Science Gallery London host tentoonstelling ‘Mouthy’

Vanaf juli tot november is er in Londen een bijzonder evenement te vinden, genaamd ‘Mouthy’. De Science Gallery London wordt dan omgetoverd tot een ruimte om alles in en rondom te mond te ontdekken, met Kings College London als host.

Kunstenaars en wetenschappers van over de hele wereld werden uitgenodigd om voorstellen te doen voor de tentoonstelling.

Thema’s en onderwerpen
De Science Gallery hoopt tijdens het evenement verschillende thema’s en onderwerpen te kunnen dekken, waaronder:

  • Kwijlende monden – de essentiële rol van speeksel
  • Gezonde en ongezonde monden – de impact van bacteriën in onze monden
  • Emotionele monden – alles wat kan omgaan in een mond, van pijn tot plezier
  • Veranderende monden – hoe monden door de jaren heen zijn ontwikkeld, en hoe dit communicatie beïnvloedt
  • Unieke monden – hoe monden en hun inhoud mensen fysiek, sociaal en cultureel gezien van elkaar onderscheiden, en een platform voor het uiten van jezelf bieden
  • Monden van de toekomst – hoe zullen monden er in de toekomst uitzien?
  • Dieren monden

Bron: Science gallery

 

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z

Preventie: de samenwerking tussen tandarts, preventieassistent en mondhygiënist in beeld

Hoe verloopt de samenwerking bij preventie tussen tandarts, preventieassistent en mondhygiënist?
Lieneke Steverink, mondhygiënist en docent voor preventie assistenten, stelde een online vragenlijst op die door 600 mondzorgprofessionals werd ingevuld. Een overzicht van de uitkomsten voor samenwerking, controle, begeleiding en doorverwijzing.

Vorig jaar werden via het internet vragenlijsten verspreid onder tandartsen, mondhygiënisten en preventieassistenten over samenwerking in de praktijk op het gebied van preventie. 82 tandartsen verspreidt over heel Nederland vulden de vragenlijst in, zo ook 254 preventieassistenten en 264 mondhygiënisten.

Het merendeel van de ondervraagde tandartsen (54,9%) werkt intern samen met assistenten, (paro)preventieassistenten en mondhygiënisten. 17,1% werkt intern met tandartsen en assistenten samen, 8,5% werkt enkel met assistenten samen, 8,5% met assistenten en mondhygiënisten, 7,3% met assistenten en preventieassistenten en 3,7% met assistenten, preventie- en paropreventieassistenten. Daaruit blijkt dat een kwart van de ondervraagde tandartsen zonder preventieassistent en/of mondhygiënist werkt en 37% zonder interne mondhygiënist. Bijna 60% van de ondervraagde tandartsen werkt met een externe mondhygiënist samen.

Wie is de specialist in preventie?
De NVM, KNMT en ANT geven in hun communicatie aan de mondhygiënist de specialist in preventie te vinden.

Antwoord tandartsen
De vraag ‘Wie is volgens u specialist in preventie?’ werd als volgt beantwoord door de tandartsen die deelnamen aan het onderzoek:

  • De mondhygiënist – 50,0%
  • De tandarts – 31,7%
  • De (paro)preventieassistent – 18,3%

Opmerkelijk hierbij is dat de (paro)preventieassistent en de tandarts zo hoog scoren gezien de uitspraken van de NVM, ANT en KNMT. De (paro)preventieassistent werkt onder eindverantwoordelijkheid van de tandarts of mondhygiënist. Het zou logisch zijn als de tandarts en mondhygiënist meer kennis en kunde zouden hebben dan de (paro)preventieassistent. Het lijkt zo alsof er tandartsen zijn die zichzelf minder hoog inschatten op gebied van preventie dan hun medewerkers die ze zouden moeten aansturen en/of voorbij gaan aan de rol van de mondhygiënist.

Mondhygiënisten leren in de opleiding om diagnoses en ook prognoses te stellen, zeker op het terrein van parodontitis. Mondhygiënisten kunnen zodoende de tandarts informeren over de conditie van weefsels op basis waarvan de tandarts kan beslissen of extractie en kronen mogelijk zijn. Mondhygiënisten ervaren soms problemen in hoe serieus ze hierin worden genomen door de tandarts.

Tandartsen gaven antwoord op de volgende vraag: In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? Een mondhygiënist heeft meer verstand van parodontitis dan de tandarts. De tandartsen antwoordden:

  • 32,9 % – Totaal oneens
  • 30,5 % – Enigszins oneens
  • 18,3 % – Neutraal
  • 14,6 % – Enigszins eens
  • 3,7% – Totaal eens

Uit de antwoorden van dit online onderzoek blijkt dat veel tandartsen de mondhygiënist niet zien als iemand die meer verstand heeft van parodontitis dan de tandarts.

Antwoord preventieassistenten
Dezelfde vraag – wie is volgens u de specialist in preventie? – werd aan 254 preventieassistenten uit het hele land gesteld. Zij antwoordden als volgt:

  • De tandarts – 15%
  • De mondhygiënist – 55%
  • De (paro)preventieassistent – 29,9%

De (paro)preventieassistenten zien de mondhygiënist meer als specialist in preventie dan de tandarts.

Wellicht is er verwarring rondom het woord ‘preventie’, want dit woord kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Aan de hand van deze antwoorden verwacht je dat de preventieassistent liever begeleid zouden worden door de mondhygiënist dan door de tandarts. Wordt dit in de praktijk gedaan? Wie bespreekt zijn patiënten met de mondhygiënist? 55% van de preventieassistenten zou in elk geval graag nauw willen samenwerken met een mondhygiënist en slechts 8,7% niet.

Controleren
De onderzoeksdeelnemers gaven de volgende antwoorden op de vraag wie een gebitsreiniging en/of DPSI van zijn collega controleert.

  • 7% van de preventieassistenten laat zijn werk (gebitsreiniging en/of DPSI) controleren door de mondhygiënist.
  • 2,4 % van de tandartsen laat dit werk door de mondhygiënist doen.
  • 64,6% van de preventieassistenten zegt dat de tandarts de gebitsreiniging en/of DPSI controleert.
  • Maar liefst 28% van de preventieassistenten zegt dat hun werk nooit wordt gecontroleerd terwijl de tandarts en/of mondhygiënist de eindverantwoordelijke is. Verwarrend is dat slechts 3% van de ondervraagde tandartsen die samenwerken met een preventieassistent aangeeft dat zij de preventieassistent nooit controleren.
    Wellicht hebben preventieassistenten het niet in de gaten als zij gecontroleerd worden door de tandarts. Het zou kunnen zijn dat de tandarts het werk van de preventieassistent controleert als de patiënt bij de tandarts in de stoel ligt.

Begeleiding

  • 7,3% van de ondervraagde tandartsen vindt dat de preventieassistent helemaal niet begeleid hoeft te worden.
  • 28% van de tandartsen zegt dat de preventieassistent door de mondhygiënist begeleid zou moeten worden.

Dit komt niet overeen niet met de percentages die de preventieassistenten zelf geven.
Maar liefst 24,8% van de preventieassistenten vindt dan ze hun werk geheel zelfstandig kunnen doen en 36,6% vindt dat ze dit enigszins kunnen. 26% vindt dat ze hun werk niet zelfstandig kan doen.

Wettelijk kan een preventieassistent niet als zelfstandige werken maar wel zelfstandige handelingen doen. De preventieassistente beschikt daarom ook niet over een persoonlijke AGB-code. Je zou verwachten dat de preventieassistent in de dagelijks praktijk flink gecontroleerd en begeleid wordt.

Hoe vaak bespreekt de preventieassistent patiënten met de mondhygiënist?
Op deze vraag gaven de preventieassistenten de volgende antwoorden:

  • Slechts 8,7% bespreekt al zijn patiënten met de mondhygiënist
  • 68,1% doet dit alleen bij bijzonderheden
  • 23,2% bespreekt zijn patiënten nooit met de mondhygiënist
  • Hierbij moet wel opgemerkt worden dat er bij 27,6% van de preventieassistenten geen mondhygiënist in de praktijk aanwezig is en het doorspreken van een patiënt niet mogelijk is.

    Bespreekt de preventieassistent dan een patiënt met de tandarts? Tandartsen gaven de volgende antwoorden op de vraag “Bespreekt u de patiënten met uw ondersteunend personeel”

  • 18,3% – Nee, mijn medewerkers hebben geen patiënten
  • 2,4% – Nee, ik bespreek nooit patiënten met mijn medewerkers
  • 47,6 % – Ja, ik bespreek patiënten met mijn medewerkers als er iets speciaals is
  • 31,7% – ja ik bespreek patiënten altijd met mijn medewerkers

Samenwerking mondhygiënist en preventieassistent
Van de 264 ondervraagde mondhygiënisten zegt 66% dat er een preventieassistent in de praktijk aanwezig is. Toch heeft 42,8% van de gehele groep mondhygiënisten absoluut niet het idee samen te werken met de preventieassistent. Slechts 16,7% heeft echt het idee dat er samengewerkt wordt.

Gelukkig wil 40,9% van de ondervraagde mondhygiënisten de preventieassistent heel graag begeleiden en 39,8% enigszins. 9,5% ziet dit niet zitten. 84,5% van de mondhygiënisten geeft zelfs aan dat preventieassistenten altijd bij hun kunnen aankloppen als ze met een vraag zitten.
Preventieassistenten hebben echter niet allemaal het gevoel dat ze met al hun vragen bij de mondhygiënist terecht kunnen: 17,7% vindt dat ze niet bij de mondhygiënist terecht kan voor vragen. 48% heeft gelukkig dit gevoel wel. Slechts 9,1% van de ondervraagde mondhygiënisten vindt dat de preventieassistent genoeg hulp vraagt.

Vindt u dat de preventieassistent genoeg hulp vraagt?
Antwoorden gegeven door mondhygiënist

  • 9,1% Totaal eens
  • 12%  Eniszins eens
  • 29,9% Neutraal
  • 26,5%Totaal oneens
  • 22,3% Enigszins oneens

Titelmisbruik
Een grote doorn in het oog van mondhygiënisten is titelmisbruik: een preventieassistent die aangeeft mondhygiënist te zijn. De deelnemers van het onderzoek gaven de volgende antwoorden op dit punt.

  • 3,1% van de ondervraagde preventieassistenten zegt zich mondhygiënist te (laten) noemen en 18,5% zegt dat dit wel eens voorkomt.
  • Volgens 20,5% van de preventieassistenten komt het vaak voor dat patiënten hen mondhygiënist noemen zonder dat de praktijk die indruk wekt. Bij 69,1% komt dit wel eens voor.

Het is dan ook niet vreemd dat 25,4% van de ondervraagde mondhygiënisten heel vaak meemaakt dat de preventieassistent zich mondhygiënist heeft (laten) noemen. 39,8% maakt dit af en toe mee en 34,8% maakt dat totaal niet mee. Toch geeft 70% van de ondervraagde tandartsen aan nog nooit te hebben meegemaakt dat de preventieassistent zich mondhygiënist heeft (laten) noemen. Dit is dus een groot verschil met de ervaring van de mondhygiënist.

Het lijkt erop dat vooral patiënten hardnekkig mondhygiënist blijven zeggen tegen preventieassistenten en dat mondhygiënisten dit opvatten als titelmisbruik. Toch blijft het aantal preventieassistenten dat zich (wel eens) mondhygiënist (laten) noemen vrij groot aangezien het wettelijk verboden is. Slechts 15% van de ondervraagde tandartsen geeft namelijk aan dat ze nooit uitleg geeft over het verschil tussen de preventieassistent en de mondhygiënist. De andere ondervraagde tandartsen geven aan dit vooral mondeling te verduidelijken maar een deel doet dit enkel als de patiënt om uitleg vraagt. Bij 9,8% van de tandartsen staat het op de website uitgelegd of ligt in de wachtkamer een uitleg.

Houden aan bevoegdheden
47% van de ondervraagde mondhygiënisten krijgt het idee dat de preventieassistent werk moet doen wat hij/zij niet aankan en 35,6% heeft die indruk enigszins. Meer dan driekwart denkt dus dat preventieassistenten werk doen waarvoor ze niet bekwaam zijn. Preventieassistenten zijn opgeleid om te behandelen in de DPSI-categorie A.

Welke patiënten verwijst de tandarts naar de preventieassistent?

  • 25,6% van de ondervraagde tandartsen verwijst niet naar de preventieassistent
  • 47,6% verwijst alleen bij categorie A
  • 19,5% verwijst ook bij categorie B naar de preventieassistent en
  • 7,3% zelfs bij categorie C.

Van de naar de preventieassistent verwijzende tandartsen, verwijst 36% een te hoge categorie door. Maar dit komt niet overeen met de antwoorden van de preventieassistenten. Slechts 25,6% van de preventieassistenten gaf aan alleen categorie A te behandelen. Iets minder dan driekwart van hen behandelt dus een te hoge DPSI. 23% behandelt zelfs categorie C.

Het is daarom niet vreemd dat maar 32% van de ondervraagde mondhygiënisten vindt dat ze via de preventieassistent tijdige verwijzingen krijgen.

Tijdens de Dag van de Preventieassistent vertelden preventieassistenten in de zaal dat dit komt doordat patiënten niet naar de mondhygiënist willen omdat ze een vertrouwensband hebben opgebouwd met hun preventieassistent en ook wegens te weinig financiële middelen van sommige patiënten.

Daarnaast gaven preventieassistenten aan dat ze zich gedwongen voelen door de tandarts om niet door te verwijzen naar de mondhygiënist: 13,5% van de ondervraagde preventieassistenten gaf aan dat ze zich regelmatig, vaak of altijd gedwongen voelt om behandelingen uit te voeren waarvoor ze niet zijn opgeleid en/of ze zich niet bekwaam in voelen.

Doorverwijzen ASA-scores
Doorverwijzing bij ASA-scores laat een vergelijkbaar beeld zien. De preventieassistent wordt opgeleid om gezonde patiënten te behandelen en toch verwijst maar liefst 13,4% van de tandartsen zelfs ASA score 4 aan de preventieassistent door en vindt zelfs 39% van de tandartsen dat de mondhygiënist dit prima aankan. Dat is vreemd want in deze score is het enkel verantwoord om acute hulp te verlenen. 28% van de tandartsen vertrouwt alleen ASA 1 aan preventieassistenten toe en 2,4% aan mondhygiënisten. 45% van de tandartsen vindt dat preventieassistenten ASA 1 en 2 prima aan kunnen. 20,7% vertrouwd dit aan de mondhygiënist toe. Ook score 3 wordt door 13,4% van de ondervraagde tandartsen nog aan de preventieassistent toevertrouwd en 37,8% verwijst deze patiënten naar de mondhygiënist.

Lengte opleiding
Nog een heet hangijzer is de lengte van de opleiding van de preventieassistenten. 27,6% van de preventieassistenten vindt deze opleiding niet lang genoeg in tegenstelling tot de 33% die het wel lang genoeg vindt. Van de ondervraagde tandartsen geeft 41,5% aan dat ze de opleiding onvoldoende lang vindt, 30,5% vindt het wel voldoende lang. Van de ondervraagde mondhygiënisten vindt zelfs 79,5% dat de opleiding onvoldoende lang is tegenover 6,5% die het wel voldoende lang vindt.

Ondanks het verschil in opleiding geven mondhygiënisten op diverse social media aan over de paro-preventieassistent te struikelen en voelen ze de hete adem van hen op de banenmarkt. Sommige mondhygiënisten geven aan dat ze veel minder verwijzingen zouden krijgen door de komst van deze kracht. De mondhygiënist lijkt zich toch niet zoveel zorgen te hoeven maken over hoe de tandartsen de preventieassistent inschatten. Aan de tandartsen werd gevraagd in hoeverre ze het eens zijn met de volgende stelling: De paro-preventieassistent heeft dezelfde kennis en kunde als de mondhygiënist.

  • 53,7% – Totaal oneens
  • 23,2% – Enigszins oneens
  • 11,0% – Neutraal
  • 9,8% – Enigszins eens
  • 2,4% – Totaal eens

De vragenlijst is geenszins een wetenschappelijk onderzoek maar uitslag van een online vragenlijst. Ik denk wel dat de uitkomsten van de vragenlijst aanzet zouden kunnen geven tot nader onderzoek en/of tot verder nadenken.

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z

Kauwgom vangt binnen dertig seconden honderd miljoen bacteriën

Kauwgom is een prima bacteriënvanger. Dit blijkt uit onderzoek van Stefan Wessel, promovendus bij de afdeling Biomaterialen van het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Geen vervanger
Kauwgom heeft een aantal gezondheidsvoordelen, zoals het stimuleren van speekselvorming waardoor etensresten tussen de tanden worden verwijderd. Kauwgom helpt ook om cariës en bloedend tandvlees te voorkomen. Hoewel uit het onderzoek blijkt dat kauwgom bacteriën verwijdert op de kauwvlakken, zal kauwgom nooit tandenpoetsen en flossen kunnen vervangen.

Bacteriën
Voor het onderzoek hebben tien vrijwilligers vier weken lang drie keer per dag kauwgom moeten kauwen met en zonder de toegevoegde ingrediënten. Vervolgens is het aantal bacteriën in de tandplak en de levensvatbaarheid en samenstelling van de micro-organismen bestudeerd.

Resulaten
Het blijkt dat na dertig seconden kauwen ongeveer honderd miljoen zijn bacteriën gevangen. Tevens was het zo dat hoe langer mensen kauwgom kauwden, hoe meer verschillende soorten bacteriën in het tandplak voorkwamen. Zo’n divere samenstelling zou mogelijk gezonder zijn dan een eenzijdige samenstelling. Het is niet duidelijk welke soort bacterie het meest gevangen werd. De onderzoeker benadrukt dat het ook niet nodig is om alle bacteriën te verwijderen, aangezien een aantal een berschermende functie hebben.

Vervolgonderzoek
Om andere effecten van kauwgom aan te kunnen tonen, zoals kleurvermindering, zal eerst meer experimenteel onderzoek moeten worden verricht.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen




Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z

Stappenplan Gewoon Gaaf beschikbaar voor praktijken

Het stappenplan Gewoon Gaaf voor kinderen van 0-18 jaar ontwikkeld door het Ivoren Kruis is nu beschikbaar voor praktijken. Het stappenplan is onderverdeeld naar de doelgroepen 0-4, 4-12 en 12-18 jaar.

Stappenplan Gewoon Gaaf
De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar en begint bij de doorbraak van de 1e tand (6-12 maanden). Als basis wordt het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis gevolgd. Aanvullende terugkombezoeken plannen mondzorgverleners op basis van het risicoprofiel (groen, geel, oranje of rood). Deze maakt hij bij elk PMO-bezoek. Daarbij maakt hij een inschatting of de ouders de gemaakte zelfzorgafspraken zelfstandig nakomen of dat daarbij zijn steun nodig is. Bij Gewoon Gaaf draait het om het inlevingsvermogen van de mondzorgverlener in de unieke patiënt. Belangrijk daarbij is dat hij aansluit bij het niveau van de patiënt. De mondzorgverlener bekijkt hoeveel ondersteuning (de ouder van) de patiënt nodig heeft en beoordeelt het risico dat de patiënt loopt. Na ieder consult maakt hij zelfzorgafspraken met de (ouder van de) patiënt, waar hij een volgend bezoek op terugkomt.

Stappen, hulpvragen en tips
In het stappenplan worden de stappen kort beschreven. In de bijlagen zijn hulpvragen, tips en suggesties te vinden die bij de stap aansluiten. Het stappenplan is tot stand gekomen met behulp van input uit het dentale veld, de omslaggroep en het Adviescollege Preventie Mond- en Tandziekten van het Ivoren Kruis. De NVvK ondersteunt Gewoon Gaaf en is blij met het stappenplan dat kosteloos is te downloaden en printen.

Lees ook
Gewoon Gaaf: preventiemethode voor kinderen en hun ouders

Bekijk de video:  Gesprek Gewoon Gaaf


Download brochure stappenplan-gewoon-gaaf-def.pdf
Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z

Kindertandenborstel Bumblies teruggeroepen door fabrikant

De fabrikant van de Bumblies kindertandenborstel roept deze terug. De tandenborstel is bestemd voor kinderen van 0 tot 3 jaar. Er bestaat volgens de fabrikant een mogelijkheid dat kinderen de zuignap op de achterkant eraf kunnen bijten en inslikken.

Het bedrijf roept consumenten op om de tandenborstel niet meer te gebruiken. Het gaat om de Bumblies tandenborstel (0-3 jaar) in de kleuren geel, groen, roze en oranje.

Consumenten die de tandenborstel hebbben gekocht, krijgen hun aankoopbedrag terug. Zij kunnen een foto van de gebruikte tandenborstel mailen naar service@superunie.nl of de streepjescode van de verpakking toesturen naar Bumblies,  Antwoordnummer 3500, 4140 VH BEESD, onder vermelding van naam, rekeningnummer en winkel van aankoop.

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z

ANT-Checklist voor IGZ inspectie op KEW-dossier

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft dit jaar het KEW-dossier als speerpunt bij controle van tandartspraktijken.
De ANT stelde een checklist op na overleg met de IGZ, de VGT en de afdeling radiologie van ACTA van de punten waar de IGZ op let.

Wát controleert IGZ?

1. KEW-dossier
De aanwezigheid van een KEW-dossier. En dan wordt bedoeld: de inhoud. De vorm waarin het KEW-dossier is vastgelegd (digitaal of op papier, vormgeving) is niet van belang. In dit dossier moeten in ieder geval aanwezig zijn:

a. De brief van de ANVS of Agentschap NL waarin de melding van de in gebruik genomen toestellen wordt bevestigd. Toelichting: De melding door u aan Agentschap NL volstaat niet.
b. Gegevens van de ondernemer / registratiehouder: naam, adres, uittreksel KvK
c. Gegevens van de Toezichthoudend Deskundige (tandarts met Stralingsdeskundigheidscertificaat 5 A/M)
Naam, BIG nummer. En indien de Toezichthoudend Deskundige niet de ondernemer is, maar namens de ondernemer is aangewezen: de door beide partijen getekende brief waarin dit mandaat is vastgelegd.
d. Acceptatietest(s) van de röntgenapparatuur
e. Overzicht van meetwaardes
Berekende meetwaardes binnen en buiten de locatie. Het maximale aantal opnames per toestel dat uitgangspunt vormt voor berekening dient gestaafd te kunnen worden.
f. Stralings-risicoanalyse, beoordeeld door een geregistreerd Coördinerend Stralingsdeskundige (stralingsdeskundige niveau 3)

2. Onderhoud en controle
Aangetoond moet kunnen worden dat structureel periodiek onderhoud aan de röntgensystemen plaatsvindt. Vooralsnog hanteert IGZ ter zake de frequentie van onderhoud hetgeen de leverancier van de apparatuur heeft bepaald of geadviseerd. Aangetoond moet kunnen worden dat jaarlijks controle van de apparatuur plaatsvindt. Deze controle kan grotendeels door de Toezichthoudend Deskundige gedaan worden, maar moet worden getoetst door een Coördinerend Deskundige.
De onderdelen waarop jaarlijks controle dient plaats te vinden vindt u in bijlage 6 van de Richtlijn Tandheelkundige Radiologie (update 2015), p. 50 – 51 en p. 57 Jaarverslag stralingshygiëne, opgesteld door de Toezichthoudend Deskundige (namens
de ondernemer).

Beknopt verslag waarin opgenomen:
● Datum van de laatste kwaliteitscontrole en eventuele opmerkingen of actiepunten
● Wijzigingen ter zake röntgenconfi guratie
● Melding of aantal röntgenopnames van het afgelopen jaar in lijn is met het uitgangspunt
van de stralingsrisicoanalyse
● Berichtgeving ter zake eventuele incidenten (bijv. het onbedoeld betreden van de
ruimte tijdens het maken van een röntgenopname)

3. Toepassen van ALARA
● Alle röntgenopnames worden gemaakt met apparatuur die is voorzien van een rechthoekige cone op de tubes (collimator).
● Er wordt gebruik gemaakt van instelapparatuur
● Bij niet-digitale röntgenapparatuur: Er wordt gebruik gemaakt van F-speed film
● Patiëntendossiers moeten het hanteren van het ALARA-uitgangspunt kunnen bevestigen.

4. Deskundigheid
De tandarts die röntgenopnames indiceert en maakt of opdracht geeft om te maken, voldoet door scholing aan de Eindtermen Stralingshygiëne voor Tandartsen en Orthodontisten (Stralingsdeskundigheidscertifi caat 5 A/M). Zonder deze kwalificatie is de tandarts niet bevoegd tot het indiceren en maken van röntgenopnames. Voordat de aldus bevoegde tandarts opdracht geeft tot het maken van een röntgenopname, heeft hij zich vergewist van de bekwaamheid van de opdrachtnemer(s).

Opdrachtnemers moeten vanaf 1-1-2018 extern gecertifi ceerd zijn. Tot deze datum geldt een overgangsperiode waarin interne scholing kan volstaan.

Schriftelijk is vastgelegd:
● de instructie voor het maken van intra- en extraorale röntgenopnames;
● verklaring van opdrachtnemers dat zij instructie hebben gekregen en deze hebben begrepen

De tandarts volgt nascholing op het gebied van röntgen.

5. Veiligheid
Maatregelen moeten zijn getroffen om het onbedoeld betreden van de ruimte tijdens het maken van een röntgenfoto tegen te gaan. Bijvoorbeeld: de toegangsdeur tussen openbare ruimte en behandelingsruimte moet voorzien zijn van waarschuwings-signalering (gele driehoeksticker ‘röntgenstraling’) als het onbedoeld betreden van de ruimte tijdens het maken van een röntgenfoto door deze deur mogelijk is. De ruimte waar men een dosis kan ontvangen van 1 tot 6 mSv/jaar (bijv. OPT-ruimte) is
een zgn. ‘bewaakte zone’ en moet herkenbaar zijn door een waarschuwingssticker op de
toegangsdeur.

Bij het maken van een extra orale röntgenfoto moet de (houding van de) patiënt bewaakt kunnen worden. Bij het ontbreken van mogelijkheden om tijdens het maken van de foto de patiënt direct te aanschouwen (raam) wordt geadviseerd om de röntgenruimte van een (bewakings) camera te voorzien.

6. Patiëntdossiers
In het patiëntdossier moet altijd genoteerd worden:
● Indicatie voor het maken van de röntgenfoto
● Naam van de behandelaar die de foto maakt
● Inhoudelijke beoordeling van de röntgenfoto

Lees ook
Update: Checklist IGZ-protocollen

IGZ checklist en tips om terugvallen kwaliteitsniveau te voorkomen

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
onderzoek-loepbril

IGZ geeft aanwijzing aan tandartspraktijk in Amsterdam

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft Tandartspraktijk Braga B.V. in Amsterdam een aanwijzing gegeven. De praktijk moet nu binnen drie maanden verbeteringen doorvoeren.

De tandartspraktijk werd twee keer bezocht door de inspectie. Na het eerste bezoek moest de praktijk verbetermaatregelen doorvoeren maar bij het tweede bezoek van de IGZ bleken deze maatregelen niet of voldoende uitgevoerd te zijn.

De inspectie zag verschillende risico’s voor de patiëntveiligheid op het gebied van infectiepreventie, radiologische zorg, organisatie en zorg. Tandartspraktijk Braga moet nu binnen drie maanden maatregelen nemen om te voldoen aan de aanwijzing.

Bron: IGZ

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
KOM: 80% van de tandartsen fraudeert voor geven kwalitatieve mondzorg

KOM: 80% van de tandartsen fraudeert voor geven kwalitatieve mondzorg

Tijdens het forum van het Keurmerk Onafhankelijke Mondzorg (KOM) gaf 80% van de aanwezige tandartsen toe te “frauderen” om een toch een kwalitatieve mondzorgbehandeling te kunnen geven. Hans Beekmans, voorzitter van KOM, zei dat tandartsen in een spagaat terecht komen tussen wat wettelijk mogelijk is en de wens om kwalitatief en innovatief te kunnen werken. Hij riep de politiek dan ook op om tandartsen de werkelijke verrichtingen te laten declareren en de patiënt mee te laten praten over zijn eigen mondzorg, meldt Medical Facts.

Leugen uit de gezondheidszorg
Het KOM is in januari dit jaar opgericht en hield op donderdag 17 maart een forum waarbij zo’n 100 tandartsen, vertegenwoordigers uit de politiek, verzekeraars en patiënten aanwezig waren. KOM-voorzitter Beekmans: “De leugen moet uit de gezondheidszorg, de patiënt moet kunnen krijgen waar hij of zij voor kiest. En die verrichtingen moeten normaal en transparant gedeclareerd kunnen worden door de tandarts. Het is ook te gek voor woorden dat patiënten die zelf willen bijbetalen voor (top)tandheelkundige zorg, dat in ons land niet mogen. Dat is in Nederland zelfs strafbaar. Als enige land in Europa.”

Daling kwaliteit mondzorg
Beekmans ziet met name de laatste tien jaar een daling van de kwaliteit van mondzorg in Nederland, niet alleen in de praktijk maar ook in het onderwijs. Twee KOM-tandartsen lieten tijdens hun presentatie voorbeelden zien waarbij de kwaliteit niet werd ondersteund door beleid van de overheid. VVD-kamerlid Arno Rutte gaf aan dat het onderwerp mondzorg niet op de agenda staat van politiek Den Haag. Hij wil bekijken of patiënten zelf weer mogen bepalen of ze voor extra mondzorg willen betalen.

Ook zorgverzekeraars gaven toe deze situatie vaker te zien. Mevrouw Kroese, adviserend tandarts van de VGZ, gaf aan dat er op grote schaal sprake is van een groeiende tweedeling tussen slechte kwaliteit mondzorg en niet declareerbare kwalitatieve mondzorg.

Het KOM organiseert op 11 juni een symposium voor patiënten over dit onderwerp: de aangesloten KOM-tandartsen nodigen dan hun patiënten uit.


Bron: Medical Facts

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z

ANT bezorgd over groeiend aantal mensen dat tandarts niet meer bezoekt

De ANT maakt zich grote zorgen over een groeiende groep patiënten die de tandarts nooit meer bezoeken. Het CBC maakte op 14 maart cijfers bekend waaruit blijkt dat 30% van de mensen met een laag inkomen niet jaarlijks naar de tandarts of mondhygiënist gaan. Bij de hoogste inkomensklasse loopt tandartsbezoek op tot bijna 90% en tot 40 % voor bezoek aan de mondhygiënist.

Wegblijvers: laag inkomen, kwetsbare ouderen en jongeren
De ANT geeft aan dat het bij de groep die de tandarts niet meer bezoekt niet alleen gaat om mensen met een laag inkomen, maar ook om kwetsbare ouderen en een groeiende groep jongeren. “Dit is op de lange duur desastreus voor de mondgezondheid en leidt uiteindelijk tot veel hogere maatschappelijke kosten. Problemen in de mond zijn al erg genoeg, maar kunnen ook elders in het lichaam problemen veroorzaken of verergeren”, zegt tandarts en ANT-bestuurslid Ravin Raktoe.

Toegankelijkheid van tandarts
De ANT vindt dat het tijd wordt “dat de afbraakpolitiek van de mondzorg stopt. Deze zet een grote rem op de toegankelijkheid van de tandarts. We kunnen qua innovatie en nieuwe mogelijkheden zoveel meer, voor alle lagen van de bevolking, maar overregulering en bezuinigingen staan dat in de weg.”

De ANT stelt dat het probleem verder gaat dan alleen mensen met een lager inkomen die de tandarts niet meer bezoeken. Ravin Raktoe: “Vorig jaar heeft de Inspectie al het probleem van kwetsbare ouderen aangekaart, maar ook een grote groep jongeren ziet de tandarts niet of te laat, terwijl zij gewoon onder de basisverzekering vallen. De zorgverzekeraars hebben deze groep precies in kaart, maar doen niets. En dat is een slechte zaak, omdat we weten dat een gaatje als kind je de rest van je leven blijft achtervolgen. Alleen regelmatig bezoek aan de tandarts kan dat voorkomen. Want voorkomen is over een langere periode verreweg de goedkoopste oplossing.”

Hogere tarieven tandartsverzekering
Zorgverzekeraars hebben volgens de beroepsvereniging ook een deel van de sleutel in handen als het gaat om het toegankelijk houden van de mondzorg. “De zorgverzekeraars verhogen jaar in jaar uit de premie, terwijl de dekking alleen maar afneemt. De premies van tandartsverzekeringen zijn de afgelopen vier jaar met zo’n twintig procent gestegen, terwijl de dekking elk jaar wordt versoberd. Tegelijkertijd zijn de tandartstarieven in dezelfde periode met amper vijf procent gestegen”, legt Raktoe uit. “Sterker nog: tandartsen zijn het afgelopen jaar zelfs beduidend goedkoper geworden.”

Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z

TV-campagne NVM-mondhygiënisten over slechte adem


Na de succesvolle opzet van de afgelopen jaren, wordt de invulling van de actieweek breder getrokken. Aangesloten NVM-mondhygiënisten organiseren nu activiteiten in het gehele land op verschillende locaties en geven voorlichting over mondgezondheid en het belang van de mondhygiënist.

Het is tijdens de Week van de Mondhygiënist aan de consument om kennis te maken met de NVM-mondhygiënist, de specialist in preventieve mondzorg! Een gezonde mond is belangrijk, het is de basis voor een gezond lichaam.

 

Lees meer over: Halitose (slechte adem), Video

Henry Schein voor vijfde keer gekozen als ’s werelds meest ethische onderneming

Voor het vijfde achtereenvolgende jaar is Henry Schein gekozen als ’s werelds meest ethische onderneming door het Ethisphere Institute.

De verkiezing is een erkenning van ondernemingen die principes weten te verenigen met actie, zich onvermoeibaar inzetten om vertrouwen te integreren in hun bedrijfs-dna en zodoende helpen vorm te geven aan de industrienormen van de toekomst door de beste praktijken van de toekomst vandaag al te introduceren in hun bedrijfsvoering.

Categorie gezondheidsproducten
Henry Schein is voor het vijfde achtereenvolgende jaar erkend en als enige uit de categorie gezondheidsproducten. “Wij zijn er trots op dat we samen met een aantal wereldwijd succesvolle ondernemingen opnieuw door Ethisphere erkend zijn,” aldus Stanley M. Bergman, voorzitter en algemeen directeur van Henry Schein, Inc. “Bij Henry Schein begrijpen we dat succes meer inhoudt dan mooie cijfers. Al sinds 1932 is ons streven “het goed te doen door het goede te doen”. Daarmee hebben we langdurige economische en maatschappelijke waarde gecreëerd door uitzonderlijke ethische normen te hanteren voor onze bedrijfsvoering en een bedrijfscultuur te creëren die gekenmerkt wordt door zorg.”

Duurzaamheid bij Henry Schein
Bij de kantoren en distributiecentra van Henry Schein ligt de focus op een bewonderenswaardige manier op duurzaamheid. Dit heeft geleid tot allerlei initiatieven, variërend van efficiëntere verlichting, verwarming en airconditioning, beperking van de uitstoot van broeikasgassen, LEED-certificatie enz.”, aldus Timothy Erblich, directeur van Ethisphere.

Bekijk de complete lijst van de World’s Most Ethical Companies van 2016.

Lees meer over: Actueel, Carrière, Thema A-Z
113149030-software-5001

In 2018 moet patiënt eigen medische gegevens kunnen downloaden

Door technische innovaties kunnen ziekenhuizen zich steeds meer gaan focussen op de behoefte van de patiënt. Een van de dingen die hier misschien wel uit voort komt is dat patiënten binnen twee jaar hun eigen medisch dossier moeten kunnen downloaden. Dit wordt dan ook genoemd in de NVZ-strategie ‘Zorg voor 2020’ die NVZ-voorzitter Van Rooy aan Minister Schippers presenteerde.

Patiëntenportal
De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) denkt dat het haalbaar is om uiterlijk in 2020 een patiëntenportal te openen, waar klanten onder andere hun medische gegevens, maar ook resultaten van testen, kunnen downloaden. Ook zouden hierin contactgegevens kunnen worden bijgehouden en afspraken worden gemaakt en verzet.

Investeringen
Overleg over de investeringen die gedaan zouden moeten worden om dit te kunnen realiseren zijn druk gaande tussen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Schippers, Minister van Volksgezondheid: “Investeren in ICT is een ongelooflijk belangrijk thema. Ik deel die commitment en we gaan bekijken hoe we elkaar hierin kunnen ondersteunen. Ik neem die uitnodiging graag aan.”

ICT-oplossingen
In de NVZ-strategie zijn oplossingen in ziekenhuizen door middel van nieuwe technologieën een veel terugkomend thema, al dan niet met veiligheidsgarantie als voorwaarde. Van Rooy: “Door internet en een steeds mondiger wordende patiënt verandert de medische wereld met een niet te onderschatten kracht. Patiënten rekenen op een goede en veilige beschikbaarheid van informatie. Informatieveiligheid moet hierin volkomen gegarandeerd zijn.”

Zorg voor 2020
Naast ICT-oplossingen werden in ‘Zorg voor 2020’ onder andere ook dure medicatie, gezondheidsvaardigheden en meer inzicht met minder registratie belicht.

Bron:
Nederlandse Vereniging van ziekenhuizen

Lees meer over: Actueel, Kennis, Patiëntendossier, Thema A-Z

Postmenopauzale vrouwen met tandvleesaandoeningen hebben een verhoogd risico op borstkanker

Postmenopauzale vrouwen met tandvleesaandoeningen hebben een verhoogd risico op borstkanker. Vooral vrouwen die roken (of hebben gerookt) is de kans op tandvleesproblemen, en daarmee op borstkanker, groot. Dit blijkt uit onderzoek gepubliceerd in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.

Ontwikkeling
In het huidig onderzoek zijn 73.734 postmenopauzale vrouwen gemonitord. Geen van deze vrouwen heeft eerder borstkanker gehad. 26,1% had parodontitis. Bijna 7 jaar later waren 2.124 vrouwen gediagnosticeerd met borstkanker. Volgens de onderzoekers was het risico op borstkanker 14% hoger bij vrouwen met parodontitis.

Parodontitis, borstkanker en roken
Eerder onderzoek heeft aangetoond dat rokers meer kans hebben op tandvleesaandoeningen. De rookstatus is dan ook meegenomen in het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat:

  • Vrouwen met parodontitis die ergens in de afgelopen 20 jaar gestopt zijn met roken, een verhoogd risico hebben van 36% op borstkanker.
  • Vrouwen met parodontitis die nu nog roken, een verhoogd risico hebben van 32% op borstkanker. Dit verband is echter niet statisch significant.
  • Vrouwen met parodontitis die nooit hebben gerookt, een verhoogd risico hebben van 6% op borstkanker.
  • Vrouwen met parodontitis die meer dan 20 jaar geleden zijn gestopt met roken, een verhoogd risico hebben van 8% op borstkanker.

Mogelijke link
Uit eerder onderzoek blijkt dat de bacteriën in de mond van (ex-)rokers verschillen van de bacteriën in de mond van niet-rokers. Een mogelijk verband tussen parodontitis en borstkanker zou dan ook kunnen zijn dat bacteriën uit de mond in de bloedsomloop terecht komen en zo het borstweefsel aantasten. Echter is hier meer onderzoek nodig of dat een daadwerkelijke oorzaak zou kunnen zijn.

Bron:
CEBP



Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
filmtandarts

Filmtandartsen die u bij blijven

Er bestaan redelijk veel films waar tandartsen in voorkomen. Via opiniepeilingen zijn er twaalf favoriete ‘film-tandartsen’ geselecteerd door de Amerikaanse website MovieFanFare.com.

1. Dr. “Painless” Potter in The Paleface (1948)
Bob Hope speelde deze hoofdrol in de komische western. In deze film neemt Calamity Jane het op tegen bandieten die wapens leveren aan indianen. Als dekmantel trouwt ze met de laffe tandarts Peter Potter. In haar strijd tegen de wapensmokkelaars moet ze een beroep doen op zijn diensten. Het scenario werd geïnspireerd door een daadwerkelijke tandarts in de late jaren 1800, “Painless Parker”, die een rotte tand pijnloos kon extraheren voor 50 cent.

2. Dr. Christian Szell in Marathon Man (1976)
In New York City vindt een reeks mysterieuze moorden plaats. Ook de leden van de geheime overheidsorganisatie The Division worden één voor één vermoord. Thomas Levy is een laatstejaarsstudent, en tevens een erg goede loper, die ziet hoe zijn broer vermoord wordt. Thomas wordt in het mysterie meegesleurd en ontdekt dat de tandarts Dr. Christian Szell achter de moorden zit.

3. The Dentist (1932)
W.C. Fields speelt een tandarts die patiënten krijgt met ongewone fysieke eigenschappen zoals een kleine behaarde man en een vrouw met een paardengezicht. Hij probeert hen te behandelen met boor zonder pijnstillers te gebruiken. Met een van zijn patiënten begint hij zelfs te worstelen om een pijnlijke tand uit te halen.

4. Dr. Orin Scrivello in Little Shops of Horrors (1986)
De bloeddorstige plant eet uiteindelijk de sadistische Dr. Scrivello op die vrij wrede behandelingen op zijn patiënten uitvoerde.

5. Dr. Walter “Painless Pole” Waldowski in Mash (1970)
De VS zijn betrokken bij de Koreaanse oorlog en veel gewonden worden opgevangen in verschillende Mobile Army Surgical Hospital (MASH)-eenheden. Als blijkt dat tandarts “Painless Pole” Waldowski problemen heeft met zijn libido, denkt hij homoseksueel te zijn geworden en wil zelfmoord plegen.

6. Dr. Sheldon Kornpett in The In-Laws (1979)
De tandarts Sheldon Kornpett regelt een grote diefstal van drukstalen. De uitvoerders willen anderhalf miljoen in één dag terwijl hij het druk heeft met het huwelijk van zijn zoon wiens schoonfamilie hij nog nooit ontmoet heeft. Door zijn toedoen worden zij ook bij de zaak betrokken.

7. Dr. King in Django Unchained (2012)
Pemiejager Schultz doet zich voor als de tandarts Dr. King en koopt de vrijheid van de slaaf Django. Samen gaan ze op zoek naar zijn vrouw die als slaaf is gekocht door slavendrijver Calvin Candie. Het plan om haar te bevrijden wordt echter gedwarsboomd door Candies huisslaaf Stephen.

8. Dr. Frank Sangster in Novocaine (2001)
Een tandarts wordt verdacht van moord nadat hij een patiënt drugs heeft voorgeschreven.

9. Dr. Wilbur Wonka in Charlie and the Chocolate Factory (2005)
De vader van Willy Wonka verbied Willy om snoep te eten. Uiteindelijk begint Willy een eigen snoepfabriek.

10. Dr. Alan Feinstone in The Dentist (1996)
In deze Amerikaanse griezelfilm is Dr. Alan Feinstone een ‘normale’ tandarts met een perfect leven; een mooie vrouw, een mooi huis en een goede reputatie. Echter wanneer zijn vrouw Brooke vreemdgaat slaat Alan door. Hij krijgt last van waanbeelden van verrotte gebitten en zijn vrouw krijgt uiteindelijk een speciale behandeling aan haar gebit. Helaas worden ook enkele patiënten slachtoffer van Alan, die hij bewerkt met zijn vlijmscherpe messen, drillende boren en fijne haakjes.

11. Dr. Phillip Sherman in Finding Nemo (2003)
Dr. Sherman is een geanimeerde tandarts in de film Finding Nemo. Vissen spelen de hoofdrol in deze film, waarvan een gedeelte opgesloten is in het aquarium in de tandartspraktijk. De vissen ‘zitten’ zo dan ook op de eerste rij van alle tandheelkundige behandelingen.

12. Dr. Stuart Price in The Hangover (2009, 2011, 2013)
The Hangover is een komedie over drie vrienden die in 24 uur in vreemde situaties verzeild raken zoals oog in oog staan met een tijger in de badkamer en opeens opgescheept zitten met een zes maanden oude (en onbekende) baby. De tandarts in deze populaire reeks is de meest bezorgde van de drie en verliest in de eerste film een tand.

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z

Update implantologie: Korte implantaten – sneller en goedkoper

Gerry Raghoebar, onderzoeker op het gebied van implantologie, sprak tijdens het TP congres over de laatste stand van zaken op gebied van implantologie: korte implantaten en direct implanteren.

100% implantaatoverleving
Gerry Raghoebar is onderzoeker op het gebied van implantologie. Hij legde uit dat korte implantaten worden bestudeerd en dat de patiënten een jaar zijn vervolgd. Hij besprak twee studies uit het proefschrift van Felix Guljé en daaruit bleek maar liefst 100% implantaatoverleving. Over korte implantaten spreekt men als het implantaat kleiner is dan 7 mm. Korte implantaten kunnen in geresorbeerde kaken worden geplaatst. Een bot opbouw is daardoor overbodig geworden. Door gebruik van korte implantaten kan de behandeling een stuk sneller worden uitgevoerd en bovendien een stuk goedkoper. Helaas is het resultaat op de langere termijn (nog) onbekend.

Direct implanteren
Wat ook een stuk sneller is, is het direct na extractie van een gebitselement een implantaat plaatsen. Ook hierbij zijn op de korte termijn uitstekende resultaten geboekt. Maar bij te weinig bot in de extractiealveole en recessie van de mucosa moet dit niet uitgevoerd worden. Dan kan er een botopbouw worden gedaan en moet drie maanden gewacht worden alvorens het implantaat te plaatsen. Raghoebar liet een foto zien van een jonge vrouw die een ongeluk had gehad. De 21 met een fistel werd getrokken. Hierbij is het wel heel belangrijk dat de alveole goed wordt gereinigd alvorens het implantaat geplaatst wordt. Het direct plaatsen vergt een ervaren operateur. Helaas geldt ook bij direct plaatsen dat het lange termijneffect (nog) niet duidelijk is.

Gerry Raghoebar voltooide zijn studie tandheelkunde en geneeskunde te Groningen. Vanaf 1988 is hij als MKA-chirurg werkzaam in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Op 1 januari 2006 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen met als persoonsgebonden leerstoel Implantologie. Naast de klinische werkzaamheden verricht en begeleidt hij onderzoek, en is hij als docent betrokken bij het onderwijs. Hij geeft verschillende postacademische cursussen en voordrachten in binnen- en buitenland.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van het TP Congres. 

Lees meer over: Congresverslagen, Implantologie, Kennis, Thema A-Z

Pil tegen tandartsfobie

Waar vroeger een geruststellend praatje het enige was wat eventueel wel tegen tandartsangst zou kunnen helpen, komen Ad de Jongh en Serge Steenen, van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, nu met een vergeetpil.

Proefpersonen
Het plan is om 30 personen die meerdere kiezen moeten laten trekken en een sterke tandartsfobie hebben eerst een diepte-interview te laten ondergaan, om vervolgens een pil toegediend te krijgen. Het idee is dat hiermee vervelende herinneringen worden verdreven en dat in elk geval een deel van de fobie verdwijnt.

Tandartsangst
In Nederland is tandartsangst met zo’n 4% van de bevolking de meest voorkomende fobie. Deze fobie ontstaat vrijwel altijd vanwege het meemaken of horen van vervelende ervaringen met de tandarts.

Propranolol
De pil die De Jongh en Steenen nu willen inzetten tegen tandartsangst is propranolol. Dit is eigenlijk een bloeddrukverlager tegen stress, die hardkloppingen en zenuwen verlaagt. Propranolol staat bekend als een goed middel tegen faalangst en wordt dan ook vaak door scholieren gebruikt bij de eindexamens.

Herinneringen wissen
Naast stressverlagende kwaliteiten heeft propranolol ook het vermogen om deels traumatische herinneringen uit het geheugen te wissen. De pil kan emotie van een trauma afhalen door de adrenaline effecten bij het brein bij herbeleving van een traumatische gebeurtenis te blokkeren. Als het goed is, wordt hierdoor het trauma overstemd door een nieuwe, neutrale ervaring.

Hoge verwachtingen
Eerder is gebruik van deze pil al succesvol gebleken bij spinnenfobie, waardoor de verwachtingen hoog gespannen zijn. Mocht dit echt zou zijn, dan zou dit een grote doorbraak betekenen. Tandartsfobie levert namelijk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een fobie voor muizen, regelmatig zowel lichamelijke als sociale problemen op.

Bron: AMC magazine

Lees meer over: Pijn | Angst, Thema A-Z

Standpunt ANT over opleidingen assisterend personeel

De ANT heeft haar ‘Standpunt Opleidingen Assisterend Personeel in de Tandartspraktijk’ uitgebracht waarin zij de opleiding voor assisterend personeel structureert.  Aan de hand van rolbeschrijvingen in de tandartspraktijk worden er drie (A, B en C) diploma’s voor tandartsassistenten beschreven, waarvan er één voor een nieuwe functie is: de paro-assistent, vergelijkbaar met de ‘klassieke mondhygiënist’.

Nieuwe opleiding tot paro-assistent
De opleiding tot tandartsassistent kan volgens de ANT met een A, B en C diploma een gestructureerd karakter krijgen dat ook voor patiënten makkelijk te begrijpen is. Het A-diploma staat voor de omloop- tot stoel-assistent, dat conform het bestaande ANT standpunt modulair is opgebouwd; meer opleiding waar het nodig is, minder waar het kan. Het B-diploma staat voor de preventie-assistent zoals we die nu ook kennen. Het C-diploma komt te staan voor een nieuwe opleiding tot ‘paro-assistent’ en omvat de volledige preventie-opleiding, plus de huidige paropreventie en paropreventie-nazorg opleidingen; sterk vergelijkbaar met de ‘klassieke mondhygiënist’.

De ANT is van mening dat de paro-assistent als een nieuwe functieomschrijving met bijbehorende opleiding ingevoerd kan worden. “Het heeft gezien de loopbaan van de student en de doorstroommogelijkheden van deze opleiding de voorkeur dat voorafgaand aan de start het niveau Mbo-4 is gehaald. Duidelijk een stap boven het niveau van de stoel-assistent en de preventie assistent, maar nog steeds vallende binnen het kader van de taakdelegatie onder leiding van de tandarts.”

Taakherschikking
Volgens de ANT kan deze nieuwe structuur de door de overheid geplande taakherschikking vermijden. Al 15 jaar staat taakherschikking in de tandheelkunde op de agenda van het ministerie van Volksgezondheid (VWS). Minister Schippers heeft het voornemen om de Wet BIG te verruimen waarbij mondhygiënisten meer taken krijgen als het toedienen van anesthesie, boren van tandbederf en het interpreteren van röntgenfoto’s.

De ANT is het niet eens met deze verruiming en onderneemt nu actie richting VWS, politiek en betrokken partijen. De taakherschikking is volgens de ANT een verkapte vorm van bezuiniging: mondhygiënisten zouden bepaalde taken voor lagere tarieven dan tandartsen kunnen uitvoeren. De beroepsvereniging denkt ook dat mondhygiënisten geen ruimte hebben voor deze taken, “zij hebben nu al de handen vol aan preventieve mondzorg en het genezen van tandvleesziekten.” Ook is de ANT ervan overtuigd dat “patiënten meer nadelen dan voordelen zullen ondervinden als Nederland als enig land op deze wijze een significant afwijkend stelsel doorvoert. Dit zal leiden tot grote verwarring en misleiding bij de patiënt.”

De NVM gaf in juli 2014 in een brief aan VWS aan de wetswijziging voor taakherschikking te zullen steunen. De ANT vraagt zich af of voldoende mondhygiënisten deze mening delen.

Bron:
Persbericht ANT

Lees meer over: Kennis, Scholing, Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z
Slaapapneu

Luchtpomp en antisnurkbeugel verlagen bloeddruk bij patiënten met slaapapneu

Zowel de luchtpomp (CPAP) als de antisnurkbeugel (MRA) verlaagt de bloeddruk bij patiënten met obstructieve slaap apneu (OSAS). Dit blijkt volgens een nieuw onderzoek gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association.

OSAS
In Nederland zijn er zo’n 500.000 mensen zijn met obstructief slaap apneu syndroom (OSAS). Dit is een slaapstoornis waarbij sprake is van ademstilstand tijdens het slapen. De meeste klachten van OSAS-patiënten gaan over het snurken, de vermoeidheid en verstoorde slaappatronen. Slaapapneu kan ook ernstige gevolgen voor de gezondheid hebben. De aandoening wordt geassocieerd met zuurstofverlies en slapeloosheid, dat kan leiden tot bloeddrukverhoging en het risico op hart- en vaatziekten. Er zijn zowel niet-chirurgische als chirurgische behandelingsmethoden voor slaapapneu.

CPAP en MRA
Met hulp van een CPAP (continous positive airway pressure) worden de luchtwegen onder geringe overdruk opengehouden. Sommige patiënten krijgen in plaats van een CPAP, een mondbeugel (mandibulair repositie apparaat, MRA). De mondbeugel houdt de onderkaak tijdens het slapen naar voren. Dat voorkomt dat de onderkaak en tong naar achteren zakken en de luchttoevoer ter hoogte van de keel geblokkeerd raakt.

Onderzoek
In het huidig onderzoek hebben de onderzoekers CPAP en MRA met elkaar vergeleken om te kijken wat voor invloed de apparaten hebben op de bloeddruk van de patiënten. Zij hebben hiervoor een meta-analyse uitgevoerd van 51 onderzoeken, met een database van 4888 OSAS-patiënten.

Resultaten
Zowel CPAP en MRA verlaagt de bloeddruk bij OSAS-patiënten. De onderzoekers vonden geen significant verschil tussen CPAP en MRA betreft een verandering in bloeddruk.

Bron:
Journal of the American Medical Association 

Lees meer over: Slaapgeneeskunde, Thema A-Z

Medische diagnostiek bij de tandarts: hoe ver moet je gaan?

De tandarts wordt tegenwoordig 6 jaar opgeleid als mondarts. Geneeskunde komt dus steeds vaker in de mondzorg terug. Is het zinnig dat u zich als tandarts ook gaat bezighouden met medische diagnostiek?

Verslag van de lezing van dr. Denise van Diermen tijdens het ANT congres Dental Studie Update.

Problematiek per leeftijdscategorie
Tijdens haar presentatie kwamen alle leeftijdscategorieën langs met hun eigen problematiek, want de tandarts maakt de groei van het gezin mee. Zelfs de ongeboren vrucht heeft in de toekomst misschien al met mondzorg te maken. De gebitselementen worden immers dan al aangelegd.

Kinderen
Bij kinderen moeten we de meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld in acht nemen. Alhoewel niet alle tandartsen goede ervaringen hebben met de bereikbaarheid van het bureau.

Pubers en jongeren
Bij pubers moeten we waakzaam zijn op obesitas. De relatie met cariës is aangetoond, niet alleen het effect van de suikers maar ook de obesitas zelf heeft invloed op de mondgezondheid.

Bij jongeren die seksueel actief zijn, kunnen we de gevolgen van een SOA soms in de mond terugvinden, zoals plekjes op de tong bij syfilis en een witte tongzijde bij HIV.

Volwassenen
Plotselinge veranderingen van de gingiva – roodheid en verdikken – kunnen een teken zijn van diabetes. Van Diermen haalde hierbij een casus aan van een 45-jarige vrouw. Tegenwoordig staat in de richtlijn van de huisartsen dat zij de mond dienen te inspecteren. Maar helaas is de huisarts hier nauwelijks in geschoold. Gelukkig komt er bij artsen wel steeds meer aandacht voor de relatie tussen de mond en de algehele conditie. Ze haalde hierbij een onderzoek aan over cardiologen en hun kennis rondom parodontitis.

Ouderen
Van Diermen kwam bij het station ‘ouderdom’, dat met gebreken komt. De anamnese is bij ouderen erg belangrijk. Een 75-plusser neemt gemiddeld vijf keer zoveel medicatie dan een jongere. Van Diermen opperde dat het aanschaffen van een IRN-meter – voor het meten van de snelheid van bloedstolling – voor in de praktijk wellicht een idee is. Zo kan je meten of een element zonder risico op nabloeding geëxtraheerd kan worden. Ook een glucosemeter kan zelf aangeschaft worden.

Toekomst
Van Diermen sloot af met de toekomst: In de toekomst kan zelfs via het speeksel medische diagnostiek bedreven worden. Ook de patiënt zelf kan over apps beschikken waarbij hij zelf zijn (medische) conditie bij houdt. Misschien ligt hier ook de toekomst van de mondhygiëne? Op de markt zijn al elektrische tandenborstels te vinden die via blue tooth werken. De mondarts kan ook zelf apps te raden slaan om kennis te vergaren zoals via de EHBO app en de dental prescribing app.

Dr. Denise van Diermen studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1995 is ze werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Mondziekten en Kaakchirurgie/Ziektenleer en Medisch Tandheelkundige Interactie (MTI) van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), waar ze het onderwijs verzorgt in de MTI en verantwoordelijk is voor de medische begeleiding van medisch complexe patiënten. Tevens geeft ze frequent lezingen en nascholingen voor tandartsen en mondhygiënisten.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de lezing van dr. Denise van Diermen tijdens het ANT-congres Dental Studie Update.

Lees meer over: Congresverslagen, Diagnostiek, Kennis, Thema A-Z
Prognosetool

Prognosetool: duidelijk en snel een beeld over de prognose van een tand

In sommige gevallen is het lastig een uitspraak te doen over de prognose van een gebitselement. Is een gebitselement verloren of is het element nog een behandeling waard? Er is nu een speciale prognosetool in ontwikkeling waarmee er duidelijk en snel een beeld geschept kan worden over de prognose van de tand.

Prognosetool
In sommige gevallen is het lastig een uitspraak te doen over de prognose van een gebitselement. Is een gebitselement verloren of is het element nog een behandeling waard? Een patiënt wil graag weten hoe een behandeltraject er uit gaat zien en hoeveel dit traject ongeveer gaat kosten. Het gebitselement moet worden bekeken vanuit verschillende tandheelkundige deelaspecten. Vervolgens kan er een profiel geschetst worden over de prognose van het element, het behandeltraject en de voorwaarden voor dit traject om een optimaal resultaat te verkrijgen.
Om dit te realiseren is er nu een speciale prognosetool (ontwikkeld door het FSfE vzw) waarmee er duidelijk en snel een beeld geschept kan worden over de prognose van de tand. De prognosetool is ontwikkeld om een prognose te kunnen geven op lange termijn waarbij er rekening gehouden wordt met de restauratieve en parodontale aspecten. Het doel is om duidelijk te kunnen communiceren met de patiënt. De patiënt moet weten wat en hoe groot zijn of haar probleem is. Dit wordt gevisualiseerd aan de hand van ‘stoplichtkleuren’. De prognosetool ‘stelt’ verschillende vragen en deze kunnen samen met de patiënt ingevuld worden.

Factoren
Om een goede voorspelling te kunnen doen over de prognose van een gebitselement wordt er rekening gehouden met patiënt-gerelateerde factoren en element-gerelateerde factoren. Hieronder volgt een opsomming.

Patiënt gerelateerde factoren

1. Medische status
Deze bestaat uit fysieke factoren zoals de DETI-score en systemische factoren. De aanwezigheid van bijvoorbeeld diabetes mellitus kan invloed hebben op de prognose van het gebitselement.

2. Tandbederf
Dieet, mondhygiëne, aanwezigheid van agressieve bacteriën en het hebben van een droge mond bepalen het risico.

3. Overbelasting
Aanwezigheid van hoektandgeleiding is cruciaal om de prognose van de overige gebitselementen te verbeteren.

4. Gebitsafbouw
Motivatie van de patiënt en zijn of haar financiële mogelijkheden spelen hierbij een rol.

5. Positie en occlusie
Indices om ernst van de positie en occlusie te bepalen is de IOTN-score.

– Score 1: Perfecte positie en occlusie.
– Score 2: Er is sprake van een kleine afwijking zonder echte gevolgen.
– Score 3: Er is sprake van een grotere afwijking maar er is nog steeds een goede prognose.
– Score 4 of 5: De gebitsafwijking moet eerst behandeld worden omdat er anders problemen ontstaan.

Tand gerelateerde factoren
Deze factoren zijn onder te verdelen in de volgende groepen: tandweefsel, bot en tandvlees en het wortelkanaal.

1. Tandweefsel
Pericervicaal weefsel
Het pericervicale weefsel is het gebied van 5 millimeter boven tot en met 5 millimeter onder botniveau. Dit gebied is cruciaal voor een goede prognose van het element.

Biologische breedte
De biologische breedte is de regio twee millimeter boven het botniveau. Wanneer dit deel onbeschadigd is dan kun je gegarandeerd netjes werken en een goede restauratie maken. Wanneer dit niet het geval is, dan is het raadzaam om het element te extruderen of een klinische kroonverlenging uit te voeren zodat er een biologische breedte gecreëerd wordt.

Ferrule
De ferrule is de omvattingsmogelijkheid van het gebitselement. Er is sprake van voldoende ferrule indien deze een millimeter dik en twee millimeter hoog is en er minimaal 50% van deze wand aanwezig is. De gebitselementen die aan deze voorwaarde voldoen, hebben een goede prognose. De ontwikkeling van de hechttechniek heeft dit concept echter wel veranderd. Wanneer er te weinig ferrule is, moet er overwogen worden om een extra behandeling uit te voeren om meer ferrule te creëren. Zonder ferrule is het element namelijk niet restaureerbaar.

Laterale articulatiekrachten
Vooral laterale krachten kunnen gevolgen hebben voor de dentitie, dit geldt in mindere mate voor verticale krachten. Elementen in het front worden dus voortdurend ongunstig belast en hier is dan ook automatisch meer tandweefsel/ferrule nodig om een betere prognose te kunnen garanderen. Voor de bovenkaak geldt dat de linguale wand van de frontelement erg belangrijk is. Voor het onderfront is dit met name de buccale wand.

2. Bot en tandvlees

De conditie van het parodontium wordt bepaald aan de hand van de DPSI-score.
– Score 0,1,2: Geen probleem.
– Score 3,4: Er is sprake van een probleem, er moet behandeld worden.

Aan de hand van verschillende factoren zoals de locatie van het element (boven- versus ondermolaar), pocketdiepte (hoe dieper de pocket hoe hoger de score), aanwezigheid van een furcatie, mobiliteit, rookgedrag, aanwezigheid van diabetes mellitus en de leeftijd van de patiënt wordt er een totaalscore bepaald.

3. Het wortelkanaal
Hiervoor wordt de DETI-score gebruikt. Aan de hand van deze score kunnen de elementen in de volgende groepen worden ingedeeld:

–  Makkelijk te behandelen/ gunstige prognose
   Het element is vitaal, er bestaan geen klachten.

–  De behandeling vereist ervaring
Er zijn bijvoorbeeld krommingen aanwezig, kanalen zijn nauwelijks zichtbaar op de röntgenfoto of er is sprake van extreem
lange wortels.

Specialistische behandeling
Dit is vereist bij o.a. grote krommingen, het uitvoeren van herbehandelingen, niet zichtbare kanalen, interne resorptie en
grote restauraties. Bij deze behandeling is een microscoop vereist.

Onder voorbehoud behandelen
Dit is het geval indien er sprake is van afgebroken vijlen, zilverpunten, een reeds uitgevoerde apexresectie of externe
resorptie.

–  Het element is verloren
Dit zijn gebitselement met een barst in de wortel.

Prognosetool: De uitslag
Het verslag kan opgeslagen worden en indien gewenst naar de patiënt gestuurd worden. De uitslag wordt weergegeven in een ‘stoplichtkleur uitslag’. Voor de patiënt wordt zichtbaar of het nog zin heeft om in het element te investeren. Met de prognosetool kan geen garantie worden gegeven; het uitgangspunt is het geven van een goede lange termijn prognose.

In ontwikkeling
De prognosetool is inmiddels beschikbaar voor iPad in de Appstore.

Luk Daneels is tandarts. Zijn interesse in de endodontologie werd geprikkeld in de VS. Hij startte zijn eigen algemene praktijk en werkte daarnaast in andere praktijken. De wortelkanaalbehandeling werd zijn specialisme. Sinds 2009 werkt hij uitsluitend op verwijzing, waarbij hij zowel de wortelkanaalbehandeling als de directe opbouw van de tand voor zijn rekening neemt. Hij is voorzitter van de Flemish Society for Endodontology (FSfE).

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Luk Daneels tijdens het najaarscongres van de NVvE.

Lees meer over: Congresverslagen, Diagnostiek, Kennis, Thema A-Z