tandartsen buitenland

Helft van nieuwe tandartsen komt uit buitenland

In 2016 hebben 260 nieuwe tandartsen uit het buitenland zich in Nederland gevestigd. Dat is meer dan de 216 tandartsen met een Nederlands diploma die zich hebben ingeschreven. De KNMT zou dit graag anders zien.

Nederlands leren

De tandartsen, die veelal uit Griekenland en Spanje komen, hebben doorgaans een goede opleiding. Wel moeten ze zich de wet- en regelgeving eigen maken en natuurlijk Nederlands leren. Om een patiënt goed te woord te kunnen staan en een behandeling uit te kunnen leggen, zullen ze de taal goed moeten beheersen.

Dreigend tekort

In Nederland dreigt een groot tekort aan tandartsen. Nu bestaan er al tekorten, maar dat zal de komende tien jaar alleen maar erger worden. Er is duidelijk sprake van vergrijzing in het vakgebied: één op de drie tandartsen gaat binnen nu en tien jaar met pensioen.

Nu kunnen ieder jaar 240 studenten in Nederland aan de opleiding tandheelkunde beginnen. De KNMT zou graag zien dat er meer opleidingsplaatsen bij komen.

Minimaal vijftig extra plaatsen nodig

Volgens Wolter Brands, voorzitter van de KNMT, zouden er minstens vijftig opleidingsplaatsen bij moeten komen. Hij hoopt dat een nieuw kabinet daar snel werk van maakt.

Al in 2013 liet Victor Slenter, directeur van het capaciteitsorgaan, weten dat de opleidingscapaciteit met zeker vijftig plaatsen moet worden uitgebreid. Bij dat getal ging hij ervan uit dat het werk van de tandarts gedeeltelijk wordt overgenomen door de preventie-assistent en mondhygiënist.

Niet goedkoper

Als de instroom van tandartsen met een Nederlands diploma niet groter wordt, zullen er steeds meer tandartsen vanuit het buitenland nodig zijn. Volgens Brands is het niet zo dat het uit het buitenland halen van tandartsen goedkoper is.

“De commerciële kosten voor een opleiding bedragen maximaal 120.000 euro. Een buitenlandse tandarts valt onder de fiscale 30 procent-regeling, zodat hij door de fiscus maximaal gesubsidieerd wordt met 130.000 euro. Dus ik moet nog maar zien of het nou wel zo veel goedkoper is om een tandarts uit het buitenland te halen.”

Bron:
BNR

Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z
suikerhoudende frisdrank

Geen suikerhoudende frisdrank meer op middelbare scholen

Vanaf eind volgend jaar zal op middelbare scholen geen suikerhoudende frisdrank meer worden verkocht. De light versies van frisdranken zullen wel blijvend worden aangeboden.

Verminderen van obesitas onder jongeren

“Met het verdwijnen van suikerhoudende frisdranken op middelbare scholen hopen frisdrankproducenten bij te kunnen dragen aan het verminderen van obesitas onder jongeren,” aldus Raymond Gianotten, directeur van de Nederlandse vereniging Frisdranken, Waters, Sappen (FWS). Eerder werd al besloten om bijvoorbeeld geen frisdrank meer te verkopen op basisscholen en om geen marketingactiviteiten uit te voeren gericht op kinderen tot en met 13 jaar oud.

Light frisdrank

Aangezien lightdranken minder nadelig zijn voor de gezondheid zullen deze (voorlopig) niet uit de schappen verdwijnen. Het Voedingscentrum benadrukt echter dat water, melk, thee en koffie verre weg de beste opties blijven.

Eind 2018

Vanwege lopende contracten tussen producenten en scholen zal komend jaar nog wel frisdrank met suiker beschikbaar zijn, maar vanaf eind 2018 zullen de drankjes automaten verdwijnen.

Bron:
NOS.nl
Skipr.nl

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z
autotransplantatie

Getransplanteerde derde molaren als alternatief voor implantaten

Autotransplantatie van derde molaren wordt als een haalbaar alternatief voor implantatie beschouwd als er een geschikte donorkies voorhanden is. Maar hoe houden deze kiezen het op de lange termijn en wat leidt tot een beter resultaat: een chirurgisch geprepareerde alveole of een extractie-alveole?

Onderzoek naar autotransplantatie van derde molaren

Onderzoekers uit China hebben de resultaten op de lange termijn onderzocht van autotransplantatie van derde molaren. In een groep met zestig patiënten hebben ze onderzocht of het uitmaakt of de getransplanteerde molaren geplaatst worden in een chirurgisch geprepareerde alveole of in een extractie-alveole. Als de derde molaar gelijk geplaatst kan worden na het trekken van de te verwijderen kies, kan gebruik gemaakt worden van de extractie-alveole. Gaat het echter om een aangeboren ontbrekende kies of een uitgevallen kies, dan moet de alveole chirurgisch worden gecreëerd.

Resultaten

De onderzoekers vonden geen significante verschillen in levensduur en wortelresorptie voor beide methoden. “De resultaten suggereren dat autotransplantatie van derde molaren met volledig gevormde wortels zowel bij een chirurgisch geprepareerde alveole als bij een extractie-alveole effectief is. Bij een goede selectie en een juiste behandeling is er een grote kans van slagen op de lange termijn,” aldus de auteurs onder leiding van H.J. Yu van Peking University School en het ziekenhuis van mondheelkunde in Beijing.

Zinvolle behandeling

De autotransplantatie van de derde molaren is uitgegroeid tot een zinvolle behandeling voor ontbrekende achterste kiezen. De pulpa van de kies zal echter niet regenereren. Na de autotransplantatie zal dus langdurige endodontische behandeling nodig zijn.

Bron:
Sciencedirect.com

Lees meer over: Implantologie, Thema A-Z
Tarieven

Tarieven voor gebitsprothesen van vijf Europese landen vergeleken

Het Institut der Deutschen Zahnärzte (IDZ) heeft de tarieven voor gebitsprothesen vergeleken in vijf Europese landen, te weten Denemarken, Duitsland, Nederland, Zwitserland en Hongarije. Er blijken aanzienlijke prijsverschillen tussen de onderzochte landen te bestaan.

Vijf verschillende behandelingen
Voor de prijsvergelijking is gekeken naar vijf verschillende behandelingen, die gangbaar zijn op het gebied van gebitsprothesen. Het ging hierbij om zowel tandheelkundige als tandtechnische behandelingen, namelijk het aanbrengen van een half-keramische kroon, een implantaat, een vol-keramische kroon, een frameprothese en een volledig kunstgebit in boven- en onderkaak.

Prijsvergelijking
De prijsvergelijking is gebaseerd op gedetailleerde prijsinformatie uit de verschillende landen. Voor Nederland was dit de Tariefbeschikking Tandheelkundige zorg van de Nederlandse Zorgautoriteit.

Om de koopkracht van de verschillende landen met elkaar te vergelijken is de methode van koopkrachtpariteit (KKP) gebruikt.

Uitkomsten
Uit het onderzoek kwam naar voren dat er aanzienlijke prijsverschillen bestaan tussen de vijf onderzochte landen voor het aanbrengen van gebitsprothesen.

Hongarije is in alle opzichten het goedkoopste land wanneer je een prothese nodig hebt en Zwitserland bijna altijd het duurste.

Nederland is relatief goedkoop bij het aanbrengen van een kroon en een brug en bij het aanpassen van een volledig kunstgebit. Voor het aanbrengen van een frameprothese worden hier gemiddelde prijzen gerekend. Opvallend is de prijs voor het plaatsen van een implantaat in Nederland: dat is hier duurder dan in de andere onderzochte landen, zelfs duurder dan in Zwitserland!

Geïndexeerde prijsvergelijking (D=100) na omrekening in koopkrachtpariteit
  Totaalprijs

(honorarium plus materiaal- en laboratoriumkosten)

DK DE NL CH HU
Half-keramische kroon (element 21) 109 100 94 156 59
Implantaat (regio 11) 81 100 118 115 41
Vol-keramische kroon (element 45 tot 47) 95 100 77 105 51
Frameprothese 124 100 117 179 57
Volledig kunstgebit in boven- en onderkaak 81 100 89 180 52

Bron:
Ww3.idz-koeln.de

 

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z
rode wijn

Het voorkomen van verkleuring bij gebleekte tanden

Een nieuw onderzoek heeft de effectiviteit van verschillende tandoppervlak behandelingen bestudeerd, om vervolgens te kijken of de wachttijd van het consumeren van rode wijn na bleken
effect heeft op de kleur van de tanden.

Kleuraantasting

Gebleekt glazuur is gevoeliger voor verkleuring dan ongebleekt glazuur, met name vlak na het bleekproces. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat oppervlakkige ruwheid groter is na het bleken, waardoor vlekken eerder zichtbaar zijn vanwege kleurstof adhesie, door gekleurd voedsel of drinken. De pH gel die bij bleekmethodes wordt gebruikt zou nog wel eens de oorzaak kunnen zijn dat vlekken eerder ontstaan op gebleekte dan op ongebleekte tanden.

Onderzoek

Voor het onderzoek werden 100 gebleekte tanden in een laboratorium onderzocht, waarvan van elk eerst de kleur werd bekeken met een digitale spectrofotometer. Vervolgens werd elke tand gebleekt met 35% hydrogeen peroxide met 18 druppels van hydrogeen peroxide en zes druppels verdikkingsmiddel. Elke tand werd behandeld met drie 15 minuten durende sessies om zo een bleeksessie na te bootsen. Vervolgens werden de tanden gewassen en werd de kleur voor een tweede keer bekeken.

Vervolgens werden de tanden verdeeld in vijf verschillende behandelingsgroepen:

  1. Onderdompeling in neutraal kunstmatig speeksel voor 10 minuten
    2. Vier minuten in neutrale 2% sodium fluoride
    3. CPP-ACPF pasta voor drie minuten
    4. Twee spraytjes van reinigingsmiddel voor gebleekte tanden
    5. Polijsten met aluminium oxide-impregnated feltrum schijven

Rode wijn

Vervolgens werden alle tanden weer 10 seconden gereinigd, waarna de helft van de tanden in elke groep werd ondergedompeld in 25 milliliter rode wijn. De andere groep werd een uur later in rode wijn gedompeld. Alle tanden werden vervolgens met een tandenborstel schoongemaakt en tijdens het wachten bewaard in kunstmatig speeksel.

Resultaten

De resultaten toonden geen significant verschil in hoe groot de kans is dat tanden rode wijnvlekken krijgen na behandeling van het oppervlak in relatie tot de wachttijd van consumptie van de wijn.

De auteurs van de studie: “Uit deze studie kan worden geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om te wachten met het consumeren van gekleurde drankjes na een bleekbehandeling aangezien er geen positief effect op kleuraantasting werd bevonden. Andere studies beweerden dit echter wel voor direct na het bleken.”

Speeksel als bescherming

Hiermee suggereert de studie dat het speeksel als bescherming zou kunnen dienen voor het gebleekte enamel. Een gebrek in deze studie is het verschil tussen kunstmatig en natuurlijk speeksel.

Bronnen:
Researchgate
DrBicuspid

Lees meer over: Cosmetische tandheelkunde, Thema A-Z
Meeste signalen mogelijke zorgfraude uit de mondzorg

Meeste signalen mogelijke zorgfraude uit de mondzorg

Het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) heeft in 2016 ruim 447 signalen ontvangen van mogelijke zorgfraude. Uit de rapportage ‘Signalen zorgfraude 2016’ van de IKZ blijkt dat de meeste signalen voortkomen uit de mondzorg, gevolgd door de medisch specialistische zorg en de geestelijke gezondheidszorg.

Rapport

Een signaal bevat een vermoeden van fraude die voortkomt uit een melding van één van de partners. Het rapport vervolgens bestaat uit cijfers en voorbeelden van deze signalen die in 2016 zijn binnengekomen bij de ZN, NZa, IGZ, Inspectie SZW, FIOD en CIZ. Deze werden vervolgens bij het IKZ gemeld.

Informatie Knooppunt Zorgfraude

Het IKZ is een samenwerkingsverband van negen organisaties die een functie hebben op het gebied van toezicht, controle of de opsporing binnen de zorgsector. Binnen het IKZ kunnen de aangesloten partners informatie, kennis, inzichten en ook signalen over zorgfraude delen. Vervolgens wordt de keuze gemaakt welke partner de fraude zal aanpakken.

Mondzorg

De mondzorg ontving in 2016 ruim 110 signalen. Dit grote aantal valt samen met de aandacht die de landelijke media heeft voor materiaal- en techniekkosten van tandartsen. Uit deze aandacht zijn meerdere onderzoeken tot stand gekomen. Effecten hiervan zijn tot nu toe bekendheid met de regels bij een breed publiek en een verhoging van de signalen op dit onderwerp.

Bron:
Rapportage Signalen Zorgfraude 2016 

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
Beugeldraad in darm gevonden na 10 jaar

Beugeldraad in darm gevonden na 10 jaar

Toen een 30-jarige patiënt met enorme buikpijn en krampen werd opgenomen op de afdeling spoedeisende hulp van een Australisch ziekenhuis bleken de oorzaak van de klachten decennia geleden te zijn ontstaan.

CT-scan

Op het moment dat de patiënt in het ziekenhuis werd opgenomen toonden zowel de echografie als een bloedonderzoek geen afwijkingen. Toen de klachten na een paar dagen nog steeds aanhielden werd een CT-scan uitgevoerd om de mogelijke oorzaken nauwkeuriger te kunnen onderzoeken.

Langwerpig voorwerp in dunne darm

Bij het zien van een langwerpig, vreemd voorwerp op de scan dachten de artsen in eerste instantie aan een visgraat. De vrouw had echter recentelijk geen vis gegeten. Aangezien het voorwerp op meerdere plaatsen gaatjes in de dunne darm had gemaakt werd direct een spoedoperatie uitgevoerd, om darmobstructie te voorkomen. Zo bleek het voorwerp een zeven centimeter lange beugeldraad te zijn. De patiënt bleek 10 jaar geleden voor het laatst een beugel te hebben gehad.

Verbazingwekkend

Hoe de patiënt de beugeldraad heeft door kunnen slikken, zonder intense pijn, is niet bekend. Daarnaast is het verbazingwekkend hoe beperkt de schade die de beugeldraad heeft aangericht is gebleven.

Bron:
BMJ Casereports 

 

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
rekenmachine

Zorgfraude komt fraudeurs duur te staan

Zorgfraudeurs moeten voortaan de kosten betalen die zorgverzekeraars maken voor het onderzoek naar de fraude. Deze afspraak is toegevoegd aan de zogenaamde maatregelenrichtlijn die zorgverzekeraars gebruiken om de op te leggen maatregelen te bepalen. Op deze manier hopen zij ervoor te zorgen dat alle zorgverzekeraars dezelfde werkwijze aanhouden.

Onderzoekskosten terugvorderen

Aan de hand van het fraudebedrag en de complexiteit van het onderzoek wordt de hoeveelheid aan onderzoekskosten die kan worden teruggevorderd, bepaald. Indien de zaken klein zijn kan er een vast bedrag of de daadwerkelijke onderzoekskosten worden doorberekend. Indien dit niet het geval is, worden de werkelijke onderzoekskosten bij de fraudeur aangerekend. Vanzelfsprekend wordt hier het vals gedeclareerde bedrag bij opgeteld.

Aanvulling

De afspraak wat betreft het terugvorderen van onderzoekskosten is een aanvulling op het reeds bestaande beleid van zorgverzekeraars tegenover fraudeurs.

 Meerdere partijen

Fraude met zorgverzekeringen kunnen zowel zorgaanbieders als verzekerden of andere partijen betreffen, zoals bijvoorbeeld opticiens of PGB-bemiddelingsbureaus.

Bron:
zn.nl

 

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
vinkje

NZa controleert administratie tandartsen

De Nederlandse Zorgautoriteit controleert deze week de administratie van achttien tandartspraktijken.

Volgens de NZa zijn deze praktijken geselecteerd omdat zij een afwijkend declaratiepatroon hebben vergeleken met andere praktijken.
De autoriteit zal in de praktijk dossiers bekijken om een verklaring hiervoor te vinden. De praktijken blijven geopend tijdens deze controle.

Aanvullende medische anamnese

De autoriteit controleert tijdens het bezoek het declareren van de medische anamnese. Als tandartsen naar aanleiding van de medische anamnese meer informatie inwinnen – bijvoorbeeld navragen bij een huisarts over medicijngebruik – mag hiervoor twintig euro worden gefactureerd onder code C22 (Aanvullende medische anamnese). De NZa zegt dat zij geluiden heeft ontvangen over onterechte declaraties op dit gebied. De autoriteit heeft daarom een analyse gedaan van alle facturen van mondzorgpraktijken.

Tijdens de controleweek werkt de NZa samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
andartsen in hoger beroep in gelijkgesteld in zaak Achmea

Tandartsen in hoger beroep in gelijkgesteld in zaak Achmea

Zilveren Kruis/Achmea heeft duizend tandartsen ten onrechte weggezet als fraudeurs. Het Gerechtshof in Arnhem oordeelde in hoger beroep dat de declaraties van een tandarts juist zijn.

Imago onterecht geschaad

De zorgverzekeraar stelde in 2013 dat een op de zeven tandartsen te veel zou declareren en vorderde per tandarts gemiddeld 4.000 euro terug. De rechter oordeelt in hoger beroep dat tandartsen juist hebben gedeclareerd. Zilveren Kruis/Achmea heeft het imago van zorgverleners in de media daarmee onterecht geschaad.

VvAA, die namens de betreffende tandarts en zo’n 200 anderen een zaak aanspande, zou excuses voor publieke imagoschade waarderen en pleit voor het terugbetalen van gevorderde bedragen. “De publiekelijke berichtgeving van de kant van Zilveren Kruis – nog zonder dat daar een rechter enige uitspraak over had gedaan op dat moment – heeft de beroepsgroep ernstig geschaad. Zilveren Kruis/Achmea zou zich naast haar wettelijke taken bewuster moeten zijn van haar maatschappelijke rol in de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen zorgverlener en patiënt”, schrijft Edwin Brugman, directeur Kennismanagement en Netwerken van VvAA, vandaag in een brief aan Georgette Fijneman, divisievoorzitter van Zilveren Kruis.

Excuses

VvAA ziet het onterecht publiekelijk schaden van zorgverleners als een schadelijke zaak en acht een openlijk excuus op zijn plaats.

Brugman: “Het zou Zilveren Kruis sieren als er nu wordt erkend dat de uitspraken onterecht zijn gedaan. Ook lijkt het rechtvaardig dat tandartsen die de gevorderde bedragen wél betaalden, te compenseren. Dit voorkomt onnodige procedures die ten koste gaan van de zorg voor patiënten.”

Onder druk via de media

Aangeschreven tandartsen werden afgelopen jaren, mede via de media, onder druk gezet de terugvordering te betalen. Veel tandartsen kozen er daardoor voor niet te procederen. Al in 2015 werd Achmea door de rechter op de vingers getikt over haar verwijt dat tandartsen ‘veel onterecht zouden declareren’. Achmea stelde echter hoger beroep tegen deze uitspraak in.
Vertrouwensrelatie zorgverlener-patiënt De nieuwe uitspraak van het Gerechtshof schept een momentum om meer aandacht te gaan besteden aan de maatschappelijke rol van een zorgverzekeraar. “Dit houdt in: het niet schaden en zelfs in stand houden van de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen zorgverleners en patiënten in het algemeen”, aldus Brugman. “In toenemende mate worden zorgverleners geconfronteerd met soortgelijke acties. Dit zou een mooi kantelmoment voor Zilveren Kruis/Achmea kunnen zijn waarmee zij door deze discussie uit eigen beweging in gang te zetten invulling kunnen geven aan die maatschappelijke rol.”

Lees meer over: Thema A-Z, Zorgverzekeringen
tandbederf

Baby’s met eczeem hoger risico op tandbederf

Baby’s met eczeem – een droge, jeukende huidaandoening – hebben drie keer meer kans op tandbederf als ze 2-3 jaar oud zijn. Dit blijkt uit onderzoek  gepubliceerd in The Journal of Allergy and Clinical Immunology.

Tandbederf
Tandbederf is een van de meest voorkomende kinderziektes. In Singapore heeft 4 op de 10 kleuters tandbederf. En huideczeem treft een op de vijf Singaporese kinderen. Het onderzoek was een samenwerking tussen de National University of Singapore Dentistry en Singapore Institute for Clinical Sciences of the Agency for Science, Technology and Research om te kijken of er verband is tussen deze twee ziekten.

Onderzoek
De onderzoekers interviewden de ouders van meer dan 500 baby’s om te bepalen of de nakomelingen eczeem hadden. De baby’s waarvan gemeld was door de ouder dat hij/zij eczeem heeft, kregen een huidpriktest.

Resultaten
De resultaten van de studie tonen aan dat kinderen die zowel eczeem hadden en gevoelig waren voor allergenen drie keer meer kans hebben op cariës als ze twee/drie jaar oud zijn, in vergelijking met kinderen zonder eczeem. Weefselspecifieke ontwikkelingsdefecten zouden mogelijk dit verband veroorzaken.

Conclusie
Volgens de onderzoekers kunnen de bevindingen de ouders en verzorgers van baby’s met eczeem vroegtijdig waarschuwen dat de kinderen een verhoogd risico hebben op tandbederf. Reguliere tandheelkundige check-ups kunnen helpen om tandbederf bij deze kinderen te voorkomen.

Bron:
nus.edu.sg

Lees meer over: Kindertandheelkunde, Thema A-Z
monument voor kiespijn

Monument voor kiespijn

Bij een tandartsenkliniek in Sint-Petersburg staat sinds kort een bijzonder en angstaanjagend kunstwerk. Dit kunstwerk, dat is voorzien van echte tanden, zou de patiënten aan moeten zetten tot een betere mondhygiëne.

Het kunstwerk Monument voor kiespijn is gemaakt door kunstenares Mariana Shumkova. De tanden in het kunstwerk zouden afkomstig zijn van patiënten van de kliniek. Volgens de kunstenares is de combinatie van onnatuurlijke materialen met natuurlijke menselijke tanden het schokkendste aspect van het kunstwerk.

Bron:
Pravdareport.com

 

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
IGZ, sluiten, tandartspraktijk

Inspectie sluit drie tandartspraktijken

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft drie tandartspraktijken in Hoogeveen, Winschoten en Emmen, die onder één bestuurder vallen, gesloten. Er mag geen zorg worden verleend totdat zij weer voldoen aan de voorwaarden voor het verlenen van goede zorg. Ook moeten de praktijken hun patiënten informeren over de sluiting.

Tekortkomingen
Tijdens vijf bezoeken van de inspectie in juli en augustus werden ernstige tekortkomingen vastgesteld bij de drie tandartspraktijken.
De tekortkomingen liggen op het gebied van infectiepreventie, radiologie, dossiervorming, organisatie en het onbevoegd uitvoeren van voorbehouden behandelingen.

Vervolg
De maatregel startte op 24 augustus en duurt zeven dagen. Zodra de praktijken volgens de inspectie voldoen aan de voorwaarden voor goede zorg, kunnen zij hun deuren weer openen.

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
Hugo de Bruyn

Hugo de Bruyn nieuw afdelingshoofd Tandheelkunde Radboudumc

Prof. dr. Hugo de Bruyn is per 1 oktober benoemd tot afdelingshoofd Tandheelkunde. Hij is hoogleraar Parodontologie en sinds 2004 verbonden aan de Universiteit Gent.

Met de komst van Hugo de Bruyn wordt voor de afdeling Tandheelkunde een interim-periode afgesloten onder leiding van Rob Barnasconi waarin onder meer de renovatie is afgerond, de JCI-accreditatie is behaald en een nieuwe bedrijfsleider is benoemd. Met zijn benoeming wordt op korte termijn de leerstoel Parodontologie ingevuld en voor Tandheelkunde een stap gezet in het speerpunt ‘internationalisering’ en verbinding gelegd naar zusterfaculteiten in het buitenland.

Kracht van de verandering
Hugo de Bruyn: ‘In 1987 ben ik aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd. De vier jaar als assistent waren een supertijd qua ervaring maar ook fundamenteel in de vorming tot clinicus, wetenschapper en open denkend mens. Ik heb er uiteraard kennis gemaakt met de Nederlandse stijl van open communiceren en ruimdenkend leiding geven. Bij recente bezoeken aan de nieuwe tandheelkundige kliniek van het Radboudumc heb ik de dynamiek van de vernieuwing kunnen ervaren. Het lijkt mij boeiend en uitdagend mee te kunnen bijdragen aan de “kracht van de verandering” in de organisatie, aansluitend bij mijn visie dat de academische wereld naar buiten moet treden om bij te dragen aan kwaliteitsverhoging van het werkveld maar ook om voeling te houden met wat er leeft in de dagelijkse praktijk.’

Over Hugo de Bruyn
Hugo de Bruyn is afgestudeerd als tandarts aan de Katholieke Universiteit Leuven in België en gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen in de onderzoekslijn cariologie. Met een stipendium van de Niels Stensenstichting heeft hij een post-doc gedaan en tevens een master in de Parodontologie behaald aan de Universiteit van Lund (Zweden), in de tandheelkundige school te Malmö. Na het afleggen van het Hoger Aggregaat (Docentur) werd hij hier achtereenvolgens associate professor en visiting professor.

Lees meer over: Carrière, Thema A-Z
tandartsketens

Tandartsketens: hoe moeten zelfstandige tandartsen reageren?

Tandartsketens breiden steeds verder uit. Ze krijgen meer vestigingen en er komen meer ketens bij. Hoe kijken tandartsen hier tegenaan? Vormen de ketens een kans of een bedreiging? dental INFO sprak met twee tandartsen, een praktijkeigenaar en een bedrijfskundig adviseur.

Wat cijfers
Het percentage tandartspraktijken dat deel uitmaakt van een keten is van 4,7% in 2014 gestegen naar 6,0% in 2017. Tandarts.nl heeft onderzoek gedaan naar het aantal ketens en het aantal vestigingen per keten. In 2017 zijn er vijftien tandartsketens met meer dan vier vestigingen actief in Nederland (tegen acht in 2014).

 

 

De top 5 hiervan wordt gevormd door:

  1. Dentconnect 80 vestigingen
  2. Dental Clinics 69 vestigingen
  3. Samenwerkende tandartsen 47 vestigingen
  4. Kies Mondzorg 14 vestigingen
  5. Fresh tandartsen 8 vestigingen

Gevolg voor zelfstandige tandartsen
De vraag is wat de gevolgen zijn van de gestage groei van de ketens voor de zelfstandige tandartsen. Wat vinden zij zelf hiervan? Uit een poll die onlangs door dental INFO werd gehouden, kwam dat 45% van de respondenten de opkomst van ketens als een kans ziet tegen 36% die het als een bedreiging ervaart. De overige respondenten staan neutraal in deze kwestie.

dental INFO sprak met René Overmars, tandarts in Amersfoort, die zijn praktijk met twaalf kamers verkocht aan een keten en drie jaar later weer als solist een praktijk met drie kamers begon, met Patrick Bontekoe, bedrijfskundig adviseur bij Mondentis, met Jos Naafs, praktijkeigenaar, en met een tandarts die pas een praktijk begonnen is op het platteland en anoniem wil blijven.

Is de opkomst van tandartsketens een bedreiging of kans voor uw eigen praktijk?

bedreiging of kans

Kans of bedreiging?
Over de opkomst van de ketens verschillen de meningen. Zeker is dat deze trend niet tegen te houden is. Patrick Bontekoe: “Het proces is onomkeerbaar. Kijk maar naar andere landen, vooral ook in Engeland en Zwitserland komen er steeds meer ketens bij.” Of het een kans of bedreiging is? Patrick: “Veel zelfstandige tandartsen ervaren het in ieder geval als een bedreiging, maar volgens mij biedt het wel degelijk kansen. Een keten bij je in de buurt is natuurlijk een concurrent. Veel tandartsen zijn niet gewend om zich te profileren en aan marketing te doen.”

René Overmars ziet de ketenvorming zeker niet als een bedreiging voor de tandartsenbranche. “Ik zie het eerder als een prettige kans voor vele jongere tandartsen om ‘onder de vleugels van’ zich rustig te kunnen ontplooien. Voor de ‘oudere’ tandartsen is het ideaal om af te bouwen en voor degenen die alle administratieve handelingen en de constante aanpassingen van de inspectie c.q. NZa zat zijn een verademing.” De tandarts die anoniem wil blijven ziet de ketenvorming als een regelrechte kans. “Veel van mijn patiënten komen bij een keten vandaan. Ze waren daar niet tevreden, zochten een andere tandarts en kwamen zo bij mijn praktijk terecht.”

Voor- en nadelen ketens
Volgens Jos Naafs kun je de ketens zien als een soort prijsvechters en coöperaties. “Bijvoorbeeld inkoop en administratie centraal regelen werkt kostenbesparend. Nadeel hiervan is dat ook centraal wordt bepaald welke producten in de praktijken gebruikt worden en dat hoeven niet de beste te zijn. Ook op het instrumentarium waar mee gewerkt moet worden, heeft de tandarts geen tot weinig invloed. Daarnaast kijken ketens met name naar praktijkvergroting, zoals meer stoelen op een locatie. De patiënt wordt door al deze randzaken soms uit het oog verloren, terwijl het daar uiteindelijk toch om draait. “

René Overmars kan uit eigen ervaring het werken bij een keten en als zelfstandige goed met elkaar vergelijken. “Ik heb eerst een grote praktijk gehad met 35 medewerkers en 12 kamers. Als je dan zelf fulltime als tandarts wilt blijven werken, doe je jezelf tekort als aansturend manager en vice versa. Als je als eenpitter werkt, is het nadeel dat als je zelf niet aanwezig bent, de patiënt naar een andere locatie moet. Bij een keten is altijd een tandarts beschikbaar en dat is toch een groot voordeel. Bij een keten is ook alles netjes geprotocolleerd, maar soms is er weinig ruimte om hiervan af te wijken.”

Marketing
Hoe kunnen tandartsen het beste reageren op de opkomst van ketens? Volgens Patrick Bontekoe kan een beetje marketing geen kwaad. “Je moet duidelijk maken wie je bent en je profileren. Er is een tekort aan tandartsen, dus in principe zijn er voor iedereen patiënten.” Hij vervolgt: “Tandartsen zijn niet gewend om zichzelf te promoten, patiënten kwamen altijd vanzelf. In het verleden zaten praktijken vaak vol en hadden patiënten moeite om een tandarts te vinden. Als tandarts moet je inspelen op de markt. Albert Heijn zegt ook nooit dat-ie geen extra klanten kan hebben. Als tandarts zou je ook je praktijk kunnen uitbreiden als daar vraag naar is. En daarnaast moet je inspelen op de markt en op de wensen en behoeften van de patiënten. Je hebt bijvoorbeeld tandartspraktijken die medewerkers aannemen die Arabisch of Turks spreken om zo de communicatie met Arabisch- of Turkssprekende patiënten te verbeteren.”

Unique selling points
Jos Naafs voegt hier aan toe: “Door de huidige regelgeving is een solopraktijk vaak niet meer lonend. Om te kunnen voldoen aan de huidige WIP-richtlijnen moet er fors geïnvesteerd worden en dat is door één tandarts niet meer op te brengen. Alleen door middel van maatschappen zou dit ondervangen kunnen worden. In die maatschappen zou men zich moeten afvragen welke ‘unique selling points’ men gaat hanteren en hoe deze te bereiken is. Het grote nadeel is dat tandartsen niet zijn opgeleid als ondernemers, maar medici zijn. Een combinatie van deze twee eigenschappen is maar bij een enkeling aanwezig. Zie hier het ontstaan van de ketens. Een commerciële organisatie die de infrastructuur neer zet en de medici die hun ding doen. Zij het dat ze zeer beknopt en beperkt worden in hun behandelingen.”

Keten om de hoek
En als een keten zich nu bij een zelfstandige tandarts om de hoek vestigt? René Overmars ziet geen probleem. “Gewoon jezelf blijven en geloven in eigen kracht,” is zijn devies. Ook de anonieme tandarts zit daar niet mee: “Veel patiënten zijn niet tevreden bij een keten. Ze voelen zich als een nummer behandeld en voelen geen binding met de praktijk. Je hoeft helemaal geen actie te ondernemen als een keten zich om de hoek vestigt, die patiënten komen vanzelf naar je toe!”

Patrick Bontekoe geeft aan dat je hierover opwinden geen zin heeft. “Ik ken het geval van een keten die zich vlak bij een tandarts vestigde die daar al jaren een praktijk had. De keten plaatste advertenties en reclameborden in de buurt van de praktijk van de zelfstandige tandarts. De tandarts was daar erg verbolgen over, maar kon er niets tegen doen.”

Jos Naafs is zelf ooit benaderd door een keten, die zijn praktijk wel wilde overnemen. “Door onze, nog steeds aanhoudende, groei en financiële positie is dit nog steeds niet noodzakelijk. Door te blijven investeren in mensen en apparatuur zijn wij in staat nog steeds een hoog kwalitatieve tandheelkundige hulp aan te bieden.”

Toekomst
Hebben zelfstandige tandartsen nog een toekomst? Volgens Patrick Bontekoe is dat zeker het geval.

“Maak duidelijke aan de patiënt waar je voor staat als tandarts en wat je als patiënt kunt verwachten. En uiteraard gewoon goede kwaliteit blijven leveren. De ketens gaan zich ook steeds meer differentiëren. Er komt een tweedeling in de markt van patiënten die zich wel en die zich niet prettig voelen bij een keten.”

“Het aanbod voor patiënten wordt diverser. Zelfstandige tandartsen moeten zich ook aanpassen aan de omstandigheden. Praktijken met maar één stoel zullen het in de toekomst vaak niet redden door de toegenomen kosten van bijvoorbeeld digitalisering . Uiteindelijk krijgt iedereen de patiënten die bij hem/haar passen.

Jonge tandartsen hebben vaak niet de ambitie om een eigen praktijk te beginnen. Van de jonge tandartsen is 70% vrouw. De trend is dat zij vaak liever parttime werken, als zzp’er bij een praktijk of bij een keten.”
Jos Naafs is het hier mee eens:

“Gewoon goed luisteren naar wat de behoeften van de patiënten zijn en daar adequaat op inspelen.”

Lees meer over: Management, Markttrends, Ondernemen, Thema A-Z, ZZP-er
horizontaal toezicht

Horizontaal toezicht in de zorg: modewoord of verandering controletechnieken op lange termijn?

Horizontaal toezicht is een verzamelbegrip voor een nieuwe manier van controleren van ingediende zorgnota’s. De afgelopen tijd wordt veel geëxperimenteerd met horizontaal toezicht, resulterend in verschillende pilots die gestart zijn. Met horizontaal toezicht wordt het controleproces op een nieuwe wijze ingestoken. Hoe gaat dit in z’n werk?

Werken in de cloud, gegevensoverdracht via blockchain en het belang van big data voor uw organisatie, de media staan steeds vaker vol met ontwikkelingen waar u uw mondzorgpraktijk op moet inrichten. Een andere veelgebruikte term binnen de zorgsector, waar de meeste mondzorgprofessionals al wel van gehoord hebben, is: horizontaal toezicht.

Horizontaal toezicht
Horizontaal toezicht is een verzamelbegrip voor een nieuwe manier van controleren van ingediende zorgnota’s. De afgelopen tijd wordt veel geëxperimenteerd met horizontaal toezicht, resulterend in verschillende pilots die gestart zijn. Met horizontaal toezicht wordt het controleproces op een nieuwe wijze ingestoken. Waar voorheen veelal sprake was van een nacontrole die plaatsvond ver na indiening van de declaraties – in sommige gevallen zelfs 5 jaar nadat deze zijn ingediend – haalt het horizontaal toezicht dit proces in tijd naar voren. Dit heeft tot gevolg dat veel eerder vastgesteld kan worden of correct is gedeclareerd waardoor bijvoorbeeld de jaarrekening eerder opgesteld kan worden. Voordat deze nieuwe manier van controleren kan worden ingezet, moeten nog wel wat tussenstappen worden gezet. Afstemming tussen betrokken partijen, besef van eigen verantwoordelijkheid, professionaliteit en stroomlijnen van de bedrijfsprocessen zijn hier enkele voorbeelden van.

Verschuiving van de regie
Op dit moment is het controleproces zodanig ingericht dat de individuele zorgverzekeraar de regiefunctie op het controleproces heeft. Het is de zorgverzekeraar die bepaalt welke controles wanneer en in welke vorm worden ingestoken. Dat betekent dus dat u als zorgaanbieder lijdend voorwerp bent. U bent afhankelijk van de keuzes die de zorgverzekeraar maakt. Resultaat hiervan kan zijn dat u geconfronteerd wordt met een vordering naar aanleiding van een fout in de bedrijfsvoering uit het verleden die 5 jaar heeft doorgewerkt (sneeuwbaleffect). Daarbij komt dat alle individuele verzekeraars te pas en te onpas controles uitvoeren waardoor u bijna meer tijd kwijt bent aan het afleggen van verantwoording richting de zorgverzekeraar dan aan uw professie en passie: mondzorg verlenen.

Horizontaal toezicht verandert deze beide aspecten. Het is niet langer de individuele zorgverzekeraar die bepaalt welke controles wanneer uitgevoerd worden maar dit is een samenspel tussen de zorgverzekeraars (ZN) en de zorgaanbieders (de beroepsverenigingen in de mondzorg). Hiermee krijgt u meer regie op het controleproces.

Deze regie zit bijvoorbeeld al op het feit dat voorafgaand aan de controle gezamenlijk een toezichtkader moet worden opgesteld. Hierbij moet u denken aan het gezamenlijk opstellen van de spelregels van de controle. Wat is het controleplan? Met welk doel wordt de controle ingestoken en wanneer is er voldoende zekerheid over de ingediende declaraties? Een ander voorbeeld van verplaatsing van de regiefunctie is het feit dat u gedurende het jaar niet meer verrast wordt door de controles die zorgverzekeraars aankondigen. Als bijkomend voordeel van horizontaal toezicht is dat zorgverzekeraars de controle gezamenlijk zullen uitvoeren gebaseerd op het representatiemodel. De gedachte hierachter is dat de grootste twee verzekeraars namens de andere verzekeraars de controle uitvoeren waarbij deze de gesprekspartners en penvoerder zijn.

Doorlopend proces
Ook het risico dat in het verleden gemaakte fouten u blijven achtervolgen zal als gevolg van horizontaal toezicht aanzienlijk verminderen. Waar voorheen op incidentele basis gecontroleerd werd biedt horizontaal toezicht de mogelijkheid van een doorlopend proces waarin tijdig bijgestuurd kan worden. Een fout uit het verleden zal dus niet pas vijf jaar later geconstateerd worden met het gevolg dat verzekeraars alle declaraties over deze periode afkeuren. U kunt tijdig bijsturen indien in een jaar een inrichtingsfout wordt geconstateerd.

Voorbereiding op horizontaal toezicht
Hoewel op dit moment nog vooral wordt geëxperimenteerd met deze nieuwe vorm van controleren ziet het er naar uit dat zorgverzekeraars maar ook de NZa deze ontwikkeling stimuleren. Het is dus verstandig om vooruitlopend hierop kritisch te kijken naar de manier waarop uw bedrijfsprocessen zijn ingericht. In eerste instantie lenen vooral controles van formele aard of met een helder beschreven norm zich voor horizontaal toezicht. Dit zijn controles die veelal (grotendeels) zwart-wit zijn en waar in de praktijk weinig discussie over bestaat, denk aan: “Is – in strijd met de NZa-tariefbeschikkingen – naast prestatie X niet onterecht ook prestatie Y in rekening gebracht?” “Is voor materiaal – en techniekkosten niet méér in rekening gebracht dan de NZa-tarieflijst ‘Tandtechniek in Eigen Beheer’?”

Niet zorgverzekeraarspecifiek
Dergelijke controleregels zijn niet zorgverzekeraarspecifiek, waardoor deze voor alle declaratieregels gelden. De idee van deze controle is dat zorgaanbieders evidence based  verantwoorden dat aan de controlepunten is voldaan. Bij deze vorm van controle zullen partijen elkaar moeten vertrouwen op de uitkomsten ervan. Hierbij kunnen waarborgen binnen de organisatie of in de aanlevering van de controlebevindingen helpen. De inrichting van de governance is hierbij van groot belang. Zijn er voldoende checks and balances die de betrouwbaarheid van de controlebevindingen garanderen?

Alleen maar positief?
Als zorgaanbieder heeft u op dit moment veelal nog de keuze om mee te werken aan horizontaal toezicht. Indien u hier niet voor kiest dan wordt nu nog op het reguliere proces gecontroleerd. Zoals met elke keuze het geval is, kent deze voor- en nadelen. Horizontaal toezicht kan u als mondzorgaanbieder meer regie geven over wat gecontroleerd wordt en onder welke omstandigheden. Maar kiezen voor horizontaal toezicht betekent ook dat u zelf uw eigen fouten inzichtelijk moet maken, de consequenties daarvan moet dragen en het zelfonderzoek dat met horizontaal toezicht samenhangt een jaarlijks terugkerend proces is. Daarnaast zal deze controlemethodiek nog verder ontwikkeld moeten worden omdat er nog veel vraagstukken openstaan. Te denken valt aan de mededingingsaspecten van controles, de samenloop van horizontaal toezicht en materiële controles of doelmatigheidscontroles, de rechtmatigheid van verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens, de afrekening naar aanleiding van bevindingen met de gerepresenteerde verzekeraars etc.

Conclusie
Horizontaal toezicht is meer dan enkel een modewoord en zal naar onze verwachting het controleproces van de komende jaren verder gaan inkleuren. Hoewel op dit moment horizontaal toezicht nog veelal een keuze is, is het de vraag of u deze keuze in de toekomst zult blijven houden. U doet er daarom verstandig aan de ontwikkelingen in het kader van horizontaal toezicht de blijven volgen en uw organisatie voor te bereiden op deze nieuwe vorm van controles.

Door:
Eldermans|Geerts – advocaten, zorgmakelaars en juridisch adviseurs

Kosteloos seminar: Horizontaal toezicht
Aangezien wij in de praktijk zien dat veel (mond)zorgaanbieders zich afvragen of horizontaal toezicht ook in hun specifieke situatie relevant en nuttig is, en op welke manier het horizontaal toezicht dan kan worden ingevuld, organiseren wij op 12 september a.s. een kosteloos seminar waarin wordt ingegaan op vragen als: “Wat is er voor nodig om horizontaal toezicht op een juiste manier te implementeren? Is horizontaal toezicht er ook voor ongecontracteerde zorgaanbieders? Kunnen zorgverzekeraars met horizontaal toezicht de recht – en doelmatigheid van zorg vaststellen?” Ook zullen tips & tricks en do’s en don’ts gedeeld worden.

Aan deelname zijn geen kosten verbonden, maar het aantal plaatsen is beperkt. Meer informatie en aanmelden.

Lees meer over: Markttrends, Thema A-Z, Zorgverzekeringen
Score - beoordeling

Wat is de toegevoegde waarde van protocollen?

Waarom wil je eigenlijk een protocol opstellen? En wat heb je eraan? Vragen die ik de tandarts stel om zijn of haar beweegredenen te horen. Helaas wordt regelmatig aangegeven “dat de praktijk protocollen moet hebben”. Dit resulteert erin, dat protocollen worden gekopieerd en als bewijs voor IGZ in de kast verdwijnen: een gemiste kans.

Regelmatig vragen praktijken mij om te ondersteunen bij het opstellen van protocollen. Waarom wil je die eigenlijk? En wat heb je eraan? Vragen die ik de tandarts stel om zijn of haar beweegredenen te horen. Helaas wordt regelmatig aangegeven “dat de praktijk protocollen moet hebben”. Dit resulteert erin, dat protocollen worden gekopieerd en als bewijs voor IGZ in de kast verdwijnen: een gemiste kans.

“Omdat het moet!”
Het opstellen van protocollen ‘omdat het moet’ is mijns inziens verkeerd. Deze insteek komt voort uit de grote onzekerheid en angst, die er bij tandartsen heerst over een eventueel bezoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Deze angst vormt de aanzet tot het opstellen van protocollen. Echter, handelend vanuit deze angst zullen de protocollen geen toegevoegde waarde opleveren voor de praktijk. Het zal alleen enigszins de onzekerheid bij de tandarts wegnemen.

Is er toegevoegde waarde?
Volgens mij zijn er op hoofdlijnen vier voordelen te benoemen bij het opstellen van protocollen. Deze voordelen heb ik hieronder in volgorde van belangrijkheid opgesomd:

  1. Creëren van een leermoment
    Het opstellen of herzien van de protocollen is een uitgelezen moment met het team om de tafel te gaan. Dit overleg richt zich er vooral op te inventariseren waar de werkwijze onderling afwijkt en of de werkwijze overeenkomt met de geldende eisen (bijvoorbeeld vanuit de WIP-richtlijn). Deze onderlinge afstemming zorgt voor duidelijkheid en levert de grootste toegevoegde waarde binnen het proces van protocolleren.
  2. Vastleggen van afspraken
    Door alle afspraken vervolgens daadwerkelijk vast te leggen in een protocol, heeft de praktijk altijd een duidelijke basis liggen om op terug te kunnen grijpen. Het protocol zorgt dus voor duidelijkheid voor nu en in de toekomst.
  3. Inwerken van nieuwe medewerkers
    Als het team draait en alle afspraken worden nageleefd, kan dit betekenen dat de protocollen voor langere tijd in de kast verdwijnen. Helemaal niet erg, want dat betekent dat het team op uniforme wijze en conform de geldende eisen werkt. Wanneer een nieuwe medewerker in de praktijk komt, is het een uitgelezen moment om hem of haar via de protocollen goed in te werken. Een gemiste kans als de protocollen dan niet op tafel komen.
  4. Verantwoorden naar IGZ
    Tot slot, is het uiteraard van belang om verantwoording te kunnen afleggen over de werkwijze binnen de praktijk. Onder andere naar de IGZ. Echter, dit levert de minst toegevoegde waarde op voor de praktijk en het team.

Conclusie en advies
Praktijken handelen nog te veel vanuit de angst voor een bezoek van de IGZ. Echter, door meer te handelen vanuit eigen perspectief zullen de maatregelen en veranderingen van grotere toegevoegde waarde zijn voor de praktijk zelf. Je doet het niet meer ‘omdat het moet’, maar ‘omdat we er beter van worden’. En dan ben ik ervan overtuigd, dat elke praktijk zich ook prima kan verantwoorden richting de IGZ.

Door:
Sjoerd Kuiken – initiatiefnemer van de Dental Management Toolkit, samen met dental INFO. De Dental Management Toolkit helpt bij het management van uw praktijk, met protocollen, video’s en tips. Onderdeel van de toolkit zijn onder andere voorbeeldprotocollen en adviezen.

Lees meer over: Inspectie, Management, Praktijkhygiëne, Thema A-Z
Kidsfabriek

300 kindergebitten gepoetst tijdens Kidsfabriek

Op 19 augustus vond voor de vijfde keer Kidsfabriek plaats in de SSP-hal te Ulft. Een team van 10 mondhygiënisten en studenten ontvingen 300 kinderen en hun ouders bij de workshops tandenpoetsen, zuurgraad meten en de quiz. Zij deden dit voor de vierde keer waarbij steeds bleek dat hun team moest uitbreiden vanwege hun populariteit.

De laagdrempeligheid en de communicatieve vaardigheden van het team zorgden ervoor dat de kinderen daadwerkelijk hun gedrag rondom hun mondgezondheid willen aanpassen. Het concept van de Mond

hoek bij Kidsfabriek is een voorbeeld voor een speel- en leerevenement voor kinderen en hun ouders/verzorgers binnen de mondzorg.

 

Gezondheidsitem
In het eerste jaar (2014) van deelname werd de Silvoldse Lieneke Steverink-Jorna gevraagd door de organisatie van Kidsfabriek om mee te doen aan het gratis evenement voor kinderen van 4-12 jaar waarbij regionale verenigingen zich presenteren. Zij wilden hier een gezondheidsitem aan toevoegen en kwamen zodoende bij mondhygiënist Steverink terecht. Samen met Yvonne Buunk-Werkhoven besloot zij om er aan mee te doen en maar eens te zien wat er op hen afkwam.

“Wij verwachtten niks, want welk kind stapt er spontaan op een mondhygiënist af? Maar het meten van de pH van drankjes bleek een ware hit en ook het krijgen van roze tanden na gebruik van de plakverklikker vonden ze enorm grappig. We kwamen echt handen tekort.”

Het jaar erop nam Steverink drie collega’s mee. Maar ook dit bleek te weinig en zelfs de aanwezigheid van zeven mondhygiënisten tijdens de editie in 2016 was nog te krap. Het succes werd opgemerkt door commerciële partijen waardoor naast de handtandenborstel ook het gebruik van de elektrische borstel kon worden voorgedaan en een tas vol verrassingen kon worden meegegeven.

Wetenschappelijk onderzoek
Na observatie en ervaringen werd in 2015 wetenschappelijk onderzoek gestart en dat werd in 2016 doorgezet. Ouders en kinderen werden aan een vragenlijst onderworpen die momenteel worden uitgewerkt ter publicatie.  Inmiddels zijn er in diverse landen posterpresentaties geweest op internationale conferenties waaruit blijkt dat de meeste kinderen het niet enkel ‘erg leuk’ vinden, maar ook waarderen om de poetsworkshop van de mondhygiënisten te ontvangen. Bovendien blijkt dat zij na de poetsles van de mondhygiënist op Kidsfabriek welwillend staan tegenover het veranderen van hun poets- en eetgedrag.

preventie

Voorbeeld
Kidsfabriek is inmiddels een begrip in de (inter)nationale mondzorg en het wordt als een goed voorbeeld gezien hoe mondhygiënisten zich buiten de praktijkmuren kunnen inzetten. Zodoende kunnen zij zich vooraan in de zorg  positioneren zodat zij op tijd de corebusiness van het vak kunnen uitoefenen. Promotie van goede zelfzorg en preventie van mondziekten is immers een must voor het behouden van een goede algehele gezondheid en sociaal welbevinden. Daarom hielpen dit jaar ook mondzorgstudenten mee om ervan te leren. Dit jaar zal Steverink een college geven aan een opleiding tot Mondhygiënist over de Mondhoek van Kidsfabriek.

Vervolg
Kinderen waarvan bleek dat ze meer preventie aangeboden moeten krijgen, ontvingen een ‘poetsdiploma A’ en een aanbeveling voor een vervolgbezoek aan een eigen mondhygiënist.

Deelnemende mondhygiënisten
De volgende mondhygiënisten en studenten namen deel aan Kidsfabriek:

Lieneke Steverink-Jorna (Mondhygiënist, Silvolde)

Christianne Ketelaar-Westerman (Mondhygiënist, Lichtenvoorde)

Nevin Kenger (Mondhygiënist, Nijmegen)

Kristina Takrovskaja (Mondhygiënist, Amsterdam)

Suzanna Aleksanjan (Mondhygiënist, Doetinchem en Dinxperlo)

Marigeth Eimers-Deira (Mondhygiënist, Zutphen)

Roos van Sambeek (Mondhygiënist, Lent)

Anna Christina Nassif (Student Tandheelkunde, Purmerend)

Safaa Soultana (Student Mondzorgkunde, Nijmegen)

Liza van Loo (Student Mondzorgkunde, Nijmegen)

kindergebittenteamkidsfabriek

 

 

 

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Mondhygiëne, Thema A-Z
obesitas

Obesitas en gedragsverandering

Tussen de 40 en 50% van de Nederlandse volwassenen heeft last van overgewicht. Met meer bewegen, minder drinken, gezonder eten en stress vermijden zou gemiddeld een jaar of tien aan ons leven toegevoegd kunnen worden. Maar hoe verander je gedrag? Alles draait om bewustwording en gedragsverandering. Verslag van de lezing van em. prof. dr. Ivan Wolffers.

Met applaus en gejuich werd Wolffers op het podium ontvangen. Op de Powerpoint verscheen de dia met de titel van zijn presentatie, welke gedurende de gehele presentatie zo bleef staan. Wolffers gebruikte dus geen Powerpoint en bleek deze ook niet nodig te hebben. Geboeid bleven we luisteren….

De schuld van de evolutie
Hoe vaak men ook vertelt dat er gestopt moet worden met snoepen – gedragsverandering blijft moeilijk. De mens is een product van de evolutie, dat allerlei omstandigheden, zoals schaarste, heeft overleefd. Hiervan hebben we geleerd dat als er genoeg is, we dit ook tot ons moeten nemen.

Suiker
Hetzelfde geldt voor suiker. Mensen die geen suiker aten zijn uitgestorven. Zonder suiker kunnen de hersenen niet werken, maar waarom zou men zomaar suiker gaan eten. Lekker? Maar dat weet het niets wetende lichaam niet. Het moet aangeleerd en dat gebeurt zoals alles dat belangrijk voor het overleven van de mens noodzakelijk is: we krijgen een flinke stoot dopamine, wat ervoor zorgt dat we steeds naar die dopamine verlangen. Ook komt er oxytocine bij vrij en dat voelt heerlijk.

Verslaafd
Inmiddels zijn we jaren verder en is het niet meer zo handig om zoveel suiker te consumeren. Tegenstrijdig genoeg zijn we dit wel normaal gaan vinden. Cola is overal verkrijgbaar en de hele dag door kan worden gekozen wat we willen eten en drinken. Aan water zijn we lichamelijk goed aangepast, maar aan cola niet. Een cola in de week is oké, maar vaak blijft het daar niet bij. Onderzoekers die samenwerken met de voedingsindustrie beweren dat je niet van een verslaving kunt spreken, maar een seksverslaving of een gokverslaving verloopt ook via dat dopaminemechanisme.

Roken
Roken is weer een ander verhaal. Nicotine is een sterk verslavende stof. Het is een hele kunst geweest van de tabaksindustrie om te doen geloven dat het stoer is omdat nicotine geen enkel voordeel heeft voor het functioneren van ons lichaam. Mensen willen soms niet eens geloven dat het echt zo slecht is, wat het gedrag van een roker heel moeilijk veranderbaar maakt.

Niet te veel en niet te weinig
De glucosewaarde van ons bloed moet op peil blijven, maar een te veel aan glucose kan niet worden verwerkt. Insuline kan hier een oplossing voor bieden, maar kan dit als men veel suiker gebruikt nauwelijks meer bijbenen. Daardoor ontstaat het metabool syndroom wat vervolgens diabetes 2 kan veroorzaken. Dit krijgt men steeds vroeger en vaker. Dat hoort niet zo te zijn, en kost de samenleving ongelooflijk veel – 5 miljard euro – aan zorg en ook nog een 5 miljard euro aan indirecte kosten.

Geniet nu het kan
Diabetes 2 heeft gevolgen voor de gezondheid van hart en bloedvaten. Uiteindelijk gaat iedereen dood, maar liever laat dan vroeg. “Het leven is te kort – we moeten nu genieten!”, is iets wat tegenwoordig vaak wordt gezegd. Dit biedt echter geen enkele reden om niet onze uiterste best te doen om ziektes als diabetes 2 te voorkomen.

Etiketten
“Heeft u wel eens etiketten gelezen? Wat goed!”, zei Wolffers. Deze zijn echter vaak zeer verwarrend. We hebben vaak niet de kennis in huis om goed te kunnen bepalen wat nou wel en niet gezond is. Toch denken veel mensen tegenwoordig verstand te hebben van voeding en coaching.

Gewend verwend
Beweging is net zo belangrijk ter voorkoming van diabetes 2 en overgewicht, maar voldoende beweging is niet zo vanzelfsprekend meer. We hebben een auto en hebben voldoende geld om iemand voor de huishouding aan te nemen waarmee veel calorieën verbrand zouden kunnen worden. Ook wordt vaak de lift gepakt in plaats van de trap, terwijl dit soort kleine dingen juist het verschil kunnen maken. Vaak wordt er wel gefitnesst, omdat dit uitdagender zou zijn, maar dat is onvoldoende.

Kennis
Mensen uit achterstandswijken hebben minder toegang tot informatie en kampen soms met een iets grotere genetische aanleg voor dik worden. De een wordt eenvoudig dikker dan de ander. Door mensen die dik worden te laten weten dat het nu eigen schuld is, blijken ze nog dikker te worden. Mensen een stigma bezorgen is niet bepaald een goede vorm van preventie. Het is niet altijd iemands schuld dat hij niet gezond leeft.

Wat al veel zou helpen, is als men meer zou weten over wat goed is en wat ongezond. Op het moment dat iemand niet weet hoe gestopt kan worden met roken, of waar nou precies suikers in zitten, dan is het ook lastig om goede voornemens te vormen. Dat vergt namelijk kennis.

Het zou goed zijn als op scholen bijvoorbeeld het verschil tussen goede en slechte vetten zou worden uitgelegd, en hoe het onderscheid tussen deze het makkelijkst gemaakt kan worden. Ook het verschil tussen gezonde (volkoren) koolhydraten en glad gemaalde koolhydraten is belangrijk. De stap die volgt is dan om deze kennis ook daadwerkelijk te begrijpen en in de praktijk te kunnen brengen.

Bewustwording
Ouders van dikke kinderen zien hun kind vaak als normaal en gezond. Om die reden is er een bewustwordingsproces nodig. Dit kan bijvoorbeeld door beelden van kinderen met overgewicht te vergelijken met kinderen met een gezond gewicht. Hierna zou er met de ouders in gesprek kunnen worden gegaan over de BMI van het eigen kind.

Zelfvertrouwen
Een struikelblok bij gedragsverandering is het hebben van weinig zelfvertrouwen. Bij het veranderen van gedrag denkt men dan al snel “Dat kan ik nooit!”. Dat is een gedachte die veel te vaak voorkomt. Ook hoe je steeds aan het onderhandelen bent met je eigen gedrag (“Maar het is kerst!” of “Maar ik heb gisteren nog getennist”) zouden meer mensen zich bewust moeten worden. Op deze manier kan zelfvertrouwen worden gecreëerd.

Suikerbelasting
Aan veel producten wordt suiker toegevoegd, niet alleen als smaakmaker maar ook om het product langer houdbaar te maken. Dat maakt het erg moeilijk om een gezonde keus te maken.
Een suikerbelasting zou kunnen hieraan kunnen bijdragen. In verschillende landen wordt dit al gedaan, met een positief effect. Ook in Nederland wordt al zeven jaar overwogen om zo’n suikertax door te voeren, maar het blijft voorlopig nog steeds slechts bij overwegen.

Kidsmarketing
Ook kidsmarketing is een probleem. Kinderen zien geweldige reclames over suikerrijke producten, waarvan zij vervolgens hun ouders weten te overtuigen deze voor hen te kopen. Op deze manier raken de kinderen gewend aan de zoete smaak en raken de ouders de controle kwijt. Het verminderen of verbieden van kidsmarketing zou daarom een grote stap in de goede richting zijn. Het is beter als de ouders hun kinderen opvoeden en niet de makers van snoep en frisdrank.

Eerst zien, dan geloven!

Vervolgens moet men zelf het effect gaan beleven van gezond leven. We moeten zien dat we dunner worden en ons beter voelen. Door alle stappen te doorlopen is er een kans op een succesvolle gedragsverandering. Het lijkt lastig, maar is zeker mogelijk!

Em. prof. dr. Ivan Wolffers studeerde in 1975 af als arts. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij Gezondheidszorg en Cultuur heeft gedoceerd. Sinds de start van zijn loopbaan als arts tot heden schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot de gouden regels voor een gezond leven. Wolffers schreef onder andere romans, kinderboeken, medische voorlichtingsbroeken en wetenschappelijke literatuur. Toen hij is 2002 prostaatkanker kreeg, een kankersoort die wordt aangestuurd door hormonen in vetweefsel, wilde hij afvallen. Hij verdiepte zich in overgewicht en gewichtsverlies. 

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist, voor dental INFO van de lezing van em. prof. dr. Ivan Wolffers tijdens het NVM-congres.

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z
prothese

Anekdote uit de praktijk: Prothese

Het was een normale dag bij mijn werk als mondhygiënist en ik verwelkomde mijn zoveelste patiënt van de dag. Het viel me op dat hij een beetje moeilijk liep, maar ja, ik was zelf ook die dag daarvoor door mijn enkel gegaan. “Zou u om te beginnen uw prothese willen uitnemen?”, vroeg ik de man. Hij gehoorde gelijk. Dit zag er echter iets anders uit dan dat ik voor ogen had. De man haalde direct zijn beenprothese eruit. Dat kon natuurlijk ook nog.

Inzending van Lieneke Steverink Jorna, mondhygiënist

Heeft u ook een bijzondere, leuke, ontroerende of verrassende anekdote uit de praktijk voor plaatsing op dental INFO? 
Stuur ons een e-mail

Lees meer over: Thema A-Z, Werken met plezier