recht

Tuchtrecht: berisping wegens onvoldoende informatievoorziening, onjuistheden op patiëntenkaart en declaratiegedrag

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft een aanklacht tegen een tandarts deels gegrond verklaard. De patiënt klaagde de tandarts aan wegens een gebrek aan voldoende informatieverstrekking, het stellen van een onjuiste diagnose, het opstellen van een onjuiste verklaring, en het onjuist declareren.

Situatie

De klager had bij de verweerster een intakegesprek voor een gebitsbehandeling. Nadat de staat van het gebit van de patiënt was besproken en gipsmodellen en röntgenfoto’s waren gemaakt, werd een behandelplan opgesteld. Hierin staan verscheidene mondhygiëne en endodontische behandelingen, restauraties en extracties vermeld. Het behandelplan is schriftelijk bevestigd door de tandarts, maar het informed consent heeft de patiënt niet teruggestuurd.

De behandeling werd een maand later deels uitgevoerd en in rekening gebracht. De klager reageerde op de nota’s dat meer ingrepen in rekening waren gebracht dan uitgevoerd. Hierop werden de nota’s uiteindelijk verminderd.

Klacht                                                                                                                                                              

De klager verwijt de verweerster vier dat verweerster:

  • voor en na de behandeling onvoldoende informatie heeft verstrekt;
  • een onjuiste diagnose heeft gesteld of een onjuiste behandeling heeft gegeven;
  • een onjuiste verklaring of rapport heeft opgesteld;
  • onjuist heeft gedeclareerd.

Beoordeling

Het gaat er bij deze beoordeling niet om of de verweerster beter had kunnen handelen, maar of ze binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuiting is gebleven. Hoewel voor en na de behandeling informatie is verstrekt aan de klager over de behandeling, heeft de verweerster niet het volledig medisch dossier verstrekt op verzoek van klager. Daarmee heeft zij de klager niet voldoende geïnformeerd, dus het eerste klachtonderdeel is gegrond.

Het tweede klachtonderdeel is ongegrond omdat niet is vastgesteld dat er een onjuiste diagnose of behandeling is geweest.

De verweerster heeft toegegeven dat bepaalde verrichtingen niet zijn uitgevoerd maar wel zijn gedeclareerd. Dit betreft een onjuiste rapportage aan de patiënt en zodoende is het derde klachtonderdeel gegrond.

Tenslotte is ook het laatste klachtonderdeel gegrond omdat de tandarts verschillende en substantiële bedragen te veel heeft gedeclareerd.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft besloten om de verweerster een berisping op te leggen.

Bron:
Overheid.nl 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Tweede kamer (Ont)regel de zorg trage maar gestage vooruitgang

(Ont)regel de zorg: trage maar gestage vooruitgang

Met het initiatief (Ont)regel de zorg probeert het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zo veel mogelijk regels in de zorg te schrappen of versimpelen. Het uiteindelijke doel van het initiatief is ervoor zorgen dat zorgverleners minder tijd kwijt zijn aan het bijhouden en uitvoeren van regels, en meer tijd hebben te besteden aan de patiënten.

Kleine stapjes

Het doel is mooi, maar de uitvoering blijkt lastig. Veel vooruitgang is er nog niet geboekt sinds (Ont)regel de zorg 11 juli 2019 werd aangeboden aan het Ministerie van VWS. Toch zijn er kleine stapjes in de goede richting te ontdekken. Uit een tussentijds onderzoek van VvAA blijkt dat tandartsen het afgelopen jaar een klein beetje minder regeldruk ervaarden en dat ze iets minder tijd kwijt waren aan regelgeving. Het effect is tot dusver echter minimaal.

KNMT-voorzitter Wolter Brands ziet nog veel ruimte voor verbetering. Hij wil echt een verschil gaan maken: ‘Daarom blijven wij hard trekken aan de 9 punten uit de schrap- en verbeteragenda voor de mondzorg die we eerder dit jaar samen met onze leden en belanghebbenden zoals zorgverzekeraars en toezichthouders hebben opgesteld.’

Schrapagenda

Als onderdeel van het initiatief stelde de KNMT 9 punten op die verbeterd kunnen worden binnen de mondzorg . Zo werd er onder meer kritisch gekeken naar de regels omtrent het aanvragen van machtigingen bij zorgverzekeraars, de prijslijst van tandtechnische prestaties en het stickeren van steriele instrumenten.

Rol KNMT

In de brief die Minister De Jonge onlangs aan de Tweede Kamer stuurde wordt de KNMT beroepsorganisatie nadrukkelijk genoemd als initiatiefnemer van een agenda voor het schrappen van regels in de mondzorg. Daarnaast werd de KNMT – net als alle andere zorgverleners en patiënten die een bijdrage leveren het programma – in de brief bedankt voor hun inzet.

Bron:
KNMT

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
tuchtrechter

Kunnen tandartsen een tuchtklacht tegen elkaar indienen?

Veel BIG-geregistreerde zorgaanbieders krijgen tijdens hun carrière één of meerdere keren te maken met een tuchtklacht. Zo ook tandartsen. Doorgaans is het de patiënt die een tuchtklacht indient tegen zijn of haar tandarts, en in sommige gevallen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd. Dat een collega-tandarts een tuchtklacht indient, komt echter maar zelden voor. Hoe zit dat?

Tandarts met spoeddienst ‘doet maar wat’

Patiënten van mondzorgprofessionals krijgen, net als andere patiënten, uiteraard na de reguliere werktijden wel eens te maken met (onhoudbare) pijnklachten. In sommige gevallen leiden deze klachten ertoe dat de betreffende patiënt moet worden gezien en behandeld door een tandarts die spoeddienst heeft. Het kan derhalve voorkomen dat een patiënt die bij u in de praktijk is ingeschreven, tijdens de spoeddienst, door een collega wordt gezien en zo nodig door die collega wordt behandeld. Over het algemeen worden dergelijke behandelingen volgens de regelen der kunst uitgevoerd, maar dat is niet altijd zo.

Tuchtzaak

Een dergelijke situatie deed zich ook voor in een kwestie waarover het Regionaal Tuchtcollege (RTG) te Zwolle zich onlangs diende te buigen. Wat was er aan de hand?
Een patiënte van een tandarts (die later een tuchtklacht indiende) is door de beklaagde tandarts (verweerder) gezien en behandeld tijdens de spoeddienst in verband met pijnklachten. De patiënte bleef echter pijnklachten houden en is door haar eigen tandarts verder behandeld. Deze tandarts, de eigen tandarts van de patiënte, heeft vervolgens tegen verweerder een tuchtklacht ingediend inhoudende dat verweerder bij de betreffende patiënte een onzorgvuldige behandeling heeft uitgevoerd.

Kan de ‘eigen tandarts’ klagen over de tandarts met spoeddienst?

De vraag is nu of de eigen tandarts wel een voldoende ‘rechtstreeks belang’ heeft bij het indienen van de klacht. Met andere woorden, is de eigen tandarts klachtgerechtigd ? Het RTG beantwoordt deze vraag ontkennend.

Eigen tandarts niet geschaad in professionele autonomie

Het RTG stelt dat er door de eigen tandarts geen feiten of omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan de eigen tandarts door het handelen van verweerder in zijn professionele autonomie of anderszins zodanig is geschaad, dat hij daardoor een concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft. De eigen tandarts heeft gesteld dat zijn rechtstreekse belang is gelegen in het feit dat hij gebaat is bij een zorgvuldige behandeling van zijn patiënten tijdens de spoeddienst. Het RTG gaat hier niet in mee. Immers, de tandarts onderscheidt zich daarin niet van anderen, aangezien elke beroepsbeoefenaar belang heeft bij een goede waarneming van patiënten in geval van afwezigheid. Klager werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard en een inhoudelijke beoordeling heeft niet plaatsgevonden.

Conclusie: Klager over collega’s kan doorgaans dus niet

Het bovenstaande betekent dat een tuchtklacht tegen een collega-tandarts over de kwaliteit van een behandeling die tijdens een spoeddienst werd uitgevoerd, over het algemeen, niet tot een inhoudelijke beoordeling over die behandeling zal leiden.
Door: Daniël Post & Lisette Greebe, Eldermans | Geerts, Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen| Adviseurs in de zorg

5 november 2019: Kosteloos seminar over tuchtrecht en klachtrecht
Op 5 november 2019 organiseren wij een kosteloos seminar waarin wij zorgaanbieders praktische handvatten geven, zodat u weet wat te doen indien u onverhoopt geconfronteerd wordt met een tuchtklacht of klacht bij een Geschilleninstantie. Meer informatie en aanmelden kosteloos seminar over tuchtrecht en klachtrecht

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht - verdwenen tandarts definitief uit functie gezet

Tuchtrecht: verdwenen tandarts definitief uit functie gezet

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft een aanklacht tegen een tandarts als gegrond beoordeeld. De tandarts heeft zowel voor, tijdens als na praktijkbeëindiging zijn patiënten niet geïnformeerd omtrent de situatie en vervolgstappen.

Situatie

Deze klacht is gebaseerd op 69 klachten van patiënten die de Inspectie in 2017 heeft ontvangen. De patiënten in kwestie hadden vragen omtrent hun tandarts. De tandarts zou volgens mediaberichten zijn praktijk hebben beëindigd. De patiënten waren hier niet van op de hoogte gesteld. Ook was er geen enkele hulp wat betreft doorverwijzing naar een andere tandartspraktijk en bleven aanvragen om (digitale) dossiers onbeantwoord. De tandarts is tot op heden onbereikbaar.

Klacht

De Inspectie heeft een klacht tegen de tandarts ingediend omdat deze volgens hen in strijd heeft gehandeld met de zorg die een tandarts ten opzichte van zijn patiënten moet hebben. De tandarts heeft niet alleen diens praktijk beëindigd zonder patiënten hierover te informeren, maar is verdwenen zonder deze patiënten over te dragen of te informeren over de spoedgevallendienst. Daar komt bij dat er geen voorzieningen zijn getroffen wat betreft de patiëntendossiers.

Beoordeling

Aangezien de tandarts geen verweer heeft gevoerd, volgt het college de bevindingen van de Inspectie en de daaruit getrokken conclusies. Er moet worden aangenomen dat de tandarts na praktijkbeëindiging naar het buitenland is vertrokken. Dit gebeurde zonder diens patiënten te informeren of de continuïteit van hun zorg te waarborgen. Daar komt bij dat de dossiers van alle patiënten zijn verdwenen. Dit neemt niet alleen hun recht tot inzage weg maar kan ook gevolgen hebben voor de patiëntveiligheid. Zo kunnen zij worden blootgesteld aan onnodige straling voor het samenstellen van een nieuw dossier. Ook bevatten de dossiers persoonlijk informatie, waarvan nu onbekend is waar dit terecht is gekomen.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachten gegrond verklaard. De inschrijving in het register van de tandarts in kwestie is doorgehaald en de tandarts is geschorst. Het recht tot herschrijving is tevens ontzegd.

 

Bron:
tuchtrecht.overheid.nl

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

De beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst door mondzorgprofessionals

Patiënten kunnen vrij eenvoudig een behandelingsovereenkomst met hun zorgverlener opzeggen. Andersom is het een stuk lastiger: mondzorgverleners kunnen slechts onder bepaalde omstandigheden de behandelingsovereenkomst met een patiënt opzeggen. Om welke omstandigheden gaat het?

Specifiek voor tandartsen bestaat de notitie ‘Het beëindigen of niet-aangaan van een behandelingsovereenkomst’. Deze notitie is nog steeds actueel en gebaseerd op de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of de beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.

Gewichtige redenen

De wet bepaalt dat het opzeggen van de behandelingsovereenkomst alleen kan als sprake is van ‘gewichtige redenen’. Maar wanneer is er sprake van ‘gewichtige redenen’ ? In de notitie worden de navolgende situaties benoemd:

  • De patiënt gedraagt zich herhaaldelijk onheus of agressief jegens de tandarts of andere praktijkmedewerkers;
  • De patiënt weigert aan de behandeling mee te werken;
  • De tandarts heeft een aanmerkelijk belang bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en wel zodanig dat voortzetting van de overeenkomst redelijkerwijs van hem niet kan worden gevergd;
  • Tussen de patiënt en de tandarts bestaan ernstige meningsverschillen over de behandeling of de behandelmethode;
  • De tandarts en/of zijn team lijden schade doordat de patiënt zich regelmatig (jegens derden) negatief uitlaat over de tandarts en/of zijn team;
  • De patiënt weigert voortdurend de rekening te betalen.

Zorgvuldigheidseisen

Ook indien bovenstaande ‘gewichtige redenen’ zich voordoen kan de behandelingsovereenkomst alleen worden opgezegd na het in acht nemen van een aantal zorgvuldigheidseisen. Deze eisen luiden als volgt:

  1. de tandarts dringt herhaaldelijk aan op verandering van het gedrag, laat weten wat het wenselijke gedrag is en wijst op de consequenties die volgen indien het gedrag niet verandert;
  2. de tandarts waarschuwt de patiënt de behandelingsovereenkomst te zullen beëindigen als het gedrag niet verandert of als plichten niet worden nageleefd. Deze waarschuwing wordt op schrift gesteld en aan de patiënt toegezonden;
  3. de tandarts beëindigt de behandelingsovereenkomst met een opgave van redenen en bevestigt deze schriftelijk aan de patiënt met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand. Deze opzegtermijn kan alleen anders zijn indien deze zowel door tandarts als patiënt is geaccordeerd en schriftelijk is vastgelegd;
  4. de tandarts dient aan dossieropbouw te doen met betrekking tot het voornemen om de behandelingsovereenkomst te beëindigen;
  5. de tandarts zal behulpzaam moeten zijn bij het zoeken naar alternatieven voor zorg;
  6. de tandarts zal opgebouwde patiëntgegevens, na toestemming van de patiënt, aan de nieuwe behandelaar verstrekken;
  7. de tandarts zal de patiënt acute tandheelkundige hulp, zoals vastgelegd in de richtlijn ‘Opvang tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren’ blijven voortzetten of ervoor zorgen, in overleg met de patiënt, dat de hulp door een andere tandarts wordt verleend.

Uitzonderingsgevallen: onmiddellijke beëindiging

Slechts in uitzonderlijke/ernstige gevallen kan een behandelingsovereenkomst met onmiddellijke ingang worden beëindigd. Gedacht kan worden aan situaties waarbij sprake is van grensoverschrijdend gedrag, zoals lichamelijk geweld zoals slaan, spugen en/of dreigen met geweld om een behandeling af te dwingen. Doet een van deze omstandigheden zich voor dan zal de tandarts de patiënt mondeling moeten aangeven dat de behandelingsovereenkomst direct wordt beëindigd en daarbij de reden vermelden. Ook in dit geval blijft de tandarts verplicht acute hulp te geven of te organiseren. De beëindiging, de reden daarvoor en alternatieven van zorg moeten schriftelijk aan de patiënt worden bevestigd.

Illustratief: tuchtuitspraak

Uit het voorgaande volgt al wel dat de tandarts niet simpelweg kan overgaan tot het beëindigen van de behandelovereenkomst. De vraag of een zorgverlener terecht tot het beëindigen van een behandelingsovereenkomst is overgegaan, is regelmatig voorgelegd aan één van de tuchtcolleges. Illustratief is de volgende casus.
Een tandarts heeft in oktober 2011 een praktijk overgenomen. De patiënt was schriftelijk van de overname op de hoogte gebracht. Op 1 december 2009 had de patiënt voor de laatste keer een halfjaarlijkse controle laten verrichten. Op 28 februari 2012 werd de patiënt aangeschreven en werd benoemd dat hij al twee jaar niet bij de tandarts was geweest. Ook werd de patiënt uitgenodigd tot het maken van een afspraak binnen een, in de brief, genoemde termijn en werd aangegeven dat hij – mocht hij niet reageren – zou worden uitgeschreven als patiënt. Toen de patiënt niet reageerde, telefoontjes niet opnam en ook niet reageerde op zijn voicemail, werd hij uitgeschreven als patiënt.
Op 26 september 2012 heeft de patiënt contact opgenomen met de praktijk. De kroon van de patiënt was afgebroken: hij had geen pijnklachten maar wilde wel een afspraak. De praktijkmedewerker gaf aan dat de patiënt was uitgeschreven en een andere tandarts moest zoeken. Vervolgens diende de patiënt een tuchtklacht in jegens de tandarts. Het tuchtcollege heeft deze klacht gegrond verklaard:

“ Naar het oordeel van het college heeft verweerder de behandelovereenkomst met klager beëindigd zonder dat er sprake was van een gewichtige reden als hiervoor genoemd in de notitie van de NMT. De door verweerder ter zitting aangevoerde reden, namelijk dat hij geen patiënten in zijn praktijk wil hebben die niet binnen de gebruikelijke controletermijnen komen, omdat die patiënten juist vaker in verband met klachten met een spoedeisend karakter komen en derhalve de praktijkvoering sneller verstoren, acht het college geen gewichtige reden. […]. De klacht is derhalve gegrond.”.

Aan de tandarts werd een waarschuwing opgelegd.

Tot slot

Er is niet snel sprake van gewichtige redenen op grond waarvan de opzegging van een behandelingsovereenkomst gerechtvaardigd is. Slechts in een bepaald beperkt aantal gevallen is een zogenoemde ‘gewichtige reden’ aanwezig. Bovendien dient de tandarts, indien de tandarts van mening is dat sprake is van gewichtige redenen, aan allerlei zorgvuldigheidseisen te voldoen vóór de overeenkomst ook daadwerkelijk kan worden opgezegd. Waakzaamheid en zorgvuldige afweging van de (juridische) posities van de tandarts en de patiënt is dus geboden.

Door:
Daniël Post en Lisette Greebe – advocaten, zorgmakelaars en juridisch adviseurs bij Eldermans|Geerts

 

 

Lees meer over: Kennis, Ondernemen, Richtlijnen, Wet- en regelgeving

Tuchtrecht: waarschuwing voor onvoldoende kennis traumatologie

Het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle heeft een aanklacht tegen een tandarts vanuit haar werkgever als deels gegrond verklaard. De tandarts zou tijdens een traumageval niet voldoende gehandeld hebben door gebrek aan kennis.

Situatie

Deze klacht is gebaseerd op een klacht van een patiënt. Twee boventanden van deze patiënt waren door een val tijdens het mountainbiken verplaatst naar palatinaal. De tandarts concludeerde dat de tanden vast zaten. Zij heeft vervolgens een röntgenfoto gemaakt, op welke geen fractuur te zien was, en een spalkje aan de binnenkant van de patiënt zijn gebit gezet. De patiënt werd geadviseerd de volgende dag naar zijn eigen tandarts te gaan.

De werkgever heeft hierna de werkovereenkomst met de tandarts opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. De tandarts heeft vervolgens zelf de overeenkomst opgezegd, weliswaar op basis van een kortere opzegtermijn wat betreft de spoeddiensten. Een discussie over onder andere de opvulling van de spoeddiensten volgde.

Klacht

De behandeling van dit trauma is volgens de werkgever niet juist geweest. Tijdsverloop bij trauma maakt het lastiger en op een gegeven moment onmogelijk om tanden weer terug te plaatsen. De klacht betreft dan ook het gebrek aan kennis en onbekwaam handelen van de tandarts. Daar komt bij dat de tandarts geen poging heeft gedaan tot bijscholing en de spoeddiensten niet uitvoert.

De tandarts verzoekt het college deze klacht(en) af te wijzen.

Beoordeling

Het klachtonderdeel omtrent de spoeddiensten is volgens het college ongegrond. De partijen hebben geen overeenkomst kunnen maken, wat niet betekent dat de tandarts tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Het gebrek aan kennis op het gebied van traumatologie is wel gegrond. De tandarts had niet mogen afzien van het reponeren van de tanden van de patiënt. Daarnaast hoort het spalkje aan de buitenzijde te worden gevestigd, niet aan de binnenzijde. Dat de tandarts zich na dit voorval niet heeft laten bijscholen is ook geen reden tot tuchtrechtelijk aanspreken. De tandarts heeft tot slot haar excuses aangeboden aan de patiënt, haar fout erkend en zich laten bijscholen.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege heeft een waarschuwing gegeven aan de tandarts in kwestie.

Bron:
Overheid.nl 

 

 

Lees meer over: Thema A-Z, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

Wijzigingen wet- en regelgeving

Er vinden enkele wijzigingen plaats in de wet- en regelgeving op het gebied van onder andere declaraties, de minimumlonen en de informatieplicht energiebesparing. Hierbij een overzicht van de veranderingen die van belang kunnen zijn voor mondzorgprofessionals.

Minimumloon

Het volledige minimumloon geldt vanaf 1 juli 2019 voor medewerkers vanaf 21 jaar. Tot 2017 had iemand pas vanaf 23 jaar recht op het normale minimumloon, vanaf 2017 was dit vanaf 22 jaar.
Voor medewerkers in de leeftijd van 15 t/m 21 jaar is per 1 juli 2019 het minimumloon verhoogd.
Salaristabel KNMT-arbeidsvoorwaarden

Maximumdagloon

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2019 met 1,23%. Het dagloon voor de uitkeringen (WAO/WIA, WW en ZW) stijgt ook met 1,23%. Het maximumdagloon voor deze uitkeringen bedraagt daardoor per 1 juli 2019 € 216,90 per dag.

Bron: Rendement.nl

Declaraties

Voor bepaalde prestatiecodes moet je voortaan bij de declaratie aangeven in welke kaak de behandeling heeft plaatsgevonden. Als je dit niet doet, kan de declaratie door de zorgverzekeraar worden afgewezen.
Lijst prestatiecodes waarbij de kaak of het elementnummer vermeld moet worden

Cao-code loonheffing tandartsassistent

Vanaf 3 april 2019 geldt bij de aangifte loonheffingen voor tandartsassistenten een nieuwe cao-code voor tandarts-praktijkhouders die de KNMT-Arbeidsvoorwaardenregeling toepassen, namelijk cao-code 8105. Voor aangiften loonheffingen tot en met 2 april moet gebruik worden gemaakt van de cao-code 9999.

Bron: KNMT.nl

Subsidieregeling Praktijkleren

Als je een praktijkleerplaats aanbiedt, bijvoorbeeld aan een tandartsassistent, kun je gebruikmaken van de subsidieregeling Praktijkleren. Deze subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die je maakt bij de begeleiding van deze werknemer. Per praktijkleerplaats kun je maximaal € 2.700,- per jaar aan subsidie krijgen.
De subsidie kun je alleen achteraf aanvragen. Voor het studiejaar 2018/2019 moet de aanvraag via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) tussen 2 juni 2019 en 16 september 2019 ingediend worden. Tips voor het aanvragen van de subsidie zijn te vinden op de website van RVO

Bron: rvo.nl

Informatieplicht energiebesparing

In het Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen dat bedrijven en instellingen energie moeten besparen. Naast een energiebesparingsplicht geldt sinds 2019 ook een informatieplicht. Deze informatieplicht geldt als een bedrijf (bijvoorbeeld een mondzorgpraktijk) meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (of een equivalent daarvan) per jaar verbruikt. Volgens RVO is dat het geval bij een kantooroppervlakte van meer dan 1.500 vierkante meter en minstens enkele tientallen medewerkers. Er zullen dus niet veel mondzorgpraktijken zijn die onder deze regeling vallen.
Als je bedrijf wel onder deze regeling valt, moet je uiterlijk 1 juli 2019 in het eLoket van RVO rapporteren welke energiebesparende maatregelen je hebt getroffen.

Bron: rvo.nl

Verbod gezichtsbedekkende kleding

Vanaf 1 augustus 2019 is het verboden om gezichtsbedekkende kleding te dragen in het onderwijs, in overheidsgebouwen, in de zorg en in het openbaar vervoer. Dan gaat namelijk de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ in, ook wel boerkaverbod of nikabverbod genoemd. Behalve voor nikab en boerka, geldt dit verbod ook voor bivakmuts en integraalhelm. Reden voor deze wet is dat het op bepaalde locaties noodzakelijk is dat je elkaar kunt herkennen en aankijken.
De gezichtsbedekkende kleding is op deze locaties wel toegestaan als deze nodig is voor uitoefening van het werk of een sport en bij evenementen en feesten. Als er in andere situaties iemand toch gezichtsbedekkende kleding draagt, dan kun je als medewerker van die locatie hem of haar verzoeken om deze af te doen of het gebouw te verlaten.

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrech

Tuchtrecht: schorsing vanwege oncollegiaal gedrag

Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft een tandarts geschorst naar aanleiding van een aanklacht betreft oncollegiaal gedrag. De klacht werd ingediend door de secretaris van de tandartsenkring waarvan de praktijk deel uitmaakt. Zowel de tandarts als zijn echtgenoot werden aangeklaagd.

Situatie

De praktijk van de aangeklaagde tandarts maakt deel uit van een tandartsenkring (hierna: de Kring). De klager is tandarts en secretaris van de Kring en klaagde zowel de tandarts als zijn echtgenote, die samen hun tandartsenpraktijk binnen de kring hebben, aan.

De verhouding tussen de klager en de verweerders was al lange tijd niet al te best. Binnen de Kring zijn afspraken gemaakt voor de opvang van tandheelkundige spoedgevallen buiten praktijkuren, waarin de dienstdoende tandarts persoonlijk bereikbaar dient te zijn. Op zaterdag 12 mei maakten meerdere patiënten gebruik van deze regeling, en kregen door de telefoniste van een tandartsenbemiddelingsbureau een afspraak ingepland op zaterdagavond, om 20:30, 20:45 en 21:00. Zij kwamen echter voor een dichte deur te staan en kregen vervolgens van de telefoniste te horen dat ze de volgende dag terecht konden bij de praktijk. Een van deze patiënten wende zich die maandag tot de praktijk van de klager met deze klacht. Vervolgens werd op naam van de verweerder een email naar deze patiënt gestuurd, waarin werd verteld dat dit een fout moet zijn geweest van het bemiddelingsbureau.

De verweerder liet zelf ook weten aan de KNMT niet tevreden te zijn met de gang van zaken en de manier waarop er werd omgegaan met spoedeisende incidenten. In zijn klacht verwees hij ook naar hoe de klagende tandarts schouder ophalend en ongeïnteresseerd reageerde op de klacht van de patiënt. Naar aanleiding hiervan diende de verweerder toen ook een klacht tegen de klager in, die later werd ingetrokken.

Tussen 2017 en 2018 zijn 300 – 400 patiënten overgestapt van de praktijk van de verweerder naar de praktijk van de klager. De redenen die hiervoor werden opgegeven zijn onder andere onverklaarbaar hoge declaraties, schending van het informed consent, schending van de privacy van patiënten, opdringerige telefoontjes, wisselende tandartsen en assistentes, pijnlijke behandelingen, verlies van vertrouwen in de tandarts, ontevredenheid over uitgevoerde behandelingen en moeizame communicatie. Vervolgens ontving de klagende tandarts vaak pas laat de dossiers van de overgestapte patiënten.

In de loop van 2018 kregen alle overgestapte patiënten een email met informatie over het versturen van het dossier voor wettelijke kosten van €5, en een link naar de website van de consumentenbond. Deze link bleek echter ongeldig: het dossier kan altijd kosteloos worden vergaard. De verweerder werd hier meerdere malen op aangesproken, maar bleef doorgaan met soortgelijke praktijken.

Klacht

De klager heeft een klacht ingediend tegen de verweerders omdat hij hen verwijt in strijd te handelen met het belang van een goede uitoefening van de gezondheidszorg omdat zij
(a) zich niet houden aan de afgesproken dienstregeling;
(b) zich grievend uitlaten over een collega;
(c) geen volledige en kosteloze medische dossiers verstrekken;
(d) zorg van onvoldoende kwaliteit leveren.

Beoordeling

Door een tandartsbemiddelingsbureau in te schakelen konden de verwerende tandartsen niet rechtstreeks bereikt worden toen dit wel had gemoeten. Het eerste klachtonderdeel is daarom als gegrond beoordeeld. Ook het tweede klachtonderdeel is als gegrond beoordeeld, aangezien de tandartsen zich in de e-mails naar de patiënt en de KNMT toe expliciet negatief uitlieten tegenover de collega tandarts (de klager). Aangezien tandartsen wettelijk gezien verplicht zijn om patiënten zo spoedig mogelijk hun dossier, kosteloos, toe te sturen, is ook het derde klachtonderdeel gegrond. Of de patiënten daadwerkelijk zijn overgestapt vanwege onvoldoende kwaliteit van de tandheelkundige zorg is niet voldoende duidelijk. Aangezien dit klachtonderdeel ook verder niet is onderbouwd door de klagende tandarts kan dit laatste klachtonderdeel niet als gegrond worden beoordeeld.

Uitspraak

Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft besloten om de bevoegdheid van de verweerder te schorsen voor de duur van een half jaar, waarvan 1 maand onvoorwaardelijk en 5 maanden voorwaardelijk.

Bron:
Overheid.nl 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving

Inzage in medisch dossier (ongecontracteerde) mondzorgaanbieders van de baan

In 2016 is, na veel commotie door de Tweede Kamer een wetsvoorstel aangenomen op grond waarvan zorgverzekeraars de bevoegdheid zouden krijgen tot inzage in medische dossiers van patiënten van ongecontracteerde zorgaanbieders zou ontstaan. Op dit moment heeft de ongecontracteerde zorgaanbieder immers alleen de verplichting om medische gegevens aan de verzekerde (de patiënt) te verstrekken, en niet aan diens zorgverzekeraar. Eind 2018 kwam dit voorstel op de agenda van de Eerste Kamer. Deze bleek kritisch. Uiteindelijk heeft de Minister besloten het wetsvoorstel in te trekken en wijzigt de situatie voor ongecontracteerde aanbieders, hetgeen veruit de meeste mondzorgprofessionals zijn, dus niet. In dit artikel een kort overzicht van hoe het nu zit en wat de gevolgen van het intrekken van de wet zijn.

Na drie jaar nog steeds onrust

Drie jaar in de ijskast bleek toch niet voldoende om de gemoederen helemaal te bedaren. Want ook na afloop van deze tijd bleek de Eerste Kamer kritisch ten opzichte van het Wetsvoorstel ‘Verbeteren toezicht, opsporing, naleving en handhaving in de zorg’. De Minister werd geconfronteerd met een aantal kritische vragen en beloofde aanpassing van het wetsvoorstel op vier punten:

  • de onafhankelijke positie van de medisch adviseur,
  • de inzage alleen door de medisch adviseur zelf,
  • het zo vroeg mogelijk informeren van de verzekerde over inzage in zijn medisch dossier en
  • het vastleggen van waaruit de informatie aan de verzekerde ten minste uit moet bestaan.

Minister komt toezeggingen niet na, Eerste Kamer is kritisch

De briefwisseling met de Eerste Kamer is illustratief voor het kritische karakter. Daar waar de Minister de zaak op de langere baan wilde schuiven, dringt de Eerste Kamer aan op een behandeling in mei. Uit de reactie die de Minister voorafgaand (19 april 2019) aan de geplande plenaire behandeling in mei stuurt blijkt dat de Minister de toezeggingen die hij tijdens de eerdere plenaire behandeling had gedaan, maar gedeeltelijk nakomt. Opvallend is dat de verplichting dat alleen de medisch adviseur (en dus niet het gehele controleteam) inzage mocht hebben in het medisch dossier grotendeels was verlaten en beperkt was tot inzage bij de visitatie van een zorgaanbieder.

Informeren verzekerde vooraf onduidelijk

Ook ten aanzien van de informatievoorziening aan de verzekerde werden in de reactie van de Minister zoveel slagen om de arm gehouden, dat het volstrekt onduidelijk was wanneer de verzekerde wel en niet geïnformeerd zou worden. De Minister baseert zich op een schrijven van Zorgverzekeraars Nederland waarin een groot aantal situaties werd benoemd waarin vooraf informeren van de verzekerde over inzage in zijn patiëntendossier niet mogelijk zou zijn. Deze gevallen waren zodanig ruim dat niet uitgesloten was dat in de praktijk vooraf informeren nog steeds eerder uitzondering dan regel zou zijn. Redenen om dit niet te doen waren onder andere mogelijke onrust bij de verzekerde, reputatieschade voor de zorgaanbieder, vertraging of frustratie van het controleproces (bijvoorbeeld omdat de verzekerde kan protesteren) etc. etc.

Minister wacht oordeel Eerste Kamer niet af

Het lag in de lijn der verwachting dat de Eerste Kamer geen genoegen zou nemen met de door de Minister aangedragen oplossing. Het wetsvoorstel is door de Minister de dag voor de nieuwe plenaire behandeling in de Eerste Kamer ingetrokken. Daarmee is waarschijnlijk voorkomen dat het wetsvoorstel zou zijn weggestemd.

Goed nieuws voor tandartsen en andere ongecontracteerde aanbieders

Eerder schreven wij dat de huidige wet- en regelgeving onvoldoende waarborgen biedt voor zorgaanbieders die geconfronteerd worden met een controle. Bij discussie over het wel of niet verlenen van inzage aan de zorgverzekeraar trekt de gecontracteerde zorgaanbieder vaak aan het kortste eind. Dit komt omdat de zorgverzekeraar andere middelen inzet om feitelijke medewerking af te dwingen, bijvoorbeeld door betalingen op te schorten of een zorgaanbieder uit te sluiten van contractering. Daarnaast kan de NZa ook een dwangsom opleggen als een zorgaanbieder ten onrechte niet meewerkt.

Dit vervelende scenario dreigde door de het wetsvoorstel ook voor (ongecontracteerde) tandartsen en andere mondzorgprofessionals te ontstaan. Door intrekking van de wet is dat risico voorlopig van de baan. Niet-gecontracteerde aanbieders mogen nu en dus ook straks alleen inzage geven in het medisch dossier als sprake is van toestemming van de patiënt verzekerde. Deze toestemming kan niet vooraf gegeven worden door een verplichting in de polisvoorwaarden op te nemen. De toestemming moet op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vrij zijn. Er mogen dus ook geen negatieve gevolgen voor de verzekerde aan gekoppeld worden indien deze de toestemming weigert.

Aandacht vereist bij declareren via Vecozo

Voor mondzorgprofessionals die niet contracteren is er wel een aandachtspunt. Want als zij een betaalovereenkomst sluiten met de zorgverzekeraar, dan worden zij voor de wetgeving die ziet op inzage in dossiers toch gezien als gecontracteerde zorgaanbieder. Veel verzekeraars bieden tandartsen de mogelijkheid om – ook zonder contract – rechtstreeks te declareren via Vecozo. Sommige verzekeraars zien dit rechtstreeks declareren via Vecozo als een betaalovereenkomst op grond waarvan de tandarts volgens de zorgverzekeraar zou moeten meewerken aan de controle en inzage zou moeten bieden in de patiëntendossiers. Wij zien dit niet zo, omdat een eventuele overeenkomst met Vecozo, geen overeenkomst is met de zorgverzekeraar zoals de wet vereist. Uitzondering op deze regel is Zilveren Kruis. Wij hebben namelijk vernomen dat Zilveren Kruis alleen rechtstreeks declareren toestaat als er via Vecozo een betaalovereenkomst is geaccepteerd. In dat geval is de mondzorgprofessional – wellicht onbewust – een betaalovereenkomst overeengekomen en moet wel inzage gegeven worden in de gegevens.

Onwenselijke gevolgen voor gecontracteerde zorgaanbieders

Voor gecontracteerde partijen is de huidige ontwikkeling niet positief. Onderdeel van het wetsvoorstel was immers ook het wijzigen van de bestaande systematiek. Denk daarbij aan de informatieverplichting van de verzekerde en de verzwaarde rol van de medisch adviseur. Dit lijkt door het vervallen van het wetsvoorstel niet meer te worden veranderd.

Wijziging is wel wenselijk en ook mogelijk

Toch valt goed te beargumenteren dat deze wijzigingen nog steeds moet worden doorgevoerd. De argumentatie die Zorgverzekeraars Nederland in haar brief van 17 april 2019 aan de Minister heeft opgenomen gaat immers nog steeds op voor de gecontracteerde zorg.

Wij hebben vaker gepleit om de regels voor zorgverzekeraars bij controles aan te scherpen om een meer gelijk speelveld te creëren. Op zich staat niets er aan in de weg de door de Minister in het kader van het wetsvoorstel als wenselijk benoemde wijzigingen alsnog door te voeren. De wijzigingen zouden immers ook volgens het voorstel van de Minister door zorgverzekeraars zelf via zelfregulering worden doorgevoerd. Dat kan nog steeds, ook zonder nieuwe wet. Het lijkt ons logisch dat de wijzigingen die Zorgverzekeraars Nederland zelf blijkens haar brief aan de Minister ook passend acht, nog wel doorgevoerd worden. Hoewel deze wijzigingen onzes inziens nog niet ver genoeg gaan is het wel een stap in de goede richting.

Tot slot: aandacht voor de vuistregels bij controles

Ook ongecontracteerde mondzorgaanbieders hebben een verplichting om medewerking te verlenen aan controles door zorgverzekeraars. Inzage bieden in patiëntendossiers (of informatie verstrekken over individuele patiënten) mag echter niet, ook niet als de verzekeraar aangeeft dat dat wel is toegestaan. De gevolgen van controles kunnen ingrijpend zijn voor u of uw praktijk. Om de mondzorgaanbieder te helpen, vindt u hier de 10 vuistregels waar elke mondzorgaanbieder aan zou moeten voldoen bij een controle.

Door:
Karik van Berloo en Daniël Post – advocaten, zorgmakelaars en juridisch adviseurs bij Eldermans|Geerts

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Thema A-Z, Wet- en regelgeving, Zorgverzekeringen
melden - toestemming - contract

Veilig incidenten melden via VIM-platform

Tijdens Praktijk Anno Nu gaf Lilian Knol een workshop over het veilig incidenten melden via het VIM-platform van VvAA. Ze ging in op welke incidenten voorkomen bij tandartsen en hoe je deze op het platform kunt delen.

Wkkgz

In de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is onder andere vastgelegd dat zorgprofessionals veilig incidenten moeten kunnen melden. Zorgaanbieders zoals tandartsen mogen zelf weten op welke manier ze dit regelen, maar moeten wel een protocol hiervoor hebben. De achterliggende gedachte is dat collega’s met elkaar de incidenten moeten bespreken en ervan leren. Omdat het voor kleine praktijken vaak lastig is om dit goed te organiseren, biedt VvAA het VIM-platform aan.

Wat is een incident?

De Wkkgz gebruikt de volgende definitie voor een incident in de zorg: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt. In de mondzorg gaat het hierbij niet alleen om incidenten die tijdens de behandeling in de mond van de patiënt gebeuren; het kan ook gaan om een patiënt die bijvoorbeeld over een kabel struikelt. Andere voorbeelden zijn het afbreken van een vijltje en het lekken van bijtende spoelvloeistof in de mond bij een wortelkanaalbehandeling. Andere incidenten die voorkomen zijn onder andere het trekken van een verkeerd gebitselement, gebitsbeschadiging en het uitschieten met een boor in het tandvlees of de wang. Een meningsverschil over een factuur met een patiënt is overigens geen incident. Schade aan de portemonnee, maar niet fysiek aan de patiënt, hoort niet thuis in de VIM. Hoewel het bespreken van een dergelijke casus met collega’s zeker tot verbeteringen kunnen leiden.

Het kan iedereen overkomen

Belangrijk is om je te realiseren dat iedereen fouten maakt. Het gaat bij het veilig incidenten melden niet over ergens schuld aan hebben, maar over hoe het beter kan. Incidenten en bijna-incidenten moeten bespreekbaar zijn met collega’s en medewerkers, bijvoorbeeld tijdens het teamoverleg.

VIM-platform

Het idee achter het VIM-platform is dat zorgaanbieders hier hun incidenten kunnen melden en van elkaar kunnen leren. Maar ook dat je registratie van de incidenten op orde is. Op het VIM-platform kun je (bijna-)incidenten melden op een formulier via een digitaal portaal. Je krijgt dan een pdf met de samenvatting van het incident toegestuurd, die je vervolgens met je collega’s in je praktijk kunt delen en gebruiken in de VIM-registratie. VvAA heeft een anoniem overzicht van welke meldingen gedaan worden en maakt geleerde lessen over de incidenten, die naar alle deelnemers op het VIM-platform gestuurd worden. Als je bent aangesloten bij het VIM-platform, voldoe je aan de eisen uit de Wkkgz over het veilig incidenten melden.

Voorkomen is beter dan genezen

VvAA wil met het VIM-platform zorgaanbieders ondersteunen en tegelijk data verzamelen om met elkaar van te leren. VvAA ziet de afgelopen jaren het aantal claims gestaag toenemen. Daarnaast stijgt de schadelast per incident door allerlei oorzaken, zoals bijvoorbeeld de terugtredende overheid. Burgers draaien sneller zelf op voor zorgkosten. Als fouten en onveilige situaties worden voorkomen, komt dit de kwaliteit van zorg ten goede en zullen er ook minder claims gedaan worden. Gelukkig leidt niet ieder incident tot een claim, maar voorkomen is beter dan genezen.

Meer informatie over het VIM platform.  Het VIM platform biedt een gratis proefperiode aan van zes maanden.

Verslag door Yvette in ’t Velt van de workshop Veilig incident melden: leer van uw eigen fouten (en die van anderen) door Lilian Knol tijdens Praktijk Anno Nu.

Lilian Knol werkt bij VvAA als senioradviseur preventie en is projectleider Veilig incidenten melden.

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving, Wkkgz
Vanaf 1 augustus gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding van start

Vanaf 1 augustus gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding van start

Vanaf 1 augustus 2019 gaat de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding” in. Deze wet, ook wel het boerka- of nikabverbod genoemd, houdt in dat er geen gezichtsbedekkende kleding meer mag worden gedragen in overheidsgebouwen, het onderwijs, de zorg en openbaar vervoer.

Uitgesteld

Eerder was er sprake van ingang van de wet vanaf 1 juli 2019, maar minister Ollongren heeft besloten één moment van het in werk treden voor alle sectoren te kiezen. Op deze manier wordt er tevens rekening gehouden met de onderwijssector.

Implementatie

Deze wet werd in 2016 al in de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer volgde echter pas op 26 juni 2018. De komende maanden werkt het parlement aan de implementatie van de wet.

Bron:
Rijksoverheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Werken met plezier, Wet- en regelgeving
Tandartsen aan de slag met verminderen regeldruk

(Ont)regel de Zorg: KNMT neemt initiatief verminderen regeldruk tandartsen

Tandartsen zijn een kwart van hun tijd kwijt aan administratie. Om die tijd te bekorten, kwamen vorige week tandartsen, zorgverzekeraars en andere belanghebbenden in de mondzorg bij elkaar in Utrecht, op uitnodiging van de KNMT. In een zogenaamde schrap- en verbetersessie werkten zij aan het verminderen van bureaucratie in het kader van de landelijke actie (Ont)Regel de Zorg.

Tijdens de sessie passeerde een eerder door de aanwezige tandartsen opgestelde lijst met 9 regels de revue. Samen met zorgverzekeraars, de NZa, de Patiëntenfederatie Nederland en de IGJ werden ze onder de loep genomen: konden ze afgeschaft of verbeterd worden? Doel was om te komen met verbetervoorstellen waardoor de administratieve lastendruk in de mondzorg omlaag kan, en er meer tijd vrijkomt voor de patiënt.

Wolter Brands, voorzitter van de KNMT: ‘Een van de grootste irritaties bij onze beroepsgroep is het proces van het aanvragen van machtigingen. Het nut van het moeten aanvragen valt soms te betwisten, maar ook het proces rondom afwijzingen loopt niet altijd even gesmeerd. Daar hebben we constructief met elkaar over gesproken en nagedacht over verbeteringen.’ In de sessie kwamen ook het patiëntendossier, de jaarlijkse risico-inventarisatie en –evaluatie en de verplichte publicatie van een prijslijst voor materiaal en techniek kwamen aan bod.

Bij alle 9 regels zijn ideeën geformuleerd over hoe ze minder tijd kunnen vergen en hoe het doel dat de regel dient op een andere manier gehaald kan worden. Medio april gaan de deelnemers de definitieve actielijst opstellen, waarna een begin gemaakt kan worden met schrappen en verbeteren.

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht onvoldoende informatie rondom behandeling

Tuchtrecht: onvoldoende informatie rondom behandeling

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam heeft een aanklacht tegen een tandarts als deels gegrond beoordeeld. De patiënt klaagde de tandarts aan omdat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling voor een gebitsprothese.

Situatie

Toen een patiënt last had van zijn kies maakte hij een afspraak bij zijn tandarts. Deze bleek zo los te zitten dat deze ter plekke gelijk werd verwijderd, waarna er twee tanden en een kies resteerden in de bovenkaak van de patiënt. Omdat door de extractie het bovenframe van de patiënt niet meer paste werd in het medisch dossier aangegeven dat de patiënt graag een nieuw bovenframe wilde. Naar aanleiding hiervan werd hij doorverwezen naar de tandtechnicus in de praktijk. Hier werd geen behandelplan voor opgesteld. Hierna is er geen direct contact meer geweest tussen de patiënt en de tandarts.

Vervolgens vonden er zes afspraken plaats bij de tandtechnicus waarin de frameprotheses werden aangemeten, geplaatst en nabehandeld. De rekening van €1.200,- kwam echter als een verrassing, aangezien de patiënt er ten onrechte vanuit was gegaan dat deze door zijn zorgverzekering zouden worden vergoed. Toen de tandartsassistent contact met hem opnam beweerde hij dat de protheses zelfs niet gebruikt konden worden omdat zijn tanden door de protheses ontstoken waren. De afspraak waarbij zowel de tandarts, tandtechnicus als patiënt aanwezig zouden zijn werd door de patiënt afgezegd.

Klacht

De patiënt heeft een klacht tegen de tandarts ingediend omdat hij vindt dat hij in zijn behandeling is genegeerd. In plaats van, zoals hij wilde, alle tanden te trekken en een kunstgebit te plaatsen werd de ene kies direct getrokken en werd een afspraak gepland voor een frameprothese, zonder dat hem hier een keuze in werd gegeven en zonder dat informatie over de kosten met hem was gedeeld.

De tandarts heeft hier tegenin gebracht dat zij weldegelijk de opties met de patiënt heeft besproken en deze heeft doorverwezen naar de tandtechnicus zodat zij samen tot een specifiek behandelplan konden komen. Daarnaast werd haar poging tot nazorg niet aangenomen door de patiënt.

Beoordeling

Hoe het gesprek tussen de tandarts en patiënt precies is verlopen is lastig vast te stellen. De klachten met betrekking tot negeren, onvoldoende informatie, handelen zonder toestemming en handelen tegen de wens van de patiënt in zijn daarom ongegrond verklaard. Wel heeft het college erop gewezen dat een uitgebreide, duidelijke en goede vastlegging in het dossier van groot belang is voor kwaliteit en continuïteit, maar ook om verantwoordingen en toetsbaarheid van handelen te kunnen garanderen. Daarnaast heeft de tandarts zich te passief opgesteld in het contact tussen de tandtechnicus en de patiënt. Het zorgen dat deze relatie goed is, is namelijk haar verantwoordelijkheid. De klacht met betrekking tot onprofessioneel handelen is daarom gegrond verklaard.

Uitspraak

Een van de vijf klachten is gegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft daarom een waarschuwing als maatregel opgelegd.

Bron:
Overheid.nl

 

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
computerscherm - ipad - telefoon

Voorlopig geen handhaving zichtbaarheid BIG-nummer

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zal voorlopig niet handhaven op het zichtbaar voeren van het BIG-nummer. Voordat dit kan gebeuren wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een oplossing vinden met aandacht voor administratieve lasten, en genoeg tijd om deze oplossing in te voeren.

Alternatieve oplossing in overleg

Om tot een goede oplossing te komen, waarbij ook aandacht wordt besteed aan administratieve lasten, zal het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overleg gaan met verschillende beroeps- en brancheorganisaties, zorgverzekeraars en de Nederlandse Patiëntenfederatie. In deze overleggen zal ook worden gezocht naar een oplossing met genoeg tijd om ingevoerd te worden. Tot die tijd zal de IGJ niet handhaven op het zichtbaar vermelden van het BIG-nummer.

Uitstel invoering vanwege administratieve lasten

Eerder vroegen beroepsverenigingen van (tand)artsen al om uitstel van in de invoeringsdatum van de nieuwe eisen rondom het zichtbaar voeren van het BIG-nummer, aangezien dit overbodige administratieve lasten met zich mee zou brengen. Het ministerie lijkt dit verzoek nu gehoord te hebben.

Meer transparantie en duidelijkheid

In de wetswijziging is opgenomen dat BIG-geregistreerden straks verplicht zijn om hun registratienummer te vermelden zodat dit zichtbaar is voor patiënten. Zo is voorgesteld dat het BIG-nummer ook op alle facturen en op websites staat. De wens om het BIG-nummer bekend te maken komt voor uit grotere transparantie en duidelijkheid voor de patiënt. Via dit nummer kan een zorgverlener namelijk snel en makkelijk worden teruggevonden in het BIG-register. Hierdoor kan een patiënt goed zien of een zorgverlener daadwerkelijk bevoegd en voldoende gekwalificeerd is. Het BIG-register geeft duidelijkheid over de bevoegdheid van een zorgverlener.

Bronnen:
Bigregister.nl
KNMT.nl
Medischcontact.nl

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Hoe staat het ervoor met de AVG?

Hoe staat het ervoor met de AVG?

Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Martin Rozeboom en Milou Jansen van de KNMT gaven tijdens Praktijk Anno Nu een update van de stand van zaken rond de AVG.

Bekendheid AVG

Onderzoek door KPMG heeft uitgewezen dat vier maanden na invoering 98% van de Nederlanders opde hoogte was van de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die toezicht houdt op de naleving van de privacywetgeving, heeft sinds de invoering van de AVG duizenden klachten en tips binnengekregen. Het aantal mensen dat een inzageverzoek wil gaan doen of een verzoek wil doen om persoonsgegevens bij hun zorgaanbieder te laten verwijderen, is echter klein.

Taken AP

De AP heeft verschillende taken, waaronder het bevorderen van de naleving van de AVG. Dit gebeurt door het geven van voorlichting en advies, de behandeling van klachten en wetgevingsadvies. Voor zorg is op de website van de AP een aparte pagina beschikbaar. De AP kijkt vooral naar klachten die erg ingrijpen op de privacy van de klager of grote groepen mensen betreft. Bij overtreding van de privacywet kan in het uiterste geval een boete of een last onder dwangsom worden opgelegd.

Risicogericht toezicht

De AP houdt ook risicogericht toezicht. Hierbij ligt in 2018-2019 de focus op de overheid, de zorg, de handel in persoonsgegevens en datalekken. Bij de zorg wordt er gelet op de beveiliging van patiëntgegevens. Een e-mail moet versleuteld aan patiënten gestuurd worden; er mag alleen een ‘gewone’ mail gestuurd worden als er geen gezondheidsgegevens in staan. Daarnaast wordt gekeken of de verwerking gebaseerd is op de juiste grondslag.

Voor tandartsen is dit meestal geen probleem, omdat er een behandelingsovereenkomst aan ten grondslag ligt. Ook wordt er gecontroleerd of een aantal verplichtingen uit de AVG worden nagekomen, zoals het hebben van een privacy-beleid, een privacy- en cookieverklaring en een ingevuld verwerkingsregister. En eventueel de aanstelling van een functionaris gegevensbescherming.

Onduidelijkheden

Er zijn nog een aantal onduidelijkheden in de AVG. Zo was niet duidelijk of voor het overdragen van declaraties aan een factoringbedrijf de toestemming van de patiënt nodig is. De AP heeft nu bevestigd dat dit niet het geval is; voor factoring is dus geen toestemming van de patiënt nodig. Over de verplichte aanstelling van een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) heeft de AP onlangs een nadere duiding gegeven. De aanstelling van een FG is verplicht indien:

  • de praktijk meer dan 10.000 patiënten heeft ingeschreven of als die gemiddeld meer dan 10.000 patiënten per jaar behandelt;
  • en de gegevens van deze patiënten in één informatiesysteem staan.

Tandtechnische laboratoria

Over tandtechnische laboratoria heeft de AP aangegeven dat zij daar geen uitspraak over doen. Sommige tandtechnische laboratoria zien zichzelf wel als verwerker en sommige als verwerkingsverantwoordelijke. De KNMT gaat hierover nog in gesprek met vertegenwoordigers uit de tandtechnische branche om duidelijkheid te krijgen. Belangrijk is in ieder geval dat je een (hoofd)overeenkomst hebt.

Datalekken

Datalekken komen erg vaak voor. Als je een datalek heb gehad, moet je dit vastleggen in een datalekkenregister. Als het lek risico’s met zich meebrengt voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, moet het binnen 72 uur bij de AP gemeld worden. Ook moet beoordeeld worden of het datalek ook aan de betrokkene gemeld moet worden. Melding van een datalek leidt bijna nooit tot een onderzoek. Je krijgt ook altijd de tijd om maatregelen te nemen. De AP richt zich op dit moment vooral op grote instellingen en zal zich naar verwachting meer met kleine praktijken bezighouden als ze signalen krijgt dat daar risico’s zijn.

In 2017 zijn er zo’n 3000 meldingen van datalekken binnengekomen. Voor het overgrote deel betrof dit berichten zoals e-mails die naar een verkeerd adres waren gestuurd.

Informatiebeveiliging

Je bent verplicht om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om alles binnen de praktijk op een goede manier te beveiligen. Dat is vastgelegd in de NEN-norm 7510 (Informatiebeveiliging in de zorg). Deze bevat een hele lijst met maatregelen, die je niet allemaal hoeft te nemen. Op basis van een risicoanalyse moet je een beleidsplan hebben hoe je er mee omgaat. Op de website van de KNMT is hiervoor een checklist opgenomen. Een andere NEN-norm is 7512: Vertrouwensbasis voor gegevensuitwisseling. Die gaat erover dat als je met iemand mailt, je ook zeker moet weten dat diegene is, wie hij zegt dat hij is. Je moet op basis van de inhoud van een mail bepalen hoe je die gaat beveiligen.

In NEN 7513 (Logging – vastleggen van acties op elektronische patiëntendossiers) gaat het erom dat je moet vastleggen wie wat gedaan heeft in de praktijk als het gaat om verwerking van persoonsgegevens. Een deel hiervan wordt gefaciliteerd door softwareleveranciers.

De AP zegt al langer dat e-mailen veilig moet, maar niemand weet precies hoe dat moet. Binnenkort komt daar een normenkader voor.

Wat komt er nog aan?

De tendens is dat er steeds meer gegevens worden uitgewisseld door zorgverleners onderling. Een voorbeeld hiervan is de richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten, waardoor je op de hoogte kan zijn van de medicatie die een patiënt gebruikt. De mogelijkheid wordt nu onderzocht om elektronisch gegevens uit te wisselen met bijvoorbeeld een huisarts of apotheek.

Andere ontwikkelingen zijn digitale inzage van het zorgdossier en het beschikken over een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO), waarmee een patiënt zijn eigen gezondheidsdossier kan beheren. Een patiënt kan dan bijvoorbeeld meetwaarden van zijn bloeddruk zelf opnemen in zijn PGO.

Wat kun je zelf doen?

Zelf kun je ook nog het een en ander doen aan de veiligheid. Wees bedacht op phishing-mails en zorg voor software waarmee kwaadaardige berichten worden tegengehouden. Ook het hebben van een goede back-up is belangrijk. Let ook op informatie op papier, laat geen dossiers liggen.

Verslag door Yvette in ’t Velt van de workshop Doe de AVG-check door Martin Rozeboom en Milou Jansen tijdens Praktijk Anno Nu 2018.

Martin Rozeboom (adviseur ICT en Mondzorg) en Milou Jansen (adviseur juridische zaken) zijn gespecialiseerd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Beiden werken bij de KNMT.

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht: tandarts had behandeling uit moeten stellen

Tuchtrecht: tandarts had behandeling uit moeten stellen

Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg te Eindhoven heeft een tandarts berispt, omdat hij de behandeling bij een patiënt had moeten uitstellen, omdat zij het medicijn denosumab (Xgeva) gebruikte en een open wond in haar mond had.

Situatie

Bij een patiënt is in 2011 borstcarcinoma vastgesteld. Daarvoor heeft ze radiotherapie ondergaan en van mei 2016 tot en met april 2018 parenteraal denosumab (Xgeva) als medicatie toegediend gekregen.

Bij deze patiënt zijn in oktober 2017 in een kliniek de restdentitie in de onderkaak en de elementen 13, 23 en 24 in de bovenkaak door een tandarts verwijderd. Zij had toen al een open wond in haar mond. Zij heeft vervolgens een noodprothese gekregen. Ze is in de periode van oktober tot en met december enkele malen in de kliniek geweest voor controle en naar aanleiding van pijnklachten. Er is onder andere een röntgenfoto gemaakt, ze heeft penicilline voorgeschreven gekregen en er is een botsplinter verwijderd. In januari 2018 heeft ze tijdens een gesprek met de tandprotheticus aangegeven, dat ze niet meer door hem en de betreffende tandarts behandeld wilde worden.

In april heeft een kaakchirurg de patiënt behandeld door curettage en reiniging van een denosumab gerelateerde kaakbotnecrose.

In juli 2018 heeft de oncoloog van de patiënt aan de tandarts en de tandprotheticus gemeld dat door de tandextractie, die de tandarts zonder overleg had uitgevoerd, mandibula necrose is ontstaan. Er is namelijk een verband tussen kaaknecrose, Xgeva en tandingrepen. Door behandeling door de kaakchirurg is de Xgeva gestopt.

Klacht

De patiënt heeft een klacht ingediend, omdat ze vindt dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat:

  1. hij bij het trekken van haar tanden geen rekening heeft gehouden met de denosumab die zij kreeg;
  2. zij de prothese niet kan dragen vanwege pijnklachten;
  3. er door zijn ingreep veel botresten in de kaak aanwezig waren, waardoor een behandeling door de kaakchirurg nodig was;
  4. de conditie van de tanden in haar onderkaak nog redelijk was, waardoor trekken niet noodzakelijk was;
  5. hij zich niet genoeg in de medische toestand van zijn patiënt heeft verdiept;
  6. hij na de behandeling geen belangstelling voor de patiënt heeft getoond.

Verweer

Volgens de tandarts is denosumab geen contra-indicatie voor extracties. Volgens het behandelplan zou de restdentitie in de onderkaak en drie elementen in de bovenkaak worden getrokken om een beetverhoging te bewerkstelligen en de kauwfunctie te herstellen. Botresten blijven wel vaker achter na extractie. Volgens hem was het ook medisch noodzakelijk om de restdentitie in de onderkaak te trekken. Hij zou ook steeds naar het welzijn van de patiënt hebben geïnformeerd.

Beoordeling

Het college kan uit de verklaringen niet opmaken welke vragen de tandarts voor de behandeling gesteld heeft over de medicatie van de patiënt. De kaakbotnecrose die bij de patiënt is opgetreden, komt vaak voor bij patiënten die worden behandeld met denosumab in de vorm van Xgeva. Tandextracties vormen daarbij een risico. Bij open wonden in de mond moeten extracties worden uitgesteld.

Volgens het college valt het de tandarts ernstig te verwijten dat hij zich niet beter in de medische situatie van de patiënt heeft verdiept. Hij heeft extracties uitgevoerd, terwijl hij niet eerst had vastgesteld of de patiënt het gebruik van denosumab had beëindigd. De klachtonderdelen 1 en 5 zijn daarom gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.

Uitspraak

Omdat twee klachtonderdelen gegrond zijn, verklaart het college de klacht deels gegrond. De tandarts krijgt de maatregel van berisping opgelegd.

Bron:
Tuchtrecht.overheid.nl

Lees meer over: Tuchtrecht, Wet- en regelgeving
Wijzigingen wet BIG in 2019

Wijzigingen wet BIG in 2019

In december 2016 heeft toenmalig minister Schippers een wetsvoorstel tot wijziging van de wet BIG ingediend. In juli 2018 is deze door de Eerste Kamer gekomen, en de wet zal naar verwachting in het voorjaar van 2019 in werking treden. Alle reden om de belangrijkste wijzigingen voor u als mondzorgaanbieder nog even op een rij te zetten.

BIG-registratie vermelden!

Met de wetswijziging wordt het vermelden van het BIG-nummer verplicht voor zover de zorgaanbieder zich in het kader van de beroepsbeoefening presenteert. Bijvoorbeeld via de website van de praktijk, maar ook in de correspondentie met patiënten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg & Jeugd (IGJ) zal hier, zodra de wet in werking is getreden, actief op toezien. De exacte voorwaarden voor het melden van de registratie zullen worden uitgewerkt in een ministeriële regeling. De minister heeft wel al gesteld dat moet worden voorkomen dat de verplichting een te grote administratieve lastenverzwaring met zich brengt. Ondanks dat deze regeling er op het moment van schrijven (januari 2019) nog niet is, kunnen mondzorgprofessoinals alvast bekijken op welke manier de vermelding van de BIG-registraties kan worden geoptimaliseerd. U kunt deze bijvoorbeeld standaard in de elektronische handtekening van uw e-mails plaatsen.

Openbaarmaking maatregelen

Met ingang van de nieuwe wet BIG zullen berispingen niet meer automatisch openbaar worden gemaakt, maar alleen wanneer de tuchtrechter dit in het belang van de individuele gezondheidszorg acht. In het huidige systeem wordt elke berispring in beginsel openbaar gemaakt, waarbij niet werd geoordeeld of de openbaarmaking ook een doel dient. Dit zou zorgen voor onnodige naming & shaming.

Uitbreiding tweede tuchtnorm

Met dit wetsvoorstel wordt de zogenoemde ‘tweede tuchtnorm’ uitgebreid. Met deze wijziging wordt uitdrukkelijk geregeld dat ook gedragingen die niet zijn begaan in de hoedanigheid van BIG-geregistreerde tandarts, tuchtrechtelijk getoetst kunnen worden. Zo kan ongewenst privé-gedrag ook tuchtrechtelijk worden getoetst wanneer het van ‘dien aard en ernst is’. Volgens de wetgever moet er bijvoorbeeld worden gedacht worden aan levens-, gewelds- en zedendelicten, zoals seksueel misbruik of ernstige mishandeling. In de jurisprudentie wordt de tweede tuchtnorm op dit moment al vrij ruim uitgelegd, de wetgeving sluit hier nu ook bij aan.

Verbreding maatregelen

Dit wetsvoorstel maakt het voor het tuchtcollege mogelijk een nieuwe maatregel op te leggen; het zogeheten algeheel beroepsverbod. Met dit beroepsverbod is het de zorgaanbieder niet alleen verboden voorbehouden handelingen te verrichten, maar behandeling van patiënten of patiëntgroepen in bredere zin kan worden verboden. De IGJ krijgt met dit wetsvoorstel daarnaast de mogelijkheid een zorgaanbieder direct op non-actief te stellen, zonder een tussenkomst van de tuchtrechter. Dit wordt de “Last tot Onmiddellijke Beëindiging beroepsactiviteiten” genoemd. Kritisch zal moeten worden bekeken of IGJ niet te lichtzinnig zonder rechterlijke toetsing overgaat tot het op non-actief stellen van tandartsen en andere zorgaanbieders. Dat zou een onwenselijke situatie opleveren. Bovenstaande maatregelen zijn dan ook alleen bedoeld voor uitzonderlijke situaties, waarin er sprake is van ernstig normschendend gedrag van de zorgaanbieder.

Procedurele veranderingen

De wetgever probeert door middel van een aantal maatregelen de capaciteit van het tuchtcollege efficiënter te benutten en alleen de juiste klachten door het college te laten behandelen. Zo kan de klager gebruik maken van een tuchtklachtfunctionaris, die helpt met het formuleren en indienen van een klacht bij het tuchtcollege, maar bijvoorbeeld ook kan adviseren eerst de reguliere klachtenprocedure te doorlopen. Kennelijk niet-ontvankelijke of kennelijk ongegronde klachten kunnen in de nieuwe wet BIG door een zogenaamde voorzittersbeslissing worden afgedaan, in plaats van dat ze door een voltallig college worden behandeld. Ook wordt in het voorstel voortaan griffierecht gevraagd van de klager; een betaling van 50 euro. Volgens de wetgever een belangrijke bijdrage om de klager te laten nadenken of de zaak zich in redelijkheid wel leent voor een tuchtrechtelijk proces.
Met bovenstaande ‘filters’ wil de wetgever ervoor zorgen dat de capaciteit van het tuchtcollege zo efficiënt en effectief mogelijk wordt ingezet, en dat het tuchtrecht echt wordt gebruikt voor de ‘zwaardere’ zaken.

Grote veranderingen?

De meeste wijzigingen in de wet zijn alleen voor de mondzorgaanbieder van belang op het moment dat deze in aanraking komt met het tuchtrecht. Het vermelden van de BIG-registratie is echter een wijziging waar elke mondzorgaanbieder mee te maken krijgt. Het is afwachten op welke manier de ministeriele regeling het vermelden van het BIG nummer zal verplichten.

Bovenstaande is een weergave van de belangrijkste wijzigingen, maar niet uitputtend. Voor alle relevante stukken kunt u hier kijken.

Door: Daniël Post & Céline Peersman – www.eldermans-geerts.nl
Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen| Adviseurs in de zorg

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Update-wet-en-regelgeving

Update wet- en regelgeving 2019

Tijdens Praktijk Anno Nu gaven de juristen Florien van Woerden en Maarten van de Berg een kort overzicht van wat er in 2019 verandert op het gebied van wet- en regelgeving in de gezondheidszorg en arbeidsrecht en gaven hierbij tips.

Samen beslissen over behandeling

De minister heeft enkele maanden geleden een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gezonden met enkele wijzigingen in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Een van die wijzigingen gaat over samen met de patiënt beslissen over de behandeling. Nu staat in de WGBO dat er sprake moet zijn van ‘informed consent’ (het geven van informatie aan de patiënt over de behandeling en de risico’s). De wetgever vindt echter dat het meer samen met de patiënt moet, dus samen overleggen over de behandeling. De bedoeling is dat je als zorgverlener niet alleen maar een bepaalde behandeling aanraadt, maar ook alternatieve behandelingsmogelijkheden aangeeft. Je moet van te voren overleg plegen en de vinger aan de pols houden en alles vastleggen in het medisch dossier. Dat overleg is een voortdurend proces.

Tip: begin nu alvast te oefenen met dit overlegmodel, ook al hoeft dat nu nog niet.

Gecombineerde ontslaggrond

De gecombineerde ontslaggrond is onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Dit is een wijziging op arbeidsrechtelijk gebied die een grote impact kan hebben op werkgevers.
De Wet werk en zekerheid (Wwz) is in 2015 in werking getreden en had vereenvoudiging van het ontslagrecht als doel. Eenvoudiger is het er echter niet op geworden. Een dossier moet aan alle eisen voldoen, anders wordt het ontslag door een kantonrechter afgewezen. De wetgever heeft nu een nieuw pakket aan maatregelen voorgesteld. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:
• De ketenregeling verandert, waardoor er weer tijdelijke contracten kunnen worden gegeven voor een periode van drie jaar in plaats van twee jaar.
• De proeftijd voor mensen met een vast contract gaat van twee naar vijf maanden.
• Er komt een compensatieregeling voor langdurig zieke werknemers.
• De premieafdracht voor een werknemer die je in vaste dienst neemt wordt lager.

De gecombineerde ontslaggrond is zo belangrijk, omdat het op dit moment erg lastig blijkt te zijn om iemand te kunnen ontslaan. Met de introductie van de gecombineerde ontslaggrond kun je meerdere gronden bij elkaar nemen en op basis daarvan verzoeken om ontbinding. Bijvoorbeeld: bij een werknemer is sprake van disfunctioneren en er is een verstoorde arbeidsverhouding. In de huidige situatie is deze werknemer lastig te ontslaan, in de nieuwe situatie kun je een combinatie van gronden aanvoeren en kan de arbeidsovereenkomst worden ontbonden. De transitievergoeding wordt in dat geval verhoogd tot maximaal 1,5 keer de ‘normale’ transitievergoeding. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Het is nog niet zeker of het wetsvoorstel in deze vorm door de Tweede Kamer komt.

Tip: zorg voor een brede dossieropbouw.

Vernietigen patiëntgegevens

In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die sinds 25 mei 2018 van kracht is, is het recht op vergetelheid opgenomen. Deze regel is echter niet van toepassing op het patiëntendossier. Hiervoor geldt nog steeds de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Hierin staat een bewaarplicht van vijftien jaar. Dit wordt overigens bij de aanstaande wijziging van de WGBO twintig jaar. In de WGBO is ook opgenomen dat een patiënt kan vragen om vernietiging van een dossier. Een wijziging als gevolg van de AVG is wel dat dit dan ‘onverwijld’ moet gebeuren in plaats van binnen drie maanden zoals eerst gold. Als een patiënt vraagt om vernietiging van een dossier, dan moet een tandarts dat doen. Er zijn echter wel uitzonderingsgronden, namelijk:

  • Er is sprake van een aanmerkelijk belang van een derde. Bijvoorbeeld als de patiënt een erfelijke ziekte heeft, kan het voor familieleden van belang zijn dat dat deel van het dossier niet wordt vernietigd.
    Dat belang van een derde kan ook het belang van de tandarts zijn, bijvoorbeeld als er een claim of klacht speelt of deze verwacht wordt.
  • Goed hulpverlenersschap belet vernietiging, bijvoorbeeld als een ouder signalen van mishandeling bij zijn kind uit het dossier wil hebben.
  • Door vernietiging van het dossier kan de patiënt niet meer goed behandeld worden.

Tip: kijk op website van de Autoriteit Persoonsgegevens om te zien wat de AVG voor je betekent.

Compensatie transitievergoeding bij ziekte

Als een werknemer langdurig ziek is, stopt na twee jaar de loondoorbetaling. Het dienstverband is dan niet automatisch beëindigd. Ontslagaanvraag gaat via het UWV. Je bent dan als werkgever een transitievergoeding verschuldigd. Voor een werkgever betekent dat nog al wat: je hebt twee jaar lang het loon doorbetaald, misschien re-integratie kosten moeten maken en dan komt daar ook nog een transitievergoeding bij. Voor werknemers met een lang dienstverband kan het om forse bedragen gaan. In de praktijk besluiten daarom veel werkgevers om de dienstverbanden slapend te houden. De wetgever heeft aangegeven dat dit een onwenselijke situatie is en wil dat de werkgevers een compensatie krijgen voor de transitievergoeding. Je kunt hiervoor een verzoek indienen bij het UWV, dat deze regeling zal uitvoeren. Deze aanvraag is mogelijk vanaf 1 april 2020. Regelingen die na 1 januari 2015 met werknemers zijn getroffen komen ook voor compensatie in aanmerking.

Tip: heb je zo’n regeling getroffen, vraag dan binnen een half jaar na 1 april 2020 met terugwerkende kracht hier compensatie voor aan.

Kindermishandeling en huiselijk geweld

Uit de Wkkgz vloeit voort dat vanaf 2013 een tandarts bij signalen van mishandeling en geweld verplicht is gebruik te maken van de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Per 1 januari 2019 wordt die meldcode enigszins aangepast.
Als je als tandarts bijvoorbeeld letsel opmerkt aan de nek of het gebit en je denkt dat er sprake is van (kinder)mishandeling, dan word je geacht te handelen. In de meldcode van de KNMT staat een stappenplan voor wat je in zo’n situatie moet doen:

  1. Verzamel de signalen die je ziet en schrijf voor jezelf op waarom je denkt dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling. Ook verwaarlozing (van bijvoorbeeld het gebit) kan hieronder vallen.
  2. Bespreek dit met een collega. Neem bij een ernstig geval direct contact op met Veilig thuis.
  3. Bespreek het met de patiënt.
  4. Vermeld in het medisch dossier wat je bij voorgaande stappen hebt gedaan en weeg af of je hier verder iets mee moet.
  5. Onderneem actie. Als je denkt dat je vermoeden van kindermishandeling toch ongegrond lijkt, vermeld dit dan in het dossier. Als je wel denkt dat er sprake van mishandeling is, maar de familie werkt mee en neemt contact op met de huisarts, dan kun je het daar bij laten. Als er wel echt iets aan de hand lijkt te zijn, dan doe je een melding bij Veilig thuis. Dit moet je altijd eerst met de patiënt bespreken en proberen daar toestemming voor te krijgen. Als je geen toestemming krijgt, kun je bij mishandeling van kinderen toch melding doen. Bij volwassenen ligt dat anders. Zij hebben zelfbeschikkingsrecht, dus dan moet je je terugtrekken. Als je echter denkt dat er sprake is van ernstig lijden, dan moet je het wel melden.

Tip: lees de KNMT-code en pas hem toe.

Verslag door Yvette in ’t Velt van de lezing Update wet- en regelgeving in vijf tips door Florien van Woerden en Maarten van den Berg (juristen bij VvAA) tijdens Praktijk Anno Nu 2018.

Lees meer over: Ondernemen, Personeel, Wet- en regelgeving
Inzage in patiëntendossiers: bent u er klaar voor?

Inzage in patiëntendossiers: bent u er klaar voor?

Rondom het wetsvoorstel om zorgverzekeraars inzage te geven in patiëntendossiers van ongecontracteerde zorgaanbieders is het even rustig geweest. Nu is het voorstel weer actueel. In de Eerste Kamer is het voorstel namelijk deze week, op 17 december 2018, plenair behandeld. Door bezwaren op het gebied van privacy is het niet tot stemming gekomen en is de behandeling op verzoek van de Minister aangehouden. Hij beraadt zich over het wetsvoorstel. Als het voorstel in de toekomst door de Eerste Kamer wordt aangenomen, gaat dat grote gevolgen hebben voor mondzorgpraktijken.

Aangezien het aantal gecontracteerde aanbieders in de mondzorg van oudsher laag is, gelden de aangekondigde veranderingen zeker voor mondzorgprofessionals en mondzorgpraktijken. Een belangrijk onderdeel van de maatregelen is het vergroten van de mogelijkheden van zorgverzekeraars om controles uit te voeren bij ongecontracteerde aanbieders.

Huidige situatie bij controles in een ongecontracteerde praktijk

Het uitvoeren van materiële of formele controles bij ongecontracteerde (mondzorg)aanbieders is momenteel beperkt, als er geen sprake is van een directe relatie tussen de verzekeraar en de mondzorgaanbieder. De controle dient dan via de verzekerde te verlopen en verzekeraars mogen geen medische informatie opvragen bij de aanbieder, zonder de verzekerde daarbij te betrekken.

Het verstrekken van inzage in het medisch dossier van een patiënt betekent namelijk het doorbreken van het beroepsgeheim. Dat mag in beginsel niet en als het wel gebeurt, moet er een goede reden voor zijn. Daarbij moet ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming in acht genomen worden, aangezien het gaat om privacygevoelige informatie. Verstrekking mag dus niet zomaar.
Dat is niet voor niets. Want wat als de patiënt last heeft van cariës, omdat hij een droge mond heeft door het gebruik van antidepressiva en dat in het dossier is beschreven? Dergelijke privacygevoelige informatie kan niet zomaar aan derden worden verstrekt.

Een uitzondering op de geheimhoudingsplicht bij controles is voor gecontracteerde aanbieders neergelegd in de Zorgverzekeringswet, de Regeling zorgverzekering en de Wet marktordening gezondheidszorg: gecontracteerde aanbieders kunnen in beginsel medische informatie over hun patiënten aan de verzekeraar verstrekken. Daarbij geldt nog steeds dat de zorgaanbieder zelf dient te beoordelen of het verstrekken van de gevraagde gegevens in dat geval (voor het behalen van het controledoel) noodzakelijk is. Als die doelen op een andere minder verstrekkende manier bereikt kunnen worden, dan weegt het beroepsgeheim zwaarder.

Het wetsvoorstel en de gevolgen voor een ongecontracteerde praktijk

Het wetsvoorstel uit 2016 tot Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg breidt de doorbreking van het beroepsgeheim uit en maakt daarmee een einde aan de situatie dat de controle bij ongecontracteerden via de patiënt moet lopen. Als die wijzing wordt aangenomen in de Eerste Kamer, heeft dat tot gevolg dat verzekeraars zonder tussenkomst van de verzekerde (patiënt)informatie mogen opvragen in het kader van materiële controles.

Er zijn bezwaren aan het uitbreiden van de controlebevoegdheden van de verzekeraars. Er is sprake van een disbalans in de rechten en plichten van zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Nu geeft de regeling voor gecontracteerde al onvoldoende waarborgen en straks kan die regeling dus ook gelden voor ongecontracteerde zorgaanbieders. Het is namelijk niet altijd duidelijk of het noodzakelijk is bepaalde medische gegevens van een patiënt te verstrekken aan de verzekeraar. Als daar discussie over ontstaat, leert de praktijk dat de verzekeraar vanwege zijn positie verschillende mogelijkheden inzet om het verstrekken van de medische informatie af te dwingen, zoals het stopzetten van de betaling aan de zorgaanbieder of aan de patiënt. De zorgaanbieder zit dan in een spagaat, omdat hij zijn beroepsgeheim serieus dient te nemen, maar aan de andere kant de financiële consequenties hun tol kunnen vragen.

Aangezien veel mondzorgprofessionals ongecontracteerd werken, hebben zij tot op heden minder last van deze disbalans tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder, die tot uiting komt tijdens controles. Dat kan veranderen indien het wetsvoorstel wordt aangenomen.

Oplossing?

Het opnemen van een sanctie voor de verzekeraars als er onnodige gegevens worden opgevraagd of als ten onrechte opgevraagde gegevens worden gebruikt door de verzekeraar, kunnen ervoor zorgen dat de weg naar herstel van machtsevenwicht wordt ingeslagen. De ANT heeft deze problematiek onder de aandacht gebracht bij de Eerste Kamer in een brief van 10 december jl . In die brief zijn verschillende oplossingen aangedragen. Het is tijd dat de politiek serieus bekijkt hoe de disbalans kan worden beëindigd. Nu de Minister het wetsvoorstel opnieuw onder de loep neemt, is dat één van de belangrijkste elementen die in het voorstel zou moeten worden aangepast.

Het verdient aanbeveling de ontwikkelingen rondom dit wetsvoorstel te blijven volgen. De consequentie voor mondzorgaanbieders zal immers zijn dat, als het voorstel wet wordt, de verzekeraar zich rechtstreeks tot u als mondzorgaanbieder kan wenden met de vraag tot inzage in de patiëntendossiers. Dat is niet erg, maar kan volgens ons alleen goed functioneren als voldoende waarborgen in de wet zijn opgenomen waardoor de privacy van de patiënten voldoende geborgd wordt. Bedenk u in ieder geval dat u bij controles te allen tijde goed moet nagaan of u verplicht bent gegevens te verstrekken en of u überhaupt gegevens mag verstrekken. Deze vragen worden voor mondzorgaanbieders actueler, als het voorstel wordt aangenomen. Bereid u daarop voor!

Door:
Elize Breugem en Daniël Post – advocaten, zorgmakelaars en juridisch adviseurs bij Eldermans|Geerts

Lees meer over: Ondernemen, Wet- en regelgeving
Tuchtrecht: waarschuwing voor verwonding mondbodem bij behandeling

Tuchtrecht: waarschuwing voor verwonding mondbodem bij behandeling

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft uitspraak gedaan over een klacht tegen de tandarts. De mondbodem van de patiënt die de aanklacht indiende werd tijdens een behandeling geraakt met een boor of frees waardoor een verwonding is ontstaan. Het Tuchtcollege heeft de klacht als gegrond verklaard en legt als maatregel een waarschuwing op.

Situatie

Op 13 februari 2018 werd de klagende patiënt behandeld door de aangeklaagde tandarts, om kies 36 te verwijderen. Tijdens deze behandeling heeft de tandarts per ongeluk de mondbodem van de patiënt geraakt en een verwonding veroorzaakt met een boor of frees die bedoeld was om de tandwortels te splitsen. De patiënt maakte hier zowel tijdens als direct na de behandeling geen melding van.

Klacht

De ingediende klacht betreft met name het feit dat de tandarts tijdens en/of na de behandeling heeft nagelaten om de patiënt over de verwonding te informeren. Naar eigen zeggen kwam dit doordat ze zelf erg schrok van het zien van de wond. Hiernaast was de patiënt erg gespannen en vreesde ze dat dit alleen maar erger zou worden bij het delen van de informatie over de verwonding.

Beoordeling Regionaal Tuchtcollege

Het is vastgesteld dat de mondbodem inderdaad is geraakt tijdens de behandeling en dat het informeren van de patiënt van de hierdoor veroorzaakte verwonding is nagelaten. Het raken van de mondbodem zelf komt helaas regelmatig voor en kan daarom niet worden aangemerkt als onzorgvuldig handelen. Een tandarts is echter verplicht om de patiënt hier zo spoedig mogelijk over te informeren, wat in deze zaak is nagelaten. Het achterlaten van deze informatie is in strijd met de zorg die de tandarts behoorde te betrachten zoals bedoeld in artikel 47. De klacht is daarom gegrond.

De tandarts heeft aangegeven het nalatige gedrag erg te betreuren en in grote onzekerheid te zijn geweest over wat ze het beste kon doen. Aangezien ze heeft aangegeven hiervan geleerd te hebben en in de toekomst de patiënt altijd zo goed mogelijk te informeren met betrekking tot eventuele complicaties. Om deze reden acht het College een waarschuwing als een passende maatregel.

Bron:
Overheid.nl

 

Lees meer over: Ondernemen, Tuchtrecht, Wet- en regelgeving