zzp

Nieuwe koers in zzp-beleid: kabinet zet in op Zelfstandigenwet

Het kabinet kiest voor een nieuwe aanpak van het zzp-dossier. Om beter te kunnen bepalen wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt, wordt ingezet op de introductie van de Zelfstandigenwet, zegt Erik van Dam van de VvAA. Met deze wet wil het kabinet meer duidelijkheid scheppen én ruimte bieden aan echte zelfstandigen. Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie heeft hierover op 6 maart 2026 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer.

Vbar beperkt tot rechtsvermoeden

Het eerdere wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) wordt aangepast. Het onderdeel dat bedoeld was om arbeidsrelaties te verduidelijken, komt te vervallen. Dit deel bevatte criteria om te bepalen of sprake is van een dienstverband of zelfstandigheid, maar leidde tot veel maatschappelijke discussie.

Wat overblijft, is het gedeelte dat ziet op het rechtsvermoeden bij lage tarieven. Voor zzp’ers met een uurtarief onder de € 38 geldt dat opdrachtgevers moeten aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het kabinet is voornemens dit onderdeel op korte termijn aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Zelfstandigenwet als nieuw kader

De verduidelijking van de grens tussen zelfstandigheid en dienstverband moet voortaan plaatsvinden via de Zelfstandigenwet. Dit initiatief werd eerder al door een aantal Kamerleden ingediend, met minister Aartsen als belangrijke aanjager.

Waar de Vbar al in behandeling was bij de Tweede Kamer, bevindt de Zelfstandigenwet zich nog in de fase van verdere uitwerking. De wet heeft als uitgangspunt dat echte zelfstandigen meer ruimte krijgen en bestaat uit vier kernonderdelen:

  • een zelfstandigentoets
  • een werkrelatietoets
  • een sectoraal rechtsvermoeden
  • een commissie die het toetsingskader beoordeelt

Huidige situatie: Deliveroo-arrest als leidraad

De verdere uitwerking van de Zelfstandigenwet vraagt nog tijd. Zo is nog onduidelijk hoe deze wet zich verhoudt tot het bestaande begrip arbeidsovereenkomst in het Burgerlijk Wetboek. Ook moet nog blijken hoe instanties zoals de Belastingdienst, de rechter en de Arbeidsinspectie met de nieuwe systematiek zullen omgaan.

In de tussentijd blijft het huidige handhavingskader van kracht. Daarbij vormt het zogenoemde Deliveroo-arrest van de Hoge Raad een belangrijke leidraad. Deze uitspraak biedt richting bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst en geeft in veel gevallen al praktische duidelijkheid voor zowel opdrachtgevers als werkenden. Bekijk voor een puntsgewijze toelichting op de 9 elementen die de VvAA opnam in een Deliveroo-schema.

Sinds 1 januari 2025 is de Belastingdienst bovendien weer actief gaan handhaven bij opdrachtgevers.

Bron:
VvAA

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Verzekering

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers naar Tweede Kamer

Het kabinet heeft een wetsvoorstel voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen naar de Tweede Kamer gestuurd. De regeling moet zzp’ers een basisvangnet bieden wanneer zij langdurig arbeidsongeschikt raken. Volgens het kabinet wordt uitgegaan van een maximale maandpremie van ongeveer 171 euro.

Uitkering na 2 jaar

Wanneer een zelfstandige door ziekte of een andere oorzaak niet meer kan werken, kan hij of zij na twee jaar een uitkering ontvangen ter hoogte van het minimumloon. In de eerste twee ziektejaren moeten zelfstandigen in principe hun eigen financiële reserves aanspreken. De verzekering is vooral bedoeld als basisvoorziening voor ondernemers die moeilijk een particuliere verzekering kunnen afsluiten, bijvoorbeeld vanwege gezondheidsproblemen of hoge premies.

De dekking blijft bewust beperkt om de premie betaalbaar te houden. Zelfstandigen die meer financiële zekerheid willen, kunnen aanvullend eigen voorzieningen treffen.

Niet alle ondernemers vallen onder de verplichte regeling. Zelfstandigen die al een passende arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, zzp’ers die daarnaast in loondienst werken en directeur-grootaandeelhouders worden uitgezonderd.

Langdurige politieke discussie

De invoering van een verplichte verzekering voor zelfstandigen wordt al jarenlang besproken in de Nederlandse politiek. In vergelijking met veel andere landen telt Nederland relatief veel zzp’ers, waarvan een groot deel geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid heeft. Wanneer zij langdurig ziek worden, zijn zij vaak aangewezen op de bijstand.

Veel politieke partijen vinden dit onwenselijk, terwijl zij tegelijkertijd het ondernemerschap niet willen belemmeren. Het kabinet wil met de nieuwe regeling daarom een basisbescherming creëren voor zelfstandigen.

Kritiek op het voorstel

Er is ook kritiek op het plan. Zo wees de Raad van State erop dat de uitvoering grotendeels terechtkomt bij instanties die al zwaar belast zijn, zoals het UWV en de Belastingdienst. Het Centraal Planbureau stelt daarnaast dat de voorgestelde basisdekking mogelijk onvoldoende bescherming biedt.

Ook belangenorganisatie ZZP Nederland heeft twijfels en verwacht dat de beoogde invoering rond 2030 lastig haalbaar zal zijn.

Het is nu aan de Tweede Kamer en daarna de Eerste Kamer om het wetsvoorstel te behandelen en te beslissen over invoering.

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er

Concurrentiebeding in de mondzorg: toe aan verandering?

In veel arbeidsovereenkomsten is een concurrentiebeding opgenomen. Een concurrentiebeding is een afspraak dat een werknemer na het einde van het dienstverband gedurende een bepaalde periode niet bij een concurrent of in dezelfde regio mag werken. In de mondzorgpraktijk wordt dit vaak gebruikt om te voorkomen dat tandartsen, mondhygiënisten, tandprothetici of praktijkmanagers direct bij een concurrerende praktijk gaan werken en daarbij bijvoorbeeld cliënten meenemen of strategische kennis inzetten. Tegelijkertijd beperkt het een werknemer in zijn recht op vrije arbeidskeuze.

Wat geldt er ten aanzien van een concurrentiebeding en wat zijn de juridische grenzen?

Huidige regels

In de wet staat dat een concurrentiebeding mag worden afgesproken bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en als de werknemer meerderjarig is. Doordat het wettelijk kader zo breed is, wordt het concurrentiebeding vaak bij wijze van standaardbepaling opgenomen zonder inhoudelijke toets op de noodzaak of proportionaliteit. Je ziet in de jurisprudentie echter dat rechters een concurrentiebeding alsnog streng toetsen. De rechter toetst een concurrentiebeding door te beoordelen of de werkgever een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft dat het beding rechtvaardigt. Daarnaast weegt de rechter af of het beding – gelet op duur, geografische reikwijdte en gevolgen voor de werknemer – niet onredelijk of onevenredig beperkend is. De rechter kan een beding geheel of gedeeltelijk vernietigen.

Voorbeeld uit de mondzorgpraktijk

In een uitspraak van de rechtbank Limburg stonden een tandprotheticus (werknemer) en een praktijk (werkgever) tegenover elkaar. De praktijk vroeg de rechter om handhaving van het concurrentiebeding nadat de tandprotheticus uit dienst was gegaan en bij een andere praktijk was gaan werken. De werkgever had de tandprotheticus in de gelegenheid gesteld om de opleiding tot tandprotheticus te volgen. Daarmee zou de tandprotheticus volgens de werkgever specifieke bedrijfs know how meenemen naar de nieuwe werkgever. De rechtbank ging daar niet in mee en overwoog dat die kennis niet kon worden aangemerkt als specifieke ‘bedrijfseigen’ kennis of know how en goodwill.

Het is volgens de rechter immers inherent aan het beroep dat (algemene) kennis wordt verworven, maar daarmee gaan niet per definitie ‘bedrijfsgeheimen’ verloren.

De rechter oordeelde dan ook dat er niet in strijd met het concurrentiebeding was gehandeld en dat de belangen van de werkgever niet zwaarder wogen dan die van de tandprotheticus.

Nieuw wetsvoorstel

In maart 2024 heeft minister Van Gennip het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding ter internetconsultatie aangeboden. Het doel van dit voorstel is om het gebruik van concurrentiebedingen te herzien en ervoor te zorgen dat ze alleen worden ingezet wanneer dat daadwerkelijk nodig is.

Hieronder een schematisch overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

concurrentiebeding afbeelding in artikel

Bron: Eldermans Geerts advocaten

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Tot slot

Het staat een werkgever vrij om een concurrentiebeding af te spreken met een mondzorgprofessional om bedrijfsbelangen te beschermen, maar er zijn grenzen. Deze worden misschien concreter met het nieuwe wetsvoorstel, maar zijn nu al verankerd in de rechtspraak. Het is daarom belangrijk om goed na te gaan of het concurrentiebeding voor een werknemer eerlijk en proportioneel is. Zo voorkom je immers dat een medewerker in de mondzorg onnodig wordt beperkt in zijn arbeidsvrijheid.

 

Door: mr. Céline Peersman – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen | Adviseurs in de zorg

 

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
isabelle mertens

Potentieel mondhygiënisten blijft onderbenut bij tandartsentekort in België

Hoewel vaak wordt gesproken over een tandartsentekort in België, ligt het probleem volgens BBM- woordvoerder Isabelle Mertens de Belgische Beroepsvereniging van Mondhygiënisten (BBM) minder bij het absolute aantal zorgverleners en vooral bij hoe de mondzorg vandaag georganiseerd en gefinancierd is.
Volgens de meest recente officiële cijfers uit 2024 telt België 10.129 erkende algemeen tandartsen met recht op uitoefening van het beroep. Dat komt neer op ongeveer acht tandartsen per 10.000 inwoners, vergelijkbaar met het Europese gemiddelde.

Toch ervaren patiënten in de praktijk steeds vaker problemen om een afspraak te krijgen. Volgens Mertens heeft dat vooral te maken met structurele ontwikkelingen binnen het beroep. Bijna de helft van de actieve tandartsen is ouder dan zestig jaar en meer dan een derde zelfs ouder dan 65. Tijdens en na de covidperiode besloten bovendien heel wat tandartsen hun praktijk stop te zetten.
Dat vertaalt zich vandaag in patiëntenstops en langere wachttijden, vooral in landelijke regio’s. In steden blijft de toegankelijkheid doorgaans beter, al staat ook daar de capaciteit onder druk. Volgens de BBM gaat het probleem dan ook minder over een absoluut tekort en meer over vergrijzing, regionale verschillen en een zorgmodel dat niet meebeweegt met de noden van vandaag.

Jonge beroepsgroep groeit snel

Tegelijk groeit het aantal mondhygiënisten in België. In 2024 waren er 501 erkende mondhygiënisten, waarvan meer dan 70 procent in Vlaanderen actief is. Het gaat om een jonge beroepsgroep: bijna driekwart is jonger dan dertig jaar. Jaarlijks studeren gemiddeld iets meer dan honderd nieuwe mondhygiënisten af aan opleidingen in Leuven, Gent, Brussel en Luik.
Volgens de BBM wordt het potentieel van deze groep echter nog onvoldoende benut. Dat heeft volgens Mertens niet te maken met motivatie of competenties, maar met de manier waarop de zorg vandaag is georganiseerd en gefinancierd.

Mondhygiënisten zijn wettelijk bevoegd voor een breed pakket aan preventieve en parodontale handelingen. In de praktijk worden echter slechts twee prestaties gedeeltelijk terugbetaald wanneer ze door een mondhygiënist worden uitgevoerd: het verwijderen van tandsteen en het sealen van tanden.
Andere handelingen, zoals preventief advies, fluoridelakken, DPSI-metingen, scaling en rootplaning en het nemen van röntgenopnames, worden alleen terugbetaald wanneer een tandarts ze uitvoert en attesteert.

Volgens Mertens wordt preventieve zorg zo financieel ontmoedigd. “Preventieve zorg dreigt op die manier een luxe te worden, terwijl we weten dat net daar de grootste gezondheidswinst te halen valt.”

Financieringsmodel remt preventie

Volgens de BBM ligt de kern van het probleem in het huidige prestatiegerichte financieringsmodel, dat historisch sterk focust op curatieve zorg. Preventie krijgt daarin al jaren een beperkte plaats.

De beroepsvereniging pleit ervoor om het zorgbudget meer vanuit patiëntnoden te organiseren en preventie sterker te ondersteunen. Meer investeren in preventie vandaag kan volgens de BBM helpen om complexere en duurdere behandelingen in de toekomst te vermijden.
Daarnaast zorgen complexe attesteringsregels volgens de organisatie voor verwarring bij zorgverleners en patiënten.

Regionale verschillen en uitstroom

Ook de regionale spreiding van mondhygiënisten blijft een aandachtspunt. Net als bij tandartsen is er een duidelijke concentratie in stedelijke gebieden, terwijl in regio’s zoals Limburg de tekorten sterker voelbaar zijn. Dat hangt samen met opleidingslocaties, stageplaatsen, werkgelegenheid en de woonplaats van jonge zorgverleners.

Daarnaast is er een merkbare uitstroom naar het buitenland. Van de 501 erkende mondhygiënisten in 2024 heeft ongeveer 23 procent geen domicilieadres in België, wat wijst op een beweging richting onder meer Nederland. Volgens de BBM is dat een verlies aan zorgcapaciteit, zeker omdat België zelf investeert in de opleiding van deze professionals. Tegelijk is wederzijdse erkenning van diploma’s niet vanzelfsprekend: Belgische mondhygiënisten moeten bijkomende opleidingen volgen om in Nederland volledig erkend te worden, terwijl Nederlandse mondhygiënisten ook niet automatisch in België mogen werken.

Hervorming van het systeem

Volgens de BBM ligt de oplossing niet in het opleiden van meer zorgverleners, maar in een hervorming van het systeem. Op korte termijn pleit de vereniging voor rechtstreekse terugbetaling van preventieve prestaties die door mondhygiënisten worden uitgevoerd en voor meer autonomie binnen hun bevoegdheden.

Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke uitbreidingen van de opleiding, zoals het opnemen van lokale anesthesie in het curriculum. Uit een ledenbevraging blijkt dat meer dan 70 procent van de mondhygiënisten ontevreden is over het huidige Koninklijk Besluit dat hun takenpakket regelt.

Op langere termijn ziet de BBM een geïntegreerd zorgmodel voor zich waarin samenwerking centraal staat: de mondhygiënist met een sterke rol in preventie en de tandarts met focus op curatieve en complexe zorg. Volgens Mertens kan dat bijdragen aan kortere wachttijden en betere toegankelijkheid van de mondzorg.

Tien jaar mondzorgopleiding

Dit jaar is het tien jaar geleden dat de eerste opleidingen mondzorg in België startten. In die periode is volgens de BBM een goed opgeleide en gemotiveerde beroepsgroep ontstaan die een belangrijke rol kan spelen in de toekomst van de mondzorg.

Volgens Mertens is het nu aan het beleid om dat potentieel ook effectief te benutten.

 

Interview door Jennifer Delgado met BBM- woordvoerder Isabelle Mertens.

 

Lees meer over: Ondernemen, Personeel

Tuchtrecht: Onvoldoende voorlichting over brugbehandeling

Een patiënt verwijt haar tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat een brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het college oordeelt dat het noodzakelijk is om vóór de behandeling aan de hand van een aantal kleurenfoto’s en een zorgplan een goede inschatting te geven aan de patiënt van de (on)mogelijkheden. De tandarts kreeg een waarschuwing.

Situatie

De tandarts werkt sinds 1984 in het vak en sinds 1989/1990 als parodontoloog en implantoloog. Hij is eigenaar van een praktijk voor specialistische tandheelkunde. Klaagster was patiënt van 2004–2023, met uitzondering van 2013–2019. Op 30 juli 2020 had klaagster een intake na verwijzing. Zij wenste een vaste constructie in de bovenkaak. De tandarts maakte een CBCT-scan, onderzocht het tandvlees en gaf aan dat de behandelmogelijkheden met restauratief tandarts E moesten worden besproken. Op 5 augustus 2020 besprak restauratief tandarts E diverse opties. Zijn advies was een nieuwe brug in het bovenfront en een frameprothese op implantaten 15 en 16. Klaagster vroeg begrotingen, die nadien zijn verstrekt. Op 22 november 2022 vond opnieuw een intake plaats. Klaagster had inmiddels een telescoopbrug en elders geplaatste implantaten, waardoor eerdere plannen minder uitvoerbaar waren. De tandarts lichtte toe dat een vaste brug mogelijk was, maar niet alle implantaten bruikbaar waren. Hij verwees haar opnieuw naar E.

Op 30 november 2022 onderzocht E klaagster, maakte afdrukken en stuurde op 20 december een behandelplan: fase I; een tijdelijke implantaatgedragen brug en fase II; een definitieve implantaatgedragen brug.

Op 15 februari 2023 verrichtte E aanvullend onderzoek en verwijderde oude constructies.

Op 30 maart 2023 voerde de tandarts de eerste behandelfase uit: extracties van 12, 23, 24 en 26 en plaatsing van een tijdelijke brug. Door een onvoldoende beet verwees hij klaagster naar de tandprotheticus. Daarna behandelde hij haar niet meer.

Op 11 april 2023 gaf klaagster per e-mail aan ontevreden te zijn over de tijdelijke brug. Op 7 juni 2023 plaatste E een nieuwe tijdelijke brug. Na breuk van deze brug plaatste E op 21 juni 2023 de definitieve constructie. Door de uitgangssituatie moesten enkele aanpassingen worden gedaan. Klaagster was ontevreden over de verdikking van het bovenfront en werd verwezen naar de tandtechnieker. In juli 2023 uitte klaagster herhaaldelijk haar ontevredenheid en wilde zij niet betalen. Zij sloeg uitnodigingen voor een gesprek af.

Op 8 november 2023 vulde E de schroefgaten en besprak hij opnieuw opties. Hij rapporteerde dit aan haar behandelend tandarts. Klaagster verscheen hierna niet meer en stelde de praktijk op 8 oktober 2024 aansprakelijk.

 

Klacht

Klaagster verwijt de tandarts het volgende:
a. hij heeft haar niet geïnformeerd dat de brug alleen met een verdikking kon worden vervaardigd;
b. hij heeft haar verzoek om inzage in of afgifte van het dossier geweigerd en hierbij onjuiste informatie in het dossier opgenomen;
c. hij verstrekt op zijn website geen informatie over de mogelijkheid om een klacht in te dienen;
d. hij reageerde onverschillig op het breken van de tijdelijke brug;
e. hij heeft zonder haar toestemming met andere tandartsen over haar behandeling gesproken;
f. zijn personeel heeft haar onheus behandeld.

 

Beoordeling

Klaagster had al lange tijd een complexe gebitssituatie en was door meerdere tandartsen gezien. Juist daarom had de tandarts vooraf duidelijker moeten informeren. Het college vindt dat hij de situatie beter had moeten beoordelen met foto’s en een volledig zorgplan, waarin de mogelijkheden en vooral de grenzen van de behandeling helder waren uitgelegd. Die informatie ontbrak, zowel vóór het plaatsen van de brug als bij de tijdelijke noodbrug, waardoor voor klaagster niet duidelijk was wat haalbaar was. Dit rekent het college hem aan; klachtonderdeel a is daarom gegrond.

De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De tandarts had klaagster wél toegang tot haar dossier gegeven; dat zij de USB-stick niet ophaalde, valt hem niet te verwijten, en later kreeg zij het dossier per post. Er is geen bewijs dat het dossier onjuiste informatie bevat. Ook voldeed de tandarts aan de eisen rond de klachtenprocedure: klaagster was mondeling geïnformeerd en er lag een folder in de praktijk. Het dossier biedt evenmin steun voor het verwijt dat hij onverschillig reageerde op de gebroken noodbrug. De verklaring van tandarts E liet juist zien dat er passend werd gehandeld. Het bespreken van de behandeling met een andere tandarts was toegestaan volgens de beroepsnormen, en de klacht over bejegening door personeel was onvoldoende onderbouwd.

Het college concludeert dat alleen de gebrekkige informatieverstrekking verwijtbaar is. Daarvoor krijgt de tandarts een waarschuwing. De beslissing wordt anoniem gepubliceerd zodat andere tandartsen hiervan kunnen leren.

 

Uitspraak

Het college verklaart het eerste klachtonderdeel gegrond en legt de tandarts een waarschuwing op. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Oproep NVM-mondhygiënisten voor samenwerking in preventieve mondzorg

Wie neemt straks mijn praktijk over? Inzicht in een veranderende mondzorgmarkt

Veel tandarts¬ondernemers herkennen het moment waarop de vraag opkomt: wie neemt straks mijn praktijk over? Dat is niet zo vreemd. De mondzorgsector verandert snel, en dat maakt het vinden van een opvolger soms ingewikkeld. Tegelijk wil je dat jouw praktijk, waar je jarenlang energie, aandacht en liefde in hebt gestoken, in goede handen komt.

In mijn werk als sectorspecialist Mondzorg bij ABN AMRO zie ik dagelijks wat er achter de schermen speelt. Ik spreek jonge tandartsen over hun ideeën, hun plannen en hoe zij hun loopbaan willen vormgeven. Tegelijkertijd zit ik regelmatig om de tafel met praktijkeigenaren die zoeken naar iemand die past bij hun manier van werken en de praktijk met dezelfde zorg willen voortzetten. Het is mooi om te merken dat die twee werelden vaak dichter bij elkaar liggen dan ze denken.

Een van de leukste onderdelen van mijn werk is dat ik starters en stoppers met elkaar kan verbinden. “Soms voelt het bijna alsof je aan het koppelen bent. Een soort Tinder voor tandartsen, maar dan zonder het swipen. Bij ons begint het gewoon met een kop koffie en een eerlijk gesprek. Als er een klik is, ontstaat er vanzelf ruimte om verder te praten.”

De markt verandert sneller dan je denkt

Wie de mondzorg een beetje volgt, ziet dat de sector volop beweegt. Uit het ABN AMRO brancherapport Mondzorg in Beeld blijkt dat de komende jaren veel tandartsen met pensioen gaan. Daardoor wordt het steeds belangrijker om tijdig na te denken over opvolging. Daarnaast zien we dat jonge tandartsen anders werken dan eerdere generaties. Ze kiezen vaker voor deeltijd, samenwerking of een grotere praktijk waar meerdere disciplines samenkomen.

Ook het aantal ketens is de afgelopen jaren gestegen. Toch zien we sinds 2023 een opvallende verschuiving: ketens nemen minder vaak individuele praktijken over dan voorheen. De overnamedrang lijkt iets af te koelen, en het is interessant om te zien hoe dit zich in 2026 verder ontwikkelt. Wat daarbij opvalt, is dat ketens tegenwoordig vooral elkaar overnemen.

Zo nam TopMondzorg — de organisatie achter Dental Clinics — in november 2025 het netwerk van Fresh over, waardoor het aantal Dental Clinics praktijken groeide van 128 naar 169. En begin 2025 deed het Zweedse Oral Care weer een stap door de Tandartsengroep (Dutch Dental Group) over te nemen.

Deze beweging laat zien dat de markt steeds meer richting grotere groepen en schaalvergroting beweegt. Veel ketens hanteren een zogeheten buy and build strategie: in korte tijd worden veel praktijken gekocht, samengevoegd of gemoderniseerd, om vervolgens het geheel weer door te verkopen aan een nieuwe investeerder. Daarbij wordt vaak winst gemaakt doordat een nieuwe eigenaar bereid is een hogere prijs te betalen. De horizon van zulke investeerders is meestal beperkt; na vijf tot zeven jaar vindt vaak een volgende verkoop plaats.

Dat leidt tot een belangrijke vraag: waar eindigt dit? Als prijzen blijven stijgen, kan het moment komen waarop er simpelweg geen kopers meer te vinden zijn. Je ziet soms al aankomen wanneer een keten weer in de verkoop komt, door te kijken hoe lang investeerders aan boord zijn. Nordic Capital zit al sinds 2018 in TopMondzorg, Gilde Healthcare sinds 2021 in Tandarts Today. Dat zijn signalen dat er mogelijk een nieuwe ronde aankomt.

Voor praktijkeigenaren betekent dit dat de markt vol kansen zit, maar ook dat keuzes steeds bewuster gemaakt moeten worden.

Welke route past bij jouw praktijk?

Een praktijk overdragen doe je niet van de ene op de andere dag. Het is een proces dat tijd vraagt, waarin emotie en zakelijke afwegingen samenkomen. Veel tandartsen merken dat het emotionele stuk hen soms meer verrast dan de cijfers. Daarom helpt het om op tijd te beginnen, zodat je rustig kunt onderzoeken welke route het beste bij je past.

Verkoop aan een keten

Voor sommige praktijken is verkoop aan een keten een logische stap. Vooral praktijken met drie behandelkamers of meer en een gezonde omzet zijn interessant. Het voordeel is dat ketens snel kunnen schakelen en zekerheid kunnen bieden. Wel blijf je meestal nog een aantal jaren meewerken, en afhankelijk van de afspraken ontvang je een deel van de verkoopprijs pas wanneer de praktijk goed blijft draaien. Voor veel tandartsen voelt dat prima, anderen hechten juist veel waarde aan hun autonomie.

Overdracht aan een starter of duo

Voor veel praktijkeigenaren voelt overdracht aan een jonge collega als de mooiste route. Je draagt jouw manier van werken over aan iemand die daar respectvol mee omgaat. Er zijn nog steeds starters die graag een eigen praktijk willen, soms alleen, vaak in duo vorm. Zij zoeken vooral naar een moderne, toekomstbestendige werkplek met een goed team.

Samenwerken of samenvoegen

Voor kleinere praktijken kan samenwerking met collega’s in de buurt een slimme tussenstap zijn. Door krachten te bundelen ontstaat een grotere, aantrekkelijkere praktijk die beter past bij de wensen van starters én ketens. Zo blijft de mondzorg lokaal behouden en wordt de kans op een succesvolle overdracht groter.

Waarom een exitplan rust geeft

Veel praktijkeigenaren zijn vooral bezig met de dagelijkse praktijk. Logisch: het werk gaat altijd door. Maar juist daardoor kan een overnamegesprek onverwacht komen. Door ruim van tevoren na te denken over je wensen, je grenzen en je timing, houd je de regie. Een exitplan geeft overzicht en voorkomt dat je beslissingen maakt onder tijdsdruk.

Het helpt je te bepalen:

  • wanneer je wilt afbouwen,
  • hoe jouw ideale opvolger eruitziet,
  • welke voorwaarden voor jou belangrijk zijn,
  • en hoe je je team meeneemt in het proces.

In de praktijk zien we dat de waarde en aantrekkelijkheid van een praktijk stijgen wanneer zaken goed op orde zijn: van cijfers tot protocollen en van personeelsdossiers tot apparatuur. Een goed voorbereid exitplan geeft rust én overzicht.

Dental Match: een laagdrempelige manier om elkaar te vinden

De praktijk leert dat stoppers en starters elkaar vaak moeilijk weten te vinden. Met Dental Match helpen wij daarbij op een persoonlijke en laagdrempelige manier. We kijken niet alleen naar omzet en stoelen, maar vooral naar wie bij wie past. Een goede match begint namelijk niet bij cijfers, maar bij mensen.
Daarom brengen we tandartsen met elkaar in gesprek zonder verplichtingen. Vaak blijkt al in het eerste gesprek of er potentie is. Pas daarna volgen de details.

Tijdens Dental Expo kun je ons ontmoeten

Dit jaar zijn we aanwezig op Dental Expo, stand E15. We verzorgen daar meerdere korte minitalks, waaronder twee sessies die praktijkeigenaren en starters helpen grip te krijgen op hun volgende stap:

  • Stoppen: Wie neemt jouw praktijk over? Regie, rendement en rust
  • Zeker overnemen: zie de potentie én voorkom verrassingen

Daarnaast openen we op donderdag en vrijdag van 17:00 tot 18:00 uur het Dental Match Café. Dat is dé plek waar starters en stoppers elkaar in een ontspannen sfeer kunnen ontmoeten. Wie weet ontstaat daar wel een mooie eerste match.

Tot slot

Een praktijk overdragen lijkt soms een grote stap, maar met een goede voorbereiding en de juiste gesprekken hoeft het helemaal niet ingewikkeld te zijn. De markt verandert, maar biedt meer mogelijkheden dan in eerste instantie lijkt. En wie weet: misschien begint jouw volgende stap gewoon met een kop koffie tijdens Dental Expo.

Door: Thera Evers, sectorspecialist Mondzorg – ABN AMRO

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Rebecca Banens

Kunst van de operatiekamer: hoe Rebecca Banens medisch afval omtovert tot betekenisvolle kunst

Wanneer Rebecca Banens begint te vertellen over haar werk, wordt al snel duidelijk hoe vanzelfsprekend twee werelden voor haar samenkomen: de operatiekamer en de kunststudio. Overdag werkt ze als operatieassistent, gespecialiseerd in oogheelkunde. “Staaroperaties, netvliesoperaties, refractiechirurgie, dat is mijn dagelijkse routine,” zegt ze. Maar buiten de operatiekamer werkt ze aan iets wat minstens zo opvallend is: ze maakt kunst van medisch afval.

Het idee ontstond tijdens haar tijd op de kunstacademie. Terwijl ze werkte in de oogheelkundige kliniek, viel het haar op hoeveel mooie, schone en soms ook ongebruikte (verpakking) materialen na een ingreep werden weggegooid. “De vormen, de kleuren, de verpakkingen. Ik dacht: dit is zonde om weg te gooien,” vertelt ze. Ze begon het schone afval, van PET bakjes tot steriele armsteunhoezen, apart te houden. Al snel hielpen collega’s mee. “Assistenten en oogartsen leggen vaak materialen voor mij apart. Sommigen belden zelfs: ‘Ik heb nog wat. Kun je dit gebruiken?’”

Materiaal om mee te creëren

Wat voor veel mensen afval is, wordt voor Rebecca materiaal om mee te creëren. Maar haar werk is meer dan creatieve herbestemming. Het is een spiegel voor een sector die volgens haar ongemerkt gigantische hoeveelheden afval produceert. De zorgsector is verantwoordelijk voor zo’n zeven procent van de totale CO₂-uitstoot in Nederland. Op de OK ziet ze dagelijks hoe snel de afvalzakken zich vullen. “We hebben een soort fast healthcare gecreëerd,” legt ze uit. “Bij elke ingreep pakken we nieuwe proceduretrays uit, waarvan vaak menig medisch hulpmiddel ongebruikt in de prullenbak gaat. Dat is niet houdbaar.” In die overvloed van disposable hulpmiddelen zit iets tegenstrijdigs. “We maken mensen beter, maar tegelijkertijd creëren we ziekmakende hoeveelheden afval. Dat wringt.”

Polyfant

Om die realiteit zichtbaar te maken, begon ze grotere kunstwerken te bouwen. Het bekendste voorbeeld is de polyfant, een enorme olifant opgebouwd uit afval van zo’n tweehonderd staaroperaties. “En dat is maar een fractie. In Nederland doen we er jaarlijks 180.000. Je zou er 900 polyfanten van kunnen maken,” zegt ze. Het kunstwerk reist inmiddels door ziekenhuizen om zorgprofessionals bewust te maken van de omvang van de afvalstroom.

Hoewel duurzaamheid een serieuze aangelegenheid is, wil Banens het onderwerp aangenaam en aantrekkelijk maken en treed ze op als Plastic Soup DJ met de Plastic DJ Booth (gemaakt van oogheelkundige verpakkingen) op congressen en bijeenkomsten. “Het werkt fantastisch. Zorgmedewerkers herkennen meteen het materiaal en realiseren zich: oh ja, dit gooien wij allemaal weg.”

Voor de mondzorg maakte ze een vergelijkbaar statement-piece: een kleurrijke slagtand gevuld met materialen uit tandartspraktijken, in opdracht van de KNMT. De Slagtand (of Polytand- verwijzend naar diverse soorten kunststoffen en plastics) laat hetzelfde probleem zien, maar dan met wegwerpmaterialen uit de tand en mondzorg.

Ivoor rebecca Banens

Green team

Banens ziet duurzaamheid in de mondzorg vooral als iets wat je stap voor stap opbouwt. Een goed begin? “Maak duurzaamheid onderdeel van je visie. En stel een green team samen, al zijn het maar één of twee mensen. Samen kijk je naar afvalstromen, duurzame inkoop en kleine aanpassingen die je kunt doorvoeren.”

Haar grootste toekomstwens is ambitieus maar haalbaar: werken in een volledig circulaire oogkliniek. “In sommige landen gebeurt het al. In India produceren ze bij staaroperaties tien keer minder afval dan wij, met dezelfde medische uitkomsten. Het kán dus echt.”

Fossil Flower

Aan het einde van het gesprek vertelt ze over het mooiste compliment dat ze ooit kreeg: haar kunstwerk Fossil Flower Is onderdeel van de expositie “pijlers van Hoop” in het Museon-Omniversum. “Dat vond ik echt bijzonder,” zegt ze.

Rebecca’s kunst is geen versiering. Het is een spiegel, een aanklacht, en tegelijk een hoopvol gebaar. Want elk kunstwerk dat zij maakt, is een stille herinnering aan die ene simpele vraag die aan alles voorafgaat: waarom gooien we dit eigenlijk weg?

FossilFlower rebecca banens

Interview door Jennifer Delgado met Rebecca Banens

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Naald

Update: alternatieven voor recappen om prikaccidenten te voorkomen

Het terugplaatsen van doppen op gebruikte injectienaalden, ook wel ‘recappen’ genoemd, is voor medewerkers van mondzorgpraktijken al geruime tijd verboden om prikaccidenten te voorkomen. Maar wat is precies het risico van een prikaccident en welke veilige oplossingen zijn er tegenwoordig beschikbaar om compleet te kunnen stoppen met recappen? Hieronder vind je de meest recente informatie over dit onderwerp.

Wet- en regelgeving

Het recappen van naalden is in Nederland verboden voor personeel in loondienst, zoals vastgelegd in het Arbobesluit (artikel 4.97, lid d). Opvallend is dat dit verbod formeel alleen geldt voor medewerkers in loondienst; zelfstandigen vallen hier niet onder en mogen in theorie wél recappen. Ook de KNMT en EU-richtlijnen raden recappen zonder veilige methoden sterk af. Zo staat in de Richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken van de KNMT dat recappen door mondzorgverleners in loondienst niet is toegestaan. Daarnaast schrijven de Arbowet en de Wkkgz voor dat naaldveiligheidssystemen verplicht moeten worden gebruikt.

Prikaccidenten

Prikaccidenten komen in de tandheelkunde regelmatig voor: wereldwijd rapporteert ongeveer 44% van tandartsassistenten en tandheelkundestudenten minstens één incident met een gebruikte naald. In 2025 (t/m half december) waren er bij de meldlijn PrikPunt van VaccinatieZorg 9.872 meldingen van prikaccidenten door tandartsen en mondhygiënisten, zegt Annemarie Bol van VaccinatieZorg. Daarvan waren er 3.946 met een verdovingsnaald. Hiervan was bij 2.349 gevallen de oorzaak recappen of het gevolg van recappen. Een flink aantal dus.

Het aantal door tandartspraktijken gemelde prik-, bijt-, snij-, spat- en krabaccidenten is in 2024 iets hoger dan in 2023. In 2024 werden er 1012 meldingen bij PrikPunt gedaan, terwijl dat er het jaar ervoor 812 waren. Dat meldt PrikPunt, volgens de KNMT.

Risico’s bij prikaccidenten

Een prik met een gebruikte naald kan leiden tot overdracht van bloedoverdraagbare ziektes zoals hepatitis B (HBV), hepatitis C (HCV) of HIV. Het risico op besmetting hangt onder andere af van de aanwezigheid van zichtbaar bloed.

Is er geen bloed zichtbaar, dan wordt het gezien als een laagrisico-incident; besmetting met hepatitis B is in dat geval nog steeds mogelijk, maar de kans op infectie met hepatitis C of HIV is zeer klein. Tandartsen en mondhygiënisten kunnen altijd bellen met het PrikPunt van VaccinatieZorg voor een risico inschatting. Voor de meldlijn PrikPunt is wel een aansluiting van de praktijk nodig, via de KNMT of rechtstreeks zonder KNMT-lidmaatschap.

Bij prikaccidenten met zichtbaar bloed is het risico hoger: dan is besmetting met hepatitis B, hepatitis C en HIV reëel.

Vaccinatie tegen hepatitis B

Vaccinatie is de enige manier om je te beschermen tegen hepatitis B; voor hepatitis C en HIV bestaat geen vaccin. Voor medewerkers in de mondzorg die risicohandelingen uitvoeren is vaccinatie tegen hepatitis B daarom verplicht. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanbieden van de vaccinatie en moet in de praktijk zowel het vaccinatiebewijs als een recente titerbepaling bewaren.

Toch blijkt in de praktijk dat dit niet altijd goed gebeurt. Uit een recente steekproef (2024) van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) komt naar voren dat bij 18% van de medewerkers niet kan worden aangetoond dat zij voldoende antistoffen hebben. Dat is zorgelijk, omdat besmetting via bloed, speeksel of contact met slijmvliezen van mond, neus en ogen een reëel risico vormt voor zowel zorgverleners als patiënten. De IGJ constateert bovendien dat de situatie sinds 2019 niet is verbeterd. Ondanks eerdere aanbevelingen beschikken veel praktijken nog steeds niet over volledige documentatie van vaccinatiestatusen titerbepalingen. De praktijken die in de recente steekproef zijn bezocht hebben inmiddels wel maatregelen genomen en voldoen nu aan de richtlijnen, maar de inspectie benadrukt dat alle mondzorgpraktijken aan deze wettelijke verplichtingen moeten voldoen, ook wanneer zij nog niet zijn gecontroleerd.

Sinds het vernieuwde IGJ-toetsingskader (2023) is bovendien vastgelegd dat praktijken niet alleen moeten registreren dat medewerkers gevaccineerd zijn, maar ook moeten aantonen dat de titerwaarde voldoende is (meer dan 100 IE/L) of dat een passende follow-up is uitgevoerd bij non-responders. Hiermee wordt het risico op overdracht van hepatitis B verder beperkt.

Accidenten voorkomen

Veel prikaccidenten ontstaan tijdens het verplaatsen of opruimen van naalden, bij onverwachte bewegingen van de patiënt, bij het gebruik van de tweehandentechniek of wanneer er geen stoelassistentie aanwezig is. Door geconcentreerd te werken, alert te blijven bij het toedienen van injecties en veilige werkroutines en opbergmethoden te hanteren, kan het risico op prikaccidenten aanzienlijk worden verminderd. Training speelt hierbij een belangrijke rol: het vergroot kennis en compliance en regelmatige herhaling via e- learning en praktijkdemonstraties stimuleert veilig werkgedrag.

Daarnaast kunnen tandartspraktijken concrete maatregelen implementeren om prikaccidenten verder te reduceren. De éénhandsmethode moet consequent worden toegepast en engineering controls zoals ESIP-naaldsystemen en automatische naaldverwijderaars bieden extra veiligheid. Het opstellen van protocollen en het gebruik van checklisten helpen om veilig werken systematisch te borgen.

Alternatieven voor recappen

Om prikaccidenten te voorkomen, is het belangrijk om veilige werkmethoden te gebruiken. Daarnaast zijn er producten beschikbaar die het recappen overbodig maken en de veiligheid sterk verhogen. Deze oplossingen verminderen de kans op incidenten aanzienlijk, zoals:

  • NeedleOff & NeedleCover

    Hoe werkt het? Na de injectie wordt NeedleCover eenvoudig over de naald geschoven voor veilige tijdelijke opslag en transport. NeedleCover wordt pas ontgrendeld als de spuit in NeedleOff is ingevoerd, waarna de naald gemotoriseerd wordt verwijderd en direct veilig wordt opgeslagen in de Sharptainer.
    Voordelen: Het enige integrale en herbruikbare veiligheidssysteem voor automatische naaldverwijdering dat veilig delegeren van naaldverwijdering mogelijk maakt, geschikt is voor alle schroefnaalden, en de hoeveelheid medisch afval significant terugdringt. Kan dankzij NeedleCover worden gebruikt voor alle behandelkamers.
    Nadelen: NeedleOff moet eenmalig worden aangeschaft en het apparaat vraagt periodiek onderhoud.

  • Ultra Safety Plus Twist

    Hoe werkt het? Een zelfpoortende wegwerpcarpule wordt na de injectie met een eenvoudige twist-lock wordt vergrendeld. Hierdoor blijft de naald veilig in de houder en kan deze niet meer per ongeluk worden aangeraakt.
    Voordelen: Dit systeem verkleint de kans op prikaccidenten tot vrijwel nul. De carpule is transparant, waardoor je de inhoud goed kunt controleren en hij is compatibel met verschillende soorten vullingen.
    Nadelen: Er zijn wel extra kosten aan verbonden en voor het gebruik zijn speciale houders en cartridges nodig.

  • Safe-Point naaldverwijderaars

    Hoe werkt het? Bij de Safe-Point naaldverwijderaars wordt de gebruikte spuit in de
    naaldinvoer gestoken, waarna door een intern mechanisme de naald wordt vastgegrepen en van de spuit wordt losgeschroefd. De naald wordt vervolgens automatisch in de
    naaldcontainer gedeponeerd.
    Voordelen: Het is een veilig, eenvoudig en razendsnel systeem dat prikaccidenten effectief voorkomt.
    Nadelen: De Safe-Point is alleen geschikt voor specifieke typen naalden, waardoor niet elke spuit of naald ermee te gebruiken is.

  • Miramatic holder

    Hoe werkt het? De Miramatic holder is een veiligheidshouder waarin de naald verticaal geplaatst kan worden. Zowel het plaatsen als het er weer uitnemen kan met één hand gedaan worden, waardoor er minder risico op prikaccidenten is. Met dit hulpmiddel is recappen veiliger, maar er wordt dus nog wel gerecapt.
    Voordelen: Het voorkomt directe blootstelling aan de naald.
    Nadelen: De naald wordt niet volledig afgeschermd, waardoor er na gebruik nog enige voorzichtigheid nodig blijft.

  • Wegwerpspuiten met ESIP-systeem

    Hoe werkt het? Deze spuiten hebben een geïntegreerd veiligheidssysteem dat na de injectie automatisch of met een eenvoudige handeling de naald afschermt. De bescherming schuift over of langs de naald, waardoor terugprikken wordt voorkomen.
    Voordelen: Het ESIP-systeem zorgt voor directe naaldbescherming en verkleint de kans op prikaccidenten aanzienlijk.
    Nadelen: Het vraagt enige training om het systeem correct te gebruiken en de aanschafkosten liggen hoger dan bij standaard wegwerpspuiten.

Nieuwe alternatieven

In de afgelopen jaren zijn een volledig nieuwe versie van NeedleOff en NeedleCover toegevoegd als nieuwe oplossingen voor veilig naaldbeheer. Beide systemen bieden een verbeterde compatibiliteit met verschillende soorten spuiten en naalden, waardoor ze in uiteenlopende praktijksituaties inzetbaar zijn. Daarnaast verhogen ze de veiligheid tijdens het verwijderen, vastleggen en verwerken van gebruikte naalden, wat de kans op prikaccidenten aanzienlijk verkleind.

Wat te doen na een prikaccident?

Mocht er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een prikincident plaatsvinden, volg dan de
volgende stappen:

  • Laat de wond goed uitbloeden.
  • Reinig de wond met water en breng vervolgens alcoholdesinfectans aan.
  • Meld het incident direct bij het PrikPunt of de Arbodienst.
  • Volg het LCI-stappenplan:
    – Beoordeel het risico van het prikaccident.
    – Indien nodig brononderzoek naar HBV-, HCV- en HIV.
    – Overweeg zo nodig postexpositiebehandeling (PEP).

Richtlijn prikaccidenten

Het RIVM heeft een Richtlijn prikaccidenten opgesteld waarmee op gestructureerde wijze kan worden ingeschat wat het risico is op infectie met hepatitis B, hepatitis C en HIV na een prikincident. Op basis van het vastgestelde risico geeft de richtlijn concrete adviezen om jezelf tegen infecties te beschermen. Daarnaast is de RIVM/LCI-richtlijn recent herzien, met extra nadruk op het snel nemen van maatregelen voor postexpositiebehandeling (PEP) om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

Update december 2025

Door Ilona van der Werf, met medewerking van Mariëtte Schorfhaar, Hogeschool
Utrecht en Annemarie Bol van de meldlijn PrikPunt Vaccinatiezorg.

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Partnernieuws, Partnernieuws, Praktijkhygiëne, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
Effecten van veganistische tandpasta’s

Effecten van veganistische tandpasta’s

Een studie onlangs gepubliceerd in het Journal of Esthetic and Restorative Dentistry laat zien dat er onvoldoende bewijs is om veganistische tandpasta te gebruiken. Veganistische tandpasta’s zorgen echter niet voor verlies van glazuurhardheid of nadelige effect op het mineraalgehalte of de morfologie.

Onderzoek

Het doel van het onderzoek was om veranderingen in kleur en witheid, verlies van oppervlaktehardheid, ruwheid, het mineraalsgehalte en morfologie van glazuur te onderzoeken wanneer er gepoetst wordt met veganistische tandpasta.
Met behulp van glazuurblokken die met zwarte thee waren gekleurd werden gedurende 15.000 en 30.000 poetsbeurten en verschillende veganistische tandpasta’s en controletandpasta’s gepoetst.
De kleur, oppervlaktehardheid en ruwheid werden gemeten bij aanvang, na 15.000 poetsbeurten en na 30.000 poetsbeurten. Het mineraalgehalte en de oppervlaktemorfologie werden na 30.000 poetsbeurten gemeten. Er werden in totaal 9 veganistische tandpasta’s getest namelijk Colgate total 12 clean mint (CT), product met kurkuma- kruidnagel- en tea tree-extract (CC), tandpasta met kamille-, mellisse- en druivenextract (CA), formule met pepermunt- en kurkuma-extract (CH), Colgate zero mint (ZM), Colgate zero peppermint (ZH), Mint everest (ME), tandpasta met houtskool en munt (CM), herbal anis munt- en tea tree-tandpasta (HA).

Resultaten

De resultaten lieten zien dat na 15.000 poetsbeurten geen verschillen in kleur of oppervlaktehardheid werden waargenomen tussen de groepen. Na 30.000 poetsbeurten vertoonden de tandpasta’s ZM, ZH, ME en CM hogere kleurwaarden dan de controlegroep. Tandpasta CC had de hoogste oppervlaktehardheid. De ruwheid nam toe voor alle groepen.
Alle tandpasta’s produceerden een negatieve witheidsindex, waarbij de mineraalinhoud of oppervlaktemorfologie van het glazuur niet werd beïnvloed.

Conclusie

Hoewel veganistische tandpasta’s niet zorgden voor verandering in hardheid van het glazuur en geen nadelige effecten had op de glazuurmorfologie, werd er ook geen potentieel witmakend effect waargenomen bij de veganistische tandpasta’s. Er is weinig bewijs om het gebruik van de veganistische tandpasta’s te ondersteunen volgens de auteurs.

Bron:
Journal of Esthetic and Restorative Dentistry

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
statistieken, modellen

Deadline openbare jaarverantwoording over 2025 niet haalbaar? Vraag dan vóór 1 april 2026 uitstel aan

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kondigde afgelopen najaar een nieuwe uitstelregeling aan voor de openbare jaarverantwoording. De vierde inmiddels, bedoeld voor (mond)zorgaanbieders die de wettelijke aanleverdeadline niet halen door ‘capaciteitsproblemen bij hun financiële dienstverlener’. Vraagt u vóór 1 april uitstel aan, dan krijgt u uitstel tot 1 oktober.

Onhaalbare deadline

Veel mondzorgaanbieders hebben moeite met de huidige aanlevertermijn. Vóór 1 juni moet wettelijk de jaarverantwoording over het voorgaande boekjaar gedaan zijn. Vaak verlenen eerstelijns zorgaanbieders zelf zorg en maken gebruik van de diensten van in de zorg gespecialiseerde kantoren. Denk aan de accountant, administrateur of belastingadviseur. Deze dienstverleners werken het volle jaar door aan jaarrekeningen van zorgaanbieders, waardoor het onmogelijk is voor alle cliënten in mei al alles op orde te hebben voor de jaarverantwoording. Bovendien stelt VWS ook nog eens extra eisen, bovenop het reguliere werk voor bijvoorbeeld de belastingaangifte.

Pleidooi voor uitstel

Niet helemaal voor niks dus dat er sinds de invoering al drie eerdere uitstelregelingen het licht zagen. Maar: het betreft een structureel probleem. VvAA en Van Helder bepleitten dit najaar bij het ministerie van VWS dan ook een structurele oplossing voor dit probleem: het daadwerkelijk verplaatsen van de wettelijke deadline. Dit voorstel werd openlijk onderschreven door twintig andere gespecialiseerde dienstverleners.

Geen structurele oplossing

Ondanks deze brede steun en de aanhoudende problemen in de praktijk kozen VWS en de NZa opnieuw voor een tijdelijke uitstelregeling, zo lieten ze ons half november in een schriftelijke reactie weten. Tot onze teleurstelling. Hoewel het uitstel tot 1 oktober de komende jaren verlichting biedt, blijft de wettelijke deadline dus ongewijzigd. Zorgaanbieders die deze niet halen, moeten hierdoor actief een verzoek tot uitstel indienen. Extra regeldruk dus. Niet alleen voor de zorgaanbieder, maar ook voor de NZa, die hierdoor minder tijd overhoudt voor het toezicht houden op de ‘juiste besteding van collectieve middelen’. Terwijl dit uiteindelijk toch het doel is van de jaarverantwoording.

Uitstel aanvragen?

De NZa legt de nieuwe uitstelregeling vast in dezelfde Beleidsregel waarin ook de vorige uitstelregeling staat. Het is verstandig tijdig met uw dienstverlener (VvAA of een ander in de zorg gespecialiseerd kantoor) af te stemmen over de noodzaak om uitstel aan te vragen en de timing ervan. Uitstel aanvragen moet in ieder geval vóór 1 april 2026, via het daarvoor bestemde NZa-portaal.

 

Door: Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant VvAA

Wtza

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Recht, uitspraak, mondzorg

Rechtszaak: Wat ging er mis na de overname van MC Dent?

In december 2025 deed de rechtbank uitspraak in de civiele zaak tussen tandartsketen Atlas Dental Care en Karel Tanka, voormalig praktijkhouder van MC Dent. Wat speelde er precies tussen de partijen, hoe oordeelde de rechtbank en welke lessen zijn er voor de mondzorgsector naar aanleiding van deze zaak?

In 2004 opende Tanka zijn praktijk MC Dent. Toen hij richting zijn pensioen wilde toewerken, besloot hij zijn praktijk te verkopen aan een partij die zijn vertrouwde manier van werken en de kwaliteit van mondzorg zou voortzetten. Na een zoektocht kwam hij uit bij Atlas Dental Care, een commerciële organisatie die eind 2019 werd opgericht. Volgens de eigen website bouwt deze tandartsketen aan een alliantie van tandartspraktijken en ondersteunt zij deze onder meer op administratief, financieel, juridisch en organisatorisch vlak.

Per 1 januari 2022 nam Atlas Dental Care de praktijk officieel over. Onderdeel van de afspraken was dat Tanka als zzp-tandarts aan de praktijk verbonden zou blijven, evenals zijn vrouw Alexandra Tanka-van Dijck, die ook een functie binnen de praktijk had en nu bij Atlas in dienst bleef op basis van een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Moeizame samenwerking

In eerste instantie verliep de overname soepel, maar na verloop van tijd ontstonden er steeds meer spanningen die de samenwerking bemoeilijkten. Zo merkte Tanka dat zijn positie binnen de praktijk veranderde: patiënten werden bij hem weggehaald en hij kreeg minder behandelruimte. Daarnaast kwam zijn vrouw erachter dat er binnen de organisatie een intern dossier werd opgebouwd, waarin haar collega’s werden verzocht informatie over haar functioneren vast te leggen. Volgens haar gebeurde dit in het kader van een mogelijk ontslagtraject.

Aanpassingen in declaraties

Ook werd Tanka door een collega erop geattendeerd dat er mogelijk sprake zou zijn van fraude. Tanka ging zelf op onderzoek uit en zag dat declaraties die op vrijdag waren ingevoerd, op maandagen afwijkingen vertoonden. Wat bleek: in het weekend (toen de praktijk gesloten was) werd in het systeem ingelogd waarna tijden en behandelingen werden aangepast. Aangezien Tanka in die periode niet over een VPN-verbinding beschikte en niet vanuit huis kon inloggen, kon hij deze wijzigingen onmogelijk zelf hebben aangebracht. Hoewel deze vermoedelijke onregelmatigheden werden gemeld, schreef Atlas de verschillen in de declaraties toe aan een verouderd systeem, en volgens Tanka werden zijn kritische opmerkingen niet op prijs gesteld.

Ontslag

Naarmate de spanningen toenamen, besloot Atlas Dental Care in juli 2022 Tanka te ontslaan als tandarts. Tanka ziet dit ontslag als een bevestiging van een strategie die volgens hem vanaf het begin bestond. Volgens Atlas was het ontslag het gevolg van Tanka’s moeite om zich aan te passen aan veranderingen binnen de praktijk. Tanka bestrijdt dit echter en verklaart dat hij werd gedwongen instructies van Atlas op te volgen die niet waren vastgelegd in de koopovereenkomst.

Toen Tanka vervolgens elders in de mondzorg aan de slag ging, stelde Atlas dat dit een overtreding van het concurrentiebeding betrof: hij zou volgens hen binnen drie jaar en binnen een straal van 25 kilometer rond Breda niet mogen werken. Naar aanleiding daarvan eiste Atlas Dental Care een miljoenenboete.

Door deze ontwikkelingen kwamen ook de afspraken over de financiën en de overname onder druk te staan. Atlas weigerde de uitgestelde koopsom te betalen en bestempelde Tanka als ‘bad leaver’, waardoor hij volgens hen zijn rechten verloor. Daarnaast bleef betaling uit van twee maanden honorarium, terwijl ook het salaris van zijn vrouw gedurende negen maanden niet werd uitbetaald.

Als gevolg van deze escalatie startte Tanka een civiele procedure tegen Atlas Dental Care.

Vonnis

De zaak diende in september 2025 en op 17 december 2025 volgde de uitspraak. De rechter stelde Tanka volledig in het gelijk: Atlas Dental Care moet zowel de volledige resterende koopsom als de openstaande honoraria betalen. De door Atlas geëiste boete in verband met het concurrentiebeding werd niet bewezen geacht en komt te vervallen. Ook de door Atlas geëiste extra vergoeding, stellende dat Tanka informatie over de psychische gezondheid van zijn vrouw zou hebben verzwegen, bleek ongegrond. Atlas heeft hiervoor een rectificatie geschreven, waarin wordt bevestigd dat deze bewering onjuist was. Voor het echtpaar betekende de uitspraak vooral erkenning. “Het is een opluchting dat de rechter heeft bevestigd dat de afspraken nagekomen moeten worden. Het ging ons niet alleen om het geld, maar om rechtvaardigheid.”

Rechtbank: Vermeende fraude onvoldoende onderbouwd

De rechtbank constateert dat de vermeende fraude met declaraties onvoldoende is onderbouwd. Het aangevoerde bewijs, waaronder voorbeelden van opzettelijk veranderde behandelcodes en verhoogde declaraties, is onvoldoende weerlegd en biedt daarom geen grondslag voor de beschuldigingen. Bovendien gaat het om een beperkt aantal fouten, waarbij ook de mogelijkheid van onbedoelde vergissingen aanwezig is, zo staat beschreven in het vonnis.

Breder signaal aan de mondzorgsector

Het echtpaar geeft aan dat hun verhaal verder gaat dan hun eigen rechtszaak. Zij zeggen: “De vergrijzing van de sector zorgt ervoor dat steeds meer praktijken worden overgenomen door commerciële ketens en niet altijd verloopt dat zonder risico’s. Het gaat niet alleen om geld of contracten. Het gaat om zorg, vertrouwen en integriteit. Wij hebben jarenlang hard gewerkt om een praktijk op te bouwen die patiënten goede zorg biedt en zien hoe het na de overname is verlopen. Achteraf hadden we elk contract juridisch moeten laten toetsen. Dat raad ik iedereen aan. Je kunt te goeder trouw zijn, maar als je niet kritisch kijkt, kunnen afspraken alsnog onder druk komen te staan.”

“Hoewel de rechtbank oordeelde dat fraude met declaraties onvoldoende is komen vast te staan, roept de gang van zaken volgens Tanka wel vragen op over de manier waarop sommige commerciële ketens zijn ingericht. Vanuit zijn ervaring na de overname zag hij binnen de praktijk de nadruk steeds meer verschuiven naar financiële doelstellingen. In dat kader wijst hij op een valkuil bij dergelijke organisaties: de focus op rendement. “Het primaire doel zou altijd goede mondzorg moeten zijn. Zorg gaat boven opbrengst. Dat is de kern: een praktijk runnen voor patiënten, niet alleen voor cijfers.”

Hun boodschap is helder: integriteit en kwaliteit van zorg mogen nooit wijken voor financiële gewin, ook niet in een groeiende commerciële omgeving.

Lees hier het volledige vonnis

Interview met Karel Tanka en Alexandra Tanja-Van Dijck, door Ilona van der Werf.

 

Bekijk ook de video met interview van het tandartsechtpaar bij Eenvandaag

Lees meer over: Interview, Ondernemen, Opinie, Wet- en regelgeving
Tandpasta

Duurzaam tandenpoetsen zonder concessies aan mondgezondheid

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven, en ook in de mondzorg valt winst te behalen. Volgens tandarts en duurzaamheidsadviseur Angelica Setiaman is het belangrijk om bewuste keuzes te maken bij gebruik van mondzorgproducten, zonder dat dit ten koste gaat van een goede mondgezondheid. In een interview in Trouw vertelt zij hierover.

Tandenpoetsen is een dagelijkse gewoonte en juist daarom heeft de gebruikte materialenkeuze impact. Wereldwijd belandt dagelijks een enorme hoeveelheid plastic in het milieu. Mondverzorgingsproducten vormen daarvan slechts een klein aandeel, maar zijn wel typisch voorbeelden van kortlevende wegwerpproducten. Wie elke drie maanden een nieuwe tandenborstel gebruikt, verbruikt er in een leven al snel honderden.

Milieu-impact van verschillende typen tandenborstels

Onderzoek van University College London en Trinity College Dublin vergeleek de milieu-impact van verschillende typen tandenborstels via een levenscyclusanalyse. Daarbij werd gekeken naar de totale belasting: van productie tot afval. De handtandenborstel met vervangbare borstelkop bleek de meest duurzame optie. Op de tweede plaats eindigde de bamboetandenborstel, mits deze volledig biologisch afbreekbaar is en geen nylon haren bevat. De elektrische tandenborstel scoorde het minst gunstig.

Mondhygiëne werd in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dat is volgens Setiaman deels logisch: “In principe maakt het niet veel uit waarmee je poetst, als je het maar goed doet.” Wel merkt zij op dat elektrisch poetsen voor sommige mensen praktisch kan zijn, bijvoorbeeld doordat kleine borstelkoppen lastige plekken beter bereiken. Haar advies blijft daarom: volg vooral het advies van je eigen tandarts.

Voor wie elektrisch poetst, zijn er manieren om dit duurzamer te doen. Minder vaak opladen bespaart energie en verlengt de levensduur van de batterij. Is de batterij versleten, dan kan vervanging soms een alternatief zijn voor volledige vervanging van de borstel. Is reparatie niet meer mogelijk, lever het apparaat dan in bij een geschikt inzamelpunt.

Bewuste keuze bij tandpasta

Ook bij tandpasta valt een bewuste keuze te maken. Setiaman benadrukt het belang van fluoride: “Dat is essentieel voor het voorkomen van cariës.” In sommige natuurlijke of biologische tandpasta’s ontbreekt fluoride, wat nadelig kan zijn voor de mondgezondheid. Daarnaast bevatten sommige producten nog steeds microplastics, ondanks eerdere afspraken om deze uit cosmetica te weren. Wie dit wil vermijden, kan ingrediëntenlijsten controleren of gebruikmaken van de scan-app Beat the Microbead.

Verpakkingen en extra producten

Verpakkingen spelen eveneens een rol. Recyclebare tubes en kartonnen doosjes horen gescheiden te worden weggegooid om hergebruik mogelijk te maken. Extra producten zoals mondwater zijn volgens Setiaman meestal niet nodig en kunnen bij langdurig gebruik zelfs nadelige effecten hebben.  Bij specifieke klachten of op advies van een tandarts kan mondwater tijdelijk zinvol zijn. Anders geldt volgens haar: “Hoe minder overbodige producten, hoe beter – voor je mond én voor het milieu.”

Een duurzame poetsroutine begint dus bij bewuste keuzes, maar blijft altijd ondergeschikt aan goede mondzorg. Zoals Setiaman het samenvat: preventie is niet alleen gezonder, maar uiteindelijk ook de meest duurzame optie.

Bron:
Trouw

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
zzp'ers in de mondzorg

Kabinet ziet af van zzp-boetes in 2026 na ingrijpen Tweede Kamer

Het kabinet heeft besloten om in 2026 geen boetes op te leggen aan instellingen die werken met schijnzelfstandigen. Aanleiding voor dit besluit is stevige druk vanuit de Tweede Kamer.

De Belastingdienst was voornemens om per 1 januari 2026 actief te gaan handhaven op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Dat zou betekenen dat werkgevers die gebruikmaken van schijnzelfstandigen niet alleen alsnog loonbelasting en sociale premies zouden moeten betalen, maar ook boetes riskeren.

Met name binnen de zorgsector leidde dit voornemen tot grote zorgen. Zorginstellingen gaven aan dat zij zonder de inzet van zelfstandigen hun dienstverlening mogelijk niet volledig kunnen voortzetten. Huisartsen waarschuwden dat sommige huisartsenposten zouden moeten sluiten, terwijl organisaties in de gehandicaptenzorg vreesden dat de continuïteit van zorg voor cliënten met complexe problematiek in gevaar zou komen.

Tijdelijke versoepeling van handhaving

De Tweede Kamer had eerder een motie aangenomen waarin werd opgeroepen tot verlenging van de zogenoemde ‘zachte landing’. Dit houdt in dat de Belastingdienst voorlopig geen boetes oplegt bij controles op schijnzelfstandigheid. De motie, ingediend door D66, Denk en SGP, kreeg steun van een brede Kamermeerderheid, waaronder VVD, FvD, PVV en JA21.

Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen van Financiën gaf aanvankelijk tijdens een commissievergadering op 18 december aan de motie niet te willen uitvoeren. Volgens hem hadden organisaties voldoende tijd gehad om zich voor te bereiden op de aangescherpte handhaving en zou uitstel onrechtvaardig zijn tegenover partijen die hun zaken al op orde hebben.

Geen controles en boetes in 2026

Tijdens het daaropvolgende debat later die dag kwam de staatssecretaris hierop terug. Onder druk van de Kamer zegde hij toe dat in 2026 geen boekenonderzoeken zullen plaatsvinden die nodig zijn om achteraf loonbelasting te innen bij organisaties die mogelijk met schijnzelfstandigen werken. Ook worden er in dat jaar geen boetes opgelegd.

Eerder op de dag was nog gemeld dat de staatssecretaris vasthield aan zijn oorspronkelijke standpunt. Inmiddels heeft hij echter toegezegd tegemoet te komen aan de wens van de Tweede Kamer om de handhaving tijdelijk te versoepelen.

Risicogerichte aanpak

De KNMT meldt dat de Belastingdienst risicogericht te werk gaat. “Dat wil zeggen dat branches waarin sprake is van gedwongen zelfstandigheid, evidente schijnzelfstandigheid en arbeidsmigratie-constructies als eerste aan de beurt zullen zijn bij controles. Hiervan is in de mondzorg geen sprake. Desalniettemin zal de Belastingdienst op een gegeven moment ook op controle gaan bij een mondzorgpraktijk.”

Bronnen:
Skipr en KNMT

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Gedeeltelijk gegronde klacht tegen tandarts wegens onvoldoende vastlegging communicatie parodontale risico’s

Een tandarts krijgt een waarschuwing omdat zij niet voldoende heeft vastgelegd dat een patiënt was geïnformeerd over de risico’s van haar parodontale aandoening. De overige verwijten – verkeerde diagnose en dossieropvraag – zijn ongegrond.

Situatie

Een patiënt bezocht in maart 2025 een spoedtandarts vanwege een plotselinge zwelling bij tand 22. Tijdens dit consult stelde de waarnemend tandarts een diepe pocket en een fors angulair botdefect vast. De vrouw was al jarenlang patiënt bij een andere tandarts, tegen wie zij vervolgens een klacht indiende.
De klacht richtte zich op het feit dat de behandelend tandarts deze parodontale problematiek in eerdere jaren niet zou hebben onderkend, terwijl dat volgens de patiënt aanleiding had moeten zijn voor uitgebreider onderzoek. Daarnaast vond zij dat de tandarts zonder toestemming haar medisch dossier had opgevraagd en dat de dossiervorming onvoldoende was.
De tandarts voerde aan dat de patiënt al jaren bekend was met het probleem, dat zij regelmatig onder behandeling stond bij de mondhygiënist en dat er weinig directe contactmomenten tussen haar en de tandarts waren. Zij erkende wel dat de verslaglegging beter had gekund.

Klacht

De patiënt verwijt de tandarts:

  1. nalatigheid in de diagnostiek en behandeling van de parodontale aandoening;
  2. het niet tijdig signaleren van het botdefect en de verdiepte pocket, met name bij de röntgenfoto in 2018;
  3. gebrekkige dossiervorming;
  4. het zonder toestemming opvragen van haar dossier bij de vorige tandarts.

De tandarts betwistte de verwijten en gaf aan dat:

  • de problematiek al lang bekend was en onder controle leek;
  • de patiënt niet bij haar, maar bij de mondhygiënist kwam voor regelmatige zorg;
  • er geen reden was voor nieuw onderzoek in 2018;
  • en dat het opvragen van het dossier slechts diende om een bestaande foto te verifiëren, zonder toevoeging van nieuwe gegevens.

Beoordeling

Zorgplicht en toetsingskader

Het tuchtcollege beoordeelde of de tandarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts mag worden verwacht. Het zelfstandig handelen van de mondhygiënist valt buiten deze beoordeling.

Diagnostiek en behandeling

De tandarts was zich bij eerdere behandelingen bewust van de parodontale problematiek rond de 22. Uit haar dossiernotities bleek dat zij het aanwezige botdefect kende. Omdat de aard van het probleem al duidelijk was en de patiënt eerder specialistische behandeling had gehad, zou een nieuw uitgebreid parodontaal onderzoek in 2018 weinig hebben toegevoegd.
Het college achtte aannemelijk dat de plotselinge opvlamming in 2025 zelfs bij goede nazorg kan optreden en concludeerde dat de tandarts in haar behandeling niet onzorgvuldig had gehandeld.

Communicatie en dossiervorming

Het college vond wél dat de tandarts de patiënt duidelijker had moeten informeren over de risico’s van haar situatie en dit beter had moeten vastleggen. Uit het dossier bleek niet dat de tandarts had uitgelegd dat zelfs bij goede mondhygiëne een plotselinge verslechtering mogelijk was.
Duidelijke communicatie over risico’s is volgens het college essentieel, zeker wanneer een patiënt niet regelmatig door de tandarts zelf wordt gecontroleerd. De gebrekkige vastlegging in het dossier maakt dat dit onderdeel van de klacht gegrond is.

Opvragen van het medisch dossier

Over dit punt oordeelde het college dat de tandarts niet klachtwaardig heeft gehandeld. De vorige tandarts stuurde geen nieuwe informatie, waardoor geen privacybelang van de patiënt is geschaad.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond. De tandarts had de communicatie over de risico’s van de parodontale problematiek beter moeten documenteren.
De overige verwijten, over diagnostiek, behandeling en dossieropvraag, zijn ongegrond. Omdat de tandarts ter zitting aangaf te hebben geleerd van het incident en het belang van goede verslaglegging erkent, achtte het college een waarschuwing als maatregel passend en voldoende.

Bron:
Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp'er

Nieuwe zzp-wetgeving op lange baan?

Deze zomer ging het kabinet hard door met de nieuwe zzp-wet. Het draagvlak ervoor brokkelt ondertussen echter verder af. Wat betekent dit voor de praktijk?

Hoewel het kabinet het zzp-thema weinig prioriteit meer leek te geven, maakte het de afgelopen maanden juist weer tempo met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Toenmalig minister van SZW stuurde het definitieve wetsvoorstel in juli dit jaar naar de Tweede Kamer en zijn opvolger legde vervolgens in september een nadere uitwerking (in een ‘besluit’) in september voor ter internetconsultatie.

Verkiezingen: draagvlak neemt verder af

Met de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 is het niet onlogisch dat de bewindspersonen deze stappen namen. Het is echter maar zeer de vraag of ze deze datum gaan halen. Het politieke draagvlak voor het wetsvoorstel leek namelijk al niet stevig, waarna het door de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 5 november verder afbrokkelde. Vbar-kritische partijen wonnen immers terrein, terwijl een belangrijke voorstander, NSC, met de verkiezingen zijn positie geheel verloor.

Concurrerend wetsvoorstel oogst sympathie

Dit voorjaar verscheen vanuit de VVD-fractie in de Tweede Kamer met de ‘Zelfstandigenwet’ zelfs een alternatief zzp-wetsvoorstel. Mede-initiatiefnemers D66 en CDA wonnen fors terrein in de Tweede Kamer. Anders dan bij de Vbar begint dit voorstel met een ‘Zelfstandigentoets’, dit levert maatschappelijke sympathie op. Het is echter nog een eerste concept, met veel haken en ogen vanuit uitvoerings- en juridisch-technisch perspectief.

Optelsom laat grote vertragingskans zien

Twee concurrerende wetsvoorstellen met ieder zijn problematiek en mogelijk langdurige formatie is geen recept voor succes op korte termijn. De datum van 1 juli 2026 lijkt in dat kader inmiddels erg ambitieus. Waarmee de lange baan weer in beeld komt, met een verlenging van het huidige kader als gevolg. Voor een oordeel over zelfstandigheid of loondienst betekent dat: toetsen op het summier beschreven begrip ‘arbeidsovereenkomst’ in het Burgerlijk Wetboek. En in het verlengde daarvan de jurisprudentie die dit verder concretiseert. De Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad in 2023 is daarbij de belangrijkste.

Eigen arbeidsrelaties toetsen

Het is goed de Deliveroo-punten kritisch langs te lopen voor de eigen situatie en te realiseren dat het handhavingsregime van de Belastingdienst in 2026 strakker wordt. Voor 2025 geldt nog een ‘zachte landing’, dat betekent onder meer beperkte handhaving en geen boetes in geval van herkwalificatie. Vanaf 2026 wordt weer regulier gehandhaafd is het plan, dus ook weer met boetes.

Modelovereenkomst geen vrijbrief

De door de Belastingdienst geaccordeerde modelovereenkomsten voor het werken buiten dienstbetrekking zijn ook geen vrijbrieven, zo wordt steeds duidelijker. Echt volgens de letter van die overeenkomsten werken is in de praktijk niet eenvoudig, en zonder dat verliezen ze hun waarde. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg en de vertaling van beroepsnormen naar de dagelijkse praktijk zijn daarbij belangrijke punten. Dit bleek onder meer uit het recent gepubliceerde Besluit Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie.

Door:
Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant VvAA

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
overname tandartspraktijken 400

Een tandartspraktijk verkopen, hoe doe je dat?

Het besluit om je tandartspraktijk te verkopen is een belangrijk moment in je professionele loopbaan. Zo’n traject vraagt om zorgvuldige afwegingen: zowel emotioneel als financieel. Als private banker voor de mondzorg bij Van Lanschot Kempen heb ik veel ervaring met tandartsen die hun praktijk verkopen. In dit artikel bespreek ik de belangrijkste trends, valkuilen en aandachtspunten die bij een verkooptraject naar voren komen.

Ontwikkelingen die de verkoop beïnvloeden

De mondzorgsector is in beweging. Door de handhaving van de zzp-regelgeving overwegen meer zzp-tandartsen een eigen praktijk te starten. Toch lijkt het aanbod van praktijken het komende decennium groter te worden dan de vraag. Veel praktijkhoudende tandartsen bereiken in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd. Er worden nog altijd te weinig tandartsen opgeleid om dit op te vangen.

Voor kleine praktijken met één tot drie stoelen en een beperkt patiëntenbestand wordt het steeds lastiger om een opvolger te vinden. Door strengere regelgeving en beperkte mogelijkheid tot taakdelegatie zijn deze praktijken vaak minder toekomstbestendig.

Daarnaast bestaat onzekerheid over de toekomstige omzet. Het NZa-kostenonderzoek heeft ertoe geleid dat de tarieven vanaf 2026 dalen met 1,12%. Dit lijkt beperkt, maar in de praktijk heeft het een forse negatieve impact op de praktijkwinst. De kosten voor inkoop, personeel en huisvesting stijgen minimaal met de inflatie. Dit heeft gevolgen voor je eigen inkomsten en voor de mogelijke waarde van je praktijk.

Ketenpartijen lijken ook terughoudender te worden in hun overnamebeleid. Dit kan gevolgen hebben voor prijzen en voorwaarden. Het is daarom belangrijk om op tijd goed inzicht te krijgen in de waarde en verkoopmogelijkheden van je praktijk.

Waardebepaling: meer dan cijfers

Het vaststellen van de prijs is een samenspel van diverse factoren:

  • Ligging
    Is je praktijk gelegen in een groeigemeente en heeft deze goede zichtbaarheid en bereikbaarheid? Dan heeft dat duidelijk een positieve invloed.
  • Type en omvang
    Een eerstelijnspraktijk brengt meestal meer op dan een (deels) tweedelijns praktijk. Ook het aantal actieve patiënten, behandelkamers en het uitbreidingspotentieel zijn doorslaggevend.
  • Kerncijfers
    Belangrijk is inzicht in gemiddelde omzet per patiënt en praktijkkosten. Afwijkingen van het landelijke gemiddelde vallen op bij kopers. Een bijzonder hoge omzet per patiënt kan bijvoorbeeld leiden tot twijfel of deze opbrengst na jouw vertrek te behouden is.
  • Soort koper
    Verkoop je aan een keten of aan een collega-tandarts? Een keten biedt vaak een hoger bedrag, maar betaalt in termijnen. Het praktijkpand nemen ze meestal niet over. Vaak vragen ze dat je nog jaren als waarnemer blijft werken. Een collega-tandarts kiest juist voor een directe overdracht. Het pand nemen ze meestal graag over en het volledige bedrag krijg je vaak in één keer.

Praktijkpand: houden of verkopen?

Ben je eigenaar van het praktijkpand? Dan sta je voor een strategische keuze:

  • Verkoop
    Je ontvangt een som geld en hebt geen gedoe meer. Wel moet je belasting betalen over de gerealiseerde verkoopwinst. Zit er op het pand nog een hypotheek? Houd dan rekening met eventuele vervroegde aflossingskosten.
  • Verhuur
    Lijkt interessant door de huurinkomsten. Verhuur levert door fiscale wijzigingen en mogelijke onderhouds- en duurzaamheidsverplichtingen minder op dan gehoopt. Houd verder bij privébezit rekening met een (fictieve) afrekening wegens overheveling naar box 3.

Goede voorbereiding is het halve werk

Een degelijke voorbereiding voorkomt teleurstellingen op het moment van verkoop. Neem de tijd om de praktijkcijfers te verbeteren, investeer zo nodig in je praktijk, zorg voor een goed en stabiel team en pak lopende issues proactief aan. Ook is het aan te raden om samen met je fiscalist of accountant te toetsen of je ondernemingsstructuur optimaal is ten tijde van de praktijkverkoop.

Let bovendien op de fiscale mogelijkheden rondom de verkoop. Als IB-ondernemer kun je bij verkoop je pensioenvermogen aanvullen met een eenmalige lijfrentepremie waarmee je de belastingdruk in dat jaar kan beperken. Bij een BV-structuur kun je mogelijk gebruikmaken van de deelnemingsvrijstelling en daarmee de verkoopsom onbelast in je holding ontvangen.

Stappenplan voor verkoop

  1. Schakel een specialist in
    Een ervaren praktijkadviseur met kennis van de mondzorgmarkt maakt het verschil bij waardering, onderhandelingen en contractvorming.
  2. Dossier op orde
    Zorg voor actuele jaarcijfers, personeelsdossiers, productieoverzichten en contracten.
  3. Wensenlijst
    Bedenk wat jij belangrijk vindt na de overdracht. Aanblijven als tandarts, behoud van autonomie, je eigen praktijkidentiteit behouden, zorg voor patiënten en medewerkers. Ga in gesprek met ervaringsdeskundigen om je eigen wensen helder te krijgen.
  4. Verkoopmemorandum & waardering opstellen
    Stel samen met je adviseur een verkoopmemorandum op en maak een waardering van je praktijk om vooraf de financiële uitgangspunten helder te hebben.
  5. Praktijk te koop zetten
    Afhankelijk van de beoogde koper maak je gebruik van het netwerk van de adviseur en/of zet je de praktijk publiek te koop.
  6. Selectie en onderhandelingen
    Kies de partij waarmee je verder gaat onderhandelen. Er wordt een intentieverklaring opgesteld waarin geheimhouding en exclusiviteit geborgd zijn. LET OP: Besteed de onderhandelingsgesprekken vooral uit aan je adviseur en doe dit niet zelf. Je zit mogelijk tegenover een partij die hier zeer bedreven in is en veel meer ervaring heeft.
  7. Afwikkeling en overdracht
    Rond het papierwerk zorgvuldig af. Bij een due-diligenceonderzoek door de koper kan dit veel energie en tijd kosten. Daarna volgt de financiële afhandeling. Als je geheel stopt, sluit je af met een warme persoonlijke overdracht.

De financiële impact van praktijkoverdracht

De stap om je praktijk van de hand te doen betekent altijd dat je minder inkomen krijgt.

Blijf je werken gedurende een aantal dagen in de week? Houd er dan rekening mee dat je inkomen minimaal halveert. Dit komt doordat je alleen een vergoeding ontvangt over je eigen omzet. Je ontvangt dan geen winst meer van de praktijkmedewerkers.

Wanneer je helemaal stopt met werken, valt je inkomen fors terug. Je ontvangt vanaf je 67ste een AOW-uitkering van ongeveer EUR 14.000 bruto per jaar als je samenwoont. Als je alleenstaand bent, is dit ongeveer EUR 20.000 bruto per jaar. Dit bedrag wordt soms aangevuld met een beperkte pensioenuitkering van het pensioenfonds voor tandartsen en een zelf opgebouwde pensioen of lijfrente uitkering.

Met een beetje geluk levert de verkoop van je praktijk en het pand een mooie winst op. Weet wel dat de koper van je praktijk geen rekening houdt met je pensioengat. De koper betaalt alleen de marktwaarde voor je praktijk.
Vraag jezelf dus tijdig af of jouw gewenste levensstijl na de verkoop haalbaar blijft. Laat je hierover goed adviseren. Begin tijdig met het maken van een duidelijk financieel plan en met periodieke vermogensopbouw voor je pensioen.

Door:
Pieter Steenhuizen, Senior Private banker bij Van Lanschot Kempen.

Bij Van Lanschot Kempen begrijpen we dat het besluit om je tandartspraktijk over te dragen en alle beslissingen die hierbij komen kijken complex zijn. Onze private bankers, met gespecialiseerde kennis van de mondzorg, helpen je graag op een manier die past bij jouw persoonlijke situatie.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Overnames van tandartspraktijken door ketens een overzicht 400

Overnames van tandartspraktijken door ketens: een overzicht

Jan Willem Vaartjes, tandarts en voorzitter van Bevlogen tandartsen, maakte met behulp van AI een overzicht van de bij de NZa gemelde overnames van tandartspraktijken in de afgelopen jaren. Ook analyseerde hij welke private equity partijen overnemen. Bekijk het overzicht.

overname 1

In deze grafiek is te zien dat de piekjaren van tandartspraktijkovernames in 2018 en 2021 lagen. Daarna is het aantal overnames gedaald tot zo’n 40 in 2025.

Bekijk het overzicht

Door wie overname

 

In een tweede grafiek laat Vaartjes zien door welke ketens de overnames werden gedaan.

overname 2

Bekijk zijn overzicht voor detailinformatie.

In 2025 namen deze ketens tandartspraktijken over:

Tandarts Today – 9 overnames
Dutch Dental Group – 6
Gaev Dental – 5
Clinias Dental Group – 4
Dental Clinics – 4
Colloseum Dental Klinieken – 3
Excent tandtechniek – 2
lassus tandartsen – 2
Amalia Groep – 1
Mondzorg Centrum Stadskanaal – 1
OC – 1
Orthocenter – 1
Prime Dental Alliance – 1
Proclin Nederland – 1

Private Equity Nederlandse tandheelkunde

De analyse van Vaartjes laat zien dat er ruim 500 praktijken in handen zijn van private equity.
Dit komt neer op zo’n 13% van de praktijken, waarbij zij een geschat omzetaandeel van 30% hebben.
Er zijn ruim 21 actieve ketens in Nederland en 60% van de overnames kwam van private equity (2023).

De grootste private equity eigenaren zijn: Nordic Capital (Zweeds), Jacobs Holding (Zwitsers) en Axcel (Deens).

Lees meer over de Private Equity eigenaren

Lees ook: 462 tandartspraktijken overgenomen in Nederland sinds 2018

 

 

 

Lees meer over: Financiële diensten, Ondernemen
duurzaam 1

Duurzame mondzorg vergt samenwerking en durf

Duurzaamheid vergt meer inspanning, samenwerking en durf van alle actoren in de mondzorg. Dit werd duidelijk tijdens de KNMT-conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’ op 6 november.

Bijdragen

Ook de mondzorg zal moeten bijdragen aan minder CO2-uitstoot en minder afval voor een gezonde leefomgeving. “Als we zo doorgaan, dan putten we onze aarde uit en dragen we als zorg bij aan een aarde die ziekmakend is. En dat willen we als zorgverleners niet”, aldus Angelica Setiaman, tandarts en initiatiefnemer van de conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’, waarvoor zo’n 45 vertegenwoordigers uit de dentale wereld zich hadden verzameld in De Moestuin in Utrecht.

Hobbels
Gesproken werd over hoe de mondzorg duurzamer kan worden gemaakt. Duidelijk werd dat er de nodige hobbels zijn op weg naar meer duurzaamheid. Zo kan wet- en regelgeving – bijvoorbeeld op het gebied van infectiepreventie – duurzaamheid in de weg staan, zijn duurzame producten vaak duurder en is veelal niet duidelijk hoe vervuilend een product is en of er een duurzaam alternatief is. Dit zou anders kunnen en moeten.

Stappen
Toch kunnen er al stappen gezet worden om een mondzorgpraktijk te verduurzamen. Bijvoorbeeld door als mondzorgteam in een praktijk na te denken over wat duurzamer kan. Dat kan ook nog eens geld opleveren, bijvoorbeeld als je stopt met het gebruik van plastic spoelbekertjes en disposable hoofdsteunhoezen bij elke patiënt. En zo krijg je een win-winsituatie, aldus een van de aanwezige tandartsen.

Ook kun je met een groepje tandartsen samen naar duurzame producten vragen bij dental depots en industrie, waardoor er meer vraag en aanbod ontstaat.

‘Duurzame mondzorg, als je durft…”, zo verwoordde tekenaar Flos Vingerhoets het in haar getekende verslag van de conferentie.

Om duurzaamheid in de mondzorg daadwerkelijk verder te helpen is het nodig dat alle actoren in de mondzorg gaan samenwerken, elkaar opzoeken en kennis delen, was de slotconclusie.

Aan het eind van de conferentie bood kunstenares Rebecca Banens haar kunstwerk ‘Ivoor’ gemaakt van mondzorgafval aan KNMT-bestuurder Rinke Rinke Blok aan. Met dit kunstwerk in de vorm van een slagtand van een olifant vraagt de kunstenares aandacht voor het thema duurzaamheid in de mondzorg.

duurzaam 2

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Onderzoekers van de Rutgers School of Dental Medicine in New Jersey suggereren dat natuurlijke mondspoelmiddelen op kruidenbasis schadelijke bacteriën doden en nuttige bacteriën juist intact laten, in tegenstelling tot traditionele aseptische mondspoelingen.

Mondspoelingen

Onderzoekers van Rutgers Health suggereren dat mondspoelingen 99,9% van de bacteriën in je mond doden en daarmee zowel goede als slechte bacteriën elimineren. Studies toonden aan dat natuurlijke mondspoelmiddelen met kruiden selectief de ziekteverwekkende bacteriën doden en de beschermende microben juist behouden blijven.
De onderzoekers hebben het mondspoelmiddel StellaLife VEGA Oral Care getest en vergeleken met twee conventionele mondspoelmiddelen, namelijk chloorhexidine en Listerine Cool Mint.

Resultaten van het onderzoek

Onderzoekers hebben verschillende mondbacteriën blootgesteld aan elke mondspoeling en de groei van bacteriën gevolgd gedurende meerdere dagen. Het onderzoek laat zien dat de natuurlijke spoeling schadelijke bacteriën zoals Fusobacterium nucleatum en Porphyromonas gingivalis verminderd, terwijl nuttige bacteriesoorten zoals streptococcus oralis en veillonella parvula konden overleven.
Mondspoelmiddelen Chloorhexidine en Listerine vertoonden geen selectiviteit en elimineerden zowel schadelijke als nuttige bacteriën.

Conclusie

Volgens de auteurs zou het doel voor mensen die mondspoeling gebruiken zijn om de natuurlijke afweer van de mond te versterken en niet te vernietigen. Zij geven daarnaast aan dat antiseptische mondspoeling nuttig kan zijn voor kortdurend gebruik tegen specifieke ziekten in de mond, maar niet voor langdurig gebruik.

Bron:
Rutgers

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Voorbeeld salaris reglement

KNMT ziet af van onderhandelingen over een cao

De ledenraad van de KNMT heeft het bestuur gevraagd om duidelijkheid te geven over de mogelijke start van cao-onderhandelingen. Na bestudering van het conceptrapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden en het advies van de ledenraad, heeft het bestuur besloten dat de omstandigheden op dit moment niet gunstig zijn om een cao-traject te beginnen.

Zorgen binnen de ledenraad

Binnen de ledenraad leven zorgen over de financiële risico’s die een cao met zich mee kan brengen. Daarbij wordt gewezen op de recente tariefdalingen, de onzekerheid rond de handhaving op schijnzelfstandigheid en de mogelijke stijging van loonkosten. Volgens de ledenraad maken deze factoren het onverstandig om nu cao-onderhandelingen te starten.

Hoewel het verzoek om duidelijkheid het geplande besluitvormingsproces versnelt, vindt de ledenraad het belangrijk dat de achterban tijdig weet waar zij aan toe is. KNMT-voorzitter Hans de Vries licht toe:
“Voor ons als bestuur is draagvlak in onze achterban cruciaal voor we aan een eventuele cao gaan werken. Daarbij speelt de mening van de ledenraad als hoogste orgaan een heel belangrijke rol.”

Bevindingen commissie Arbeidsvoorwaarden

Het rapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden zal op 12 december worden besproken tijdens de Algemene Vergadering. Hoewel het document nog niet volledig afgerond is, zijn de belangrijkste lijnen en voorlopige conclusies al bekend. Tijdens het overleg van 28 oktober uitte ook de commissie zelf zorgen over de financiële haalbaarheid en het juiste moment voor het starten van cao-onderhandelingen.

Bestuursbesluit

Het bestuur heeft, mede naar aanleiding van vragen uit het veld, de zorgen van de commissie en het dringende advies van de ledenraad, besloten om nu al helderheid te bieden. De conclusie is dat de tijd momenteel niet rijp is voor de invoering van een cao in de mondzorg.

Reactie van sociale partners

De sociale partners zijn op 5 november geïnformeerd over dit besluit. Zij spreken van een teleurstellende uitkomst voor medewerkers in de mondzorgsector en hebben aangegeven hun ongenoegen daarover mogelijk via de media kenbaar te maken.

Vervolgstappen

De definitieve resultaten van het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden worden, zoals gepland, gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op 12 december. Leden zijn uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn en vragen te stellen.
Zoals gebruikelijk ontvangen praktijkhouders bovendien richtlijnen om de salarissen binnen hun praktijk te kunnen indexeren.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel