Inspectie

Nederlandse Zorgautoriteit onderzoekt declaratiegedrag tandartsen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft achttien tandartspraktijken gecontroleerd die het achterhalen van de medische voorgeschiedenis van cliënten declareerden, terwijl dat niet hoorde. Bijna de helft van de tandartsen waren echter al uit eigen beweging opgehouden met deze manier van declareren. Zes praktijken ontvingen een waarschuwing.

Jaarlijkse controle

De NZa controleert ieder jaar de declaraties voor bepaalde werkzaamheden. Dit jaar werden de declaraties van alle praktijken in Nederland geanalyseerd op het in rekening brengen van het onderzoek naar de medische voorgeschiedenis van patiënten. Hieruit kwamen achttien praktijken bovendrijven. Hun declaraties weken af van die van de andere 5500 praktijken in Nederland.

Bezoek door NZa

Deze achttien praktijken zijn vervolgens door de NZa bezocht. Vier hiervan konden een logische verklaring geven voor hun afwijkende rekeningen. Acht konden dat niet, maar hadden hun declaratiewijze inmiddels op orde. De overige zes hebben een waarschuwing gekregen van de NZa en moeten hun declaratiewijze veranderen.

Bron:
NZa

Lees meer over: Inspectie, Thema A-Z
Opbrengst per tandartsstoel in VS zwaar gedaald sinds 2010

Opbrengst per tandartsstoel in VS zwaar gedaald sinds 2010

Dat de economische crisis ook zijn impact heeft gehad op de tandheelkunde mag duidelijk zijn: waar in de Verenigde Staten in 2010 een tandartsstoel per uur nog gemiddeld bruto $88 opleverde was dit in 2016 slechts $59,03.

Om het verschil in opbrengst per tandartsstoel per uur over de afgelopen jaren te kunnen zien werd de data van meer dan 12.500 tandartspraktijken in de Verenigde Staten bekeken Dit leverde het volgende resultaat op:

Opbrengst per tandartsstoel in VS zwaar gedaald sinds 2010

 

Al met al is een sterke daling te zien in het bedrag dat een tandartsstoel (bruto) per uur oplevert. Waar dit met name toe te wijzen is aan de economische crisis, is het ook mogelijk dat de strengere regels van verzekeringsmaatschappijen een rol kunnen hebben gespeeld bij de daling in gemiddelde opbrengst per tandartsstoel.

Bron:
Dr Bicuspid

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z
Implantatie door robot

Implantatie door robot

Onlangs is in China voor het eerst een tandimplantatie met behulp van kunstmatige intelligentie uitgevoerd. Bij de operatie, die een uur duurde, werden door een robot twee implantaten uit een 3-D printer bij een patiënt ingebracht.

Deze ontwikkeling heeft alles te maken met het enorme tandartsentekort in China. Naar schatting meer dan 400 miljoen Chinezen hebben een prothese nodig, terwijl slechts aan 1 miljoen patiënten deze zorg kan worden geboden. Onderzoekers van de Beihang University en het Vierde Militaire Academische Stomatologische Ziekenhuis ontwikkelden daarom een alternatief voor de menselijke chirurg om het toenemende tandartsentekort bij een toenemende vraag naar prothesen het hoofd te kunnen bieden.

Bekijk de video:

Lees meer over: Implantologie, Thema A-Z, Video

Nieuwe regels parodontale behandelingen in 2018

Er zullen een aantal veranderingen worden doorgevoerd omtrent parodontologische behandeling vanaf 1 januari 2018.

Gelijke tarieven voor tandartsen en mondhygiënisten

Een van de grootste veranderingen is dat er geen verschillende tarieven voor tandartsen en mondhygiënisten zullen gelden. Deze wijziging werd jaren geleden ook al aangevraagd, maar het is pas nu dat toezichthouders hebben geconstateerd dat het verschil in tarieven voor verschillende medewerkers binnen een team niet zou moeten verschillen. Hierbij zullen de bestaande tariefniveaus worden behouden.

Prestatieomschrijving initiële behandeling en parodontale nazorg

Hiernaast vindt er een wijziging plaats in de prestatieomschrijvingen voor initiële behandelingen en de parodontale nazorg. Hierbij wordt nu onderscheid gemaakt tussen ‘standaard’ en ‘complexe’ parodontale behandelingen. Ook is een duidelijk onderscheid gemaakt in de verschillende vormen van mogelijke nazorg.

De precieze wijzigingen zijn te vinden op de website van de KNMT

Lees meer over: Tarieven, Thema A-Z
niet-invasieve behandeling

Zijn patiënten tevreden met niet-invasieve behandeling?

Voormalig onderzoek geeft de voordelen aan van minimaal invasieve tandheelkunde voor carieuze laesies. Zou dit echter de professionele reputatie van een tandarts aan kunnen tasten en patiënttevredenheid kunnen verminderen? In een nieuwe studie bleken patiënten met een niet-invasieve behandeling net zo tevreden als patiënten met een invasieve behandeling.

Niet-invasieve behandeling carieuze laesies

Er is weinig bekend over niet-invasieve behandelingen voor carieuze laesies, waaronder bijvoorbeeld monitoring en mondhygiëne instructies vallen, in plaats van het restaureren van het gebit. Deze niet-invasieve behandelingen zouden nog wel eens een barrière voor behandelingen en patiënttevredenheid kunnen vormen. Nieuw onderzoek ondervond echter het tegendeel.

Beginnende cariës

Recentelijk gepubliceerde literatuur steunt het gebruik van minimaal invasieve tandheelkunde om beginnende cariës te behandelen. Klinische behandeling brengen echter hoge kosten met zich mee en kunnen toekomstige vervangingen van de restauraties met zich mee brengen, wat het risico op het moeten trekken van de tand in de toekomst kan verhogen.

Op dit moment is er weinig bekend over de tevredenheid waarop op dit moment met cariës en tandrestauraties wordt omgegaan, desondanks het feit dat dit een van de meest uitgevoerde behandelingen is.

Denkbeeldige barrières

In eerder onderzoek met interviews met tien tandartsen kwamen een aantal dingen naar voren die tandartsen als barrières zagen voor het geven van niet-invasieve behandelingen, waaronder de noodzaak om patiënten te laten inzien wat het voordeel is van een niet-invasieve behandeling, angst voor negatieve beoordelingen van collega’s en andere tandartsen als achteraf blijkt dat een invasieve behandeling beter was geweest. Daarnaast gaven de tandartsen aan dat ze niet graag een buitenbeentje wilden zijn door buiten de norm te handelen.

Patiënttevredenheidsenquête 

Vervolgens ontwikkelden de onderzoekers een patiënttevredenheidsenquête over de omgang met beginnende cariës, die werd verspreid onder 276 patiënten met in totaal 429 beginnende cariës in de leeftijdscategorie van 19 tot 84. Bij 244 van deze patiënten werd geen restauratie aangeraden, waarvan zeven kozen om dit toch te doen.

Driekwart van de tevredenheidsenquêtes gaf bij alle vragen een positief antwoord aan. Over het algemeen was de meeste ontevredenheid gerelateerd aan hoge kosten. Of de patiënt wel of niet verzekerd was bleek geen effect op de tevredenheid te hebben.

Dit onderzoek heeft veel nuttige uitkomsten met zich meegebracht, aangezien patiënttevredenheid van zeer hoog belang is voor elke tandarts en hierdoor dus duidelijker is hoe zij tegenover niet-invasieve behandelingen staan.

Bron:
BMC Oral Health 

Lees meer over: Mondhygiëne, Thema A-Z
app opsporen parodontitis

App met zelftest parodontitis

Er is in Duitsland een nieuw instrument in de strijd tegen parodontitis ontwikkeld. Met een app kunnen patiënten zelf testen hoe groot het risico is om parodontitis te ontwikkelen.

Parodontitis

Parodontitis is een van de meest voorkomende chronische ziekten op de wereld. Alleen al in Duitsland lijden ongeveer 11,5 miljoen mensen aan een zware vorm van deze ziekte.

“Als parodontitis niet behandeld wordt, kan dit leiden tot tandverlies en ook effect hebben op de algemene gezondheid en het algemene welbevinden. Net zoals bij een ijsberg, verloopt de ziekte grotendeels onder de zichtbare oppervlakte. Doordat er meestal geen pijn gevoeld wordt, wordt de ziekte vaak pas in een laat stadium ontdekt,” verklaarde Prof. Dr. Thomas Kocher. “Het is dus belangrijk om de waarschuwingssignalen voor mogelijke parodontitis te kennen en bij de eerste aanwijzingen de tandarts te bezoeken. Door vroegtijdige herkenning en een juiste behandeling kan het ziekteproces tot stilstand gebracht worden.”

Vroege opsporing parodontitis door app

Vroege opsporing van de ziekte is dus belangrijk. Reden voor de Deutsche Gesellschaft für Parodontologie om een app te laten ontwikkelen waarmee patiënten zelf kunnen onderzoeken welk risico ze lopen om parodontitis te ontwikkelen. Voor deze app is gebruik gemaakt van data die verzameld zijn bij de lopende gezondheidsstudie SHIP (Study of Health of Pomerania). Met de gratis app kan iedereen eenvoudig zijn risicofactoren inschatten.

Bron:
DGParo.de

 

 

Lees meer over: Communicatie patiënt, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z
beugel

Preprothetische orthodontie bij hypo- en oligodontie

Het ontbreken van elementen kan psychosociale, esthetische en functionele gevolgen hebben. De orthodontische behandeling bij patiënten met hypo- en oligodontie is complex en verdient een multidisciplinaire aanpak. Hoe bepaalt u de behandelstrategie?

Het ontbreken van elementen kan psychosociale, esthetische en functionele gevolgen hebben. De orthodontische behandeling bij patiënten met hypo- en oligodontie is complex en verdient een multidisciplinaire aanpak. Om voorspelbaar te kunnen werken, is het van belang voor iedere patiënt een individuele behandelstrategie te bepalen, dit werd tijdens het NVGPT-congres uitvoerig belicht. Bij de behandelstrategie wordt eerst orthodontisch, eventueel orthognathisch en vervolgens restauratief behandeld.

Hypodontie

Hypodontie is het missen van één of meer gebitselementen (excl. M3’s). Onderscheid wordt gemaakt tussen milde (1 of 2 missende elementen), matige (3-5 missende elementen) en ernstige (6 of meer missende elementen) hypodontie.

Hypodontie kan solitair voorkomen of onderdeel zijn van een syndroom. De populatie van mensen met ernstige hypodontie (ook oligodontie genoemd) kent een grote diversiteit, wat het onmogelijk maakt een vaste behandelstrategie voor mensen met oligodontie te ontwikkelen. Er zal per individu een behandelstrategie bepaald moeten worden. Hiervoor zal eerste een gedegen diagnostisch onderzoek uitgevoerd moeten worden.

Diagnose

Om tot een diagnose te komen, wordt gekeken naar:

  • Macro esthetiek (de faciale proporties)
    Hierbij wordt gekeken naar de ontwikkelingsleeftijd, faciale esthetiek en faciale proporties, frontale beoordeling en profielanalyse.
  • Mini esthetiek
    Beoordeling van de relatie van tanden en lippen (bij een sociale en een emotionele lach), positie frontelementen en ligging ten opzichte van de lippen, blootgestelde gingiva en elementen (frontaal aanzicht en op ¾), transversale dimensies van de dentitie, faciale middenlijn en dentale middenlijn.
  • Micro esthetiek
    Beoordeling van hoogte en breedte van elementen, gingivale hoogten, vorm en contour; connectors en embrasures; opaciteit en chroma van elementen.

Uitingen die geassocieerd worden met hypodontie zijn:

  • Microdontie
  • Conische elementen
  • Ectopische eruptie
  • Persisterende melkelementen
    Deze dienen zo lang mogelijk behouden te blijven zodat bot behouden blijft. De melkelementen kunnen eventueel opgebouwd worden om occlusie te behouden en uitgroei van antagonisten tegen te gaan.
  • Verminderde alveolaire botontwikkeling
  • Vertraagde eruptie van blijvende elementen
  • Afwijkende craniofaciale morfologie

Op jonge leeftijd

Bij hypodontie is het belangrijk al vroeg (rond de leeftijd van 6-7 jaar) een orthodontische diagnose te stellen en behandeling te starten. Hoewel het starten van de behandeling natuurlijk ook afhankelijk is van de ontwikkelingsleeftijd van het kind, de wens van de patiënt en functionele, esthetische en psychosociale problemen die ervaren worden.

De grootste uitdagingen van orthodontische behandeling bij mensen met oligodontie zijn:

  • Grote edentate ruimtes
  • Afwezigheid van de processus alveolaris
  • Geen congruente middenlijn
  • Lastige orthodontische verankering

Behandeling

Voor het opstellen van een juiste behandelstrategie wordt allereerst een diagnose gesteld. Hierna wordt gebruik gemaakt van ‘back-ward plannen’; waarbij eerst een set-up en een wax-up van het beoogde resultaat wordt gemaakt en daarna de apparatuur wordt geplaatst. In de behandelfase wordt de ruimte in de mond herverdeeld zodat hier op een later tijdstip implantologische of restauratieve behandelingen mogelijk zijn.

Het herverdeling van ruimte ten behoeve van implantologie wordt ‘implant side development’ genoemd. Om de gewenste ruimtes open te houden totdat het implantaat geplaatst kan worden, wordt gebruikt gemaakt van een retainer.

Naast het plaatsen van implantaten is het ook mogelijk elementen uit te laten bouwen of om te laten bouwen door de restauratief tandarts. Multidisciplinair overleg is hiervoor belangrijk omdat inclinatie en torque van elementen die in de toekomst restauratief behandeld worden mogelijk anders is dan wanneer je ervoor kiest om een element niet te behandelen.

Ook kan ervoor gekozen worden om orthodontisch te sluiten, Dit kan gedaan worden bij ruimtegebrek in de bovenkaak, een goed gebalanceerd profiel met normale inclinatie van de incisieven, cuspidaten en premolaren van verschillende grootte, dento-alveolaire protrusie, klasse II molaarocclusie zonder mandibulaire crowding/protrusie en bij klasse I occlusie met mandibulaire crowding vragend om extracties.

Multidisciplinaire samenwerking

Al met al kan gesteld worden dat multidisciplinaire samenwerking van het grootste belang is voor het bereiken van voorspelbare en goede behandelresultaten.

Krista  Janssen , studeerde Tandheelkunde aan ACTA (1991-1996) en volgde de specialistenopleiding tot Orthodontist aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (2003-2007). Als tandarts werkte zij in verschillende tandheelkundige settingen,  met specifieke interesse in bijzondere tandheelkunde ( Stichting Bijter Rotterdam Rijnmond). Zij was docent en klinisch instructeur bij de opleiding Tandheelkunde (ACTA)  en werkte als tandarts zowel  in binnenland en buitenland . Sinds 2007 werkt zij als orthodontist en staflid bij de afdeling Orthodontie van het UMCG. Haar interessegebieden zijn de dentaal  gecompromitteerde patiënt, skelettale verankering, multidisciplinaire behandelingen,  behandelingen van eruptiestoornissen en de behandeling van patiënten met oligodontie, craniofaciale afwijkingen en syndromen.

Verslag door Annalous van Poppel, voor dental INFO, van de lezing van drs. K. Janssen tijdens het jaarcongres 2016 ‘Bijzondere tandheelkunde in uw praktijk’ van de NVGPT.

 

Lees meer over: Orthodontie, Thema A-Z
Implantologie

Implantologie: Verschroeven of cementeren?

In de begintijd van de implantologie was het alleen mogelijk om te verschroeven. Op implantaten zat een mesostructuur die werd afgedrukt en daarop kwam een verschroefbare constructie. Deze bruggen hadden weinig uitval en peri-implantitis was er niet. De zwakke schakel waren de schroeven waarmee de brug vastgezet werd; deze braken nog wel eens. De brug werd er ieder jaar helemaal afgehaald, schoongemaakt en daarna weer teruggeplaatst.

Grotere constructies

Tegenwoordig worden ook steeds meer grotere constructies vervaardigd. Bijvoorbeeld bij oligodontie of wanneer er sprake is van grote botdefecten en het nog maar de vraag is of een botopbouw aan gaat slaan. Dan kan er geïmplanteerd worden in de regio’s waar nog wel voldoende bot beschikbaar is. Dergelijke constructies zijn altijd verschroefd omdat het mogelijk moet zijn om eronder te kijken of de implantaten inderdaad schoon zijn.

Papil

Bij grote bot defecten en botopbouw komt de papil niet meer terug. Dan is het sowieso nodig om roze porselein te gebruiken in de kroon. Belangrijk hierbij is dat de rand hiervan onder de lachlijn ligt.

Niet-verblokken

Vroeger werden de kronen bij voorkeur met elkaar verblokt, nu bij voorkeur juist niet verblokt. Bij cementeren was het heel lastig om het cement te verwijderen. Hoe dieper de outline ligt, hoe moeilijker dit is. Dit was een grote oorzaak van peri-implantitis.

Cementeren

Bij het individuele abutment ligt de rand net onder de gingiva. Wanneer er cement achterblijft, is dit moeilijk te voelen met scaler, sonde of floss. Approximaal kun je het op de röntgenfoto zien, maar buccaal en linguaal zie je dit niet. Achtergebleven cement veroorzaakt peri-cementitis. Wanneer het nodig is om te cementeren, leg dan een retractiedraadje als barrière net voorbij de outline voor het cementeren. De mucosa moet hiervoor verdoofd worden en vervolgens kunnen resten cement goed worden weggehaald met een scaler, zonder dat de patiënt dit voelt. Voordat de kroon gecementeerd wordt, wordt in het schroefgat van het abutment teflon gedaan en aangestampt met daaroverheen flowable composiet.

Redenen voor cementeren

  • Esthetische situaties in het front. De tandtechnieker kan de kroon er vaak op en af halen en dit makkelijk doen en hoeft hem niet steeds los te schroeven.
  • Wanneer het schroefgat buccaal of incisaal uit zou komen.
  • Kronen met smalle diameter: schroefgat verzwakt de kroon te veel.
  • Occlusie in zijdelingse delen (schroefgat verzwak de afsluiting van de kroon)

Redenen voor verschroeven

  • Alle grotere constructies worden sowieso verschroefd en ook alle cantilever bruggen.
  • Bij hoger risico op recessie: je kunt altijd nog bij de kroon.
  • Bij kleine interocclusale ruimte (nodigt niet uit tot cementeren door retentieproblemen).
  • Bij moeizamer cement verwijderen.
  • Bij risico op technische/biologische complicaties.

Zijdelingse delen

In zijdelingse delen is men veelal overgegaan op verschroefde kronen. Als de diameter van de schroefkop heel dun is, kan de tandtechnieker ook een klein schroefgat maken. Daarnaast zijn individuele abutments eerste keus en wordt de kroon in het lab gecementeerd, zodat de outline mooi schoon is. Het risico van een niet-individueel abutment, ofwel de ti-base, is dat de kroon loskomt van de ti-base.

Aantorquen kroon

Voor het aantorquen van de kroon moet een controle foto gemaakt worden om te zien of de kroon goed op zijn plek zit. Wanneer met de hand aangedraaid wordt, moet de schroef in één keer stoppen met draaien en moet het niet zo zijn dat er steeds meer weerstand gevoeld wordt met draaien. Dit is een teken dat de kroon niet goed op zijn plaats zit.

Alwin van Daelen is restauratief tandarts, NVVRT.

Verslag door Paulien Buijs, voor dental INFO, van de lezing van Alwin van Daelen tijdens de NSOI-workshop Implantologie, de bovenbouw

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Implantologie, Kennis, Thema A-Z
Passen van potentiële gebitten door middel van Augmented Reality

Passen van potentiële gebitten door middel van Augmented Reality

In de toekomst zou het nog wel eens mogelijk kunnen zijn om het resultaat van een tandheelkundige behandeling te zien voordat de behandeling daadwerkelijk is uitgevoerd. De Zwitserse startup Kapanu werkt hard aan de ontwikkeling van een ‘virtuele spiegel’ waarmee dit mogelijk zal zijn.

Digitaal passen van gebitsbehandelingen

Over het algemeen vinden de meeste mensen gebroken of verkleurde tanden niet heel aantrekkelijk, om welke reden veel mensen bepaalde tandheelkundige behandelingen overwegen om dit soort problemen op te lossen. Deze behandelingen veranderen echter niet alleen het gebit, maar ook de algehele gezichtsuitdrukking. Om die reden is het gebruikelijk dat patiënten eerst een voorbeeld van het resultaat te zien krijgen. Waar dat op dit moment gebeurt met een 3D model dat door de patiënt kan worden gepast, is het in de toekomst waarschijnlijk mogelijk om dit digitaal te doen.

Augmented Reality

Kapanu heeft de “Kapanu Augmented Reality Engine” ontwikkeld: software waarmee patiënten binnen seconden het resultaat van een toekomstige tandheelkundige behandeling kunnen zien. Dit is mogelijk door middel van een Augmented Reality live video die wordt gemaakt van de patiënt, waar vervolgens een virtueel model van de reconstructie op wordt geprojecteerd. De patiënt kan vervolgens zijn gezicht in alle kanten op bewegen om zo het potentiële nieuwe gebit van alle kanten te aanschouwen.

Alternatieve opties

Een ander voordeel van het ‘passen’ van een behandeling via Augmented Reality is dat verschillende alternatieven kunnen worden geprobeerd. Met een wax model is dit simpelweg niet haalbaar vanwege de tijd en moeite die in het maken van zo’n model gaat zitten, maar op de digitale manier kost dit slechts enkele klikken met de muis. Op deze manier kunnen de verwachtingen die patiënten bij een behandeling hebben ook beter kunnen worden waargemaakt.

3D modellen gebitten

Om het gebit van een patiënt virtueel aan te kunnen passen ontvangt de software informatie van een database met 3D modellen van aantrekkelijke gebitten, die al eerder zijn gebruikt door tandartsen. Door eerst een 3D scan te maken van het gebit van de patiënt kunnen deze bestaande modellen passend worden gemaakt.

Positieve reacties

Toen Kapanu hun systeem voor het eerst aan de buitenwereld toonden tijdens de International Dental Show (IDS) in Keulen kregen zij heel veel positieve reacties van tandartsen van over de hele wereld die geïnteresseerd waren om de nieuwe technologie toe te passen in hun praktijk. Op dit moment is de software nog niet beschikbaar voor eindgebruikers, maar dit zal snel veranderen. Kapanu hoopt over 18 maanden marktleider te zijn, wat haalbaar is aangezien er momenteel geen vergelijkbare systemen bestaan.

De werking van de Kapany Augmented Reality Engine wordt verder toegelicht in deze video.

Bron:
ETH Zürich

Lees meer over: E-health, Kennis, Markttrends, Video
Orthodontie zonder bezoek met teleorthodontie

Orthodontie zonder bezoek met teleorthodontie

Vanwege een nieuwe ontwikkelde methode zou het bezoeken van een orthodontist binnenkort nog wel eens tot het verleden kunnen horen. Het Amerikaanse bedrijf Candid bedacht teleorthodontie: een doe-het-zelf kit waarmee de gebitten van patiënten op afstand kunnen worden beoordeeld.

Teleorthodontie

Het idee van Candid houdt in dat patiënten een pakketje krijgen opgestuurd met daarin bitjes waarmee zij zelf tandafdrukken kunnen maken. Op basis van deze tandafdrukken kunnen vervolgens evaluaties worden gemaakt op afstand door orthodontisten, waarmee vervolgens een behandelplan kan worden opgesteld.

Ook wordt een 3D weergave van het beeld meegestuurd, waarmee kan worden aangetoond hoe het gebit er na de uitvoering van het behandelplan zal uitzien. Tenslotte krijgt de klant een extra set beugels om de behaalde resultaten ook na het behandelproces vast te kunnen houden.

65% goedkoper

De gemiddelde teleorthodontie behandeling kost op deze manier rond de $1.900, waarmee Candid een kostenbesparing van 65 procent ten opzichte van normale orthodontie behandelingen belooft. Mocht tijdens de evaluatie blijken dat teleorthodontie toch geen mogelijkheid is voor de klant in kwestie, dan ontvangt deze het gehele bedrag terug.

Augmented reality

Naast Candid houden ook andere bedrijven zich bezig met de ontwikkeling van tandheelkunde op afstand. Zo is er bijvoorbeeld Kapanu, een Zwitserse startup, die scans maakt van gebitten via augmented reality (AR). Hiermee wordt vervolgens als het ware een spiegelbeeld getoond waarin klanten zichzelf met hun toekomstige gebit kunnen zien.

Bron:
Candidco.com

Lees meer over: Orthodontie, Thema A-Z
Marion Gout- van Sinderen en Jos de Beer in Raad van Toezicht KNMT

Marion Gout- van Sinderen en Jos de Beer in Raad van Toezicht KNMT

De KNMT versterkt haar bestuursstructuur met een Raad van Toezicht. De raad ziet toe op het beleid van het bestuur en op de realisatie van de doelstellingen van de vereniging.

Deze nieuwe raad van toezicht bestaat uit drie leden. Marion Gout-van Sinderen is benoemd tot voorzitter; Jos de Beer tot lid. Eind dit jaar wordt het derde lid benoemd. De benoeming is voor een termijn van drie jaar. Deze termijn kan één keer verlengd worden.

Taken Raad van Toezicht KNMT

De Raad van Toezicht van de KNMT:

  • houdt toezicht op het bestuur, de besturing van en de algemene gang van zaken in de KNMT en de met de KNMT verbonden organisaties;
  • houdt integraal toezicht op het door de leden goedgekeurde beleid van de KNMT en de realisatie van de doelstellingen van de KNMT;
  • heeft een toezicht houdende en ondersteunende taak met betrekking tot het financiële beleid;
  • en staat het bestuur met raad terzijde.

Slagvaardiger vereniging

De introductie van deze raad is onderdeel van het vernieuwen van de structuur van de KNMT. Doel van deze aanpassing is om als vereniging slagvaardiger te kunnen opereren, met meer draagvlak en voeding vanuit de achterban. Naast de komst van een Raad van Toezicht is ook de beoogde installatie van een Ledenraad eind dit jaar onderdeel van deze vernieuwing.

Lees meer over: Carrière, Thema A-Z
Hoofd- hals - patientenvereniging symptomen hoofd-halskanker

79 procent Nederlanders onbekend met symptomen hoofd-halskanker

70 procent van de Nederlanders checkt het gebied rondom hun keel, mond en neus niet (genoeg) op verdachte plekjes. Dat concludeert Patiëntenvereniging Hoofd-Hals op basis van een enquête onder ruim 800 Nederlanders over hoofd-halskanker.

Zorgwekkend is dat van de risicogroep (41-80 jaar) bijna de helft (47%) zichzelf niet regelmatig checkt. Dat heeft volgens de vereniging vooral te maken met een gebrek aan kennis en zichtbaarheid. 79 procent van de ondervraagde Nederlanders weet niet welke symptomen kunnen duiden op hoofd-halskanker en 63 procent geeft aan niet bekend te zijn met deze vorm van kanker.

Met een bewustwordingscampagne wil de patiëntenvereniging, in samenwerking met de European Head Neck Society (EHNS), zorgen voor een betere herkenning van de symptomen van hoofd-halskanker zodat patiënten eerder een arts consulteren. Daarom start de vereniging vandaag met de campagne #sprakeloos.

Alertheid op symptomen hoofd-halskanker

Dr. Simone Eerenstein, KNO-arts / hoofd-halschirurg namens de Nederlandse Vereniging Hoofd-hals Tumoren: “Mensen moeten alerter zijn op de symptomen van hoofd-halskanker. Ondanks de ernst van deze ziekte en de toename van het aantal patiënten is deze ziekte nog relatief onbekend. De diagnose wordt door de relatieve onbekendheid vaak laat gesteld; 60% van de patiënten heeft bij diagnose reeds een vergevorderd stadium van de ziekte bereikt en 60% van deze patiënten overlijdt binnen 5 jaar. Helaas worden de symptomen vaak pas in een latere fase van de ziekte herkend.”

Eerenstein vervolgt: “Maak een afspraak met de huisarts wanneer er sprake is van één van de volgende symptomen voor langer dan drie weken: een pijnlijke tong, een niet-genezend zweertje, rode of witte vlekjes in de mond, keelpijn, blijvende heesheid, pijn en/of problemen bij het slikken, een zwelling in de hals of bloederige afscheiding uit de neus.”

Campagnevideo’s met patiënten

Om de ziekte en de gevolgen hiervan een gezicht te geven, heeft de patiëntenvereniging campagnevideo’s ontwikkeld met (ex-)patiënten. De indringende verhalen worden verteld door hun naasten en laten de impact van de ziekte zien. Wat begon als onschuldige klachten, bleek een vorm van hoofd-halskanker.

Eline Koper liep te lang door met een wondje op haar tong. Zelf dacht ze dat het een afte was. Na een doktersbezoek bleek het tongkanker te zijn. Haar halve tong moest verwijderd geworden. Haar man Roland vertelt haar verhaal.

Hubert Pourier dacht dat de poliep op zijn stembanden vanzelf wegging. Na een paar doktersbezoeken bleken het geen poliepen te zijn, maar keelkanker. Na diverse operaties werd hij uiteindelijk gelaryngectomeerd. Zijn vrouw Esmeralda en dochter Tayrina vertellen zijn verhaal.

Willie Tolboom kwam maar niet van een heesheid af. Onschuldig, dacht ze. Toen slikken ook moeilijker werd, vertelden de dokters haar dat het keelkanker was. Willie onderging 25 bestralingen en haar strottenhoofd werd verwijderd. Dochter Patricia en vriendin Janneke vertellen haar verhaal.

Awareness week hoofd- en halskanker

Van 18 tot 22 september vindt de vijfde awareness-week voor hoofd- en halskanker plaats.
Meer informatie over deze week en de georganiseerde activiteiten vindt u op de website van Makesenscampaign.eu

Bron:
Patiëntenvereniging Hoofd-Hals

Lees meer over: Medisch | Tandheelkundig, Thema A-Z, Video
Mensen met smalle kaak zijn (vaker) linkshandig

Mensen met smalle kaak zijn (vaker) linkshandig

Aan het gezicht is te zien of je links- of rechtshandig bent. Dat is de opmerkelijke uitkomst uit een onderzoek door Philippe P. Hujoel van de universiteit van Washington onder 13.663 patiënten. Personen met een smalle kaak hebben 25 procent meer kans om linkshandig te zijn.

Convexprofiel

Het hebben van een smalle kaak gaat meestal samen met een convexprofiel met overbeet: bovenkaak en neus staan naar voren en kin en voorhoofd zijn afgevlakt. Voor zijn onderzoek heeft prof. Hujoel data uit drie verschillende studies gebruikt. Er blijkt ook een verband te bestaan tussen het hebben van een smalle kaak en de vatbaarheid voor tuberculose.

Geografische verschillen

Het onderzoek verklaart ook de geografische verschillen in het voorkomen van tuberculose. In Groot-Brittannië, ook wel de tuberculose-hoofdstad van West-Europa genoemd, komen linkshandigheid en mensen met een smalle kaak relatief veel voor. Dit in tegenstelling tot bepaalde andere bevolkingsgroepen. Eskimo’s werden in de 19e eeuw tuberculose-resistent genoemd en hebben over het algemeen een ronde gezichtsvorm. Linkshandigheid komt onder Eskimo’s zelden voor.

Of dit aan toeval is toe te schrijven of dat er genetische factoren meespelen, moet nader onderzocht worden, aldus Hujoel.

 

Lees meer over: Opmerkelijk, Thema A-Z
Patiënten met diabetes type 2 meer kans op parodontitis

Patiënten met diabetes type 2 meer kans op parodontitis

Parodontitis is een enorme complicatie van diabetes mellitus. De vraag is echter: heeft een patiënt met type 2 diabetes meer kans op het ontwikkelen van een parodontale ziekte dan een patiënt met type 1 diabetes? Een studie die op de jaarlijkse bijeenkomst van de Amerikaanse diabetesvereniging werd gepresenteerd, probeerde deze belangrijke vraag te beantwoorden.

Klinische variabelen
Aangezien deze soorten diabetes zich heel anders ontwikkelen, kan het begrip over de mogelijke verschillen in de klinische variabelen van deze aandoeningen helpen met het voorkomen en onder controle houden van parodontale ziektes.

Aanleiding onderzoek
De mechanismen die leiden tot de ontwikkeling van diabetes soorten zijn verschillend, waardoor de onderzoekers trachtten te ontdekken of patiënten met type 1 diabetes of mensen met type 2 diabetes meer kans maakten op een parodontale ziekte.

Type 2 diabetes
Volgens de studie was de prevalentie van parodontale ziektes hoger bij patiënten met type 2 diabetes. Dit wordt geassocieerd met leeftijdsprogressie, duur van de ziekte en een slechte glycemische controle, ongeacht het type diabetes.

 Studie
Het onderzoek werd gehouden onder bijna 290 patiënten. Hieronder vielen 102 patiënten met type 1 diabetes, 103 patiënten met type 2 diabetes en 83 patiënten zonder diabetes. De patiënten werden gescreend op parodontitis volgens de aanbevelingen van de American Academy of Periodontology en de ADA. De studie werd geleid door Marcello Gaieta Vannucci, DDS, een tandheelkundige chirurg in Porto Alegre, Brazilië.

Factoren
De patiënten met type 1 diabetes waren over het algemeen jonger dan die met type 2 diabetes. Geen van de type 1 diabetes patiënten rookten, terwijl 30% van de diabetes patiënten van type 2 dit wel deden. Ongeveer 54% van de type 1 diabetes patiënten waren mannen, vergeleken met 63% van de type 2 diabetes patiënten.

Complexe wisselwerking
Parodontitis omvat een complexe wisselwerking tussen orale bacteriën en de reactie van een patiënt op die bacteriën. Systematische aandoeningen zoals diabetes mellitus kunnen het parodontium van een patiënt beïnvloeden. Parodontitis is de zesde meest voorkomende chronische complicatie van diabetes mellitus, aldus de auteurs van de studie.

Resultaat
De patiënten met type 2 diabetes hadden tweemaal vaker last van parodontale ziektes dan patiënten met type 1 diabetes.

Bron:
Drbicuspid.com

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
implantaten

Productie van implantaten: een techniek waar veel bij komt kijken

Implantologie is sterk in opkomst. Al 1,5 miljoen Nederlanders hebben een of meer implantaten in hun mond. Hoe is deze behandelwijze ontstaan en hoe staat het met de kwaliteit van implantaten? dental INFO vroeg het aan twee deskundigen: Ronald Wils, tandarts-implantoloog, en Pieter de Goede, lead engineer R&D bij BioComp.

Ronald WilsRonald Wils is sinds 1987 tandarts-implantoloog. Hij heeft samen met Philips Medical en de Technische Universiteit Eindhoven het implantaatsysteem BioComp geïnitieerd en ontwikkeld. Naast implantoloog is hij docent implantologie bij Hogeschool Utrecht. Voor Implant College geeft hij cursussen implantologie in binnen- en buitenland.

Pieter de GoedePieter de Goede heeft zich na een studie tot medisch gespecialiseerd ingenieur aan de Technische Universiteit in Delft verdiept in de dentale en cranio maxillo faciale implantologie. Hij is nu lead engineer Research & Development bij BioComp.

Ontstaan implantologie

Ronald Wils en Pieter de Goede vertellen een en ander over het ontstaan van de implantologie. Volgens hen is de mensheid al lang bezig met het vullen van gaten in de mond. Door archeologische vondsten is bekend dat onder andere de Maya’s en bewoners van het Oude Egypte ontbrekende tanden vervingen met stukjes hout, ivoor en schelpen. Aan het eind van de 19e eeuw werd geëxperimenteerd met implantaten van goud en platina en tanden van donoren. In de 20e eeuw werd verder gegaan met experimenteren.

Titanium

De huidige implantaten worden vrijwel allemaal van titanium gemaakt. Dat dit een goed implanteerbaar materiaal was, werd voor het eerst vastgesteld door Bothe, Beaton en Davenport. Zij beschreven al in 1940 het vastgroeien van titaniumschroeven in bot. Daarna werd titanium vaker gebruikt. In 1951 implanteerde Gottlieb Leventhal titaniumschroeven bij konijnen en Leonard Linkow plaatste als een van de eersten titanium in het kaakbot. Uit onderzoek bleek dat titanium zeer resistent is tegen chemische invloeden en corrosie. Prof. Per-Ingvar Brånemark ging verder met het onderzoek naar osseo-integratie (aanhechting met bot van titanium). Hij ontwierp een protocol voor het gebruik van implantaten als vervanging van de tandwortel. In 1966 voerde hij zijn eerste operatie uit. Dat was het begin van de huidige implantologiewetenschap.

Verdere ontwikkelingen

Door technische verbeteringen en de opgedane ervaring zijn de resultaten beter geworden en is het vertrouwen van de patiënt toegenomen. Ronald Wils: “Vroeger was je blij als een implantaat bleef zitten en er een constructie op gemaakt kon worden. Nu willen wij veel sneller implanteren en esthetisch een resultaat behalen waarbij je niet kunt zien dat het geen natuurlijk element is. De behandeltijd is sterk verkort. Er kan, na bijvoorbeeld een extractie, al direct implanteren en een kroon plaatsen.”

Implantologie in Nederland

In de jaren 80 is de implantologie naar Nederland gekomen. Inmiddels worden er in Nederland jaarlijks tussen de 100.000 en 125.000 implantaten geplaatst. Pieter de Goede vertelt: “De tandheelkundige universiteiten van Groningen, Amsterdam en Nijmegen (materiaalkunde) hebben op internationaal gebied een behoorlijke steen bijgedragen aan de ontwikkelingen van techniek, materiaalkunde en behandelplanning. Nog steeds zijn zij toonaangevend bij de ontwikkeling van nieuwe materialen en producten, bijvoorbeeld op het gebied van 3D-geprinte implantaten, nieuwe behandeltechnieken en synthetische botregeneratieproducten”.

Ontwikkeling nieuwe implantaten

De ontwikkeling van een nieuw implantaat gebeurt veelal buiten de universiteiten en is een langdurig proces. Een groot deel van dit proces wordt bepaald door de eisen die gesteld worden aan medische hulpmiddelen. Ronald Wils: “Medische hulpmiddelen zijn verdeeld in verschillende klassen. Een gecoat implantaat valt bijvoorbeeld in de zwaarste klasse, klasse III. De veiligheidseisen voor deze producten zijn erg streng. Van iedere stap in het productieproces moeten de risico’s beoordeeld en proactief ondervangen worden. Je hebt daarbij onder andere te maken met medische eisen, productiemogelijkheden en economische overwegingen, maar bijvoorbeeld ook met de beperkte ruimte in de mond. Daarbij is de mond zeer gevoelig; zelfs de dikte van een haar wordt al duidelijk als hinderlijk ervaren.

Normen

De Europese Regelgeving voor medische hulpmiddelen verplicht fabrikanten tot het voeren van een kwaliteitsmanagementsysteem, waarvan de eisen zijn vastgelegd in de internationale norm NEN-EN-ISO 13485. Iedere stap in het productieproces van implantaten moet daarom gemonitord en vastgelegd worden. Daarbij moet ook voldaan worden aan de eisen uit de Wet Medische Hulpmiddelen (MDD). Pieter de Goede: “Van ontwerp tot aan verzending ondergaat het implantaat verschillende stappen bij Nederlandse leveranciers. Elke stap wordt gemonitord: frezen, stralen, etsen, coaten, steriliseren, verpakken, van een barcode voorzien en invullen van alle kwaliteitsdocumenten. Van de herkomst en samenstelling van het titanium tot bij wie het implantaat in de mond komt, moet gedocumenteerd worden. Op de verpakking van het implantaat zit een extra sticker om in de patiëntenkaart te plakken of te scannen, zodat altijd alle stappen van het product (bijvoorbeeld wie er tijdens de productie aan de machine heeft gestaan en wie wat heeft goedgekeurd) te achterhalen zijn.“

Controles

Jaarlijks vindt er op een bedrijf een meerdaagse audit plaats door een Notified Body (een door de overheid geaccrediteerd keuringsinstituut). Er wordt dan gecontroleerd of alle regels juist zijn uitgevoerd. Notified Body’s worden op hun beurt weer gecontroleerd door de overheid en een Europees orgaan. Dit alles om er zo zeker mogelijk van te zijn dat het product geen schade berokkend aan de gebruiker. Ondanks alle normen en controles kan het voorkomen dat een implantaat bij een patiënt niet ingroeit. Pieter de Goede: “Dit blijft de onvoorspelbaarheid van het menselijk lichaam. Ook dat moet gemonitord worden.”

CE-markering

Op een product dat in Europa gevoerd mag worden, moet een CE-merk staan met daarachter een nummer: . Het nummer refereert aan de Notified Body die toezicht houdt. Er zijn ook producten in omloop met een vals CE-merk, waarbij de C en de E dichter bij elkaar staan Dat is een afkorting van China Export.

Buitenlandse implantaten

Het implantaattoerisme is in opkomst. Nederlandse patiënten gaan steeds vaker naar het buitenland voor een implantaatbehandeling. Ronald Wils hierover: “Meestal onderzoeken die mensen niet wat zij voor hun geld krijgen en onder welke omstandigheden de implantaten geplaatst worden. De Nederlandse tandarts wordt vervolgens geconfronteerd met de problemen van deze mensen. Veel producten deugen niet en ook de kennis en kunde van de chirurg laat vaak te wensen over. Natuurlijk zijn er ook goede implantologiepraktijken in het buitenland, maar waarom zoekt men het verderop? De prijs? Zekerheid brengt kosten met zich mee. De zekerheid van een goed product en een kundig team, maar ook de zekerheid van het oplossen van problemen als de behandeling anders gaat dan verwacht. Goedkoop is in veel gevallen duurkoop.”

Toekomstontwikkelingen

Hoe zal implantologie zich in de toekomst ontwikkelen? Ronald Wils: Het is altijd lastig om in de toekomst te kijken, maar een ding is wel duidelijk. Met de komst van verschillende vernieuwde technieken gaat de wereld van de implantologie veranderen. Dat geldt overigens ook voor de overige tandheelkunde en tandtechniek. De 3D- en CAD/CAM-technieken ontwikkelen zich in rap tempo. De veiligheid van de producten moet daarbij gewaarborgd blijven en indien mogelijk zelfs verbeterd worden. Dit door betrouwbare producten te produceren en de gebruikers over de kennis en kunde te informeren zodat de patiënt de beste zorg krijgt.”

Lees meer over: Implantologie, Thema A-Z
Pijl

Minister Schippers schuift beslissing taakherschikking door naar opvolger

Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat wat haar betreft de taakherschikking door kan gaan, waarmee de mondhygiënist meer zelfstandige bevoegdheden zou krijgen. De definitieve besluitvorming laat ze echter over aan haar opvolger.

Taakherschikking

Bij de genoemde taakherschikking wordt mondhygiënisten bij wijze van experiment zelfstandige bevoegdheid toegekend op hun deskundigheidsgebied. Het gaat daarbij om het toepassen van lokale anesthesie, het behandelen van primaire caviteiten en het indiceren, maken en beoordelen van röntgenfoto’s (Solo- en Bitewing-opnamen). Op een concept Algemene Maatregel van Bestuur waarin dit wordt vastgelegd zijn vele reacties van met name tandartsen binnengekomen.

Overleggen

Mede op basis van de reacties heeft de minister overleg gehad met de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM-mondhygiënisten), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) en de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT). Daarbij bleek tussen de partijen verschil in inzicht te bestaan of het wenselijk is dat de mondhygiënisten de genoemde bevoegdheden krijgen. Ook bleek er geen eenduidig beeld over de inhoud van de opleiding Mondzorgkunde te zijn. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden met de opleiders Tandheelkunde en opleiders Mondzorgkunde.

Conclusie van de minister

Aan de hand van de gesprekken concludeert de minister dat de opleiding Mondzorgkunde het benodigde onderwijs biedt om via een experiment mondhygiënisten zelfstandige bevoegdheid toe te kennen voor de drie hiervoor benoemde handelingen binnen hun deskundigheidsgebied. Wel zullen zij het certificaat stralingsbescherming moeten halen.
Wat haar betreft kan de taakherschikking dus doorgaan, ook al vinden de KNMT en de ANT dit niet wenselijk. Omdat het kabinet demissionair is, laat ze het definitieve besluit echter over aan haar opvolger.

ANT

De ANT laat op haar website weten het niet met de conclusie van de minister eens te zijn. “De ANT vindt het echter onbegrijpelijk dat de minister in haar brief schrijft dat het voor haar ‘helder’ is dat de hbo-opleidingen mondzorgkunde qua opleiding van voldoende niveau zijn om de drie voorbehouden handelingen zelfstandig door mondhygiënisten te laten uitvoeren. Het onderzoek naar verschillen in opleiding, dat op aandringen van de ANT kwam, is voor een dergelijk grote stelselwijziging te oppervlakkig uitgevoerd. Echte inhoudelijke experts zijn niet geraadpleegd, belemmeringen die de decanen van de universiteiten zagen zijn genegeerd en de beweringen van de hbo-opleidingen zijn zonder onderzoek overgenomen.”

KNMT

De KNMT juicht het besluit van de minister toe om het dossier door te schuiven naar haar opvolger.
“De KNMT is dan ook verheugd met het besluit van de minister en de ruimte die ze biedt om alsnog tot een beter plan te komen. De vereniging blijft dan ook strijden voor een breed gedragen alternatief, waarin optimale mondzorg voor de patiënt centraal staat,” aldus de website van de KNMT.

NVM-mondhygiënisten

De NVM-mondhygiënisten heeft geen reactie op haar website geplaatst, maar eerder liet zij haar visie over de taakherschikking blijken: “NVM-mondhygiënisten is verheugd dat de minister na een voorbereidingstraject van twintig jaar deze stap wil nemen. Door de wetswijziging zijn mondhygiënisten doelmatiger inzetbaar (de juiste zorgverlener bij de zorgvraag) en efficiënter (focus op preventie in plaats van curatie)”. Voorzitter Manon van Splunter-Schneider en directeur Ellen Bol-van den Hil zetten op de website van NVM-mondhygiënisten de belangrijkste punten over de taakherschikking op een rij.

Bron:
Rijksoverheid.nl

Lees meer over: Taakdelegatie | Taakherschikking, Thema A-Z
verwijderen verstandskiezen

Minder pijn na verwijderen verstandskiezen

Tandartsen en kaakchirurgen zijn altijd op zoek naar manieren om de pijn van patiënten na operaties te verminderen. Een nieuw onderzoek kan hier uitkomst bij bieden en suggereert dat een injectie van dexamethasone voor de operatie de pijn na het operatief verwijderen van verstandskiezen significant kan verminderen.

Verstandskiezen trekken
Extractie van verstandskiezen is een van de meest uitgevoerde chirurgische behandelingen voor de mond, maar geeft de patiënten na de behandeling vaak gemiddelde tot zware pijn. Om deze te verminderen worden op dit moment vaak pijnstillers voorgeschreven. Echter zou het fijn zijn als hier andere strategieën voor zouden zijn, en de pijn voorkomen zou kunnen worden.

Dexamethasone
Deze onderzoekers bedachten dat een injectie met dexamethasone voor de operate hier nog wel eens een oplossing voor zou kunnen bieden, vanwege de ontstekingsremmende immunosuppressieve eigenschappen die deze stof heeft.

Dubbelblind onderzoek
Om deze theorie te testen werden 48 gezonde patiënten dubbelblind onderzocht. Alle patiënten waren tussen de 18 en 30 jaar oud en hadden twee verstandskiezen die getrokken moesten worden.

De patiënten kregen eerst verdovingsmiddel toegediend. Vervolgens kreeg de helft van de patiënten 2 milliliter van saline met  8 milligram dexamethasone toegediend, terwijl de andere helft slechts 2 milliliter saline (fysiologische zoutoplossing) kreeg toegediend. Bij alle patiënten werden de kiezen een uur later getrokken en werd de pijn van de patiënten gedurende drie dagen in de gaten gehouden.

Minder pijn met dexamethasone
De patiënten die saline kregen toegediend met daarin dexamethasone verwerkt gaven significant lagere pijn niveaus aan dan de patiënten die slechts saline toegediend hadden gekregen. Daarnaast namen de patiënten met dexamethasone ook gemiddeld minder pijnstillers gedurende de drie dagen na de behandeling.

Implicaties
Al met al kan worden gezegd dat dexamethasone veel potentie heeft op het gebied van het voorkomen van postoperatieve pijn. Hierbij is het echter wel belangrijk om in achting te nemen dat dit onderzoek alleen op gezonde, jonge patiënten is uitgevoerd en dat de patiënten slechts voor drie dagen werden gevolgd. Daarnaast is het goed om te weten dat dexamethasone een uur nodig heeft om in te werken, wat voor sommige praktijken onpraktisch kan zijn.

Bron:
Journal of Dental Anesthesia and Pain Medicine

 

Lees meer over: Pijn | Angst, Thema A-Z, Uncategorized
Implantaten

Titanium in implantaten als oorzaak van peri-implantitis

Titanium heeft zich door de jaren heen bewezen als een sterk materiaal en wordt daarom vaak gebruikt bij het maken van implantaten. Uit nieuw onderzoek is echter gebleken dat het gebruik van titanium bij implantaten het ontstaan van peri-implantitis nog wel eens zou kunnen bevorderen.

Ontstekingskans
Het succes van een implantaat is voornamelijk afhankelijk van hoe goed het implantaat samensmelt met het kaakbeen. Titanium zou deze samensmelting echter nog wel eens kunnen vertragen door het oppervlakte als het ware te ‘zandstralen’, waardoor de kans op een ontsteking groter wordt.

Ontstoken weefsel
Als het weefsel rondom het implantaat ontstoken raakt, moeten de bacteriën die de biofilm bevatten worden verwijderd. In de meeste gevallen zal dit gebeuren met een ultrasone straling. Hierbij komen kleine titanium deeltjes vrij van het implantaat oppervlak. Die deeltjes worden er nu van verdacht de al aanwezige ontsteking te bevorderen. Deze Israëlische onderzoekers bekeken in hoeverre dit het geval is.

Onderzoek naar titanium deeltjes
De onderzoekers bepaalden de afgifte van titaniumdeeltjes na het ultrasoon reinigen van titanium schijven van verschillende ruwheid, en bestudeerden gedurende 24 uur de hoeveelheid deeltjes die werd afgegeven. Ook werd naar het verschil tussen gezandstraalde en minder gezandstraalde schijven gekeken.

Gezandstraalde schijven
Hieruit bleek dat de afgegeven titaniumdeeltjes verschilden in ruwheid en chemisch profiel, maar niet in de gemiddelde grootte. Ook bleek het type oppervlak van de titaniumschijf geen verschil te maken. De gezandstraalde schijven genereerden het hoogste aantal titanium deeltjes terwijl de bewerkte schrijven er het minst afgaven.

Heftigere ontstekingsreacties bij gezandstraalde schijven
Ook werd bevonden dat hoe meer titanium deeltjes er vrijkwamen, hoe ernstiger de peri-implantitis was. Het is daarom geen verrassing dat de deeltjes afkomstig van de gezandstraalde oppervlaktes de meest heftige ontstekingsreacties naar voren brachten.

Verder onderzoek
Deze studie keek slechts naar de effecten van titanium deeltjes op het omliggende weefsel op de korte termijn. Het is nuttig om in verdere studies ook naar de effecten op lange termijn te kijken.

Bron:
Nature

Lees meer over: Implantologie, Mondhygiëne, Thema A-Z
voor gezond werken met de microscoop

Tips voor gezond werken met de microscoop

Over de voordelen van het werken met een microscoop hoef ik niets uit te leggen: beter zicht, meer controle, de mogelijkheid om complexere behandelingen tot een goede uitvoering te brengen. Op het gebied van ergonomie en gezond werken brengt het werken met de microscoop wel een aantal uitdagingen mee. Vooral endodontologen die lang en vaak met een microscoop werken, doen er goed aan om op de volgende punten te letten.

Heeft u na een dag werken regelmatig hoofdpijn, stijve schouders of een zere nek? Grote kans dat u een van de onderstaande fouten maakt.

Statisch werken

Het werken met de microscoop nodigt niet uit tot veel beweging. Als alle instellingen zijn gedaan, en de lange behandeling kan beginnen, zit u vooral stil. Wegkijken van de microscoop is hinderlijk, omdat de ogen elke keer moeten accomoderen. Daarnaast is het gewoonweg niet handig om de behandeling te moeten onderbreken. Met als gevolg dat u soms 2 tot 3 uur achter elkaar stil zit.

Weinig dynamiek is om diverse redenen niet goed voor het lichaam. Afwezigheid van skeletspiercontracties bij langdurig zitten zou een toename van het ongezonde cholesterol, hart- en vaatziekten, diabetes en het zachter worden van het skelet veroorzaken. Als u naast een verkeerd gekozen aanvangshouding ook langere tijd statische met een microscoop werkt, dan zit u dus langdurig verkeerd.

Het vraagteken

De ‘sway back’ houding, oftewel: uw rug heeft de vorm van een vraagteken, komt veel voor. De bovenrug komt naar achteren, ten opzichte van de onderrug. Dit is vaak een gewoontehouding, maar wordt ook veroorzaakt door het verkeerd afstellen van de microscoop. Vergelijk deze houding met iemand die probeert te lezen zonder leesbril: u wijkt naar achter. In deze houding komt veel druk op de onderrug en het nek/schoudergebied.

het vraagteken

Extensiehouding

In een poging actief te zitten, worden de oculairen soms te hoog ingesteld. Hierdoor moet u als het ware constant uitstrekken. Bij aanvang lijkt het goed, want u zit rechtop en het ziet er actief uit. Maar deze houding is ook erg gespannen en veroorzaakt vermoeidheid in de rug en spanning in de nek enschouders. Spanning in het lichaam gaat vaak samen met knijpen in de instrumenten.

Anteropositiestand hoofd

De kin naar voren duwen, of het ‘kippen nekje’ komt voor als de oculairen te ver van u af geplaatst zijn. Ook dit is vaak een gewoontehouding en gaat vaak samen met concentratie. U bent intensief bezig, uw ogen trekken uw lichaam naar voren. U wordt als het ware in uw werk gezogen. Het hoofd van een mens weegt ongeveer 5 à 6 kilo. Dit gewicht kan energieneutraal worden gedragen, als uw hoofd zich in een neutrale positie bevindt; recht boven uw romp. De anteropositiestand zorgt voor grote trekkrachten aan uw schouder- en nekspieren, die uw hoofd in balans moeten houden.

Plaatsing patiënt

Naast dat u zelf goed moet zitten, moet ook de patiënt goed liggen. Als de patiënt te hoog ligt, moet u de armen te veel heffen, met als gevolg dat de polsen te veel gebogen moeten worden om de mond te bereiken. Als een vuistregel: hou het hoofd van de patiënt ‘op schoot’ en het werkvlak op uw middellijn. De onderarmen mogen licht geheven worden boven horizontaal, als u aan het werk bent.

Gezond werken

Begin de behandeling door rechtop te zitten, waarbij de rug in de natuurlijke S-vorm is. Kijk voor u uit, adem diep in en uit, en ontspan. Stel vervolgens de microscoop in. U mag licht naar beneden kijken. Maak deze check van uw houding en de afstelling van uw microscoop deel van uw werkroutine.

Ontspan schouders en armen. Bij wisseling van instrumenten kunt u kort de vingers bewegen, nek draaien en de schouders optillen en laten zakken, om ontspanning te zoeken.

Beste houding

De beste houding is de volgende houding.

  • Sta tijdens lange behandelingen op om iets te pakken, in plaats van zittend reiken.
  • Doe voorlichting tussendoor staand, en loop mee met de patiënt.
  • Verder is het voor uw concentratie én lichaam beter als u elk half uur even opstaat. Gun uzelf deze korte pauze.

Bovenstaande tips gelden uiteraard ook voor het werken zonder microscoop. Als zorgverlener bent u vaak met de patiënt en de verrichtingen bezig, maar vergeet vooral niet dat uzelf op de eerste plaats moet staan. Denk maar aan de zuurstofmaskers in het vliegtuig. U moet eerst uzelf helpen, voor u een ander kunt helpen. Een kwalitatief goede en prettige behandeling begint bij een ontspannen, geconcentreerde en dynamische behandelaar.

Bronnen: Hendriksen et al: Langdurig zitten, een nieuwe bedreiging voor onze gezondheid: TSG 2013, 1

Door: Amber Denekamp, ergonomiedeskundige en bedrijfsoefentherapeut specialist in tandheelkundige ergonomie. Gezond, comfortabel en klachtenvrij werken.

Amber Denekamp

Lees meer over: Ergonomie, Thema A-Z

Afwijkende mondgewoonten bij kinderen: wanneer is logopedie gewenst?

Over het algemeen richt de logopedie zich op spraak, stem, gehoor en taal. Een logopedist kan echter ook helpen bij het afleren van afwijkende mondgewoonten. Volgens de richtlijnen is een tandarts verplicht zijn of haar patiënt door te verwijzen wanneer er sprake is van afwijkend mondgedrag.

Groei en ontwikkeling

Skeletale opbouw

Elk persoon groeit anders en dit heeft invloed op de skeletale opbouw. Sagittaal kan er sprake zijn van een neutrorelatie, distorelatie of mesiorelatie. De verticale skeletale opbouw kan onderverdeeld worden in normale, convergente (short face) en divergente groei (long face ).  Mensen met een divergente groei zijn vaak lastig orthodontisch te behandelen.

Groei kaken

De bovenkaak groeit op relatieve jonge leeftijd. De onderkaak begint pas later (tegen het einde van de puberteit) met groeien en groeit langer door dan de lichamelijke lengte-groei. De groei van de onderkaak vindt plaats vanuit de ramus en de kaakkopjes en de groeirichting is daardoor naar voren en naar beneden (ventraal en caudaal.)

Hoe groei je divergent of convergent?

Het skeletale groeipatroon is onder andere afhankelijk van genetische factoren. Daarnaast spelen omgevingsfactoren ook een grote rol. Mensen met een mondademhaling vertonen vaak een meer verticaal groeipatroon met vaak een open beet als gevolg. Ook hebben de tong en de lip een grote invloed op het skeletale groeipatroon. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een sterke tong dan is dit te herkennen aan protrusie van frontelementen. Het gedrag van de tong en de lip is beïnvloedbaar, een logopedist kan helpen om deze afwijkende mondgewoonten te veranderen.

De logopedist: oro-myofunctionele therapie

Oro-myofunctionele therapie is een oefentherapie, die gericht is op het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren van het orofaciale skelet. De stand van gebitselementen wordt bepaald door extra-orale krachten (m.n. aangezichtsspieren) en door intra-orale krachten (m.n. tongspieren). Een tong is zodanig sterk dat het in staat is om elementen te verplaatsen.

Triangle of forces

De ‘triangle of forces’ bestaat uit:

  • Laterale wangdruk door de m. Masseter (extra-oraal)
  • Tongdruk (intra-oraal)
  • Lipdruk (extra-oraal)
  • Occlusie en eruptie krachten (intra-oraal)

Wanneer deze krachten in balans zijn, kunnen gebitselementen normaal groeien.

Het slikproces

Slikken is een reflex en daarom wordt er vaak gedacht dat je slikgedrag niet kunt beïnvloeden. Slikken bestaat echter uit vier fases waarvan de eerste twee bewust en willekeurig gebeuren en daardoor beïnvloedbaar zijn.

Tongpositie bij een goede slik

Bij een ‘goede slik’ wordt het voorste deel van de tong tegen alveolum en de front elementen in de bovenkaak geperst. Het middelste deel van de tong komt tegen het palatum en het achterste deel van de tong wordt onder een hoek van 45 graden tegen de pharyngeale wand aangedrukt. De slik verloopt met een negatieve druk in de pharynx.

Tongpositie bij afwijkende slik

Bij afwijkend slikgedrag wordt het voorste deel van de tong tegen of tussen de gebitselementen gedrukt. Het middelste deel van de tong is naar beneden geklapt of is uni/bilateraal verbreed en het achterste gedeelte van de tong drukt zich tegen het achterste gedeelte van het palatum.  De slik verloopt met een positieve druk in de pharynx en met een actieve m. mentalis. De kans op middenoorontsteking is hierdoor groter bij mensen met een afwijkende tongpositie tijdens slikken.

Afwijkende mondgewoonten

Onder afwijkende mondgewoonten vallen duimzuigen, vingerzuigen, liplikken, tongzuigen, speenzuigen, mondademen en vinger/nagelbijten. Wanneer deze afwijkende mondgewoonten worden geëlimineerd, zie je al heel snel het effect op de stand van de dentitie. Nu is de vraag: wordt de vorm bepaald door de functie of bepaalt de functie de vorm?

Bepaald afwijkend mondgedrag is vaak intra-oraal te herkennen.

  1. Afwijkende slik

Gevolgen van een afwijkende slik zijn: toename disto-occlusie, vergroote overjet, open beet, smal gotisch gehemelte, transversale compressie (kruisbeet), open beet, spacing in het front of end-to-end in het front (pseudo klasse 3)

  1. Open mond (long face syndrome)

Wanneer er sprake is van een open mond dan is er sprake van grotere kans op gingivitis en cariës. Andere kenmerken zijn toename van dento-alveolair hoogte, gummy smile, lang en divergent gezicht, smalle neus, vaker verkouden, ‘open groei’ waardoor de kans op OSAS in de toekomst groter is.

Preventie afwijkend mondgedrag

Preventie van afwijkend mondgedrag begint op jonge leeftijd. De zuigreflex stopt tussen 9-12 maanden normale voeding start rond de 4-8 maanden en spraak rond het eerste levensjaar. Belangrijk is dat op dat moment het afwijkende mondgedrag wordt afgeleerd. Op jonge leeftijd is dit veel makkelijker af te leren. Ook is het belangrijk dat de ouders de neusademhaling stimuleren bij een kind.

Wanneer moet de logopedist ingrijpen?

1. Eerste wisselfase

Wanneer er sprake is van afwijkende mondgewoonten tijdens de eerste wisselfase dan moet er gekeken worden of er sprake is van een dwangbeet of van slijtage. Wanneer dit het geval is dan is het goed het kind eerst naar de orthodontist te verwijzen en daarna kan het kind nog trainingen volgen bij de logopedist. Wanneer er geen sprake is van een dwangbeet of slijtage dan kan het kind eerst naar de logopedist gestuurd worden.

2. Tweede wisselfase

Wanneer er tijdens de tweede wisselfase sprake is van een overtuigde distorelatie of een kruisbeet dan is het goed om het kind eerst naar de orthodontist te sturen. Daarna kan nog gekeken worden of aanvullende behandeling bij de logopedist nodig is.

Volgorde therapie logopedist

Behandeling bij de logopedist gaat in de volgende volgorde:

  1. Afleren afwijkende mondgewoonten. Met deze stap valt of staat de therapie.
  2. Tongpositie in rust.
  3. Aanleren alveolaire slik.
  4. Verbeteren articulatie.
  5. Automatiseren. Deze stap is het lastigst.

Diagnostisch instrumentarium

Om de juiste diagnose te stellen wordt gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen:

  1. Force-scale: meet hoe sterk m. orbiculairis oris is.
  2. Payne-techniek: registreert de tongbewegingen met behulp van een past die op vier punten van de tong wordt aangebracht. Bij protrale en unilaterale/bilaterale tongbeweging is er na het slikken een streep in plaats van een stip zichtbaar.
  3. Measuring station 430: met dit instrument worden de m. masseter contractie, tongdruk en de compressie van de lip gemeten.

Wetenschap

Uit onderzoek blijkt dat er een grote kans bestaat op relapse (17-43%) wanneer iemand orthodontisch behandeld is voor een openbeet. Onderzoek laat zien dat OMFT-therapie zinvol is in combinatie met orthodontie.

Bekijk ook: 3 casussen: afwijkend mondgedrag corrigeren via OMFT

Bekijk de patiëntenfolder over afwijkend mondgedrag

Nicoline van der Kaaij studeerde in 2007 als tandarts af aan ACTA, direct aansluitend heeft ze daar haar specialisatie tot orthodontist gedaan. Sindsdien is ze werkzaam als algemeen praktiserend orthodontist en daarnaast is ze verbonden aan het Erasmus MC Sophia en aan ACTA. Ze is lid van het schisisteam van het Erasmus MC Sophia en houdt zich in Rotterdam bezig met orthodontie in het kader van schisis en andere bijzondere (aangeboren) afwijkingen. 

Peter Helderop studeerde logopedie aan de Leidse Hogeschool en heeft zich in 1989 gevestigd als logopedist in Vlaardingen en vanaf 1991 heeft hij acht andere vestigingen geopend. Twee van zijn logopediepraktijken zijn gevestigd in een tandartsenpraktijk. Daarnaast geeft hij lezingen OMFT en nascholingen Logopedie en Tandheelkunde. Hij is lid geweest van vele werkgroepen en commissies van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF). 

Verslag door Marieke Filius, onderzoeker bij de afdeling MKA-chirurgie, UMCG, voor dental INFO van de lezing van Nicoline van der Kaaij en Peter Helderop tijdens het congres Kindertandheelkunde van Bureau Kalker.

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Kindertandheelkunde, Thema A-Z