Tandpasta

Duurzaam tandenpoetsen zonder concessies aan mondgezondheid

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven, en ook in de mondzorg valt winst te behalen. Volgens tandarts en duurzaamheidsadviseur Angelica Setiaman is het belangrijk om bewuste keuzes te maken bij gebruik van mondzorgproducten, zonder dat dit ten koste gaat van een goede mondgezondheid. In een interview in Trouw vertelt zij hierover.

Tandenpoetsen is een dagelijkse gewoonte en juist daarom heeft de gebruikte materialenkeuze impact. Wereldwijd belandt dagelijks een enorme hoeveelheid plastic in het milieu. Mondverzorgingsproducten vormen daarvan slechts een klein aandeel, maar zijn wel typisch voorbeelden van kortlevende wegwerpproducten. Wie elke drie maanden een nieuwe tandenborstel gebruikt, verbruikt er in een leven al snel honderden.

Milieu-impact van verschillende typen tandenborstels

Onderzoek van University College London en Trinity College Dublin vergeleek de milieu-impact van verschillende typen tandenborstels via een levenscyclusanalyse. Daarbij werd gekeken naar de totale belasting: van productie tot afval. De handtandenborstel met vervangbare borstelkop bleek de meest duurzame optie. Op de tweede plaats eindigde de bamboetandenborstel, mits deze volledig biologisch afbreekbaar is en geen nylon haren bevat. De elektrische tandenborstel scoorde het minst gunstig.

Mondhygiëne werd in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dat is volgens Setiaman deels logisch: “In principe maakt het niet veel uit waarmee je poetst, als je het maar goed doet.” Wel merkt zij op dat elektrisch poetsen voor sommige mensen praktisch kan zijn, bijvoorbeeld doordat kleine borstelkoppen lastige plekken beter bereiken. Haar advies blijft daarom: volg vooral het advies van je eigen tandarts.

Voor wie elektrisch poetst, zijn er manieren om dit duurzamer te doen. Minder vaak opladen bespaart energie en verlengt de levensduur van de batterij. Is de batterij versleten, dan kan vervanging soms een alternatief zijn voor volledige vervanging van de borstel. Is reparatie niet meer mogelijk, lever het apparaat dan in bij een geschikt inzamelpunt.

Bewuste keuze bij tandpasta

Ook bij tandpasta valt een bewuste keuze te maken. Setiaman benadrukt het belang van fluoride: “Dat is essentieel voor het voorkomen van cariës.” In sommige natuurlijke of biologische tandpasta’s ontbreekt fluoride, wat nadelig kan zijn voor de mondgezondheid. Daarnaast bevatten sommige producten nog steeds microplastics, ondanks eerdere afspraken om deze uit cosmetica te weren. Wie dit wil vermijden, kan ingrediëntenlijsten controleren of gebruikmaken van de scan-app Beat the Microbead.

Verpakkingen en extra producten

Verpakkingen spelen eveneens een rol. Recyclebare tubes en kartonnen doosjes horen gescheiden te worden weggegooid om hergebruik mogelijk te maken. Extra producten zoals mondwater zijn volgens Setiaman meestal niet nodig en kunnen bij langdurig gebruik zelfs nadelige effecten hebben.  Bij specifieke klachten of op advies van een tandarts kan mondwater tijdelijk zinvol zijn. Anders geldt volgens haar: “Hoe minder overbodige producten, hoe beter – voor je mond én voor het milieu.”

Een duurzame poetsroutine begint dus bij bewuste keuzes, maar blijft altijd ondergeschikt aan goede mondzorg. Zoals Setiaman het samenvat: preventie is niet alleen gezonder, maar uiteindelijk ook de meest duurzame optie.

Bron:
Trouw

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Salarisscan

SalarisScan 2025 uitkomsten: Wat verdient een tandarts, mondhygiënist, (preventie)assistent en praktijkmanager?

Voor praktijkhouders én voor medewerkers is het goed om een beeld te krijgen van de gebruikelijke salarissen om te weten of het betaalde of het ontvangen salaris marktconform is. Wij deden een update onderzoek in oktober 2025 over de salarissen in de mondzorg, een initiatief van dentalinfo.nl en Dental Management Toolkit. Wij hebben de uitkomsten van dit onderzoek anoniem verwerkt.

Download het overzicht van de gemiddelde salarissen van mondzorgmedewerkers werkend als ZZP’er

Download het overzicht van de gemiddelde salarissen van mondzorgmedewerkers in loondienst

De salarisscan is een initiatief van dentalinfo.nl en Dental Management Toolkit

Dental Management Toolkit

Lees meer over Dental Management Toolkit: Database met 200+ documenten en video’s voor praktijkmanagement

Dental Management Toolkit: Online protocollen, video’s en tips

Iedere praktijk is anders. Je wilt daarom zelf invulling geven aan de organisatie van je praktijk. De Dental Management Toolkit helpt je hierbij. De Dental Management Toolkit is een database met 200+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie. Vanuit onze ervaring bij veel praktijken geven we oplossingen voor vragen en problemen die leven in praktijken. Daarmee is de Dental Management Toolkit geschikt voor alle praktijken – van klein tot groot – die zelf aan de slag willen gaan om hun praktijk op orde te krijgen en willen werken aan het praktijkmanagement van hun praktijk. Lees meer

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Partnernieuws, Partnernieuws, Personeel
zzp'ers in de mondzorg

Kabinet ziet af van zzp-boetes in 2026 na ingrijpen Tweede Kamer

Het kabinet heeft besloten om in 2026 geen boetes op te leggen aan instellingen die werken met schijnzelfstandigen. Aanleiding voor dit besluit is stevige druk vanuit de Tweede Kamer.

De Belastingdienst was voornemens om per 1 januari 2026 actief te gaan handhaven op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Dat zou betekenen dat werkgevers die gebruikmaken van schijnzelfstandigen niet alleen alsnog loonbelasting en sociale premies zouden moeten betalen, maar ook boetes riskeren.

Met name binnen de zorgsector leidde dit voornemen tot grote zorgen. Zorginstellingen gaven aan dat zij zonder de inzet van zelfstandigen hun dienstverlening mogelijk niet volledig kunnen voortzetten. Huisartsen waarschuwden dat sommige huisartsenposten zouden moeten sluiten, terwijl organisaties in de gehandicaptenzorg vreesden dat de continuïteit van zorg voor cliënten met complexe problematiek in gevaar zou komen.

Tijdelijke versoepeling van handhaving

De Tweede Kamer had eerder een motie aangenomen waarin werd opgeroepen tot verlenging van de zogenoemde ‘zachte landing’. Dit houdt in dat de Belastingdienst voorlopig geen boetes oplegt bij controles op schijnzelfstandigheid. De motie, ingediend door D66, Denk en SGP, kreeg steun van een brede Kamermeerderheid, waaronder VVD, FvD, PVV en JA21.

Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen van Financiën gaf aanvankelijk tijdens een commissievergadering op 18 december aan de motie niet te willen uitvoeren. Volgens hem hadden organisaties voldoende tijd gehad om zich voor te bereiden op de aangescherpte handhaving en zou uitstel onrechtvaardig zijn tegenover partijen die hun zaken al op orde hebben.

Geen controles en boetes in 2026

Tijdens het daaropvolgende debat later die dag kwam de staatssecretaris hierop terug. Onder druk van de Kamer zegde hij toe dat in 2026 geen boekenonderzoeken zullen plaatsvinden die nodig zijn om achteraf loonbelasting te innen bij organisaties die mogelijk met schijnzelfstandigen werken. Ook worden er in dat jaar geen boetes opgelegd.

Eerder op de dag was nog gemeld dat de staatssecretaris vasthield aan zijn oorspronkelijke standpunt. Inmiddels heeft hij echter toegezegd tegemoet te komen aan de wens van de Tweede Kamer om de handhaving tijdelijk te versoepelen.

Risicogerichte aanpak

De KNMT meldt dat de Belastingdienst risicogericht te werk gaat. “Dat wil zeggen dat branches waarin sprake is van gedwongen zelfstandigheid, evidente schijnzelfstandigheid en arbeidsmigratie-constructies als eerste aan de beurt zullen zijn bij controles. Hiervan is in de mondzorg geen sprake. Desalniettemin zal de Belastingdienst op een gegeven moment ook op controle gaan bij een mondzorgpraktijk.”

Bronnen:
Skipr en KNMT

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Tuchtrecht

Tuchtrecht: Gedeeltelijk gegronde klacht tegen tandarts wegens onvoldoende vastlegging communicatie parodontale risico’s

Een tandarts krijgt een waarschuwing omdat zij niet voldoende heeft vastgelegd dat een patiënt was geïnformeerd over de risico’s van haar parodontale aandoening. De overige verwijten – verkeerde diagnose en dossieropvraag – zijn ongegrond.

Situatie

Een patiënt bezocht in maart 2025 een spoedtandarts vanwege een plotselinge zwelling bij tand 22. Tijdens dit consult stelde de waarnemend tandarts een diepe pocket en een fors angulair botdefect vast. De vrouw was al jarenlang patiënt bij een andere tandarts, tegen wie zij vervolgens een klacht indiende.
De klacht richtte zich op het feit dat de behandelend tandarts deze parodontale problematiek in eerdere jaren niet zou hebben onderkend, terwijl dat volgens de patiënt aanleiding had moeten zijn voor uitgebreider onderzoek. Daarnaast vond zij dat de tandarts zonder toestemming haar medisch dossier had opgevraagd en dat de dossiervorming onvoldoende was.
De tandarts voerde aan dat de patiënt al jaren bekend was met het probleem, dat zij regelmatig onder behandeling stond bij de mondhygiënist en dat er weinig directe contactmomenten tussen haar en de tandarts waren. Zij erkende wel dat de verslaglegging beter had gekund.

Klacht

De patiënt verwijt de tandarts:

  1. nalatigheid in de diagnostiek en behandeling van de parodontale aandoening;
  2. het niet tijdig signaleren van het botdefect en de verdiepte pocket, met name bij de röntgenfoto in 2018;
  3. gebrekkige dossiervorming;
  4. het zonder toestemming opvragen van haar dossier bij de vorige tandarts.

De tandarts betwistte de verwijten en gaf aan dat:

  • de problematiek al lang bekend was en onder controle leek;
  • de patiënt niet bij haar, maar bij de mondhygiënist kwam voor regelmatige zorg;
  • er geen reden was voor nieuw onderzoek in 2018;
  • en dat het opvragen van het dossier slechts diende om een bestaande foto te verifiëren, zonder toevoeging van nieuwe gegevens.

Beoordeling

Zorgplicht en toetsingskader

Het tuchtcollege beoordeelde of de tandarts heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts mag worden verwacht. Het zelfstandig handelen van de mondhygiënist valt buiten deze beoordeling.

Diagnostiek en behandeling

De tandarts was zich bij eerdere behandelingen bewust van de parodontale problematiek rond de 22. Uit haar dossiernotities bleek dat zij het aanwezige botdefect kende. Omdat de aard van het probleem al duidelijk was en de patiënt eerder specialistische behandeling had gehad, zou een nieuw uitgebreid parodontaal onderzoek in 2018 weinig hebben toegevoegd.
Het college achtte aannemelijk dat de plotselinge opvlamming in 2025 zelfs bij goede nazorg kan optreden en concludeerde dat de tandarts in haar behandeling niet onzorgvuldig had gehandeld.

Communicatie en dossiervorming

Het college vond wél dat de tandarts de patiënt duidelijker had moeten informeren over de risico’s van haar situatie en dit beter had moeten vastleggen. Uit het dossier bleek niet dat de tandarts had uitgelegd dat zelfs bij goede mondhygiëne een plotselinge verslechtering mogelijk was.
Duidelijke communicatie over risico’s is volgens het college essentieel, zeker wanneer een patiënt niet regelmatig door de tandarts zelf wordt gecontroleerd. De gebrekkige vastlegging in het dossier maakt dat dit onderdeel van de klacht gegrond is.

Opvragen van het medisch dossier

Over dit punt oordeelde het college dat de tandarts niet klachtwaardig heeft gehandeld. De vorige tandarts stuurde geen nieuwe informatie, waardoor geen privacybelang van de patiënt is geschaad.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klacht gedeeltelijk gegrond. De tandarts had de communicatie over de risico’s van de parodontale problematiek beter moeten documenteren.
De overige verwijten, over diagnostiek, behandeling en dossieropvraag, zijn ongegrond. Omdat de tandarts ter zitting aangaf te hebben geleerd van het incident en het belang van goede verslaglegging erkent, achtte het college een waarschuwing als maatregel passend en voldoende.

Bron:
Overheid

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
zzp'er

Nieuwe zzp-wetgeving op lange baan?

Deze zomer ging het kabinet hard door met de nieuwe zzp-wet. Het draagvlak ervoor brokkelt ondertussen echter verder af. Wat betekent dit voor de praktijk?

Hoewel het kabinet het zzp-thema weinig prioriteit meer leek te geven, maakte het de afgelopen maanden juist weer tempo met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Toenmalig minister van SZW stuurde het definitieve wetsvoorstel in juli dit jaar naar de Tweede Kamer en zijn opvolger legde vervolgens in september een nadere uitwerking (in een ‘besluit’) in september voor ter internetconsultatie.

Verkiezingen: draagvlak neemt verder af

Met de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 is het niet onlogisch dat de bewindspersonen deze stappen namen. Het is echter maar zeer de vraag of ze deze datum gaan halen. Het politieke draagvlak voor het wetsvoorstel leek namelijk al niet stevig, waarna het door de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 5 november verder afbrokkelde. Vbar-kritische partijen wonnen immers terrein, terwijl een belangrijke voorstander, NSC, met de verkiezingen zijn positie geheel verloor.

Concurrerend wetsvoorstel oogst sympathie

Dit voorjaar verscheen vanuit de VVD-fractie in de Tweede Kamer met de ‘Zelfstandigenwet’ zelfs een alternatief zzp-wetsvoorstel. Mede-initiatiefnemers D66 en CDA wonnen fors terrein in de Tweede Kamer. Anders dan bij de Vbar begint dit voorstel met een ‘Zelfstandigentoets’, dit levert maatschappelijke sympathie op. Het is echter nog een eerste concept, met veel haken en ogen vanuit uitvoerings- en juridisch-technisch perspectief.

Optelsom laat grote vertragingskans zien

Twee concurrerende wetsvoorstellen met ieder zijn problematiek en mogelijk langdurige formatie is geen recept voor succes op korte termijn. De datum van 1 juli 2026 lijkt in dat kader inmiddels erg ambitieus. Waarmee de lange baan weer in beeld komt, met een verlenging van het huidige kader als gevolg. Voor een oordeel over zelfstandigheid of loondienst betekent dat: toetsen op het summier beschreven begrip ‘arbeidsovereenkomst’ in het Burgerlijk Wetboek. En in het verlengde daarvan de jurisprudentie die dit verder concretiseert. De Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad in 2023 is daarbij de belangrijkste.

Eigen arbeidsrelaties toetsen

Het is goed de Deliveroo-punten kritisch langs te lopen voor de eigen situatie en te realiseren dat het handhavingsregime van de Belastingdienst in 2026 strakker wordt. Voor 2025 geldt nog een ‘zachte landing’, dat betekent onder meer beperkte handhaving en geen boetes in geval van herkwalificatie. Vanaf 2026 wordt weer regulier gehandhaafd is het plan, dus ook weer met boetes.

Modelovereenkomst geen vrijbrief

De door de Belastingdienst geaccordeerde modelovereenkomsten voor het werken buiten dienstbetrekking zijn ook geen vrijbrieven, zo wordt steeds duidelijker. Echt volgens de letter van die overeenkomsten werken is in de praktijk niet eenvoudig, en zonder dat verliezen ze hun waarde. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van zorg en de vertaling van beroepsnormen naar de dagelijkse praktijk zijn daarbij belangrijke punten. Dit bleek onder meer uit het recent gepubliceerde Besluit Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie.

Door:
Drs. ing. Erik M. van Dam is senior consultant VvAA

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
overname tandartspraktijken 400

Een tandartspraktijk verkopen, hoe doe je dat?

Het besluit om je tandartspraktijk te verkopen is een belangrijk moment in je professionele loopbaan. Zo’n traject vraagt om zorgvuldige afwegingen: zowel emotioneel als financieel. Als private banker voor de mondzorg bij Van Lanschot Kempen heb ik veel ervaring met tandartsen die hun praktijk verkopen. In dit artikel bespreek ik de belangrijkste trends, valkuilen en aandachtspunten die bij een verkooptraject naar voren komen.

Ontwikkelingen die de verkoop beïnvloeden

De mondzorgsector is in beweging. Door de handhaving van de zzp-regelgeving overwegen meer zzp-tandartsen een eigen praktijk te starten. Toch lijkt het aanbod van praktijken het komende decennium groter te worden dan de vraag. Veel praktijkhoudende tandartsen bereiken in de komende jaren de pensioengerechtigde leeftijd. Er worden nog altijd te weinig tandartsen opgeleid om dit op te vangen.

Voor kleine praktijken met één tot drie stoelen en een beperkt patiëntenbestand wordt het steeds lastiger om een opvolger te vinden. Door strengere regelgeving en beperkte mogelijkheid tot taakdelegatie zijn deze praktijken vaak minder toekomstbestendig.

Daarnaast bestaat onzekerheid over de toekomstige omzet. Het NZa-kostenonderzoek heeft ertoe geleid dat de tarieven vanaf 2026 dalen met 1,12%. Dit lijkt beperkt, maar in de praktijk heeft het een forse negatieve impact op de praktijkwinst. De kosten voor inkoop, personeel en huisvesting stijgen minimaal met de inflatie. Dit heeft gevolgen voor je eigen inkomsten en voor de mogelijke waarde van je praktijk.

Ketenpartijen lijken ook terughoudender te worden in hun overnamebeleid. Dit kan gevolgen hebben voor prijzen en voorwaarden. Het is daarom belangrijk om op tijd goed inzicht te krijgen in de waarde en verkoopmogelijkheden van je praktijk.

Waardebepaling: meer dan cijfers

Het vaststellen van de prijs is een samenspel van diverse factoren:

  • Ligging
    Is je praktijk gelegen in een groeigemeente en heeft deze goede zichtbaarheid en bereikbaarheid? Dan heeft dat duidelijk een positieve invloed.
  • Type en omvang
    Een eerstelijnspraktijk brengt meestal meer op dan een (deels) tweedelijns praktijk. Ook het aantal actieve patiënten, behandelkamers en het uitbreidingspotentieel zijn doorslaggevend.
  • Kerncijfers
    Belangrijk is inzicht in gemiddelde omzet per patiënt en praktijkkosten. Afwijkingen van het landelijke gemiddelde vallen op bij kopers. Een bijzonder hoge omzet per patiënt kan bijvoorbeeld leiden tot twijfel of deze opbrengst na jouw vertrek te behouden is.
  • Soort koper
    Verkoop je aan een keten of aan een collega-tandarts? Een keten biedt vaak een hoger bedrag, maar betaalt in termijnen. Het praktijkpand nemen ze meestal niet over. Vaak vragen ze dat je nog jaren als waarnemer blijft werken. Een collega-tandarts kiest juist voor een directe overdracht. Het pand nemen ze meestal graag over en het volledige bedrag krijg je vaak in één keer.

Praktijkpand: houden of verkopen?

Ben je eigenaar van het praktijkpand? Dan sta je voor een strategische keuze:

  • Verkoop
    Je ontvangt een som geld en hebt geen gedoe meer. Wel moet je belasting betalen over de gerealiseerde verkoopwinst. Zit er op het pand nog een hypotheek? Houd dan rekening met eventuele vervroegde aflossingskosten.
  • Verhuur
    Lijkt interessant door de huurinkomsten. Verhuur levert door fiscale wijzigingen en mogelijke onderhouds- en duurzaamheidsverplichtingen minder op dan gehoopt. Houd verder bij privébezit rekening met een (fictieve) afrekening wegens overheveling naar box 3.

Goede voorbereiding is het halve werk

Een degelijke voorbereiding voorkomt teleurstellingen op het moment van verkoop. Neem de tijd om de praktijkcijfers te verbeteren, investeer zo nodig in je praktijk, zorg voor een goed en stabiel team en pak lopende issues proactief aan. Ook is het aan te raden om samen met je fiscalist of accountant te toetsen of je ondernemingsstructuur optimaal is ten tijde van de praktijkverkoop.

Let bovendien op de fiscale mogelijkheden rondom de verkoop. Als IB-ondernemer kun je bij verkoop je pensioenvermogen aanvullen met een eenmalige lijfrentepremie waarmee je de belastingdruk in dat jaar kan beperken. Bij een BV-structuur kun je mogelijk gebruikmaken van de deelnemingsvrijstelling en daarmee de verkoopsom onbelast in je holding ontvangen.

Stappenplan voor verkoop

  1. Schakel een specialist in
    Een ervaren praktijkadviseur met kennis van de mondzorgmarkt maakt het verschil bij waardering, onderhandelingen en contractvorming.
  2. Dossier op orde
    Zorg voor actuele jaarcijfers, personeelsdossiers, productieoverzichten en contracten.
  3. Wensenlijst
    Bedenk wat jij belangrijk vindt na de overdracht. Aanblijven als tandarts, behoud van autonomie, je eigen praktijkidentiteit behouden, zorg voor patiënten en medewerkers. Ga in gesprek met ervaringsdeskundigen om je eigen wensen helder te krijgen.
  4. Verkoopmemorandum & waardering opstellen
    Stel samen met je adviseur een verkoopmemorandum op en maak een waardering van je praktijk om vooraf de financiële uitgangspunten helder te hebben.
  5. Praktijk te koop zetten
    Afhankelijk van de beoogde koper maak je gebruik van het netwerk van de adviseur en/of zet je de praktijk publiek te koop.
  6. Selectie en onderhandelingen
    Kies de partij waarmee je verder gaat onderhandelen. Er wordt een intentieverklaring opgesteld waarin geheimhouding en exclusiviteit geborgd zijn. LET OP: Besteed de onderhandelingsgesprekken vooral uit aan je adviseur en doe dit niet zelf. Je zit mogelijk tegenover een partij die hier zeer bedreven in is en veel meer ervaring heeft.
  7. Afwikkeling en overdracht
    Rond het papierwerk zorgvuldig af. Bij een due-diligenceonderzoek door de koper kan dit veel energie en tijd kosten. Daarna volgt de financiële afhandeling. Als je geheel stopt, sluit je af met een warme persoonlijke overdracht.

De financiële impact van praktijkoverdracht

De stap om je praktijk van de hand te doen betekent altijd dat je minder inkomen krijgt.

Blijf je werken gedurende een aantal dagen in de week? Houd er dan rekening mee dat je inkomen minimaal halveert. Dit komt doordat je alleen een vergoeding ontvangt over je eigen omzet. Je ontvangt dan geen winst meer van de praktijkmedewerkers.

Wanneer je helemaal stopt met werken, valt je inkomen fors terug. Je ontvangt vanaf je 67ste een AOW-uitkering van ongeveer EUR 14.000 bruto per jaar als je samenwoont. Als je alleenstaand bent, is dit ongeveer EUR 20.000 bruto per jaar. Dit bedrag wordt soms aangevuld met een beperkte pensioenuitkering van het pensioenfonds voor tandartsen en een zelf opgebouwde pensioen of lijfrente uitkering.

Met een beetje geluk levert de verkoop van je praktijk en het pand een mooie winst op. Weet wel dat de koper van je praktijk geen rekening houdt met je pensioengat. De koper betaalt alleen de marktwaarde voor je praktijk.
Vraag jezelf dus tijdig af of jouw gewenste levensstijl na de verkoop haalbaar blijft. Laat je hierover goed adviseren. Begin tijdig met het maken van een duidelijk financieel plan en met periodieke vermogensopbouw voor je pensioen.

Door:
Pieter Steenhuizen, Senior Private banker bij Van Lanschot Kempen.

Bij Van Lanschot Kempen begrijpen we dat het besluit om je tandartspraktijk over te dragen en alle beslissingen die hierbij komen kijken complex zijn. Onze private bankers, met gespecialiseerde kennis van de mondzorg, helpen je graag op een manier die past bij jouw persoonlijke situatie.

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Overnames van tandartspraktijken door ketens een overzicht 400

Overnames van tandartspraktijken door ketens: een overzicht

Jan Willem Vaartjes, tandarts en voorzitter van Bevlogen tandartsen, maakte met behulp van AI een overzicht van de bij de NZa gemelde overnames van tandartspraktijken in de afgelopen jaren. Ook analyseerde hij welke private equity partijen overnemen. Bekijk het overzicht.

overname 1

In deze grafiek is te zien dat de piekjaren van tandartspraktijkovernames in 2018 en 2021 lagen. Daarna is het aantal overnames gedaald tot zo’n 40 in 2025.

Bekijk het overzicht

Door wie overname

 

In een tweede grafiek laat Vaartjes zien door welke ketens de overnames werden gedaan.

overname 2

Bekijk zijn overzicht voor detailinformatie.

In 2025 namen deze ketens tandartspraktijken over:

Tandarts Today – 9 overnames
Dutch Dental Group – 6
Gaev Dental – 5
Clinias Dental Group – 4
Dental Clinics – 4
Colloseum Dental Klinieken – 3
Excent tandtechniek – 2
lassus tandartsen – 2
Amalia Groep – 1
Mondzorg Centrum Stadskanaal – 1
OC – 1
Orthocenter – 1
Prime Dental Alliance – 1
Proclin Nederland – 1

Private Equity Nederlandse tandheelkunde

De analyse van Vaartjes laat zien dat er ruim 500 praktijken in handen zijn van private equity.
Dit komt neer op zo’n 13% van de praktijken, waarbij zij een geschat omzetaandeel van 30% hebben.
Er zijn ruim 21 actieve ketens in Nederland en 60% van de overnames kwam van private equity (2023).

De grootste private equity eigenaren zijn: Nordic Capital (Zweeds), Jacobs Holding (Zwitsers) en Axcel (Deens).

Lees meer over de Private Equity eigenaren

Lees ook: 462 tandartspraktijken overgenomen in Nederland sinds 2018

 

 

 

Lees meer over: Financiële diensten, Ondernemen
duurzaam 1

Duurzame mondzorg vergt samenwerking en durf

Duurzaamheid vergt meer inspanning, samenwerking en durf van alle actoren in de mondzorg. Dit werd duidelijk tijdens de KNMT-conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’ op 6 november.

Bijdragen

Ook de mondzorg zal moeten bijdragen aan minder CO2-uitstoot en minder afval voor een gezonde leefomgeving. “Als we zo doorgaan, dan putten we onze aarde uit en dragen we als zorg bij aan een aarde die ziekmakend is. En dat willen we als zorgverleners niet”, aldus Angelica Setiaman, tandarts en initiatiefnemer van de conferentie ‘Duurzame inkoop in de mondzorg’, waarvoor zo’n 45 vertegenwoordigers uit de dentale wereld zich hadden verzameld in De Moestuin in Utrecht.

Hobbels
Gesproken werd over hoe de mondzorg duurzamer kan worden gemaakt. Duidelijk werd dat er de nodige hobbels zijn op weg naar meer duurzaamheid. Zo kan wet- en regelgeving – bijvoorbeeld op het gebied van infectiepreventie – duurzaamheid in de weg staan, zijn duurzame producten vaak duurder en is veelal niet duidelijk hoe vervuilend een product is en of er een duurzaam alternatief is. Dit zou anders kunnen en moeten.

Stappen
Toch kunnen er al stappen gezet worden om een mondzorgpraktijk te verduurzamen. Bijvoorbeeld door als mondzorgteam in een praktijk na te denken over wat duurzamer kan. Dat kan ook nog eens geld opleveren, bijvoorbeeld als je stopt met het gebruik van plastic spoelbekertjes en disposable hoofdsteunhoezen bij elke patiënt. En zo krijg je een win-winsituatie, aldus een van de aanwezige tandartsen.

Ook kun je met een groepje tandartsen samen naar duurzame producten vragen bij dental depots en industrie, waardoor er meer vraag en aanbod ontstaat.

‘Duurzame mondzorg, als je durft…”, zo verwoordde tekenaar Flos Vingerhoets het in haar getekende verslag van de conferentie.

Om duurzaamheid in de mondzorg daadwerkelijk verder te helpen is het nodig dat alle actoren in de mondzorg gaan samenwerken, elkaar opzoeken en kennis delen, was de slotconclusie.

Aan het eind van de conferentie bood kunstenares Rebecca Banens haar kunstwerk ‘Ivoor’ gemaakt van mondzorgafval aan KNMT-bestuurder Rinke Rinke Blok aan. Met dit kunstwerk in de vorm van een slagtand van een olifant vraagt de kunstenares aandacht voor het thema duurzaamheid in de mondzorg.

duurzaam 2

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Natuurlijke mondspoelmiddelen zorgen voor aanpak van enkel schadelijke bacteriën

Onderzoekers van de Rutgers School of Dental Medicine in New Jersey suggereren dat natuurlijke mondspoelmiddelen op kruidenbasis schadelijke bacteriën doden en nuttige bacteriën juist intact laten, in tegenstelling tot traditionele aseptische mondspoelingen.

Mondspoelingen

Onderzoekers van Rutgers Health suggereren dat mondspoelingen 99,9% van de bacteriën in je mond doden en daarmee zowel goede als slechte bacteriën elimineren. Studies toonden aan dat natuurlijke mondspoelmiddelen met kruiden selectief de ziekteverwekkende bacteriën doden en de beschermende microben juist behouden blijven.
De onderzoekers hebben het mondspoelmiddel StellaLife VEGA Oral Care getest en vergeleken met twee conventionele mondspoelmiddelen, namelijk chloorhexidine en Listerine Cool Mint.

Resultaten van het onderzoek

Onderzoekers hebben verschillende mondbacteriën blootgesteld aan elke mondspoeling en de groei van bacteriën gevolgd gedurende meerdere dagen. Het onderzoek laat zien dat de natuurlijke spoeling schadelijke bacteriën zoals Fusobacterium nucleatum en Porphyromonas gingivalis verminderd, terwijl nuttige bacteriesoorten zoals streptococcus oralis en veillonella parvula konden overleven.
Mondspoelmiddelen Chloorhexidine en Listerine vertoonden geen selectiviteit en elimineerden zowel schadelijke als nuttige bacteriën.

Conclusie

Volgens de auteurs zou het doel voor mensen die mondspoeling gebruiken zijn om de natuurlijke afweer van de mond te versterken en niet te vernietigen. Zij geven daarnaast aan dat antiseptische mondspoeling nuttig kan zijn voor kortdurend gebruik tegen specifieke ziekten in de mond, maar niet voor langdurig gebruik.

Bron:
Rutgers

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Voorbeeld salaris reglement

KNMT ziet af van onderhandelingen over een cao

De ledenraad van de KNMT heeft het bestuur gevraagd om duidelijkheid te geven over de mogelijke start van cao-onderhandelingen. Na bestudering van het conceptrapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden en het advies van de ledenraad, heeft het bestuur besloten dat de omstandigheden op dit moment niet gunstig zijn om een cao-traject te beginnen.

Zorgen binnen de ledenraad

Binnen de ledenraad leven zorgen over de financiële risico’s die een cao met zich mee kan brengen. Daarbij wordt gewezen op de recente tariefdalingen, de onzekerheid rond de handhaving op schijnzelfstandigheid en de mogelijke stijging van loonkosten. Volgens de ledenraad maken deze factoren het onverstandig om nu cao-onderhandelingen te starten.

Hoewel het verzoek om duidelijkheid het geplande besluitvormingsproces versnelt, vindt de ledenraad het belangrijk dat de achterban tijdig weet waar zij aan toe is. KNMT-voorzitter Hans de Vries licht toe:
“Voor ons als bestuur is draagvlak in onze achterban cruciaal voor we aan een eventuele cao gaan werken. Daarbij speelt de mening van de ledenraad als hoogste orgaan een heel belangrijke rol.”

Bevindingen commissie Arbeidsvoorwaarden

Het rapport van de commissie Arbeidsvoorwaarden zal op 12 december worden besproken tijdens de Algemene Vergadering. Hoewel het document nog niet volledig afgerond is, zijn de belangrijkste lijnen en voorlopige conclusies al bekend. Tijdens het overleg van 28 oktober uitte ook de commissie zelf zorgen over de financiële haalbaarheid en het juiste moment voor het starten van cao-onderhandelingen.

Bestuursbesluit

Het bestuur heeft, mede naar aanleiding van vragen uit het veld, de zorgen van de commissie en het dringende advies van de ledenraad, besloten om nu al helderheid te bieden. De conclusie is dat de tijd momenteel niet rijp is voor de invoering van een cao in de mondzorg.

Reactie van sociale partners

De sociale partners zijn op 5 november geïnformeerd over dit besluit. Zij spreken van een teleurstellende uitkomst voor medewerkers in de mondzorgsector en hebben aangegeven hun ongenoegen daarover mogelijk via de media kenbaar te maken.

Vervolgstappen

De definitieve resultaten van het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden worden, zoals gepland, gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op 12 december. Leden zijn uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn en vragen te stellen.
Zoals gebruikelijk ontvangen praktijkhouders bovendien richtlijnen om de salarissen binnen hun praktijk te kunnen indexeren.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Voorbeeld salaris reglement

KNMT ledenpeiling over mogelijke cao voor de mondzorg

De KNMT organiseert binnenkort een ledenpeiling onder tandarts-praktijkhouders. Daarbij wordt gevraagd of de vereniging namens hen in onderhandeling moet gaan over een cao voor de mondzorg. De peiling maakt deel uit van een breder onderzoek naar de beste manier om praktijkhouders te ondersteunen bij arbeidsvoorwaarden en werkgeverschap.

“Wij starten alleen cao-onderhandelingen als een duidelijk merendeel van onze praktijkhoudende leden daarachter staat,” benadrukt voorzitter Hans de Vries. “Voor het bestuur is draagvlak binnen onze achterban een absolute voorwaarde voordat we dit traject ingaan.”

Draagvlak bepaalt vervolgstappen

De kernvraag van de ledenpeiling is of de KNMT met vakbonden in gesprek moet gaan om te verkennen of er een concept-cao kan worden opgesteld. Mocht dat tot een concept leiden, dan is er nog geen definitieve cao: het onderhandelingsresultaat zal opnieuw worden voorgelegd aan de praktijkhoudende leden. Pas wanneer een ruime meerderheid instemt, besluit het bestuur om de cao daadwerkelijk te sluiten.
Hans de Vries: “Alleen als onze leden tevreden zijn met het resultaat, zetten we de stap naar een cao. Zo niet, dan doen we dat niet.”

Onderzoek gepresenteerd tijdens Algemene Vergadering

De ledenpeiling volgt op het onderzoek van de commissie Arbeidsvoorwaarden, bestaande uit praktijkhoudende leden, de arbeidsjurist van de KNMT en een externe adviseur. Dit onderzoek richt zich op mogelijke opvolging van de in 2022 vervallen Arbeidsvoorwaardenregeling. De resultaten worden gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering op vrijdag 12 december.
Hans de Vries: “We nodigen al onze leden van harte uit om aanwezig te zijn, de resultaten te bespreken en vragen te stellen.”

Mogelijke opvolging van de Arbeidsvoorwaardenregeling

Sinds het vervallen van de Arbeidsvoorwaardenregeling onderzoekt de KNMT verschillende manieren om praktijkhouders te ondersteunen bij het vaststellen van arbeidsvoorwaarden voor hun ondersteunend personeel. Een cao is één van de opties die worden bekeken. Daarnaast worden ook alternatieven onderzocht, zoals een praktisch handboek waarmee praktijkhouders zelfstandig hun arbeidsvoorwaarden kunnen vormgeven, en een benchmarkonderzoek naar salarissen in de mondzorg.

De KNMT neemt de tijd om dit proces zorgvuldig te doorlopen en betrekt haar leden actief bij elke stap – onder andere via de Algemene Vergadering en de aankomende ledenpeiling, die naar verwachting begin 2026 zal plaatsvinden.

Bron:
KNMT

Lees ook

Salarishuis mondzorgVideo: Salarishuis

Doelstelling van deze video met bijbehorende documenten is om duidelijkheid te verstrekken aan het personeel over hoe de salarissen jaarlijks – kunnen – worden verhoogd. Hiermee voorkom je als praktijk de terugkerende vragen over salarisverhoging. Daarnaast biedt het transparantie en uniformiteit over de salarissen binnen je praktijk.

Bekijk ook:

ZZPUitkomsten Salarisscan ZZP

 

 

Uitkomsten Salarisscan loondienst

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
samenwerken

Arbeidsconflicten in de mondzorg: van gedoe naar gezonde samenwerking

De meeste praktijkhouders en tandartsen hebben het liefst zo min mogelijk “gedoe” met hun medewerkers. De focus ligt tenslotte op patiëntenzorg, kwaliteit en een gezonde praktijkvoering.

Toch zijn arbeidsconflicten in de mondzorg geen uitzondering. Een team dat dagelijks intensief samenwerkt onder hoge werkdruk, gecombineerd met de krapte op de arbeidsmarkt, vormt een voedingsbodem voor spanningen. Vaak begint het klein – een verschil van inzicht over werktijden of verantwoordelijkheden – maar als dit niet wordt opgepakt, kan het uitgroeien tot een serieus probleem.

Arbeidsconflicten zijn niet alleen vervelend voor de sfeer, maar kunnen ook duur worden. Ze leiden tot verminderde productiviteit, uitval door ziekte en soms zelfs vertrek van waardevolle medewerkers. Bovendien zijn werkgevers bij verzuim door een arbeidsconflict verplicht conflictbemiddeling in te zetten. Tijdig en professioneel omgaan met conflicten is daarom niet alleen verstandig, maar vaak ook noodzakelijk.

Waarom conflicten ontstaan in de mondzorg

Een mondzorgpraktijk is vaak een hecht team waarin tandartsen, mondhygiënisten, assistenten en receptionisten intensief samenwerken. Die samenwerking vraagt om afstemming en vertrouwen. Enkele veel voorkomende bronnen van conflict zijn:

  • Werkdruk en roosterproblemen

    Onregelmatige werktijden, overuren en krappe bezetting kunnen spanningen veroorzaken.

  • Rol- en taakverdeling

    Wie is verantwoordelijk voor patiëntcontact, administratie of inkoop? Onduidelijkheid leidt vaak tot wrijving.

  • Communicatie en stijlverschillen

    Een tandarts die direct en zakelijk communiceert kan botsen met een assistente die behoefte heeft aan meer uitleg en erkenning.

  • Loopbaan en ontwikkeling

    Jonge mondzorgprofessionals willen doorgroeien, terwijl er in een kleine praktijk weinig ruimte is.

Deze situaties hoeven niet meteen tot een conflict te leiden. Pas wanneer ergernissen niet besproken worden, of gesprekken verzanden in verwijten, kan een werkrelatie vastlopen.

Het belang van tijdig ingrijpen

Conflicten lossen zich zelden vanzelf op. Integendeel: hoe langer ze duren, hoe groter de kans dat de samenwerking onherstelbaar beschadigd raakt. Daarbij komt dat uitval door een arbeidsconflict voor de werkgever directe verplichtingen schept.

Volgens de STECR-richtlijn arbeidsconflicten (een leidraad die door bedrijfsartsen en UWV wordt gehanteerd) geldt dat een arbeidsconflict verzuim kan veroorzaken, en dat de werkgever en werknemer dan verplicht zijn om samen een oplossing te zoeken. De bedrijfsarts zal adviseren om het gesprek aan te gaan, vaak onder begeleiding van een mediator. Blijven partijen stilzitten, dan kan het verzuim onnodig lang duren, met alle financiële gevolgen van dien. Het niet opvolgen van het advies van de bedrijfsarts kan bovendien leiden tot financiële sancties.

Voor een praktijkhouder betekent dit: hoe eerder je actie onderneemt, hoe kleiner de schade. Dat is niet alleen beter voor de medewerker, maar ook voor de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk.

Zelf oplossen: tips voor de praktijk

Niet elk conflict vraagt direct om een mediator. Vaak kunnen problemen in een vroeg stadium binnen het team of met een leidinggevende besproken en opgelost worden. Enkele praktische tips:

  1. Luister actief

    Laat medewerkers hun verhaal doen zonder te onderbreken. Alleen al erkenning kan spanning verminderen.

  2. Wees duidelijk over verwachtingen

    Veel irritaties ontstaan uit onduidelijkheid. Benoem helder wat je van elkaar verwacht. En wie verantwoordelijk is voor welke taak.

  3. Zoek het gemeenschappelijke belang

    In de mondzorg draait alles om goede patiëntenzorg. Dat kan helpen om de blik weer op de gezamenlijke missie te richten.

  4. Blijf bij het gedrag, niet de persoon

    Zeg liever “ik merk dat afspraken niet altijd nagekomen worden” dan “jij bent onbetrouwbaar”.

  5. Kom tot concrete afspraken

    Wie doet wat, en wanneer? Leg dit eventueel kort vast om misverstanden te voorkomen.

Met deze aanpak kunnen veel kleine strubbelingen worden opgelost. Toch zijn er situaties waarin professionele hulp nodig is.

Wanneer is professionele hulp nodig?

Er zijn signalen dat een conflict de draagkracht van het team of de leidinggevende te boven gaat:

  • Gesprekken lopen steeds vast of eindigen in ruzie.
  • Medewerkers melden zich ziek of dreigen dat te doen.
  • Het conflict raakt meerdere teamleden en zet de werksfeer onder druk.
  • Collega’s ontlopen elkaar of weigeren samen te werken.
  • Pogingen tot verbetering leveren geen concreet resultaat op.

In deze gevallen is het verstandig om een neutrale derde in te schakelen. Een mediator begeleidt partijen bij het herstellen van de communicatie en het vinden van gezamenlijke oplossingen. Anders dan een advocaat of rechter, kiest een mediator geen kant, maar zorgt ervoor dat beide partijen gehoord worden en samen tot afspraken komen.

De meerwaarde van mediation in de mondzorg

Het team in de Mondzorg is vaak klein en afhankelijk van elkaar is. Een conflict tussen twee medewerkers kan de hele praktijk beïnvloeden. En anders dan in grote organisaties is er zelden een HR-afdeling die dit soort situaties kan begeleiden.

De voordelen van mediation:

  • Snelle interventie

    Vaak binnen enkele gesprekken duidelijkheid en afspraken.

  • Lagere kosten

    Vergeleken met langdurig verzuim of juridische procedures.

  • Behouden van medewerkers

    In een krappe arbeidsmarkt cruciaal.

  • Herstel van samenwerking

    Partijen leren vaak beter met elkaar omgaan, waardoor herhaling minder snel voorkomt.

Bovendien geeft het als praktijkhouder rust: je hoeft het conflict niet meer zelf te dragen, maar kunt rekenen op professionele begeleiding.

Preventie: investeren in een gezond team

Conflicten helemaal voorkomen kan niet, maar veel ellende kan worden beperkt door te investeren in preventie:

  • Regelmatige werkbesprekingen waarin ook ruimte is voor feedback.
  • Duidelijke functieomschrijvingen en afspraken.
  • Training in communicatie en samenwerken.
  • Een open cultuur waarin problemen bespreekbaar zijn.

Door hier bewust aandacht aan te besteden, verklein je de kans dat een verschil van inzicht uitmondt in een groot conflict.
Conclusie
Arbeidsconflicten zijn onvermijdelijk in de mondzorg, maar ze hoeven niet uit te groeien tot grote problemen. Voor praktijkhouders is het belangrijk om signalen tijdig te herkennen en actie te ondernemen. Soms kun je het conflict zelf oplossen door goed te luisteren, duidelijkheid te scheppen en afspraken te maken. Wanneer dat niet lukt, is professionele hulp geen luxe maar een noodzaak, zowel om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen bij verzuim als om de continuïteit en winstgevendheid van de praktijk te waarborgen.

Een goed begeleid conflict hoeft geen bedreiging te zijn, maar kan zelfs leiden tot betere samenwerking en een sterker team. En dat is precies wat elke mondzorgpraktijk nodig heeft: een gezonde werkrelatie als basis voor gezonde patiënten.

Voor praktische tips en eerste hulp bij arbeidsconflicten, zie de tool “Eerste hulp bij arbeidsconflicten in de Mondzorg”.

Door:
Valesca Nederlof, werkzaam als HR-Adviseur, Docent en Mediator voor de Mondzorg bij Dental Care Professionals

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
De wachtkamer als zorgverlener

De wachtkamer als zorgverlener: waarom ontwerp ertoe doet

Elke tandartspraktijk heeft er één, maar zelden krijgt het de aandacht die het verdient: de wachtkamer. Toch is dit dé plek waar de zorg begint. Niet met een boor of een spiegel, maar met wachten. En dat wachten is niet neutraal. Het is een moment waarin spanning kan oplopen of juist afnemen.

Een patiënt die gehaast binnenkomt, weinig vragen stelt en later terugkeert zonder het advies te hebben opgevolgd: het komt vaker voor dan we willen. Wat veel zorgverleners zich niet realiseren, is dat de inrichting van de wachtkamer hieraan kan bijdragen. Stress en spanning beïnvloeden hoe patiënten hun afspraak beleven, hoeveel ze onthouden en of ze adviezen opvolgen. Het vermindert het vermogen om informatie te verwerken en te onthouden. Slecht ontwerp kan juist die spanning versterken; een wachtkamer zonder daglicht, met harde stoelen en hoorbare gesprekken aan de balie, maakt gespannen. Patiënten ervaren weinig privacy en comfort in een omgeving waar zij vaak al kwetsbaar binnenkomen. Anderen kunnen persoonlijke gesprekken meeluisteren of zien dat iemand geëmotioneerd is. Beweging is lastig, en een rustig plekje vinden evenzeer.

Rust daarentegen helpt patiënten om hun klachten beter te verwoorden en gerichter vragen te stellen. Wie ontspannen het gesprek ingaat, onthoudt adviezen beter, wat de kans op onnodige herhaalbezoeken verkleint. Een goede plaatsing van de wachtkamer, ontwerp en ingerichte wachtruimte kan juist die rust ondersteunen – en daarmee bijdragen aan betere zorg.

Ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen

Of het nu gaat om nieuwbouw, renovatie of kleine aanpassingen: ontwerp doet ertoe. Daarom vraagt dr. Elke Miedema, docent-onderzoeker Gezonde Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, om meer aandacht voor het ontwerp van ‘gezonde’ zorgomgevingen. Als onderzoeker weet zij hoe bepalend de plek, het ontwerp en de inrichting van een (wacht)ruimte kunnen zijn.

Onderzoek over wachtruimtes in de mondzorg

Hoewel er nog weinig specifiek onderzoek is gedaan naar wachtruimtes in de mondzorg, geven bestaande studies wél waardevolle inzichten over hoe de omgeving kan bijdragen aan een prettiger zorgervaring, zoals positieve afleiding in de vorm van aanwezigheid van natuur, uitzicht, vormen kunst, geluid(demping), (dag)licht, en keuze vrijheid en informatie schermen.

• Natuurlijke elementen

Een Nederlandse studie toonde aan dat patiënten zich rustiger voelden in een wachtkamer met echte planten dan in een ruimte met afbeeldingen van groen – die overigens ook beter scoorde dan een kale omgeving (Emami et al., 2024). Ook kinderen waardeerden de aanwezigheid van planten sterk (Panda et al., 2015). Maak dus binnen ruimte voor planten en bloemen als je die nog niet kan zien vanuit de wachtkamer.

• Uitzicht naar buiten of een raam met daglicht

In het voorkeursonderzoek van Emami et al. (2024) werden grote ramen en uitzicht op natuur als stressverlagend ervaren. Natuurlijk licht maakt de ruimte minder klinisch en draagt bij aan een gevoel van openheid. Het beste is als de wachtkamer aan de buitenmuur ligt met een raam voor zichtbaar buiten, of een binnentuin. Dat is bij een bestaande praktijk natuurlijk niet meer zo makkelijk.

• Kunst, beelden en muziek

Muziek is het enige element dat eerder al in een literatuurstudie zeer overtuigend stressverlagend bleek (Biddiss et al., 2014). Vooral muziek zonder zang, simpel en niet te druk. Kinderen gaven daarnaast de voorkeur aan visuele elementen zoals tekeningen, foto’s en aquaria (Panda et al., 2015). Rustgevende kunst of speelse beelden maken de ruimte toegankelijker en minder spannend. Internationaal onderzoek bevestigt bovendien de positieve effecten van aquaria, natuurlijke geluiden, rustgevende muziek en aromatherapie, vooral bij langere wachttijden. Is het mogelijk wat muziek aan te zetten, zacht op de achtergrond, en waar kun je plak maken voor (natuur geïnspireerde) kunst of een aquarium?

• Akoestische panelen voor minder ruis en meer privacy

Hoewel dit nog niet expliciet onderzocht is in de mondzorg, tonen studies in bredere zorgomgevingen aan dat geluidsabsorberende materialen bijdragen aan rust en privacy (Elf et al., 2024). Dit is vooral relevant in praktijken met open balies of meerdere behandelkamers (Willekens et al., 2023). Daar zou je bijvoorbeeld akoestische (geluiddempende) panelen kunnen plaatsten naast, tegen of boven de receptie om te voorkomen dat de gesprekken ook door anderen gehoord worden. De plaatsing ten opzichte van elkaar kan ook helpen bij nieuwbouw, of het gebruik van afscherming.

• Warm, niet-verblindend licht

Sfeerverlichting werden sterk gewaardeerd in het onderzoek van Emami et al. (2024). Zacht, warm licht draagt bij aan comfort en een gevoel van veiligheid, essentieel voor patiënten die zich kwetsbaar voelen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van aanvullende verlichting in plaats van felle plafondlampen. Of in de wachtruimte kan gekozen worden voor lampen met een lagere lichtsterkte, terwijl de receptie goed verlicht blijft om het werk daar efficiënt te kunnen uitvoeren. Ook bureaulampen kunnen een praktische en sfeervolle oplossing zijn voor de balie, zonder dat ze het rustige karakter van de wachtruimte verstoren.

• Afwisseling in zitplekken en de mogelijkheid om te staan

Kinderen gaven de voorkeur aan zitzakken en losse stoelen boven banken (Panda et al., 2015). Volwassenen waardeerden variatie in zitopties, zoals hoge krukken of plekken om even te staan (denk aan een sta tafel). Dit geeft mensen regie over hun houding en draagt bij aan comfort. Bovendien zitten we vaak al te veel, dus is het fijn als dat niet de enige optie is.

• Informatiescherm met wachttijden of praktische meldingen

Hoewel dit niet expliciet onderzocht is in de genoemde studies in relatie tot stress, blijkt uit praktijkervaring dat duidelijke informatievoorziening – bijvoorbeeld via een scherm – onzekerheid vermindert. Bijvoorbeeld aantal wachtende voor je, zodat je de tijd beter kan inschatten. Randa (2017) liet zien dat de wachttijd benut kan worden voor mondgezondheid-educatie, bijvoorbeeld via schermen met mondzorgtips of meldingen.

De wachtkamer als onderdeel van toekomstbestendige zorg

Toekomstbestendige zorg gaat niet alleen over technologie of personeelstekorten. Het gaat ook over hoe we de zorgomgeving inzetten om gezondheid te ondersteunen. Gebouwen die aansluiten bij de behoeften van zowel patiënt als zorgverlener dragen bij aan efficiëntere zorg, kortere wachttijden en een prettigere werkomgeving. Een goed ontworpen (wacht)ruimte draagt bij aan betere gesprekken, minder herhaalbezoeken, en betere ervaring van (mond)zorg. De wachtkamer is geen tussenruimte. Het is de plek waar zorg begint. De wachtkamer verdient daarom meer aandacht in het gesprek over toekomstbestendige zorg.

Misschien kan de KNMT, net als de huisartsenvereniging (LHV), een bouwadviescommissie oprichten. Zo’n commissie zou niet alleen kunnen adviseren over verduurzaming van praktijken, maar ook richtlijnen kunnen ontwikkelen voor het ontwerp en de inrichting van mondzorgomgevingen. Ik zou daar graag aan bijdragen – als onderzoeker, als docent, en als iemand die gelooft dat de zorgomgeving een actieve rol speelt in gezondheid.

Oproep: Stuur een foto van je wachtkamer naar Elke Miedema

Zij gebruikt de foto’s graag voor lezingen en onderzoek met studenten naar verschillende voorbeelden van wachtkamers en gezonde zorggebouwen. Uiteraard kan zij, indien gewenst, de naam en locatie van de organisatie weglaten, mocht dat prettiger zijn. En jullie krijgen eventueel ook kort advies over hoe het nog beter kan.

Door:
Dr. Elke Miedema, docent onderzoeker Lectoraat Gebouwde Omgeving bij Hogeschool Inholland, gespecialiseerd in gezondheidsbevorderende (zorg)gebouwen.

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting
Tandenborstel

Microplastics in de mondzorg: een sluipende aanwezigheid

Het is nauwelijks zichtbaar en toch overal aanwezig: microplastics. Deze minuscuul kleine plasticdeeltjes, kleiner dan vijf millimeter, worden tegenwoordig in vrijwel elk deel van ons leven teruggevonden. Van voedsel en drinkwater tot de lucht die we inademen en ook in de tandartspraktijk.

Van composiet tot afzuigslang

Wie in de stoel van de tandarts ligt, denkt bij kunststof vooral aan vullingen of kronen. Maar de mondzorg draait op een hele reeks materialen die grotendeels uit plastic bestaan: afdrukmaterialen, composieten, handschoenen, sterilisatiezakjes en zelfs de afzuigsystemen. Bij polijsten, boren of slijpen komen hiervan microplastics vrij, die via het afvalwater of de lucht uiteindelijk in het milieu en zelfs in ons eigen lichaam terechtkomen.

Dental Tribune International berichtte hier onlangs over en baseerde zich daarbij onder meer op een analyse van The Atlantic waarbij een zorgwekkend beeld werd geschetst: tijdens routinematige handelingen in de praktijk komen deeltjes vrij die zó klein zijn dat ze aan afzuiging of filters kunnen ontsnappen. Bovendien verouderen kunststoffen door intensief gebruik, waardoor ze sneller fragmenteren. Het is dus niet alleen de patiënt die in aanraking kan komen met deze microdeeltjes, ook het behandelteam ademt ze mogelijk in.

Gezondheidseffecten nog grotendeels onbekend

Wat deze blootstelling precies betekent voor onze gezondheid, is nog onduidelijk. Wel tonen laboratoriumstudies aan dat microplastics ontstekingsreacties en cellulaire stress kunnen veroorzaken. En steeds vaker worden ze in menselijk bloed en organen aangetroffen. Of en in welke mate dit een risico vormt voor de patiënt in de stoel of de tandarts die dag in, dag uit met deze materialen werkt, moet nog beter worden onderzocht (Schlanger, 2025).

Niet alleen in de praktijk, ook thuis

Het probleem beperkt zich niet tot de behandelkamer. Ook in de badkamer van de consument zijn microplastics te vinden, bijvoorbeeld in tandpasta. Onderzoek van de Keuringsdienst van Waarde liet zien dat meer dan de helft van de tandpasta’s in Nederland bewust toegevoegde microplastics bevat. Deze deeltjes zorgen voor een gladde textuur of een schurend effect, maar verdwijnen na het poetsen linea recta in het riool. De Europese Commissie heeft inmiddels besloten om het gebruik van microplastics in cosmetica te verbieden, maar de overgangstermijnen zijn lang: sommige producten krijgen nog tot twaalf jaar de tijd.

Een uitdaging voor de sector

De vraag is dus: hoe gaan we als mondzorgsector hiermee om? Bewustwording is de eerste stap. Van daaruit kan worden gekeken naar alternatieve materialen, betere afvalwaterfiltratie of duurzamere inkoop. Zoals The Atlantic benadrukte: microplastics zijn misschien klein, maar de impact is groot. Alleen door nu te handelen, kunnen we voorkomen dat dit probleem onzichtbaar verder groeit.

Samen in gesprek

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) organiseert daarom op 6 november de conferentie “Duurzame inkoop in de mondzorg”. Hier wordt niet alleen gekeken naar microplastics, maar breder naar manieren om de mondzorg duurzamer en toekomstbestendiger te maken. Een kans om als professional bij te dragen aan oplossingen die het verschil kunnen maken.

Meer informatie: KNMT – Praat jij mee over duurzame inkoop in de mondzorg? Kom naar onze conferentie

Lees meer over: Duurzaamheid, Ondernemen
Tuchtrecht Waarschuwing voor tandarts na verwijderen van eigen recent geplaatste implantaat 400

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts na toepassen verkeerde behandeling aan porseleinen facings

Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de tandarts vanwege onvoldoende informatie en het uitvoeren van een onjuiste behandeling bij de klaagster aan haar porseleinen facings. Na in hoger beroep te zijn gegaan is de maatregel van een berisping opgelegd door het centraal tuchtcollege.

Situatie

De klaagster heeft in 2015 zes porseleinen facings in het bovenfront laten plaatsen bij haar vorige tandarts. Hierna is de klaagster overgestapt naar een andere praktijk waar de verweerder werkzaam is als tandarts.
Eind 2021 heeft de klaagster een behandeling ondergaan waarbij in het dossier vermeld is dat er zeven keer de code V91 Eénvlaksvulling composiet is gedeclareerd voor de elementen 26, 24, 37, 36, 46, 47 en 16. De code V93 Drievlaksvulling composiet is zes keer gedeclareerd voor de elementen 13, 12, 11, 21, 22, en 23.

In het dossier is genoteerd dat er met de patiënt besproken is dat bij onvoldoende resultaat eventueel porseleinen facings van het bovenfront geplaatst kunnen worden en er uitleg is gegeven over verminderde hechting bij minimaal opruwen en mogelijk zichtbare overgangen bij verwijderen van de facings. Vandaag is er composiet aangebracht van de 13 tm 23 ter opvulling van dentinerecessies en esthetische correctie. Ook is genoteerd dat er weinig beetverhoging mogelijk was en enkel occlusaal bij elementen met glazuurslijtage 1,5 mm verhoging is aangebracht met flowable.

In maart 2022 heeft de verweerder een herstelbehandeling uitgevoerd in verband met breuklijnen op de overgangen van composiet naar porselein. Daarnaast is in het dossier genoteerd dat het resultaat tegenvalt en de verweerder als garantie de hele procedure van het vervaardigen van de composietfacings op de oude porseleinfacings als garantie wil uitvoeren, maar dit echter wel alleen bij de verweerder kan worden uitgevoerd.

Er zijn hierna nog een aantal herstelbehandelingen uitgevoerd door verweerder en collega’s. In januari 2023 heeft er een klachtgesprek plaatsgevonden tussen verweerder en klaagster en heeft de verweerder een behandelvoorstel gedaan voor het plaatsen van nieuwe porseleinen facings inclusief begroting. De klaagster heeft het voorstel niet geaccepteerd en heeft zich gewend tot de KNMT. Eind 2023 heeft de klaagster zich tot haar rechtsbijstandsverzekeraar gewend en deze heeft een advies uitgebracht die luidt dat de tandarts er verstandiger aan had gedaan om direct de facings te vervangen voor andere indirecte restauraties die een betere aansluiting zouden hebben aan het tandweefsel.

Klacht

De klaagster heeft een klacht ingediend en verwijt de tandarts vanwege het feit dat hij niet voldoende informatie heeft verstrekt over de behandeling. Daarnaast heeft de tandarts niet alleen de tandhalzen opgevuld zoals afgesproken, maar de gehele tandvorm aangepast. De tandarts heeft volgens de klaagster de onjuiste behandeling gekozen door voor composiet te gaan. De klaagster verwijt de tandarts verder over het beschadigen van haar gebit door composiet te gebruiken wat heeft geleid tot breuken, scheuren en verkleuringen.

De klaagster geeft aan dat de tandarts haar onder druk heeft gezet om de huidige facings aan te passen, terwijl zij geen klachten ondervond en een onrealistische belofte heeft gedaan door te beweren dat haar tanden in hun oude staat hersteld kon worden. Daarnaast verwijt zij de tandarts vanwege het feit dat hij haar niet serieus heef genomen.

De tandarts geeft aan dat hij met de klaagster heeft besproken dat de niet-invasieve, reversibele behandeling zou bestaan uit de vervaardiging van 6x permanente composiet facings bij de elementen en er ook sprake was van informed consent. De tandarts verzoekt het college om de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling

Klachtenonderelen a en b, geen informed consent, worden als gegrond verklaart. Er is geen behandelplan en begroting opgesteld en ook uit het medisch dossier van de klaagster kan niet worden afgeleid wat er met de klaagster is besproken.

Volgens het tuchtcollege heeft de verweerder zijn informatieplicht en dossierplicht geschonden. De andere klachtenonderdelen zijn ongegrond verklaard. Echter de klaagster is het er niet mee eens dat overige klachtenonderdelen ongegrond zijn verklaard en is in hoger beroep gegaan bij het centraal tuchtcollege. Het centraal tuchtcollege oordeelt dat klachtonderdeel c, onjuiste behandeling, als gegrond wordt verklaard doordat de tandarts ten onrechte composiet heeft gebruikt. De andere klachtonderdelen zijn ongegrond volgens het centraal tuchtcollege. Op basis van de gegronde klachtonderdelen oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

Uitspraak

Op basis van de gegronde klachtonderdelen, a, b en c, oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat een maatregel van berisping passend is.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Kaders in samenwerking – begrenzen én ruimte geven

Samenwerking in de mondzorg blijkt in de praktijk vaak een zoektocht: waar begint en eindigt ieders rol? In het eerdere onderzoek zagen we dat grenzen vervagen en dat dit soms tot spanning leidt. Tegelijkertijd vraagt het team om meer overleg en duidelijkheid. Dit roept de vraag op: wanneer zijn kaders hard nodig om veiligheid te borgen, en wanneer helpt het juist om ze flexibel in te zetten zodat professionals kunnen groeien?

Wanneer kaders onmisbaar zijn

Kaders zijn primair bedoeld om patiënten te beschermen. Niemand wil dat een beginnende preventieassistent een complexe parobehandeling uitvoert waarvoor zij niet is opgeleid. Helder omschreven afspraken over bevoegdheden en grenzen zorgen dat de juiste zorgverlener de juiste patiënt ziet.

Daarnaast bieden kaders ook veiligheid voor de medewerker zelf. Zonder duidelijke instructies ervaren assistenten druk om taken uit te voeren waarvoor ze zich niet bekwaam voelen, wat kan leiden tot stress, onzekerheid en zelfs fouten. Zoals theoretische modellen over kaders en autonomie laten zien, werken duidelijke grenzen juist bevrijdend: ze geven een medewerker houvast en ruimte om zich te concentreren op wat binnen de rol hoort.

Casus – Kaders te ruim

Jamal, preventieassistent met enkele jaren ervaring, kreeg in een praktijk zonder structureel overleg steeds complexere taken toegewezen: parostatussen maken en pockets van 6 mm behandelen zonder supervisie. Aanvankelijk voelde hij zich gevleid, maar na verloop van tijd groeide de onzekerheid. Hij wist niet meer of hij binnen zijn bevoegdheden werkte. Het gebrek aan kaders maakte hem onzeker én zorgde dat de patiëntenzorg onveilig werd.

Professionele identiteit en kaders

Kaders beschermen de waarde van ieders beroep. Voor de preventieassistent geven ze veiligheid, voor de mondhygiënist waarborgen ze het verschil in opleidingsniveau en klinische verantwoordelijkheid, en voor de tandarts bieden ze overzicht en grip op de eindverantwoordelijkheid.

Onderzoek toont aan dat duidelijke kaders bijdragen aan rolduidelijkheid, professionele trots en een efficiënte samenwerking.

Is controle of vertrouwen nodig?

In de mondzorg staat patiëntveiligheid voorop. Controle helpt om risico’s te signaleren en te voorkomen dat iemand buiten zijn of haar bekwaamheid werkt. Denk aan een preventieassistent die nog niet voldoende ervaring heeft met bepaalde handelingen. Zonder toetsing kan dat leiden tot fouten. Maar als elk detail voortdurend wordt nagekeken, voelen medewerkers zich gewantrouwd. Dit werkt demotiverend, belemmert eigenaarschap en kan leiden tot afhankelijk gedrag (“ik doe niets totdat het gecontroleerd is”). Belangrijk is dat dit niet als wantrouwen wordt gevoeld maar als onderdeel van een gezamenlijk leerproces.

Maar we horen ook vaak dat vertrouwen nodig is. Professionals groeien als ze de ruimte krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Vertrouwen geeft ruimte om initiatief te tonen, vergroot motivatie en versterkt de binding met het team. Bovendien draagt het bij aan psychologische veiligheid: de ervaring dat men fouten mag bespreken en ervan mag leren.

Als vertrouwen betekent dat er helemaal geen toetsing of reflectie plaatsvindt, kan dit leiden tot overschrijding van grenzen of blinde vlekken. Dus er is een balans nodig tussen controle en vertrouwen. In de zorgpraktijk werkt een de combinatie het best: duidelijke afspraken (kaders) die worden gecontroleerd waar dat cruciaal is (bijvoorbeeld bij complexe of risicovolle handelingen), gecombineerd met vertrouwen in het geroutineerde werk en regelmatige reflectiemomenten. Meer hier over bespreken we onder ‘rekbare kaders’.

De balans is te vinden in intervisie, feedbackgesprekken of periodieke evaluaties in plaats van voortdurende checklists.

Omgaan met overschrijding van kaders

Soms worden kaders genegeerd, bijvoorbeeld door zelfoverschatting of druk vanuit de praktijk. Voorbeelden: een preventieassistent die PPS3-patiënten subgingivaal behandelt, of een mondhygiënist die röntgenfoto’s indiceert en buiten het vakgebied analyseert zonder tandarts.

Aanpak:

  • Benoem gedrag, niet de persoon.
  • Verbind aan gezamenlijke doelen.
  • Check de motivatie: soms is onvoldoende overleg de oorzaak.
  • Maak afspraken zichtbaar en toetsbaar.
  • Ondersteun met leiderschap.

Casus – Overschrijding door zelfoverschatting

Een paropreventieassistent nam structureel PPS3-patiënten over uit enthousiasme. Mondhygiënisten durfden dit niet bespreekbaar te maken. Pas bij een complicatie bleek dat het probleem lag in gebrek aan kaders én feedback. Door gezamenlijk afspraken te herzien en de mondhygiënist een coachende rol te geven, werd het vertrouwen hersteld.

Wanneer kaders ontwikkeling kunnen belemmeren

Te strakke kaders kunnen ook knellen. Een mondhygiënist die niets zelfstandig mag beslissen zonder eerst de tandarts te raadplegen, voelt zich niet serieus genomen. Evenzo kan een preventieassistent die enkel “handjes” mag zijn, het gevoel krijgen dat haar kennis ondergewaardeerd wordt. Te veel controle verstikt eigenaarschap en demotiveert.

Onderzoek naar professionele groei in zorgteams laat zien dat medewerkers juist floreren wanneer kaders ruimte bieden voor eigen initiatief, gecombineerd met feedback en ondersteuning.

Casus – Kaders te krap

Sophie, mondhygiënist met tien jaar ervaring, werkte in een praktijk waar de tandarts álle behandelplannen moest goedkeuren, zelfs voor eenvoudige nazorgpatiënten. Voor Sophie voelde dit als wantrouwen en een beperking van haar deskundigheid. De patiëntenzorg verliep trager en Sophie verloor motivatie. Het strakke kader smoorde professionaliteit in plaats van veiligheid te bieden.

Rekbare kaders: ruimte om te groeien

Het alternatief ligt in wat we groeikaders kunnen noemen. Dat zijn duidelijke grenzen die tegelijk ruimte laten om stap voor stap meer verantwoordelijkheid te nemen.

Voorbeeld: Een beginnende preventieassistent start met het verwijderen van tandsteen enkel in het onderfront, onder begeleiding. Naarmate ze ervaring en vertrouwen opbouwt, kan het kader uitgebreid worden, bijvoorbeeld door zelfstandig tandsteen te verwijderen met alleen nacontrole.

Essentieel: Evaluatiemomenten zijn ingebouwd: wat gaat goed, waar liggen nog grenzen? Zo groeit iemand binnen een veilige structuur, blijft de patiëntenzorg gewaarborgd en ervaart de medewerker eigenaarschap.

Onderzoek naar teamdynamiek en psychologische veiligheid benadrukt dat deze evaluatie en reflectie cruciaal zijn voor duurzame groei en motivatie.

Neurodivergente collega’s en kaders

In teams werken vaak collega’s die neurodivergent zijn. De beleving van kaders kan sterk verschillen:

  • Voor sommigen bieden kaders houvast, zoals een mondhygiënist met autisme die baat heeft bij voorspelbare structuren.
  • Voor anderen kunnen kaders verstikkend werken, zoals een collega met ADHD die energie en creativiteit kwijt wil in een rol met ruimte voor eigen invulling.

Flexibiliteit en dialoog zijn cruciaal: kaders dienen ondersteunend, niet uniform te zijn. Dit vergroot inclusiviteit en benut de kracht van diversiteit.

Leiderschap en gezamenlijke afspraken

Het plaatsen van kaders vraagt om leiderschap. Niet in de vorm van top-down regels, maar door gezamenlijk afspraken te maken. De tandarts of mondhygiënist bewaakt grenzen en voert het gesprek actief. De mondhygiënist kan een coachende rol spelen: inhoudelijke kaders bewaken, maar ook begeleiden. De preventieassistent moet de ruimte voelen om aan te geven waar meer begeleiding of vrijheid nodig is.

Casus – Escalatie zonder zicht op kaders

In een groepspraktijk liep de relatie tussen tandarts en mondhygiënist vast. De tandarts vond dat de mondhygiënist te vaak patiënten terugverwees, terwijl de mondhygiënist zich overvraagd voelde en onvoldoende steun ervoer. Pas na inschakeling van een mediator werd duidelijk dat het conflict draaide om onuitgesproken kaders. Door expliciete afspraken en gezamenlijke herziening ontstond weer helderheid en vertrouwen.

Kaders als springplank

De kunst is dynamische kaders creëren: stevig genoeg voor veiligheid en kwaliteit, flexibel genoeg voor groei. Samenwerking wordt pas echt sterk als kaders niet worden gezien als macht, maar als springplank voor ontwikkeling.

Transcendentie: boven de kaders uitstijgen

Naast harde, rekbare of flexibele kaders bestaat er nog een andere dimensie: transcendentie. Dit gaat niet om het loslaten van kaders, maar om het vermogen om de betekenis erachter te zien en er bovenuit te stijgen.

Wat is transcendentie?

Transcendentie betekent letterlijk “overstijgen”. In een professionele context gaat het om het vermogen om voorbij de letterlijke regels en afspraken te kijken, naar het bredere doel dat ze dienen: veilige, kwalitatieve en mensgerichte zorg. Het is een proces waarin professionals zich niet alleen houden aan kaders, maar deze leren begrijpen als hulpmiddel om samen verder te komen.

Het proces van transcendentie

  1. Bewustwording – Professionals kennen de kaders en weten waar de grenzen liggen.
  2. Reflectie – Ze onderzoeken waarom die kaders bestaan: voor veiligheid, groei of kwaliteit.
  3. Overstijging – Ze leren handelen vanuit het doel achter het kader in plaats van enkel vanuit de regel zelf.
  4. Integratie – In het team ontstaat een cultuur waarin kaders niet meer als beperking, maar als middel voor gezamenlijke ontwikkeling worden ervaren.

Belang voor de mondzorgprofessional en het team

  • Voor de individuele professional geeft transcendentie zingeving en trots: het werk gaat niet alleen over “wat mag ik wel of niet”, maar over de bijdrage aan het grotere geheel van patiëntenzorg.
  • Voor het team betekent transcendentie dat samenwerking niet vastloopt op grenzen, maar gedragen wordt door een gezamenlijke visie. Teams die transcendent denken, zijn beter in staat om spanningen rond bevoegdheden en taken te bespreken zonder te vervallen in strijd of rigiditeit.

Relatie met kaders

Transcendentie betekent niet dat kaders verdwijnen. Integendeel: ze blijven nodig als fundament. Het verschil is dat professionals ze niet langer als eindpunt zien, maar als startpunt. Het gaat niet meer om de vraag “Mag dit binnen mijn rol?”, maar om “Hoe dragen mijn handelen en de kaders samen bij aan de best mogelijke zorg?”

Het risico van zwart-wit denken in kaders

Kaders zijn bedoeld als steun, maar kunnen verstikkend worden wanneer ze te letterlijk of mechanisch worden toegepast. Zwart-wit denken ontneemt de professional de ruimte om context mee te wegen en tast het vertrouwen van de patiënt aan.

Casus – Vastlopen in cijfers

In een praktijk werd afgesproken dat een bloedingsindex van maximaal 15% acceptabel was. Tijdens een controle mat een preventieassistent bij een patiënt een bloedingsindex van 16%. In plaats van dit te bespreken als een kleine afwijking met ruimte voor verbetering, wees de assistent de patiënt streng terecht: “U zit boven de norm, dit is echt niet goed.” De patiënt voelde zich afgebrand, terwijl het verschil in werkelijkheid marginaal was en met wat extra instructie goed begeleid had kunnen worden.

Het strikt hanteren van de grens zonder oog voor nuance leidde tot demotivatie bij de patiënt en spanningen in de relatie. Bovendien voelde de preventieassistent zich achteraf onzeker: had zij wel juist gehandeld door zo hard te reageren? Het kader dat veiligheid moest bieden, werd een valkuil omdat het zonder context werd toegepast.

Les: Regels en cijfers zijn hulpmiddelen, geen absolute waarheden. Transcendentie helpt om kaders te gebruiken als richtingaanwijzers, met oog voor het grotere doel: motivatie, kwaliteit van zorg en het behoud van vertrouwen in de behandelrelatie.

Casus – Niet denken maar doen

In een praktijk wordt afgesproken dat de besproken tijd maximaal benut moet worden nadat is gebleken dat de afspraken van de preventieassistent vaak maar 15 minuten worden gedeclareerd terwijl er een half uur in de agenda staat. Een preventieassistent maakt daarop keurig steeds de 30 minuten vol en declareert vervolgens een keer M01 en 5 keer M03. Dit lijkt goed totdat de bloedingsindex erbij wordt gelegd. De bloedingsindex is bij veel van haar patiënten slechts 5% en ook de plakindex blijkt erg laag. Wat is er aan de hand? Bij navraag blijkt ze nu overal te scalen en op elke plek 10 keer heen en weer te gaan met haar scaler, ook als er geen plak of tandsteen te vinden is. Ook krijgen al haar patiënten elke keer een instructie, ook als ze dit al goed doen. Hier zijn de kaders op de letter gevolgd maar niet goed begrepen. Er wordt afgesproken om de behandeltijd in de agenda in te korten en sommige patiënten in het geheel niet meer in te plannen.

Conclusie

Kaders zijn onmisbaar voor veiligheid, rolduidelijkheid en professionele identiteit, maar kunnen ook groei stimuleren als ze dynamisch en adaptief worden ingezet. De kunst is een balans te vinden: grenzen die beschermen, én ruimte die professionals laat ontwikkelen. Transcendentie helpt om kaders te zien als springplank en richtingaanwijzer in plaats van als muren. Zo worden kaders een fundament én springplank voor sterke samenwerking in de mondzorg.

Soort kader

Soort kader Kenmerken Effect op veiligheid Effect op groei / motivatie
Hard kader        Strikt, weinig ruimte voor eigen invulling Laag: beperkt eigenaarschap, kan demotiverend werken
Te krap kader       Alle beslissingen moeten worden goedgekeurd Gemiddeld: veiligheid is formeel gewaarborgd, maar soms vertraging Laag: frustratie, beperkt initiatief en professionele ontwikkeling
Te ruim kader       Veel vrijheid zonder toezicht Laag: risico op fouten of overschrijding van bevoegdheden Gemiddeld/hoog: kan initiatiefrijk zijn, maar onzekerheid ontstaat
Rekbaar kader

Tips voor gebruik

  • Begin met duidelijke kaders voor nieuwe medewerkers.
  • Breid het kader geleidelijk uit op basis van ervaring en vertrouwen.
  • Bespreek regelmatig: wat werkt, wat kan losser, wat moet strakker?
  • Zorg dat iedereen in het team de kaders begrijpt en ermee instemt.

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist.

Gebruikte bronnen:

Literatuur over kaders en professionele groei in zorgpraktijken

  1. Professionaliteit in de zorg
    Samenvatting: Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema’s en dilemma’s in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten.
  2. De dokter en de vakgroep – Paul Wormer
    Samenvatting: In dit boek doet Paul Wormer praktische suggesties om de huisartsenzorg en de samenwerking binnen praktijken en professionele teams goed en efficiënt te organiseren. Het boek richt zich op het tweede vak van de dokter: het leidinggeven en samenwerken binnen de praktijk, vakgroep en andere teams.
  3. Kaders: Waarom grenzen juist vrijheid scheppen
    Samenvatting: Dit boek onderzoekt hoe duidelijke kaders in organisaties kunnen bijdragen aan zelfsturing, psychologische veiligheid en teamperformance. Het biedt inzichten van experts over hoe kaders zelfsturing kunnen ondersteunen zonder te vervallen in rigide controle. (Managementboek)
  4. Ruimte vinden binnen de kaders
    Samenvatting: Dit boek bespreekt hoe je de creativiteit en eigen verantwoordelijkheid van professionals kunt aanspreken binnen de gevestigde regels. Het benadrukt dat het bereid zijn om regels ter discussie te stellen, ruimte kan creëren voor innovatie en groei. (De Professionele Dialoog)

Literatuur over transcendentie

  1. Peeters, M., & Van Eerde, F. (2021). Overstijgend samenwerken: zingeving en professionaliteit in teams. Amsterdam: Boom Uitgevers.
    Dit boek bespreekt hoe professionals binnen organisaties kunnen groeien door voorbij structuren en regels te kijken. Het concept transcendentie wordt belicht als sleutel tot samenwerking die niet alleen efficiënt is, maar ook betekenisvol. Het laat zien hoe kaders niet verdwijnen, maar worden gebruikt als fundament voor ontwikkeling, vertrouwen en duurzame samenwerking.
  2. Taylor, C. (1991). The Ethics of Authenticity. Harvard University Press.
    Taylor verbindt transcendentie aan authenticiteit en zingeving in het professionele en persoonlijke leven. Zijn werk biedt een filosofische basis om te begrijpen waarom het overstijgen van kaders belangrijk is voor het behouden van menselijkheid binnen structuren.
  3. Frankl, V. E. (2004). De zin van het bestaan. Utrecht: Servire.
    Hoewel geschreven vanuit een existentiële en psychologische invalshoek, laat dit boek zien hoe transcendentie – het richten op een groter doel – cruciaal is voor motivatie en professionaliteit. Dit idee is toepasbaar binnen zorgteams die hun werk willen verbinden aan bredere waarden.

Thuisstudies

  • Zorgcoördinator
  • Toegepaste Psychologie

 

 

 

 

 

Lees meer over: Management, Ondernemen, Samenwerken, Thema A-Z
Tuchtrecht: Klacht tegen tandarts vanwege orthodontische behandeling zonder resultaat

Tuchtrecht: Berisping voor tandarts wegens onzorgvuldig handelen, gebrekkige dossiervoering en ontbreken klachtenregeling

Meerdere gegronde klachtenonderdelen zoals onvoldoende onderzoek bij aanhoudende klachten, gebrekkige dossiervoering, ontbreken van een klachtenregeling en het niet op tijd verstrekken van informatie zorgde er voor dat een tandarts berispt werd met een aantekening in het BIG-register.

Situatie

De klaagster is sinds 2013 patiënt bij de tandarts waartegen ze een klacht heeft ingediend. De tandarts heeft op 19 mei 2014 een implantaat geplaatst ter plaatse van element 25 en in de kaart genoteerd dat de doorsnede van het implantaat 4.2 is en op 11.5 mm geplaatst is. Op 27 mei 2014 heeft de tandarts in de kaart genoteerd dat het goed gaat met de wond en het implantaat en dat de hechtingen er over 3 weken uit mogen.

In oktober 2014 is het healing abutment geplaatst. In januari 2015 is de kroon geplaatst en genoteerd dat de kroon verwijderd zou moeten worden omdat het niet geheel op z’n plek is gekomen.

In april 2015 is de patiënt opnieuw bij de tandarts gekomen vanwege een vervelend gevoel ter plaatse van het implantaat. De patiënt is in 2015 meerdere keren bij de tandarts geweest omdat de kroon op het implantaat bewegelijk is, waarna de implantaat kroon weer is vastgezet.

Eind 2015 is in het dossier is genoteerd dat de patiënt klachten blijft houden en een verwijzing naar de KNO-arts is geadviseerd.

De klaagster is naar de KNO-arts verwezen door de huisarts. De KNO-arts heeft de klaagster verwezen naar een kaakchirurg. Op 6 april 2016 is de klaagster bij de kaakchirurg geweest en heeft genoteerd aan de hand van de OPG dat het implantaat regio 24 in de sinus maxillaris lijkt te steken, de kroon niet aansluit, er ruimte is tussen de schroef van de opbouw en het implantaat en er sprake lijkt van botverlies. Daarnaast vertonen de implantaten regio 46 ook peri-cervicaal botverlies. De kaakchirurg heeft het advies gegeven om het implantaat goed te onderzoeken of de patiënt te verwijzen naar de kaakchirurg vanwege relatie met de sinus maxillaris voor verwijdering omdat het implantaat mogelijk niet meer te gebruiken is.

De klaagster bleef klachten houden en heeft een second opinion aangevraagd. Uiteindelijk bleek in mei 2018 na het maken van een CT-scan dat het implantaat buccaal geperforeerd was waarna in oktober 2018 het implantaat is verwijderd. Op 30 april 2019 is er door de tandarts kosteloos een nieuw implantaat geplaatst. Echter dit tweede implantaat veroorzaakte ook klachten. De klaagster is bij de kaakchirurg geweest, die heeft geadviseerd om ook het tweede implantaat chirurgisch te laten verwijderen. Het tweede implantaat is op 14 oktober 2019 verwijderd. De kaakchirurg heeft in augustus 2020 een derde implantaat geplaatst. De klaagster heeft na deze procedure een aansprakelijkstelling naar de verweerder gestuurd en ook geprobeerd een klacht in te dienen via de klachtenregeling, echter bleek er geen klachtenregeling aanwezig te zijn.

Klacht

De klaagster verwijt de verweerder dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het plaatsen van twee implantaten, zowel in 2015 als in 2019. Er is door de tandarts geen sinuslifting uitgevoerd alvorens het implantaat te plaatsen, het implantaat is scheef geplaatst en dit is niet aan de klaagster vermeld, er is onvoldoende onderzoek gedaan bij aanhoudende klachten van de klaagster. Daarnaast verwijt de klaagster dat er precies dezelfde fouten zijn gemaakt bij het plaatsen van het implantaat in 2019 op dezelfde locatie. Er is sprake van gebrekkige dossiervoering en er is geen klachtenregeling aanwezig.

Verder verwijt de klaagster de tandarts vanwege het feit dat hij niet/niet volledig/heel laat voldoet aan informatieverzoeken van de tandheelkundige adviseur en gemachtigde van de klaagster. Als laatste geeft de klaagster aan dat de tandarts gedurende het hele proces de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening als tandarts heeft overschreden.

De tandarts heeft gevraagd om de klacht ongegrond te verklaren omdat er bij beide implantaten geen sinuslift nodig zou zijn geweest. Het scheefplaatsen van het implantaat kon volgens hem worden voorkomen en werd destijds niet zichtbaar op foto’s. Daarnaast geeft hij aan dat hij kosteloos een nieuw implantaat heeft geplaatst, maar dat dit implantaat niet is vastgegroeid, hem niet te verwijten is.

Beoordeling

Het tuchtcollege heeft de verschillende klachtenonderdelen apart beoordeeld. Het eerste klachtenonderdeel gaat over het eerst geplaatste implantaat. Het feit dat er geen sinuslift is gedaan of dat er sprake was van scheefstand is niet direct verwijtbaar, echter de tandarts heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar herhaaldelijke klachten bij de klaagster. Dit klachtenonderdeel is gegrond.

Het tweede klachtenonderdeel gaat over het tweede geplaatste implantaat en wordt als ongegrond verklaard omdat het niet verwijtbaar is aan de tandarts.

De klachtenonderdelen over onvoldoende dossiervoering en geen aanwezige klachtenregeling worden beide als gegrond verklaard. Daarnaast worden de klachtenonderdelen over geen of te late informatieverstrekking door de tandarts en het algemeen handelen ook als gegrond verklaard omdat de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening zijn overschreden.

Klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 zijn dus gegrond verklaard. Het tweede klachtenonderdeel is ongegrond.

Uitspraak

Het tuchtcollege verklaart klachtenonderdelen 1, 3, 4, 5 en 6 als gegrond en legt de verweerde de maatregel op van een berisping en deze zal ook worden gepubliceerd in het BIG-register. Daarnaast moet de tandarts de klaagster €1991,- betalen.

 

Bron:
Tuchtrecht Overheid

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

Veldstudie: Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 pandemie: wat is effectief en efficiënt?

De stichting Bocas Sanas Holanda-Maimón (BSHM) werkt al sinds 2008 in de Dominicaanse Republiek met een preventieprogramma met als doel de mondgezondheid van de schooljeugd te verbeteren. Zie het eerdere dentalinfo.nl artikel.

Dit gebeurt voornamelijk in het district Maimón (een arme plattelandsomgeving) in de provincie Puerto Plata. BSHM verleent preventieve en curatieve zorg en werkt daarvoor samen met enkele Dominicaanse partners en de medewerkers van de scholen.
Daarbij ligt de nadruk op preventie en promotie om de gezondheid en het leren van schoolkinderen te verbeteren door voorlichting, het onder toezicht wassen van de handen en tandenpoetsen op school volgens het ‘Fit-for-School’-systeem.

Veldstudie

De herbeoordeling van de projectaanpak van BSHM is uitgevoerd door middel van een veldstudie waarover een artikel werd gepubliceerd in het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift
Health, Environment and Sustainable Development: Interdiciplinary Approach (HESDIA journal).
Agatha Rypma-Huitema heeft het onderzoek mede opgezet, uitgevoerd, geanalyseerd en heeft als tweede auteur in het toegepaste wetenschappelijk artikel actief meegeschreven.
Deze veldstudie is gedaan om het DMFT-niveau opnieuw te beoordelen onder 11- tot 13-jarige kinderen op vijf scholen in ons werkgebied.
De herbeoordeling was tevens bedoeld om verslag uit te brengen over de aanpak en strategie van het project, waaronder het school gebaseerde programma voor mondgezondheidseducatie en hygiëne en te kijken naar de commitment van de scholen in relatie tot de hoeveelheid cariës.

Waar het vrijwilligersteam in 2015, na 7 jaar met het BSHM programma gewerkt te hebben, uit het evaluatieonderzoek positieve resultaten zag, toont dit recente veldonderzoek aan dat het aantal door cariës aangetaste elementen is toegenomen en ook dat de ernst van de ontstane problemen is toegenomen in vergelijking tot toentertijd.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 1

Werkwijze

In februari 2023 en maart 2023 bezocht een klein BSHM-team vijf basisscholen in de provincie Puerto Plata om 231 kinderen te screenen, waarvan bij 65 schoolkinderen van 11 tot 13 jaar de DMFT en PUFA waarden werden gemeten.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 2

Resultaten

In acht jaar tijd steeg het cariësniveau op twee van de geselecteerd ‘BSHM-scholen’ aanzienlijk met DMFT scores van 4,3 en 7,9 terwijl enkel één school met een actieve tandenpoetsroutine en nazorg de DMFT op 2,56 hield en dus onder de WHO-norm. Deze school hield zich actief bezig met het project, heeft na de corona pandemie gelijk het dagelijks tandenpoetsprogramma weer opgepakt, zorgde voor tandenborstels en tandpasta, hield de watervoorraad op peil en maakte gebruik van de door BSHM ontwikkelde AAAA tandenpoetsvolgorde poster.
Echter wel was het PUFA-gehalte enigszins verhoogd wat betekent dat er meer pulpa-betrokkenheid en fistels werden geconstateerd. Bovendien werden 104 kinderen doorverwezen naar de kliniek voor tandheelkundige behandeling.

Conclusie

Na de COVID-19 pandemie is de mondgezondheid van schoolkinderen verslechterd; de DMFT- en PUFA-niveaus zijn ten opzichte van het eerste uitgevoerde onderzoek in 2008
behoorlijk gestegen.

Door de COVID-19 periode zijn de kinderen meer dan een jaar niet naar school geweest. De poetsprogramma’s moesten door de scholen zelf weer opgestart worden. Ook ontstond er een tekort aan materialen zoals tandpasta en tandenborstels.
Verder werden de was- en tandenpoetsbakken niet gerepareerd en werkten niet alle watertanks meer optimaal. Daarbij was ook de toegang tot de tandheelkundige hulp van de klinieken verminderd. Slechts één school wist verbetering te tonen, dankzij actief herstel van het BSHM-tandenpoetsprogramma en een adequate nazorg. De overige geselecteerde scholen zagen een duidelijke achteruitgang in mondgezondheid van de kinderen.

Bocas Sanas toont met de stichting aan dat betrokkenheid en praktische interventies werken, maar dat een samenwerking met scholen en de overheid onmisbaar is om een project in ontwikkelingsregio’s duurzaam te maken.

Interventies en beleidsmaatregelen, zoals het school gebaseerde poetsprogramma van BSHM kunnen alleen tandenpoetsgedrag veranderen en de mondgezondheid verbeteren als ze systematisch ingebouwd worden in de school structuur en ondersteund worden door regionale instellingen en overheidsministeries van onderwijs en volksgezondheid.
Stichting Bocas Sanas heeft meerdere malen contact gezocht met de lokale overheidsinstanties en -ambassadeurs en aanbevelingen gedaan voor structurele verbeteringen omtrent schoolpoetsen zodat de toekomstige generatie jongeren zonder kiespijn en met een stralende lach naar school kan gaan.

Veldstudie Herbeoordeling van de projectaanpak van Bocas Sanas Holanda-Maimon na de COVID-19 3

Vragenlijsten beschikbaar voor andere projecten

De ontwikkelde en afgestemde vragenlijsten (in het Nederlands en vertaald naar het Spaans) van de Bocas Sanas Holanda-Maimon aanpak cq. BSHM-programma zijn opvraagbaar via Bocas Sanas voor andere vrijwilligersorganisaties, die zich richten op het bevorderen van mondgezondheid en preventieve mondzorg in ontwikkelingslanden, en/of studenten tandheelkunde/mondzorgkunde en collega-mondhygiënisten en tandartsen .

Door:
Agatha Rypma-Huitema, praktiserend mondhygiënist en werkzaam als kindertandverzorgende in een algemene praktijk. Sinds 2013 is zij als secretaris verbonden aan de Stichting BSHM.

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z, ZZP-er
Score - beoordeling

Onderzoek naar de gemiddelde praktijkomzet: Hoe goed ‘scoort’ jouw praktijk?

De praktijkomzet is niet iets wat je zomaar deelt met collega’s. Daarnaast willen veel praktijkhouders wel graag weten hoe goed de praktijk ‘scoort’. En of een hogere omzet mogelijk is. Daarom is het altijd fijn om je praktijk te kunnen vergelijken met collega praktijken. Sjoerd Kuiken heeft in 2023 een eerste analyse uitgevoerd naar de gemiddelde praktijkomzet. Dit onderzoek is in 2025 herhaald. De nieuwe uitkomsten lees je hieronder.

Uitleg van het onderzoek

Het onderzoek betreft een analyse van de praktijkomzet van meerdere praktijken, welke is teruggebracht tot een gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer. In deze analyse zijn 17 praktijken opgenomen, die in totaal 76 behandelkamers in gebruik hebben. De praktijkomzet is exclusief techniekkosten en deze zijn geïndexeerd naar de tarieven van 2025. Hiervoor zijn de jaarlijkse indexaties van de tarieven van de UPT-codes gebruikt.

Uitkomsten van het onderzoek

De van alle praktijken cumulatief naar 2025 geïndexeerde praktijkomzetten zijn gedeeld door het totaal aantal behandelkamers – te weten 76 behandelkamers – wat resulteert in een gemiddelde jaaromzet per behandelkamer.

Aan de verdere berekening liggen de volgende twee aannames ten grondslag:

  1. De praktijk is gedurende 45 weken per jaar in bedrijf. De overige 7 weken worden als vakantie beschouwd, waarin de behandelkamers niet in gebruik zijn en er dus geen omzet wordt gemaakt.
  2. De praktijk werkt gedurende 5 dagen per week volgens de reguliere tijden van 8.00 tot 17.00 uur. Er wordt dus geen rekening gehouden met avond- of weekend openstelling.

De resulteert in de volgende gemiddelde – afgeronde – bedragen:

Uitkomst Gem. omzet 2023 Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 236.250 € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.250 € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.050 € 1.200

In het onderzoek over 2025 ligt de mediaan op een omzet van € 267.700 per behandelkamer.

Geïndexeerde bedragen

Als we de bedragen uit 2023 indexeren naar 2025, dan levert dit de volgende bedragen op*:

Uitkomst Gem. omzet 2023

(geïndexeerd*)

 

Gem. omzet 2025
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer € 269.700* € 270.250
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per week
(o.b.v. 45 weken per jaar)
€ 5.995* € 6.000
Gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer per dag
(o.b.v. 5 dagen per week)
€ 1.200* € 1.200

* De uitkomsten uit 2023 zijn geïndexeerd naar 2025, zodat beide kolommen eerlijk vergeleken kunnen worden.

Hierbij valt op, dat de gemiddelde omzetten over een periode van twee jaar niet tot nauwelijks zijn veranderd binnen praktijken.

Toelichting op de uitkomsten

De kans is zeer reëel dat bovengenoemde gemiddelden sterk afwijken van jouw praktijk. Mijn ervaring is namelijk, dat de omzetten per praktijk, per behandeling en per behandelaar enorm kunnen verschillen. Bovengenoemde bedragen zijn daarbij een gemiddelde van een niet-representatieve populatie van de Nederlandse tandartsenpraktijken.

De neiging is vooral focus te leggen op de gemiddelde omzet per behandelkamer, per behandelaar,  per week of per dag. Echter, hoe specifieker het bedrag, hoe meer variabelen meespelen en hoe minder betrouwbaar. Advies is dan ook allereerst jouw praktijk te vergelijken met ‘de gemiddelde praktijkomzet per behandelkamer’.

Indien je wel focust op de specifiekere bedragen – namelijk de omzet per week of per dag – dien je de volgende aspecten hierin mee te ‘wegen’:

  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is ook weer een gemiddelde van alle verschillende behandelaren samen. Oftewel, een gemiddelde van tandartsen, mondhygiënisten, (paro) preventie-assistenten, tandtechniekers, etc.
  • De gemiddelde praktijkomzet per dag is gebaseerd op 45 productieve weken per jaar en 5 productieve dagen per week. Het gemiddelde gaat er dus van uit, dat de behandelkamers gedurende deze periode van 5 weken buiten bedrijf zijn. In sommige praktijken zijn één of meerdere behandelkamers echter continu in bedrijf.

Conclusie

De gemiddelde praktijkomzet van € 270.250 (exclusief techniek) per behandelkamer geeft een goede indicatie wat jouw praktijk aan omzet over 2025 kan behalen. Mijn ervaring daarbij is, dat hierin voor meerdere praktijken nog – veel – ruimte is voor groei in omzet.

Video: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeien?

Bekijk de video in de Dental Management Toolkit: Hoe kun je jouw praktijkomzet laten groeienMeer omzet uit je praktijk, 400 met logo.

Door: Sjoerd Kuiken, eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingstrajecten en coaching van praktijkhouders.

Ook is hij initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dentalinfo.nl, een database met 200+ voorbeelddocumenten en video’s voor praktijkmanagement die je naar eigen inzicht kunt downloaden, gebruiken en aanpassen aan jouw situatie.

 

 

 

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen 2

Tandarts of mondhygiënist in loondienst – de voordelen en nadelen

Zowel tandartsen als mondhygiënisten in loondienst hebben veel invloed op de omzet die ze genereren en de patiënten die zij weten te binden aan de praktijk. Een provisiecontract, waarbij het salaris (gedeeltelijk) wordt gebaseerd op de gerealiseerde of gedeclareerde omzet, wint dan ook aan populariteit in de mondzorg. Zowel praktijkhouders als zorgverleners zien de voordelen hiervan, maar er zijn ook aandachtspunten. Tandarts en jurist Alexander Tolmeijer zet een aantal (juridische) voor- en nadelen van dit type loondienstcontract op een rij.

In een provisiecontract is vastgelegd dat een tandarts (in loondienst) bovenop het basissalaris een percentage van de omzet krijgt als bonus. Kort gezegd betekent het: meer omzet = meer salaris, minder omzet= minder salaris. Het beste kun je die provisie berekenen op jaarniveau. Als basis kun je hiervoor het bonuspercentage nemen wat je een zzp’er uitkeert. Hiervan zul je vervolgens nog diverse lasten moeten aftrekken, voordat je het bonuspercentage voor een werknemer in loondienst weet.

Maandelijks voorschot op de provisie

Afhankelijk van de hoogte van het basissalaris, is het verstandig om een voorschot op de provisie te geven. Dat voorschot kan variabel zijn, maar dat betekent wel dat je dit iedere maand opnieuw moet uitrekenen. Je kunt ook kiezen voor een vast voorschot van de berekende maandelijkse provisie en periodiek (per kwartaal of halfjaar) toetsten of de medewerker goed op koers ligt. De praktijkhouder wil natuurlijk voorkomen dat aan het einde van het jaar blijkt dat er teveel is uitgekeerd.

Voordelen voor de praktijkhouder

Een provisiecontract heeft veel voordelen voor zowel praktijkhouders, als zorgverleners.
Voor de praktijkhouder geldt:

• Productiegericht belonen

Belonen op basis van geleverde prestaties stimuleert de zorgverlener om efficiënt én kwalitatief goed te werken, wat de praktijk ten goede komt. De zorgverlener heeft hiermee ook een belangrijke impuls om de administratie goed op orde te hebben.

• Kostenstabiliteit

De loonkosten zijn variabeler, waardoor de loonkosten mee stijgen en dalen met de omzet.

• Eerlijke verdeling

Gelijke prestaties worden gelijk beloond, wat zorgt voor duidelijkheid in het team.

Aandachtspunten voor de praktijkhouder

Praktijkhouders moeten wel goed letten op de volgende aspecten:

• Doorbetaling bij ziekte of vakantie

Ook tijdens ziekte en verlof van de medewerker moet (een deel van) de provisie worden doorbetaald. Dit is wettelijk verplicht voor de praktijkhouder, ongeacht de productie. Dit brengt financiële onzekerheid en extra kosten met zich mee.

• Complexe administratie

Het correct berekenen van de provisie en het bijhouden van recht op provisie tijdens verlof, vraagt om een goed administratief systeem. Spreek in ieder geval af dat provisie wordt berekend over de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, en niet de gedeclareerde omzet. Zo voorkom je betaling over oninbare posten.

Voordelen voor de zorgverlener

Voor de zorgverlener zijn er ook voordelen:

• Eigen productiviteit wordt rechtstreeks beloond

Dit werkt motiverend voor tandartsen en mondhygiënisten die efficiënter werken, of meer mensen aan zich binden.

• Meer controle

De zorgverlener weet precies wat het eigen aandeel is van de gerealiseerde omzet en kan zo zélf sturen op (hoger) inkomen.

• Hogere beloning

Bij een bovengemiddelde inzet stijgt het salaris meestal boven het marktconforme salaris uit.

Nadelen voor de zorgverlener

Natuurlijk zijn er ook nadelen, of aspecten om rekening mee te houden voor de zorgverlener bij het afsluiten van een loondienstcontract met een bonusconstructie:

• Wisselend inkomen

Minder patiënten behandelen, betekent direct minder inkomsten. Dit kan een gevoel van onzekerheid geven. Minder patiënten zien, heb je als zorgverlener immers niet altijd in de hand. Een goed voorbeeld daarvan is de COVID-19 pandemie.

• Risico bij ziekte en vakantie

Bij afwezigheid door ziekte of vakantie, behoud je het recht op (een deel van) de provisie, maar de uitkering is vaak lager en ligt meestal op 70%.

Extra aandachtspunten

Het is goed om in gedachten te houden dat over het totale brutoloon (basis + provisie) nog sociale lasten en loonheffingen moeten worden afgedragen. Pieken in omzet, kunnen dus leiden tot hogere werkgeverslasten.

Daarnaast is goed om te realiseren voor zowel praktijkhouder als zorgverlener wat de invloed van het loondienstcontract is op het pensioen en om te berekenen wat de afdracht van de premie betekent voor het maandelijks loon.

Zorg tot slot voor transparantie en maak controleerbare afspraken die je vastlegt in het contract. In een goed contract beschrijf je concreet wat meetelt voor de provisie, het exacte percentage, hoe vakantie- en ziektedagen worden berekend en welke aanvullende beloningen of correcties mogelijk zijn. Door heldere afspraken te maken en oog te hebben voor de administratieve en juridische aspecten, kan een loondienstcontract op provisiebasis zo voor alle betrokkenen voordelig zijn.

Door: Alexander Tolmeijer van Dentiva
Meer weten? Voor hulp bij het maken van een goed contract kun je onder andere terecht op platforms als DentHR van Dentiva.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel