomen.

Multifunctionele rol

Tandarts-eigenaren moeten zich bewust zijn van hun multifunctionele rol, niet alleen als zorgverlener maar ook als leiders. Ze moeten de management- en personeelszaken serieus nemen en, indien nodig, taken delegeren aan competente personen.

Samenwerking met ZZP-ers

Bij de omgang met ZZP-ers moet begrip worden getoond voor hun behoeften en een goede werkomgeving worden geboden. Dialoog en overleg met ZZP-ers zijn belangrijk om betrokkenheid te bevorderen. Een sterke visie kan helpen bij het beoordelen van de redelijkheid van verzoeken.

Leiderschapsontwikkeling

Er is behoefte aan meer bij- en nascholing voor praktijkeigenaren om inzicht te krijgen in hun leiderschapsstijl en andere stijlen te leren. Een meerdaagse training, zowel individueel als in groepsverband met coaching en reflectie kan praktijkeigenaren helpen hun leiderschapsvaardigheden te ontwikkelen.

Deze aanbevelingen zijn gericht op het verbeteren van leiderschap in de mondzorg, met de nadruk op het begrijpen van verschillende leiderschapsstijlen en het toepassen van de juiste stijl in verschillende situaties. Het doel is om de betrokkenheid en motivatie van medewerkers te vergroten en de praktijk effectiever te leiden.

Door:
Hero Abdulla – Yakoub, Management Adviseur, eigenaar Hero Mondzorg en co-founder Five25 Mondhygiënisten, www.five25.com | www.heromondzorg.nl.

Lees meer over: Management, Ondernemen
Tuchtrecht: Waarschuwing na onjuiste behandeling van spoedgeval

Tuchtrecht: Waarschuwing na onjuiste behandeling van spoedgeval

De klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van een bezoek aan de tandarts met haar dochter. Haar dochter was van het klimrek gevallen maar de tandarts heeft haar niet onderzocht. Daarmee is de tandarts in strijd met de KNMT-richtlijn voor spoedgevallen buiten openingstijden.

Situatie

De vierjarige dochter van de klaagster is op vrijdag 30 september 2022 aan het einde van de middag van een klimrek gevallen, waarna zij flink huilde, haar mond bloedde erg en er zaten enkele voortanden los en scheef. De eigen tandarts van het meisje was op deze middag gesloten en daarom werd de spoedlijn gebeld. De dienstdoende tandarts kwam tijdens het telefoongesprek tot de conclusie dat het om een melkgebit zou gaan en dat er geen sprake was van avulsie of fractuur. De tandarts heeft tijdens dit telefoongesprek geen aantekeningen gemaakt en niet om foto’s of een videoverbinding gevraagd om de ernst van de situatie beter te kunnen beoordelen. De echtgenoot van de klaagster heeft hierna de tandarts boos opgebeld vanwege het feit dat de klaagster en haar dochter niet langs mochten komen. Het vierjarige meisje is uiteindelijk door een andere tandarts in de regio behandeld en er zijn 2 elementen geëxtraheerd.

De klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts omdat hij haar dochter niet wilde zien, onderzoeken of behandelen. Verder heeft de tandarts de praktijkrichtlijn van de KNMT over spoedgevallen niet gevolgd en een verkeerd advies gegeven om de bloeding te stoppen.
De tandarts heeft het tuchtcollege verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

Uitspraak

Volgens het tuchtcollege moet een jong kind met forse en acute pijnklachten altijd worden gezien. Verder heeft de tandarts aangegeven dat hij de dochter van de klaagster niet hoefde te zien omdat het om een melkgebit ging. De tandarts heeft dus gehandeld in strijd met de KNMT-richtlijn.
Naar het oordeel van het tuchtcollege had de tandarts de dochter van de klaagster moeten zien om de ernst van de situatie goed in te kunnen schatten. Omdat het gaat om het woord van de een tegen de ander, moet de klacht ongegrond worden verklaard en krijg de tandarts een waarschuwing.

Bron:
Overheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Uitspraak gerechtshof: Woning tandarts behoort niet tot ondernemingsvermogen

Uitspraak gerechtshof: Woning tandarts behoort niet tot ondernemingsvermogen

Even een nieuwe woning kopen, gaat niet zo makkelijk als je een tandartspraktijk hebt. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft recentelijk in een zaak geoordeeld dat een woning op grotere afstand van de praktijk dan een vorige woning, niet tot het ondernemingsvermogen mag worden gerekend op basis van verplichting om binnen een half uur bij de praktijken te kunnen zijn.

Achtergrondinformatie

Een tandarts (ook wel X genoemd) heeft sinds 2001 een tandartspraktijk als eenmanszaak. In 2013 gaat ze ook in een andere praktijk werken. In 2015 koopt zij samen met haar partner een woning. Nu is de vraag of haar aandeel van het huis als ondernemingsvermogen kan worden gezien. Haar werkkamer en een bijbehorende kast worden alleen zakelijk gebruikt en maken samen 7,75% deel uit van huis. Volgens Rechtbank Gelderland is de woning verplicht privévermogen, omdat het niet de 10%-criterium haalt.

Hoger beroep

X haalt in hoger beroep aan dat zij volgens de beroepsregels binnen een half uur op de praktijken moet kunnen zijn en dat de zakelijke auto in de garage van de woning wordt gestald.
Toch oordeelt het Hof Arnhem-Leeuwarden dat de woning – die op grotere afstand van haar praktijken ligt dan haar eerdere woning – niet aan de eisen voldoet. Ook al heeft X de verplichting om binnen 30 minuten van haar praktijk te wonen, maakt dat de woning nog steeds niet geschikt is om voor ondernemingsvermogen te worden gezien.
Het hof zegt dat X niet heeft aangetoond dat de garage alleen gebruikt wordt door de zakelijke auto. Ze had meer bewijs moeten geven, zoals foto’s. Nu is de woning geen ondernemingsvermogen.

Lees de hele samenvatting op Taxlive

Bron:
Taxlive

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Mondhygiene

Waarom een praktijk zich niet op preventie moet richten

Preventie, preventie, preventie. Bijna elke praktijk is zich de afgelopen jaren gaan richten op preventieve zorg, want voorkomen is beter dan genezen. Niets op aan te merken en vanuit het oogpunt van zorgverlening helemaal te onderschrijven. Maar het brengt ook nadelen met zich mee, namelijk rondom de agendaplanning, de motivatie van het team en zelfs op de kwaliteit van de zorgverlening. In dit artikel worden de nadelen besproken met aansluitend mijn tips hoe hiermee om te gaan.

Preventie, preventie, preventie

De preventieve zorgaanpak binnen praktijken houdt veelal in, dat patiënten worden gestimuleerd om tweemaal per jaar voor de halfjaarlijkse controle te komen. En aansluitend aan of in combinatie met deze controles wordt veelal ook tijd ingepland voor reiniging. Op deze manier wordt de patiënt regelmatig gezien en wordt het gebit regelmatig gereinigd, want voorkomen is beter dan genezen.

Naast de zorginhoudelijke kant levert deze aanpak een constante inkomstenstroom op voor de praktijk en waarvan een deel van de behandelingen eenvoudig kan worden gedelegeerd aan preventie-assistenten.

De nadelen

Op het oog levert een preventieve aanpak dus vooral voordelen op. Zowel op zorginhoudelijk vlak voor de patiënt als op financieel vlak voor de praktijk. Echter, steeds vaker hoor ik vanuit praktijken ook nadelen opkomen.

  1. Druk op agenda neemt toe

    Bij praktijken met meer dan voldoende patiënten nemen deze preventieve controles en behandelingen een steeds groter aandeel van de agendaplanning in beslag.

  2. Minder tijd voor curatie

    Regelmatig spreek ik tandartsen, die aangeven dat zij behandelingen 6 maanden vooruitschuiven omdat de ruimte in de agendaplanning een behandeling op korte termijn niet toestaat. Dit brengt het risico van ‘onder behandeling’ met zich mee.

    Zo vertelde een tandarts mij onlangs: “Ik kan de behandeling wel indiceren, maar niet op korte termijn uitvoeren. Dan geef ik aan de patiënt aan, dat we het nog even 6 maanden aankijken.”

  3. Motivatie en uitdaging neemt af

    De agenda’s van de preventie-assistentes puilen uit met afspraken van 30 of 45 minuten voor gebitsreiniging. De werklast is hoog en het werk wordt eentonig. Hierdoor nemen de motivatie en de uitdaging in het werk af bij de preventie-assistenten.

Mijn tips

De belangrijkste tip is: ‘Neem weer de regie’. Binnen praktijken en bij praktijkhouders bestaat veelal ontevredenheid naar aanleiding van bovengenoemde nadelen en tegelijkertijd een soort gevoel van machteloosheid. Met de volgende tips kun je weer regie krijgen.

Ga meer delegeren

De motivatie en uitdaging in het werk van preventie-assistenten wordt positief beïnvloed door zelfstandige behandelingen uit te mogen voeren, maar ook door variatie in het werk. Naast het uitvoeren van gebitsreiniging kun je denken aan het maken van een mondscan, het plaatsen van een noodkroon, het leggen van een eenvoudig vulling, etc. Dergelijke behandelingen kunnen ook in een ‘preventie agenda’ gepland worden, waarmee de variatie in het werk van de preventie-assistente enorm toeneemt.

Stop met combinatie afspraken

Juist de combinatie afspraken maken, dat de tandarts op veel stoelen ‘tegelijkertijd’ kan werken. Ook wordt vaak vanuit praktijken aangegeven, dat de combinatie afspraken zo prettig zijn voordeel de patiënten. Echter, als het nadeel van de praktijk niet meer opweegt tegen het voordeel voor de patiënt, dan wordt het tijd te overwegen om met de combinatie afspraken – gedeeltelijk – te stoppen.

Overweeg om controles op te roepen

Door de halfjaarlijkse controles niet meer standaard vooruit in te plannen, neemt de druk op de agenda af. Dit biedt ruimte in de agenda voor de curatieve behandelingen. Zo weet ik uit ervaring, dat lege plekken in een agenda ook leiden tot gerichte indicatie van behandelingen.

Blijf behandelplannen aanbieden

Probeer je allereerst als tandarts niet te laten leiden door de druk van de agendaplanning, maar vooral door de zorgvraag vanuit de patiënt. Daarnaast merk ik ook, dat het aanbieden van uitgebreidere behandelplannen door sommige tandartsen als lastig of eng wordt ervaren. Niet elke tandarts beschikt namelijk over de capaciteiten om behandelplannen voor uitgebreidere behandelingen op een goede manier aan te bieden aan de patiënt. Hoe beter je dit als tandarts onder de knie hebt, hoe uitgebreidere behandelingen je uitvoert. Daarmee moet dit ‘onder behandeling’ voorkomen en houdt dit het werk voor de tandarts ook gevarieerd en uitdagend.

Conclusie

Wees je ervan bewust, dat je als praktijk of als praktijkhouder altijd de keuze hebt om het anders te doen. Je bent niet overgeleverd aan de druk van je agenda door zelf de regie te houden.

Door: Sjoerd Kuiken is eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders.

Ook is hij initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dentalinfo.nl, een database met 175+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie.

 

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
wet, hamer, weegschaal

Voorstel nieuwe zzp-regelgeving van minister Van Gennip

Begin oktober publiceerde minister Van Gennip het Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet Vbar), een voorstel voor de nieuwe zzp-wet. Erik van Dam van de VvAA licht de inhoud van dit voorstel toe.

“Durf kan de minister niet ontzegd worden: om de onderliggende arbeidswetgeving na meer dan een eeuw (!) aan te passen. Structurering en verduidelijking is ook zeker een loffelijk streven. Ook het beoordelingskader waarin de hoofdelementen op een schijnbaar mathematische wijze (A+B < C?) worden gewogen, lijkt een eenvoudig handvat te bieden.”

Een korte samenvatting van het voorstel voor de Wet Vbar

  • Structurering van de beoordeling ‘werken in dienst van’ (o.b.v. hoofdelementen).
  • Nadere verduidelijking van deze elementen (o.b.v. limitatieve indicaties).
  • Toetsing door de hoofdelementen van gezag:
    A. Werkinhoudelijke aansturing
    B. Organisatorische inbedding
  • Toetsing van het werken voor:
    C. Eigen rekening en risico

Wegen de gezagselementen zwaarder dan het werken voor eigen rekening en risico (A. e/o B. > C.)? Dan is er sprake van een dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) en dus geen zelfstandigheid voor de zzp’er. Pas bij een ‘gelijkspel’ wordt gekeken of de zzp’er zich ook breder, buiten de betreffende arbeidsrelatie, als ondernemer gedraagt (C+).

  • Rechtsvermoeden (ofwel: omgekeerde bewijslast) van een dienstbetrekking bij uurtarief van maximaal €32,24.

Pijnpunten

  • Het inbeddingscriterium lijkt het in de zorg bijna onmogelijk te maken om als zzp’er te werken in de zorg, ook in gevallen van ziekte, bij pieken en unieke situaties. Hiermee komt de smeeroliefunctie van zzp’ers in de zorg, juist nu zo van belang, in gevaar.
  • De eenvoudige rekensom zal in de praktijk niet zo eenvoudig zijn: de onderliggende indicaties en de weging daarvan zullen voer voor discussie blijven. Zeker geen abc’tje dus.
  • Een opvallend hoog uurtarief voor het rechtsvermoeden, om de ‘basis’ van de arbeidsmarkt te beschermen. Hiermee lijkt het z’n doel voorbij te schieten.

Het wetsvoorstel kun je op de website van Overheid.nl bekijken.
Dit voorstel is kort. De meeste informatie staat in de bijgevoegde Memorie van Toelichting.
Via internetconsulatie kun je je eigen mening over het voorstel geven, tot 10 november.

Door:
Erik van Dam, VvAA

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Het management van een mondzorgpraktijk: wat komt daar allemaal bij kijken?

Het management van een mondzorgpraktijk: wat komt daar allemaal bij kijken?

Er zijn veel leiderschapsvormen, en niet elke vorm past bij een eigenaar of team. Een echt goede leider is visionair, en krijgt zijn of haar team mee. Dat klinkt veel gemakkelijker dan dat het is. Wanneer ben je een goede leider, hoe hou je medewerkers tevreden en wanneer vraag je extern advies? Ruth Kruijshoop vertelt over haar ervaringen als interim zorgmanager én organisatie adviseur voor praktijkhouders.

Leiderschap in de praktijk

Een goede leider heeft veel skills nodig: rustig luisteraar zijn, goede beslisbomen neerzetten, een stip aan de horizon voor een individu zijn maar ook een team neer kunnen zetten. En.. openstaan voor inspiratie maar niet voor manipulatie. Dat is nog wel eens een dingetje merk ik. Vooral met de krapte op de arbeidsmarkt moet je altijd kunnen zeggen: “de deur staat open om te gaan”. Misschien is dat wel de graadmeter. Een praktijkhouder die dat durft te denken, weet dat zijn medewerkers en behandelaren loyaal zijn. Loyaliteit dwing je niet af, dat bouw je op. Stapje voor stapje. En daar help ik bij. Ik zeg altijd: “ik ben iemand die de kussens even voor je opschudt bij je” en dan weer fris er tegenaan en zelf verder.

Reactief leiderschap versus stip aan de horizon

Als je in een praktijk leiding geeft dan ontkom je er bijna niet aan om ook ad hoc beslissingen te nemen, maar tussen micromanagen en dagelijks inspelen op beslissingsvragen zit wel een verschil. Een praktijkhouder/ leider die teveel inzoomt op kleine hulpvragen verliest dan de overkoepelende functie die echt nodig is voor de praktijk. Er moet altijd een stip aan de horizon gezet worden. Te vaak wordt er reactief gemanaged in plaats van proactief. Als ik een praktijkmanager dan waarneem merk ik dat het soms zelfs zo reactief is geworden dat ze niet eens op papier kan zetten wat haar werk inhoudt. Of als ik een praktijkhouder vraag naar de beslislijnen in zijn/haar praktijk dat hij/zij dat eigenlijk niet helder heeft. Die stip aan de horizon is noodzakelijk. Daarmee houd je je medewerkers tevreden en borg je de kwaliteit voor de patiënten maar ook voor de behandelaren. Een goede praktijkleider zit er niet bovenop maar durft als het ware een beetje te leunen op zijn net van beslissingen en afspraken die helder zijn bij iedereen.

Aandacht

Communicatie, tijd nemen voor korte en motiverende gesprekken én afspraken vastleggen is veel belangrijker dan vaak gedacht wordt. Je kunt beter gericht een kwartier om de tafel gaan dan alles in de steri even kort afspreken of in de wandelgangen. Je hebt als praktijkhouder en deels ook als manager nu eenmaal dagelijks aandacht nodig op 6 deelgebieden van praktijkmanagen – straks volgt meer hierover – om de flow goed te houden. Het is belangrijk mensen te motiveren met uitzicht op ontwikkeling naar promotie of naar verdieping in functie. Een assistente die weet dat ze geen preventieassistente wordt maar wel straks als senior dé stagebegeleider wordt met daarbij salarisverhoging kan veel gemotiveerder rondlopen dan een assistente die droomt dat ze preventieassistente wordt maar de eigenaar haar nooit op die functie ziet.

Verwachtingen uitspreken

Door helder verwachtingen uit te spreken en uit te nodigen naar stappen blijven zetten zal een team veel gemotiveerder samen werken. Er ontstaat al gauw jaloezie als de assistente die er al jaren werkt niet de opleiding tot preventieassistente krijgt en de assistente die er net een half jaar werkt wel. Heel vaak groeien teams scheef, dat moet niet. Iedereen is even nodig en even belangrijk. Zo ook met behandelaren. De gunfactor moet terug en die creëer je niet eventjes tussendoor, dat is echt lijnen uitzetten en visionair aan de slag gaan. Procesversmalling en versnelling/leanmanagement is mijns inziens hierin de key. Hierdoor creëer je tijd om te managen. En op dagen dat het even niet lukt is het dan ook niet zo erg. Een praktijkleider of manager hoeft echt niet alle dagen aanwezig te zijn, wel moet ze er zijn, veel ‘ondertitelen’ en uitleggen waarom wel of niet. Dan wordt de missie en visie voelbaar én toetsbaar.

Wat is leanmanagement precies?

Leanmanagement is een succesformule voor veel managers in allerlei sectoren maar in de zorg mijns inziens noodzakelijk. Je hebt te maken met zoveel complexiteit in aansturing van een praktijk, 6 deelgebieden hebben constant de aandacht nodig (inkoop, financiën, wet- en regelgeving, ARBO, kwaliteitshandboek, communicatie en HRM) voor je het weet ben je omslachtig bezig. En een week is zo om. Efficiënt werken, weinig materialen verspillen, ook voor het milieu, geeft veel voordelen. Lean aansturen betekent slank aansturen. In mei haalde ik mijn Black Belt Sigma, een opleiding voor leanmanagement. Ik denk dat dit verrijkend is voor mijn klanten. Ik geloof dat ik de eerste ben in Nederland in de mondzorg die echt leanmanager is. Ziekenhuizen werken al jaren met leanmanagers, dat is heel normaal daar. In de mondzorg lopen we in veel voor maar in leiderschap zijn er slagen te slaan. Erg leuk om te mogen doen. En nodig!

Het gras is niet altijd groener bij de buren

Je ziet door onder andere jaren bezuinigen op opleidingsplaatsen – maar zoals ik het zie, ook door te weinig reclame voor tandheelkunde- en zorgopleidingen in het algemeen – dat er een groot probleem te voorzien is in de toekomst qua personeel. Nu al zie je dat recruiters altijd op de loer liggen. Gelukkig begint er ook een besef door te dringen dat het gras niet altijd groener is bij de buren. Want er wordt van alles beloofd maar weinig waar gemaakt als je eenmaal de nieuwe baan hebt. Ik merk wel eens dat als iemand toch voor zo’n verkooppraatje is gevallen en na spijt terug wil naar de praktijk, dat het team en de eigenaar weigeren diegene terug te nemen. Maar uit onderzoek blijkt dat toch geen goed idee te zijn. Juist mensen die terug willen komen hebben veel potentie. Ten eerste kun jij nu als praktijkhouder nog meer duidelijke voorwaarden scheppen bij aanvang contract: ”Ik heb je graag terug op de praktijk maar ik wil dat je als je het ergens niet mee eens bent het rechtstreeks zegt en niet achter mijn rug. Ik verwacht van je een positieve houding” of “Je bent welkom terug maar je mag niet meer te laat komen en ziekmeldingen zal ik zeer streng beoordelen”(bij iemand die de kantjes eraf liep).

Wat vaak niet gebeurt maar echt belangrijk is, is dat je dan nog een follow up gesprek creëert: “Het valt me op dat je veel positiever bent, ook collega’s werken nu graag met je samen, hou dat vast” of “Super fijn dat je gewoon op tijd komt, dat is voor het team een goed signaal en wordt gewaardeerd”. Natuurlijk geef je iemand geen vast contract. Ook dat communiceer je bij aanvang. “Je komt terug maar wel moet je je opnieuw waarmaken, de komende 2 jaar kan ik je niet meer bieden dan een tijdelijk contract.”

Bedenk dat iemand die terug komt niet ingewerkt hoeft te worden, de praktijk, de medewerkers en de patiënten al kent en vaak veel positiever kijkt naar de praktijk dan een ander. Hij/zij weet immers dat het buiten jouw praktijk niet veel beter is en dat er altijd verbeterpunten zijn. Maar ook hier moet je managen.

Kwaliteit, in hoeverre is dat managebaar?

Je hebt natuurlijk het kwaliteitshandboek waardoor kwaliteit van zorg wel meetbaar is. Maar kwaliteit is ook voor elkaar zorgen, aardig zijn, duidelijke afspraken en communicatielijnen bieden, overleggen structureel inplannen in plaats van afzeggen en dergelijke. En af en toe een borrel of high tea met elkaar helpt ook, ik was laatst bij een kliniek die foodtrucks hadden laten komen voor alle behandelaren. Patiënten stonden er ook tussen een broodje hamburger te nemen. Zoiets bindt ook. Maar eerst goed werken, dan belonen.

Visie gericht leidinggeven

Managen is niet, zoals helaas veel praktijk houders denken, het regelen van uitjes en mailtjes behandelen: het is visie gericht leidinggeven. Het is vooruit denken, het is praktijkbelang voor persoonlijk belang durven stellen, het is lef hebben en ook soms op de onderlip bijten. Het is vooruit en achteroverleunen tegelijk. Maar bovenal is het reflecterend durven zijn en ook aan zelfreflectie doen, af en toe een spiegel op je praktijkhouderschap houden, nieuwe inzichten verwerven. Jezelf ook afvragen: ”Wat doe ik goed? Wat kan ik beter? Hoe zou het zijn om voor mij te werken? Hoeveel vertrouw ik op de signalen uit het team en hoeveel durf ik zelf te signaleren en aan vast te houden?” Het is uitdagend, spannend en kan hartverwarmend zijn. In een praktijk waar goed gemanaged wordt hebben mensen focus op eigen functie in plaats van op elkaar. Ga daar gewoon voor. Dat mag je jezelf gunnen als eigenaar. Vaak is met een paar kleine vertaalslagen het bereik verdrievoudigd. Die tools moet je aangereikt krijgen, niet alles kun je alleen. Gelukkig komt dat besef er steeds meer.

Door:
Ruth Kruijshoop, eigenaar van De Praktijkversterker De Praktijkversterker heeft een pool van interim zorgmanagers die praktijkmanagers tijdelijk vervangen bij afwezigheid of tijdelijke versterking van een praktijk. Ook kunnen we via leanmanagement samen een koers voor je praktijk uitzetten.

Lees meer over: Management, Ondernemen