Kanker, cellen

Agressieve orale kanker mogelijk door parodontale pathogenen

Parodontale pathogenen dragen bij aan een zeer agressief oraal kankerfenotype via intracellulaire en inflammatoire signaalroutes. De probiotische en antimicrobiële peptide-bacteriocine nisine kan deze effecten remmen en heeft therapeutisch potentieel, aldus een recente dierstudie uit PLOS Pathogens.

OPCC komt relatief vaak voor

Oraal plaveiselcelcarcinoom (OPCC) is de vaakst voorkomende kwaadaardige orale tumor. Epidemiologische studies laten verbanden tussen parodontitis en mondkanker zien, maar er is weinig bekend over de bijdrage van parodontale pathogenen en mogelijk betrokken reguleringsmechanismen.

Dierstudie naar parodontale bacteriën

Onderzoekers van de afdeling orofaciale wetenschappen aan de University of California, San Francisco School of Dentistry veronderstelden dat parodontale bacteriën orale kanker bevorderen via specifieke gastheer-bacteriële interacties. Om dit te testen en te bepalen of nisinetherapie de reacties zou kunnen beïnvloeden werden muizen geïnjecteerd met OPCC-cellen met pathogenen. Ze werden vervolgens beoordeeld met behulp van twee verschillende assays.

Pathogenen versterken tumorvorming

Uit de resultaten bleek dat de belangrijke parodontale pathogenen Porphyromonas gingivalis, Treponema denticola en Fusobacterium nucleatum OPCC-celmigratie en -invasie verergerden. Ook versterkten ze de tumorvorming, allemaal zonder de celproliferatie of apoptose te beïnvloeden. Dit lijkt de agressiviteit van de kanker te bevorderen via overspraak tussen bepaalde signaalroutes, integrine/focale adhesiekinase (FAK) en toll-like receptor (TLR)/MyD88, schrijft de groep.

Nisine verkleint tumorvolumes

De muizen kregen vervolgens dagelijks 800 mg/kg lichaamsgewicht nisine toegediend. Na zeven weken vertoonden de muizen significant kleinere tumorvolumes vergeleken met de controlegroep. Volgens de auteurs zorgde nisine voor een veel lagere door pathogenen geïnduceerde tumorproductie.

Bacteriocine met antikankerpotentieel

De onderzoekers geloven dat dit de eerste studie is die direct bewijs levert voor het effect van een bacteriocine op de vorming van orale kanker. “Al met al werpen onze bevindingen nieuw licht op moleculaire mechanismen van pathogeen-gemedieerde carcinogenese en effenen ze de weg om het antikankerpotentieel van de bacteriocine nisine in orale carcinogenese beter te begrijpen”, schrijven ze.

Bron:
PLOS Pathogens

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z

Mogelijk verband tussen parodontitis en colorectale kanker

Parodontitis werd eerder al gelinkt aan onder andere borst-, hoofd en nek- en alvleesklierkanker. Nieuw onderzoek geeft aan dat de ziekte ook wordt geassocieerd met een verhoogd risico op twee voorlopers van colorectale kanker.

Verbanden tussen parodontitis en andere ziektes

Meer dan 40 % van de Amerikaanse volwassenen wordt getroffen door parodontitis. Het is dus essentieel om eventuele links met andere ziektes te ontdekken. Tot nu toe was er weinig onderzoek naar de verbanden tussen parodontitis en colorectale kanker maar hoofdauteur Chun-Han Lo, postdoctoraal onderzoeker bij de Clinical and Translational Epidemiology Unit and Division of Gastroenterology aan het Massachuttets General Hospital en de Harvard Medical School, en collega’s hebben er nu informatie over verzameld.

Zelfrapportage van colorectale poliepen en adenomen

In Cancer Prevention Research schrijven ze over hun onderzoek waarbij ze prospectief informatie verzamelden over parodontitis en tandverlies bij deelnemers aan de Nurses’ Health Study (1992-2002) en de Health Professionals Follow-up Study (1992-2010). Deelnemers aan deze studies meldden via zelfgerapporteerde vragenlijsten of ze ooit de diagnose colorectale poliepen of adenomen hadden gekregen. De onderzoekers bevestigden dit met behulp van medische dossiers.
In totaal deden 42.486 mensen mee aan de studie en werden de gegevens gebruikt van 84.714 endoscopieën van personen. Deze gegevens werden gebruikt om te kijken hoe vaak twee soorten colorectale neoplasmata voorkomen die zich vaak ontwikkelen tot kanker: gekartelde poliepen en conventionele adenomen.

Parodontitis verhoogt risico op adenomen en poliepen

Deelnemers met parodontitis hadden een 11 % groter risico op conventionele adenomen en 17 % meer kans op een gekartelde poliep, vergeleken met mensen met een gezonde mond. Dit laatste getal liep op tot 20 % bij mensen die vier of meer tanden hadden verloren.

Meer tandverlies gelinkt aan groter risico

Interessant is ook dat des te meer tanden iemand met parodontitis verloor, des te groter het risico was op het ontwikkelen van geavanceerde conventionele adenomen: 28 % bij een tot drie tanden tegenover 36 % bij vier of meer verloren tanden. Dit geldt voor zowel rokers als niet-rokers, terwijl roken een bekende oorzaak is voor parodontitis en colorectale kanker.

Geen diverse populatie

De studie was volgens de onderzoekers gecontroleerd op andere bekende risicofactoren voor darmkanker als BMI en het niveau van fysieke activiteit. Beperkingen omvatten echter de zelfrapportage en het feit dat meeste deelnemers wit waren. De resultaten moeten worden bevestigd in meer diverse populaties.
Resultaten benadrukken belang goede mondgezondheid
Desondanks vinden Lo et al. dat de resultaten het belang van een goede mondgezondheid benadrukken. “Onze bevindingen bevorderen ons begrip van de wisselwerking tussen mondgezondheid, microbioom en vroege colorectale carcinogenese”, schreven ze.

Bron:
Cancer Prevention Research

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
slapen, vrouw, bed

Screenen op het OSA-risico bij parodontitis patiënten

Obstructief Slaap Apneu (OSA) heeft een behoorlijke impact op het welzijn van een individu. Parodontoloog Alexander Verhelst onderzocht een mogelijke associatie van parodontitis en het risico voor OSA in een pilotstudie. Samenvattend kan er gesteld worden dat parodontitis patiënten vaker in de ‘hoog risico’ categorie voor OSA vallen.

Parodontitis

Parodontitis is een multifactoriële chronische inflammatoire ziekte waarbij, indien adequate behandeling uitblijft, de tand-ondersteunende weefsels zoals het alveolaire bot, afgebroken worden. Dit kan uiteindelijk resulteren in tandverlies. Verschillende factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan/in stand houden van parodontitis. Een slechte mondhygiëne, roken, stress en een genetische predispositie zijn enkele van deze factoren. Ook de algemene gezondheidsstatus (immune fitness) van een patiënt is van invloed op parodontitis. Denk hierbij bijvoorbeeld aan diabetes, hart- en vaatziekten en obesitas. Bovendien hebben de zojuist beschreven factoren een wisselwerking met elkaar, waardoor parodontitis een uiterst complexe aandoening is. Zodoende wordt parodontitis gezien als een chronische immuun aandoening (chronic immune disorder, CID). Milde/matige parodontitis komt voor bij zo’n 46% van de volwassen bevolking, terwijl de ernstige variant bij ongeveer 10% van de volwassenen voorkomt.

Obstructief Slaap Apneu (OSA)

Obstructief slaap apneu (OSA) is een veel voorkomende aandoening en wordt veroorzaakt door een obstructie van de luchtweg tijdens de slaap. Een dergelijke obstructie lijdt tot een reductie van de hoeveelheid zuurstof in het bloed. Als gevolg wordt het sympathische zenuwstelsel geactiveerd, wat resulteert in een zogenaamd arousel. Dat wil zeggen, dat de persoon in kwestie ontwaakt om weer voldoende zuurstof binnen te krijgen door een ademteug te nemen.
Afhankelijk van het aantal ademstops dat een persoon per nacht heeft en de zuurstofreductie, kan een OSA-patiënt zich behoorlijk moe voelen. Bovendien vergroot OSA het risico op een aantal systemische aandoeningen, zoals hartfalen, hoge bloeddruk en diabetes. Anderzijds kunnen systemische factoren een negatieve invloed hebben op OSA. Obesitas is het meest gecorreleerd aan (de ernst van) OSA, maar ook andere chronische immuun aandoeningen, zoals diabetes en hart-en vaatziekten zijn van invloed op OSA. Voorts worden OSA-patiënten vaker geconfronteerd met depressies en verkeersongevallen.

In Nederland is de prevalentie van OSA 6,4% in de volwassen populatie, echter blijkt uit verschillende studies dat een aanzienlijk deel hiervan niet gediagnosticeerd is. In de literatuur is beschreven dat tot 82% van de mannen en 92% van de vrouwen met OSA niet gediagnosticeerd zijn.

Screening

Idealiter wordt er bij het vermoeden van OSA een slaaponderzoek, een zogenaamde polysomnografie (PSG) uitgevoerd. Tezamen met een beschrijving van eventuele klachten, kan er aan de hand van een PSG de diagnose ‘OSA’ gesteld worden. Zo’n slaaponderzoek is echter kostbaar en arbeidsintensief. Zodoende wordt er naarstig naar mogelijkheden gezocht om te screenen op de ‘hoog-risico’ patiënten. Eén van de beschikbare screeningtools is een gevalideerde vragenlijst die het risico op OSA aangeeft, zoals beschreven door Eijsvogel et al., 2016. Op deze manier zou er gerichter naar de tweedelijns zorgverleners verwezen kunnen worden voor een aanvullend slaaponderzoek.

Voor parodontitis bestaat er reeds een dergelijke screeningstool: de Periodieke Parodontale Screening, afgekort als ‘PPS,’ welke de opvolger is van de ‘DPSI.’ Tandartsen en mondhygiënisten scoren de PPS-waarde tijdens het periodiek controlebezoek van een patiënt.

Doel van het onderzoek

Aangezien OSA een behoorlijke impact op het welzijn van een individu kan hebben en veel factoren zowel bij OSA als parodontitis gezien worden, zou er verondersteld kunnen worden dat parodontitis patiënten automatisch vaker een ‘hoog risico’ voor OSA hebben. Daar is in de wetenschappelijke literatuur echter nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Zodoende hebben wij besloten hier onderzoek naar te doen. Dit is de eerste studie waarin een mogelijke associatie met parodontitis en het risico voor OSA met de door Eijsvogel beschreven vragenlijst onderzocht wordt, waardoor dit onderzoek geclassificeerd is als een pilot studie.

Materiaal en methode

Patiënten selectie

Voor ons onderzoek hebben we in een cross-sectionele setting parodontitis patiënten en controle patiënten van de tandheelkundige universiteit in Amsterdam (ACTA) gerekruteerd. Beide groepen waren minimaal 40 jaar oud. De controle individuen hadden een PPS-score van 2 of minder en op de maximaal één jaar oude bitewings, was geen approximaal botverlies zichtbaar. Parodontitis werd gediagnosticeerd op de parodontologie afdeling van ACTA bij patiënten die voor een parodontitis behandeling waren ingestuurd naar deze afdeling.

Vragenlijst

Beide groepen vulden een gevalideerde vragenlijst in, waarmee het risico op het hebben van OSA berekend kon worden. Nadien werden deze scores onderverdeeld in een ‘laag risico’ (<35%), een ‘matig risico’ (35%-55%) en een ‘hoog risico’ (>55%) op het hebben van OSA. Alle deelnemers kregen de uitslag toegestuurd, eventueel voorzien van het advies om contact met de huisarts op te nemen voor eventuele aanvullende diagnostiek. De studie is goedgekeurd door de medisch ethische commissie.

Resultaten

Achtergrond informatie van de studiepopulatie

Uiteindelijk waren er 77 niet-parodontitis patiënten en 70 parodontitis patiënten beschikbaar voor data-analyse. Beide groepen hadden een gemiddelde leeftijd van 54 jaar. Zowel in de controle- als in de parodontitis groep lag de gemiddelde BMI rond de 26 kg/m2 en had ruim de helft van de deelnemers een BMI van 25 kg/m2. Twaalf procent van de controles en 34% van de parodontitis patiënten waren actieve rokers. In beide groepen had 1/3 van de individuen een hoge bloeddruk.

Het risico op het hebben van OSA

Het totale risico op het hebben van OSA was 34% voor de controles en 39% voor de parodontitis patiënten. Wanneer er onderscheid werd gemaakt op basis van de OSA risico categorieën, zagen we dat van zowel de controles als de parodontitis patiënten, ongeveer de helft in het ‘lage risicoprofiel’ voor OSA viel. Echter, daar waar slechts 9% van de controle individuen terug te vinden was in de ‘hoog risicogroep’ voor OSA, bleek 21% van de parodontitis patiënten in de ‘hoog risicogroep’ te vallen. Dit was een significant verschil.

Conclusie

Samenvattend kan er gesteld worden dat parodontitis patiënten vaker in de ‘hoog risico’ categorie voor OSA vallen. Uiteraard is dit slechts een pilot studie met beperkte aantallen. Aanvullend onderzoek is wenselijk om hier robuustere uitspraken over te doen en om mogelijk een causaal verband te achterhalen.

Klinische relevantie

Aangezien de tandarts en mondhygiënist regelmatig patiënten ziet voor reguliere controles, zou er in een tandheelkundige setting een rol weggelegd kunnen zijn voor de tandheelkundig professional om preventief te screenen op OSA bij parodontitis patiënten. Hiermee zouden een hoop (onnodige) comborbiditeiten voorkomen kunnen worden en kan de kwaliteit van leven van de OSA-patiënt aanzienlijk verbeteren.

Het onderzoek is ingestuurd naar Oral Health and Preventive Dentistry voor publicatie;
Screening for the risk of OSA in periodontitis patients. A pilot study. Verhelst et al., 2021, manuscript.

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z

Vaker parodontitis bij mensen die derde molaren behouden

Volwassenen die de derde molaren behouden hebben vaker parodontitis ook al hebben ze geen hogere waardes C-reacties proteïne. Het komt vaker voor bij zwarte mensen, Iberiërs en mensen met sociaaleconomische nadelen, volgens een recente studie gepubliceerd in Public Health.

Verband derde molaren en tandvleesaandoeningen

Er is bewijs dat asymptomatische derde molaren (M3) kunnen bijdragen aan tandvleesaandoeningen. Op zijn beurt wordt parodontitis, dat bij ongeveer de helft van de Amerikaanse bevolking voorkomt, steeds meer in verband gebracht met systemische ziekten als hartaandoeningen, diabetes en obesitas. Het is dus belangrijk om dergelijke verbanden te onderzoeken.

Wetenschappers aan het College of Nursing and Health Sciences aan de University of Massachusetts Boston evalueerden daarom de verbanden tussen de aanwezigheid van verstandskiezen, parodontitis en serum C-reactief proteïne (CRP) in de volwassen Amerikaanse bevolking. CRP is een indicator van systemische ontsteking die wordt geassocieerd met parodontitis en mogelijk een aanpasbare risicofactor is voor hart- en vaatziekten.

Grotere kans op parodontitis met minstens een verstandskies

De studie bestond uit een secundaire data-analyse van de National Health and Nutrition Examination Survey 2009-2010. In totaal deden 3752 mensen van 30 jaar en ouder deel aan het parodontale onderzoek. Hiervan hadden 39% minstens een van hun derde molaren behouden, en 41% had parodontitis. De kans op parodontitis was 61% groter wanneer iemand minstens een verstandskies nog had.

Geen relatie M3-aanwezigheid en CRP-waardes

De aanwezigheid van derde molaren was het hoogst bij mannen, jongvolwassenen, Afro-Amerikanen, Iberiërs, lager-opgeleiden en deelnemers met een laag inkomen. Gecorrigeerd voor sociodemografische en gezondheidskenmerken werd M3-aanwezigheid onafhankelijk geassocieerd met parodontitis met een odds ratio (OR) van 1,61. Ook was er een onafhankelijk verband tussen parodontitis en verhoogde CRP-waardes (OR 1,35), maar niet tussen M3-aanwezigheid en verhoogde CRP-waardes (OR 1,02).

Cross-sectionele studie

Een limitatie van het onderzoek is dat er geen oorzakelijke verbanden kunnen worden geclaimd doordat het cross-sectionele studie is. Desondanks is het aannemelijk dat het behouden van verstandskiezen voorafgaat aan de ontwikkeling van tandvleesaandoeningen, schrijven de onderzoekers.

Verder onderzoek nodig

De verwachte associaties tussen M3-aanwezigheid en parodontitis werden gevonden maar het is nog niet duidelijk waarom het zo is. “Longitudinaal onderzoek is nodig om te bepalen of de retentie van derde molaren bijdraagt aan parodontitis en andere mogelijke gevolgen voor de gezondheid, en verder om te onderzoeken of deze relaties worden verzacht door gezondheidsgedrag en andere factoren”, schreven ze.

Bron:
Public Health

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Tanden

Minstens elke 24 uur tandenpoetsen vaak genoeg voor parodontale patiënten

Het zelf uitvoeren van mechanische plaquecontroles (Engels: self‐performed mechanical plaque control, SPC) met een frequentie van 12 of 24 uur lijkt voldoende om tandvleesontsteking onder controle te houden, in tegenstelling tot een frequentie van 48 uur. Dit blijkt uit een onderzoek met proefpersonen met een voorgeschiedenis van parodontitis en staat beschreven in een recente JCP Digest.

Mondhygiëneroutines om parodontitis te voorkomen

Het onderhouden van effectieve mondhygiëneroutines is belangrijk om gingivitis en daarmee parodontitis te voorkomen, waaronder het regelmatig verstoren van tandplak door zelf uitgevoerde mechanische plaquecontroles met behulp van tandenborstels en aanvullende interdentale apparaten. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat dit elke 12 of 24 uur moet gebeuren om het tandvlees gezond te houden.

Doeltreffendheid van SPC bij mensen met parodontitisverleden

Er is echter geen bewijs met betrekking tot de doeltreffendheid van SPC bij mensen met een geschiedenis van parodontitis die deelnemen aan een periodiek parodontaal onderhoudsprogramma. Onderzoekers uit Brazilië en de VS hebben daarom met een gerandomiseerde klinische proef het effect van SPC op tandvleesgezondheid bij 42 proefpersonen uit deze groep mensen onderzocht.

Tussenpozen van 12, 24 en 48 uur

De deelnemers werden in drie groepen verdeeld en moesten SPC uitvoeren met tussenpozen van 12, 24 of 48 uur. De plaque-index (PI) en gingivale index (GI) werden bij aanvang van de studie en na 15, 30 en 90 dagen geëvalueerd. Daarnaast werden sonderingsdieptes, klinische aanhechtingsniveaus en bloeden bij sonderen aan het begin en na dagen 30 en 90 beoordeeld.

Significant verschil tussen 48-uurs- en andere groepen

Na 90 dagen was de gemiddelde GI significant hoger bij de 48-uursgroep in vergelijking met de 12- en 24-uursgroepen. Deze groep was ook als enige niet in staat om het tandvlees gezond te houden wanneer GI = 2 scores werden overwogen. Verder nam de gemiddelde PI bij patiënten die SPC om de twee dagen uitvoerden meer toe dan bij de andere patiënten. Hoewel de gemiddelde PI bij de 12- en 24-uursgroepen toenam tijdens de eerste 15 dagen bleef de score daarna stabiel. Dit was niet het geval bij de 48-uursgroep, die daarnaast ook tweemaal zoveel plaatsen met tandvleesontsteking en -bloeding vertoonde.

Beoordelen naleving protocol lastig

Een limitatie van het onderzoek is dat het beoordelen van de naleving van het studieprotocol door deelnemers moeilijk is in dit type RCT-setting. Ook was het gebruik van interdentale apparaten niet gestandaardiseerd tussen alle groepen. Daarnaast schrijven de auteurs dat hun conclusies alleen gelden voor proefpersonen met een voorgeschiedenis van parodontitis met een hoge standaard mondhygiëne.

De resultaten suggereren volgens de onderzoekers desondanks dat SPC met een frequentie van 12 of 24 uur, samen met consistente parodontale onderhoudsbezoeken, “voldoende lijkt om gingivale ontsteking te beheersen”.

Bron:
JCP Digest

Lees meer over: Mondhygiëne, Parodontologie, Thema A-Z
Mogelijk verband tussen parodontitis en cognitieve stoornissen bij volwassenen

Mogelijk verband tussen parodontitis en cognitieve stoornissen bij volwassenen

Mensen met parodontitis hebben mogelijk meer kans op cognitieve achteruitgang dan mensen zonder tandvleesontsteking. Dit blijkt uit een systematische review die recent werd gepubliceerd in Frontiers in Neurology.

Bijdragen aan ontsteking elders in lichaam

Parodontitis is een orale ontstekingsziekte en kan bijdragen aan laaggradige systemische ontsteking blijkt uit verschillende onderzoeken. Er is gemeld dat de ziekte ook ontstekingsprocessen door het hele lichaam kan bevorderen, zo ook in het zenuwstelsel.

Systematische review

Om deze reden hebben veel epidemiologische studies een mogelijk verband tussen parodontitis en milde cognitieve stoornissen of dementie onderzocht. Het doel van een studie van een samenwerking tussen onderzoekers uit Brazilië en Canada was om het bewijs met betrekking tot de associatie tussen parodontitis en cognitieve achteruitgang bij volwassen patiënten te evalueren.

Daartoe doorzochten ze meerdere medisch-wetenschappelijke databases op studies waarin de intellectuele prestaties van volwassen deelnemers met en zonder parodontitis werden onderzocht. Na uitsluiting van duplicaten en onderzoeken zonder controlegroep bleven er acht puur observationele onderzoeken over.

Onderzoeken bij volwassenen

Het merendeel van de onderzoeken onderzochten volwassenen van 50 jaar en ouder. Met behulp van bijvoorbeeld dieptemetingen en/of antistoffen tegen de bacterie die parodontitis veroorzaakt werd bepaald of de ziekte aanwezig was. Voor het meten van intellectuele prestaties werden naast de mini mentale status test (MMST) en andere geheugentests gebruikt gemaakt van de Wechsler intelligentieschaal voor volwassenen en een test waarbij getallen actief moeten worden uitgewisseld.

Alle publicaties wijzen op verband

De resultaten van alle publicaties wezen op een verband tussen parodontitis en cognitieve stoornissen. De studie bracht kleine problemen aan het licht in de individuele onderzoeken maar vond ze allemaal betrouwbaar met slechts een laag risico op bias.

Drie mogelijk mechanismes

Er worden drie mogelijke mechanismes beschreven door de auteurs hoe een ontsteking in de mondholte de hersenen kan aantasten: een direct proces via de bloedbaan, een indirect proces via ontstekingsmediatoren en een inductie van expressie van bloedplaatjesaggregatie-eiwitten.

Parodontitis oorzaak of gevolg?

Het is echter ook mogelijk dat mensen met cognitieve achteruitgang juist een mindere orale hygiëne onderhouden. Het kan dus niet worden uitgesloten dat parodontitis een symptoom of gevolg is van dementie, en niet een van de triggers.

Diagnose en behandeling parodontitis essentieel

Er is verder onderzoek nodig om de oorzaak-gevolgrelatie goed te onderzoeken. In de tussentijd blijft diagnose en behandeling van chronische parodontitis essentieel om het kwaliteit van leven de bevorderen – vooral voor ouderen volwassenen, schrijven de auteurs.

Bron:
Frontiers in Neurology

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Mechanisme parodontitis en metabool syndroom ontdekt

Mechanisme parodontitis en metabool syndroom ontdekt

Onderzoekers hebben een nieuw mechanisme ontdekt waarmee parodontitis het metabool syndroom kan veroorzaken. De studie door onderzoekers van Tokyo Medical and Dental University laat ziet welk effect parodontitis kan hebben op het hele lichaam.

Insulineresistentiesyndroom

Het metabool syndroom, ook wel insulineresistentiesyndroom genoemd, is een aandoening waarbij een persoon een combinatie van diabetes, obesitas en een hoge bloeddruk (hypertensie) heeft. Van parodontitis is bekend dat het een belangrijke risicofactor is voor dit syndroom.

Correlatie antilichaamtiters en verhoogde insulineresistentie

De wetenschappers analyseerden eerst antilichaamtiters tegen Porphyromonas gingivalis – de bacterie die tandvleesaandoeningen veroorzaakt – in het bloed van mensen met het metabool syndroom. Ze vonden een positieve correlatie tussen antilichaamtiters en verhoogde insulineresistentie. Dit toont aan dat metabool syndroompatiënten een immuunrespons hadden ontwikkeld en waarschijnlijk een infectie met Porphyromonas gingivalis hadden gehad.

Mechanisme bepalen met muizen

Met behulp van muizen probeerden de auteurs om het mechanisme achter de observatie te begrijpen. Muizen op een vetrijk dieet die de bacterie via de mond toegediend kregen ontwikkelden een verhoogde insulineresistentie en vetinfiltratie, en lagere glucoseopname in de skeletspier vergeleken met muizen die geen bacteriën kregen.

Veranderingen in darmmicrobioom

Om uit te vinden hoe Porphyromonas gingivalis systemische ontsteking en metabool syndroom konden veroorzaken richtten de onderzoekers zich op het darmmicrobioom. Ze ontdekten dat het darmmicrobioom significant veranderd was bij muizen die de bacterie kregen. Dit zou de vermindering in insulinegevoeligheid kunnen verklaren.

Opvallende resultaten

“Dit zijn opvallende resultaten die een mechanisme verschaffen dat ten grondslag ligt aan de relatie tussen de infectie met de parodontale bacterie Porphyromonas gingivalis en de ontwikkeling van metabool syndroom en metabole disfunctie in skeletspieren”, zegt een van de auteurs over het onderzoek.

Bron:
ScienceDaily

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Parodontale regeneratie voordeliger dan extractie bij intrabony defecten

Parodontale regeneratie voordeliger dan extractie bij intrabony defecten

Parodontale regeneratie (PR) kan de prognose van ‘verloren’ tanden veranderen en is een goedkoper alternatief voor de extractie van tanden. Hoewel de behandelmethode zijn beperkingen heeft, kan het wel voordelig zijn bij intrabony defecten, aldus een recente JCP Digest.

Prognose verloren tanden verbeteren

Bij patiënten met parodontitis stadium III en IV kan een regeneratieve behandeling worden gebruikt om op de lange termijn de prognose voor ernstig aangetaste tanden met diepe verticale intrabony defecten te veranderen. In tanden die zijn aangetast door ernstig aanhechtingsverlies tot aan of voorbij de top kan de methode een alternatief zijn voor het trekken en vervangen van tanden.

Studie naar periode van 10 jaar

Een studie uit Italië heeft regeneratieve behandelingen vergeleken met extractie en tandvervanging bij patiënten met de prognose ‘verloren’. Er werd gekeken naar klinische, economische en door patiënten gerapporteerde OHIP-14 uitkomsten tijdens een periode van tien jaar.

Regeneratie versus extractie

In totaal werden vijftig deelnemers met parodontitis stadium III en IV gevolgd. De helft maakte deel uit van de testgroep en ondergingen parodontale regeneratie, de andere helft was de controlegroep die een behandeling kreeg bestaande uit extractie en vervanging van verloren tanden. De proefpersonen werden op een parodontaal zorgprogramma geplaatst met herhalingsintervallen om de drie maanden en jaarlijkse onderzoeken.

Iets lager overlevingspercentage maar goede stabiliteit

Uit de resultaten blijkt dat het overlevingspercentage van geregenereerde tanden na tien jaar 88% vergeleken met 100% van de vervangen tanden. De overlevingstijd zonder complicaties verschilde met minimaal 6.7 jaar en 7.3 voor de test- en controlegroep respectievelijk niet significant.

Parodontale regeneratie zorgde na een jaar voor een gemiddelde klinische aanhechtingswinst van 7.3mm ± 2.3.mm en een resterende pocketdiepte van gemiddeld 3.4mm ± 0.8mm. Bij vijf- en tienjarige follow-ups bleken deze waardes niet te zijn veranderd wat duidt op een goede stabiliteit in succesvolle gevallen.

Goedkoper alternatief

Verder bleek dat PR over de gehele periode van tien jaar bekeken goedkoper is dan extractie en vervanging. Hoewel de aanvankelijke behandeling duurder is, kostte regeneratie in de jaren erna significant minder.

Kwaliteit van leven verbeterd

Tot slot rapporteren de auteurs dat patiënten in beide groepen aangeven dat hun kwaliteit van leven op het gebied van mondgezondheid verbeterd was, hoewel de RP-groep het meest positief was. Ook waren beide groepen tevreden over hun behandeling. Zowel een als na tien jaar na de behandeling hadden deelnemers minder zorgen over hun kauwfunctie en esthetiek.

OHIP-14-scores onverwacht goed

De OHIP-14 scores van de testgroep waren zelfs onverwacht goed dat de resultaten moeten worden bevestigd, schrijft JCP Digest. Ook werden alle gevallen in deze studie gekenmerkt door de aanwezigheid van bot op de aangrenzende tanden. Daarom kunnen de uitkomsten niet worden gegeneraliseerd naar andersoortige gevallen.

Regeneratie heeft in bepaalde gevallen voorkeur

Desondanks denken de onderzoekers dat parodontale regeneratie voor bepaalde gevallen van intrabony defecten de voorkeur kan hebben boven extractie. Het economische aspect en het feit dat patiënten waarschijnlijk de voorkeur geven aan tandretentie boven extractie en prothetische revalidatie zijn belangrijke aspecten die bij de behandelingskeuze in acht moeten worden genomen.

Bron:
JCP Digest

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Geld

Parodontitis kost Europa miljarden euro’s

Parodontitis kostte Europese landen in 2018 158,6 miljard euro. Dat blijkt uit een analyse die op 30 mei in het Journal of Parodontology is gepubliceerd.

De studie analyseerde de directe en indirecte economische lasten van parodontitis in de VS en 32 Europese landen. Er is gekeken naar de wereldwijde uitgaven voor gezondheid, tandheelkundige en parodontale aandoeningen. Het internationale team van auteurs koos voor 2018 omdat dit het meest recente jaar is met uitgebreide data beschikbaar.

“Deze resultaten tonen aan dat de economische last van parodontitis aanzienlijk is en dat de indirecte kosten aanzienlijk zijn”, schrijven de auteurs, geleid door João Botelho, een parodontologie-onderzoeker aan het Instituto Universitário Egas Moniz in Almada, Portugal.

Directe en indirecte kosten

Om de totale kosten van parodontitis te begrijpen, bestudeerden de auteurs de werkelijke ziektekosten en de geschatte kosten die verband houden met productiviteitsverliezen en orale gevolgen. Ze gebruikten gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie, het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Omdat het in de meeste landen niet mogelijk was om het percentage parodontale uitgaven te achterhalen, schatten de auteurs dat aantal op 3,45%, het percentage dat werd gevonden door de Duitse wettelijke ziekteverzekering.

In 2018 bedroegen alleen al de directe kosten van parodontitis de Europeanen rechtstreeks 2,5 miljard euro. De indirecte kosten bedroegen €197,1 miljard. De meeste indirecte kosten waren te wijten aan klachten gerelateerd aan parodontitis en wortelcariës, merkten de auteurs op. Duitsland, Frankrijk en het VK hadden de grootste productiviteitsverliezen als gevolg van parodontitis.

Totale zorgkosten

De kosten van parodontitis maken deel uit van de grotere zorg- en tandheelkundige uitgaven. In Europa gaven burgers in totaal 1,7 biljoen euro uit aan zorg. De totale kosten van directe tandheelkundige behandelingen alleen al waren 73 miljard euro.

“Deze resultaten bieden verontrustend bewijs over de onmiskenbare impact die parodontitis heeft op de economie”, schrijven de auteurs.

Invloed van corona

De auteurs voeren aan dat er meer nationale gegevens nodig zijn om de directe kosten van parodontitis beter te begrijpen. Dit is vooral belangrijk in de nasleep van de COVID-19-pandemie en de daaruit voortvloeiende economische laagconjunctuur. De crisis heeft geleid tot een slechtere mond- en algehele gezondheid.

“Om deze reden kunnen we vermoeden dat parodontitis nog meer kan voorkomen met vermoedelijk een grotere economische impact”, schrijven de onderzoekers. “Meer dan ooit is het van fundamenteel belang om parodontale volksgezondheidsmaatregelen te versterken en te communiceren met nationale en continentale partijen.”

Tekortkomingen

Het onderzoek had enkele tekortkomingen. Een aantal bronnen beschikte over onvoldoende informatie en nationale statistieken missen vaak de totale kosten van parodontale behandelingen. De kosten kunnen ook worden onderschat omdat sommige therapieën, zoals chirurgische therapie, niet altijd als gezondheidsstatistieken worden geregistreerd.

Bron:
Journal of Periodontology

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Nieuwe behandeling zou parodontale ziekteverwekkers volledig kunnen uitroeien

E. gingivalis onderschatte bron van parodontitis

Entamoeba gingivalis, een parasiet die in de mond wordt aangetroffen, kan een onderschatte bron van ontsteking en parodontitis zijn, volgens een studie gepubliceerd in het Journal of Dental Research.

Het elimineren van de parasiet, die het tandvlees binnendringt en zich voedt met gastheercellen, kan volgens de auteurs de effectiviteit van de behandeling en de resultaten op lange termijn verbeteren bij patiënten met tandvleesaandoeningen.

“Onze resultaten vergroten de bekendheid van Entamoeba gingivalis als een potentiële en tot op heden onderschatte microbiële aanjager van destructieve vormen van parodontitis “, schreef de groep onder leiding van Arne Schäfer, PhD, hoofd van de afdeling parodontologie van het Charité Institute of Dental and Craniofacial Sciences in Berlijn.

Parodontitis

Parodontitis is een van de meest voorkomende chronische ziekten ter wereld. Het succes van de behandeling is vaak van korte duur en een gebrek aan behandeling kan tandverlies veroorzaken. Bovendien is de ziekte in verband gebracht met een groter risico op artritis, hart- en vaatziekten, en kanker.

Patiënten met parodontitis vertonen een afname in de diversiteit van het orale microbioom, wat overeenkomt met een stijging van de frequentie van E. gingivalis. De parasiet dringt het mondslijmvlies binnen en vernietigt tandvleesweefsel, waardoor een groter aantal bacteriën het weefsel kan binnendringen. Deze positive feedback loop verergert ontstekingen en weefselvernietiging, aldus de auteurs.

Nieuwe bevindingen

E. gingivalis werd gevonden op 77% van de ontstoken parodontale plaatsen en 22% van de gezonde plaatsen bij patiënten met parodontitis (51 van de 158 deelnemers), wat een verband aantoont tussen orale ontsteking en kolonisatie, aldus Schäfer en collega’s.

De parasiet werd gevonden in de mondholte van 15% van de 107 deelnemers die geen tandvleesaandoening hadden, merkten de auteurs op. Het directe contact van E. gingivalis met gingivale epitheelcellen remde de celgroei en leidde uiteindelijk tot celdood, schreven ze.

Bekend destructief genoom

Wetenschappers waren al bekend met het virale potentieel van dit genoom van amoeben. Zo veroorzaakt de gastro-intestinale parasiet E. histolytica een ziekte die bekend staat als amebiasis, een van de meest voorkomende doodsoorzaken door parasitaire ziekten wereldwijd. De huidige studie toont parallellen tussen E. gingivalis en E. histolytica; beide vertonen vergelijkbare mechanismen van weefselinvasie en wekken vergelijkbare immuunreacties op bij de gastheer.

Huidige parodontale behandelingen houden geen rekening met het potentieel van infectie door E. gingivalis. De studie, die geen beperkingen had, zou clinici moeten laten nadenken over de manier waarop ze tandvleesaandoeningen behandelen, schreven de auteurs. “Uitvoerend tandartsen moeten ervoor zorgen dat ontstoken parodontale zones en weefsel van deze protozoa worden ontdaan”, concludeerden ze.

Bron:
Journal of Dental Research

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Parodontitispathogeen-veroorzaakt-Alzheimerverschijnselen-in-hersenen

Parodontitispathogeen veroorzaakt Alzheimerverschijnselen in hersenen

Porphyromonas gingivalis, het belangrijkste pathogeen dat chronische parodontitis veroorzaakt, is geïdentificeerd in de hersenen van patiënten met de ziekte van Alzheimer (AD) en kan symptomen van de ziekte veroorzaken. Onderzoekers denken dat deze informatie kan worden gebruikt om nieuwe behandelingen tegen de ziekte te ontwikkelen.

Gingipains aanwezig in hersenen

Parodontitis wordt veroorzaakt door onevenwichtigheden in het microbioom van de mond. Een belangrijke aanjager hiervan is P. gingivalis en gebruikt gingipains om eiwitten af te breken, dit is de primaire energiebron van de bacterie. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat deze enzymen aanwezig waren in meer dan 90% van de postmortale hersenen van patiënten met de ziekte van Alzheimer.

Potentiële rol bij ziekte

Gingipains zijn dan ook lang onderzocht op hun potentiële rol bij de ziekte. Een recente studie die werd gepubliceerd in het Journal of Alzheimer’s Disease had als doel om het effect van de bacterie en bijbehorend enzym op neuronen te bestuderen.

Neuronen geïnfecteerd met P. gingivalis

Neuronen afkomstig van door mensen geïnduceerde pluripotente stamcellen werden in vitro geïnfecteerd met P. gingivalis en gingipains. De bacteriën kunnen namelijk infiltreren en blijven bestaan in volwassen menselijke neuronen die actieve gingipains tot expressie brengen. De resultaten werden na 24, 48 en 72 uur verzameld.

Tekenen van Alzheimer na twee dagen

Na 48 uur vertoonden de neuronen verschillende tekenen van de ziekte van Alzheimer. “Geïnfecteerde neuronen vertonen tekenen van AD-achtige neuropathologie, waaronder de accumulatie van autofagische vacuolen en multivesiculaire lichamen, verstoring van het cytoskelet, een toename van de fosfotau/tau-verhouding en synapsverlies”, schreef de groep onder leiding van Ursula Haditsch, PhD, een senior wetenschapper bij het biofarmaceutische bedrijf Cortexyme.

Onderzoek naar behandelingen

Synapsverlies veroorzaakt sensorische, motorische en cognitieve stoornissen en is volgens de groep een van de vroegst bekende indicatoren van de ziekte van Alzheimer. De resultaten van dit onderzoek benadrukken de noodzaak om P. gingivalis te bestuderen en de mogelijkheid om deze ziekteverwekker te gebruiken bij het ontwikkelen van behandelingen. De beschreven in vitro-methode geeft een nieuwe, goede optie om hier onderzoek naar te doen.

Bron:
Journal of Alzheimer’s Disease

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Praktische-tips-voor-behandeling-van-parodontitis-fase

Praktische tips voor behandeling van parodontitis fase I-III

Parodontitis is een complexe multifactoriële aandoening, maar in élke patiënt met parodontitis is plaque aanwezig, omdat er anders geen parodontitis kan ontstaan. Het is van groot belang te identificeren welke risicofactoren daarnaast aanwezig zijn, omdat deze per individu verschillen (bijv. roken, stress, diabetes, etc.). Biologische sleutel-componenten die, naast de risicofactoren, medeverantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van parodontitis zijn microbiële disbalans en een hyper-inflammatoire host response.

Genetische prepositie kan aangepast worden; door gedragsverandering kan het risico verlaagd worden en de waarschijnlijkheid dat iemand parodontitis ontwikkeld, ook verlaagd worden.
De risicofactor is geen statisch gegeven, geen feit. Gedurende het leven, en bij grote life-events, kan het risico veranderen.

Trap van parodontale zorg “P.R.I.C.E.”

P -> Populatie: dit omvat preventie, educatie, bewustwording, zelfzorg en mondhygiëne.
-> Risico-inschatting: Voorgeschiedenis van de patiënt, Oral Health Risk Assesment, zorgplan, instructies voor verbeteren van de mondgezondheid.
-> Interventie: vroege interventie, professionele reiniging van supra en sub-gingivale biofilm, tandsteenverwijdering, aanvullende therapie.
C -> Controle: hoe reageert de gingiva op de ingestelde behandeling, hoe hoog is het individuele risico? De plekken die niet reageren op eerdere behandeling, mogelijk chirurgisch behandelen.
E -> Exit: levenslang parodontaal ondersteunende nazorg, rehabilitatie en extractie.

Stappenplan parodontale behandeling

Vooraf

Voordat gestart wordt met de parodontale behandeling, worden de parodontaal verloren elementen geëxtraheerd.

Stap 1

Uitleg van de ziekte aan de patiënt en vaststellen van risicofactoren. Dit houdt in dat wordt bepaald hoe vatbaar een bepaald individu is voor het ontwikkelen van parodontitis. De patiënt wordt vervolgens ingedeeld in hoog/gemiddeld/laag risico. Daarna volgt een instructie van mondhygiëne, een op het individu toegespitste gedragsverandering (verbeteren zelfzorg, stoppen met roken, verandering van dieet en verminderde koolhydraatinname, gewichtsverlies), PMPR (professional mechanical plaque removal), supra-gingivaal scalen, verwijderen van plaque-retentie factoren en profylaxe. Wanneer een patiënt al álles aan plaqueverwijdering doet, dan is het verstandig te focussen op eliminatie van risico-factoren.

Deze stap is ook van belang om parodontale gezondheid te béhouden en om patiënten met gingivitis te behandelen. Van álle stappen zorgt stap 1 voor de grootste afname van aantal aangedane plekken in de mond door parodontitis.
Risico-inschatting en gedragsverandering zijn hierbij de belangrijkste punten, het implementeren van gedragsverandering vereist een individuele aanpak.

Stap 2

Professionele tandsteen verwijdering sub- en supragingivaal, herhalen van mondhygiëne instructies en belang van zelfzorg, en aanpak van risico-factoren.

Na 3 maanden volgt Stap 3:

Stap 3

Diepe parodontale reiniging, met name van de niet-responderende plekken, opnieuw instructies voor zelfreiniging, overwegen aanvullende therapie (bijv. specifieke medicatie of mondspoeling) en chirurgie. Deze stap wordt vaak uitgevoerd door tandarts of parodontoloog.

Na 3 maanden volgt Stap 4:

Stap 4

Onderhoudsfase, hierbij wordt ondersteunende zorg geboden, voor behoud van pockets van 4 mm of minder.

Recall

Bij parodontaal gezonde patiënten, en bij patiënten met gingivitis geldt een recall-termijn van 6 maanden. Als het een hoog-risico patiënt betreft of een patiënt met een systemische aandoening, geldt er een recall-termijn van 3 maanden.

Primaire preventie

Voorkomen dat iemand met gingivitis uiteindelijk parodontitis ontwikkelt.

Secundaire preventie

Voorkomen dat iemand die in het verleden parodontitis heeft doorgemaakt en hiervoor succesvol is behandeld, dit opnieuw ontwikkelt. Hierdoor voorkom je dat er vérdere botafbraak plaats vindt.

Effectiviteit

Hoe effectief is elke stap van de therapie? Elke volgende stap van de therapie neemt af in mate van effectiviteit (gemeten in afname van aangedane plekken) en neemt toe in kosten.

Echter, wanneer iemand een hoog risico-profiel heeft voor het ontwikkelen van parodontitis en deze patiënt krijgt de juiste behandeling en ondersteuning, dan gaan er gemiddeld 1.9 elementen verloren in 12 jaar. Dit is best redelijk.

Bij patiënten met diabetes mellitus wordt vaak een verstoorde wondgenezing gezien en een toename aan ontstekingsreacties. Verder wordt er vooral bij patiënten met een ongecontroleerde diabetes mellitus, een grote toename aan aanhechtingsverlies gezien.

Bij patiënten die roken ontstaat er een slechtere doorbloeding, waardoor er een slechtere lokale afweer (fagocytose en diapedesis), slechtere genezing (fibroblasten-functie) en een toename in ontsteking is. Wanneer het aantal “packyears” toeneemt, neemt ook het klinisch aanhechtingsverlies toe. Dit laat een klassieke dosis-response verhouding zijn bij rokers.

Het is een complexe ethische discussie of (stevige) rokers voor parodontitis moeten worden behandeld, omdat behandeling zeer waarschijnlijk niet zal leiden tot stabilisatie van het ziekteproces en ook niet tot behoud van de gebitselementen, tenzij de patiënt stopt met roken. Het is belangrijk dit gesprek met de patiënt aan te gaan, en een informed consent te bereiken. Het is mogelijk een soort “palliatieve parodontale zorg” te verlenen, waarbij niet al te veel tijd wordt besteed aan worteloppervlakte therapie. Bij rokers wordt afgeraden om parodontale chirurgie uit te voeren, vanwege de slechte wondgenezing. Chirurgie kan in dit geval de situatie juist verérgeren.

Bij patiënten met parodontitis wordt het gebruik van een elektrische tandenborstel aangeraden, omdat sommige elektrische tandenborstels een iets betere plaquecontrole opleveren. Echter moeten in de overweging ook de economische (kan een patiënt het betalen?) en de milieu-technische aspecten mee worden genomen. Flossen wordt niet aangeraden als eerste keus van interdentale reiniging bij patiënten die voor parodontitis zijn behandeld, en in het onderhoudsprogramma zitten. Dit, omdat de ruimtes vaak te groot zijn en flossen hierdoor niet effectief is en rageren wel. Mochten er plekken in de mond zijn waar géén rager doorheen past, dan wordt daar het gebruik van flossdraad weer wél geadviseerd.

Spreker: Ian Needleman, professor of periodontology and evidence-informed healthcare bij UCL Eastman Dental Institute in London, Verenigd Koninkrijk

Verslag door Jacolien Wismeijer, tandarts, voor dental INFO van de lezing van prof. Ian Needleman tijdens de EFP Virtual PerioSession.

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z

Patent voor nieuwe behandelmethode parodontitis

Nieuwe, biologisch afbreekbare staafjes gecombineerd met een al eerder goedgekeurd actief ingrediënt beloven volgens onderzoekers een betere behandeling voor parodontitis. De innovatie, waarop recentelijk patent is aangevraagd, zou patiënten veel bijwerkingen moeten besparen.

Veelvoorkomende tandvleesontsteking

Parodontitis verstoort de barrièrefunctie van het lichaam waardoor het hele lichaam negatief beïnvloed wordt. Hierdoor kan het onder andere hartaanvallen of longontsteking veroorzaken.

Negatieve gevolgen van antibiotica

Om de oorspronkelijke ontsteking tegen te gaan worden vaak antibiotica toegediend. Wanneer dit in pilvorm gebeurt wordt echter vaak het hele lichaam belast door vervelende bijwerkingen. Daarnaast is de mogelijke ontwikkeling van antibioticaresistentie ook een gevaar bij deze behandelmethode.

Nieuw systeem voor afgifte alleen in de mond

Onderzoekers van de Martin-Luther-Universität Halle-Wittenberg hebben daarom een medicijnafgiftesysteem ontworpen waardoor het antibioticum alleen in de mond werkt en niet door het hele lichaam. Voor dit doel combineerden ze bewezen antibiotica (minocycline) met een eveneens bewezen farmaceutisch hulpmiddel (magnesiumstearaat).
Dit complex laat het antibioticum langzaam ter plaatse vrij, aldus professor Karsten Mäder, hoofd van het Instituut voor Farmacie aan MLU. Zijn groep vond daarnaast een manier om het gemakkelijk toe te dienen door farmaceutische polymeren te gebruiken.

Biologisch afbreekbare staafles

Met deze chemische stoffen produceerden de onderzoekers flexibele, biologisch afbreekbare staafjes die het antibioticum bevatten. De kleine staafjes kunnen in de pocket worden gestoken en worden door het lichaam afgebroken. De ontwikkeling is al zo ver gevorderd dat grootschalige productie mogelijk zou moeten zijn.

Patentaanvraag door meerdere partijen

Het patent voor de werkzame stof en de samenstelling ervan is aangevraagd door MLU samen met het Fraunhofer Instituut voor Cel Therapie en Immunologie IZI en het Fraunhofer Instituut voor Microstructuur van Materialen en Systemen IMWS in Halle, en de Kliniek voor Tandheelkunde van de Universiteit van Bern.

Start-up gaat medicijn op markt brengen

Het medicijn kan snel geïmplementeerd worden in klinische studies omdat alle ingrediënten al op de markt beschikbaar zijn. Ook de productietechnieken kunnen binnen enkele jaren marktklaar zijn. Een start-upbedrijf van Fraunhofer IZI zal de verdere ontwikkeling en daaropvolgende marktintroductie uitvoeren.
Bron:
International Journal of Pharmaceutics
ScienceDaily

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z

Parodontitis verhoogt risico op hart- en vaatziekten

Onderzoekers van Malmö University in Zweden zeggen dat ze een duidelijke link tussen parodontitis, verkalking van de halsslagader en hartaandoeningen hebben gevonden. Ze benadrukken daarom het belang voor tandheelkundige en gezondheidsdiensten om nauwer samen te werken.

SNAC onderzoekt behoefte aan verzorging oudere bevolking

Het onderzoek, uitgevoerd door promovendus Viveca Wallin Bengtsson, maakt deel uit van de Swedish National Studing on Aging and Care (SNAC). Het doel van deze grote studie is om de behoefte aan verzorging bij de oudere bevolking te identificeren.

Onderzoek naar parodontitis, verkalking en beroertes

Terwijl ze als een tandarts werkte, bestudeerde Wallin Bengtsson de relatie tussen atherosclerose en parodontitis. Ook keek ze of op röntgenfoto’s zichtbare verkalking geassocieerd waren met toekomstige beroertes en/of hart- en vaatziekten gedurende 13 jaar.

Daarnaast onderzocht de promovendus of personen met parodontitis een groter risico liepen op een ischemische beroerte of overlijden tijdens een follow-up periode van 17 jaar. De studie richtte zich alleen op inwoners van het Karlskrona-gebied van 60 jaar en ouder omdat dit de enige locatie is waar SNAC de tandheelkundige diensten monitorde.

Vervolgonderzoek op lange termijn

Met behulp van panoramische röntgenfoto’s werden botniveaus en de aanwezigheid van verkalking rond de tanden onderzocht. Het is volgens de Wallin Bengtsson vrij uniek om dergelijke vervolgonderzoeken over lange termijn uit te kunnen voeren.

Parodontitis leidt tot grotere sterfkans en verhoogd risico op ziekten

Uit de resultaten bleek duidelijk dat mensen met parodontitis een grotere kans hebben om te sterven. Ook hebben ze meer kans op verkalking van de halsslagader, wat weer gekoppeld is aan hart- en vaatziekten. Verder lopen ze in de loop van de tijd een verhoogd risico op ischemische hartziekten.

Nauwere samenwerking tussen tandheelkundige en gezondheidszorg

Wallin Bengtsson benadrukte dat tandartsen röntgenfoto’s zorgvuldig moeten analyseren omdat parodontitis gevolgen kan hebben voor andere delen van het lichaam. “De mond is een essentieel onderdeel van ons lichaam. Tandheelkundige en gezondheidsdiensten moeten daarom nauwer samenwerken.”

“Wanneer verkalking wordt gedetecteerd met röntgenfoto’s, moet de patiënt worden geïnformeerd en worden doorverwezen naar de gezondheidszorg voor verder onderzoek. Bovendien zou een nauwere samenwerking leiden tot verbeterde preventieve tandheelkundige zorg.”

Bron:
Malmö University

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Parodontitis verhoogt het risico op bacteriën in donorbloed

Parodontitis verhoogt het risico op bacteriën in donorbloed

Mensen met parodontitis die bloed doneren lopen het risico om bloed af te geven dat besmet is met bacteriën. Het gedoneerde bloed wordt namelijk niet gecontroleerd op dergelijke bacteriën waardoor transfusiepatiënten kwetsbaarder worden voor ziekenhuisinfectie, blijkt uit een studie gepubliceerd in Blood Transfusion.

Veelvoorkomende ziekenhuisprocedure

Elk jaar worden meer dan 100 miljoen eenheden bloed getransfundeerd, waarmee het een van de meest voorkomende ziekenhuisprocedures is die vele levens redt. Infecties die worden veroorzaakt door geïntroduceerde bacteriën bij een patiënt blijven belangrijke oorzaken van mortaliteit en morbiditeit na de transfusie.

Test op infectieziekten

In Nederland wordt al het gedoneerde bloed getest op vijf infectieziekten die via bloed overdraagbaar zijn: hiv, hepatitis B, C en E, en syfilis. Het wordt echter niet gescreend op parodontitis. Bacteriën kunnen dus op de biofilms van patiënten achterblijven die uiteindelijk door de bloedbaan kunnen reizen en infecties kunnen veroorzaken.

Onderzoek bij bloeddonoren

Een nieuwe studie van de Faculteit Gezondheid en Medische Wetenschappen aan de Universiteit van Kopenhagen en de Afdeling Klinische Immunologie, Regio Seeland toont aan dat het risico op bacteriële besmetting toeneemt als donoren en parodontitis lijden. Het onderzoek omvatte zestig zelfgerapporteerde gezonde bloeddonoren die ouder waren dan 50.

Aerobe en anaerobe incubatie

De bloedmonsters werden volgens standaardprotocollen verdeeld in plasma-, buffy coat- en rode bloedcel(RBC)-fracties. De buffy-coat werd gescreend voor bacteriële besmeting met BacT/ALERT. Monsters van de plasma- en RBC-fracties werden gedurende zeven dagen anaeroob en aeroob geïncubeerd op trypticase-soja-agar (TSA). Met behulp van polymerasekettingreactie en primers gericht op het 16S ribosomale RNA werden de bacteriën geïdentificeerd.

Meer bacteriën bij donoren met parodontitis

48% van de donoren bleek een tandvleesaandoening te hebben waarvan bij 62% bacteriegroei plaatsvond op ten minste één van de vier platen die was geïnoculeerd met plasma of rode bloedcellen. Ter vergelijking, dit was bij slechts 13% van de platen van niet-parodontitispatiënten het geval. De prevalentie van bacteriën was 6,4 keer hoger was in het bloed dat werd gedoneerd door mensen met parodontitis vergeleken met degenen die geen ernstige tandvleesontsteking hadden. Bovendien kon volgens de auteurs de BacT/ALERT geen besmetting detecteren in ook maar een van de monsters van de donoren.

Tijd om screeningsmethoden te updaten

De onderzoekers zeggen dat ze niet weten of de geobserveerde bacteriegroei een klinische impact heeft. Ook benadrukken ze dat het veilig is om een bloedtransfusie te ontvangen. Wel suggereert de studie dat het tijd is om de huidige screeningsmethoden te beoordelen en updaten. “Maar echt, het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat iedereen de mond ziet als een onderdeel van ons organisme. Kortom, ziekten in de mond kunnen onze algehele gezondheidstoestand beïnvloeden”, zeggen ze.

Bron:
Blood Transfusion

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Parodontitis mogelijke oorzaak van complicaties tijdens en na zwangerschap

Parodontitis mogelijke oorzaak van complicaties tijdens en na zwangerschap

Na het bestuderen van de medische gegevens van meer dan 100 vrouwen, ontdekten de onderzoekers dat vrouwen met ernstige parodontitis tijdens de zwangerschap meer kans hadden op vroegtijdige membraanbreuk of waterbreuk, en ontsteking van de vulva en vagina. Hun kinderen hadden ook meer kans op foetale groeivermindering.

Verhoogde kans op aandoeningen

“Ernstige parodontitis verhoogde de kans op neonatale en maternale aandoeningen, zoals beperkingen van de foetale groei, vulvovaginitis en voortijdige breuk van het membraan”, schreven de auteurs, een team van onderzoekers van de afdeling kindergeneeskunde van de Botucatu Medical School in Brazilië. “Onze resultaten benadrukken het belang van deze onderzoeken naar parodontitis tijdens de zwangerschap en de relevantie van de evaluatie van de mondgezondheid tijdens prenatale zorg.”

Zwangere vrouwen zijn al gevoeliger voor parodontitis, gedeeltelijk vanwege hoge oestrogeen- en progesteronspiegels. Parodontitis bij zwangere vrouwen kan ook andere ontstekingsaandoeningen veroorzaken of verergeren. Bovendien heeft eerder onderzoek parodontitis gekoppeld aan vroeggeboorte, zwangerschapsdiabetes en pre-eclampsie.

De onderzoekers bestudeerden de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van parodontitis tijdens de zwangerschap op de gezondheid van moeder en kind. Hun studie omvatte 138 zwangere vrouwen die bevielen in een ziekenhuis in Botucatu, Brazilië. De vrouwen waren allemaal in goede algemene gezondheid in het tweede trimester van de zwangerschap.

Ongeveer tweederde van de vrouwen ondervond parodontitis tijdens hun zwangerschap en 18% had ernstige parodontitis. Het ervaren van ernstige parodontitis bleek negatieve gevolgen te hebben voor zowel de gezondheid van moeders als pasgeborenen. Zo waren de kansen op beperking van de foetale groei 11 keer hoger bij vrouwen met ernstige parodontitis dan bij vrouwen zonder parodontitis. Bovendien hadden vrouwen met ernstige parodontitis 5,6 keer meer kans op voortijdige breuk van het membraan en 3,5 keer meer kans op vulvovaginitis.

Beperkingen van het onderzoek

De auteurs merkten twee belangrijke beperkingen op van hun onderzoek. Ten eerste omvatte de studie een relatief kleine steekproefgrootte, wat resulteerde in een laag aantal negatieve gezondheidsresultaten waarvan bekend is dat ze voorkomen bij parodontitis. Bovendien konden de auteurs niet bepalen of de vrouwen een tandheelkundige behandeling ontvingen na een diagnose van parodontitis.

“Op basis van de resultaten van deze studie, is het onze bedoeling om kennis en perceptie te stimuleren dat de mondgezondheid van de zwangere vrouwen zeer relevant is om negatieve gevolgen voor moeder en kind te voorkomen”, schreven ze. “We zijn ook van plan om verbeteringen in de preventie en behandeling van parodontitis tijdens prenatale follow-up te bevorderen, gezien de impact ervan op de gezondheidszorg van moeders en kinderen.”

Bron:
Plos One

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
Airpolishing-met-kunstmatige-zoetstof

Airpolishing met kunstmatige zoetstof verbetert resultaten van subgingivale instrumentatie

Het gebruik van een airpolishpoeder met een suikeralcohol tijdens niet-chirurgische parodontale behandelingen kan positieve resultaten opleveren voor patiënten. Uit onderzoek gepubliceerd in BMC Oral Health blijkt dat de kunstmatige zoetstof erythritol de behoefte van parodontale chirurgie kan verminderen.

De gouden standaard

Subgingivale instrumentatie (SI) om biofilm en tandsteen te verwijderen wordt beschouwd als de gouden standaard bij de niet-chirurgische behandeling van parodontitis. Hoewel de behandeling effectief is voor het controleren van de infectie vereist het voortdurend onderhoud. Artsen blijven daarom zoeken naar manieren om betere resultaten te behalen.

Polijsten met een zoetstof

Recentelijk is erythritol als een airpolishingpoeder aan het spectrum van mogelijkheden toegevoegd. Het is aangetoond dat subgingivale airpolishing met glycine mogelijk effectiever is om de subgingivale biofilm te verwijderen dan hand- en ultrasone instrumenten. Erythritol is een suikeralcohol dat kleiner is dan glycine en ook geschikt is voor het verwijderen van biofilm. Er zijn echter slechts beperkte gegevens over of het gebruiken van deze kunstmatige zoetstof gunstig is voor het klinische resultaat tijdens SI.

Klinische proef

De wetenschappers onderzochten dit met behulp van een gerandomiseerde klinische proef. Een groep van 42 patiënten met matige tot ernstige parodontitis ondergingen subgingivale instrumentatie, de helft met airpolishing met behulp van een mondstuk plus erythritolpoeder en de helft zonder. Gingivale creviculaire vloeistof en subgingivale biofilmmonsters werden verzameld van de deelnemers. Ze werden verder geanalyseerd op bloeding bij sonderen, sondediepte, aanhechtingsniveau, vier geselecteerde micro-organismen en twee biomarkers. Dit gebeurde voor en drie en zes maanden na de behandeling.

Minder bacteriën na airpolishing

In beide groepen verbeterden de sondediepte, aanhechtingsniveau en bloeden bij sonderen drie en zes maanden na SI. De airpolishing verminderde het bloeden bij sonderen niet meer dan standaard subgingivale instrumentatie. De groep die was behandeld met erythritol had significant minder plekken met een sondediepte van minstens 5 mm dan de controlegroep. Ook was er bij patiënten in deze groep na zes maanden een vermindering in Tannerella forsythia en Treponeme denticola, twee bacteriën die worden gelinkt aan parodontitis.

Parodontale chirurgie verminderen

De bevindingen zijn bemoedigend maar de studie had verschillende beperkingen. Zo werd er geen rekening gehouden met patiëntgerelateerde factoren en was er geen controlegroep waarin het mondstuk zonder airpolishingpoeder werd gebruikt. Desondanks kan SI met erytritol- airpolishingpoeder gunstige effecten kan hebben en “de noodzaak van parodontale chirurgie verminderen”, schrijven de onderzoekers.

Bron:
BMC Oral Health

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z
restaureren - kapotte tand

Prepareren en restaureren met respect voor het parodontium

Het parodontium kan ongunstig reageren op een restauratieve behandeling van gebitselementen. Sjoerd Smeekens legde tijdens het congres ‘PARO: multidisciplinair’ aan de hand van casussen uit hoe je kunt prepareren en restaureren met respect voor het parodontium.

Het parodontium kan ongunstig reageren op een restauratieve behandeling van gebitselementen. Sjoerd Smeekens legde tijdens het congres ‘PARO: multidisciplinair’ aan de hand van casussen uit of de ongunstige reactie van het parodontium ontstaat door:

  1. het materiaal;
  2. de aansluiting van de restauratie;
  3. de locatie van de restauratierand;
  4. de preparatievorm of
  5. de vorm van de restauratie of een combinatie van deze factoren. Op basis van de antwoorden gaf hij klinische richtlijnen om parodontale problemen rond restauraties te voorkomen en te genezen.

Tandvleesproblemen rondom kronen

De eerste casus gaat over een patiënt die vijf jaar geleden keramische kronen heeft laten plaatsen. Nu heeft hij last van zijn tandvlees rondom de kronen en ruikt hij uit zijn mond.  Op de intra orale foto van de zijdelingse delen is te zien dat er geen restauraties aanwezig zijn en ziet de gingiva er wel gezond uit. Ook uit de parodontiumstatus blijkt dat er minder problemen zijn op plekken waar geen restauraties zitten. De eerste vraag is of het materiaal verantwoordelijk is voor de tandvleesproblemen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijken sommige restauratiematerialen goed en andere minder goed te functioneren wat betreft de invloed op parodontale gezondheid. Keramische materialen trekken de minste plak aan en amalgaam de meeste. Composiet- en glasionomeer restauraties komen op een gedeelde  tweede plaats. Kunststof en niet-edelmateriaal zitten tussen composiet en amalgaam in. Wat betreft gingival index scoort kunststof het slechtst. Omdat kunststof doorgaans als tijdelijk restauratiemateriaal wordt gebruikt voordat indirecte restauraties geplaatst worden, is de vraag of dit zinvol is bij patiënten met parodontale problematiek.

Materiaal

Het materiaal blijkt niet doorslaggevend te zijn. Een uitstapje naar een ander klinisch voorbeeld van  een patiënt met aanvankelijk vergevorderde parodontitis laat zien dat zelfs acht jaar na plaatsing van tijdelijke kronen uit kunststof een gezonde parodontale situatie aanwezig is.

Aansluiting van restauratieranden

Een goede aansluiting van de restauratierand is wel heel belangrijk. De aansluitingen waren voorheen niet optimaal bij de eerste patiënt. Niet bij iedereen geeft dit echter significante problemen. Onderzoek laat zien dat bij parodontaal-gevoelige patiënten een onvoldoende randaansluiting wel tot destructie kan leiden. Maar dat weet je niet altijd van tevoren. Er bestaat geen test die duidelijk kan maken, wie wel en wie niet gevoelig is. Daarom altijd de randaansluitingen zo optimaal mogelijk maken. Dit is niet eenvoudig en kost veel moeite.

Locatie van de restauratierand

Als je op de röntgenfoto ziet, dat cariës dicht bij het bot is, dan is dit vaak klinisch ook zo. Je restauratie komt dan diep te liggen. Wat doet de locatie van de restauratierand met de parodontale gezondheid? De locatie van de restauratierand speelt een bepalende rol in de reactie van het parodontium. Indien de rand te dicht bij het bot ligt en dus de biologische breedte beschadigd is, dan ontstaat er een chronische ontsteking of recessie. Welke vorm optreedt, is afhankelijk van de weefseldikte. Je moet dus weten tot hoever je restauratie intrasulculair kan lopen. Je moet weten dat 1 mm boven het bot de bindweefselaanhechting zit. Hierboven bevindt zich 1 mm epitheliale aanhechting en dan volgt de sulcus. Een restauratie te dicht op het bot is niet gunstig. Zolang men niet door de epitheliale aanhechting heen gaat met een restauratie, kan er een gezonde situatie ontstaan of blijven. Klinisch kunnen we niet vaststellen waar de epitheliale aanhechting begint, tenzij we tot op het bot meten. Gemiddeld dient de afstand tussen restauratie en bot ten minste 2,5 mm te zijn ondanks individuele variatie. Als je ook maar op één stukje door de epitheliale aanhechting gaat, geeft dat 360 graden rondom het element een reactie. Er zijn twee opties als de biologische breedte beschadigd is: Chirurgische kroonverlenging, of het element coronaal verplaatsen (extrusie).

Kroonverlenging

Hierna volgde wederom een casus. Deze patiënt heeft net nieuwe kronen en heeft last van het tandvlees. Het tandvlees is verschillend in hoogte. Er zijn slecht sluitende kronen en de biologische breedte is beschadigd. Vanwege de coronale positie van de gingiva ten opzichte van de buurelementen staat een kroonverlenging in de voorgrond . Een chirurgische kroonverlenging met verwijderen van bot (ostectomie) kent twee opties: met of zonder het opklappen van de gingiva. Essentieel is dat na de ostectomie de genoemde afstand van 2,5mm afstand tussen botrand en prospectieve restauratierand ontstaat. Daarnaast dient het onderliggende wortelcement niet beschadigd te raken.

Extrusie

 “Volgens mij zit mijn kroon los, als ik zuig”, meldde een patiënt. Er kan onder een kroon ineens gigantische cariës komen als de rand niet meer afsluit. Een vieze smaak duidt op een lekkende restauratie. De lekkende  kroon kwam er uiteindelijk uit en het onderliggende gebitselement was volledig aangetast. Er was zonder aanvullende therapie geen omvatting van de pijler meer mogelijk en het behandelen van de cariës zou de biologische breedte beschadigen.  De patiënt wilde het gebitselement en de oorspronkelijke correcte hoogte van de gingiva zo houden. In zulke gevallen is een  snelle orthodontische extrusie zinvol. Er vindt dan geen apicale verplaatsing plaats van de gingiva en de botrand zoals bij een kroonverlenging wel het geval zou zijn. Een andere optie, de chirurgische extrusie – het extraheren van het element en coronaal terugplaatsen – vergt ervaring, met een hoger risico op complicaties.

Orthodontische snelle extrusie hoeft niet per definitie te betekenen dat er orthodontische brackets gebruikt moeten worden zoals deze casus laat zien. Een alternatief is: alle cariës weghalen, een metalen haakje in dit geval in de vorm van een endo-naald tijdelijk in het wortelkanaal cementeren, de oude kroon buccaal aan buurelementen spalken en vervolgens een elastiekje plaatsen van het haakje naar de palatinale opening in de oude kroon. Het elastiekje zal een verticale beweging van het element veroorzaken. Dit kan relatief snel gaan. Drie weken later had er in dit geval genoeg extrusie plaats gevonden om het element te kunnen omvatten en op te bouwen. De cervicale doorschemering door de gingiva als gevolg van het donker verkleurde dentine door de jarenlang aanwezige metalen stift is zelden te voorkomen en is er ook niet uit te bleken.

”Margin elevation”

 Als er een diep subgingivale restauratierand is en kroonverlenging en extrusie allebei niet in de voorgrond staan, wat kun je dan doen?

Een voorbeeld: een jonge patiënt heeft een knobbel verloren na een subgingivale horizontale fractuur. De tandarts heeft ooit geprobeerd om een goede restauratie te maken en die loopt diep door. Deze vulling lekt. Het is onverstandig deze casus slechts lokaal te analyseren. Het vlak van de occlusie klopt niet en het krachtenspel in de mond is erg ongunstig. Het is zinvol om dit te corrigeren, zeker omdat er frontimplantaten zijn. De patiënt geeft aan inderdaad last te hebben bij het kauwen.

Eerst moet de gezondheid teruggebracht worden in het gebit. Er is een indicatie om bij het subgingivaal gefractureerde element een indirecte restauratie te maken. De diepe fractuur maakt verschillende behandelingsstappen complexer. Het prepareren, de afdruk, de afsluiting van de tijdelijke voorziening en het adhesief plaatsen is lastig. Om deze problemen te omzeilen kan een ‘margin elevation’of ‘box elevation’ worden doorgevoerd. In plaats van de confrontatie met de diepe rand tijdens verschillende stappen wordt in één zitting geprobeerd om een ideale cervicale afsluiting in composiet te creëren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van retractiedraden, cofferdam, expasyl, teflontape en een matrixband om optimale droge omstandigheden te krijgen. De indirecte restauratie eindigt vervolgens supragingivaal in het composiet.

Preparatievorm

 De preparatievorm bepaalt de uiteindelijke pasvorm/aansluiting van indirecte restauraties en heeft daarmee dus invloed op de parodontale gezondheid. Een duidelijk begrensde afgeronde schouder- of chamferpreparatie op de juiste locatie verhoogt de precisie van de analoge afdruk of digitale scan. Dit is te bereiken door het gebruik van  afgeronde boren en retractiedraad in de sulcus. Daarnaast bestaat er minder risico op het (opnieuw) beschadigen van de biologische breedte .

Vorm van de restauratie

Aan de hand van een laatste casus wordt gekeken naar de invloed van de contour van de restauratie op de gezondheid van het parodontium. Het blijkt dat een overgecontoureerde restauratie geen negatieve invloed op het parodontium heeft mits er gezorgd is voor een goede aansluiting en een juiste randlocatie.

Sjoerd Smeekens is afgestudeerd in 1997 in Nederland. Hij volgde een 10-jarige opleiding in Zwitserland en Duitsland. Hij is specialist in reconstructieve tandheelkunde. Hij is eigenaar van een privépraktijk en een opleidingscentrum in Beuningen.

Verslag door Lieneke Steverink-Jorna van de lezing van Sjoerd Smeekens tijdens het congres PARO: multidisciplinair.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Kennis, Parodontologie, Thema A-Z
Tandvleesaandoeningen gelinkt aan COVID-19-complicaties

Tandvleesaandoeningen gelinkt aan COVID-19-complicaties

Ontstekingen in de mondholte kunnen mogelijk de deur kan openen voor het gewelddadiger worden van het coronavirus. Parodontitispatiënten die COVID-19 krijgen lopen een groter risico op IC-opname, behoefte aan beademing en overlijden, zo blijkt uit een recente studie gepubliceerd in het Journal of Clinical Periodontology.

Ontsteking die door lichaam kan verspreiden

Parodontitis treft tot de helft van alle volwassenen wereldwijd. Wanneer de ontsteking van het tandvlees niet wordt behandeld kan de ontsteking door het hele lichaam verspreiden. COVID-19 is geassocieerd met een ontstekingsrespons die men fataal kan worden. Daarom onderzocht een groep wetenschappers uit Qatar, Spanje en Canada de relatie tussen tandvleesontstekingen en COVID-19-complicaties.

Onderzoek met behulp van medische dossiers

Er werd een landelijk case-control-onderzoek uitgevoerd in Qatar, waar ze elektronische medische dossiers hebben met medische en tandheelkundige gegevens. De studie omvatte 568 patiënten bij wie COVID-19 werd vastgesteld tussen februari en juli 2020. 40 hiervan hadden complicaties (opname op de intensive care, beademingsvereiste of overlijden). Informatie werd verzameld over tandvleesaandoeningen en andere factoren die mogelijk verband houden met COVID-19-complicaties, zoals roken, bloedspiegels en body mass index (BMI).

Hogere risico op complicaties bij parodontitispatiënten

Van de 568 COVID-19-patiënten had 45% tandvleesaandoeningen. De odds ratio’s (OR) voor complicaties bij patiënten met parodontitis vergeleken met degenen zonder waren 3,67 voor alle COVID-19-complicaties. Gesplitst per complicatie kwamen de OR’s uit op 3,54 voor IC-opname, 4,57 voor beademingsvereiste en maar liefst 8,81 voor overlijden. De resultaten waren gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, BMI, rookstatus en andere aandoeningen.

Ontsteking kan verhoogde complicaties verklaren

Ook waren de bloedspiegels van markers die duiden op ontsteking in het lichaam significant hoger bij COVID-19-patiënten met tandvleesaandoeningen in vergelijking met degenen die dat niet hadden. Dit suggereert dat ontsteking de verhoogde complicaties kan verklaren, volgens de auteurs.

Infectie en beademing

Een van de onderzoekers merkte op dat orale bacteriën bij parodontitispatiënten kunnen worden ingeademd en de longen kunnen infecteren. Vooral bij patiënten die aan de beademing liggen kan dit bijdragen aan de achteruitgang van COVID-patiënten. “Ziekenhuispersoneel moet COVID-19-patiënten met parodontitis identificeren en orale antiseptica gebruiken om de overdracht van bacteriën te verminderen”, zegt hij.

Mondgezondheid moet belangrijk onderdeel zorg worden

In het algemeen zeggen de wetenschappers dat “als er een oorzakelijk verband wordt gelegd tussen parodontitis en een verhoogd aantal nadelige gevolgen bij COVID-19-patiënten, kan het verkrijgen en behouden van parodontale gezondheid een belangrijk onderdeel worden van de zorg voor deze patiënten.” Ook zou mondzorg een onderdeel moeten zijn van de gezondheidsaanbevelingen om het risico op complicaties bij COVID-19 te verminderen.

Tandheelkundige zorg noodzakelijk

Ten slotte wordt er gesteld dat de studie nóg een verband tussen tandvleesaandoeningen en systemische gezondheid benadrukt. Het onderzoek “herhaalt de noodzaak van voortdurende, levenslange tandheelkundige zorg voor mensen die vatbaar zijn voor tandvleesaandoeningen en een sterke preventieve benadering van parodontitis voor populaties” in het algemeen.

Bron: EFP
Journal of Clinical Periodontology

 

Lees meer over: Corona, Parodontologie, Thema A-Z
De rol van schimmels, archaea, protisten en virussen bij parodontitis: een update

De rol van schimmels, archaea, protisten en virussen bij parodontitis: een update

Sinds de opkomst van de orale microbiologie staan bacteriën in het middelpunt van de belangstelling. Dit komt omdat bacteriën relatief eenvoudig te onderzoeken zijn.

Kweek en microscopie waren in de beginjaren veelgebruikte instrumenten om bacteriën en hun eigenschappen te onderzoeken. Het is dus niet gek dat we op dit terrein heel veel kennis hebben vergaard. Voor andere micro-organismen was relatief weinig aandacht, vooral omdat het erg lastig en kostbaar was om deze micro-organismen te onderzoeken. Ook op het terrein van de parodontologie ging de meeste aandacht uit naar de rol van bacteriën. Met de opkomst van de zogenaamde omics lijkt daar verandering in te komen.

Omics

Omics is een verzamelnaam voor allerlei moderne detectietechnieken. Voorbeelden van omics zijn genomics, proteomics, transcriptomics en metabolomics. De in de parodontale microbiologie veel gebruikte real-time PCR techniek is ook onderdeel van de “omics”. Dankzij de opkomst van de omics in de jaren 90 heeft de parodontale microbiologie een grote vlucht genomen. Niet alleen is onze kennis over de rol van bacteriën bij parodontitis snel toegenomen, maar we weten ook steeds meer over de rol van andere micro-organismen bij parodontitis. Hieronder volgt een beknopt overzicht.

Schimmels/gisten

Schimmels zijn eukaryotische micro-organismen. Ze kunnen zowel ééncellig (bv gisten) als meercellig zijn.

Verschillende schimmels worden in verband gebracht met parodontitis, waaronder aspergillus, saccharomyces en candida. Van deze schimmels is candida het beste onderzocht. In de meeste studies wordt een significant hoger aantal candida gevonden bij parodontitis-patiënten in vergelijking met parodontaal gezonde personen. Schimmels zoals candida kunnen bijdragen aan parodontale afbraakprocessen door het genereren van weefselschade of door inductie van ontstekingsmediatoren. Door de vele virulentiefactoren kunnen we schimmels als aspergillus en candida beschouwen als paropathogenen (Zhu 2010). Daarnaast is van Candida albicans (C.a.) bekend dat het de kolonisatie en groei van pathogenen bacteriën in de subgingivale biofilm faciliteert. Uit studies is gebleken dat C.a. een verbinding kan aangaan met zowel Fusobacterium nucleatum (F.n.) als Porphyromonas gingivalis (P.g.) en op die manier de pathogeniteit van deze bacteriën versterkt (Wu et a. 2015 en Sztukowska et al. 2018). Daarnaast heeft de P.g. bacterie veel profijt van de koppeling aan candida want candida kan zowel de zuurstofspanning in de biofilm verlagen als de passage van P.g. door het epitheel faciliteren. P.g. lift als het ware mee op de rug van candida en passeert op deze manier het epitheel.

Subgingivale aanwezigheid van candida kan ook invloed hebben op de succeskans van een parodontale behandeling. Het blijkt namelijk dat antibiotica minder effectief zijn als er candida aanwezig is. Dankzij  koppeling van de bacterie aan candida kan het antibioticum zijn werk niet meer efficiënt uitvoeren (Harriott and Noverr, 2009).

Bovenstaande heeft er voor gezorgd dat laboratoria steeds meer aandacht schenken aan schimmels en gisten.

Archaea

Archaea vormen een aparte klasse van prokaryoten. Vroeger werden ze ingedeeld bij de bacteriën maar tegenwoordig vormen ze een eigen groep.

Van de archaea worden de methanogenen het meest gedetecteerd in subgingivale samples. Methanogenen zijn strikt anaeroben die methaan produceren. De methanogeen Methanobrevibacter oralis wordt subginigvaal het meest geïsoleerd met een prevalentie van ongeveer 50% bij paropatiënten ten opzichte van 7% bij parodontaal gezonde personen (Huynh et al. 2015 en Vianna et al. 2008).

De precieze rol van methanogenen bij parodontitis moet nog opgehelderd worden, maar vermoed wordt dat aanwezigheid een aantrekkingskracht heeft op paropathogenen (Aminov 2013). Methanogenen hebben waterstof nodig voor groei en er kan een syntrofie ontstaan met waterstofproducerende paropathogenen, die door aanwezigheid van methanogenen sterk in aantal kunnen toenemen (Lepp et al. 2004).

Protisten

Een protist is een eukaryotisch micro-organisme dat niet in een andere groep ingedeeld kan worden. In die hoedanigheid zijn de protisten een vergaarbak van allerlei eukaryoten. Bekende voorbeelden van protisten zijn amoeben en ciliaten.

Binnen de groep van de protisten zijn er twee soorten die in verband worden gebracht met parodontitis. Dit is de Entamoeba gingivalis (E.g.) en de Trichomonas tenax (T.t.).

E.g. is de eerste ontdekte humane protist die reeds in 1849 door Gros beschreven is. Deze amoebe heeft zogenaamde pseudopodiën (schijnvoetjes)  waardoor hij zeer beweeglijk is. E.g. voedt zich onder andere met bacteriën, epitheelcellen en kernmateriaal van polynucleaire neutrofielen. Door de kernen van deze neutrofielen op te eten, verliest de neutrofiel zijn activiteit en raakt de afweer verstoord. E.g. is relatief eenvoudig overdraagbaar door zoenen, maar kan ook overgedragen worden door aërosolen (niezen) of door contact met besmet keukengerei, zoals bekers en bestek. E.g. wordt voornamelijk aangetroffen in de subgingivale biofilm, maar kan ook supragingivaal aanwezig zijn en soms ook elders in de mond. Opvallend is dat deze protist vrijwel niet voorkomt bij personen zonder parodontitis. Bij personen met parodontitis is E.g. in zeker 67% van de patiënten aanwezig. Verschillende paropathogenen, zoals de A.a. bacterie, kunnen zich schuilhouden in deze amoebe, waardoor de werking van antibiotica minder effectief wordt. Ook kunnen paropathogenen zich op deze manier verstoppen voor afweermechanismen (Greub en Raoult, 2004). Na afloop van een parodontale behandeling kunnen paro­pathogenen de amoebe weer verlaten en op deze manier de pockets weer rekoloniseren. Dit kan tot refractaire parodontitis leiden (Derderian, 1991).

Uit bovenstaande blijkt dat de Entamoeba ginigvalis een mogelijk belangrijke rol speelt bij parodontitis.

Er lijkt ook een verband te bestaan tussen aanwezigheid van de Trichomonas tenax (T.t.) en parodontitis. Er worden hogere aantallen T.t. gevonden bij paropatiënten in vergelijking met gezonde personen. T.t. produceert verschillende enzymen die de parodontale afbraak kunnen bevorderen. Ook kan T.t. hechten aan het epitheel. Meer onderzoek is nodig om de rol van T.t. bij parodontitis verder op te helderen (Bisson et al. 2019).

Virussen

Sinds de opkomst van de omics is ook de rol van virussen bij parodontitis uitgediept. Vooral herpesvirussen worden hierbij genoemd. Er is een 8-tal herpesvirussen bekend die de mens kunnen infecteren. Deze staan hieronder vermeld.

De rol van schimmels, archaea, protisten en virussen bij parodontitis: een update

De meeste van deze herpesvirussen kunnen ook subgingivaal aanwezig zijn. Daarnaast kunnen andere virussen subgingivaal aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld het humaan papilloma virus (HPV). Uit een studie van Contreras bleek dat HHV-5 aanwezig was in 60% van de paropatiënten, HHV-4 in 30% en HPV in 17% van de gevallen (Contreras et . al 1999). Deze aantallen zijn in een andere studie min of meer bevestigd (Kamma et al. 2001).

De hypothese is dat virussen kunnen samenwerken met bacteriën. Zo lijkt er een samenwerking te zijn tussen HHV-5 en de P.g. bacterie. Door de invloed van HHV-5 op de afweer is de P.g. bacterie in staat zich te vermeerderen en door de invloed van de P.g. bacterie op de afweer is HHV-5 in staat zich te vermeerderen. Zo helpen ze elkaar. Daarnaast zijn interacties beschreven tussen HHV-5 en andere paropathogenen, zoals Aggregatibacter actinomycetemcomitans, Tannerella forsythensis en Treponema denticola . De ODDS ratio voor agressieve parodontitis en aanwezigheid van CMV bedraagt 6,6. Als er ook nog Pg aanwezig is, stijgt de ODDS ratio zelfs tot 51,4. Dit laatste duidt op een sterk synergistisch effect tussen HHV-5 en paropathogenen als P.g..

Conclusies

Sinds de opkomst van de omics is onze kennis over de rol van micro-organismen bij parodontitis sterk toegenomen. Veel van wat we al wisten is door middel van de omics bevestigd, maar er zijn ook nieuwe inzichten gekomen. Zo is de kennis over de rol van andere micro-organismen dan bacteriën sterk toegenomen. We weten nu dat ook schimmels, protisten, archaea en virussen belangrijke bewoners kunnen zijn van een subgingivale biofilm. De volgende fase wordt om de puzzelstukjes in elkaar te schuiven, maar hiervoor zijn goede testmodellen noodzakelijk. De nieuwe kennis die we met deze studies zullen gaan verkrijgen, zal ingepast moeten gaan worden in het huidige parodontitis model (polymicrobal synergy and dysbiosis model). Waarschijnlijk zal de nieuwe kennis op het gebied van andere micro-organismen dan bacteriën ook invloed gaan hebben op de parodontale diagnostiek. Het ligt voor de hand dat diagnostiek uitgebreid zal gaan worden met belangrijke schimmels, archaea, protisten en virussen.

Door:

Dr. Hugo E. van Beurden, Bio2Dental

Lees ook eerdere artikelen van Hugo van Beurden:
Waterkwaliteit mondzorgpraktijk in coronatijd
De rol van herpesvirussen bij parodontitis
Oorzaken van refractaire parodontitis
Real-time PCR. Diagnostiek van de toekomst

 

 

Lees meer over: Parodontologie, Thema A-Z