Tuchtrecht

Tuchtrecht: voorwaardelijke schorsing na inspectietraject

 Een tandarts is voorwaardelijk geschorst door het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle nadat hij zich ten onrechte als orthodontist presenteerde en de randvoorwaarden voor goede tandheelkunde niet op orde had. Ook had hij zich niet toetsbaar en transparant opgesteld, wat het college als ernstige verwijten kwalificeert.

Situatie

De zaak betreft een aanklacht van de inspectie gezondheidszorg en jeugd. Na een melding in november 2019 van een patiënt met betrekking tot onprofessioneel handelen en mogelijk onbevoegd handelen/titelmisbruik heeft de klaagster een onderzoek ingesteld. Dit gebeurde net nadat de proeftijd van de beklaagde als gevolg van seksueel grensoverschrijdend gedrag was afgelopen.

In januari 2020 heeft de klaagster een onaangekondigd bezoek afgelegd op de praktijk waarbij ze onder meer een aantal geselecteerde patiëntendossiers heeft ingezien. Na verder contact en een herinspectie zijn de bevindingen en conclusies in een rapport beschreven. De klaagster concludeerde onder andere dat de randvoorwaarden van de praktijk voor het bieden van goede zorg op de onderwerpen hygiëne en infectiepreventie, radiologie, dossiervoering en organisatie van de zorg niet op orde zijn. Daarnaast zou de beklaagde zich onterecht als orthodontist presenteren en zich niet transparant en toetsbaar opstellen. Hierdoor zou sprake zijn van een situatie die voor patiëntveiligheid, de kwaliteit van zorg of anderszins voor het leveren van goede zorg een ernstige bedreiging vormt.

Op basis van het rapport heeft de klaagster aan de beklaagde een aanwijzing gegeven om verbetermaatregelen te treffen op de zorgonderdelen infectiepreventie, radiologie, dossiervoering en organisatie. Bezwaar van de beklaagde werd door een voorzieningenrechter afgewezen.

Vervolgens heeft de klaagster een maand na de eerste deadline van de verbetermaatregelen de realisatie van deze maatregelen getoetst. Hoewel de onderdelen op het gebied van infectiepreventie en radiologie werden beëindigd was een deel van de tekortkomingen niet voldoende verbeterd. Hierna volgde een periode waarin de inspectie tot verdere actie overging wat betreft de onvoldoende verbetermaatregelen, andere onderdelen werden getoetst en de beklaagde enkele keren bezwaar maakte tegen bijvoorbeeld het openbaar maken van de klacht. Uiteindelijk meldde de klaagster in oktober 2020 dat is voldaan aan de vereisten en dat het aanwijzingstraject tot een einde is gekomen.

Klacht

De klaagster verwijt de beklaagde dat hij 1) zich onterecht presenteert als orthodontist, 2) zich niet transparant en toetsbaar opstelt en 3) de randvoorwaarden voor het bieden van goede tandheelkundige zorg aan patiënten niet op orde heeft.

Beoordeling

In zijn verdediging zegt de tandarts dat onderdeel 1 het gevolg is van het over het hoofd zien van het woord orthodontist op de website en dat hij zich niet als orthodontist heeft gepresenteerd. Het tweede klachtonderdeel doet hij af als misverstand en miscommunicatie. Wat betreft de randvoorwaarden geeft de beklaagde toe dat er sprake is geweest enige tekortkoming maar dat het wel enige nuancering behoeft.

Over het presenteren als orthodontist zegt het Regionaal Tuchtcollege dat het niet vast is komen te staan dat de beklaagde dit opzettelijk in woord heeft gedaan. Op basis van de informed consentformulieren en de website van zijn praktijk waarop wel “orthodontist” wordt vermeld zou echter misverstand hebben kunnen ontstaan bij patiënten. Aangezien het volgens de Wet BIG verboden is de beschermde titel van orthodontist te voeren als niet over een dergelijke BIG-registratie wordt beschikt is dit klachtonderdeel gegrond.

Het tweede onderdeel is ook gegrond verklaard. Informed consentverklaring die aan de klaagster op 3 februari 2020 werden toegezonden verschillen namelijk van de door klaagster tijdens het inspectiebezoek op 11 februari 2020 ingeziene verklaringen. Ook werden verklaringen op vanuit behandelperspectief onverklaarbare momenten toegevoegd aan patiëntendossiers, zo blijkt uit loggegevens. Bij gebrek aan een alternatieve verklaring gaat het college ervanuit dat de beklaagde achteraf – en mogelijk zonder medeweten van zijn patiënten – verklaringen heeft aangepast.

Tenslotte bleek tijdens het inspectieonderzoek dat er diverse tekortkomingen in de praktijkvoering van de beklaagde zijn geconstateerd op het gebied van hygiëne en infectiepreventie. Hoewel niet voor elke klacht volgens het college een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt worden verscheidene tekortkomingen die klaagster vast heeft gesteld niet betwist, sommige ook niet door de beklaagde. In 2017 zijn eveneens tekortkomingen bij de praktijk geconstateerd op dit gebied, wat de tandarts had moeten weten aangezien hij er toen al werkte. Dit neemt het college mee in de beoordeling. Ook het derde klachtonderdeel is gegrond.

Het college kwalificeert de aanklachten als ernstige verwijten die de kern van het vak raken en risico voor de patiëntveiligheid opleveren. Ondanks dat de beklaagde verbetermaatregelen heeft genomen die ervoor moeten zorgen dat in de toekomst de randvoorwaarden structureel in orde zijn, rechtvaardigt dit een zware maatregel.

Uitspraak

Het college legt aan de beklaagde de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar onder voorwaarden. Deze beslissing is gepubliceerd.

Bron:
overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Opmerkelijk, Thema A-Z, Tuchtrecht
Tip voor personeelsmanagement: Eerst wie, dan wat

Tip voor personeelsmanagement: Eerst wie, dan wat

Om een succesvolle praktijk op te bouwen en te behouden is personeelsmanagement cruciaal. dental INFO vroeg praktijkmanagementadviseur Sjoerd Kuiken naar zijn tip voor personeelsmanagement.

Binnen praktijken zijn er regelmatig wisselingen van personeel of worden teams uitgebreid. Er is dan ook een grote zoektocht naar personeel, doordat de vraag het aanbod overstijgt (zeker in de buiten Randstedelijke gebieden).

Daarnaast is mijn ervaring, dat soms binnen praktijken de zoektocht naar nieuw personeel er ook één is van ‘een nieuw poppetje’ op de vrijgekomen plaats. Hiermee bedoel ik, dat praktijken puur en alleen op zoek zijn naar ‘een persoon’ die op de gevraagde dagen kan werken. Oftewel, de beschikbare dagen van de kandidaat lijken belangrijker te zijn dan de persoon zelf.

De persoon achter de kandidaat

Mijn advies daarentegen is vooral te kijken naar de persoon achter de kandidaat en dan pas te kijken naar wat die persoon op dit moment aan capaciteiten en vaardigheden bezit. Oftewel, eerst wie en dan pas wat.

Dit wordt ook versterkt door het volgende:

  • Een medewerker die past binnen het team en de praktijk en hier graag onderdeel van wil uitmaken zal gemotiveerd zijn. Dit is veel meer van belang dan iemands vaardigheden. Je kunt een medewerker namelijk nauwelijks motiveren, terwijl nieuwe vaardigheden wel altijd aangeleerd kunnen worden.
  • De zorg wordt allang niet meer geleverd door alleen de tandarts, maar door het gehele team. Elke medewerker draagt hieraan bij. Dus investeren in de kwaliteit van de medewerkers betekent ook investeren in de kwaliteit van je zorgverlening.

Kortom, durf te kiezen voor kwaliteit

Dit betekent tevens, dat je als praktijkhouder het langere termijn belang van de praktijk ook voor het korte termijn belang durft te plaatsen. Kiezen voor kwaliteit kan namelijk betekenen dat een vacature op de korte termijn niet wordt opgevuld als zich geen kwalitatieve kandidaten melden. Hoe lastig dit soms ook is.

Door: Sjoerd Kuiken – Sjoerd begeleidt tandartsen in het optimaliseren van hun praktijk en biedt online cursussen aan op het gebied van praktijkmanagement. Kijk voor meer informatie op www.kuikenpraktijkmanagement.nl.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
Geld en financieel

Heeft uw praktijk fiscaal nog steeds het juiste jasje aan?

Vrijwel meteen nadat u had besloten om als zelfstandig praktijkhouder door het leven te gaan, kwam u voor de volgende belangrijke keuze te staan: Vanuit welke rechtsvorm ga ik mijn praktijk exploiteren? De rechtsvormkeuze is één van de belangrijkste keuzes die u als ondernemer in de opstartfase maakt. Gezien de uiteenlopende fiscale- en juridische behandeling van de diverse rechtsvormen is de keuze die de ondernemer maakt vaak gericht op fiscaal voordeel en/of inperking van juridische aansprakelijkheid.

Uw persoonlijke situatie, de financiële positie van uw praktijk en ook de (fiscale) wet- en regelgeving veranderen door de jaren heen, waardoor u zich (telkens) opnieuw de vraag dient te stellen of de rechtsvormkeuze die u eerder maakte nog steeds bij u past, zowel juridisch maar ook vanuit een fiscaal oogpunt.

In dit artikel gaan wij verder in op de fiscale voor- en nadelen bij een bepaalde rechtsvormkeuze en de huidige ontwikkelingen hieromtrent in de wet- en regelgeving.

Mogelijke rechtsvormen

De meest voorkomende rechtsvormen voor praktijkhouders zijn: de eenmanszaak, de maatschap en de besloten vennootschap (bv). Wij zullen ons in dit artikel dan ook beperken tot deze drie rechtsvormen.

Eenmanszaak

Bij een eenmanszaak is er sprake van één ondernemer. Deze ondernemer/ eigenaar is altijd een “natuurlijk persoon” (lees: een mens van vlees en bloed). De eenmanszaak is fiscaal gezien “transparant”. Dat wil zeggen dat het resultaat van de eenmanszaak wordt toegerekend aan de eigenaar/ondernemer en bij hem/haar persoonlijk in de belastingheffing wordt betrokken. De ondernemer betaalt inkomstenbelasting over de volledige met de eenmanszaak in een kalenderjaar behaalde winst. Een groot deel van deze jaarwinst vloeit hierdoor in de vorm van inkomstenbelasting direct naar de Belastingdienst (het toptarief in de inkomstenbelasting bedraagt in 2021 49,50%). Hierbij maakt het voor de heffing verder niet uit of de ondernemer de volledige jaarwinst heeft uitgegeven (privé) of deze winst heeft opgepot in de onderneming (bijvoorbeeld op een zakelijke spaarrekening).

Besloten vennootschap

Is de onderneming ondergebracht in een bv, dan worden de behaalde winsten (in eerste instantie) belast bij de bv zelf met vennootschapsbelasting. De tarieven in de vennootschapsbelasting zijn aanzienlijk lager dan de inkomstenbelastingtarieven (het toptarief in de vennootschapsbelasting bedraagt in 2021 25%). Om als aandeelhouder/ bestuurder van de bv uiteindelijk privé te kunnen beschikken over de gelden/ opgepotte winsten van de bv, dient er salaris te worden uitbetaald en kan er aanvullend nog dividend worden uitgekeerd door de bv.

De bv is verplicht om een minimaal salaris uit te betalen aan haar aandeelhouder/bestuurder (gebruikelijk loon). Het salaris van de aandeelhouder vormt een kostenpost voor de bv (hierdoor wordt de winst en de uiteindelijk verschuldigde vennootschapsbelasting lager). Het salaris is bij de aandeelhouder belast met inkomstenbelasting (maximaal 49,50% in 2021).

Indien aan de aandeelhouder (naast het gebruikelijke salaris) ook opgepotte winsten door de bv worden uitgekeerd (dividend), zijn deze winstuitkeringen belast met inkomstenbelasting tegen een tarief van 26,9% (2021) .

Het moge duidelijk zijn, gezien de tariefstelling, dat het voor de aandeelhouders/ bestuurders, fiscaal vaak aantrekkelijker is om dividend uit te keren, in plaats van salaris uit te betalen. Om hier een stokje voor te steken heeft de wetgever eisen gesteld aan het minimaal uit te betalen salaris vanuit de bv.

Een groot voordeel van de bv ten opzichte van de eenmanszaak, is gelegen in het feit dat de (opgepotte) winsten, die niet in de vorm van salaris of dividend aan de aandeelhouder (privé) worden uitbetaald, na de heffing van het relatief lage vennootschapsbelastingtarief (15% over de winst tot € 245.000 in 2021) achterblijven in de bv als werkkapitaal.

Maatschap

De maatschap is een samenwerkingsverband van minimaal twee ondernemers/ eigenaren, de maten. In de maatschapsovereenkomst wordt onder andere vastgelegd op welke wijze de door de maatschap behaalde winsten worden verdeeld tussen de maten. Maten kunnen zowel natuurlijke personen als rechtspersonen zijn. Is de maat een natuurlijk persoon, dan is de winst die aan de betreffende maat wordt toegerekend belast met inkomstenbelasting. Is de maat een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv), dan is de winst die wordt toegerekend aan deze maat belast met vennootschapsbelasting.

Winst belast met Inkomstenbelasting

In de situatie dat de winst wordt belast met inkomstenbelasting kunnen er enkele aftrekposten worden geclaimd. Door toepassing van de MKB-winstvrijstelling blijft 14% van de winst onbelast. Tevens kan, ingeval de ondernemer aan het urencriterium voldoet, de zelfstandigenaftrek (€ 6.670 in 2021) als aftrekpost worden opgevoerd. In basis wordt aan het urencriterium voldaan indien de ondernemer minimaal 1.225 uur werkzaamheden verricht binnen de onderneming.

Sinds 2020 kennen we twee tarieven/schijven in de inkomstenbelasting. Voor 2021 gelden de volgende tarieven in de inkomstenbelasting. Tot een inkomen van € 68.508, bedraagt het tarief 37,10% (2020: 37,35%). Het inkomen van € 68.508 of hoger is belast tegen een tarief van 49,50%.

Tot en met het jaar 2019 waren de aftrekposten, zoals de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek, aftrekbaar tegen het tarief van de betreffende tariefschijf waarin de aftrek plaatsvond. In geval van een ondernemingswinst van bijvoorbeeld € 100.000 alsmede € 20.000 aftrekbare MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek, werd tot en met het jaar 2019 per saldo belasting geven over € 80.000. De aftrekpost van € 20.000 werd in dit voorbeeld dus te gelde gemaakt tegen het toptarief van 49,05%. Vanaf belastingjaar 2020 is hier verandering in gekomen.

Het maximale tarief van de aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling is in 2020 beperkt tot 46%, en in 2021 nog maximaal 43%. In de komende jaren wordt dit maximale aftrektarief verder afgebouwd, naar uiteindelijk een tarief van circa 37% in 2023. Daarnaast wordt ook het bedrag van de zelfstandigenaftrek jaarlijks met enkele honderden euro’s afgebouwd naar uiteindelijk een bedrag van € 3.240 in 2036.

Kortom, in de inkomstenbelasting zien we de ontwikkeling dat de fiscale voordelen voor ondernemers steeds verder worden beperkt.

Winst belast met Vennootschapsbelasting

In de vennootschapsbelasting daarentegen zijn de belastingtarieven de laatste jaren sterk gedaald. Het tarief voor de vennootschapsbelasting bedroeg in 2018 nog 20% voor winsten tot en met € 200.000, en 25% voor winst boven de € 200.000.

In 2021 worden winsten tot € 245.000 belast tegen het lage tarief van 15% en winsten vanaf € 245.000 tegen het (hoge) tarief van 25%. In 2022 zal de schijfgrens voor het 15%-tarief waarschijnlijk nog verder worden opgerekt naar € 395.000. Voor winsten boven deze bedragen zal het tarief vooralsnog 25% blijven.

Zoals eerder besproken, krijgt een aandeelhouder die (privé) een dividenduitkering ontvangt van zijn vennootschap, ook te maken met inkomstenbelasting (aanmerkelijk belang heffing). Het aanmerkelijk belang tarief (box 2) is de afgelopen jaren gestegen van 25% in 2019, naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.

Conclusie

De afgelopen jaren zijn er nogal wat wijzigingen geweest in de tarieven en tariefschijven van zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.

Door de verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting en de (verdere) beperking van de aftrekposten in de inkomstenbelasting kan de bv als toekomstige rechtsvorm voor uw praktijk fiscaal voordeliger uitvallen dan de eenmanszaak of de maatschap. Afhankelijk van uw situatie kan de besparing jaarlijks in de duizenden euro’s lopen. Dit zal met name het geval zijn indien er na aftrek van uw salaris nog een behoorlijke overwinst resteert welke u niet naar privé wilt uitkeren.

Het is dan ook zeer belangrijk om regelmatig te (laten) beoordelen of uw huidige rechtsvorm fiscaal nog bij u past. Voor de omzetting van de rechtsvorm van uw onderneming bestaan diverse fiscale faciliteiten, afhankelijk van uw huidige rechtsvorm en de gewenste rechtsvorm.

Door:
Mr. I.W.G. Joosten RB, mede-eigenaar TOP Fiscaal en Financieel Adviseurs. TOP adviseert diverse ondernemers in de mondzorg op fiscaal en financieel vlak.

 

 

Lees meer over: Financieel, Ondernemen
Veranderingen in het gezondheidsrecht

Veranderingen in het gezondheidsrecht

18Op het gebied van gezondheidsrecht zijn er enkele wijzigingen. Gabie Bakker, adviseur juridische zaken bij KNMT, vertelde tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu welke wijzigingen dat zijn en wat er van mondzorgpraktijken verwacht wordt.

Vermelding BIG-nummer

Volgens de Wet BIG moet iedere art. 3-zorgverlener een BIG-nummer hebben. Als je een BIG-nummer ontvangt, mag je een beschermde beroepstitel voeren zoals tandarts. Alle geregistreerde zorgverleners, waaronder ruim 11.000 tandartsen, zijn opgenomen in het BIG-register, dat online en openbaar is. Het nut hiervan is dat zorgverleners in het register kunnen worden opgezocht. Uit onderzoek blijkt echter dat het BIG-register te weinig gebruikt wordt. Daarnaast blijken zorgverleners soms lastig te vinden, bijvoorbeeld omdat er binnen een bepaalde beroepsgroep zorgverleners zijn met dezelfde achternaam. Het is gemakkelijker om op BIG-nummer te zoeken, maar dan moet dat nummer en het BIG-register an sich wel bekend zijn bij patiënten. Daarom is het registratiebesluit BIG aangepast en moeten zorgverleners vanaf 1 januari 2021 op bepaalde plaatsen hun BIG-nummer kenbaar maken. Vermelding van het BIG-nummer is verplicht:

  • wanneer een patiënt daar om vraagt;
  • bij vermelding van je naam op een website (bijvoorbeeld op de teampagina van de praktijk waar je werkt);
  • bij ondertekening van beroepsmatige e-mails.

Deze wetsaanpassing treedt op 1 januari 2021 in werking, maar zorgverleners hoeven nog geen actie te ondernemen. Zij krijgen namelijk zes maanden de tijd om alles aan te passen. CIBG maakt nog bekend wanneer die zes maanden ingaan. Na die zes maanden zal er pas op gehandhaafd worden.

Meer informatie hierover is te vinden op de website van KNMT.

WMCZ 2018: cliëntenraad

Per 1 juli 2020 is de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (WMCZ 2018) in werking getreden. Er zal echter in verband met corona voorlopig nog niet op gehandhaafd worden.

De wet schrijft voor hoe medezeggenschap door cliënten/patiënten moet worden vormgegeven. Cliënten hebben hierbij meer rechten gekregen. Deze wet is ingegeven door de stelling dat medezeggenschap, inspraak en betrokkenheid van cliënten leiden tot beter bestuur en betere zorg en ondersteuning van de cliënt.

De wet is vooral geënt op verblijf in een verzorgingsinstelling. Voor de mondzorg is de wet van toepassing op praktijken waarbij meer dan 25 natuurlijke personen werken die structureel zorg verlenen. Tandartsen, mondhygiënisten, preventieassistenten en stoelassistenten tellen hierbij mee, balieassistenten die administratief werk verrichten niet. Het gaat om natuurlijke personen, niet om fte’s.

Verplichtingen

Uit de wet volgen een aantal verplichtingen. Een van de verplichtingen is het opstellen van een medezeggenschapsregeling. Hierin moet bijvoorbeeld vermeld worden uit hoeveel leden de cliëntenraad bestaat, hoe ze benoemd worden, wie er lid kunnen worden en hoe lang de zittingsduur is. Ook moet er een huishoudelijk reglement worden opgesteld met de werkwijze van de cliëntenraad. De zorgverlener moet ook een budget beschikbaar stellen voor een cliëntenraad en daarnaast moet er ook een commissie van vertrouwenslieden ingesteld worden. Deze bestaat uit drie leden en bemiddelt tussen de cliëntenraad en de instelling.

De KNMT heeft verschillende tools ontwikkeld die je als mondzorgpraktijk kunt gebruiken bij het instellen van een cliëntenraad.

Toezicht IGJ

In 2020 heeft een groot deel van de inspectietaken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) plaatsgemaakt voor coronatoezicht. In 2021 zal dat weer het geval zijn. Prioriteit heeft infectiepreventie en basishygiëne en de beschikbaarheid van geneesmiddelen.

In het algemeen wordt er ook gekeken naar medezeggenschap en inspraak. Daar gaan ze niet specifiek naar op zoek maar als ze ergens op inspectie komen, kan dit punt meegenomen worden.

Bij de eerstelijnszorg spitst het toezicht van de IGJ zich toe op:

  • goede zorg;
  • ontwikkelingen zorglandschap (zzp’ers);
  • rol zorgverlener;
  • samenwerking in zorgnetwerk.

In de mondzorg zijn de hoofdthema’s hetzelfde gebleven, namelijk:

  • infectiepreventie;
  • radiologie;
  • zorg;

Voor 2021 is daar aan toegevoegd:

  • behandelingen met grotere risico’s dan standaardbehandelingen (bijvoorbeeld behandelingen die onder narcose plaatsvinden en implantologie);
  • behandelingen door een behandelaar die deze behandelingen volgens de weg niet mag uitvoeren (taakdelegatie, bevoegdheid enz.);
  • of de behandelaar de patiënt duidelijke informatie geeft over de behandeling en toestemming krijgt voor de behandeling (informed consent).

Tijdelijk besluit geregistreerd-mondhygiënist

Op 1 juli 2020 is voor een periode van vijf jaar het Tijdelijk besluit geregistreerd-mondhygiënist in werking getreden. Om als mondhygiënist aan dit experiment mee te doen, moet men:

  • in 2006 of later zijn afgestudeerd;
  • een afgeronde opleiding Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming hebben;
  • geregistreerd staan in het tijdelijk register.

Deze geregistreerd-mondhygiënisten mogen de volgende voorbehouden handelingen uitvoeren: anesthesie toepassen, röntgenfoto’s maken en primaire cariës behandelen.

Samenwerkingsafspraken

Inmiddels zijn in het kader van dit tijdelijk besluit samenwerkingsafspraken gemaakt door de KNMT, ANT en NVM over vijf onderwerpen, namelijk:

  • het zorgplan;
  • het delen van solo-opnamen;
  • de bekostiging van het beoordelen van solo-opnamen;
  • de achterwacht bij spoed;
  • inschrijving van de patiënt bij de tandarts.

Na vijf jaar wordt het experiment geëvalueerd.

Vooruitblik Wtza

Op 1 januari 2022 treedt de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking. De wet geldt voor alle zorgaanbieders. Doel van de wet is verbetering van het kwaliteitstoezicht door de IGJ en bevordering van de bewustwording van zorgaanbieders van de kwaliteitseisen waaraan de zorgverlening dient te voldoen en daarnaast ook fraudebestrijding.

Het is een omvangrijke wet die een aantal verplichtingen met zich meebrengt, zoals:

  • meldplicht;
  • vergunningsplicht;
  • bestuursstructuur;

Meldplicht

Zowel nieuwe als bestaande zorgaanbieders dienen zich voorafgaande aan de zorgverlening bij de inspectie te melden. Bestaande zorgaanbieders dienen dit binnen zes maanden te doen nadat de wet in werking getreden is en nieuwe zorgaanbieders voorafgaande aan de zorgverlening. Dit gebeurt door middel van een online vragenlijst bij de inspectie.

Vergunningsplicht

De vergunningsplicht geldt voor instellingen met meer dan 10 zorgverleners, ook voor mondzorgpraktijken. Nu is het zo dat mondzorgpraktijken deze vergunning van rechtswege hebben, maar vanaf 1 januari 2022 moeten zij zelf de vergunning aanvragen. Dit geldt voor nieuwe en bestaande praktijken. Bestaande zorgaanbieders moeten dit binnen twee jaar doen nadat de wet in werking is getreden. De nieuwe zorgaanbieders moeten dit doen voordat men met de zorgverlening start.

Bestuursstructuur

Er gaan ook eisen gesteld worden aan de bestuursstructuur. Deze moet transparant zijn en men moet een interne toezichthouder aanstellen. De interne toezichthouder moet uit drie onafhankelijke personen bestaan. Deze verplichting rondom de bestuursstructuur geldt voor een praktijk met meer dan 25 zorgverleners.

Jaarverantwoording

Om de jaarverantwoording is nog veel te doen. Deze regeling ligt nog niet vast, maar het concept zorgt voor veel onrust, omdat er heel veel gevraagd gaat worden van zorgaanbieders. Alle zorgaanbieders met uitzondering van solisten en zzp’ers worden verplicht openbaar jaarverantwoording af te leggen, met behulp van een jaarrekening, accountantsverklaring, een vragenlijst over de financiële bedrijfsvoering en een bestuursverslag. Dit zorgt voor erg veel administratieve en financiële lasten. De KNMT is nog aan het lobbyen en hoopt deze regel werkbaarder te krijgen.

Verslag door Yvette in ’t Velt voor dental INFO van de presentatie ‘Gezondheidsrecht: wat staat u in 2021 te verwachten?’ door Gabie Bakker tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu 2020.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Podcast: Van een kleine algemene praktijk naar een keten van preventie

Podcast: Van een kleine algemene praktijk naar een keten van preventie

Podcast van tandarts-ondernemer Ron Steenkist. Hij interviewt collega’s die zijn praktijkvisie en praktijkvoering hebben beïnvloed. In deze podcast praat hij met Tieke van Riel, tandarts en mede-oprichter van een tandartspraktijk op Amsterdam IJburg die steeds meer veranderde naar een praktijk met volledige aandacht op preventie.

Een fragment hieruit:
“Wat ik altijd zo bijzonder vond: de monden van patiënten die 30 jaar niet naar de tandarts waren geweest, zagen er vaak beter uit dan monden van patiënten die 5 jaar niet naar de tandarts waren geweest. Daar zat dan vaak zoveel herstelwerk in. Degenen die 30 jaar niet waren geweest hadden vaak wel meer tandvleesproblemen maar qua tanden zag het er veel beter uit. Waar wij mee bezig zijn – daarvan is het de vraag of het er altijd wel beter van wordt. Ik voel mij soms een priester, bij elke nieuwe patiënt vertel ik ons hele verhaal, ik geloof er wel echt in. Je wilt gewoon echt de mond gezond maken”, vertelt Van Riel.

Beluister de podcast van Ron Steenkist hieronder.

Lees meer over: Management, Ondernemen
Zzpers-in-de-zorg-in-tien-minuten

Video: Zzp’ers in de zorg in tien minuten

Het ZZP-dossier houdt het zorgveld al jaren bezig. Met onduidelijkheid over al dan niet doorgevoerde nieuwe maatregelen en handhaving daarvan.

Ondertussen werken steeds meer zorgverleners als zzp-er. Ook praktijkhouders kunnen er nauwelijks meer een touw aan vastknopen, blijkt uit onderzoek. Slechts een derde ervan weet bijvoorbeeld wat die zzp-ontwikkelingen betekenen voor hun eigen praktijk. Daarom schetst de VvAA in 5 stappen hoe het in elkaar steekt, inclusief de actuele ontwikkelingen.

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
Het team vertrouwen. Durf jij het aan

Het team vertrouwen. Durf jij het aan?

Ervaar jij als praktijkhouder ook een afwachtend team, dat geen verantwoordelijkheid neemt? En medewerkers die nauwelijks betrokken lijken en niet proactief zijn? Er zijn veel collega-praktijkhouders die dergelijke gevoelens ervaren. Als je weet waar de oplossing ligt, is vervolgens de uitdaging om daadwerkelijk te veranderen. Om de verandering te DURVEN aangaan. In deze serie wordt in elk artikel een nieuwe maatregel besproken, die wellicht ook voor jou opgaat. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag: “Durf jij het team meer vertrouwen te geven?”.

Als het vertrouwen ontbreekt

Wat is de oorzaak als een team afwachtend functioneert of als medewerkers nauwelijks betrokken en proactief zijn? Ik ervaar regelmatig – vanuit de praktijkhouder of praktijkmanager – een gebrek aan vertrouwen in het team.

Kenmerkend voor teams waarin het vertrouwen ontbreekt is als:

  • Medewerkers zwakheden en fouten voor elkaar verbergen.
  • Medewerkers aarzelen bij het vragen om hulp of het geven van opbouwende feedback.
  • Medewerkers aarzelen hulp aan te bieden buiten het terrein waarvoor ze verantwoordelijk zijn.
  • Medewerkers er niet in slagen vaardigheden en ervaringen bij anderen te herkennen en daarvan gebruik te maken.
  • Medewerkers tijd en energie verspillen bij hun pogingen hun doelen te realiseren.
  • Medewerkers wrokkig zijn.

Wat is vertrouwen?

Wat is vertrouwen eigenlijk? Vertrouwen staat voor de zekerheid van de teamleden dat de intenties van de praktijkhouder en hun collega’s goed zijn en dat men zich op zijn gemak voelt als men zich kwetsbaar tegenover elkaar opstelt. Daarmee blijft ‘vertrouwen’ een niet-tastbaar begrip.

Wat specifieker zijn de kreten die volgen als er naar ‘vertrouwen’ wordt gevraagd, zoals:

  • Eerlijkheid
  • Doen wat je zegt
  • Een goed gevoel
  • Betrouwbaarheid
  • Afspraak is afspraak

De kracht van vertrouwen

“En waarom zou ik mijn team dan wel vertrouwen? Wat levert het me op?”

Twee terechte vragen, die ik vanuit praktijkhouders en praktijkmanagers voorgelegd krijg. Oftewel, wat is eigenlijk de kracht van vertrouwen? Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van het Pygmalion-effect.

Op Wikipedia wordt het Pygmalion-effect als volgt beschreven: Het Pygmalion-effect is een fenomeen dat in het onderwijs kan worden geobserveerd en sluit aan bij de selffulfilling prophecy. Het effect houdt in dat leraren, soms onbewust, verwachtingen hebben van bepaalde leerlingen. Met deze verwachtingen sturen ze impliciet de prestaties van leerlingen. Deze sturing kan zowel in positieve zin (hoge verwachtingen leiden tot betere prestaties) als in negatieve zin (lage verwachtingen leiden tot slechtere prestaties).

Hoewel het Pygmalion effect zijn oorsprong kent in het onderwijs, zijn er meerdere studies naar gedaan in andere vakgebieden. En keer op keer blijkt: verwachtingen zijn machtige wapens. Als managers meer verwachten, presteren werknemers beter. Dergelijke positieve verwachtingen zijn dan uiteraard gestoeld op een positief vertrouwen.

Wat levert het op?

Vanuit deze ‘selffulfilling prophecy’ gedachte is duidelijk, dat het startpunt – het initiatief – bij de praktijkhouder of praktijkmanager kan liggen. De conclusie moge duidelijk zijn: het begint met vertrouwen.

Kenmerkend voor teams waarin er vertrouwen heerst is als:

  • Medewerkers hun zwakheden en fouten toegeven.
  • Medewerkers om hulp durven te vragen.
  • Medewerkers vragen en inbreng van anderen accepteren op terreinen waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn.
  • Medewerkers elkaar het voordeel van de twijfel gunnen, voordat ze tot negatieve gevolgtrekkingen komen.
  • Medewerkers verontschuldigingen aanbieden en die ook zonder aarzelen accepteren.
  • Medewerkers tijd en energie steken in belangrijke zaken en niet in politieke spelletjes.

Durf jij het aan?

Ondanks dat het niet grijpbaar is, staat ‘vertrouwen’ wel in de waarderingstop-3 van eigenschappen binnen (werk)relaties. Dus durf jij het aan om allereerst uit te gaan van het goede en het team jouw vertrouwen te schenken? Indien je iemand ten onrechte jouw vertrouwen hebt gegeven, kom je daar vroeg of laat wel achter. Indien je iemand ten onrechte niet jouw vertrouwen hebt gegeven, zal je daar nooit achter komen.

Als praktijkhouders en praktijkmanagers meer verwachten door het geven van hun vertrouwen, dan presteren werknemers ook beter. En als je medewerkers behandelt alsof ze verantwoordelijk en betrouwbaar zijn, dan zijn ze dat ook.

Bronnen:

De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mens. Rutger Bregman. De Correspondent, 2019. Blz. 314.
De 5 frustraties van teamwork. Hoe je ervoor zorgt dat het samenwerken leuk blijft. Patrick Lencioni. Business Contact, 2015. Blz. 175-178.

Lees ook: Een praktijkmanager aanstellen. Durf jij het aan?

Door: Sjoerd Kuiken – Sjoerd begeleidt tandartsen in het optimaliseren van hun praktijk en biedt online cursussen aan op het gebied van praktijkmanagement. Kijk voor meer informatie op www.kuikenpraktijkmanagement.nl.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Personeel

Prestatie-indicatoren voor een tandartspraktijk

Als je de bedrijfsvoering van je tandartspraktijk wilt verbeteren, kun je sturen op een aantal prestatie-indicatoren. Tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu lichtte Jasper ter Bogt, adviseur tandheelkundige beroepen bij VvAA, een aantal prestatie-indicatoren toe en gaf tips voor een betere bedrijfsvoering.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren zijn variabelen om prestaties van ondernemingen te analyseren en die over een korte periode meetbaar zijn. Je kunt dus een aantal prestatie-indicatoren uitzoeken waaraan je het succes van je praktijk kunt meten. Je kunt beter een praktijk niet op te veel prestatie-indicatoren sturen; kies er liever een beperkt aantal uit. Meet die dan consequent en bespreek de resultaten met het team.

Praktijkscan

De VvAA biedt een praktijkscan voor tandartspraktijken aan. Daarbij wordt een praktijk doorgelicht op de thema’s marketing, verrichtingen, patiëntenpopulatie, team en financiën. Aan de hand van de resultaten van de praktijkscan bij negen tandartspraktijken lichtte Jasper ter Bogt een aantal prestatie-indicatoren toe.

Teamgerelateerde onderwerpen

Teamgerelateerde onderwerpen die je zou kunnen meten zijn bijvoorbeeld wat je collega’s belangrijk vinden, waarom ze bij jou willen werken en waarom ze weer weg gaan. In de tijd waarin het moeilijk is om personeel te krijgen is het zinvol om hierover na te denken. Er zijn nog weinig praktijken die budgetten vrijmaken voor het aantrekken van nieuwe mensen, terwijl dat misschien wel zou moeten. Je moet goed nadenken over wie je wilt aannemen en wat je te bieden hebt.
Medewerkers blijken het minst tevreden te zijn over beoordelingsgesprekken, terwijl mensen wel graag willen weten hoe ze het doen. Teamoverleg scoort ook slecht, vaak duurt een overleg te lang.

Reviews

Volgens Zorgkaart Nederland heeft een tandartspraktijk voor betrouwbaarheid dertig recente beoordelingen nodig, dat wil zeggen in de afgelopen drie of vier jaar. Zorg er dus voor dat je voldoende reviews krijgt. Je kunt dit bijvoorbeeld doen door twee tot vijf keer per jaar een e-mail te sturen aan patiënten die pas in de praktijk zijn geweest. Vraag dan of ze hun mening online willen delen en zo mensen helpen die een tandarts zoeken die bij hen past en voeg een link toe naar Google reviews en Zorgkaart. Zo krijg je per jaar 10 à 30 reviews zonder dat je iedereen er bij elk bezoek om hoeft te vragen. Reageer ook op reviews die je gekregen hebt, zowel op positieve als negatieve.

Reden voor keuze tandartspraktijk

De belangrijkste reden om voor een nieuwe tandartspraktijk te kiezen is informatie over de inhoud, risico’s en effecten van een behandeling. De meeste mensen vinden heel veel belangrijk bij hun keuze, maar dit punt sprong er uit. Kosten voor een behandeling spelen een kleinere rol als patiënten kennis hebben van de waarde van een behandeling. Alternatieven noemen kan ook helpen.

Aantal patiënten die de praktijk afgelopen jaar niet bezocht hebben
Gemiddeld heeft 60 tot 70% van de ingeschreven patiënten minder dan een jaar geleden zijn tandartspraktijk bezocht. Dit percentage zou rond de 90% moeten liggen. Je kunt namelijk als praktijk beter je werk voor de komende tijd inschatten als alle patiënten geregeld komen.
Als praktijk doe je er goed aan om regelmatig je patiëntenbestand op te schonen door de mensen die al lang niet zijn geweest te benaderen. Je moet zorgen dat ze weer komen of ze anders uitschrijven.

Winst per patiënt

Een nieuwe patiënt levert een praktijk 50 tot 150 euro per jaar aan winst op. (De omzet is 200 à 250 euro.) Als je patiënten gemiddeld minder lang bij je praktijk blijven dan dat je van te voren hebt ingeschat, dan moet je goed nadenken waardoor dit komt. Een patiënt die vijf jaar blijft, levert ongeveer 500 euro winst op. Hiermee kun je uitrekenen wat het je oplevert als je nieuwe patiënten aantrekt.

Boete voor ‘no show’

Gemiddeld brengt een praktijk 5 euro in rekening voor een ‘no show’ (C90). Als je voor een consult 50 euro zou krijgen, is dat dus 45 euro verlies. Als dit je 400 à 500 keer per jaar gebeurt, is dat een aanzienlijke kostenpost. Ga daarom met deze patiënten in gesprek, maar laat dat iemand doen die daar talent voor heeft. Een patiënt die herhaaldelijk niet op komt dagen en die je liever kwijt bent, kun je beter een grotere boete laten betalen.

MO1

Bij drie op de tien controles wordt een preventie-, voorlichting- en/of instructiecode (MO1) gedeclareerd. Praktijken die geen MO1 in rekening brengen, geven deze instructies vaak wel, maar brengen deze dan niet in rekening. Door beter aan de patiënt uit te leggen dat deze instructie latere behandelingen kan voorkomen, zal een patiënt eerder bereid zijn hiervoor te betalen.

Omzet per dag

Als het honorarium van de tandarts-zzp’er van de totale omzet is afgehaald, houdt een praktijk gemiddeld 600 tot 800 euro per dag over. Hiervan moeten de overige kosten dan nog betaald worden. Hoe hoog die kosten zijn, is afhankelijk van de praktijk. Het kan variëren van een paar honderd euro tot wellicht zelfs meer dan die 800 euro.
Het honorarium van de tandarts-zzp’er zou meer gerelateerd moeten zijn aan de omzet die hij of zij genereert. Is dat niet het geval, dan kan een praktijkeigenaar op een dag dat een bepaalde zzp’er werkt, niets verdienen of zelfs verlies lijden.

Verslag door Yvette in ’t Velt voor dental INFO van de workshop ‘Welke prestatie-indicatoren zijn belangrijk voor uw tandartspraktijk?’ door Jasper ter Bogt (adviseur tandheelkundige beroepen bij VvAA) tijdens Mondzorgpraktijk Anno Nu.

 

 

Lees meer over: Congresverslagen, Financieel, Kennis, Ondernemen
Tuchtrecht: berisping na onjuiste declaraties

Tuchtrecht: berisping na onjuiste declaraties

Een tandarts heeft een berisping opgelegd gekregen nadat hij zijn financiële administratie niet op orde had en een patiënt te veel liet betalen. Ook heeft hij geen kopie van het patiëntdossier doorgestuurd en de klager op een verkeerde manier geïnformeerd, oordeelt het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam.

Situatie

In 2019 heeft de verweerder bij de klager, patiënt van de verweerder, een 10-delige brug geplaatst. Een jaar daarvoor heeft de tandarts een begroting van de kosten gemaild. Op de patiëntenkaart staat gemeld dat de brug uit negen delen bestaat.

De tandarts laat de facturering en incasso door een bedrijf verzorgen. Dit bedrijf heeft dit eind 2018 en begin 2019 gedaan: op verzoek van de klager gebeurde dit in twee keer zodat hij in totaal meer kon declareren bij zijn zorgverzekeraar. De patiënt heeft het overige bedrag betaald.

Hierna is in september 2019 onenigheid ontstaan over de hoogte van de kosten van de brug. De klager wil dat de verweerder het restant van het positieve saldo overmaakt, maar de tandarts zegt dat hij niet in kan gaan op de financiële eisen. De toon van deze mailwisseling was redelijk vijandig. Uiteindelijk op 21 februari 2020 heeft de klager aan de verweerder een aangetekende brief gestuurd waarin hij zijn klachten uit en om een kopie van het dossier vraagt wegens het overstappen naar een nieuwe tandarts.

Klacht

De klacht bestaat uit maar liefst 11 onderdelen. In het kort komt het erop neer dat de klager de tandarts verwijt dat de verweerder heeft gezegd dat de patiënt niet meer welkom was op de praktijk en de klager onheus heeft bejegend (klacht 1, 11), liegt (2, 7) en foute of te weinig informatie en bewijs verstrekt (4, 9). Daarnaast zou de verweerder weigeren op een kopie van het dossier door te sturen (3) en de aangetekende brief door te sturen naar de klachtenfunctionaris (5). Ook zou de tandarts zich onbehoorlijk gedragen door een incassobedrijf te gebruiken (6) en te weinig van het bedrijf afweten (8). Tot slot zou de verweerder te veel hebben gefactureerd en het saldo van de klager niet terugbetalen (10).

Beoordeling

Het oordeel luidt dat de verweerder de patiënt niet onheus heeft bejegend of beledigd (1, 11). Ook vindt het college niet dat er sprake is van bewust liegen door de verweerder of chantage (7), en het weerhouden van informatie en inlichtingen (4, 9). Wel heeft de klager inderdaad te veel moeten betalen en zijn de ingediende facturen onjuist zonder dit goed te maken (2, 10), wat tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klachten (6, 8) over het gebruikmaken van een incassobedrijf zijn ongegrond, de verweerder mag immers de facturering en incasso uitbesteden aan een externe partij.

Een tandarts is verplicht om een kopie van het dossier aan de patiënt te sturen wanneer dit wordt verzocht. De verweerder heeft dit echter niet gedaan, dus is klachtonderdeel 3 gegrond. Er werd echter niet duidelijk vermeld dat de klager wilde dat zijn brief van 21 februari 2020 doorgestuurd zou worden aan de klachtenfunctionaris (5). Het niet doorsturen van de brief kan de verweerder dan ook niet tuchtrechtelijk worden verweten.

Alleen bij klachten 2, 3 en 10 oordeelt het college dat de verweerder in strijd heeft gehandeld met de zorg die hij volgens artikel 47 lid 1 Wet BIG had moeten betrachten. Deze klachten zijn gegrond. Met name rommelige en onjuiste financiële administratie van de tandarts baart het college zorgen.

Uitspraak

Het college verklaart klachtonderdelen 1, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 ongegrond. Voor de gegronde klachtonderdelen 2, 3 en 10 wordt aan de verweerder de maatregel van berisping opgelegd.

Bron:
overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht

Zo gebruik je Pinterest als tandarts of mondhygiënist

Pinterest kan een interessante aanvulling zijn op de marketingmix van tandartsen en mondhygiënisten. Maar hoe gebruik je dit bijzondere social media platform? Deze 5 stappen helpen je op weg.

Pinterest is geen doorsnee social media platform. Het is een visuele zoekmachine. Elke maand gebruiken meer dan 320 miljoen bezoekers Pinterest. Deze bezoekers zijn o.a. geïnteresseerd in onderwerpen over gezondheid en beauty. Daar kunnen tandartspraktijken en mondhygiënisten gebruik van maken.

Pinterest is zeer geschikt voor tandartsen en mondhygiënisten die bloggen, veel voor-en-na foto’s maken of podcasts hosten. Oftewel: Pinterest kan een mooie aanvulling zijn op een geïntegreerde marketingmix. Maar hoe gebruik je Pinterest? Dat leggen we je uit in 5 stappen.

1. Maak boards

Op Pinterest vind je een enorme schat aan visuele content, voornamelijk foto’s. Deze foto’s zijn geordend in boards. Iedereen kan zijn eigen boards aanmaken. Jij dus ook. Nadat je een zakelijk account hebt aangemaakt, kun je aan de slag gaan met het maken van boards. Begin met zo’n 8 tot 10 boards over verschillende onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan voor-en-na foto’s, foto’s van de praktijk en foto’s van gebleekte tanden.

2. Maak Pins

Uiteindelijk zullen die boards gevuld moeten worden met Pins. Pins zijn de foto’s (eventueel met bijschrift en link) die je op Pinterest plaatst. Dit is wat gebruikers in hun ‘feed’ zien. Je kunt wat simpele foto’s nemen voor Pins. Maar je kunt er ook wat moois van maken met Photoshop of Canva. Hiermee trek je sneller de aandacht. En dat is uiteindelijk het doel.

 3. Zet een strategie uit

Voordat je je Pins gaat plaatsen, moet je eerst een strategie uitzetten. Het belangrijkste onderdeel van zo’n strategie is het doel. Wat wil jij bereiken met Pinterest? Meer naamsbekendheid? Meer abonnees op je nieuwsbrief? Meer volgers op Instagram? Of meer nieuwe patiënten? Vervolgens kan je op basis van je doelen een gerichte strategie uitzetten.

 4. Plan je Pins in

Als je je strategie eenmaal hebt, kan je een contentkalender maken. Dit is een planning van wanneer je welke pins gaat posten. Dit posten kun je vervolgens met de hand doen, maar je kan dit ook automatiseren. Een tool zoals Tailwind kan je daarbij helpen. Hierdoor voorkom je dat je vergeet te posten en je activiteit op Pinterest verwatert.

5. Analyseer de data

Je Pins worden gepost en de traffic begint binnen te druppelen. Maar hiermee ben je nog niet klaar. Nu wordt het pas interessant. Nu kun je je data immers gaan analyseren. Pinterest biedt verschillende metrics die je kunt analyseren. Op basis hiervan kan je de effectiviteit van je strategie beoordelen. Vervolgens kun je je strategie continu bijschaven om je bereik (en vooral je engagement) te blijven verbeteren. Zo haal jij het meeste uit Pinterest.

 

 

Lees meer over: Communicatie, Ondernemen

De eigenheid van tandarts Loes: “wees jezelf en ga voor je droom”

Al struinend op social media kom je aardig wat pagina’s van praktijken tegen. Die van Loes Meijerink van Praktijk voor Tandheelkunde Loes, viel me behoorlijk op. Zo plaatst ze bijvoorbeeld selfie’s zonder enige opsmuk; eerlijke foto’s. Dat terwijl je overal gepolijste snoetjes met nog eens een filter er overheen ziet. Maar Loes is gewoon Loes, zo zegt ze zelf. Toch is Loes behoorlijk speciaal. Ze is niet alleen tandarts maar ook coach, ondernemer, moeder en ga zo maar door. Ze is leergierig, open, ze durft duidelijk kwetsbaar te zijn. Ze is enthousiast, sociaal, ze heeft droge humor en bovenal heeft ze een droom. Ze droomt niet alleen, ze maakt ze ook echt waar.

Knuffelmomentje: online groepsbijeenkomst als training voor ouders

Ik werd vooral gegrepen door haar berichtje over ‘een knuffelmomentje’. Het knuffelmomentje vindt plaats tijdens het tandenpoetsen met je kind. Wat klinkt dat heerlijk positief! Het is een online training voor ouders en vindt groepsgewijs plaats. Online consulten zijn in deze coronatijd natuurlijk erg handig. Je ziet dat sommige praktijken het voorzichtig aanbieden. Sommige hebben zelfs een heel protocol geschreven om kinderen online te coachen en dit is veelal een op een. Loes coacht ook een op een, maar een online groepsbijeenkomst over mondgezondheid had ik nog niet gezien.

De Droom

Waar droomt Loes nou over? Over een stralend gezonde mond voor haar patiënten. Deze boodschap blijft ze op haar socials duidelijk herhalen. Zo schrijft ze:

“En ik blijf de boodschap net zolang herhalen en prikkelende manieren verzinnen totdat het jou lukt. Want ik geloof oprecht in mijn droom, want wie wil nu niet zelfverzekerd genieten van het leven? Kiespijn hoort daar toch niet bij?”

Wat patiënten hiervan vinden: “Vreemd, maar prettig”, vertelt iemand kort en bondig. Haar aanpak is blijkbaar even wennen; anders dan dat patiënten gewend zijn van een tandartspraktijk. Ze onderscheidt zich dus duidelijk.

Waarom Loes?

Waarom gebruikt Loes haar voornaam in haar praktijknaam? “Veel praktijken gebruiken inderdaad hun achternaam of hun locatie in de naam van de praktijk. Ik gebruik mijn voornaam. Ik ben dus gewoon Loes en zo heet de praktijk dus ook. Ik wil het namelijk laagdrempelig houden en persoonlijk.”

Doelgroep

Ze vertelt verder over haar droom: “Ik wens voor iedereen een stralend gezonde mond want ik geloof dat dit kan. Ik geloof in preventie. Ik vind het belangrijk dat je zelfverzekerd van het leven kunt genieten. Dat kan niet met onzekerheid of met kiespijn.” Loes vertelt verder over haar doelgroep. Een doelgroep voor ogen hebben, is belangrijk zodat je communicatie en manier van handelen je doelgroep daadwerkelijk aanspreekt en prettig vindt. “Ik ben me daarom meer gaan focussen op zelfbewuste ouders die een stralend gezonde mond willen, vooral voor hun kinderen. Dat is nodig om stappen te kunnen maken om de mond stralend en gezond te maken en te houden.”

Wel erg goede timing…

De toegankelijkheid van prettige mondzorg straalt ze steeds meer uit naar buiten. Is dit idee nu bedacht omdat corona toesloeg? “Het is gaandeweg ontstaan. Er waren al veel ballonnetjes uitgezet en daar kwam positieve feedback op. Dat gaf duidelijk aan dat er naast algemene mondzorg – 1 op 1 zorg – ruimte is voor andere manieren. Daarom geven we daar nu handen en voeten aan. In het online gedeelte zit de toekomst en door corona is dat deel versneld en dit zal steeds groter worden. Als je buiten je praktijk iets wilt doen, dan vergt dat zichtbaarheid. Je moet simpelweg staan waarvoor je staat en in die zin moet je je dus ook kwetsbaar opstellen. Daar horen dus ook eerlijke foto’s bij en een eerlijk verhaal.”

Patiënten die bij je passen

Loes is zich ervan bewust dat die kwetsbaarheid ook negatieve feedback zou kunnen opleveren. Maar dit kan ze heel goed relativeren: “Iedereen die in de zorg werkt, heeft iets toe te voegen en is uniek. Die uniekheid voegt iets toe. We kunnen niet allemaal op precies dezelfde manier iemand helpen. Als iedereen zich op zijn klanten focust en daarvoor durft te staan dan trek je de juiste mensen naar je toe. Als zij niet bij jou passen, dan past er wel een andere collega bij hen.”

Natuurtalent?

Natuurlijk is het niet altijd makkelijk. Deze manier van werken word je niet aangeleerd tijdens de studie. Dus daarom krijgt Loes ook zelf coaching en blijft ze zichzelf ontwikkelen: “Elke nieuwe richting en vaardigheid die je wilt leren roept angst, zenuwen, boosheid en irritatie op. Bij elke hobbel komt er weer een zelfde soort golf. Maar ja… ik heb nu eenmaal die droom… die is zo groot dat ik er uiteindelijk veel energie uithaal. Dus het is het waard om door die gevoelens heen te gaan. Feedback leert me een heleboel en stimuleert me door te gaan.” Loes doet het dus niet alleen. “Ik kan het ook niet alleen. Ik heb een leuk team om me heen en velen van hen participeren in de zorg maar ik krijg ook coaching en training van buitenaf over waar ik nog stappen mag zetten.” Zo heeft ze net een leiderschapsprogramma van vier maanden afgesloten. “Het team beweegt continue mee en andersom om die droom te verwezenlijken. Ik ben mijn team heel erg dankbaar. Dankbaar omdat ze een mate van zelfstandigheid hebben zodat ik tijd krijg om andere dingen op te zetten.”

Toekomst

Wat is Loes nog meer van plan? Ik vroeg haar naar haar toekomstige plannen. “Als wij deze ambitie helemaal hebben ingevuld, weet ik dat de volgende uitdaging alweer klaarstaat. Die uitdaging ga ik zeker aan want die heb ik nodig. Dat stelt me gerust want dan hebben we dus altijd genoeg te doen.”

Tip

Heeft ze tenslotte nog een tip voor collega’s? “Ik gun iedereen dat hij zichzelf kan zijn en dat hij voor zijn droom en doel durft te gaan staan. Alleen door ondernemen en zorg te combineren kunnen we nieuwe uitdagingen aan waardoor zorg betaalbaar en goed blijft. Ik hoop dat we met elkaar van elkaars successen mogen genieten en van elkaar mogen leren. De goede resultaten van collega’s hebben mij ook gestimuleerd. Het zou mooi zijn als dat blijft doorgaan.”

Interview met Loes Meijerink van Praktijk voor Tandheelkunde Loes door Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist

Lees meer over: Carrière, Management, Ondernemen, Thema A-Z
Wtza administratie

Nieuwe wet (Wtza) voor praktijkhouders nauwelijks uitvoerbaar en onbetaalbaar

De Eerste kamer heeft de nieuwe Wet toetreding zorgaanbieders aangenomen (Wtza) in de zomer van dit jaar aangenomen. Zoals het ernaar uitziet wordt de Wtza per 1 juli 2021 ingevoerd. De wet regelt het toezicht op zorgaanbieders en aan welke eisen zij moeten voldoen om zorg te mogen verlenen. Gedurende het afgelopen jaar hebben de diverse eerstelijns koepelorganisaties, waaronder KNMT en ANT, meermaals aan de bel getrokken over de gevolgen van deze wet voor de eerstelijnszorg en met name voor de praktijken waar minder dan 50 personen werken. Onlangs hebben de eerstelijns koepelorganisaties nog gezamenlijk gereageerd op de concept ministeriële regeling jaarverantwoording gereageerd. In deze concept wetgeving is het onderdeel jaarverantwoording uitgewerkt dat een onderdeel is van de nieuwe Wtza.

Wat is er aan de hand?

De nieuwe Wtza verplicht alle zorgaanbieders jaarlijks openbaar verantwoording af te leggen over hun financiële bedrijfsvoering, resultaat en vermogen. Het uitgangspunt is dat zorgaanbieders die (deels) met collectieve middelen worden bekostigd, aanspreekbaar moeten zijn op de professionaliteit en integriteit van hun bedrijfsvoering. Solisten, waarnemers en individuele leden van een maatschap (de (kosten)maatschap zelf wel) zijn van deze verplichting uitgezonderd.

Niet passend bij situatie

Alle zorgaanbieders worden op basis van deze regeling verplicht een jaarrekening op te maken op basis van voorgeschreven modellen die afgeleid zijn van titel 9 boek 2 BW.

Echter gaat de overheid hierbij volledig voorbij aan het feit dat het landschap van eerstelijnszorg aanbieders bestaat uit veel eenmanszaken, maatschappen en personenvennootschappen en dat deze hun jaarverantwoording niet hoeven te baseren op basis van titel 9 boek 2 BW.

Daarnaast mogen deze jaarrekeningen, in verband met vereenvoudiging, worden opgesteld op basis van fiscale grondslagen. Vanuit de concept wetgeving zou dit echter op basis van commerciële grondslagen moeten zijn.

Conclusie is derhalve dat de voorgeschreven manier van verantwoording niet passend is bij de huidige jaarverantwoording zoals deze gebruikelijk is bij een groot deel van de praktijkhouders.

Accountantsverklaring

Voor alle zorgaanbieders (inclusief zzp-ers die werken vanuit een rechtspersoon) geldt dat een controleverklaring onderdeel uitmaakt van de verplichtingen. De controleverklaring is de meest zware vorm van een accountantsverklaring! In een controleverklaring doet een accountant een uitspraak over de getrouwheid van de financiële informatie. Om deze uitspraak te kunnen doen moet een accountant kunnen steunen op diverse interne controles en de administratieve organisatie van een praktijk.

Bij zeer veel praktijkhouders zijn de diverse functiescheidingen, interne controles en een uitgebreid beschreven administratieve organisatie echter door de omvang van de organisatie vaak simpelweg niet aanwezig.

Ook de geëiste accountantsverklaring past derhalve totaal niet bij de gemiddelde omvang van een praktijk en is derhalve niet uitvoerbaar.

Administratieve lastenverzwaring

Tevens dienen alle zorgaanbieders ook nog jaarlijks een aanvullende vragenlijst in te vullen die betrekking heeft op diverse onderdelen van de bedrijfsvoering. Deze informatie is volgens de overheid van belang voor de data-analyse voor het risico gestuurde toezicht op de financiële bedrijfsvoering van zorgaanbieders. In combinatie met de hiervoor genoemde verplichtingen zorgt dit alle bij de praktijkhouders voor een enorme toename van de administratieve lasten.

Financiële lastenverzwaring

Maar naast de administratieve lasten zorgen de geëiste soort van jaarverantwoording en bijbehorende accountantsverklaring voor een enorme financiële lastenverzwaring. Op dit moment zal niet iedere zorgaanbieder de jaarverantwoording laten verzorgen door een accountantskantoor.

Indien de concept ministeriële regeling niet zal worden aangepast dan dient iedere zorgaanbieder in ieder geval een overstap te moeten maken naar een accountantskantoor. Aangezien een accountantskantoor te maken heeft met meer wetgeving en verplichtingen zal deze overstap al vaak gepaard gaan met een toename van de kosten.

Indien de verplichting voor een controleverklaring ook niet zal wijzigen dan zorgt dit nog eens extra voor een verhoging van de jaarkosten.
De verwachting is dat de praktijkhouders in de toekomst rekening zullen moeten gaan houden met een toename van de totale kosten van de jaarverantwoording van € 6.000 – € 10.000. U ziet dat de administratieve lasten en hoge kosten die de verplichtingen uit deze ministeriële regeling voor kleinschalige eerstelijnszorgaanbieders met zee meebrengen dan ook volledig uit de pas gaan lopen en niet in verhouding staan tot de tijd die deze zorgaanbieders hebben voor patiëntenzorg.

Het streven naar verlichting van administratieve lasten en kosten is met deze wetgeving is in ieder geval ver te zoeken.

Door:
Alex van Dijk, Van Helder, accountancy, belastingadvies en consultancy voor de zorg

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Een-praktijkmanager-aanstellen.-Durf-jij-het-aan

Een praktijkmanager aanstellen. Durf jij het aan?

Drukt het praktijkmanagement ook als een zware last op jouw schouders? Of ben je niet tevreden met het ‘reilen en zeilen’ in jouw praktijk? Er zijn veel collega-praktijkhouders die dergelijke gevoelens ervaren. Als je weet waar de oplossing ligt, is vervolgens de uitdaging om daadwerkelijk te veranderen. Om de verandering te DURVEN aangaan. In deze serie wordt in elk artikel een nieuwe maatregel besproken, die wellicht ook voor jou opgaat. Durf jij het aan te veranderen? Het eerste artikel in deze serie ‘Durf jij het aan?’ gaat over het aanstellen van een praktijkmanager.

De organisatiestructuur

De meeste medewerkers binnen het team houden zich vooral bezig met het primaire proces, namelijk het verlenen van zorg. Echter, een goed lopende praktijk komt – mede – tot stand door hoe het praktijkmanagement is ingevuld. Het wel of niet aanstellen van een praktijkmanager is hierin voor praktijkhouders vaak een dilemma.

Praktijken zonder praktijkmanager hebben daardoor bijna niet tot nauwelijks uren per week beschikbaar om als ‘smeermiddel’ in te zetten. In dat geval komt alle druk van het praktijkmanagement op de schouders van de praktijkhouder, wat veelal ook in de avonduren en weekenden wordt ingevuld.

Daarvoor is het goed om de rol of functie van een praktijkmanager niet als een kostenpost te zien, maar als een indirecte bron van inkomsten. Een rol die prima door de praktijkhouder te delegeren is. Want vergeet niet: elke praktijk heeft ‘smeermiddel’ nodig om goed te lopen.

Voorwaarden voor een praktijkmanager

Het aanstellen van een praktijkmanager is één. Het faciliteren van een juiste werkomgeving is vervolgens net zo belangrijk. Houd daarbij de volgende voorwaarden in gedachte:

  1. Eigen werkplek
    Een praktijkmanager moet de tijd en ruimte hebben om de werkzaamheden te doen, die losstaan van het primaire proces van de praktijk (het behandelen van patiënten). Zorg dus voor een eigen werkplek. Een praktijkmanager die zijn of haar werkplek heeft aan de balie is niet efficiënt. Thuiswerken daarentegen kan een hele goede manier zijn om rustig en ongestoord te kunnen werken.
  2. Voldoende uren per week
    Het goed organiseren van een praktijk vergt veel tijd. Tijd die de meeste medewerkers niet hebben, omdat zij zich primair met de zorgverlening bezighouden. Plan een praktijkmanager in voor voldoende uren per week, die ook effectief besteed worden. Dus voorkom dat de praktijkmanager de ‘vliegende keeper’ wordt bij uitval van medewerkers.
  3. Steun vanuit de praktijkhouder
    Het moet duidelijk zijn voor het team voor welke werkzaamheden de praktijkmanager verantwoordelijk is. De praktijkmanager is organisatorisch min of meer gepositioneerd tussen de praktijkhouder en het team. Op deze positie is het een voorwaarde, dat de praktijkmanager in zijn of haar werkzaamheden ook wordt gesteund door de praktijkhouder. Om zodoende autoriteit te hebben in de aansturing naar het team, zodat de praktijkhouder ook daadwerkelijk ontzorgd kan worden.
  4. Affiniteit met de werkvloer
    Verder is het belangrijk voor de praktijkmanager om kennis te hebben van tandheelkundige zorg (niet per se van tandheelkunde zelf dus) en ook regelmatig op de werkvloer aanwezig te zijn. Alleen dan ben je in staat om ook proactief de verbeteringen te zien.

Het aanstellen van een praktijkmanager zorgt voor een permanent ‘smeermiddel’ in de praktijk. Als de praktijkmanager in staat is zijn of haar werk goed te doen, word je minder als praktijkhouder geleefd en is de praktijk beter in staat soepel te draaien. Dit vraagt om het delegeren van werkzaamheden, dit vraagt om investeringen en dit vraagt om de juiste voorwaarden. Durf jij het aan?

Door: Sjoerd Kuiken – Sjoerd begeleidt tandartsen in het optimaliseren van hun praktijk en biedt online cursussen aan op het gebied van praktijkmanagement. Kijk voor meer informatie op www.kuikenpraktijkmanagement.nl.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel
tuchtrecht

Tuchtrecht: berisping na klachten door onnodig trekken derde molaar

Een tandarts heeft een berisping opgelegd gekregen door het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam wegens het trekken van twee verstandskiezen terwijl dit niet medisch noodzakelijk was. Ook had hij gebruik gemaakt van oud beeldmateriaal en was de patiënt niet van tevoren op de risico’s gewezen.

Situatie

De klaagster staat sinds mei 2012 ingeschreven in de tandartspraktijk waar de verweerder werkzaam is. In 2013 adviseerde een van de tandartsen om meerdere verstandskiezen te laten trekken. Haar vaste tandarts vond het echter niet nodig en ze ondervond geen klachten, dus het advies werd niet opgevolgd.

In de jaren erna kwam de patiënt op reguliere controles en gebitsreinigingen door tandarts en mondhygiëniste. Begin januari 2019 kreeg de klaagster van haar vaste tandarts bij een controle het advies om haar verstandskiezen te laten trekken als ze klachten zou krijgen en om dan naar een kaakchirurg te gaan.

Op 6 juni later dat jaar ging de patiënt met ontstekingsklachten aan element 28 naar de praktijk. De verweerder, tandarts bij de praktijk, oordeelde dat het element verwijderd moest worden en heeft de extractie direct zelf uitgevoerd. Ook adviseerde hij om de kiezen aan de andere kant preventief te verwijderen, wat op 2 oktober 2019 is gebeurd.

Vijf dagen later wendde de klaagster zich tot de praktijk omdat zij geen gevoel had in haar lip en kaak. Ze werd verteld dat het tot de risico’s van de ingreep behoorde. Na een onderzoek door een bevriende tandarts en op diens advies een kaakchirurg heeft de patiënt op 11 oktober 2019 een schriftelijke klacht ingediend bij de tandartspraktijk. De diagnose van de kaakchirurg was “sensibiliteitsstoornissen n. alveolaris inferior” na het verwijderen van element 48.

De verweerder heeft hierop zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar ingelicht welke een schadevergoeding heeft toegekend. De adviserend tandarts oordeelde dat de verweerder verwijtbaar had gehandeld wegens inadequaat onderzoek voor de ingreep en het ontbreken van een indicatie. Uit de röntgenfoto gemaakt na de extractie zou blijken dat de zenuw die waarschijnlijk de klachten veroorzaakt contact had met de verwijderde derde molaar. Minstens tot de dag van de zitting had de klaagster nog een slapend gevoel in haar kaak.

Klacht

De verweerder wordt verweten onzorgvuldig te hebben gehandeld omdat de ingreep niet medisch noodzakelijk was en er van tevoren geen beeld van de kaak (en daardoor de ligging van de zenuwen) was gemaakt. Ook zegt de klaagster dat ze niet op de risico’s is gewezen, wat ze kwalijk vindt.

Beoordeling

Voor de beoordeling is in het bijzonder de Richtlijn derde molaar van de Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (2018) van belang. Gebaseerd op dit kader oordeelt het college wat betreft de eerste twee klachten dat er inderdaad geen medische noodzaak was om de derde molaren te verwijderen. De omstandigheden waren er volgens de richtlijn niet naar om de elementen preventief te verwijderen. Er zou bij gedegen voorbereiden onderzoek juist een contra-indicatie moeten zijn geweest wegens de nauwe anatomische relatie tussen de canalis mandibularis en de radices van element 48.
Ook zou een patiënt volgens de Richtlijn derde molaar en de toepasselijke wetgeving voorafgaand aan de behandeling geïnformeerd moet worden over de risico’s van de behandeling. Hoewel de verweerder zegt dat de klaagster van het risico van zenuwbeschadiging op de hoogte moet zijn geweest, acht het college dat niet aannemelijk.

Alle drie de klachtonderdelen zijn hiermee gegrond verklaard. Bij het al dan niet opleggen van een maatregel betrekt het college dat de verweerder op verschillende aspecten onzorgvuldig heeft gehandeld. Het verontrust het college dat de verweerder volhardend is in de juistheid van zijn handelen en niet kritisch is op zijn handelen.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt de verweerder de maatregel van berisping op.

Bron:
Overheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht
Nieuwe regels voor zzp’ers in het nieuwe jaar

Nieuwe regels voor zzp’ers in het nieuwe jaar

In 2021 veranderen er een aantal wetten die relevant zijn voor zzp’ers. Zo De gaat de zelfstandigenaftrek waarover je geen winst hoeft te betalen in 2021 met € 360 omlaag en wordt het vermelden van je BIG-nummer verplicht. Hier vind je een overzicht van de wetswijzigingen.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek, het deel waarover je geen belasting betaalt, gaat in 2021 met € 360 omlaag tot € 6.670. Sinds 2020 wordt deze aftrekpost elk jaar verlaagd tot je uiteindelijk in 2036 over nog maar € 3.240 geen belasting hoeft te betalen. Je kunt gebruik maken van de zelfstandigenaftrek als je in de ogen van de Belastingdienst ondernemer bent en minstens 1.225 uur per jaar aan je bedrijf besteedt. Hoewel door deze maatregel de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner worden, merk je er onder de streep vrij weinig van: de stijging van de arbeidskorting en algemene heffingskorting binnen de inkomstenbelasting compenseren dit. Deze wetswijziging is officieel nog niet definitief.

BIG-nummer melden verplicht

Zorgprofessionals moeten vanaf 1 januari 2021 hun BIG-nummer actief bekend gaan maken. Op deze manier moet het voor patiënten makkelijker worden om te controleren of een zorgverlener in het BIG-register staat. Je moet hier zelf voor zorgen – zet je BIG-nummer daarom overal waar je naam en beroep op dit moment beroepsmatig bekend worden gemaakt, zoals je eigen website of website van je werkgever, onder beroepsgerelateerde e-mails en facturen. Het BIG-nummer kan je vinden in ‘Mijn-BIG-register’.

Overdrachtsbelasting bij kopen bedrijfspand naar 8%

Het wordt duurder om een bedrijfspand of tweede woning te kopen. Wanneer je een bedrijfspand voor eigen gebruik koopt, betaal je in 2021 8% overdrachtsbelasting vergeleken met 6% in 2020. Ook wanneer je in woningen of andere vastgoedobjecten belegt ga je 8% overdrachtsbelasting betalen. Vroeger was dat 2% voor woningen en 6% voor andere vastgoedobjecten. Deze wetswijziging is officieel nog niet definitief maar zeer binnenkort waarschijnlijk wel.

Homologatie bij faillissementen

Door aanpassing van de Faillissementswet kan je straks een akkoord sluiten met een deel van je schuldeisers wanneer je bedrijf in financiële problemen is. Op deze manier kan je de schulden van het bedrijf herstructureren en mogelijk faillissement voorkomen. In de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) staat dat de rechter het akkoord kan bevestigen (homologeren) waarna de schuldeisers zich eraan moeten houden, ook als ze het er niet mee eens zijn.

Huurverlaging

Wanneer je een laag inkomen hebt en een sociale huurwoning huurt bij een woningcorporatie, kan je vanaf 1 januari 2021 een keer huurverlaging aanvragen. Als blijkt dat je een huurprijs betaalt die niet passend is bij je inkomen, wordt je huur teruggebracht tot de zogenoemde aftoppingsgrens. Momenteel is deze grens € 619,01 voor een- en tweepersoonshuishoudens en € 663,40 voor meerpersoonshuishoudens. Om in aanmerking te komen voor huurverlaging moet je kunnen aantonen dat je inkomen in de zes maanden voor de aanvraag is gezakt tot onder de relevante inkomensgrens, zie hiervoor onderstaande tabel. Let op: de ingangsdatum van deze wetswijziging is nog niet definitief – hierover wordt nog gestemd in de Eerste Kamer.

Personen in huishouden Onder/boven de AOW-gerechtigde leeftijd Maximale inkomensgrens per jaar
1 Onder € 23.225
1 Boven € 23.175
Meer Onder € 31.550
Meer Boven € 31.475

Coronaregelingen en -maatregelen

Tot slot blijven bepaalde regelingen die zijn getroffen om zelfstandig ondernemers door de coronacrisis te helpen ook in 2021 doorlopen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Meer informatie hierover kun je vinden bij het KVK Coronaloket.

Bron:
KVK.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er
online - communicatie

De beste online marketing strategie voor mondzorgpraktijken

Veel praktijken verwelkomen graag nieuwe patiënten en leunen hierbij traditiegetrouw op een organische groei via mond-tot-mond reclame. Echter, door de recente veranderingen in consumentengedrag hebben praktijken steeds meer moeite om de (jongere) doelgroep via deze methode te bereiken. De huidige beperkingen in het aantal sociale contactmomenten dragen hier zeker aan bij.

Het belang van een goede zichtbaarheid online

Ook als praktijk kunt u er tegenwoordig dus niet meer om heen: een goede online zichtbaarheid is de sleutel tot een succesvolle praktijk op lange termijn. Maar hoe werkt dit nu precies? Waar moet u op letten, en welke methode past het beste bij uw bedrijfsstrategie?

Veel mondzorgprofessionals kiezen voor een goede vindbaarheid op Google, wat vaak een uitstekende eerste stap is. Hierbij is de praktijk te vinden in de Google zoekmachine onder specifieke zoekwoorden, zoals bijvoorbeeld “Tandarts Amsterdam”, “Implantaten Den Haag” of “Goede mondhygiënist Rotterdam”. Voor iedere click betaalt u een bedrag dat afhangt van de concurrentie per zoekwoord. Hoe hoger de concurrentie per zoekwoord, hoe hoger de kosten per klik. Hierbij kan het aantrekkelijk zijn om zichtbaar te zijn op specifieke zoekwoorden met minder concurrentie, zoals bijvoorbeeld “Tandarts Amsterdam gespecialiseerd in angstpatiënten”.

Het actief bereiken van de juiste doelgroep

Het nadeel van de Google methode is dat uw aanbod vergeleken wordt met uw concurrenten en dat u enkel de patiënten bereikt die specifiek op zoek zijn naar een tandarts. Dit zijn dus enkel de patiënten met directe klachten. Het overgrote deel van uw doelgroep zult u hier dus niet mee bereiken. Wist u dat ongeveer 20% van de Nederlanders geen tandarts bezoekt? En dat 600.000 kinderen geen tandarts bezoeken door een gebrek aan voorlichting? Zou het niet veel interessanter zijn om juist deze doelgroep te benaderen?

Afbeelding: Een voorbeeld van een advertentie op Facebook.

De unieke kansen voor uw praktijk op Facebook

Een nieuwe methode waar steeds meer mondzorg praktijken van gebruik maken is het adverteren op social media. Uit onderzoek is gebleken dat maar liefst 96% van alle Nederlanders dagelijks tijd spendeert op Whatsapp, Facebook of Instagram, met een gemiddelde van 98 minuten per dag. Tot kort geleden werd social media vooral bestempeld als iets voor de jeugd. Tegenwoordig is niets minder waar: zelfs 65-jarigen spenderen dagelijks gemiddeld 82 minuten op social media.

De voordelen van gericht adverteren

Veel praktijken assumeren dat zij een grote Facebook gemeenschap opgebouwd moeten hebben om hun doelgroep te bereiken, en dat het veel werk kost om deze community te onderhouden. Dit is mogelijk, maar er zijn ook andere methoden die een stuk minder tijdrovend zijn.

Zo is het mogelijk om betaalde advertenties te kopen bij Facebook. Op deze manier kunt u precies bepalen welke wijken uw advertentie te zien krijgen. Voor gevorderden is het zelfs mogelijk om een specifieke doelgroep aan te spreken. Hierbij is het mogelijk om te segmenteren op basis van demografische gegevens, gedrag, persoonlijke voorkeuren en interesses. Denk bijvoorbeeld aan “jonge gezinnen in een bepaalde nieuwbouwwijk” of mensen die “persoonlijke verzorging” belangrijk vinden. Voor slechts een klein budget per dag krijgen duizenden mensen uw gerichte advertentie te zien.

Daarnaast is adverteren op Facebook een uitstekende manier om meer naamsbekendheid voor uw praktijk te verkrijgen. Uw concurrentie is niet zichtbaar op social media, wat u de kans geeft om het persoonlijke verhaal van uw praktijk te vertellen. Patiënten weten vaak niet dat een goede mondgezondheid bijdraagt aan een goede resistentie tegen virussen. Of dat kinderen tot 18 jaar via de basisverzekering gratis een bezoek kunnen brengen aan de mondhygiënist. Facebook is een uitstekende manier om uw doelgroep hier van op de hoogte te brengen. En dat zonder dat zij die dag specifiek op zoek waren naar een bezoek aan uw praktijk.

Re-targeting” advertentie

Ten slotte is het bewezen dat ongeveer 80% van de mensen niet direct actie onderneemt na het zien van een advertentie. Vaak nemen mensen even de tijd om na te denken over hun beslissing – het kost immers wat tijd om een vertrouwensrelatie op te bouwen met een patiënt. Ook voor deze doelgroep heeft Facebook een speciale functie: de “re-targeting” advertentie. Het is mogelijk om potentiële patiënten die eerder een bezoek brachten aan uw website nogmaals te benaderen met een speciale aanbieding. Dit kan een speciale goodie-bag zijn met gratis tandpasta of bijvoorbeeld 30% korting op de eerste behandeling. Deze methode helpt twijfelende patiënten over de streep te trekken om zich aan uw praktijk te verbinden.

Door:

Paul Bakker, online marketing expert bij Level Up – Ads Agency, een online marketing bedrijf dat mondzorgpraktijken helpt om hun patiëntenbestand te groeien met behulp van Facebook en Instagram advertenties.
Lees ook het gratis E-Magazine “In 4 Stappen Succesvol Nieuwe Patiënten Aannemen via Facebook”

 

 

Lees meer over: Communicatie, Ondernemen

Houd je data veilig (lees: binnen de EU)

De European Data Protection Board (EDPB) raadt bedrijven aan voorzichtig om te springen met data van Europese burgers die buiten Europa wordt opgeslagen. De veiligheid van die data is namelijk niet te garanderen.

De data van burgers worden in Europa een stuk beter beschermd dan in veel landen buiten Europa. De landen waar de data van burgers minder goed wordt beschermd dan in de EU – zoals de Verenigde Staten – worden aangeduid als derde landen. Voor dataopslag in derde landen zijn nu nieuwe aanbevelingen gedaan door de EDPB.

De EDPB noemt een aantal aanvullende maatregelen die bedrijven kunnen nemen. De encryptie van bestanden en zogenaamde pseudonimisering worden als mogelijkheden genoemd. Het is aan (Europese) bedrijven zelf om te bepalen welke maatregelen zij nemen. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor de opslag van hun data. Ook als dit in een derde land of door een partij uit een derde land gebeurt.

Data ook onveilig bij Verenigde Staten

Aanleiding voor de nieuwe aanbevelingen is de zogenaamde Scherms II-uitspraak van de hoogste Europese rechter. Daarin wordt gesteld dat de bescherming van data in de Verenigde Staten ernstig tekort schiet. Ondanks de privacy-afspraken die door de EU en VS zijn gemaakt.

Zo kunnen Amerikaanse veiligheids- en inlichtingendiensten – zoals de FBI en CIA – alle persoonsgegevens inzien. Daarvoor hebben ze geen toestemming nodig van de Europese bedrijven van wie de data afkomstig is, of de bedrijven die de data opslaan. Dit gebeurt niet alleen op Amerikaans grondgebied, maar ook bij dataopslagcentra van bijvoorbeeld Google en Microsoft die in Europa zijn gevestigd. Enkele van die dataopslagcentra staan in Nederland.

Waar staat jouw data?

Als zorgprofessional sla jij ook data op. Je verzamelt misschien niet heel veel data. Maar de data die je verzamelt zijn wel gevoelig. Denk bijvoorbeeld aan persoonsgegevens zoals namen en adressen. Maar ook de diagnoses, röntgenfoto’s en medische/tandheelkundige geschiedenis van je patiënten moet ergens worden opgeslagen.

Het is dus de moeite waard om na te gaan of jouw data wel veilig wordt opgeslagen. Zoals eerder gezegd: jij bent hier verantwoordelijk voor. Kijk dus of de data die jij opslaat wel binnen de EU blijft. Dat wil zeggen: op Europees grondgebied en in handen van een Europees bedrijf. Dat is de makkelijkste manier om de veiligheid van je data te garanderen.

Bron:
Autoriteit Persoonsgegevens

Lees meer over: ICT, Ondernemen
medewerkers - organisatie

Hoe omgaan met lastige medewerkers?

Regelmatig hoor ik praktijkhouders ‘klagen’ over medewerkers. Een klaagzang over medewerkers die:

  • Kritische vragen stellen over de overuren.
  • Hun werkuren opeisen na een spoeddienst.
  • Nauwelijks bereid zijn om over te werken of voor collega’s in te vallen.
  • Etc.

Daarbij wordt het vaak al snel duidelijk, dat het om één of enkele specifieke medewerkers gaat.

Jouw invloed als praktijkhouder

Kortom, medewerkers die hun rechten opeisen en beperkt flexibel zijn. Twee factoren waar praktijkhouders over het algemeen een allergie voor hebben. Praktijkhouders ‘houden’ daarentegen voornamelijk van medewerkers die niet te veel lastige vragen stellen over arbeidsvoorwaarden en zich vooral flexibel opstellen. Echter, de betreffende medewerkers doen niets verkeerd.

Hoe ga je hier als praktijkhouder mee om? Hierover klagen brengt het jou en de praktijk niet verder. Wat je daarentegen wel kunt doen is om na te gaan waar wél jouw invloed als praktijkhouder mogelijk is.

Drie opties

In zijn algemeenheid kun je volgende drie opties overwegen:

1. Kijk welk gedrag je beloond.

Naast de klagende verhalen van de praktijkhouder, hoor ik ook de onvrede vanuit de medewerkers. Onvrede over bijvoorbeeld:

    • Het ontbreken van een vergoeding bij het op afroep beschikbaar zijn tijdens de spoeddienst.
    • Uitbetaald krijgen tot 17.00 uur, terwijl de laatste patiënt ook om 17.00 uur vertrekt (en er dus geen tijd wordt vergoed voor het opruimen).
    • Structureel overwerken tijdens lunchpauzes zonder hiervoor vergoed te worden.

De stelling is, dat je het gedrag krijgt wat je beloond. Wat ook zeker opgaat voor bovengenoemde voorbeelden. Mijn advies is je irritatie plaats te laten maken voor een kritische zelfevaluatie. En dan vooral door kritisch de geldende arbeidsvoorwaarden onder de loep te nemen en te beoordelen of dit ten grondslag kan liggen aan dergelijk gedrag. Zo ja, kijk hoe je het gedrag van de medewerker positief kunt beïnvloeden. Zo nee, ga verder met optie 2.

2. Accepteer de verschillen.

Elke medewerker is anders en gelukkig maar. Dat betekent wel dat de ene zich meer flexibel opstelt, een ander weer veel belang hecht aan de privé – werk balans en weer een ander veel belang hecht aan collegialiteit. Alleen al het accepteren van deze verschillen maakt het leven voor jou als praktijkhouder veel aangenamer. Daarnaast wordt het voor jou als praktijkhouder ook aangenamer door onderlinge discussies los te zien van de persoon zelf.

Probeer issues als hiervoor beschreven zo objectief mogelijk te benaderen door vooral en alleen de feiten in de discussie te betrekken. En niet het persoonlijke en de emoties. Praktijkhouders die in staat zijn om onderlinge discussies met medewerkers op een constructieve manier te voeren en deze los te zien van de persoon zelf, zullen een veel betere samenwerking bewerkstelligen. En wel omdat dergelijke discussies de onderlinge verstandhouding niet in de weg staat.

3. Focus vooral op de kwaliteiten van elke medewerker.

Iedereen heeft sterke en minder sterke kanten. En elke medewerkers levert dan ook weer op zijn of haar eigen manier een bijdrage aan het succes van de praktijk. Het levert jou als praktijkhouder – en ook de praktijk – veel meer op door vooral de kwaliteiten van een ieder te benadrukken en te benutten (in plaats van de zwakke punten en de irritaties).

Voor medewerkers geldt daarnaast, dat een werkplek waar zij hun kwaliteiten kunnen inzetten een veel meer motiverende werkplek is. Anders dan een werkplek waar je vooral wordt aangesproken en afgerekend op zaken waar je minder goed in bent of wanneer je een kritische vraag stelt.

Conclusie

Wees je ervan bewust dat in stressvolle situaties – die zich in praktijken relatief veel voordoen door de hoge werkdruk – altijd snel irritaties kunnen ontstaan. Het blijft een uitdaging deze constructief op te lossen. Allereerst door te kijken naar je eigen gedrag als praktijkhouder. Want daar ligt jouw invloed voor verandering.

Door:
Sjoerd Kuiken, Kuiken Praktijkmanagement
Wil je ondersteuning? De ambitie van Sjoerd Kuiken is om praktijken succesvol te maken. Juist die tandartsen – die ook ambities hebben met hun praktijk – help ik graag. Wil je graag ondersteuning hierbij, dan kan dat via één van mijn begeleidingstrajecten.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Personeel

Zzp-webmodule uitgesteld tot 11 januari 2021

De pilot van de zzp-webmodule van de belastingdienst wordt doorgeschoven naar 11 januari 2021. De handhaving wordt daarmee ook pas later aangescherpt. Dat blijkt uit een voortgangsbrief van de verantwoordelijke bewindslieden aan de Tweede Kamer.

Met de webmodule krijgen opdrachtgevers vooraf duidelijkheid over de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Met als belangrijkste duidelijkheid of een zzp’er zelfstandig of in dienstbetrekking is. Dit heeft invloed op de arbeidsovereenkomst tussen opdrachtgever en zzp’er.

De zzp-webmodule zou dit najaar worden ingezet door de belastingdienst. Maar er kwam veel commentaar op het systeem. Daarom wordt het systeem een paar maanden uitgesteld. De uitrol van de pilot staat nu gepland voor 11 januari 2021. Deze pilot duurt minimaal zes maanden. Pas daarna zal het kabinet een besluit nemen over de invoering van de webmodule.

Ook de aangescherpte handhaving – die gepaard gaat met de introductie van de zzp-webmodule – is uitgesteld. Die gaat niet eerder in dan 1 oktober 2021, aldus de bewindslieden.

Zzp-webmodule in de zorg

Eén van de belangrijkste kritiekpunten op de webmodule, was dat deze niet branchespecifiek was. De zorg was één van de branches die niet goed bediend werd. De huidige modelovereenkomsten kennen wel de benodigde zorgnuances, aldus VvAA. Haar zzp-specialist Erik van Dam licht toe: ‘Laten we die belangrijke les uit de afgelopen jaren nu niet vergeten. Confectie werkt echt niet, zeker niet in de zorg. De webmodule kwalificeert de zorgverlener op basis van de algemene vragen al heel snel als werknemer, vaak ten onrechte. Dat is kwalijk, want zzp’ers vervullen vaak een cruciale smeeroliefunctie in de zorg.‘ Het collectief pleit dan ook voor het behoud van deze overeenkomsten.

 

 

Lees meer over: Ondernemen, ZZP-er

Mondzorgpraktijk uitgelicht: De MondzorgPoort

Mondhygiënist Marwa Ahmad opende onlangs haar eigen praktijk: De MondzorgPoort in Almere. Ze heeft haar praktijk nieuw laten bouwen om het zo helemaal naar wens te krijgen. Wij vinden het een zeer fraaie praktijk geworden met een moderne inrichting in warme kleuren. Bekijk de foto’s en oordeel zelf.

Marwa Ahmad is in 2010 afgestudeerd als mondhygiënist aan de Hanzehogeschool in Groningen.

“Toen ik nog studeerde is de droom ontstaan om ooit een eigen praktijk te starten. Deze droom is dit jaar werkelijkheid geworden. Ik ben met nul patiënten begonnen en heb een solo mondhygiënepraktijk.”

Huiselijke uitstraling

Marwa wilde graag een praktijk met een huiselijke uitstraling. “Ik heb gekozen voor warme kleuren, kleuren waar bijvoorbeeld een angstige patiënt niet gelijk een associatie zou maken met een tandheelkundige praktijk, dus weinig klinisch wit. Veel materialen en kleuren heb ik terug laten komen in allerlei dingen om zo een geheel te krijgen. Inspiratie heb ik overal opgedaan, maar vooral Pinterest is een grote inspiratiebron geweest.”

Hoe is Marwa te werk gegaan?

Marwa begon met het schrijven van een heel uitgebreid plan, met uitwerking tot in de details. “Dat scheelde later een hoop gedoe want ik wist, doordat ik alles had opgeschreven, precies wat ik wilde.”
Ze had sterk de wens om een gouden stoel in haar behandelkamer te hebben. “De leverancier van de stoel heeft mij ook geholpen met veel dingen, ik vond het een hele fijne samenwerking. Via hen heb ik contact gekregen met de aannemer die uiteindelijk de praktijk bouwde. De samenwerking met de aannemer heb ik ook als heel prettig ervaren, alles kon en niks was te gek.”

De-Mondzorgpoort

Tips

We vroegen Marwa of zij tips heeft voor anderen die ook hun behandelkamer willen inrichten. “Bedenk eerst zelf hoe je het wilt hebben, zoek naar plaatjes ter inspiratie en maak een moodboard. Schrijf alles heel gedetailleerd uit. En laat vooral niemand je zeggen dat iets niet gaat lukken of niet kan. Doorzettingsvermogen is heel belangrijk en hou de visie die je in je hoofd hebt vast.”

Volg De MondzorgPoort op Instagram

DeMontzorgpoort

Praktijk-De-MondzorgPoort

De-MondzorgPoort

De-Mondzorgpoort-

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Praktijkinrichting