Checklist

De valkuilen van verzuimbegeleiding in de mondzorg: Wat iedere praktijkhouder moet weten

Als mondzorgondernemer en werkgever komt er veel op je af, buiten het verlenen van mondzorg aan je patiënten. Je hebt te maken met wetgeving op het gebied van gezondheidszorg, maar ook met bijvoorbeeld het belastingrecht, het arbeidsrecht en aanverwante regelingen. Praktijkhouders raken dikwijls verstrikt in het web van plichten die komen kijken bij ziekteverzuim van een werknemer.

Werkgevers zijn wettelijk verplicht een arbodienst te hebben. Dit zou de werkgever toch moeten ontlasten en verzekeren dat de wettelijke plichten op het gebied van verzuimbegeleiding en re-integratie worden nageleefd? Helaas is dat niet automatisch het geval. In dit artikel zetten we uiteen waar de grootste valkuilen liggen en wat je als praktijkhouder kunt doen om hoge boetes en langdurige procedures te voorkomen. Compleet met praktische tips.

1. De rol van de arbodienst: wat mag je verwachten?

Veel praktijkhouders vertrouwen op hun arbodienst om hen volledig te begeleiden bij ziekteverzuim. Toch blijkt in de praktijk dat niet elke arbodienst even proactief of volledig is in zijn ondersteuning. Werkgevers blijven eindverantwoordelijk voor het correct naleven van de Wet verbetering poortwachter.

Noch bij het UWV, noch bij de rechter, kan een werkgever de verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de verzuimplichten, afschuiven op de betrokken arbodienst.

Een Mondzorghouder in Tiel had de afgelopen jaren drie dubbel pech, Na twee jaar ziekte, oordeelde het UWV dat de verzuimbegeleiding aan de ziek werknemer onvoldoende was. Het UWV legde daarom een loonsanctie op en verleende geen toestemming om de twee jaar zieke werknemer te ontslaan. Daarna heeft de rechter de arbeidsovereenkomst in een procedure ontbonden, maar wel met toekenning van een schadevergoeding van € 100.000 aan de tandartsassistente, onder andere vanwege het onvoldoende nakomen van de re-integratie verplichtingen die rustten op hem als werkgever.

Deze Mondzorghouder betrok daarop volgend de arbodienst in een gerechtelijke procedure, om de boven genoemde schade te verhalen. De rechtbank wees die vordering af, onder andere omdat de praktijkhouder te laat had geklaagd.

Ook in andere procedures en beslissingen, buiten de Mondzorg, wordt steeds bevestigd: de Arbodienst heeft een adviserende rol, de werkgever blijft verantwoordelijk voor het nakomen van de re-integratie verplichtingen.

Dit betekent dat je als praktijkhouder zelf goed op de hoogte moet zijn van de juiste stappen en termijnen in het verzuimproces. Een arbodienst kan adviseren, maar neemt de verplichtingen niet over. Het is daarom van belang om regelmatig te controleren of de arbodienst de juiste adviezen geeft en of alle acties op tijd worden uitgevoerd. Dit geldt met name voor langdurig verzuim, waar hoge boetes op de loer liggen.

2. Verzuimprocedures: de belangrijkste verplichtingen

De Wet verbetering poortwachter stelt strikte eisen aan het proces van verzuimbegeleiding en re-integratie. Zo moet er binnen zes weken een probleemanalyse worden opgesteld door de bedrijfsarts, en binnen acht weken moet er een Plan van Aanpak zijn. Deze documenten vormen de basis voor de re-integratie van de werknemer en de kern van het re-integratie dossier waarover het UWV na 104 weken ziekte zal oordelen. Zie ook het eerdere artikel: Het eerste verzuimgesprek, een belangrijke stop in het verzuimproces.

Werkgevers moeten daarnaast regelmatig contact onderhouden met de werknemer en ervoor zorgen dat alle stappen correct worden doorlopen. Een veelgemaakte fout is dat werkgevers deze verantwoordelijkheid volledig uit handen geven aan de arbodienst, waardoor deadlines worden gemist.

Arbodiensten sturen doorgaans reminders over taken die moeten worden opgepakt. Wij merken dat de emails met adviezen en reminder vaak aan de aandacht van praktijkhouders ontglippen, in de toch al overvolle emailboxen. Er komen ook zoveel reminders, zelfs voor de kleinste taken, dat het werkgevers te veel wordt om alles bij te houden. Daardoor blijven belangrijke verplichtingen liggen. Een Arbodienst zal je niet achter de broek blijven en zitten, wanneer je een belangrijke taak in de verzuimbegeleiding mist.

3. Werkgever is eindverantwoordelijk, ook voor nakomen verplichtingen werknemer en arbodienst

Let er bovendien op dat het niet alleen aan de werkgever is om erop toe te zien dat hij zijn re-integratie verplichtingen nakomt, werkgevers behoren er ook op toe te zien dat hun werknemers zich aan hun re-integratieverplichtingen houden. Volgt jouw werknemer redelijke instructies van jou of de bedrijfsarts niet op, of houdt hij of zij contact af? Komt zij niet op de koffie terwijl de bedrijfsarts oordeelde dat ze daar wel aan toe was? Dan is het jouw taak medewerking af te dwingen door zo nodig het loon op te schorten dan wel stop te zetten. Let op: Het gaat niet om een bevoegdheid, maar om een plicht. Niet ingrijpen of wegkijken wanneer je werknemer een verzuimplicht niet nakomt wordt jou aangerekend; jij bent als werkgever verantwoordelijk voor het verzuimtraject. Ook voor het gedrag van je werknemer. Belangrijk detail: Verzuimt jouw werknemer zijn of haar re-integratie verplichtingen, en is daarom na een waarschuwing het loon stop gezet, dan vervalt ook ontslagbescherming door ziekte. Je kan dan naar de rechter om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden.

4. De risico’s van onvoldoende begeleiding

Als een werkgever de verzuimbegeleiding niet goed organiseert, kan dit leiden tot aanzienlijke kosten en juridische complicaties. Het UWV kan na 2 jaar besluiten om een loonsanctie op te leggen als er niet aan de re-integratieverplichtingen is voldaan. Dit betekent dat de werkgever het loon van een zieke werknemer langer moet doorbetalen dan de standaard twee jaar. Let op: dit wordt niet vergoed door je verzuimverzekeraar! Je betaalt dus het loon door van een werknemer die misschien al 2 jaar niet meer bij je op de werkvloer is geweest.

Daarnaast kunnen er arbeidsconflicten ontstaan als er onvoldoende communicatie is met de werknemer over diens re-integratie. Een werknemer die zich niet gehoord of ondersteund voelt, kan een arbeidsconflict laten escaleren, wat de kans op succesvolle re-integratie verkleint. Dit is een van de redenen dat werkgevers worden geacht mediation in te zetten, zodra of de werkgever of de werknemer een conflict ervaart. De bedrijfsarts zal in zulke gevallen adviseren mediation op te starten.

Let er overigens ook op dat zelfs het oordeel van de bedrijfsarts, je niet vrijwaart je re-integratie verplichtingen na te komen. De Mondzorgpraktijkhouder uit het voorbeeld in alinea 1 klaagde onder andere dat de bedrijfsarts onterecht had geoordeeld dat zijn assistente 100% arbeidsongeschikt was. Het UWV oordeelde achteraf namelijk dat de assistente prima kon werken, maar omdat de werkgever niet op tijd bij de Arbodienst had geklaagd over dit oordeel, verspeelde de werkgever het recht om dat in een later stadium te doen.

Alert blijven is de les dus, en problemen en vermoedens bespreekbaar maken bij de arbodienst. Bijvoorbeeld als je twijfelt of je zieke werknemer wel echt ziek is. Als dit niet leidt tot het gewenste resultaat dan kan het lonen om een Deskundige Oordeel aan te vragen bij het UWV. Dus in de gevallen dat er wordt getwijfeld of de werknemer echt ziek is of als de werknemer te weinig doet om te re-integreren. Dit onderzoek wat je gemakkelijk kan aanvragen op de site van het UWV kost € 400,00, maar kan je veel kosten besparen op de lange termijn. Heb je dit aan de hand, dan is het goed hierover advies in te winnen.

5. Hoe voorkom je problemen? Praktische tips voor de praktijkhouder

Om grip te houden op verzuimbegeleiding, is het belangrijk dat praktijkhouders zich bewust zijn van hun verplichtingen en actief betrokken blijven bij het proces. Enkele belangrijke tips:

  • Blijf op de hoogte van de wetgeving: Verzuimbegeleiding is een complex juridisch proces. Zorg dat je de basisregels kent en laat je wanneer nodig bijstaan door een specialist. Heb je te maken met een complexere casus? Fouten maken kan je duur komen te staan, voorkomen is beter dan genezen.
  • Houdt regelmatig contact met de werknemer: Een goed contact met de zieke werknemer voorkomt misverstanden en bevordert een succesvolle re-integratie. Richtlijn is om elke 2-3 weken contact te hebben met een werknemer die voor langere tijd in het verzuim zit.
  • Controleer de voortgang van het re-integratieproces: Houdt deadlines in de gaten en zorg ervoor dat alle verplichte documenten op tijd worden ingediend. En zorg ervoor dat je eigen dossier netjes en vooral volledig is.
  • Wees actief. Vooral bij complexe gevallen of wanneer je het niet vertrouwt. Maak dat bespreekbaar met de werknemer, met de arbodienst, met een deskundige of mediator.

Conclusie

Ziekteverzuim is een uitdagend en juridisch complex terrein voor mondzorgondernemers. Hoewel de arbodienst kan ondersteunen, blijft de eindverantwoordelijkheid bij de werkgever liggen. Door proactief en goed geïnformeerd te zijn, kunnen praktijkhouders veel problemen voorkomen en zorgen voor een soepel verloop van de verzuimbegeleiding en re-integratie. Zo wordt niet alleen voldaan aan de wetgeving, maar wordt ook het welzijn van de werknemer en de continuïteit van de praktijk gewaarborgd. En het belangrijkste: onnodig lang verzuim wordt voorkomen.

Door: Valesca Nederlof, HR-Adviseur bij Dental Care Professionals. Als zodanig ondersteunt zij Mondzorgpraktijkhouders bij het begeleiden van (complex) verzuim van hun werknemers. In tegenstelling tot de arbodienst, ontzorgt zij werkgevers volledig wanneer een werknemer langdurig ziek is. Zij kent de wetgeving en zeker ook de knelpunten in het Poortwachtertraject.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Klacht na verbeteren porseleinen facings met composiet

Een patiënt heeft een klacht ingediend tegen een tandarts vanwege onvoldoende informatie en onjuiste materiaalkeuze voor het verbeteren van de aanwezige porseleinen facings van het bovenfront. De tuchtrechter legde de tandarts een waarschuwing op vanwege het schenden van zijn informatie- en dossierplicht.

Situatie

In 2015 zijn bij de klaagster zes porseleinen facings gemaakt in het bovenfront. Hierna is de klaagster overgestapt naar de tandartspraktijk van de verweerder.
In december 2021 is de klaagster door de tandarts behandeld en zijn er meerdere vullingen gemaakt, waaronder het opvullen van de recessies bij de facings in het bovenfront.
In maart 2022 heeft de tandarts de breuklijnen op de overgangen van het composiet naar de porseleinen facings hersteld, daarnaast is er mondeling besproken dat wanneer het resultaat tegenvalt de tandarts de gehele procedure van de composietfacings op de oude porseleinfacings onder garantie wil uitvoeren. In januari 2023 heeft er een klachtgesprek plaatsgevonden waarna de verweerder een behandelvoorstel voor het plaatsen van nieuwe porseleinen facings aan de klaagster toegezonden heeft. In februari 2023 heeft de klaagster haar klacht voorgelegd aan de KNMT.

Klacht

De klaagster verwijt de tandarts voor het feit dat hij niet voldoende informatie heeft gegeven over de behandeling en dat hij zonder toestemming de hele tandvorm heeft aangepast. Daarnaast geeft de klaagster aan dat de tandarts een onjuiste behandeling heeft gekozen omdat hij voor composiet heeft gekozen en haar gebit hierdoor is beschadigd. De klaagster verwijt de tandarts omdat hij haar onder druk heeft gezet om facings aan te passen, terwijl de patiënt geen klachten had. De tandarts heeft volgens de klaagster een onrealistische belofte gedaan door de beweren dat de tanden in hun oude staat hersteld konden worden en de tandarts haar klacht niet serieus heeft genomen door de opmerking ‘’karma’’ te maken tijdens het consult.

Beoordeling

Het college heeft vastgesteld dat er geen behandelplan en geen begroting zijn opgesteld en is er niet in het medisch dossier genoteerd dat de verweerder de klaagster heeft geïnformeerd over de aard, het doel, materiaal, prognose, risico’s en alternatieven van de behandeling. Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Het feit dat de tandarts composiet heeft gebruikt is volgens het tuchtcollege een adequate manier om in deze casus te gebruiken, dit klachtenonderdeel is ongegrond.
Het klachtenonderdeel waarin de klaagster aangeeft dat haar gebit is beschadigd door het gebruik van composiet is ongegrond omdat de scheuren en breuken zich niet in de porseleinen facings bevinden maar in de composiet.
Het college geeft aan dat er niet is gebleken van ontoelaatbare druk op de klaagster door de verweerder, de klaagster heeft zelf gevraagd om de behandeling in te plannen. Dit klachtenonderdeel is ongegrond. De klachtenonderdelen over onrealistische belofte en onheuse bejegening worden ook als ongegrond verklaard.

Uitspraak

De verweerder heeft zijn informatieplicht en dossierplicht geschonden, echter heeft hij zich tijdens de zitting leerbaar opgesteld. Het college legt daarom de maatregel van een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
ZZP

Vragenlijst: hoe gaan mondzorgprofessionals om met de nieuwe regels voor zzp?

Vanaf januari 2025 handhaaft de Belastingdienst de wet DBA om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Hoe gaan tandartsen, mondhygiënisten, praktijkmanagers en praktijkhouders om met deze nieuwe werkwijze voor zzp’ers van de Belastingdienst? Wij hebben een vragenlijst hiervoor gemaakt die je anoniem kunt invullen. Na het invullen van deze vragenlijst kun je aangeven of je de uitkomsten van deze vragenlijst wilt ontvangen via e-mail.

Alles is anoniem en wordt getotaliseerd en individuele gegevens worden niet met derden gedeeld.

Deze vragenlijst is gesloten.

Interesse in de resultaten?
Bekijk de resultaten in de Dental Management Toolkit

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Voorlichtingsmateriaal over tuchtrecht in de zorg

Voorlichtingsmateriaal over tuchtrecht in de zorg

Een tuchtklacht roept veel emoties en vragen op bij zorgprofessionals. Wat staat je te wachten, wat voor consequenties kan het hebben en bij wie kun je terecht voor hulp?

De Gids Tuchtrecht in de zorg legt in 16 heldere visualisaties en bondige teksten uit hoe het tuchtrecht in de zorg werkt. De gids is vanaf nu kosteloos digitaal beschikbaar en is geschikt als naslagwerk bij ontvangst van een tuchtklacht of als opleidingsmateriaal. De gids is een uitgave van Platform Zó werkt de zorg.

Download de Gids Tuchtrecht hier

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht
rechter

Van de regen in de drup bij re-integratie zieke medewerker

Een billijke vergoeding van 100.000 euro moeten betalen, terwijl het niet jouw schuld is. Volgens tandartspraktijk Care4Dental is dit hun overkomen. De kantonrechter veroordeelde de tandartspraktijk wegens te weinig begeleiding bij re-integratie van een zieke werkneemster. Care4Dental geeft op zijn beurt de arbodienst de schuld en sleept die nu voor de rechter.

Deze zaak gaat over verzuimbegeleiding en de re-integratie van een arbeidsongeschikte tandartsassistente. Het conflict speelt zich af tussen Care4Dental en De Bedrijfspoli. De kern van de zaak is dat Care4Dental De Bedrijfspoli verwijt niet goed te hebben gehandeld bij de begeleiding van hun tandartsassistente. Dit leidde volgens Care4Dental tot financiële schade. Zo zou De Bedrijfspoli onvoldoende re-integratie-inspanningen hebben geadviseerd, waardoor de ontslagaanvraag van Care4Dental voor de tandartsassistente werd afgewezen door het UWV. Hierdoor liep Care4Dental hoge loonkosten op en werd de tandartsassistente een vergoeding van € 100.000 toegekend door de kantonrechter. De kantonrechter vond namelijk dat Care4Dental verwijtbaar had gehandeld.

Claim

Care4Dental vindt dat De Bedrijfspoli deels verantwoordelijk is voor deze kosten en wil daarom een schadevergoeding van ruim € 89.000. De rechtbank stelt echter vast dat Care4Dental niet tijdig heeft geklaagd over de fouten van De Bedrijfspoli, waarmee zij haar recht op een schadevergoeding verliest. Volgens de rechter mocht De Bedrijfspoli zich beroepen op de contractuele klachtplicht van één maand. Care4Dental had De Bedrijfspoli pas na ruim een jaar aansprakelijk gesteld, wat veel te laat was volgens de voorwaarden in de overeenkomst.

Uitspraak

De rechter oordeelt dat de klachtplicht niet redelijk is en wijst alle vorderingen van Care4Dental af. Care4Dental wordt veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van De Bedrijfspoli, totaal € 5.265.

Bekijk de uitspraak

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Tuchtrecht Klacht van tandarts tegen geregistreerd mondhygiëniste

Tuchtrecht: Klacht van tandarts tegen geregistreerd mondhygiënist vanwege hoge temperatuur in het pand

Een tandarts heeft namens een patiënt een klacht ingediend tegen een geregistreerd mondhygiënist vanwege het feit dat de thermostaat op 20 graden is gezet of hierop is blijven staan, waardoor de temperatuur in het pand waar zij beiden gebruik van maken is opgelopen tot ongeveer 35 graden Celsius. In eerste instantie is de klacht niet-ontvankelijk verklaard, echter gaat de klagende partij in beroep tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

Situatie

Een BIG-geregistreerde tandarts (de heer C) heeft namens een patiënt (de heer A) een klacht ingediend tegen een geregistreerd mondhygiënist. De tandarts verwijt de mondhygiënist vanwege het feit dat zij de gemeenschappelijke thermostaat op 20 graden Celsius heeft gezet of hierop laten staan waardoor de temperatuur, in de praktijk waar beide partijen gebruik van maken, oploopt tot ± 35 graden Celsius. Het Regionaal tuchtcollege heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, echter is de klager in beroep gegaan. Het tuchtcollege heeft de heer C meerdere keren moeten vragen om een machtigingsformulier waaruit blijkt dat de heer A. de heer C. heeft gemachtigd om namens hem beroep in te stellen. Gelet op het feit dat meerdere verzoeken nodig waren voor een machtiging, kan niet worden vastgesteld dat de heer A. beroep heeft willen instellen. Om deze reden en ook het feit dat er geen sprake is van een behandelrelatie tussen appellant en de verweerster heeft het Regionaal tuchtcollege geconcludeerd dat de tuchtnorm niet van toepassing is in deze situatie en op deze klacht.
Daarnaast is de geregistreerd mondhygiënist opgenomen in het BIG-register, maar alleen ten aanzien van drie voorbehouden handelingen; prepareren van primaire cariës, toedienen van anesthesie en het maken van röntgenfoto’s.

Beslissing

De voorzitter van het centraal tuchtcollege heeft de appellant niet ontvankelijk verklaart in het beroep.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Dagstart

De dagstart in de mondzorgpraktijk: Praktijken willen het wel, maar doen het niet

Binnen teams is er veelal behoefte aan een dagstart. Toch doen dezelfde praktijken lang niet altijd een dagstart. Het opzetten en goed uitvoeren ervan blijkt een grote uitdaging te zijn. Wat is een dagstart precies? En hoe zet je deze effectief op?

Waarom een dagstart?

De doelstelling van een dagstart is niet om de dag gezellig met elkaar te beginnen onder het genot van een kopje koffie. De woorden ‘gezellig’ en ‘koffie’ zijn de sleutelwoorden in deze zin, maar dat is dus niet waarvoor je de dagstart doet.

In de korte tijd tussen de start van je werkdag en het naar binnenhalen van de eerste patiënt moet je ook nog een overleg gaan doen. De dagstart is dus niet het moment voor een sociale aangelegenheid. De dagstart duurt dan ook het liefste zo kort mogelijk. Desondanks heeft het een grote toegevoegde waarde voor een prettige werkdag.

Doelstellingen van de dagstart zijn o.a. om:

  • Belangrijke informatie te delen
  • Problemen snel op te lossen
  • Issues onderling af te stemmen

“Voor ons werkt het niet!”

Wat voor de één werkt, hoeft niet direct voor een ander ook te werken. Desondanks ben ik van mening, dat de dagstart voor veel praktijken wél kan werken. De opmerking: “Voor ons werkt het niet!” wordt vaak benoemd bij die praktijken die weer zijn gestopt met de dagstart. Ik denk echter, dat de dagstart ook voor die praktijk kan werken.

Alleen doordat het deze praktijk niet is gelukt de dagstart ook effectief uit te voeren, is men ermee gestopt. Dát is mijn idee daarbij en ik vind dat een gemiste kans.

“Er is niks te bespreken”

Nogmaals, de uitvoering van de dagstart moet elke dag effectief zijn. Dat neemt niet weg, dat op sommige dagen inderdaad weinig te bespreken. Denk aan dagen dat de agenda perfect gepland is, er geen bijzondere patiënten komen, er niemand ziek is, er geen gaten in de agenda zijn, etc.

Op die dagen dat de dagstart nauwelijks inhoud heeft, heb je dus wel tijd voor een extra koffie voor je eerste patiënt. Dat moet in mijn ogen geen reden zijn om de dagstart helemaal niet meer te doen. Want juist op die dagen dat er wel bijzonderheden zijn, heb je des te meer behoefte aan de dagstart.

Effectieve dagstart

De grote uitdaging voor praktijken is dus om de dagstart effectief uit te voeren. Hoe doe je dat? En wat bespreek je precies tijdens de dagstart? Deze vragen worden beantwoord in de uitlegvideo binnen de Dental Management Toolkit.

Wil je deze video bekijken en bijbehorend hulpdocument kunnen toepassen? Meld je hier aan voor de Dental Management Toolkit www.dentalmanagementtoolkit.nl.

Door: Sjoerd Kuiken, eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders. Ook is hij initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dentalinfo.nl

Lees meer over: Management, Ondernemen
Transitievergoedingen personeel bij praktijkbeëindiging: maak gebruik van de compensatieregeling

De werkkostenregeling. Wat mag je vergoeden aan werknemers?

Het jaar 2024 zit er al weer bijna op. Met de feestdagen in het verschiet wordt het tijd om de balans op te maken. Zo ook ten aanzien van de werkkostenregeling. Is er dit jaar nog ruimte over om uw personeel op een fiscaal vriendelijke manier iets toe te schuiven zo voor de kerstdagen?

Vrije ruimte

Middels de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling kunt u belastingvrije vergoedingen uitkeren aan uw personeel. De vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% tot een fiscale loonsom van
€ 400.000 en daarboven 1,18%. Wordt de vrije ruimte overschreden dan is deze overschrijding belast met 80% eindheffing welke is verschuldigd door u als werkgever.

Wilt u vergoedingen via de vrije ruimte uitkeren aan uw personeel, dan doet u er verstandig aan om eerst eens te beoordelen of u uw vergoedingen welke niet ten laste van de vrije ruimte komen wel zo optimaal mogelijk worden benut.

Reiskostenvergoeding

Hoe heeft u bijvoorbeeld uw reiskostenvergoeding geregeld? In de praktijk zien we namelijk dat de laatst gepubliceerde KNMT Arbeidsvoorwaardenregeling uit 2022 nog veel als basis wordt beschouwd. In deze arbeidsvoorwaardenregeling is een tegemoetkoming woon-werkverkeer opgenomen. Het uitgangspunt van deze regeling is dat een reiskostenvergoeding wordt toegekend mits de enkele reisafstand ten minste 11 kilometer bedraagt. De reiskostenvergoeding wordt vervolgens berekend tot een maximum van 25 kilometer enkele reis. Vanuit de fiscale regelgeving worden er geen voorwaarden gesteld aan een minimale reisafstand en een maximum van te vergoeden kilometers. Elke woon-werk kilometer mag fiscaal onbelast worden vergoed tot een bedrag van 23 cent per kilometer. Door géén rekening te houden met een minimale reisafstand en/of geen rekening te houden met een maximum aantal te vergoeden kilometers kan er misschien al een leuk voordeel ontstaan voor uw medewerkers.

Cafetariaregeling

Wilt u als praktijkhouder toch vasthouden aan de minimale reisafstand en/of een maximum aantal te vergoeden kilometers dan kan het introduceren van een cafetariaregeling een waardevolle toevoeging zijn om het personeel fiscaal zo vriendelijk mogelijk te kunnen belonen. Bij een cafetariaregeling krijgen medewerkers de optie om belast loon uit te ruilen tegen een belastingvrije vergoeding, zoals in dit geval de reiskostenvergoeding. Bij de medewerker leidt dit tot een netto voordeel, terwijl de kosten voor de werkgever gelijk blijven of zelfs ook dalen. Een win-win dus.

Onbelaste vergoeding via de vrije ruimte

Heeft u de vrije ruimte voor het jaar 2024 nog niet volledig benut en wilt u uw medewerkers nog een extra beloning toekennen? Dan kunt u dit doen door een onbelaste vergoeding via de vrije ruimte uit te keren. Vergoedingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar worden door de Belastingdienst als gebruikelijk aangenomen, zodat aan de gebruikelijkheidstoets die bij een dergelijke uitkering moet plaatsvinden in de regel zal worden voldaan.

Holding – Werkmaatschappij structuur

Veel praktijkhouders ondernemen middels een Holding – Werkmaatschappij structuur waarbij de praktijkhouder zelf in dienst is bij de Holding en het personeel bij de Werkmaatschappij. In dat geval zijn er 2 werkgevers met elk een eigen vrije ruimte. Indien de vrije ruimte bij een van beide wordt overschreden terwijl bij de ander een bedrag aan vrije ruimte resteert kan het voordelig zijn om gebruik te maken van de concernregeling. Hierbij wordt de vrije ruimte bepaald op basis van de loonsom van beide BV’s gezamenlijk. Een tekort aan vrije ruimte bij de Werkmaatschappij kan dan worden verrekend met een overschot aan vrije ruimte bij de Holding en andersom. Een nadeel van de concernregeling is wel dat het tariefopstapje (1,92% over een loonsom tot € 400.000) maar één keer gebruikt kan worden. Wilt u uw personeel dus nog een vergoeding geven vanuit de vrije ruimte maar blijkt de vrije ruimte in de Werkmaatschappij niet voldoende, ga dan na of toepassing van de concernregeling een uitkomst kan zijn. Overigens kan deze keuze jaarlijks opnieuw worden gemaakt.

Bruteren of 80% eindheffing

Blijkt dat ook bij toepassing van de concernregeling de vrije ruimte overschreden gaat worden, maak dan een goede afweging of u de vergoeding gaat bruteren of toch kiest voor de 80% eindheffing. In veel gevallen kan de 80% eindheffing namelijk goedkoper zijn dan bruteren aangezien er bij de eindheffing geen sociale verzekeringspremies etc. van toepassing zijn.

Personeelfonds

En mocht de vrije ruimte structureel te weinig zijn, overweeg dan om een personeelsfonds op te richten. Hier zijn wel fiscale regels aan gebonden, maar door hier slim mee om te gaan kan het bedrag dat jaarlijks belastingvrij mag worden besteed voor personeelsuitjes etcetera behoorlijk worden verhoogd.

Door:
R.J.L. Bongers RB, mede-eigenaar TOP Fiscaal en Financieel Adviseurs. TOP adviseert diverse ondernemers in de mondzorg op fiscaal en financieel vlak.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
tuchtrecht

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts na respectloze behandeling

Het plaatsen van kronen bij een patiënt verliep niet soepel waarna de tandarts de kronen meegaf en declareerde aan de patiënt. De tandarts kreeg van de tuchtrechter een waarschuwing voor geïrriteerd en geagiteerd reageren op de patiënt en het laten vertrekken van een patiënt met de kronen zonder te zoeken naar een oplossing.

Situatie

In 2022 heeft de tandarts de klaagster behandeld. Op 3 oktober 2022 zijn er voorbereidende behandelingen gedaan voor het maken van twee onlays op elementen 24 en 37. Er is een afdruk gemaakt en daarna is er een noodrestauratie aangebracht. Op 17 november 2022 zouden de kronen geplaatst worden, echter verliep het passen van de kronen niet soepel en heeft de tandarts de kronen aan de klaagster meegegeven en gedeclareerd. In het dossier is genoteerd ‘mw. heeft de kroon meegenomen zonder deze te plaatsen want ik mocht niet zeggen dat het nog niet klaar was tijdens het passen en mw. vond dat het niet goed zat.’
De klaagster is naar een andere tandartsenpraktijk gegaan voor verdere behandeling waar de kronen niet geplaatst zijn, maar de elementen zijn gerestaureerd.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend bij de tandarts en daarnaast heeft de klaagster ook een klacht over het handelen van de tandarts ingediend bij de KNMT.
De klaagster verwijt de tandarts vanwege het feit dat de tandarts kwalitatief slecht werk heeft geleverd, de behandeling onaangenaam was en de tandarts niet bereid was om tot een oplossing te komen.

Beoordeling

Het college kon niet vaststellen of het geleverde werk van de tandarts in kwalitatieve zin niet in orde was. Daarnaast is het niet ongebruikelijk dat kronen of onlays niet direct goed passen of nog passend gemaakt moeten worden. Het eerste klachtenonderdeel is ongegrond.
Het geïrriteerd en geagiteerd reageren op een patiënt is volgens de gedragsregels voor tandartsen niet geaccepteerd en wordt door het tuchtcollege als gegrond verklaard.
Verder is het laten vertrekken van de klaagster met twee kronen die niet zijn geplaatst zonder te zoeken naar een oplossing niet de gebruikelijke wijze waarop het hoort te gaan, dit klachtenonderdeel is ook gegrond.

Uitspraak

De tandarts hoort de patiënt met respect te behandelen en daarom legt het tuchtcollege de tandarts een waarschuwing op.

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Het studiekostenbeding

Het studiekostenbeding: weet je hoe het zit?

Per 1 augustus 2022 is de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in werking getreden. In artikel 7:611a BW is bepaald dat werkgevers door de wet of Cao verplichte opleidingen aan hun werknemers moeten vergoeden. Het moet daarbij gaan om scholing die verplicht is op grond van (inter)nationaal recht of de Cao.

Veel arbeidsovereenkomsten in de (mond)zorg bevatten een studiekostenbeding, waarbij de werknemer verplicht wordt een vergoeding te betalen aan de werkgever. Lid 4 van artikel 7:611a BW bepaalt dat dergelijke bedingen nietig zijn, en daarmee niet geldig, maar dat geldt enkel voor bedingen die zien op verplichte scholing. Wanneer het niet gaat om verplichte scholing, dan kunnen studiekosten overeenkomstig een studiekostenbeding na het einde van het dienstverband wel (gedeeltelijk) worden teruggevorderd.

Verplichte scholing

In de toelichting bij de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden is benoemd dat de verplichting tot betaling van studiekosten (en daarmee het verbod op het terugvorderen daarvan) niet geldt voor “gereglementeerde beroepen”. Deze beroepen zijn uitgewerkt in de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen. Het gaat daarbij om beroepen waarvoor je verplicht een beroepsopleiding volgt voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie. Een daarvan betreft de orthodontist. Voor het bepalen of de opleiding verplicht is, is relevant of het gaat om een opleiding die noodzakelijk is voor het behouden van de beroepskwalificatie.

Veel werkgevers tasten echter nog altijd in het duister bij de vraag of sprake is van verplichte scholing en of een studiekostenbeding daardoor al dan niet geldig is. Dat kan ook relevant zijn voor de mondzorg, bijvoorbeeld in de situatie waarin een assistent een opleiding heeft gevolgd die is betaald door de werkgever en de assistent kort na het afronden van de opleiding uit dienst gaat.

Inmiddels is er ten aanzien daarvan (steeds meer) jurisprudentie. Zo oordeelde de kantonrechter te Rotterdam op 30 augustus 2024 over de vraag of sprake was van verplichte scholing en of – daarmee – het door werkgever met werknemer overeengekomen studiekostenbeding rechtsgeldig was. In dit artikel zullen wij de uitspraak bespreken en ingaan op de verplichting voor werkgevers om scholing te betalen.

De casus

In de periode van 1 januari 2022 tot 1 augustus 2023 was een werknemer in dienst als Combimachinist. Werknemer en werkgever kwamen gezamenlijk overeen dat werknemer meerdere opleidingen ging volgen, namelijk de opleiding “Machinist/Rangeerder” en de opleidingen “Duitse taal en Duitse regelgeving”. Partijen kwamen hiervoor studiekostenbedingen overeen op grond waarvan werknemer de kosten voor de opleidingen zou moeten terugbetalen als zijn dienstverband binnen 36 maanden na indiensttreding (voor de opleiding Machinist/Rangeerder) of binnen 36 maanden na het behalen van de opleiding (voor de opleidingen Duitse taal en Duitse regelgeving) zou eindigen.

Nadat werknemer de opleidingen Duitse taal en Duitse regelgeving succesvol had voltooid, is zijn functie van ‘Combimachinist nationaal’ gewijzigd in die van ‘Combimachinist internationaal’, met een verhoging van het salaris. De werknemer heeft vervolgens zijn arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2023 opgezegd. Werkgever heeft daarna een factuur gestuurd voor de studiekosten, maar werknemer heeft deze niet betaald.

Wat oordeelde de kantonrechter?

De kantonrechter oordeelde, in tegenstelling tot het standpunt van de werknemer, dat de cursus Duitse taal die hij heeft gevolgd geen verplichte scholing is als bedoeld in artikel 7:611a lid 1 BW. Werknemer was in dienst getreden als combimachinist nationaal en voor de uitoefening van zijn functie was het niet nodig dat hij deze cursus ging volgen. De cursus is gevolgd – in combinatie met de cursus Duitse regelgeving – om hem de gelegenheid te bieden om een andere functie te krijgen, met de daarbij behorende hogere inschaling. De werkgever heeft ook aangegeven dat zij al haar medewerkers deze gelegenheid biedt, maar dat het niet gaat om een verplichte doorgroei. Werknemer was dus vrij om ervoor te kiezen deze opleiding al dan niet te gaan volgen.

De kantonrechter concludeerde dat scholing pas verplicht is als die nodig is om de werkzaamheden die horen bij de functie die de werknemer op dat moment bekleed (goed) uit te oefenen.

Het studiekostenbeding was dan ook, aldus de kantonrechter, toegestaan.

Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat de werkgever de werknemer voorafgaand aan de schriftelijke studieovereenkomst had geïnformeerd over de totale kosten van de opleiding en de terugbetalingsverplichting en daarmee had voldaan aan zijn informatieverplichting. Belangrijk om op te merken is dat de kantonrechter nog oordeelt dat een werkgever bij het aangaan van een studieovereenkomst niet hoeft te beoordelen of de werknemer in staat is om aan zijn terugbetalingsverplichting te voldoen als de arbeidsovereenkomst kort na het aangaan van die overeenkomst eindigt.

Conclusie

Indien een werkgever een opleiding voor een werknemer betaalt, kan een werkgever een studiekostenbeding opnemen, waarbij wordt overeengekomen dat de werknemer de werkgever (naar rato) moet terugbetalen als hij of zij binnen een bepaalde periode uit dienst treedt. Indien echter sprake is van verplichte scholing, dan is zo’n beding nietig en kan daarop geen beroep worden gedaan. Indien bijvoorbeeld een assistent een opleiding heeft gevolgd die is betaald door de werkgever en de assistent kort na het afronden van de opleiding uit dienst gaat, is het de vraag of de werkgever zich kan beroepen op het overeengekomen studiekostenbeding. Bekeken moet worden of dan sprake is van verplichte scholing of niet, hetgeen niet altijd duidelijk te beoordelen is.

De kantonrechter heeft in voornoemde uitspraak daarover meer duidelijkheid geprobeerd te geven. Volgens de kantonrechter is er aldus sprake van verplichte scholing als de scholing noodzakelijk is voor het goed kunnen uitoefenen van de functie. Daarbij wordt gekeken naar de functie die de werknemer op dat moment bekleedt en het lijkt erop dat toekomstige functies, danwel doorgroeimogelijkheden daarbij geen rol spelen, althans in ieder geval voor zover het niet gaat om een vanuit de werkgever verplicht gestelde andere functie / doorgroei.

Kortom, als de scholing voor de assistent noodzakelijk is voor het goed kunnen uitoefenen van de functie, dan is in ieder geval sprake van verplichte scholing en is de werkgever verplicht deze te vergoeden. Als de assistent kort na de opleiding uit dienst treedt, dan kan terugbetaling niet worden gevorderd.

Door:
Mr. Joekie van Gogh, advocaat gezondheidsrecht bij Eldermans|Geerts Advocaten.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
zzp'ers in de mondzorg

Webinars van overheid over zzp en schijnzelfstandigheid terugkijken

Op donderdag 14 november organiseerden het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belastingdienst 2 webinars over zzp en schijnzelfstandigheid. Bekijk de webinars hier terug.

Terugkijken webinar voor zzp’ers

Terugkijken webinar voor opdrachtgevers

In deze webinars geven medewerkers antwoord op vragen over wanneer sprake is van loondienst of zzp. En wat er verandert als de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer volledig gaat handhaven op schijnzelfstandigheid.

Lees meer op de website van Rijksoverheid

Lees meer over het kiezen van de juiste contractvorm op de website van Rijksoverheid

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Geld en financieel

Hoe krijg ik mijn praktijk financieel gezond? Een simpel systeem voor inzicht in de geldstromen van je praktijk

De ambitie voor iedere praktijkhouder is in ieder geval een goedlopende praktijk, die tevens financieel gezond is. Hierin zitten twee aspecten, die echter niet altijd samengaan. Een goedlopende praktijk is namelijk niet altijd een financieel gezonde praktijk.

Een goedlopende praktijk resulteert vaak in een goede praktijkomzet. Dit kan echter nog steeds betekenen, dat de praktijk moeite heeft om facturen te betalen – ‘van factuur naar factuur gaat’ – en weinig reserves heeft opgebouwd. Dit als gevolg van de aanzienlijke kosten. Met de huidige stijging van de kosten is het des te meer aan de orde de praktijk financieel gezond te maken. Hoe begin ik hiermee?

Gewoon hard doorwerken

Wellicht heb je ook het gevoel, dat je te weinig geld op de bank hebt staan. Met als gevolg, dat je ‘van factuur naar factuur leeft’.

Bijvoorbeeld: De praktijk kan de factuur van het tandtechnisch lab niet direct voldoen, terwijl bijbehorende omzet is ontvangen binnen de praktijk. Het geld is echter al gebruikt om andere facturen te voldoen.

Herken jij dit ook? En hoe pak je dit aan? Het meest gebruikte antwoord is: ‘gewoon hard doorwerken’. Hard doorwerken om vooral nog meer omzet te maken. De gedachte is veelal, dat als we maar harder, langer en efficiënter werken er uiteindelijk wel iets goeds uit zal komen. Alsof op een wonderbaarlijke manier alle schulden, financiële zorgen en stress zullen verdwijnen.

Groter is niet beter

De praktijk verder te laten groeien is eveneens vaak de gedachte deze gezond te laten worden en zo de financiële problemen achter je te laten. Verdere groei is echter ook meer schulden aangaan of hogere kosten creëren. Een financieel gezonde praktijk bereik je niet door meer omzet, maar allereerst door meer winst te maken.

Als de praktijk geen winst maakt, is men veelal geneigd te denken dat het niet snel genoeg groeit. Dit komt voort uit de formule: ‘Omzet – Kosten = Winst’. Maak zo veel mogelijk omzet, betaal vervolgens alle facturen en wat er overblijft is de winst. Vanuit deze formule is de drijfveer om de omzet continu verder op te drijven, terwijl er niet per definitie meer winst uitkomt. Groter is dus niet beter.

Wat is de oplossing?

Er is een verschil tussen geld maken (omzet genereren) en geld verdienen (winst maken). De oplossing is echter doodeenvoudig: ‘pak eerst je winst’. Als je namelijk direct de winst ‘pakt’ van elke Euro die er binnenkomt, zal je financieel gezonder worden.

Hoe werkt dat precies? Kopieer het systeem van vroeger, waarbij geld werd gespaard in een oude sok en met voor ieder doel een aparte sok. Iedere vrijdag verdeelde men het weeksalaris over de verschillende sokken. Er ging wat geld in de sok voor de boodschappen, een deel in de sok voor de woonlasten en er was een sok voor kleding voor de kinderen. Als men boodschappen ging doen, nam je alleen het geld mee uit de sok ‘boodschappen’ en je gaf geen geld uit wat voor andere doelen was bedoeld. Eenzelfde systeem werkt ook voor je zakelijke geld. En in plaats van sokken of potjes, heb je meerdere bankrekeningen. Voor ieder doel één.

Winst is niet eenmalig

Het goed benutten van dit systeem van meerdere bankrekeningen vraagt ook om een andere mindset over ‘winst’. Winst is momenteel maar al te vaak een eenmalig iets. Iets wat aan het einde van het jaar overblijft. Winst is daarentegen niet iets wat je moet uitstellen. Winst moet je nu en altijd nemen.

Hoe te beginnen?

Het werken volgens deze methode begint met het openen van een aparte rekening voor het reserveren van de winst. Hoe je dit verder aanpakt wordt uitgelegd in de trainingsvideo ‘Inzicht in geldstromen’ die is opgenomen in de Dental Management Toolkit.

Wil je ook deze video bekijken en bijbehorend hulpdocument kunnen toepassen? Meld je hier aan voor de Dental Management Toolkit www.dentalmanagementtoolkit.nl

Door:
Sjoerd Kuiken, eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders.

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Collosseum-Dental-dicht-door-cyberaanval

Bescherm uw praktijk en patiëntgegevens: Cybersecurity tips voor mondzorgprofessionals

In de moderne mondzorgpraktijk is technologie niet meer weg te denken. Van het beheren van patiëntgegevens tot het plannen van afspraken en het bijhouden van medische dossiers, alles gebeurt digitaal. Hoewel dit zorgt voor efficiëntie, brengt het ook risico’s met zich mee, vooral op het gebied van cybersecurity. Patiëntgegevens zijn bijzonder gevoelig en daarom een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Het waarborgen van de veiligheid van deze gegevens is niet alleen wettelijk verplicht, maar ook cruciaal voor het behoud van vertrouwen van uw patiënten.

In dit artikel geven wij, als Managed Service Provider (MSP) gespecialiseerd in Microsoft-diensten, enkele belangrijke tips om uw praktijk beter te beschermen tegen cyberdreigingen. We bespreken het belang van het beveiligen van patiëntgegevens, het maken van back-ups en het up-to-date houden van systemen en processen. Cybersecurity hoeft geen ingewikkeld proces te zijn, maar het vereist wel de juiste aanpak.

Beveiliging van Patiëntgegevens

Patiëntgegevens zijn een van de meest waardevolle activa in een mondzorgpraktijk. Deze gegevens bevatten gevoelige informatie zoals medische dossiers, verzekeringsgegevens en persoonlijke identificatiegegevens. Om deze data te beschermen, moet u ervoor zorgen dat alle toegang tot de gegevens goed beveiligd is. Bovendien is er met de nieuwe NIS-2 wetgeving (Network and Information Security Directive 2) een extra verantwoordelijkheid gekomen voor zorgaanbieders om robuuste beveiligingsmaatregelen te implementeren. De NIS-2 richtlijn legt strengere eisen op aan cybersecurity binnen essentiële sectoren, zoals de zorg, en maakt het naleven van deze normen verplicht om boetes en reputatieschade te voorkomen.

Praktische tips

  • Encryptie
    Zorg ervoor dat alle patiëntgegevens zowel in rust als tijdens het verzenden versleuteld zijn. Controleer dit bij uw IT-dienstverlener.
    Toegangscontrole
  • Gebruik sterke wachtwoorden en implementeer multi-factor authenticatie (MFA) om ongeautoriseerde toegang tot uw systemen te voorkomen. Vraag uw medewerkers of zij hieraan voldoen zonder naar het wachtwoord zelf te vragen.
  • Regelmatige audits
    Voer periodiek interne en externe audits uit om eventuele zwaktes in uw beveiligingssysteem te identificeren en te verhelpen. Dit is essentieel om aan de eisen van NIS-2 te voldoen en uw praktijk te beschermen. Nodig desnoods een deskundige organisatie uit voor een second-opinion.

Back-ups: Uw redmiddel bij dataverlies

Een van de grootste risico’s in de zorgsector is dataverlies. Of dit nu komt door een cyberaanval, hardware problemen of een menselijke fout, zonder een betrouwbare back-up kan dit catastrofaal zijn voor uw praktijk. Het regelmatig maken van back-ups is daarom essentieel.

Praktische tips

  • Automatische back-ups
    Stel automatische back-ups in die dagelijks worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat u altijd toegang heeft tot de laatste gegevens. Controleer ook de statusmeldingen die worden verstuurd of het proces goed verloopt.
  • Opslag op meerdere locaties
    Bewaar uw back-ups op meerdere, veilige locaties, waaronder de Cloud, zodat u ook bij fysieke calamiteiten (zoals brand of inbraak) geen gegevens verliest.
  • Testen van de back-up
    Een back-up is alleen nuttig als deze daadwerkelijk werkt wanneer u hem nodig hebt. Test uw back-upsystemen regelmatig om te controleren of de herstelprocedures goed functioneren. Wanneer dit voor u wordt verzorgd, vraag dan uw IT-dienstverlener om een test uit te voeren.

Houd uw systemen en software up-to-date

Een verouderd systeem of programma kan een gemakkelijk doelwit zijn voor hackers. Cybercriminelen maken vaak gebruik van kwetsbaarheden in software die niet up-to-date is. Door regelmatig updates uit te voeren, beschermt u uw systemen tegen deze potentiële aanvallen.

Praktische tips

  • Automatische updates
    Zorg dat alle systemen en applicaties automatische updates uitvoeren. Microsoft-diensten bieden bijvoorbeeld automatische patchmanagement om u te helpen uw systemen veilig te houden.
  • Beheer van updates
    Het is belangrijk om een proces te hebben voor het testen en uitrollen van updates. Niet alle updates kunnen direct geïmplementeerd worden zonder gevolgen voor de bedrijfsvoering, dus een gecontroleerde aanpak is cruciaal.
  • Vervang verouderde systemen
    Als uw hardware of software niet meer ondersteund wordt door de fabrikant, is het tijd om te investeren in nieuwe technologie. Verouderde systemen vormen een risico voor de veiligheid van uw praktijk.

Samengevat

Het beveiligen van uw praktijk tegen cyberdreigingen is geen kwestie van ‘als’, maar ‘wanneer’. De gegevens van uw patiënten zijn van onschatbare waarde en moeten met de grootst mogelijke zorg worden beschermd. Door te investeren in de juiste beveiligingsmaatregelen, zoals encryptie, back-upstrategieën en up-to-date systemen, kunt u uw praktijk beschermen tegen mogelijke rampen.

Door:
Lannet IT Dental, tandartspraktijkautomatisering. Bent u niet zeker of uw praktijk goed beveiligd is? Wij als gespecialiseerde MSP staan klaar om u te helpen. Neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Lees meer over: E-health, ICT, Kennis
Welke privacydocumenten heb je nodig als mondzorgaanbieder

Welke privacydocumenten heb je nodig als mondzorgaanbieder?

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is bij veel mondzorgaanbieders uiteraard bekend, nu er dagelijks met gevoelige (patiënt)gegevens wordt gewerkt. Toch is niet altijd duidelijk dat er op grond van de AVG ook verplichtingen gelden ten aanzien van het hanteren van een aantal privacydocumenten. De AVG schrijft namelijk een aantal verplichte documenten voor. Om welke documenten gaat het?

Deze documenten zijn – over het algemeen – verplicht voor iedere zorgaanbieder, aangezien er wordt gewerkt met gezondheidsgegevens. Gezondheidsgegevens worden door de AVG gekwalificeerd als bijzondere persoonsgegevens, waar extra waarborgen voor gelden en waar aldus voorzichtig mee om moet worden gegaan. Door de verschillende privacydocumenten te hanteren in de organisatie van de praktijk wordt de privacy zoveel mogelijk gewaarborgd én wordt voldaan aan de verplichtingen die in dat kader gelden op grond van de AVG. In dit artikel gaan wij in op de vijf belangrijkste privacydocumenten voor mondzorgaanbieders.

1. Privacyverklaring

De AVG kent een informatieplicht voor verwerkingsverantwoordelijken. Mondzorgaanbieders zijn – als verwerkingsverantwoordelijke – verplicht om betrokkenen schriftelijk te informeren over wat er met hun persoonsgegevens gebeurt en waarom. De betrokkenen kunnen patiënten zijn, maar ook eigen medewerkers. Aan deze informatieplicht kan worden voldaan door een privacyverklaring te hanteren.

In de AVG is opgenomen welke onderwerpen in de privacyverklaring moeten worden opgenomen. Dit betreft onder andere:

  • de contactgegevens van de mondzorgaanbieder en de Functionaris Gegevensbescherming (FG);
  • de doeleinden en rechtsgronden op basis waarvan persoonsgegevens worden verwerkt;
  • welke rechten betrokkenen hebben;
  • hoe lang persoonsgegevens worden bewaard
  • dat betrokkenen een klacht kunnen indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Verder moet de privacyverklaring toegankelijk zijn voor betrokkenen. Er kan het beste aan dit vereiste worden voldaan door de privacyverklaring op de website te plaatsen. Zo is het document makkelijk vindbaar en toegankelijk voor alle betrokkenen. De privacyverklaring hoeft niet te worden ondertekend door betrokkenen, maar is van toepassing door de publicatie.

2. Privacybeleid

Naast de informatieplicht is er ook een verantwoordingsplicht vanuit de AVG. De verantwoordingsplicht houdt in dat zorgaanbieders moeten kunnen aantonen dat zij aan de AVG voldoen. Hieraan kan worden voldaan door middel van een privacybeleid. Het privacybeleid is – anders dan de privacyverklaring – een intern document. Het is dus niet vereist om dit openbaar te maken op de website, maar het is wel mogelijk. Indien een mondzorgaanbieder het privacybeleid graag openbaar wenst te maken, is het van belang om de bepalingen over werkwijze rondom beveiliging van persoonsgegevens te verwijderen. Dit zodat deze informatie niet in verkeerde handen terecht komt.

Een privacybeleid is verplicht wanneer dit ‘in verhouding staat tot de verwerkingsactiviteiten’. Nu mondzorgaanbieders veel medische (en daarmee bijzondere) persoonsgegevens verwerken, wordt algemeen aangenomen dat zij over een privacybeleid moeten beschikken.

In het privacybeleid dienen onder meer de volgende aspecten te worden opgenomen:

  • de categorieën van persoonsgegevens die de mondzorgaanbieder verwerkt;
  • met welk doel en welke rechtsgrond dit gebeurt;
  • welke rechten betrokkenen hebben en hoe uitvoering wordt gegeven aan een verzoek;
  • hoe de mondzorgaanbieder voldoet aan de AVG-beginselen;
  • wat de bewaartermijnen van persoonsgegevens zijn;
  • welke beveiligingsmaatregelen zijn getroffen.

Het privacybeleid dient schriftelijk te zijn en er dient jaarlijks te worden bekeken of de informatie uit het privacybeleid nog actueel is.

3. Verwerkingsregister

Het verwerkingsregister geeft informatie rondom alle verwerkingen binnen de organisatie. Een verwerkingsregister is pas verplicht indien een organisatie meer dan 250 medewerkers heeft, tenzij er onder meer sprake is van (stelselmatige) verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Zoals eerder vastgesteld werken mondzorgaanbieders veel met medische (bijzondere) persoonsgegevens. Voor mondzorgaanbieders geldt hierdoor de verplichting om een verwerkingsregister te hebben, ook als de organisatie minder dan 250 medewerkers heeft.

Het verwerkingsregister is vormvrij, maar veel zorgaanbieders gebruiken Excel hiervoor. Verder dient onder andere het volgende te worden opgenomen in dit document:

  • de categorieën van verwerkingsactiviteiten;
    • Bijvoorbeeld het medisch dossier, declaraties, personeelsadministratie, cliënttevredenheidsonderzoeken;
  • doeleinde (van de betreffende categorie);
  • welke persoonsgegevens worden verwerkt (van de betreffende categorie);
  • de betrokkenen / ontvangers (van de betreffende categorie);
  • bewaartermijn (van de betreffende categorie).

Er dienen geen persoonsgegevens zelf in het verwerkingsregister te worden opgenomen, enkel een duiding van de categorie is voldoende, zoals: ‘NAW-gegevens, medische gegevens’.
Tot slot moet het verwerkingsregister schriftelijk en actueel zijn. Indien een verwerking stopt binnen de organisatie, dient dit ook te worden opgenomen in het verwerkingsregister.

4. Datalekregister

Uit de AVG vloeit de verplichting voort om datalekken te documenteren. Dit kan middels een datalekregister. Ook het datalekregister is vormvrij, maar dient wel schriftelijk te zijn. Indien er sprake is van een datalek, moeten er een aantal aspecten worden opgenomen in het datalekregister, waaronder:

  • of het datalek is gemeld bij AP / betrokkenen (en waarom wel / niet);
  • wat de aard is van het datalek met een omschrijving daarvan;
  • om hoeveel betrokkenen het gaat;
  • wanneer het datalek heeft plaatsgevonden;
  • om welk soort persoonsgegevens het gaat (dus bijvoorbeeld cliëntgegevens);
  • welke gevolgen het datalek heeft;
  • welke maatregelen zijn getroffen om het datalek te beperken / corrigeren.

Naast het opnemen van de datalek in het datalekregister is het ook van belang om corrigerende maatregelen te nemen en eventuele meldingen te doen.

5. Verwerkersovereenkomst

Op het moment dat een mondzorgaanbieder gebruik wil maken van de diensten van een verwerker, dient er een verwerkersovereenkomst te worden gesloten. Een verwerker is een organisatie die in opdracht van de mondzorgaanbieder persoonsgegevens verwerkt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een salarisadministratiekantoor. De primaire opdracht ziet op het verwerken van de persoonsgegevens, waarbij de verwerker geen zeggenschap heeft over de verwerking. De verwerker moet handelen naar de instructie van de verwerkingsverantwoordelijke (lees: in dit geval de mondzorgaanbieder).

Het is raadzaam om in de overeenkomst over de volgende aspecten afspraken te maken:

  • de duur van de verwerking;
  • de aard van de verwerking;
  • de categorieën persoonsgegevens en betrokkenen;
  • de rechten en plichten van de verwerker / de verwerkingsverantwoordelijke;
  • welke beveiligingsmaatregelen de verwerker moet nemen en wat de afspraken zijn als zich een datalek bij de verwerker voordoet;
  • hoe wordt omgegaan met subverwerkers (verwerkers die de verwerker zelf inschakelt);
  • de aansprakelijkheid;
  • wat er met de persoonsgegevens gebeurt als de verwerkersovereenkomst eindigt.

Er wordt in de praktijk vaak een standaardverwerkersovereenkomst aangeboden. Het is goed om hierbij nauwkeurig te kijken in hoeverre deze overeenkomst overeenkomt met een eventueel eigen format van de verwerkersovereenkomst. Op die manier kunnen eventuele verschillen worden besproken met de andere partij.

Tot slot

Naast het opstellen van de bovenstaande documenten is het ook van belang om de documenten actueel te houden. Uiteraard dient er ook overeenkomstig de opgestelde documenten te worden gehandeld. Op die manier zijn er al veel waarborgen omtrent de privacy in uw mondzorgorganisatie ingebouwd.

Door:
mr. Demi van Rossenberg en mr. Silke van Dijk, Eldermans|Geerts
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen | Adviseurs in de zorg

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
zzp'er

De ZZP’er in 2025

De wetgeving voor zzp’ers is volop in beweging. Doorgaans zijn we liever bezig met ons vak dan met juridische teksten en belastingregels, maar toch verdient het onderwerp je aandacht. Of je nu zelf zzp’er bent, of als praktijkhouder werkt met zzp’ers, het is belangrijk om op de hoogte te zijn van veranderende regelgeving. Waarom en wat zijn een aantal aandachtspunten voor 2025?

Allereerst is het goed om te onthouden dat er twee facetten bepalend zijn voor het zzp-schap in de praktijk. Daarbij laat ik de trits piek, uniek en paniek achterwege, omdat die gevallen makkelijker zijn uit te leggen bij een eventuele controle. Wat in een ‘normale’ situatie geldt voor een zzp’er is: 1) je bent ondernemer en 2) je bent niet in loondienst. Die twee zaken zijn niet automatisch aan elkaar gekoppeld. Je kunt namelijk ook zelfstandig zijn en niet in loondienst, maar tegelijk geen ondernemer zijn.

De ZZPer in 2025

Als ondernemer kun je gebruikmaken van een aantal fiscaal aantrekkelijke regelingen, zoals de startersaftrek, de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling en diverse andere aftrekposten. Als je niet in loondienst bent, dan betaal je minder mee aan de sociale lasten dan een normale werknemer.

Beoordelingscriteria van de overheid

Hoe beoordeel je nu of je een ondernemer bent, of werknemer? De Belastingdienst heeft hiervoor een aantal checklists online staan die je kunt raadplegen. Het beoordelen van het werknemerschap is daarbij het meest ingewikkeld.

Vaak draait het daarbij allemaal om de gezagsverhouding. De andere twee criteria, over het persoonlijk uitvoeren van de werkzaamheden en afspraken over de beloning, zijn voor tandartsen in de praktijk meestal niet het probleem.

De nieuwe wet Vbar kan nog ruimte gaan bieden door bijvoorbeeld groepen die vallen boven een bepaald uurtarief uit te zonderen. Helaas lijkt de overheid nu eerder het omgekeerde te doen. Onder een bepaald uurtarief is de aanname dat je in loondienst bent en is de bewijslast omgekeerd. Dit betekent dat je als zzp’er nog altijd iets uit te leggen hebt.

Beoordelingscriteria uit de rechtspraak

Je kunt kijken naar de criteria van de Belastingdienst en naar wat de (toekomstige) wetgeving zegt, maar de uitspraken van de rechter geven vaak het meeste inzicht, omdat die de praktijk toetsen aan de wet en beschrijven in de vorm van jurisprudentie. Er zijn vrij veel uitspraken van het Hof en de Hoge Raad over de arbeidsrelatie tussen een zzp’er en opdrachtgever. Het meest toonaangevende arrest is dat van Deliveroo. Daarbij keek de Hoge Raad naar een aantal punten als geheel. Deze benadering betekent dat je niet meteen wordt afgestraft als je aan één punt niet voldoet, maar dat wordt gekeken naar het geheel van aangedragen feiten en gedragingen. De criteria waaraan de Hoge Raad de werkzaamheden toetst zijn:

  • De aard en duur van de werkzaamheden
  • De wijze waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald
  • De inbedding van het werk
  • De verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
  • Of de opdrachtnemer inspraak had bij de overeenkomst van opdracht
  • Het bepalen van de beloning en de manier van uitkeren
  • De hoogte van de beloning
  • Het commerciële risico
  • Het ondernemersgedrag

De proof of de pudding, is in the eating, zoals altijd. Het is wel goed om je te realiseren dat sommige gedragingen onhandig kunnen zijn. Zelf instrumentarium kopen, facturen betalen, het risico specifiek benoemen en zelf vervanging regelen, helpt je bij een eventuele controle.

Een goede Overeenkomst van Opdracht

Alles begint echter bij een goede overeenkomst van opdracht. Houd je daarbij zoveel mogelijk aan de door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomsten. Je kunt hieraan geen rechten ontlenen, maar het helpt zeker. Let er daarbij altijd op dat je met de juiste versie werkt en onthoud dat je de gele gedeelten hierin niet mag wijzigen.

Voor praktijkhouders die met tandarts-zzp’ers werken gebruik je de overeenkomst uit 2021 (geldig tot 30-09-2026). Voor praktijkhouders die met een mondhygiënist-zzp’er werken, gebruik je de overeenkomst uit 2023 (geldig tot 1 januari 2028). Je kunt voor een tandarts niet zomaar de overeenkomst uit 2023 gebruiken, omdat sommige zaken zoals deelname aan een weekenddienst niet geregeld zijn in deze overeenkomst.

Conclusie

De controles zullen in 2025 nog beperkt zijn, maar het is wel heel verstandig om in ieder geval je contract goed op orde te hebben. Daarnaast is het slim om te kijken of wat je doet in de praktijk, klopt met wat in de overeenkomst staat.

Lees ook:
Belastingdienst: geen boete voor zzp’ers bij schijnzelfstandigheid – overgangsperiode van een jaar

Tweede Kamer wil meer maatwerk bij handhaving zzp-wetgeving: 4 moties aangenomen

Door:
Alexander Tolmeijer, Dentiva

Wil je nog een aantal overeenkomsten updaten of vernieuwen? Met de DentHR tool van Dentiva maak je met een paar klikken de modelovereenkomst voor jouw praktijk.

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Tuchtrecht Berisping voor tandarts voor vernietigen patiëntendossier

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts voor vernietigen patiëntendossier

Een patiënt was tot midden 2021 onder behandeling van een tandarts die per januari 2022 stopte met zijn praktijk. Zij diende een klacht in omdat de tandarts haar patiëntendossier vernietigde. Volgens het tuchtcollege heeft de tandarts niet voldaan aan de wettelijke bewaarplicht van twintig jaar en kreeg hiervoor een berisping.

Situatie

De klaagster was tot midden 2021 onder behandeling van de verweerder. De verweerder is per januari 2022 gestopt met zijn praktijk. Echter is de klaagster niet door de verweerder op de hoogte gesteld van de voorgenomen sluiting en heeft de verweerder de klaagster niet gevraagd aan wie het patiëntendossier kon worden overgedragen. Bij overstap van klaagster naar de volgende tandarts bleek dat het patiëntendossier was vernietigd. De klaagster is niet geïnformeerd over het vernietigen van haar dossier. De opvolgende tandarts van de klaagster heeft meer onderzoek moeten verrichten dan wanneer het patiëntendossier wel aanwezig zou zijn geweest.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de verweerder vanwege het feit dat hij niet juist gehandeld heeft door het patiëntendossier van de klaagster te vernietigen. De verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.

Beoordeling

Het tuchtcollege gaat ervan uit dat de klaagster juist is en heeft geen aanleiding om te twijfelen aan juistheid. Het tuchtcollege stelt dus vast dat de verweerder het dossier heeft vernietigd en hiermee niet heeft voldaan aan de wettelijke bewaarplicht van twintig jaar.

Uitspraak

Het tuchtcollege acht de klacht gegrond en de verweerder krijgt een maatregel van berisping. Daarnaast zal de maatregel worden aangetekend in het BIG-register en openbaar worden gemaakt. De proceskostenvergoeding zal door de verweerder betaald moeten worden.

Bron:
Tuchtrecht overheid

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts vanwege onjuiste behandeling van wondje op tong leidend tot plaveiselcelcarcinoom

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts vanwege onjuiste behandeling van wondje op tong leidend tot plaveiselcelcarcinoom

Een patiënt diende een klacht in tegen haar tandarts omdat deze 1. een wondje op haar tong niet had gezien, 2. geen vervolgafspraak plande en 3. niet dacht aan een tumor die verder onderzocht diende te worden. Het tuchtcollege acht de onderdelen 1 en 2 gegrond en geeft de tandarts een waarschuwing.

Situatie

Op 12 oktober 2022 heeft de klaagster telefonisch een afspraak gemaakt bij de tandarts in verband met een klacht waarbij de assistente in de agenda het volgende heeft genoteerd ‘’stukje afgebroken, scherp’’. Een dag later is de klaagster gezien door de tandarts waarbij in het dossier een consult; niet zijnde periodieke controle is gedeclareerd waarbij ‘’geen stukje afgebroken; scherp randje aan vulling 48. Gepolijst’’ genoteerd is. Er is geen vervolgafspraak gemaakt door de tandarts.

De klaagster had op 24 oktober 2022 een afspraak bij de mondhygiëniste, die de klaagster geadviseerd heeft nader onderzoek te laten uitvoeren aan het wondje op haar tong. Naar aanleiding hiervan is de klaagster naar de huisarts gegaan waarna ze is doorverwezen naar de KNO-arts.

Op 3 november 2022 heeft de KNO-arts een biopt van het wondje genomen en een week later heeft de klaagster te horen gekregen dat er op kanker lijkende cellen waren aangetroffen. Op 6 december 2022 is er vier centimeter tong van de klaagster verwijderd en bleek er sprake van plaveiselcelcarcinoom.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege het feit dat de tandarts het wondje op de tong niet heeft gezien en hier geen aandacht aan heeft besteed. Daarnaast heeft de tandarts geen vervolgafspraak ingepland om het wondje te monitoren. Als laatste verwijt de klaagster de tandarts vanwege het feit dat de tandarts niet heeft gedacht aan een tumor die nader onderzocht diende te worden.

De klaagster geeft aan dat ze zich gemeld heeft bij de tandarts vanwege het wondje op haar tong die mogelijk werd veroorzaakt door een afgebroken kies of een scherp randje. De tandarts heeft volgens de klaagster het wondje niet opgemeten en niet gevraagd naar de klachten en hoe lang het wondje al aanwezig was.

De tandarts heeft als reactie op de klacht aangegeven dat het consult was aangevraagd vanwege een scherp randje en afgebroken kies. De tandarts heeft dit verholpen en geeft aan dat ze daarnaast ook aandacht heeft besteed aan het wondje. Volgens de tandarts zag het eruit als een beschadiging als gevolg van een scherpe vulling. De tandarts heeft hierbij niet gedacht aan een mogelijke tumor, maar wel de klaagster geadviseerd een nieuwe afspraak te maken wanneer de klachten aan zouden blijven houden.

Beoordeling

In het dossier heeft de tandarts niets genoteerd over het wondje op de tong. Het tuchtcollege acht, ondanks het ontbreken van schriftelijke vastlegging in het dossier, wel dat de tandarts het wondje op de tong van de klaagster heeft gezien. Echter kan er niet worden vastgesteld wat de tandarts daadwerkelijk heeft gezien omdat er niks is vastgelegd en is het onmogelijk om te stellen wat de tandarts heeft gedaan. Op deze manier kan de situatie ook niet worden vergeleken met de eerdere situatie. Het tuchtcollege kan niet vaststellen dat de tandarts het wondje heeft onderzocht en heeft besproken met de klaagster en daarom wordt dit onderdeel als gegrond verklaard.

Volgens het tuchtcollege had de tandarts actief een vervolgafspraak moeten maken met de klaagster omdat er sprake was van een wondje in de mond. Omdat de tandarts dit niet heeft gedaan en ook het advies van de tandarts niet in het dossier is genoteerd verklaart het tuchtcollege dit klachtonderdeel als gegrond.

Volgens het tuchtcollege hoeft de tandarts bij een wondje op de tong niet meteen te denken aan een tumor bij het zien van een wondje op de tong en wordt dit klachtenonderdeel als ongegrond verklaart.

Uitspraak

Een berisping voor de tandarts zou op zijn plaats zijn gezien de aard en ernst van de klachtonderdelen die gegrond zijn verklaard. Echter tijdens het college is duidelijk geworden dat de tandarts heeft geleerd van de klacht en legt de tandarts de maatregel op van waarschuwing. De tandarts dient wel de proceskostenvergoeding van €1298,- te betalen.

Bron:
Tuchtrecht overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp

Tweede Kamer wil meer maatwerk bij handhaving zzp-wetgeving: 4 moties aangenomen

De Tweede Kamer vraagt het kabinet om een koerswijziging in de handhavingsstrategie om de rust onder zzp’ers en opdrachtgevers terug te brengen. De handhaving van de Belastingdienst moet worden gewijzigd in de vorm van een “zachtere landing” van de wet DBA per 1 januari 2025. Hiervoor zijn 4 moties aangenomen.

Risicogericht handhaven

Bij deze aangenomen motie moet de focus liggen op het opleggen van naheffingen en probleemgevallen, voor in ieder geval één jaar. Onder probleemgevallen wordt verstaan een gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmarktmigratieconstructies.

Menselijke maat

In de tweede aangenomen motie wordt aangegeven dat de Belastingdienst “de menselijke maat moet kunnen blijven toe passen in het toezicht als er evident sprake is van onbewuste of onopzettelijke overtreding van de arbeidswetgeving bij opdrachtgevers of zelfstandigen”.

Afweging

In een derde aangenomen motie wil de Tweede Kamer dat de Belastingdienst vóór 1 november een afwegingskader over de handhaving publiceert op haar website.

Modelcontracten

De staatssecretaris van Financiën is voornemens om het loket voor modelcontracten – waarin opdrachtgevers arbeidsrelaties afstemmen met de Belastingdienst – te sluiten.
In de vierde motie wordt gevraagd om duidelijkheid te geven over modelcontracten.

Bron:
Overheid.nl
Overheid.nl
Overheid.nl
Overheid.nl

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Waarschuwing voor tandarts als gevolg van onjuist verzekeringsadvies

Een patiënt diende een klacht in tegen haar tandarts vanwege onjuist advies. Volgens de klaagster heeft de tandarts de feiten verdraaid en is de inhoud van de adviezen onjuist. Het tuchtcollege concludeert dat de adviezen onjuistheden bevatten en geeft de tandarts een waarschuwing.

Situatie

Op 8 oktober 2018 heeft de klaagster een afspraak gemaakt bij haar tandarts vanwege een afgebroken kies (element 15). De aanwezige amalgaamrestauratie is vervangen door een meervlakscomposietvulling en ook de palatinale knobbel is hersteld. In juli 2018 was een oneffenheid in het glazuur geconstateerd bij element 15.
Later werd duidelijk dat de behandeling op 8 oktober is uitgevoerd door een mondhygiënist zonder toezicht door of in opdracht van een tandarts. Hiervoor heeft de praktijkhoudster een berisping gekregen in februari 2021. De klaagster bleef pijnklachten houden rondom element 15. Het element is endodontisch behandeld in maart/april 2019. Echter in juli 2019 bezocht de klaagster de kaakchirurg in verband met aanhoudende pijn. In november 2020 is element 15 verwijderd en in mei 2021 is er een implantaat geplaatst. De klaagster heeft de praktijkhoudster aansprakelijk gesteld. De tandarts heeft in 2022 en 2023 verschillende adviezen uitgebracht op verzoek van de praktijkhoudster.

Klacht

De klacht houdt in dat de tandarts de verzekeraar onjuist heeft geadviseerd. Volgens de klaagster heeft de tandarts de feiten verdraaid en is de inhoud van de adviezen onjuist. Als reactie op de klacht heeft de tandarts het college verzocht om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft de adviezen beoordeeld en bekeken of de klacht ontvankelijk kan worden verklaard. Volgens het tuchtcollege is de klaagster ontvankelijk in haar klacht.
Daarnaast heeft het tuchtcollege beoordeeld of er sprake is van juiste advisering door de tandarts. In het eerste advies wordt gesproken over het vermoeden op een verticale wortelfractuur terwijl in het tweede advies vrijwel zeker sprake is van een verticale wortelfractuur. In het verweerschrift is vermeld dat er geen sprake was van een verticale breuk. Het tuchtcollege concludeert hieruit dat de adviezen onjuistheden bevatten.

Uitspraak

Het tuchtcollege verklaart de klacht gegrond. Volgens het tuchtcollege heeft de tandarts niet zorgvuldig en professioneel gehandeld en daarom wordt er een maatregel opgelegd van een waarschuwing.

Bron:
Tuchtrecht overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp'er

Belastingdienst: geen boete voor zzp’ers bij schijnzelfstandigheid – overgangsperiode van een jaar

Op 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven en organisaties die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat zij niet zelfstandig uitvoeren, kunnen dan weer een boete en naheffingen krijgen. Hiervoor geldt een overgangsperiode van 1 jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen boete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Dit schrijft Staatssecretaris Idsinga in een brief aan de Tweede Kamer.

“Als je echt een ondernemer bent en zelfstandig werkt kun je dat gewoon blijven doen”

Staatssecretaris Idsinga zegt: “Zelfstandige ondernemers leveren in Nederland een belangrijke bijdrage aan onze economie. En dat blijft zo. Als je echt een ondernemer bent en zelfstandig werkt kun je dat gewoon blijven doen. Maar de inzet van schijnzelfstandigen leidt wel tot oneerlijke concurrentie en ongelijke arbeidsvoorwaarden. Het kabinet wil deze balans op de arbeidsmarkt herstellen. De opheffing van het handhavingsmoratorium is een van de maatregelen om dit te bereiken. Hoewel veel bedrijven en zzp’ers zich druk aan het voorbereiden zijn op de handhaving vanaf 1 januari 2025 ben ik mij er ook van bewust dat de aanpassingen veel van hen vragen. Daarom krijgen bedrijven die kunnen aantonen dat zij aan de slag zijn met het tegengaan van schijnzelfstandigheid volgend jaar nog geen vergrijpboetes.”

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en versnelde afbouw van zelfstandigenaftrek

Het kabinet neemt stappen om de positie van mensen op de arbeidsmarkt te verbeteren, onder andere door de verschillende wetsvoorstellen in het arbeidsmarktpakket, schrijft de Rijksoverheid. “Het kabinet vindt het belangrijk dat naast handhaving ook de verschillende arbeidscontractvormen gelijker worden getrokken. Eerder aangekondigde maatregelen worden hiervoor verder uitgewerkt, zoals de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en de (versnelde) afbouw van de zelfstandigenaftrek.”

Vanuit de markt is gevraagd om duidelijkheid over het opheffen van het handhavingsmoratorium, zodat men zich hierop kan voorbereiden. Door het handhavingsmoratorium van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) te beëindigen kan de Belastingdienst ook naheffingen opleggen als er binnen bedrijven en organisaties sprake is van schijnzelfstandigheid. Wanneer een bedrijf of organisatie niet aan de regels voldoet kan een naheffing tot maximaal vijf jaar terug worden opgelegd. De Belastingdienst legt alleen met terugwerkende kracht correcties op tot 1 januari 2025.

Informatie en praktische hulp

Om de arbeidsmarkt voor te bereiden op de opheffing van het handhavingsmoratorium blijft de Belastingdienst in aanloop naar 1 januari 2025 opdrachtgevers en zzp’ers voorzien van informatie en praktische hulp. Zo zoekt de Belastingdienst actief de samenwerking op met de markt om zoveel mogelijk onrust weg te nemen.

Geen modelovereenkomsten meer

Modelovereenkomsten zullen niet meer door de Belastingdienst worden goedgekeurd. “Het gebruik van deze overeenkomsten is niet langer houdbaar, omdat ze geen zekerheid vooraf geven over het werken buiten dienstverband. Dit hangt namelijk af van hoe er in de praktijk wordt gewerkt, niet van wat er in een contract staat. De lopende modelovereenkomsten worden nog wel geëerbiedigd tot de einddatum van de overeenkomst.”

Bron:
Rijksoverheid

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er