Naald

Update: alternatieven voor recappen om prikaccidenten te voorkomen

Het terugplaatsen van doppen op gebruikte injectienaalden, ook wel ‘recappen’ genoemd, is voor medewerkers van mondzorgpraktijken al geruime tijd verboden om prikaccidenten te voorkomen. Maar wat is precies het risico van een prikaccident en welke veilige oplossingen zijn er tegenwoordig beschikbaar om compleet te kunnen stoppen met recappen? Hieronder vind je de meest recente informatie over dit onderwerp.

Wet- en regelgeving

Het recappen van naalden is in Nederland verboden voor personeel in loondienst, zoals vastgelegd in het Arbobesluit (artikel 4.97, lid d). Opvallend is dat dit verbod formeel alleen geldt voor medewerkers in loondienst; zelfstandigen vallen hier niet onder en mogen in theorie wél recappen. Ook de KNMT en EU-richtlijnen raden recappen zonder veilige methoden sterk af. Zo staat in de Richtlijn Infectiepreventie in mondzorgpraktijken van de KNMT dat recappen door mondzorgverleners in loondienst niet is toegestaan. Daarnaast schrijven de Arbowet en de Wkkgz voor dat naaldveiligheidssystemen verplicht moeten worden gebruikt.

Prikaccidenten

Prikaccidenten komen in de tandheelkunde regelmatig voor: wereldwijd rapporteert ongeveer 44% van tandartsassistenten en tandheelkundestudenten minstens één incident met een gebruikte naald. In 2025 (t/m half december) waren er bij de meldlijn PrikPunt van VaccinatieZorg 9.872 meldingen van prikaccidenten door tandartsen en mondhygiënisten, zegt Annemarie Bol van VaccinatieZorg. Daarvan waren er 3.946 met een verdovingsnaald. Hiervan was bij 2.349 gevallen de oorzaak recappen of het gevolg van recappen. Een flink aantal dus.

Het aantal door tandartspraktijken gemelde prik-, bijt-, snij-, spat- en krabaccidenten is in 2024 iets hoger dan in 2023. In 2024 werden er 1012 meldingen bij PrikPunt gedaan, terwijl dat er het jaar ervoor 812 waren. Dat meldt PrikPunt, volgens de KNMT.

Risico’s bij prikaccidenten

Een prik met een gebruikte naald kan leiden tot overdracht van bloedoverdraagbare ziektes zoals hepatitis B (HBV), hepatitis C (HCV) of HIV. Het risico op besmetting hangt onder andere af van de aanwezigheid van zichtbaar bloed.

Is er geen bloed zichtbaar, dan wordt het gezien als een laagrisico-incident; besmetting met hepatitis B is in dat geval nog steeds mogelijk, maar de kans op infectie met hepatitis C of HIV is zeer klein. Tandartsen en mondhygiënisten kunnen altijd bellen met het PrikPunt van VaccinatieZorg voor een risico inschatting. Voor de meldlijn PrikPunt is wel een aansluiting van de praktijk nodig, via de KNMT of rechtstreeks zonder KNMT-lidmaatschap.

Bij prikaccidenten met zichtbaar bloed is het risico hoger: dan is besmetting met hepatitis B, hepatitis C en HIV reëel.

Vaccinatie tegen hepatitis B

Vaccinatie is de enige manier om je te beschermen tegen hepatitis B; voor hepatitis C en HIV bestaat geen vaccin. Voor medewerkers in de mondzorg die risicohandelingen uitvoeren is vaccinatie tegen hepatitis B daarom verplicht. De werkgever is verantwoordelijk voor het aanbieden van de vaccinatie en moet in de praktijk zowel het vaccinatiebewijs als een recente titerbepaling bewaren.

Toch blijkt in de praktijk dat dit niet altijd goed gebeurt. Uit een recente steekproef (2024) van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) komt naar voren dat bij 18% van de medewerkers niet kan worden aangetoond dat zij voldoende antistoffen hebben. Dat is zorgelijk, omdat besmetting via bloed, speeksel of contact met slijmvliezen van mond, neus en ogen een reëel risico vormt voor zowel zorgverleners als patiënten. De IGJ constateert bovendien dat de situatie sinds 2019 niet is verbeterd. Ondanks eerdere aanbevelingen beschikken veel praktijken nog steeds niet over volledige documentatie van vaccinatiestatusen titerbepalingen. De praktijken die in de recente steekproef zijn bezocht hebben inmiddels wel maatregelen genomen en voldoen nu aan de richtlijnen, maar de inspectie benadrukt dat alle mondzorgpraktijken aan deze wettelijke verplichtingen moeten voldoen, ook wanneer zij nog niet zijn gecontroleerd.

Sinds het vernieuwde IGJ-toetsingskader (2023) is bovendien vastgelegd dat praktijken niet alleen moeten registreren dat medewerkers gevaccineerd zijn, maar ook moeten aantonen dat de titerwaarde voldoende is (meer dan 100 IE/L) of dat een passende follow-up is uitgevoerd bij non-responders. Hiermee wordt het risico op overdracht van hepatitis B verder beperkt.

Accidenten voorkomen

Veel prikaccidenten ontstaan tijdens het verplaatsen of opruimen van naalden, bij onverwachte bewegingen van de patiënt, bij het gebruik van de tweehandentechniek of wanneer er geen stoelassistentie aanwezig is. Door geconcentreerd te werken, alert te blijven bij het toedienen van injecties en veilige werkroutines en opbergmethoden te hanteren, kan het risico op prikaccidenten aanzienlijk worden verminderd. Training speelt hierbij een belangrijke rol: het vergroot kennis en compliance en regelmatige herhaling via e- learning en praktijkdemonstraties stimuleert veilig werkgedrag.

Daarnaast kunnen tandartspraktijken concrete maatregelen implementeren om prikaccidenten verder te reduceren. De éénhandsmethode moet consequent worden toegepast en engineering controls zoals ESIP-naaldsystemen en automatische naaldverwijderaars bieden extra veiligheid. Het opstellen van protocollen en het gebruik van checklisten helpen om veilig werken systematisch te borgen.

Alternatieven voor recappen

Om prikaccidenten te voorkomen, is het belangrijk om veilige werkmethoden te gebruiken. Daarnaast zijn er producten beschikbaar die het recappen overbodig maken en de veiligheid sterk verhogen. Deze oplossingen verminderen de kans op incidenten aanzienlijk, zoals:

  • NeedleOff & NeedleCover

    Hoe werkt het? Na de injectie wordt NeedleCover eenvoudig over de naald geschoven voor veilige tijdelijke opslag en transport. NeedleCover wordt pas ontgrendeld als de spuit in NeedleOff is ingevoerd, waarna de naald gemotoriseerd wordt verwijderd en direct veilig wordt opgeslagen in de Sharptainer.
    Voordelen: Het enige integrale en herbruikbare veiligheidssysteem voor automatische naaldverwijdering dat veilig delegeren van naaldverwijdering mogelijk maakt, geschikt is voor alle schroefnaalden, en de hoeveelheid medisch afval significant terugdringt. Kan dankzij NeedleCover worden gebruikt voor alle behandelkamers.
    Nadelen: NeedleOff moet eenmalig worden aangeschaft en het apparaat vraagt periodiek onderhoud.

  • Ultra Safety Plus Twist

    Hoe werkt het? Een zelfpoortende wegwerpcarpule wordt na de injectie met een eenvoudige twist-lock wordt vergrendeld. Hierdoor blijft de naald veilig in de houder en kan deze niet meer per ongeluk worden aangeraakt.
    Voordelen: Dit systeem verkleint de kans op prikaccidenten tot vrijwel nul. De carpule is transparant, waardoor je de inhoud goed kunt controleren en hij is compatibel met verschillende soorten vullingen.
    Nadelen: Er zijn wel extra kosten aan verbonden en voor het gebruik zijn speciale houders en cartridges nodig.

  • Safe-Point naaldverwijderaars

    Hoe werkt het? Bij de Safe-Point naaldverwijderaars wordt de gebruikte spuit in de
    naaldinvoer gestoken, waarna door een intern mechanisme de naald wordt vastgegrepen en van de spuit wordt losgeschroefd. De naald wordt vervolgens automatisch in de
    naaldcontainer gedeponeerd.
    Voordelen: Het is een veilig, eenvoudig en razendsnel systeem dat prikaccidenten effectief voorkomt.
    Nadelen: De Safe-Point is alleen geschikt voor specifieke typen naalden, waardoor niet elke spuit of naald ermee te gebruiken is.

  • Miramatic holder

    Hoe werkt het? De Miramatic holder is een veiligheidshouder waarin de naald verticaal geplaatst kan worden. Zowel het plaatsen als het er weer uitnemen kan met één hand gedaan worden, waardoor er minder risico op prikaccidenten is. Met dit hulpmiddel is recappen veiliger, maar er wordt dus nog wel gerecapt.
    Voordelen: Het voorkomt directe blootstelling aan de naald.
    Nadelen: De naald wordt niet volledig afgeschermd, waardoor er na gebruik nog enige voorzichtigheid nodig blijft.

  • Wegwerpspuiten met ESIP-systeem

    Hoe werkt het? Deze spuiten hebben een geïntegreerd veiligheidssysteem dat na de injectie automatisch of met een eenvoudige handeling de naald afschermt. De bescherming schuift over of langs de naald, waardoor terugprikken wordt voorkomen.
    Voordelen: Het ESIP-systeem zorgt voor directe naaldbescherming en verkleint de kans op prikaccidenten aanzienlijk.
    Nadelen: Het vraagt enige training om het systeem correct te gebruiken en de aanschafkosten liggen hoger dan bij standaard wegwerpspuiten.

Nieuwe alternatieven

In de afgelopen jaren zijn een volledig nieuwe versie van NeedleOff en NeedleCover toegevoegd als nieuwe oplossingen voor veilig naaldbeheer. Beide systemen bieden een verbeterde compatibiliteit met verschillende soorten spuiten en naalden, waardoor ze in uiteenlopende praktijksituaties inzetbaar zijn. Daarnaast verhogen ze de veiligheid tijdens het verwijderen, vastleggen en verwerken van gebruikte naalden, wat de kans op prikaccidenten aanzienlijk verkleind.

Wat te doen na een prikaccident?

Mocht er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch een prikincident plaatsvinden, volg dan de
volgende stappen:

  • Laat de wond goed uitbloeden.
  • Reinig de wond met water en breng vervolgens alcoholdesinfectans aan.
  • Meld het incident direct bij het PrikPunt of de Arbodienst.
  • Volg het LCI-stappenplan:
    – Beoordeel het risico van het prikaccident.
    – Indien nodig brononderzoek naar HBV-, HCV- en HIV.
    – Overweeg zo nodig postexpositiebehandeling (PEP).

Richtlijn prikaccidenten

Het RIVM heeft een Richtlijn prikaccidenten opgesteld waarmee op gestructureerde wijze kan worden ingeschat wat het risico is op infectie met hepatitis B, hepatitis C en HIV na een prikincident. Op basis van het vastgestelde risico geeft de richtlijn concrete adviezen om jezelf tegen infecties te beschermen. Daarnaast is de RIVM/LCI-richtlijn recent herzien, met extra nadruk op het snel nemen van maatregelen voor postexpositiebehandeling (PEP) om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden.

Update december 2025

Door Ilona van der Werf, met medewerking van Mariëtte Schorfhaar, Hogeschool
Utrecht en Annemarie Bol van de meldlijn PrikPunt Vaccinatiezorg.

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Partnernieuws, Partnernieuws, Praktijkhygiëne, Thema A-Z, Wet- en regelgeving
Effecten van veganistische tandpasta’s

Effecten van veganistische tandpasta’s

Een studie onlangs gepubliceerd in het Journal of Esthetic and Restorative Dentistry laat zien dat er onvoldoende bewijs is om veganistische tandpasta te gebruiken. Veganistische tandpasta’s zorgen echter niet voor verlies van glazuurhardheid of nadelige effect op het mineraalgehalte of de morfologie.

Onderzoek

Het doel van het onderzoek was om veranderingen in kleur en witheid, verlies van oppervlaktehardheid, ruwheid, het mineraalsgehalte en morfologie van glazuur te onderzoeken wanneer er gepoetst wordt met veganistische tandpasta.
Met behulp van glazuurblokken die met zwarte thee waren gekleurd werden gedurende 15.000 en 30.000 poetsbeurten en verschillende veganistische tandpasta’s en controletandpasta’s gepoetst.
De kleur, oppervlaktehardheid en ruwheid werden gemeten bij aanvang, na 15.000 poetsbeurten en na 30.000 poetsbeurten. Het mineraalgehalte en de oppervlaktemorfologie werden na 30.000 poetsbeurten gemeten. Er werden in totaal 9 veganistische tandpasta’s getest namelijk Colgate total 12 clean mint (CT), product met kurkuma- kruidnagel- en tea tree-extract (CC), tandpasta met kamille-, mellisse- en druivenextract (CA), formule met pepermunt- en kurkuma-extract (CH), Colgate zero mint (ZM), Colgate zero peppermint (ZH), Mint everest (ME), tandpasta met houtskool en munt (CM), herbal anis munt- en tea tree-tandpasta (HA).

Resultaten

De resultaten lieten zien dat na 15.000 poetsbeurten geen verschillen in kleur of oppervlaktehardheid werden waargenomen tussen de groepen. Na 30.000 poetsbeurten vertoonden de tandpasta’s ZM, ZH, ME en CM hogere kleurwaarden dan de controlegroep. Tandpasta CC had de hoogste oppervlaktehardheid. De ruwheid nam toe voor alle groepen.
Alle tandpasta’s produceerden een negatieve witheidsindex, waarbij de mineraalinhoud of oppervlaktemorfologie van het glazuur niet werd beïnvloed.

Conclusie

Hoewel veganistische tandpasta’s niet zorgden voor verandering in hardheid van het glazuur en geen nadelige effecten had op de glazuurmorfologie, werd er ook geen potentieel witmakend effect waargenomen bij de veganistische tandpasta’s. Er is weinig bewijs om het gebruik van de veganistische tandpasta’s te ondersteunen volgens de auteurs.

Bron:
Journal of Esthetic and Restorative Dentistry

Lees meer over: Dental Expo, Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
statistieken, modellen

Deadline openbare jaarverantwoording over 2025 niet haalbaar? Vraag dan vóór 1 april 2026 uitstel aan

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kondigde afgelopen najaar een nieuwe uitstelregeling aan voor de openbare jaarverantwoording. De vierde inmiddels, bedoeld voor (mond)zorgaanbieders die de wettelijke aanleverdeadline niet halen door ‘capaciteitsproblemen bij hun financiële dienstverlener’. Vraagt u vóór 1 april uitstel aan, dan krijgt u uitstel tot 1 oktober.

Onhaalbare deadline

Veel mondzorgaanbieders hebben moeite met de huidige aanlevertermijn. Vóór 1 juni moet wettelijk de jaarverantwoording over het voorgaande boekjaar gedaan zijn. Vaak verlenen eerstelijns zorgaanbieders zelf zorg en maken gebruik van de diensten van in de zorg gespecialiseerde kantoren. Denk aan de accountant, administrateur of belastingadviseur. Deze dienstverleners werken het volle jaar door aan jaarrekeningen van zorgaanbieders, waardoor het onmogelijk is voor alle cliënten in mei al alles op orde te hebben voor de jaarverantwoording. Bovendien stelt VWS ook nog eens extra eisen, bovenop het reguliere werk voor bijvoorbeeld de belastingaangifte.

Pleidooi voor uitstel

Niet helemaal voor niks dus dat er sinds de invoering al drie eerdere uitstelregelingen het licht zagen. Maar: het betreft een structureel probleem. VvAA en Van Helder bepleitten dit najaar bij het ministerie van VWS dan ook een structurele oplossing voor dit probleem: het daadwerkelijk verplaatsen van de wettelijke deadline. Dit voorstel werd openlijk onderschreven door twintig andere gespecialiseerde dienstverleners.

Geen structurele oplossing

Ondanks deze brede steun en de aanhoudende problemen in de praktijk kozen VWS en de NZa opnieuw voor een tijdelijke uitstelregeling, zo lieten ze ons half november in een schriftelijke reactie weten. Tot onze teleurstelling. Hoewel het uitstel tot 1 oktober de komende jaren verlichting biedt, blijft de wettelijke deadline dus ongewijzigd. Zorgaanbieders die deze niet halen, moeten hierdoor actief een verzoek tot uitstel indienen. Extra regeldruk dus. Niet alleen voor de zorgaanbieder, maar ook voor de NZa, die hierdoor minder tijd overhoudt voor het toezicht houden op de ‘juiste besteding van collectieve middelen’. Terwijl dit uiteindelijk toch het doel is van de jaarverantwoording.

Uitstel aanvragen?

De NZa legt de nieuwe uitstelregeling vast in dezelfde Beleidsregel waarin ook de vorige uitstelregeling staat. Het is verstandig tijdig met uw dienstverlener (VvAA of een ander in de zorg gespecialiseerd kantoor) af te stemmen over de noodzaak om uitstel aan te vragen en de timing ervan. Uitstel aanvragen moet in ieder geval vóór 1 april 2026, via het daarvoor bestemde NZa-portaal.

 

Door: Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant VvAA

Wtza

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Recht, uitspraak, mondzorg

Rechtszaak: Wat ging er mis na de overname van MC Dent?

In december 2025 deed de rechtbank uitspraak in de civiele zaak tussen tandartsketen Atlas Dental Care en Karel Tanka, voormalig praktijkhouder van MC Dent. Wat speelde er precies tussen de partijen, hoe oordeelde de rechtbank en welke lessen zijn er voor de mondzorgsector naar aanleiding van deze zaak?

In 2004 opende Tanka zijn praktijk MC Dent. Toen hij richting zijn pensioen wilde toewerken, besloot hij zijn praktijk te verkopen aan een partij die zijn vertrouwde manier van werken en de kwaliteit van mondzorg zou voortzetten. Na een zoektocht kwam hij uit bij Atlas Dental Care, een commerciële organisatie die eind 2019 werd opgericht. Volgens de eigen website bouwt deze tandartsketen aan een alliantie van tandartspraktijken en ondersteunt zij deze onder meer op administratief, financieel, juridisch en organisatorisch vlak.

Per 1 januari 2022 nam Atlas Dental Care de praktijk officieel over. Onderdeel van de afspraken was dat Tanka als zzp-tandarts aan de praktijk verbonden zou blijven, evenals zijn vrouw Alexandra Tanka-van Dijck, die ook een functie binnen de praktijk had en nu bij Atlas in dienst bleef op basis van een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Moeizame samenwerking

In eerste instantie verliep de overname soepel, maar na verloop van tijd ontstonden er steeds meer spanningen die de samenwerking bemoeilijkten. Zo merkte Tanka dat zijn positie binnen de praktijk veranderde: patiënten werden bij hem weggehaald en hij kreeg minder behandelruimte. Daarnaast kwam zijn vrouw erachter dat er binnen de organisatie een intern dossier werd opgebouwd, waarin haar collega’s werden verzocht informatie over haar functioneren vast te leggen. Volgens haar gebeurde dit in het kader van een mogelijk ontslagtraject.

Aanpassingen in declaraties

Ook werd Tanka door een collega erop geattendeerd dat er mogelijk sprake zou zijn van fraude. Tanka ging zelf op onderzoek uit en zag dat declaraties die op vrijdag waren ingevoerd, op maandagen afwijkingen vertoonden. Wat bleek: in het weekend (toen de praktijk gesloten was) werd in het systeem ingelogd waarna tijden en behandelingen werden aangepast. Aangezien Tanka in die periode niet over een VPN-verbinding beschikte en niet vanuit huis kon inloggen, kon hij deze wijzigingen onmogelijk zelf hebben aangebracht. Hoewel deze vermoedelijke onregelmatigheden werden gemeld, schreef Atlas de verschillen in de declaraties toe aan een verouderd systeem, en volgens Tanka werden zijn kritische opmerkingen niet op prijs gesteld.

Ontslag

Naarmate de spanningen toenamen, besloot Atlas Dental Care in juli 2022 Tanka te ontslaan als tandarts. Tanka ziet dit ontslag als een bevestiging van een strategie die volgens hem vanaf het begin bestond. Volgens Atlas was het ontslag het gevolg van Tanka’s moeite om zich aan te passen aan veranderingen binnen de praktijk. Tanka bestrijdt dit echter en verklaart dat hij werd gedwongen instructies van Atlas op te volgen die niet waren vastgelegd in de koopovereenkomst.

Toen Tanka vervolgens elders in de mondzorg aan de slag ging, stelde Atlas dat dit een overtreding van het concurrentiebeding betrof: hij zou volgens hen binnen drie jaar en binnen een straal van 25 kilometer rond Breda niet mogen werken. Naar aanleiding daarvan eiste Atlas Dental Care een miljoenenboete.

Door deze ontwikkelingen kwamen ook de afspraken over de financiën en de overname onder druk te staan. Atlas weigerde de uitgestelde koopsom te betalen en bestempelde Tanka als ‘bad leaver’, waardoor hij volgens hen zijn rechten verloor. Daarnaast bleef betaling uit van twee maanden honorarium, terwijl ook het salaris van zijn vrouw gedurende negen maanden niet werd uitbetaald.

Als gevolg van deze escalatie startte Tanka een civiele procedure tegen Atlas Dental Care.

Vonnis

De zaak diende in september 2025 en op 17 december 2025 volgde de uitspraak. De rechter stelde Tanka volledig in het gelijk: Atlas Dental Care moet zowel de volledige resterende koopsom als de openstaande honoraria betalen. De door Atlas geëiste boete in verband met het concurrentiebeding werd niet bewezen geacht en komt te vervallen. Ook de door Atlas geëiste extra vergoeding, stellende dat Tanka informatie over de psychische gezondheid van zijn vrouw zou hebben verzwegen, bleek ongegrond. Atlas heeft hiervoor een rectificatie geschreven, waarin wordt bevestigd dat deze bewering onjuist was. Voor het echtpaar betekende de uitspraak vooral erkenning. “Het is een opluchting dat de rechter heeft bevestigd dat de afspraken nagekomen moeten worden. Het ging ons niet alleen om het geld, maar om rechtvaardigheid.”

Rechtbank: Vermeende fraude onvoldoende onderbouwd

De rechtbank constateert dat de vermeende fraude met declaraties onvoldoende is onderbouwd. Het aangevoerde bewijs, waaronder voorbeelden van opzettelijk veranderde behandelcodes en verhoogde declaraties, is onvoldoende weerlegd en biedt daarom geen grondslag voor de beschuldigingen. Bovendien gaat het om een beperkt aantal fouten, waarbij ook de mogelijkheid van onbedoelde vergissingen aanwezig is, zo staat beschreven in het vonnis.

Breder signaal aan de mondzorgsector

Het echtpaar geeft aan dat hun verhaal verder gaat dan hun eigen rechtszaak. Zij zeggen: “De vergrijzing van de sector zorgt ervoor dat steeds meer praktijken worden overgenomen door commerciële ketens en niet altijd verloopt dat zonder risico’s. Het gaat niet alleen om geld of contracten. Het gaat om zorg, vertrouwen en integriteit. Wij hebben jarenlang hard gewerkt om een praktijk op te bouwen die patiënten goede zorg biedt en zien hoe het na de overname is verlopen. Achteraf hadden we elk contract juridisch moeten laten toetsen. Dat raad ik iedereen aan. Je kunt te goeder trouw zijn, maar als je niet kritisch kijkt, kunnen afspraken alsnog onder druk komen te staan.”

“Hoewel de rechtbank oordeelde dat fraude met declaraties onvoldoende is komen vast te staan, roept de gang van zaken volgens Tanka wel vragen op over de manier waarop sommige commerciële ketens zijn ingericht. Vanuit zijn ervaring na de overname zag hij binnen de praktijk de nadruk steeds meer verschuiven naar financiële doelstellingen. In dat kader wijst hij op een valkuil bij dergelijke organisaties: de focus op rendement. “Het primaire doel zou altijd goede mondzorg moeten zijn. Zorg gaat boven opbrengst. Dat is de kern: een praktijk runnen voor patiënten, niet alleen voor cijfers.”

Hun boodschap is helder: integriteit en kwaliteit van zorg mogen nooit wijken voor financiële gewin, ook niet in een groeiende commerciële omgeving.

Lees hier het volledige vonnis

Interview met Karel Tanka en Alexandra Tanja-Van Dijck, door Ilona van der Werf.

 

Bekijk ook de video met interview van het tandartsechtpaar bij Eenvandaag

Lees meer over: Interview, Ondernemen, Opinie, Wet- en regelgeving
Tandpasta

Duurzaam tandenpoetsen zonder concessies aan mondgezondheid

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven, en ook in de mondzorg valt winst te behalen. Volgens tandarts en duurzaamheidsadviseur Angelica Setiaman is het belangrijk om bewuste keuzes te maken bij gebruik van mondzorgproducten, zonder dat dit ten koste gaat van een goede mondgezondheid. In een interview in Trouw vertelt zij hierover.

Tandenpoetsen is een dagelijkse gewoonte en juist daarom heeft de gebruikte materialenkeuze impact. Wereldwijd belandt dagelijks een enorme hoeveelheid plastic in het milieu. Mondverzorgingsproducten vormen daarvan slechts een klein aandeel, maar zijn wel typisch voorbeelden van kortlevende wegwerpproducten. Wie elke drie maanden een nieuwe tandenborstel gebruikt, verbruikt er in een leven al snel honderden.

Milieu-impact van verschillende typen tandenborstels

Onderzoek van University College London en Trinity College Dublin vergeleek de milieu-impact van verschillende typen tandenborstels via een levenscyclusanalyse. Daarbij werd gekeken naar de totale belasting: van productie tot afval. De handtandenborstel met vervangbare borstelkop bleek de meest duurzame optie. Op de tweede plaats eindigde de bamboetandenborstel, mits deze volledig biologisch afbreekbaar is en geen nylon haren bevat. De elektrische tandenborstel scoorde het minst gunstig.

Mondhygiëne werd in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dat is volgens Setiaman deels logisch: “In principe maakt het niet veel uit waarmee je poetst, als je het maar goed doet.” Wel merkt zij op dat elektrisch poetsen voor sommige mensen praktisch kan zijn, bijvoorbeeld doordat kleine borstelkoppen lastige plekken beter bereiken. Haar advies blijft daarom: volg vooral het advies van je eigen tandarts.

Voor wie elektrisch poetst, zijn er manieren om dit duurzamer te doen. Minder vaak opladen bespaart energie en verlengt de levensduur van de batterij. Is de batterij versleten, dan kan vervanging soms een alternatief zijn voor volledige vervanging van de borstel. Is reparatie niet meer mogelijk, lever het apparaat dan in bij een geschikt inzamelpunt.

Bewuste keuze bij tandpasta

Ook bij tandpasta valt een bewuste keuze te maken. Setiaman benadrukt het belang van fluoride: “Dat is essentieel voor het voorkomen van cariës.” In sommige natuurlijke of biologische tandpasta’s ontbreekt fluoride, wat nadelig kan zijn voor de mondgezondheid. Daarnaast bevatten sommige producten nog steeds microplastics, ondanks eerdere afspraken om deze uit cosmetica te weren. Wie dit wil vermijden, kan ingrediëntenlijsten controleren of gebruikmaken van de scan-app Beat the Microbead.

Verpakkingen en extra producten

Verpakkingen spelen eveneens een rol. Recyclebare tubes en kartonnen doosjes horen gescheiden te worden weggegooid om hergebruik mogelijk te maken. Extra producten zoals mondwater zijn volgens Setiaman meestal niet nodig en kunnen bij langdurig gebruik zelfs nadelige effecten hebben.  Bij specifieke klachten of op advies van een tandarts kan mondwater tijdelijk zinvol zijn. Anders geldt volgens haar: “Hoe minder overbodige producten, hoe beter – voor je mond én voor het milieu.”

Een duurzame poetsroutine begint dus bij bewuste keuzes, maar blijft altijd ondergeschikt aan goede mondzorg. Zoals Setiaman het samenvat: preventie is niet alleen gezonder, maar uiteindelijk ook de meest duurzame optie.

Bron:
Trouw

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Salarisscan

SalarisScan 2025 uitkomsten: Wat verdient een tandarts, mondhygiënist, (preventie)assistent en praktijkmanager?

Voor praktijkhouders én voor medewerkers is het goed om een beeld te krijgen van de gebruikelijke salarissen om te weten of het betaalde of het ontvangen salaris marktconform is. Wij deden een update onderzoek in oktober 2025 over de salarissen in de mondzorg, een initiatief van dentalinfo.nl en Dental Management Toolkit. Wij hebben de uitkomsten van dit onderzoek anoniem verwerkt.

Download het overzicht van de gemiddelde salarissen van mondzorgmedewerkers werkend als ZZP’er

Download het overzicht van de gemiddelde salarissen van mondzorgmedewerkers in loondienst

De salarisscan is een initiatief van dentalinfo.nl en Dental Management Toolkit

Dental Management Toolkit

Lees meer over Dental Management Toolkit: Database met 200+ documenten en video’s voor praktijkmanagement

Dental Management Toolkit: Online protocollen, video’s en tips

Iedere praktijk is anders. Je wilt daarom zelf invulling geven aan de organisatie van je praktijk. De Dental Management Toolkit helpt je hierbij. De Dental Management Toolkit is een database met 200+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie. Vanuit onze ervaring bij veel praktijken geven we oplossingen voor vragen en problemen die leven in praktijken. Daarmee is de Dental Management Toolkit geschikt voor alle praktijken – van klein tot groot – die zelf aan de slag willen gaan om hun praktijk op orde te krijgen en willen werken aan het praktijkmanagement van hun praktijk. Lees meer

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Partnernieuws, Partnernieuws, Personeel
zzp'ers in de mondzorg

Kabinet ziet af van zzp-boetes in 2026 na ingrijpen Tweede Kamer

Het kabinet heeft besloten om in 2026 geen boetes op te leggen aan instellingen die werken met schijnzelfstandigen. Aanleiding voor dit besluit is stevige druk vanuit de Tweede Kamer.

De Belastingdienst was voornemens om per 1 januari 2026 actief te gaan handhaven op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Dat zou betekenen dat werkgevers die gebruikmaken van schijnzelfstandigen niet alleen alsnog loonbelasting en sociale premies zouden moeten betalen, maar ook boetes riskeren.

Met name binnen de zorgsector leidde dit voornemen tot grote zorgen. Zorginstellingen gaven aan dat zij zonder de inzet van zelfstandigen hun dienstverlening mogelijk niet volledig kunnen voortzetten. Huisartsen waarschuwden dat sommige huisartsenposten zouden moeten sluiten, terwijl organisaties in de gehandicaptenzorg vreesden dat de continuïteit van zorg voor cliënten met complexe problematiek in gevaar zou komen.

Tijdelijke versoepeling van handhaving

De Tweede Kamer had eerder een motie aangenomen waarin werd opgeroepen tot verlenging van de zogenoemde ‘zachte landing’. Dit houdt in dat de Belastingdienst voorlopig geen boetes oplegt bij controles op schijnzelfstandigheid. De motie, ingediend door D66, Denk en SGP, kreeg steun van een brede Kamermeerderheid, waaronder VVD, FvD, PVV en JA21.

Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen van Financiën gaf aanvankelijk tijdens een commissievergadering op 18 december aan de motie niet te willen uitvoeren. Volgens hem hadden organisaties voldoende tijd gehad om zich voor te bereiden op de aangescherpte handhaving en zou uitstel onrechtvaardig zijn tegenover partijen die hun zaken al op orde hebben.

Geen controles en boetes in 2026

Tijdens het daaropvolgende debat later die dag kwam de staatssecretaris hierop terug. Onder druk van de Kamer zegde hij toe dat in 2026 geen boekenonderzoeken zullen plaatsvinden die nodig zijn om achteraf loonbelasting te innen bij organisaties die mogelijk met schijnzelfstandigen werken. Ook worden er in dat jaar geen boetes opgelegd.

Eerder op de dag was nog gemeld dat de staatssecretaris vasthield aan zijn oorspronkelijke standpunt. Inmiddels heeft hij echter toegezegd tegemoet te komen aan de wens van de Tweede Kamer om de handhaving tijdelijk te versoepelen.

Risicogerichte aanpak

De KNMT meldt dat de Belastingdienst risicogericht te werk gaat. “Dat wil zeggen dat branches waarin sprake is van gedwongen zelfstandigheid, evidente schijnzelfstandigheid en arbeidsmigratie-constructies als eerste aan de beurt zullen zijn bij controles. Hiervan is in de mondzorg geen sprake. Desalniettemin zal de Belastingdienst op een gegeven moment ook op controle gaan bij een mondzorgpraktijk.”

Bronnen:
Skipr en KNMT

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Gedeeltelijk gegronde klacht tegen tandarts wegens onvoldoende vastlegging communicatie parodontale risico’s

Een tandarts krijgt een waarschuwing omdat zij niet voldoende heeft vastgelegd dat een patiënt was geïnformeerd over de risico’s van haar parodontale aandoening. De overige verwijten – verkeerde diagnose en dossieropvraag – zijn ongegrond.

Situatie

Een patiënt bezocht in maart 2025 een spoedtandarts vanwege een plotselinge zwelling bij tand 22. Tijdens dit consult stelde de waarnemend tandarts een diepe pocket en een fors angulair botdefect vast. De vrouw was al jarenlang patiënt bij een andere tandarts, tegen wie zij vervolgens een klacht indiende.
De klacht richtte zich op het feit dat de behandelend tandarts deze parodontale problematiek in eerdere jaren niet zou hebben onderkend, terwijl dat volgens de patiënt aanleiding had moeten zijn voor uitgebreider onderzoek. Daarnaast vond zij dat de tandarts zonder toestemming haar medisch dossier had opgevraagd en dat de dossiervorming onvoldoende was.
De tandarts voerde aan dat de patiënt al jaren bekend was met het probleem, dat zij regelmatig onder behandeling stond bij de mondhygiënist en dat er weinig directe contactmomenten tussen haar en de tandarts waren. Zij erkende wel dat de verslaglegging beter had gekund.

Klacht

De patiënt verwijt de tandarts:

  1. nalatigheid in de diagnostiek en behandeling van de parodontale aandoening;
  2. het niet tijdig signaleren van het botdefect en de verdiepte pocket, met name bij de röntgenfoto in 2018;
  3. gebrekkige dossiervorming;
  4. het zonder toestemming opvragen van haar dossier bij de vorige tandarts.

De tandarts betwistte de verwijten en gaf aan dat:

  • de problematiek al lang bekend was en onder controle leek;
  • de patiënt niet bij haar, maar bij de mondhygiënist kwam voor regelmatige zorg;
  • er geen reden was voor nieuw onderzoek in 2018;
  • en dat het opvragen van het dossier slechts diende om een bestaande foto te verifiëren, zonder toevoeging van nieuwe gegevens.

Beoordeling

Zorgplicht en toetsingskader

Het tuchtcollege beoordeelde of de tandarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts mag worden verwacht. Het zelfstandig handelen van de mondhygiënist valt buiten deze beoordeling.

Diagnostiek en behandeling

De tandarts was zich bij eerdere behandelingen bewust van de parodontale problematiek rond de 22. Uit haar dossiernotities bleek dat zij het aanwezige botdefect kende. Omdat de aard van het probleem al duidelijk was en de patiënt eerder specialistische behandeling had gehad, zou een nieuw uitgebreid parodontaal onderzoek in 2018 weinig hebben toegevoegd.
Het college achtte aannemelijk dat de plotselinge opvlamming in 2025 zelfs bij goede nazorg kan optreden en concludeerde dat de tandarts in haar behandeling niet onzorgvuldig had gehandeld.

Communicatie en dossiervorming

Het college vond wél dat de tandarts de patiënt duidelijker had moeten informeren over de risico’s van haar situatie en dit beter had moeten vastleggen. Uit het dossier bleek niet dat de tandarts had uitgelegd dat zelfs bij goede mondhygiëne een plotselinge verslechtering mogelijk was.
Duidelijke communicatie over risico’s is volgens het college essentieel, zeker wanneer een patiënt niet regelmatig door de tandarts zelf wordt gecontroleerd. De gebrekkige vastlegging in het dossier maakt dat dit onderdeel van de klacht gegrond is.

Opvragen van het medisch dossier

Over dit punt oordeelde het college dat de tandarts niet klachtwaardig heeft gehandeld. De vorige tandarts stuurde geen nieuwe informatie, waardoor geen privacybelang van de patiënt is geschaad.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond. De tandarts had de communicatie over de risico’s van de parodontale problematiek beter moeten documenteren.
De overige verwijten, over diagnostiek, behandeling en dossieropvraag, zijn ongegrond. Omdat de tandarts ter zitting aangaf te hebben geleerd van het incident en het belang van goede verslaglegging erkent, achtte het college een waarschuwing als maatregel passend en voldoende.

Bron:
Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp'er

Nieuwe zzp-wetgeving op lange baan?

Deze zomer ging het kabinet hard door met de nieuwe zzp-wet. Het draagvlak ervoor brokkelt ondertussen echter verder af. Wat betekent dit voor de praktijk?

Hoewel het kabinet het zzp-thema weinig prioriteit meer leek te geven, maakte het de afgelopen maanden juist weer tempo met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Toenmalig minister van SZW stuurde het definitieve wetsvoorstel in juli dit jaar naar de Tweede Kamer en zijn opvolger legde vervolgens in september een nadere uitwerking (in een ‘besluit’) in september voor ter internetconsultatie.

Verkiezingen: draagvlak neemt verder af

Met de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 is het niet onlogisch dat de bewindspersonen deze stappen namen. Het is echter maar zeer de vraag of ze deze datum gaan halen. Het politieke draagvlak voor het wetsvoorstel leek namelijk al niet stevig, waarna het door de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 5 november verder afbrokkelde. Vbar-kritische partijen wonnen immers terrein, terwijl een belangrijke voorstander, NSC, met de verkiezingen zijn positie geheel verloor.

Concurrerend wetsvoorstel oogst sympathie

Dit voorjaar verscheen vanuit de VVD-fractie in de Tweede Kamer met de ‘Zelfstandigenwet’ zelfs een alternatief zzp-wetsvoorstel. Mede-initiatiefnemers D66 en CDA wonnen fors terrein in de Tweede Kamer. Anders dan bij de Vbar begint dit voorstel met een ‘Zelfstandigentoets’, dit levert maatschappelijke sympathie op. Het is echter nog een eerste concept, met veel haken en ogen vanuit uitvoerings- en juridisch-technisch perspectief.

Optelsom laat grote vertragingskans zien

Twee concurrerende wetsvoorstellen met ieder zijn problematiek en mogelijk langdurige formatie is geen recept voor succes op korte termijn. De datum van 1 juli 2026 lijkt in dat kader inmiddels erg ambitieus. Waarmee de lange baan weer in beeld komt, met een verlenging van het huidige kader als gevolg. Voor een oordeel over zelfstandigheid of loondienst betekent dat: toetsen op het summier beschreven begrip ‘arbeidsovereenkomst’ in het Burgerlijk Wetboek. En in het verlengde daarvan de jurisprudentie die dit verder concretiseert. De Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad in 2023 is daarbij de belangrijkste.

Eigen arbeidsrelaties toetsen

Het is goed de Deliveroo-punten kritisch langs te lopen voor de eigen situatie en te realiseren dat het handhavingsregime van de Belastingdienst in 2026 strakker wordt. Voor 2025 geldt nog een ‘zachte landing’, dat betekent onder meer beperkte handhaving en geen boetes in geval van herkwalificatie. Vanaf 2026 wordt weer regulier gehandhaafd is het plan, dus ook weer met boetes.

Modelovereenkomst geen vrijbrief

De door de Belastingdienst geaccordeerde modelovereenkomsten voor het werken buiten dienstbetrekking zijn ook geen vrijbrieven, zo wordt steeds duidelijker. Echt volgens de letter van die overeenkomsten werken is in de praktijk niet eenvoudig, en zonder dat verliezen ze hun waarde. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg en de vertaling van beroepsnormen naar de dagelijkse praktijk zijn daarbij belangrijke punten. Dit bleek onder meer uit het recent gepubliceerde Besluit Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie.

Door:
Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant VvAA

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
overname tandartspraktijken 400

Een tandartspraktijk verkopen, hoe doe je dat?

Het besluit om je tandartspraktijk te verkopen is een belangrijk moment in je professionele loopbaan. Zo’n traject vraagt om zorgvuldige afwegingen: zowel emotioneel als financieel. Als private banker voor de mondzorg bij Van Lanschot Kempen heb ik veel ervaring met tandartsen die hun praktijk verkopen. In dit artikel bespreek ik de belangrijkste trends, valkuilen en aandachtspunten die bij een verkooptraject naar voren komen.

Ontwikkelingen die de verkoop beïnvloeden

De mondzorgsector is in beweging. Door de handhaving van de zzp-regelgeving overwegen meer zzp-tandartsen een eigen praktijk te starten. Toch lijkt het aanbod van praktijken het komende decennium groter te worden dan de vraag. Veel praktijkhoudende tandartsen bereiken in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd. Er worden nog altijd te weinig tandartsen opgeleid om dit op te vangen.

Voor kleine praktijken met één tot drie stoelen en een beperkt patiëntenbestand wordt het steeds lastiger om een opvolger te vinden. Door strengere regelgeving en beperkte mogelijkheid tot taakdelegatie zijn deze praktijken vaak minder toekomstbestendig.

Daarnaast bestaat onzekerheid over de toekomstige omzet. Het NZa-kostenonderzoek heeft ertoe geleid dat de tarieven vanaf 2026 dalen met 1,12%. Dit lijkt beperkt, maar in de praktijk heeft het een forse negatieve impact op de praktijkwinst. De kosten voor inkoop, personeel en huisvesting stijgen minimaal met de inflatie. Dit heeft gevolgen voor je eigen inkomsten en voor de mogelijke waarde van je praktijk.

Ketenpartijen lijken ook terughoudender te worden in hun overnamebeleid. Dit kan gevolgen hebben voor prijzen en voorwaarden. Het is daarom belangrijk om op tijd goed inzicht te krijgen in de waarde en verkoopmogelijkheden van je praktijk.

Waardebepaling: meer dan cijfers

Het vaststellen van de prijs is een samenspel van diverse factoren:

  • Ligging
    Is je praktijk gelegen in een groeigemeente en heeft deze goede zichtbaarheid en bereikbaarheid? Dan heeft dat duidelijk een positieve invloed.
  • Type en omvang
    Een eerstelijnspraktijk brengt meestal meer op dan een (deels) tweedelijns praktijk. Ook het aantal actieve patiënten, behandelkamers en het uitbreidingspotentieel zijn doorslaggevend.
  • Kerncijfers
    Belangrijk is inzicht in gemiddelde omzet per patiënt en praktijkkosten. Afwijkingen van het landelijke gemiddelde vallen op bij kopers. Een bijzonder hoge omzet per patiënt kan bijvoorbeeld leiden tot twijfel of deze opbrengst na jouw vertrek te behouden is.
  • Soort koper
    Verkoop je aan een keten of aan een collega-tandarts? Een keten biedt vaak een hoger bedrag, maar betaalt in termijnen. Het praktijkpand nemen ze meestal niet over. Vaak vragen ze dat je nog jaren als waarnemer blijft werken. Een collega-tandarts kiest juist voor een directe overdracht. Het pand nemen ze meestal graag over en het volledige bedrag krijg je vaak in één keer.

Praktijkpand: houden of verkopen?

Ben je eigenaar van het praktijkpand? Dan sta je voor een strategische keuze:

  • Verkoop
    Je ontvangt een som geld en hebt geen gedoe meer. Wel moet je belasting betalen over de gerealiseerde verkoopwinst. Zit er op het pand nog een hypotheek? Houd dan rekening met eventuele vervroegde aflossingskosten.
  • Verhuur
    Lijkt interessant door de huurinkomsten. Verhuur levert door fiscale wijzigingen en mogelijke onderhouds- en duurzaamheidsverplichtingen minder op dan gehoopt. Houd verder bij privébezit rekening met een (fictieve) afrekening wegens overheveling naar box 3.

Goede voorbereiding is het halve werk

Een degelijke voorbereiding voorkomt teleurstellingen op het moment van verkoop. Neem de tijd om de praktijkcijfers te verbeteren, investeer zo nodig in je praktijk, zorg voor een goed en stabiel team en pak lopende issues proactief aan. Ook is het aan te raden om samen met je fiscalist of accountant te toetsen of je ondernemingsstructuur optimaal is ten tijde van de praktijkverkoop.

Let bovendien op de fiscale mogelijkheden rondom de verkoop. Als IB-ondernemer kun je bij verkoop je pensioenvermogen aanvullen met een eenmalige lijfrentepremie waarmee je de belastingdruk in dat jaar kan beperken. Bij een BV-structuur kun je mogelijk gebruikmaken van de deelnemingsvrijstelling en daarmee de verkoopsom onbelast in je holding ontvangen.

Stappenplan voor verkoop

  1. Schakel een specialist in
    Een ervaren praktijkadviseur met kennis van de mondzorgmarkt maakt het verschil bij waardering, onderhandelingen en contractvorming.
  2. Dossier op orde
    Zorg voor actuele jaarcijfers, personeelsdossiers, productieoverzichten en contracten.
  3. Wensenlijst
    Bedenk wat jij belangrijk vindt na de overdracht. Aanblijven als tandarts, behoud van autonomie, je eigen praktijkidentiteit behouden, zorg voor patiënten en medewerkers. Ga in gesprek met ervaringsdeskundigen om je eigen wensen helder te krijgen.
  4. Verkoopmemorandum & waardering opstellen
    Stel samen met je adviseur een verkoopmemorandum op en maak een waardering van je praktijk om vooraf de financiële uitgangspunten helder te hebben.
  5. Praktijk te koop zetten
    Afhankelijk van de beoogde koper maak je gebruik van het netwerk van de adviseur en/of zet je de praktijk publiek te koop.
  6. Selectie en onderhandelingen
    Kies de partij waarmee je verder gaat onderhandelen. Er wordt een intentieverklaring opgesteld waarin geheimhouding en exclusiviteit geborgd zijn. LET OP: Besteed de onderhandelingsgesprekken vooral uit aan je adviseur en doe dit niet zelf. Je zit mogelijk tegenover een partij die hier zeer bedreven in is en veel meer ervaring heeft.
  7. Afwikkeling en overdracht
    Rond het papierwerk zorgvuldig af. Bij een due-diligenceonderzoek door de koper kan dit veel energie en tijd kosten. Daarna volgt de financiële afhandeling. Als je geheel stopt, sluit je af met een warme persoonlijke overdracht.

De financiële impact van praktijkoverdracht

De stap om je praktijk van de hand te doen betekent altijd dat je minder inkomen krijgt.

Blijf je werken gedurende een aantal dagen in de week? Houd er dan rekening mee dat je inkomen minimaal halveert. Dit komt doordat je alleen een vergoeding ontvangt over je eigen omzet. Je ontvangt dan geen winst meer van de praktijkmedewerkers.

Wanneer je helemaal stopt met werken, valt je inkomen fors terug. Je ontvangt vanaf je 67ste een AOW-uitkering van ongeveer EUR 14.000 bruto per jaar als je samenwoont. Als je alleenstaand bent, is dit ongeveer EUR 20.000 bruto per jaar. Dit bedrag wordt soms aangevuld met een beperkte pensioenuitkering van het pensioenfonds voor tandartsen en een zelf opgebouwde pensioen of lijfrente uitkering.

Met een beetje geluk levert de verkoop van je praktijk en het pand een mooie winst op. Weet wel dat de koper van je praktijk geen rekening houdt met je pensioengat. De koper betaalt alleen de marktwaarde voor je praktijk.
Vraag jezelf dus tijdig af of jouw gewenste levensstijl na de verkoop haalbaar blijft. Laat je hierover goed adviseren. Begin tijdig met het maken van een duidelijk financieel plan en met periodieke vermogensopbouw voor je pensioen.

Door:
Pieter Steenhuizen, Senior Private banker bij Van Lanschot Kempen.

Bij Van Lanschot Kempen begrijpen we dat het besluit om je tandartspraktijk over te dragen en alle beslissingen die hierbij komen kijken complex zijn. Onze private bankers, met gespecialiseerde kennis van de mondzorg, helpen je graag op een manier die past bij jouw persoonlijke situatie.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Overnames van tandartspraktijken door ketens een overzicht 400

Overnames van tandartspraktijken door ketens: een overzicht

Jan Willem Vaartjes, tandarts en voorzitter van Bevlogen tandartsen, maakte met behulp van AI een overzicht van de bij de NZa gemelde overnames van tandartspraktijken in de afgelopen jaren. Ook analyseerde hij welke private equity partijen overnemen. Bekijk het overzicht.

overname 1

In deze grafiek is te zien dat de piekjaren van tandartspraktijkovernames in 2018 en 2021 lagen. Daarna is het aantal overnames gedaald tot zo’n 40 in 2025.

Bekijk het overzicht

Door wie overname

 

In een tweede grafiek laat Vaartjes zien door welke ketens de overnames werden gedaan.

overname 2

Bekijk zijn overzicht voor detailinformatie.

In 2025 namen deze ketens tandartspraktijken over:

Tandarts Today – 9 overnames
Dutch Dental Group – 6
Gaev Dental – 5
Clinias Dental Group – 4
Dental Clinics – 4
Colloseum Dental Klinieken – 3
Excent tandtechniek – 2
lassus tandartsen – 2
Amalia Groep – 1
Mondzorg Centrum Stadskanaal – 1
OC – 1
Orthocenter – 1
Prime Dental Alliance – 1
Proclin Nederland – 1

Private Equity Nederlandse tandheelkunde

De analyse van Vaartjes laat zien dat er ruim 500 praktijken in handen zijn van private equity.
Dit komt neer op zo’n 13% van de praktijken, waarbij zij een geschat omzetaandeel van 30% hebben.
Er zijn ruim 21 actieve ketens in Nederland en 60% van de overnames kwam van private equity (2023).

De grootste private equity eigenaren zijn: Nordic Capital (Zweeds), Jacobs Holding (Zwitsers) en Axcel (Deens).

Lees meer over de Private Equity eigenaren

Lees ook: 462 tandartspraktijken overgenomen in Nederland sinds 2018

 

 

 

Lees meer over: Financiële diensten, Ondernemen
duurzaam 1

Duurzame mondzorg vergt samenwerking en durf

Duurzaamheid vergt meer inspanning, samenwerking en durf van alle actoren in de mondzorg. Dit werd duidelijk tijdens de KNMT-conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’ op 6 november.

Bijdragen

Ook de mondzorg zal moeten bijdragen aan minder CO2-uitstoot en minder afval voor een gezonde leefomgeving. “Als we zo doorgaan, dan putten we onze aarde uit en dragen we als zorg bij aan een aarde die ziekmakend is. En dat willen we als zorgverleners niet”, aldus Angelica Setiaman, tandarts en initiatiefnemer van de conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’, waarvoor zo’n 45 vertegenwoordigers uit de dentale wereld zich hadden verzameld in De Moestuin in Utrecht.

Hobbels
Gesproken werd over hoe de mondzorg duurzamer kan worden gemaakt. Duidelijk werd dat er de nodige hobbels zijn op weg naar meer duurzaamheid. Zo kan wet- en regelgeving – bijvoorbeeld op het gebied van infectiepreventie – duurzaamheid in de weg staan, zijn duurzame producten vaak duurder en is veelal niet duidelijk hoe vervuilend een product is en of er een duurzaam alternatief is. Dit zou anders kunnen en moeten.

Stappen
Toch kunnen er al stappen gezet worden om een mondzorgpraktijk te verduurzamen. Bijvoorbeeld door als mondzorgteam in een praktijk na te denken over wat duurzamer kan. Dat kan ook nog eens geld opleveren, bijvoorbeeld als je stopt met het gebruik van plastic spoelbekertjes en disposable hoofdsteunhoezen bij elke patiënt. En zo krijg je een win-winsituatie, aldus een van de aanwezige tandartsen.

Ook kun je met een groepje tandartsen samen naar duurzame producten vragen bij dental depots en industrie, waardoor er meer vraag en aanbod ontstaat.

‘Duurzame mondzorg, als je durft…”, zo verwoordde tekenaar Flos Vingerhoets het in haar getekende verslag van de conferentie.

Om duurzaamheid in de mondzorg daadwerkelijk verder te helpen is het nodig dat alle actoren in de mondzorg gaan samenwerken, elkaar opzoeken en kennis delen, was de slotconclusie.

Aan het eind van de conferentie bood kunstenares Rebecca Banens haar kunstwerk ‘Ivoor’ gemaakt van mondzorgafval aan KNMT-bestuurder Rinke Rinke Blok aan. Met dit kunstwerk in de vorm van een slagtand van een olifant vraagt de kunstenares aandacht voor het thema duurzaamheid in de mondzorg.

duurzaam 2

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Onderzoekers van de Rutgers School of Dental Medicine in New Jersey suggereren dat natuurlijke mondspoelmiddelen op kruidenbasis schadelijke bacteriën doden en nuttige bacteriën juist intact laten, in tegenstelling tot traditionele aseptische mondspoelingen.

Mondspoelingen

Onderzoekers van Rutgers Health suggereren dat mondspoelingen 99,9% van de bacteriën in je mond doden en daarmee zowel goede als slechte bacteriën elimineren. Studies toonden aan dat natuurlijke mondspoelmiddelen met kruiden selectief de ziekteverwekkende bacteriën doden en de beschermende microben juist behouden blijven.
De onderzoekers hebben het mondspoelmiddel StellaLife VEGA Oral Care getest en vergeleken met twee conventionele mondspoelmiddelen, namelijk chloorhexidine en Listerine Cool Mint.

Resultaten van het onderzoek

Onderzoekers hebben verschillende mondbacteriën blootgesteld aan elke mondspoeling en de groei van bacteriën gevolgd gedurende meerdere dagen. Het onderzoek laat zien dat de natuurlijke spoeling schadelijke bacteriën zoals Fusobacterium nucleatum en Porphyromonas gingivalis verminderd, terwijl nuttige bacteriesoorten zoals streptococcus oralis en veillonella parvula konden overleven.
Mondspoelmiddelen Chloorhexidine en Listerine vertoonden geen selectiviteit en elimineerden zowel schadelijke als nuttige bacteriën.

Conclusie

Volgens de auteurs zou het doel voor mensen die mondspoeling gebruiken zijn om de natuurlijke afweer van de mond te versterken en niet te vernietigen. Zij geven daarnaast aan dat antiseptische mondspoeling nuttig kan zijn voor kortdurend gebruik tegen specifieke ziekten in de mond, maar niet voor langdurig gebruik.

Bron:
Rutgers

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Voorbeeld salaris reglement

KNMT ziet af van onderhandelingen over een cao

De ledenraad van de KNMT heeft het bestuur gevraagd om duidelijkheid te geven over de mogelijke start van cao-onderhandelingen. Na bestudering van het conceptrapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden en het advies van de ledenraad, heeft het bestuur besloten dat de omstandigheden op dit moment niet gunstig zijn om een cao-traject te beginnen.

Zorgen binnen de ledenraad

Binnen de ledenraad leven zorgen over de financiële risico’s die een cao met zich mee kan brengen. Daarbij wordt gewezen op de recente tariefdalingen, de onzekerheid rond de handhaving op schijnzelfstandigheid en de mogelijke stijging van loonkosten. Volgens de ledenraad maken deze factoren het onverstandig om nu cao-onderhandelingen te starten.

Hoewel het verzoek om duidelijkheid het geplande besluitvormingsproces versnelt, vindt de ledenraad het belangrijk dat de achterban tijdig weet waar zij aan toe is. KNMT-voorzitter Hans de Vries licht toe:
“Voor ons als bestuur is draagvlak in onze achterban cruciaal voor we aan een eventuele cao gaan werken. Daarbij speelt de mening van de ledenraad als hoogste orgaan een heel belangrijke rol.”

Bevindingen commissie Arbeidsvoorwaarden

Het rapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden zal op 12 december worden besproken tijdens de Algemene Vergadering. Hoewel het document nog niet volledig afgerond is, zijn de belangrijkste lijnen en voorlopige conclusies al bekend. Tijdens het overleg van 28 oktober uitte ook de commissie zelf zorgen over de financiële haalbaarheid en het juiste moment voor het starten van cao-onderhandelingen.

Bestuursbesluit

Het bestuur heeft, mede naar aanleiding van vragen uit het veld, de zorgen van de commissie en het dringende advies van de ledenraad, besloten om nu al helderheid te bieden. De conclusie is dat de tijd momenteel niet rijp is voor de invoering van een cao in de mondzorg.

Reactie van sociale partners

De sociale partners zijn op 5 november geïnformeerd over dit besluit. Zij spreken van een teleurstellende uitkomst voor medewerkers in de mondzorgsector en hebben aangegeven hun ongenoegen daarover mogelijk via de media kenbaar te maken.

Vervolgstappen

De definitieve resultaten van het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden worden, zoals gepland, gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op 12 december. Leden zijn uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn en vragen te stellen.
Zoals gebruikelijk ontvangen praktijkhouders bovendien richtlijnen om de salarissen binnen hun praktijk te kunnen indexeren.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Voorbeeld salaris reglement

KNMT ledenpeiling over mogelijke cao voor de mondzorg

De KNMT organiseert binnenkort een ledenpeiling onder tandarts-praktijkhouders. Daarbij wordt gevraagd of de vereniging namens hen in onderhandeling moet gaan over een cao voor de mondzorg. De peiling maakt deel uit van een breder onderzoek naar de beste manier om praktijkhouders te ondersteunen bij arbeidsvoorwaarden en werkgeverschap.

“Wij starten alleen cao-onderhandelingen als een duidelijk merendeel van onze praktijkhoudende leden daarachter staat,” benadrukt voorzitter Hans de Vries. “Voor het bestuur is draagvlak binnen onze achterban een absolute voorwaarde voordat we dit traject ingaan.”

Draagvlak bepaalt vervolgstappen

De kernvraag van de ledenpeiling is of de KNMT met vakbonden in gesprek moet gaan om te verkennen of er een concept-cao kan worden opgesteld. Mocht dat tot een concept leiden, dan is er nog geen definitieve cao: het onderhandelingsresultaat zal opnieuw worden voorgelegd aan de praktijkhoudende leden. Pas wanneer een ruime meerderheid instemt, besluit het bestuur om de cao daadwerkelijk te sluiten.
Hans de Vries: “Alleen als onze leden tevreden zijn met het resultaat, zetten we de stap naar een cao. Zo niet, dan doen we dat niet.”

Onderzoek gepresenteerd tijdens Algemene Vergadering

De ledenpeiling volgt op het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden, bestaande uit praktijkhoudende leden, de arbeidsjurist van de KNMT en een externe adviseur. Dit onderzoek richt zich op mogelijke opvolging van de in 2022 vervallen Arbeidsvoorwaardenregeling. De resultaten worden gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op vrijdag 12 december.
Hans de Vries: “We nodigen al onze leden van harte uit om aanwezig te zijn, de resultaten te bespreken en vragen te stellen.”

Mogelijke opvolging van de Arbeidsvoorwaardenregeling

Sinds het vervallen van de Arbeidsvoorwaardenregeling onderzoekt de KNMT verschillende manieren om praktijkhouders te ondersteunen bij het vaststellen van arbeidsvoorwaarden voor hun ondersteunend personeel. Een cao is één van de opties die worden bekeken. Daarnaast worden ook alternatieven onderzocht, zoals een praktisch handboek waarmee praktijkhouders zelfstandig hun arbeidsvoorwaarden kunnen vormgeven, en een benchmarkonderzoek naar salarissen in de mondzorg.

De KNMT neemt de tijd om dit proces zorgvuldig te doorlopen en betrekt haar leden actief bij elke stap – onder andere via de Algemene Vergadering en de aankomende ledenpeiling, die naar verwachting begin 2026 zal plaatsvinden.

Bron:
KNMT

Lees ook

Salarishuis mondzorgVideo: Salarishuis

Doelstelling van deze video met bijbehorende documenten is om duidelijkheid te verstrekken aan het personeel over hoe de salarissen jaarlijks – kunnen – worden verhoogd. Hiermee voorkom je als praktijk de terugkerende vragen over salarisverhoging. Daarnaast biedt het transparantie en uniformiteit over de salarissen binnen je praktijk.

Bekijk ook:

ZZPUitkomsten Salarisscan ZZP

 

 

Uitkomsten Salarisscan loondienst

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
samenwerken

Arbeidsconflicten in de mondzorg: van gedoe naar gezonde samenwerking

De meeste praktijkhouders en tandartsen hebben het liefst zo min mogelijk “gedoe” met hun medewerkers. De focus ligt tenslotte op patiëntenzorg, kwaliteit en een gezonde praktijkvoering.

Toch zijn arbeidsconflicten in de mondzorg geen uitzondering. Een team dat dagelijks intensief samenwerkt onder hoge werkdruk, gecombineerd met de krapte op de arbeidsmarkt, vormt een voedingsbodem voor spanningen. Vaak begint het klein – een verschil van inzicht over werktijden of verantwoordelijkheden – maar als dit niet wordt opgepakt, kan het uitgroeien tot een serieus probleem.

Arbeidsconflicten zijn niet alleen vervelend voor de sfeer, maar kunnen ook duur worden. Ze leiden tot verminderde productiviteit, uitval door ziekte en soms zelfs vertrek van waardevolle medewerkers. Bovendien zijn werkgevers bij verzuim door een arbeidsconflict verplicht conflictbemiddeling in te zetten. Tijdig en professioneel omgaan met conflicten is daarom niet alleen verstandig, maar vaak ook noodzakelijk.

Waarom conflicten ontstaan in de mondzorg

Een mondzorgpraktijk is vaak een hecht team waarin tandartsen, mondhygiënisten, assistenten en receptionisten intensief samenwerken. Die samenwerking vraagt om afstemming en vertrouwen. Enkele veel voorkomende bronnen van conflict zijn:

  • Werkdruk en roosterproblemen

    Onregelmatige werktijden, overuren en krappe bezetting kunnen spanningen veroorzaken.

  • Rol- en taakverdeling

    Wie is verantwoordelijk voor patiëntcontact, administratie of inkoop? Onduidelijkheid leidt vaak tot wrijving.

  • Communicatie en stijlverschillen

    Een tandarts die direct en zakelijk communiceert kan botsen met een assistente die behoefte heeft aan meer uitleg en erkenning.

  • Loopbaan en ontwikkeling

    Jonge mondzorgprofessionals willen doorgroeien, terwijl er in een kleine praktijk weinig ruimte is.

Deze situaties hoeven niet meteen tot een conflict te leiden. Pas wanneer ergernissen niet besproken worden, of gesprekken verzanden in verwijten, kan een werkrelatie vastlopen.

Het belang van tijdig ingrijpen

Conflicten lossen zich zelden vanzelf op. Integendeel: hoe langer ze duren, hoe groter de kans dat de samenwerking onherstelbaar beschadigd raakt. Daarbij komt dat uitval door een arbeidsconflict voor de werkgever directe verplichtingen schept.

Volgens de STECR-richtlijn arbeidsconflicten (een leidraad die door bedrijfsartsen en UWV wordt gehanteerd) geldt dat een arbeidsconflict verzuim kan veroorzaken, en dat de werkgever en werknemer dan verplicht zijn om samen een oplossing te zoeken. De bedrijfsarts zal adviseren om het gesprek aan te gaan, vaak onder begeleiding van een mediator. Blijven partijen stilzitten, dan kan het verzuim onnodig lang duren, met alle financiële gevolgen van dien. Het niet opvolgen van het advies van de bedrijfsarts kan bovendien leiden tot financiële sancties.

Voor een praktijkhouder betekent dit: hoe eerder je actie onderneemt, hoe kleiner de schade. Dat is niet alleen beter voor de medewerker, maar ook voor de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk.

Zelf oplossen: tips voor de praktijk

Niet elk conflict vraagt direct om een mediator. Vaak kunnen problemen in een vroeg stadium binnen het team of met een leidinggevende besproken en opgelost worden. Enkele praktische tips:

  1. Luister actief

    Laat medewerkers hun verhaal doen zonder te onderbreken. Alleen al erkenning kan spanning verminderen.

  2. Wees duidelijk over verwachtingen

    Veel irritaties ontstaan uit onduidelijkheid. Benoem helder wat je van elkaar verwacht. En wie verantwoordelijk is voor welke taak.

  3. Zoek het gemeenschappelijke belang

    In de mondzorg draait alles om goede patiëntenzorg. Dat kan helpen om de blik weer op de gezamenlijke missie te richten.

  4. Blijf bij het gedrag, niet de persoon

    Zeg liever “ik merk dat afspraken niet altijd nagekomen worden” dan “jij bent onbetrouwbaar”.

  5. Kom tot concrete afspraken

    Wie doet wat, en wanneer? Leg dit eventueel kort vast om misverstanden te voorkomen.

Met deze aanpak kunnen veel kleine strubbelingen worden opgelost. Toch zijn er situaties waarin professionele hulp nodig is.

Wanneer is professionele hulp nodig?

Er zijn signalen dat een conflict de draagkracht van het team of de leidinggevende te boven gaat:

  • Gesprekken lopen steeds vast of eindigen in ruzie.
  • Medewerkers melden zich ziek of dreigen dat te doen.
  • Het conflict raakt meerdere teamleden en zet de werksfeer onder druk.
  • Collega’s ontlopen elkaar of weigeren samen te werken.
  • Pogingen tot verbetering leveren geen concreet resultaat op.

In deze gevallen is het verstandig om een neutrale derde in te schakelen. Een mediator begeleidt partijen bij het herstellen van de communicatie en het vinden van gezamenlijke oplossingen. Anders dan een advocaat of rechter, kiest een mediator geen kant, maar zorgt ervoor dat beide partijen gehoord worden en samen tot afspraken komen.

De meerwaarde van mediation in de mondzorg

Het team in de Mondzorg is vaak klein en afhankelijk van elkaar is. Een conflict tussen twee medewerkers kan de hele praktijk beïnvloeden. En anders dan in grote organisaties is er zelden een HR-afdeling die dit soort situaties kan begeleiden.

De voordelen van mediation:

  • Snelle interventie

    Vaak binnen enkele gesprekken duidelijkheid en afspraken.

  • Lagere kosten

    Vergeleken met langdurig verzuim of juridische procedures.

  • Behouden van medewerkers

    In een krappe arbeidsmarkt cruciaal.

  • Herstel van samenwerking

    Partijen leren vaak beter met elkaar omgaan, waardoor herhaling minder snel voorkomt.

Bovendien geeft het als praktijkhouder rust: je hoeft het conflict niet meer zelf te dragen, maar kunt rekenen op professionele begeleiding.

Preventie: investeren in een gezond team

Conflicten helemaal voorkomen kan niet, maar veel ellende kan worden beperkt door te investeren in preventie:

  • Regelmatige werkbesprekingen waarin ook ruimte is voor feedback.
  • Duidelijke functieomschrijvingen en afspraken.
  • Training in communicatie en samenwerken.
  • Een open cultuur waarin problemen bespreekbaar zijn.

Door hier bewust aandacht aan te besteden, verklein je de kans dat een verschil van inzicht uitmondt in een groot conflict.
Conclusie
Arbeidsconflicten zijn onvermijdelijk in de mondzorg, maar ze hoeven niet uit te groeien tot grote problemen. Voor praktijkhouders is het belangrijk om signalen tijdig te herkennen en actie te ondernemen. Soms kun je het conflict zelf oplossen door goed te luisteren, duidelijkheid te scheppen en afspraken te maken. Wanneer dat niet lukt, is professionele hulp geen luxe maar een noodzaak, zowel om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen bij verzuim als om de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk te waarborgen.

Een goed begeleid conflict hoeft geen bedreiging te zijn, maar kan zelfs leiden tot betere samenwerking en een sterker team. En dat is precies wat elke mondzorgpraktijk nodig heeft: een gezonde werkrelatie als basis voor gezonde patiënten.

Voor praktische tips en eerste hulp bij arbeidsconflicten, zie de tool “Eerste hulp bij arbeidsconflicten in de Mondzorg”.

Door:
Valesca Nederlof, werkzaam als HR-Adviseur, Docent en Mediator voor de Mondzorg bij Dental Care Professionals

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
De wachtkamer als zorgverlener

De wachtkamer als zorgverlener: waarom ontwerp ertoe doet

Elke tandartspraktijk heeft er één, maar zelden krijgt het de aandacht die het verdient: de wachtkamer. Toch is dit dé plek waar de zorg begint. Niet met een boor of een spiegel, maar met wachten. En dat wachten is niet neutraal. Het is een moment waarin spanning kan oplopen of juist afnemen.

Een patiënt die gehaast binnenkomt, weinig vragen stelt en later terugkeert zonder het advies te hebben opgevolgd: het komt vaker voor dan we willen. Wat veel zorgverleners zich niet realiseren, is dat de inrichting van de wachtkamer hieraan kan bijdragen. Stress en spanning beïnvloeden hoe patiënten hun afspraak beleven, hoeveel ze onthouden en of ze adviezen opvolgen. Het vermindert het vermogen om informatie te verwerken en te onthouden. Slecht ontwerp kan juist die spanning versterken; een wachtkamer zonder daglicht, met harde stoelen en hoorbare gesprekken aan de balie, maakt gespannen. Patiënten ervaren weinig privacy en comfort in een omgeving waar zij vaak al kwetsbaar binnenkomen. Anderen kunnen persoonlijke gesprekken meeluisteren of zien dat iemand geëmotioneerd is. Beweging is lastig, en een rustig plekje vinden evenzeer.

Rust daarentegen helpt patiënten om hun klachten beter te verwoorden en gerichter vragen te stellen. Wie ontspannen het gesprek ingaat, onthoudt adviezen beter, wat de kans op onnodige herhaalbezoeken verkleint. Een goede plaatsing van de wachtkamer, ontwerp en ingerichte wachtruimte kan juist die rust ondersteunen – en daarmee bijdragen aan betere zorg.

Ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen

Of het nu gaat om nieuwbouw, renovatie of kleine aanpassingen: ontwerp doet ertoe. Daarom vraagt dr. Elke Miedema, docent-onderzoeker Gezonde Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, om meer aandacht voor het ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen. Als onderzoeker weet zij hoe bepalend de plek, het ontwerp en de inrichting van een (wacht)ruimte kunnen zijn.

Onderzoek over wachtruimtes in de mondzorg

Hoewel er nog weinig specifiek onderzoek is gedaan naar wachtruimtes in de mondzorg, geven bestaande studies wél waardevolle inzichten over hoe de omgeving kan bijdragen aan een prettiger zorgervaring, zoals positieve afleiding in de vorm van aanwezigheid van natuur, uitzicht, vormen kunst, geluid(demping), (dag)licht, en keuze vrijheid en informatie schermen.

• Natuurlijke elementen

Een Nederlandse studie toonde aan dat patiënten zich rustiger voelden in een wachtkamer met echte planten dan in een ruimte met afbeeldingen van groen – die overigens ook beter scoorde dan een kale omgeving (Emami et al., 2024). Ook kinderen waardeerden de aanwezigheid van planten sterk (Panda et al., 2015). Maak dus binnen ruimte voor planten en bloemen als je die nog niet kan zien vanuit de wachtkamer.

• Uitzicht naar buiten of een raam met daglicht

In het voorkeursonderzoek van Emami et al. (2024) werden grote ramen en uitzicht op natuur als stressverlagend ervaren. Natuurlijk licht maakt de ruimte minder klinisch en draagt bij aan een gevoel van openheid. Het beste is als de wachtkamer aan de buitenmuur ligt met een raam voor zichtbaar buiten, of een binnentuin. Dat is bij een bestaande praktijk natuurlijk niet meer zo makkelijk.

• Kunst, beelden en muziek

Muziek is het enige element dat eerder al in een literatuurstudie zeer overtuigend stressverlagend bleek (Biddiss et al., 2014). Vooral muziek zonder zang, simpel en niet te druk. Kinderen gaven daarnaast de voorkeur aan visuele elementen zoals tekeningen, foto’s en aquaria (Panda et al., 2015). Rustgevende kunst of speelse beelden maken de ruimte toegankelijker en minder spannend. Internationaal onderzoek bevestigt bovendien de positieve effecten van aquaria, natuurlijke geluiden, rustgevende muziek en aromatherapie, vooral bij langere wachttijden. Is het mogelijk wat muziek aan te zetten, zacht op de achtergrond, en waar kun je plak maken voor (natuur geïnspireerde) kunst of een aquarium?

• Akoestische panelen voor minder ruis en meer privacy

Hoewel dit nog niet expliciet onderzocht is in de mondzorg, tonen studies in bredere zorgomgevingen aan dat geluidsabsorberende materialen bijdragen aan rust en privacy (Elf et al., 2024). Dit is vooral relevant in praktijken met open balies of meerdere behandelkamers (Willekens et al., 2023). Daar zou je bijvoorbeeld akoestische (geluiddempende) panelen kunnen plaatsten naast, tegen of boven de receptie om te voorkomen dat de gesprekken ook door anderen gehoord worden. De plaatsing ten opzichte van elkaar kan ook helpen bij nieuwbouw, of het gebruik van afscherming.

• Warm, niet-verblindend licht

Sfeerverlichting werden sterk gewaardeerd in het onderzoek van Emami et al. (2024). Zacht, warm licht draagt bij aan comfort en een gevoel van veiligheid, essentieel voor patiënten die zich kwetsbaar voelen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van aanvullende verlichting in plaats van felle plafondlampen. Of in de wachtruimte kan gekozen worden voor lampen met een lagere lichtsterkte, terwijl de receptie goed verlicht blijft om het werk daar efficiënt te kunnen uitvoeren. Ook bureaulampen kunnen een praktische en sfeervolle oplossing zijn voor de balie, zonder dat ze het rustige karakter van de wachtruimte verstoren.

• Afwisseling in zitplekken en de mogelijkheid om te staan

Kinderen gaven de voorkeur aan zitzakken en losse stoelen boven banken (Panda et al., 2015). Volwassenen waardeerden variatie in zitopties, zoals hoge krukken of plekken om even te staan (denk aan een sta tafel). Dit geeft mensen regie over hun houding en draagt bij aan comfort. Bovendien zitten we vaak al te veel, dus is het fijn als dat niet de enige optie is.

• Informatiescherm met wachttijden of praktische meldingen

Hoewel dit niet expliciet onderzocht is in de genoemde studies in relatie tot stress, blijkt uit praktijkervaring dat duidelijke informatievoorziening – bijvoorbeeld via een scherm – onzekerheid vermindert. Bijvoorbeeld aantal wachtende voor je, zodat je de tijd beter kan inschatten. Randa (2017) liet zien dat de wachttijd benut kan worden voor mondgezondheid-educatie, bijvoorbeeld via schermen met mondzorgtips of meldingen.

De wachtkamer als onderdeel van toekomstbestendige zorg

Toekomstbestendige zorg gaat niet alleen over technologie of personeelstekorten. Het gaat ook over hoe we de zorgomgeving inzetten om gezondheid te ondersteunen. Gebouwen die aansluiten bij de behoeften van zowel patiënt als zorgverlener dragen bij aan efficiëntere zorg, kortere wachttijden en een prettigere werkomgeving. Een goed ontworpen (wacht)ruimte draagt bij aan betere gesprekken, minder herhaalbezoeken, en betere ervaring van (mond)zorg. De wachtkamer is geen tussenruimte. Het is de plek waar zorg begint. De wachtkamer verdient daarom meer aandacht in het gesprek over toekomstbestendige zorg.

Misschien kan de KNMT, net als de huisartsenvereniging (LHV), een bouwadviescommissie oprichten. Zo’n commissie zou niet alleen kunnen adviseren over verduurzaming van praktijken, maar ook richtlijnen kunnen ontwikkelen voor het ontwerp en de inrichting van mondzorgomgevingen. Ik zou daar graag aan bijdragen – als onderzoeker, als docent, en als iemand die gelooft dat de zorgomgeving een actieve rol speelt in gezondheid.

Oproep: Stuur een foto van je wachtkamer naar Elke Miedema

Zij gebruikt de foto’s graag voor lezingen en onderzoek met studenten naar verschillende voorbeelden van wachtkamers en gezonde zorggebouwen. Uiteraard kan zij, indien gewenst, de naam en locatie van de organisatie weglaten, mocht dat prettiger zijn. En jullie krijgen eventueel ook kort advies over hoe het nog beter kan.

Door:
Dr. Elke Miedema, docent onderzoeker Lectoraat Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, gespecialiseerd in gezondheidsbevorderende (zorg)gebouwen.

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Tandenborstel

Microplastics in de mondzorg: een sluipende aanwezigheid

Het is nauwelijks zichtbaar en toch overal aanwezig: microplastics. Deze minuscuul kleine plasticdeeltjes, kleiner dan vijf millimeter, worden tegenwoordig in vrijwel elk deel van ons leven teruggevonden. Van voedsel en drinkwater tot de lucht die we inademen en ook in de tandartspraktijk.

Van composiet tot afzuigslang

Wie in de stoel van de tandarts ligt, denkt bij kunststof vooral aan vullingen of kronen. Maar de mondzorg draait op een hele reeks materialen die grotendeels uit plastic bestaan: afdrukmaterialen, composieten, handschoenen, sterilisatiezakjes en zelfs de afzuigsystemen. Bij polijsten, boren of slijpen komen hiervan microplastics vrij, die via het afvalwater of de lucht uiteindelijk in het milieu en zelfs in ons eigen lichaam terechtkomen.

Dental Tribune International berichtte hier onlangs over en baseerde zich daarbij onder meer op een analyse van The Atlantic waarbij een zorgwekkend beeld werd geschetst: tijdens routinematige handelingen in de praktijk komen deeltjes vrij die zó klein zijn dat ze aan afzuiging of filters kunnen ontsnappen. Bovendien verouderen kunststoffen door intensief gebruik, waardoor ze sneller fragmenteren. Het is dus niet alleen de patiënt die in aanraking kan komen met deze microdeeltjes, ook het behandelteam ademt ze mogelijk in.

Gezondheidseffecten nog grotendeels onbekend

Wat deze blootstelling precies betekent voor onze gezondheid, is nog onduidelijk. Wel tonen laboratoriumstudies aan dat microplastics ontstekingsreacties en cellulaire stress kunnen veroorzaken. En steeds vaker worden ze in menselijk bloed en organen aangetroffen. Of en in welke mate dit een risico vormt voor de patiënt in de stoel of de tandarts die dag in, dag uit met deze materialen werkt, moet nog beter worden onderzocht (Schlanger, 2025).

Niet alleen in de praktijk, ook thuis

Het probleem beperkt zich niet tot de behandelkamer. Ook in de badkamer van de consument zijn microplastics te vinden, bijvoorbeeld in tandpasta. Onderzoek van de Keuringsdienst van Waarde liet zien dat meer dan de helft van de tandpasta’s in Nederland bewust toegevoegde microplastics bevat. Deze deeltjes zorgen voor een gladde textuur of een schurend effect, maar verdwijnen na het poetsen linea recta in het riool. De Europese Commissie heeft inmiddels besloten om het gebruik van microplastics in cosmetica te verbieden, maar de overgangstermijnen zijn lang: sommige producten krijgen nog tot twaalf jaar de tijd.

Een uitdaging voor de sector

De vraag is dus: hoe gaan we als mondzorgsector hiermee om? Bewustwording is de eerste stap. Van daaruit kan worden gekeken naar alternatieve materialen, betere afvalwaterfiltratie of duurzamere inkoop. Zoals The Atlantic benadrukte: microplastics zijn misschien klein, maar de impact is groot. Alleen door nu te handelen, kunnen we voorkomen dat dit probleem onzichtbaar verder groeit.

Samen in gesprek

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) organiseert daarom op 6 november de conferentie “Duurzame inkoop in de mondzorg”. Hier wordt niet alleen gekeken naar microplastics, maar breder naar manieren om de mondzorg duurzamer en toekomstbestendiger te maken. Een kans om als professional bij te dragen aan oplossingen die het verschil kunnen maken.

Meer informatie: KNMT – Praat jij mee over duurzame inkoop in de mondzorg? Kom naar onze conferentie

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat 400

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts na toepassen verkeerde behandeling aan porseleinen facings

Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege onvoldoende informatie en het uitvoeren van een onjuiste behandeling bij de klaagster aan haar porseleinen facings. Na in hoger beroep te zijn gegaan is de maatregel van een berisping opgelegd door het centraal tuchtcollege.

Situatie

De klaagster heeft in 2015 zes porseleinen facings in het bovenfront laten plaatsen bij haar vorige tandarts. Hierna is de klaagster overgestapt naar een andere praktijk waar de verweerder werkzaam is als tandarts.
Eind 2021 heeft de klaagster een behandeling ondergaan waarbij in het dossier vermeld is dat er zeven keer de code V91 Eénvlaksvulling composiet is gedeclareerd voor de elementen 26, 24, 37, 36, 46, 47 en 16. De code V93 Drievlaksvulling composiet is zes keer gedeclareerd voor de elementen 13, 12, 11, 21, 22, en 23.

In het dossier is genoteerd dat er met de patiënt besproken is dat bij onvoldoende resultaat eventueel porseleinen facings van het bovenfront geplaatst kunnen worden en er uitleg is gegeven over verminderde hechting bij minimaal opruwen en mogelijk zichtbare overgangen bij verwijderen van de facings. Vandaag is er composiet aangebracht van de 13 tm 23 ter opvulling van dentinerecessies en esthetische correctie. Ook is genoteerd dat er weinig beetverhoging mogelijk was en enkel occlusaal bij elementen met glazuurslijtage 1,5 mm verhoging is aangebracht met flowable.

In maart 2022 heeft de verweerder een herstelbehandeling uitgevoerd in verband met breuklijnen op de overgangen van composiet naar porselein. Daarnaast is in het dossier genoteerd dat het resultaat tegenvalt en de verweerder als garantie de hele procedure van het vervaardigen van de composietfacings op de oude porseleinfacings als garantie wil uitvoeren, maar dit echter wel alleen bij de verweerder kan worden uitgevoerd.

Er zijn hierna nog een aantal herstelbehandelingen uitgevoerd door verweerder en collega’s. In januari 2023 heeft er een klachtgesprek plaatsgevonden tussen verweerder en klaagster en heeft de verweerder een behandelvoorstel gedaan voor het plaatsen van nieuwe porseleinen facings inclusief begroting. De klaagster heeft het voorstel niet geaccepteerd en heeft zich gewend tot de KNMT. Eind 2023 heeft de klaagster zich tot haar rechtsbijstandsverzekeraar gewend en deze heeft een advies uitgebracht die luidt dat de tandarts er verstandiger aan had gedaan om direct de facings te vervangen voor andere indirecte restauraties die een betere aansluiting zouden hebben aan het tandweefsel.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend en verwijt de tandarts vanwege het feit dat hij niet voldoende informatie heeft verstrekt over de behandeling. Daarnaast heeft de tandarts niet alleen de tandhalzen opgevuld zoals afgesproken, maar de gehele tandvorm aangepast. De tandarts heeft volgens de klaagster de onjuiste behandeling gekozen door voor composiet te gaan. De klaagster verwijt de tandarts verder over het beschadigen van haar gebit door composiet te gebruiken wat heeft geleid tot breuken, scheuren en verkleuringen.

De klaagster geeft aan dat de tandarts haar onder druk heeft gezet om de huidige facings aan te passen, terwijl zij geen klachten ondervond en een onrealistische belofte heeft gedaan door te beweren dat haar tanden in hun oude staat hersteld kon worden. Daarnaast verwijt zij de tandarts vanwege het feit dat hij haar niet serieus heef genomen.

De tandarts geeft aan dat hij met de klaagster heeft besproken dat de niet-invasieve, reversibele behandeling zou bestaan uit de vervaardiging van 6x permanente composiet facings bij de elementen en er ook sprake was van informed consent. De tandarts verzoekt het college om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Klachtenonderelen a en b, geen informed consent, worden als gegrond verklaart. Er is geen behandelplan en begroting opgesteld en ook uit het medisch dossier van de klaagster kan niet worden afgeleid wat er met de klaagster is besproken.

Volgens het tuchtcollege heeft de verweerder zijn informatieplicht en dossierplicht geschonden. De andere klachtenonderdelen zijn ongegrond verklaard. Echter de klaagster is het er niet mee eens dat overige klachtenonderdelen ongegrond zijn verklaard en is in hoger beroep gegaan bij het centraal tuchtcollege. Het centraal tuchtcollege oordeelt dat klachtonderdeel c, onjuiste behandeling, als gegrond wordt verklaard doordat de tandarts ten onrechte composiet heeft gebruikt. De andere klachtonderdelen zijn ongegrond volgens het centraal tuchtcollege. Op basis van de gegronde klachtonderdelen oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

Uitspraak

Op basis van de gegronde klachtonderdelen, a, b en c, oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Samenwerking in de mondzorg blijkt in de praktijk vaak een zoektocht: waar begint en eindigt ieders rol? In het eerdere onderzoek zagen we dat grenzen vervagen en dat dit soms tot spanning leidt. Tegelijkertijd vraagt het team om meer overleg en duidelijkheid. Dit roept de vraag op: wanneer zijn kaders hard nodig om veiligheid te borgen, en wanneer helpt het juist om ze flexibel in te zetten zodat professionals kunnen groeien?

Wanneer kaders onmisbaar zijn

Kaders zijn primair bedoeld om patiënten te beschermen. Niemand wil dat een beginnende preventieassistent een complexe parobehandeling uitvoert waarvoor zij niet is opgeleid. Helder omschreven afspraken over bevoegdheden en grenzen zorgen dat de juiste zorgverlener de juiste patiënt ziet.

Daarnaast bieden kaders ook veiligheid voor de medewerker zelf. Zonder duidelijke instructies ervaren assistenten druk om taken uit te voeren waarvoor ze zich niet bekwaam voelen, wat kan leiden tot stress, onzekerheid en zelfs fouten. Zoals theoretische modellen over kaders en autonomie laten zien, werken duidelijke grenzen juist bevrijdend: ze geven een medewerker houvast en ruimte om zich te concentreren op wat binnen de rol hoort.

Casus – Kaders te ruim

Jamal, preventieassistent met enkele jaren ervaring, kreeg in een praktijk zonder structureel overleg steeds complexere taken toegewezen: parostatussen maken en pockets van 6 mm behandelen zonder supervisie. Aanvankelijk voelde hij zich gevleid, maar na verloop van tijd groeide de onzekerheid. Hij wist niet meer of hij binnen zijn bevoegdheden werkte. Het gebrek aan kaders maakte hem onzeker én zorgde dat de patiëntenzorg onveilig werd.

Professionele identiteit en kaders

Kaders beschermen de waarde van ieders beroep. Voor de preventieassistent geven ze veiligheid, voor de mondhygiënist waarborgen ze het verschil in opleidingsniveau en klinische verantwoordelijkheid, en voor de tandarts bieden ze overzicht en grip op de eindverantwoordelijkheid.

Onderzoek toont aan dat duidelijke kaders bijdragen aan rolduidelijkheid, professionele trots en een efficiënte samenwerking.

Is controle of vertrouwen nodig?

In de mondzorg staat patiëntveiligheid voorop. Controle helpt om risico’s te signaleren en te voorkomen dat iemand buiten zijn of haar bekwaamheid werkt. Denk aan een preventieassistent die nog niet voldoende ervaring heeft met bepaalde handelingen. Zonder toetsing kan dat leiden tot fouten. Maar als elk detail voortdurend wordt nagekeken, voelen medewerkers zich gewantrouwd. Dit werkt demotiverend, belemmert eigenaarschap en kan leiden tot afhankelijk gedrag (“ik doe niets totdat het gecontroleerd is”). Belangrijk is dat dit niet als wantrouwen wordt gevoeld maar als onderdeel van een gezamenlijk leerproces.

Maar we horen ook vaak dat vertrouwen nodig is. Professionals groeien als ze de ruimte krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Vertrouwen geeft ruimte om initiatief te tonen, vergroot motivatie en versterkt de binding met het team. Bovendien draagt het bij aan psychologische veiligheid: de ervaring dat men fouten mag bespreken en ervan mag leren.

Als vertrouwen betekent dat er helemaal geen toetsing of reflectie plaatsvindt, kan dit leiden tot overschrijding van grenzen of blinde vlekken. Dus er is een balans nodig tussen controle en vertrouwen. In de zorgpraktijk werkt een de combinatie het best: duidelijke afspraken (kaders) die worden gecontroleerd waar dat cruciaal is (bijvoorbeeld bij complexe of risicovolle handelingen), gecombineerd met vertrouwen in het geroutineerde werk en regelmatige reflectiemomenten. Meer hier over bespreken we onder ‘rekbare kaders’.

De balans is te vinden in intervisie, feedbackgesprekken of periodieke evaluaties in plaats van voortdurende checklists.

Omgaan met overschrijding van kaders

Soms worden kaders genegeerd, bijvoorbeeld door zelfoverschatting of druk vanuit de praktijk. Voorbeelden: een preventieassistent die PPS3-patiënten subgingivaal behandelt, of een mondhygiënist die röntgenfoto’s indiceert en buiten het vakgebied analyseert zonder tandarts.

Aanpak:

  • Benoem gedrag, niet de persoon.
  • Verbind aan gezamenlijke doelen.
  • Check de motivatie: soms is onvoldoende overleg de oorzaak.
  • Maak afspraken zichtbaar en toetsbaar.
  • Ondersteun met leiderschap.

Casus – Overschrijding door zelfoverschatting

Een paropreventieassistent nam structureel PPS3-patiënten over uit enthousiasme. Mondhygiënisten durfden dit niet bespreekbaar te maken. Pas bij een complicatie bleek dat het probleem lag in gebrek aan kaders én feedback. Door gezamenlijk afspraken te herzien en de mondhygiënist een coachende rol te geven, werd het vertrouwen hersteld.

Wanneer kaders ontwikkeling kunnen belemmeren

Te strakke kaders kunnen ook knellen. Een mondhygiënist die niets zelfstandig mag beslissen zonder eerst de tandarts te raadplegen, voelt zich niet serieus genomen. Evenzo kan een preventieassistent die enkel “handjes” mag zijn, het gevoel krijgen dat haar kennis ondergewaardeerd wordt. Te veel controle verstikt eigenaarschap en demotiveert.

Onderzoek naar professionele groei in zorgteams laat zien dat medewerkers juist floreren wanneer kaders ruimte bieden voor eigen initiatief, gecombineerd met feedback en ondersteuning.

Casus – Kaders te krap

Sophie, mondhygiënist met tien jaar ervaring, werkte in een praktijk waar de tandarts álle behandelplannen moest goedkeuren, zelfs voor eenvoudige nazorgpatiënten. Voor Sophie voelde dit als wantrouwen en een beperking van haar deskundigheid. De patiëntenzorg verliep trager en Sophie verloor motivatie. Het strakke kader smoorde professionaliteit in plaats van veiligheid te bieden.

Rekbare kaders: ruimte om te groeien

Het alternatief ligt in wat we groeikaders kunnen noemen. Dat zijn duidelijke grenzen die tegelijk ruimte laten om stap voor stap meer verantwoordelijkheid te nemen.

Voorbeeld: Een beginnende preventieassistent start met het verwijderen van tandsteen enkel in het onderfront, onder begeleiding. Naarmate ze ervaring en vertrouwen opbouwt, kan het kader uitgebreid worden, bijvoorbeeld door zelfstandig tandsteen te verwijderen met alleen nacontrole.

Essentieel: Evaluatiemomenten zijn ingebouwd: wat gaat goed, waar liggen nog grenzen? Zo groeit iemand binnen een veilige structuur, blijft de patiëntenzorg gewaarborgd en ervaart de medewerker eigenaarschap.

Onderzoek naar teamdynamiek en psychologische veiligheid benadrukt dat deze evaluatie en reflectie cruciaal zijn voor duurzame groei en motivatie.

Neurodivergente collega’s en kaders

In teams werken vaak collega’s die neurodivergent zijn. De beleving van kaders kan sterk verschillen:

  • Voor sommigen bieden kaders houvast, zoals een mondhygiënist met autisme die baat heeft bij voorspelbare structuren.
  • Voor anderen kunnen kaders verstikkend werken, zoals een collega met ADHD die energie en creativiteit kwijt wil in een rol met ruimte voor eigen invulling.

Flexibiliteit en dialoog zijn cruciaal: kaders dienen ondersteunend, niet uniform te zijn. Dit vergroot inclusiviteit en benut de kracht van diversiteit.

Leiderschap en gezamenlijke afspraken

Het plaatsen van kaders vraagt om leiderschap. Niet in de vorm van top-down regels, maar door gezamenlijk afspraken te maken. De tandarts of mondhygiënist bewaakt grenzen en voert het gesprek actief. De mondhygiënist kan een coachende rol spelen: inhoudelijke kaders bewaken, maar ook begeleiden. De preventieassistent moet de ruimte voelen om aan te geven waar meer begeleiding of vrijheid nodig is.

Casus – Escalatie zonder zicht op kaders

In een groepspraktijk liep de relatie tussen tandarts en mondhygiënist vast. De tandarts vond dat de mondhygiënist te vaak patiënten terugverwees, terwijl de mondhygiënist zich overvraagd voelde en onvoldoende steun ervoer. Pas na inschakeling van een mediator werd duidelijk dat het conflict draaide om onuitgesproken kaders. Door expliciete afspraken en gezamenlijke herziening ontstond weer helderheid en vertrouwen.

Kaders als springplank

De kunst is dynamische kaders creëren: stevig genoeg voor veiligheid en kwaliteit, flexibel genoeg voor groei. Samenwerking wordt pas echt sterk als kaders niet worden gezien als macht, maar als springplank voor ontwikkeling.

Transcendentie: boven de kaders uitstijgen

Naast harde, rekbare of flexibele kaders bestaat er nog een andere dimensie: transcendentie. Dit gaat niet om het loslaten van kaders, maar om het vermogen om de betekenis erachter te zien en er bovenuit te stijgen.

Wat is transcendentie?

Transcendentie betekent letterlijk “overstijgen”. In een professionele context gaat het om het vermogen om voorbij de letterlijke regels en afspraken te kijken, naar het bredere doel dat ze dienen: veilige, kwalitatieve en mensgerichte zorg. Het is een proces waarin professionals zich niet alleen houden aan kaders, maar deze leren begrijpen als hulpmiddel om samen verder te komen.

Het proces van transcendentie

  1. Bewustwording – Professionals kennen de kaders en weten waar de grenzen liggen.
  2. Reflectie – Ze onderzoeken waarom die kaders bestaan: voor veiligheid, groei of kwaliteit.
  3. Overstijging – Ze leren handelen vanuit het doel achter het kader in plaats van enkel vanuit de regel zelf.
  4. Integratie – In het team ontstaat een cultuur waarin kaders niet meer als beperking, maar als middel voor gezamenlijke ontwikkeling worden ervaren.

Belang voor de mondzorgprofessional en het team

  • Voor de individuele professional geeft transcendentie zingeving en trots: het werk gaat niet alleen over “wat mag ik wel of niet”, maar over de bijdrage aan het grotere geheel van patiëntenzorg.
  • Voor het team betekent transcendentie dat samenwerking niet vastloopt op grenzen, maar gedragen wordt door een gezamenlijke visie. Teams die transcendent denken, zijn beter in staat om spanningen rond bevoegdheden en taken te bespreken zonder te vervallen in strijd of rigiditeit.

Relatie met kaders

Transcendentie betekent niet dat kaders verdwijnen. Integendeel: ze blijven nodig als fundament. Het verschil is dat professionals ze niet langer als eindpunt zien, maar als startpunt. Het gaat niet meer om de vraag “Mag dit binnen mijn rol?”, maar om “Hoe dragen mijn handelen en de kaders samen bij aan de best mogelijke zorg?”

Het risico van zwart-wit denken in kaders

Kaders zijn bedoeld als steun, maar kunnen verstikkend worden wanneer ze te letterlijk of mechanisch worden toegepast. Zwart-wit denken ontneemt de professional de ruimte om context mee te wegen en tast het vertrouwen van de patiënt aan.

Casus – Vastlopen in cijfers

In een praktijk werd afgesproken dat een bloedingsindex van maximaal 15% acceptabel was. Tijdens een controle mat een preventieassistent bij een patiënt een bloedingsindex van 16%. In plaats van dit te bespreken als een kleine afwijking met ruimte voor verbetering, wees de assistent de patiënt streng terecht: “U zit boven de norm, dit is echt niet goed.” De patiënt voelde zich afgebrand, terwijl het verschil in werkelijkheid marginaal was en met wat extra instructie goed begeleid had kunnen worden.

Het strikt hanteren van de grens zonder oog voor nuance leidde tot demotivatie bij de patiënt en spanningen in de relatie. Bovendien voelde de preventieassistent zich achteraf onzeker: had zij wel juist gehandeld door zo hard te reageren? Het kader dat veiligheid moest bieden, werd een valkuil omdat het zonder context werd toegepast.

Les: Regels en cijfers zijn hulpmiddelen, geen absolute waarheden. Transcendentie helpt om kaders te gebruiken als richtingaanwijzers, met oog voor het grotere doel: motivatie, kwaliteit van zorg en het behoud van vertrouwen in de behandelrelatie.

Casus – Niet denken maar doen

In een praktijk wordt afgesproken dat de besproken tijd maximaal benut moet worden nadat is gebleken dat de afspraken van de preventieassistent vaak maar 15 minuten worden gedeclareerd terwijl er een half uur in de agenda staat. Een preventieassistent maakt daarop keurig steeds de 30 minuten vol en declareert vervolgens een keer M01 en 5 keer M03. Dit lijkt goed totdat de bloedingsindex erbij wordt gelegd. De bloedingsindex is bij veel van haar patiënten slechts 5% en ook de plakindex blijkt erg laag. Wat is er aan de hand? Bij navraag blijkt ze nu overal te scalen en op elke plek 10 keer heen en weer te gaan met haar scaler, ook als er geen plak of tandsteen te vinden is. Ook krijgen al haar patiënten elke keer een instructie, ook als ze dit al goed doen. Hier zijn de kaders op de letter gevolgd maar niet goed begrepen. Er wordt afgesproken om de behandeltijd in de agenda in te korten en sommige patiënten in het geheel niet meer in te plannen.

Conclusie

Kaders zijn onmisbaar voor veiligheid, rolduidelijkheid en professionele identiteit, maar kunnen ook groei stimuleren als ze dynamisch en adaptief worden ingezet. De kunst is een balans te vinden: grenzen die beschermen, én ruimte die professionals laat ontwikkelen. Transcendentie helpt om kaders te zien als springplank en richtingaanwijzer in plaats van als muren. Zo worden kaders een fundament én springplank voor sterke samenwerking in de mondzorg.

Soort kader

Soort kader Kenmerken Effect op veiligheid Effect op groei / motivatie
Hard kader        Strikt, weinig ruimte voor eigen invulling Laag: beperkt eigenaarschap, kan demotiverend werken
Te krap kader       Alle beslissingen moeten worden goedgekeurd Gemiddeld: veiligheid is formeel gewaarborgd, maar soms vertraging Laag: frustratie, beperkt initiatief en professionele ontwikkeling
Te ruim kader       Veel vrijheid zonder toezicht Laag: risico op fouten of overschrijding van bevoegdheden Gemiddeld/hoog: kan initiatiefrijk zijn, maar onzekerheid ontstaat
Rekbaar kader

Tips voor gebruik

  • Begin met duidelijke kaders voor nieuwe medewerkers.
  • Breid het kader geleidelijk uit op basis van ervaring en vertrouwen.
  • Bespreek regelmatig: wat werkt, wat kan losser, wat moet strakker?
  • Zorg dat iedereen in het team de kaders begrijpt en ermee instemt.

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist.

Gebruikte bronnen:

Literatuur over kaders en professionele groei in zorgpraktijken

  1. Professionaliteit in de zorg
    Samenvatting: Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema’s en dilemma’s in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten.
  2. De dokter en de vakgroep – Paul Wormer
    Samenvatting: In dit boek doet Paul Wormer praktische suggesties om de huisartsenzorg en de samenwerking binnen praktijken en professionele teams goed en efficiënt te organiseren. Het boek richt zich op het tweede vak van de dokter: het leidinggeven en samenwerken binnen de praktijk, vakgroep en andere teams.
  3. Kaders: Waarom grenzen juist vrijheid scheppen
    Samenvatting: Dit boek onderzoekt hoe duidelijke kaders in organisaties kunnen bijdragen aan zelfsturing, psychologische veiligheid en teamperformance. Het biedt inzichten van experts over hoe kaders zelfsturing kunnen ondersteunen zonder te vervallen in rigide controle. (Managementboek)
  4. Ruimte vinden binnen de kaders
    Samenvatting: Dit boek bespreekt hoe je de creativiteit en eigen verantwoordelijkheid van professionals kunt aanspreken binnen de gevestigde regels. Het benadrukt dat het bereid zijn om regels ter discussie te stellen, ruimte kan creëren voor innovatie en groei. (De Professionele Dialoog)

Literatuur over transcendentie

  1. Peeters, M., & Van Eerde, F. (2021). Overstijgend samenwerken: zingeving en professionaliteit in teams. Amsterdam: Boom Uitgevers.
    Dit boek bespreekt hoe professionals binnen organisaties kunnen groeien door voorbij structuren en regels te kijken. Het concept transcendentie wordt belicht als sleutel tot samenwerking die niet alleen efficiënt is, maar ook betekenisvol. Het laat zien hoe kaders niet verdwijnen, maar worden gebruikt als fundament voor ontwikkeling, vertrouwen en duurzame samenwerking.
  2. Taylor, C. (1991). The Ethics of Authenticity. Harvard University Press.
    Taylor verbindt transcendentie aan authenticiteit en zingeving in het professionele en persoonlijke leven. Zijn werk biedt een filosofische basis om te begrijpen waarom het overstijgen van kaders belangrijk is voor het behouden van menselijkheid binnen structuren.
  3. Frankl, V. E. (2004). De zin van het bestaan. Utrecht: Servire.
    Hoewel geschreven vanuit een existentiële en psychologische invalshoek, laat dit boek zien hoe transcendentie – het richten op een groter doel – cruciaal is voor motivatie en professionaliteit. Dit idee is toepasbaar binnen zorgteams die hun werk willen verbinden aan bredere waarden.

Thuisstudies

  • Zorgcoördinator
  • Toegepaste Psychologie

 

 

 

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Samenwerken, Thema A-Z